De Amsterdamse Krant

21 januari 2017

De Amsterdamse Krant 21 januari 2017


Werkelijk alles ging in 1973 mis bij concert Deep Purple

Op 28 januari 1973 vond in de Oude RAI een legendarisch concert plaats van Deep Purple. Legendarisch omdat het concert wegens ernstige ongeregeldheden na een klein uurtje of zo alweer werd afgebroken. Daarna werd het nog onrustiger in de Oude RAI. Zo onrustig zelfs dat mensen die erbij zijn geweest het allemaal veel ernstiger vonden dan het legendarische concert van The Rolling Stones in 1974 in het Kurhaus in Scheveningen. De reden waarom het laatste concert wel en het eerste niet op ieders netvlies staat, is puur gelegen in het feit dat er geen bewegende beelden van zijn. Maar gelukkig hebben we de herinneringen. En goed om te weten: dit was het eerste concert waarbij het zo uit de hand liep omdat er geen politie aanwezig was. Daar had men in Scheveningen van geleerd. Aan de hand van een terugblik door Harry Knipschild en door drie reacties van lezers maken we een reconstructie.

Deep Purple was in eerste instantie opgebouwd rond toetsenist Jon Lord, drummer Ian Paice en gitarist Ritchie Blackmore en kwam rond 1968 op. Na een paar nummers in het zachtere genre werd gekozen voor snoeiharde muziek, waarmee Deep Purple (waarbij inmiddels Ian Gillan als zanger en Roger Glover als bassist zich hadden aangesloten) als een van de grondleggers van hardrock kan worden beschouwd. In 1972 kwam de grote doorbraak met 'Child in Time' dat op de lp 'Deep Purple in Rock' stond. Later volgde de lp 'Japan', met het al minimaal zo bekende nummer 'Smoke on the Water'.

Muziek Expres
Tot zover de zeer korte ontstaansgeschiedenis. Historicus Harry Knipschild heeft op zijn eigen website harryknipschild.nl een uitgebreid artikel geschreven over Deep Purple, waarin hij op zijn beurt refereert aan een artikel in 1972 in het muziekblad Muziek Expres waarin Ian Gillan zijn verhaal doet. Gillan zegt onder meer: "We spelen op het ogenblik minder graag in Engeland. De meeste zaalhouders laten de groepen opdraaien voor de schade die het publiek aanricht." En ook: "De undergroundpers begint altijd over het geven van free concerts. Men vindt het gek dat wij in een zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld willen verdienen. Ik zie daar helemaal niets verkeerds in. Ik vertel die jongens dan dat ik meer dan acht jaar geleefd heb van een krappe 4 pond in de week. In die periode heb ik honger geleden en had nauwelijks geld voor kleren en andere noodzakelijke dingen. Het kwasi-revolutionaire geschrijf irriteert me mateloos. Als ik het woord liefdadigheid hoor, krijg ik tegenwoordig een vieze smaak in mijn mond. Hoe vaak gebeurt het niet dat het publiek meer moet betalen voor een optreden van een groep omdat de organisatoren van plan zijn een bepaald bedrag af te staan aan een liefdadige instelling. Doorgaans knijpen ze er na afloop alsnog met de poen tussenuit."

Onrustig in Duitsland
In de zomer van 1972 maakte deze controversiële band een tournee door Europa, waarbij lang niet alles goed ging. In Duitsland bijvoorbeeld stopte de band voortijdig met een concert, waarna het publiek enorme schade aanrichtte. Maar impresario Lou van Rees durfde het toch aan om de band naar Nederland te halen en dat concert stond voor 28 januari 1973 in de Oude RAI gepland. Voor het destijds belachelijk hoge bedrag van 10 gulden mocht je naar binnen en bovendien stond op de posters die her en der in de stad hingen dat er niet meer dan 10.000 bezoekers werden toegelaten.

Van alles mis
Maar het concert was onder een ongelukkig gesternte geboren, want er ging van alles mis, er was veel commentaar op het oude houten gebouw (de Nieuwe RAI was toen al elf jaar open en de Oude RAI werd alleen nog gebruikt in de vakanties voor allerlei kinderspelen) en de arrogante bandleden waren niet echt gemotiveerd (en dat is nog eufemistisch) er iets van te maken.

Lees verder op de volgende pagina.

Buggy

We kregen een leuk verzoek voor een oproep die alles te maken heeft met het fenomeen buggy. Niet de bak waarin kinderen worden vervoerd, maar de auto die te boek stond als levensgevaarlijk, maar die wel veel fun opleverde.
Er wordt gewerkt aan een jubileumboek en daarvoor worden foto's en mooie verhalen gezocht. En omdat wij dat zo leuk vinden, plaatsen we die oproep in deze editie. Wij zouden namelijk ook graag de verhalen publiceren van Amsterdammers die een herinnering koesteren aan de buggy.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Nieuw raadplaat: bakfietsenverhuurder

Deze foto hebben we gekregen van een trouwe lezer van wie we de naam niet melden. Althans, niet nu. Volgende week wel. Deze persoon, die we heel erkentelijk zijn, heeft namelijk heel veel over zijn buurt geschreven en we willen het niet te makkelijk maken. Het is, zoals hij het noemt, een karrenloods, maar in feite is het een bedrijf waar je bakfietsen kon huren. Een soort boedelbak avant la lettre dus. De inzender weet nog dat de mannen die hier werkten regelmatig een wedstrijdje spijkerslaan deden.
We zijn benieuwd of u het herkent en of u mooie verhalen heeft over dit verhuurbedrijf. Uw inzendingen kunt u als gewoonlijk weer mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'Een muur van luidsprekers gaf ons vertrouwen in het te verwachten volume'

Op harryknipschild.nl lezen we daar onder andere het volgende verslag over het concert:

"Rob Bakker van het Veronica-blad was er naar eigen zeggen van het begin tot het einde bij. De groep leek al bij aankomst verre van gemotiveerd. 's Middags om kwart voor vier tufte de Trans Europ Express uit Keulen het Centraal Station van Amsterdam binnen. In een wolk van oosterse dampen stapte Deep Purple uit de trein. De hele ploeg kwam daarop om half vijf in het Hilton Hotel aan. Meteen werden er juwelen gekocht. De manager zaaide paniek door te vertellen dat men de installatie nooit op tijd op kon bouwen in de Oude Rai: "Kom jongens, we gaan hier weg. Naar Schiphol en naar Engeland." Na wat heen-en-weergepraat gingen de heren het toch maar proberen. Ter plekke aangekomen bleek dat er onvoldoende stroom getapt kan worden in de Oude Rai. Maar iemand kwam op het idee een lijntje te leggen naar het ernaast gelegen Okura-hotel, omdat dit hotel onbeperkt stroom kon leveren. Het vijftal van Deep Purple was ondertussen doodziek toen vernomen werd dat zij pas om een uur of tien op het podium verwacht werden. "Dat doen we niet", zeiden de managers.
Ilse en Letty, twee medewerksters van Lou van Rees, moesten heel wat moeite doen om de leden van Deep Purple zover te krijgen dat ze überhaupt wilden optreden. Ze legden uit dat de meeste bezoekers van verre kwamen. Toen de groep eindelijk inzag dat ze het niet konden maken om niet op te treden, haalde iedereen opgelucht adem. De moeilijkheden schenen overwonnen te zijn. Het concert ging definitief door."

Voorprogramma
Tot zover het citaat. Na het voorprogramma was het al zeer onrustig in de zaal (lees over dit voorprogramma ook de bijdrage van Paul Vriens hieronder-red.). De bandleden hadden het wel naar hun zin achter de coulissen (ze rookten, dronken en hadden seks) en hadden inmiddels geen trek meer om op te komen. Pas na ellenlange discussies betrad Deep Purple onder een oorverdovend lawaai en na middernacht het podium… om er meteen weer vanaf te lopen omdat volgens Ritchie Blackmore er niets deugde. Maar ook dit probleem werd in de kiem gesmoord, waarna het concert begon. Maar dat werd een zeperd van de allereerste orde, want alle bekende nummers stonden op de set om gespeeld te worden, maar uiteindelijk werd er niet een gespeeld. Geen 'Highway Star', geen 'Smoke on the Water' en vooral geen 'Child in Time'. "Na vijftig minuten was het optreden voorbij. Ritchie Blackmore gooide zijn gitaar in de lucht en sprong van het podium af. Opnieuw verdween de groep in de kleedkamer", valt te lezen op harryknipschild.nl. Om er niet meer uit te komen, waarna het publiek begon met muiten. "Het korte concert, waarop iedereen zo lang had moeten wachten, eindigde in vechtpartijen, grof geweld en vernielingen. De ordedienst vluchtte. Velen vielen flauw en later lagen zij op een rijtje aan de kant. Lou van Rees stond verslagen toe te kijken. Pas na enige tijd konden de teleurgestelde aanhangers het gebouw uitgewerkt worden. De deuren werden gesloten. De rel was ten einde", aldus Harry Knipschild.

'We want more'

door Paul Vriens
In december wisten we het al, Deep Purple komt naar Amsterdam! Net van school en voor het eerst aan het werk was de entreeprijs geen probleem. De locatie was ons bekend, daar speelden wij al jaren iedere zaterdag basketbal. Het enige wat ons minder enthousiast maakte was het voorprogramma, Oscar Harris & the Twinkle Stars, hoe kon je het bedenken?

Cola
We besloten een paar (glazen) flessen cola mee te nemen waarin we thuis een mix maakten met vieux, dan zouden we het voorprogramma wel overleven. (Noot van de redactie: Oscar Harris heeft nooit opgetreden omdat de bandleden van Deep Purple hier verre van gelukkig mee waren, waarna zij organisator Lou van Rees overhaalden Dick Heckstall-Smith te laten optreden in het voorprogramma. Deze jazzmusicus viel echter totaal niet in de smaak en zijn optreden startte anderhalf uur te laat, waardoor de sfeer in de zaal al te snijden was).

We moesten staan
In de Oude Rai aangekomen bleek dat we moesten staan of op de grond moesten zitten, waar vrijwel iedereen voor koos. Het was lekker vol en iedereen had er zin in om hun helden in levenden lijve te gaan zien.

Metershoge muur van luidsprekers
Aan beide zijden van het podium werd een metershoge muur van luidsprekers opgebouwd hetgeen ons vertrouwen gaf in het te verwachten volume. Het duurde wel lang voordat de mannen het podium opkwamen en de flessen cola waren al zo'n beetje leeg toen het feest begon. Zoals gehoopt en verwacht gingen ze goed los en speelden ze bijna integraal het laatst uitgekomen dubbellive-album 'Made in Japan'. Het publiek genoot, het kon niet lang genoeg duren.

Van het podium
Na een kleine drie kwartier verdween de band van het podium. Massaal begonnen we 'we want more' te roepen en te trappelen op de houten vloer in volle overtuiging dat we pas op de helft waren. Toen er na tien minuten er nog niets gebeurde, veranderde het roepen in een oorverdovend gefluit en klonk het eerste boegeroep.

Het escaleerde
De stemming sloeg om en er werd van alles richting het podium gegooid. Alles escaleerde toen vooraan tegen de muur van luidsprekers werd getrapt en deze muur vervolgens instortte op de voorste rijen mensen. Beduusd maar vooral boos gooiden wij onze lege colaflessen richting het podium, waarbij er één dwars door de grote trommel van het drumstel vloog.
Hoe de zaal is leeggeveegd, hebben wij niet meer meegemaakt. We zijn zelf vertrokken zodat we nog met de laatste bus naar huis konden.

'Ik stond links van het podium'

door Ruud Bernard
Ook nu stond ik weer links van het podium, op de tribune tussen de pilaren vanwaar ik ook Led Zeppelin en The Who had gezien. Je kon hier over de mensenmassa heen kijken.
Toen de band na ongeveer 50 minuten stopte, dacht iedereen om mij heen dat ze een pauze hadden ingelast, maar toen dat te lang duurde begon het geschreeuw. De eerste bierblikjes werden toen ook al naar het podium gegooid, en dat werden er steeds meer.
Tijdens een regenbui van blikjes werden de instrumenten van het podium gehaald en deze jongens/mannen moesten de blikjes zien te ontwijken, want ze waren niet allemaal leeg. Nooit meer zo een einde van een concert meegemaakt.

Mijn eerste optreden

door Jan Poen
Leuk bericht over het optreden van Deep Purple in de oude Rai op 28 januari 1973. Ik kan mij het nog goed herinneren, het was mijn eerste optreden van een grote rockband. Ik was 15 jaar en het hele gebeuren heeft destijds veel indruk op mij gemaakt.

Ik herinner me een rokerige hal en volgens mij zat totdat de band kwam iedereen op de grond in afwachting van Deep Purple. Het duurde erg lang voor ze kwamen spelen, waardoor iedereen onrustig werd en toen de band eenmaal het podium betrad ging iedereen uit zijn dak. Maar helaas duurde het optreden veeeel te kort waarna er boegeroep klonk en men begon te muiten. Na verloop van tijd kwamen er volgens mij verschillende Hell's Angels op het podium die de heleboel kort en klein sloegen.
Voor mij een heel rare ervaring, daar ik nog erg jong was en weinig gewend was in die jaren. Ik heb daarna vele concerten bezocht, maar de eerste heb ik nooit vergeten.

'Mijn vrouw woonde van '49 tot '66 in het hoekhuis'

De raadplaat van de vorige keer.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie was de Des Présstraat, was ingestuurd door Willem Neuhaus en leverde niet veel reacties op.

De Mollen en de Koningen hebben het bij het rechte eind: "Bij de raadplaat van deze week stond dat deze was ingestuurd door Willem Neuhaus. Dat deed een belletje rinkelen. Neuhaus had al eens eerder een raadplaat ingestuurd van de Lomanstraat. Dus we gingen eerst maar eens zoeken in die buurt. Geheel tegen de verwachting in was er op Beeldbank niets te vinden! Toch voor de zekerheid maar op Google Maps gekeken en jawel hoor, daar was die straat met de twee halfronde ramen. We kijken in de Des Présstraat met daar loodrecht op de Lomanstraat. Josquin des Prés was een Franse componist en kapelmeester die gespecialiseerd was in chansons en missen, terwijl Abraham Dirk Loman theoloog en schrijver was."
Ook Gielijn Escher (hij zit op een score van nagenoeg 100 procent!!) heeft het goed, maar heeft er verder geen verhaal bij.

Tot over mijn oren verliefd
Corrie en Herman Boeker-Zuidervaart schrijven het volgende: "Mijn vrouw en ik weten het bijna zeker: hoek Lomanstraat/Des Présstraat; Corrie heeft vanaf haar geboorte in 1949 tot 1966 in het hoekhuis gewoond. Haar ouders hadden daar een melkzaak. Eind november 1964 bracht ik haar, na haar ontmoet te hebben op een feestje op de Koninginneweg en tot over mijn oren verliefd, naar huis. Mijn schoonvader verkocht in 1966 de winkel daar de nabijgelegen Albert Heijn ook melk ging verkopen. Hij koos eieren voor zijn geld. De nieuwe eigenaar heeft het niet lang volgehouden om de winkel te runnen. Het werd een kantoor. Maar ik moet eerlijk zeggen: er zijn in Amsterdam vrijwel identieke hoekpanden te vinden", om met een heerlijk 'De Mazzel!' af te sluiten.

Bouwstijl
Mike Man uit Muiden heeft ook weer ingezonden: "Gezien de bouwstijl kwam ik wel direct in Oud-Zuid terecht, een buurt waar ik mijn middelbareschooltijd heb mogen doorbrengen, met vrienden in o.a. de Jacob Obrecht-, Wouwerman- en Cornelis Schuijtstraat, en op de Koninginneweg. En ooit had ik een uitzendbaantje in de toenmalige ARM-garage in de Hendrik Jacobszstraat 9-11."

"Gezocht op huisnummer 53 en op straten met dwars geparkeerde auto's. Allerlei sites afgestruind en met Street View door vele straten gezworven om dan toch (eerlijk is eerlijk, met hulp) op de hoek van de Lomanstraat en de Des Présstraat terecht te komen, waar sinds het nemen van de foto niet zo heel veel lijkt te zijn veranderd."

Transvaalstraat
Ruud Fontijn zit op het verkeerde spoor: "Dit is de Transvaalstraat/ hoek Smitstraat. Als je achterom kijkt, zie je het Transvaalpleintje. Daar woonden ooit (jaren 50) een oom en tante van mij. Later heb ik jarenlang in de buurt lesgegeven. De raadplaat is dus bekend terrein voor mij."

De nazit
En we hebben de nazit over de Prins Hendrikkade, te beginnen bij Mike Man. "Ook deze keer was de raadplaat, voor mij als tramgek én Amsterdammer, niet al te moeilijk. De foto toont lijn 12, komende uit de Haarlemmerstraat en rijdend op het begin van de Prins Hendrikkade richting CS. Op de achtergrond in het midden staan de huizen op de hoek van het Singel en de Brouwersgracht."
"Overigens stond ongeveer op de plek van de foto tot 1829 de Haringpakkerstoren; tot enige jaren terug is serieus overwogen deze toren te herbouwen (de bouwtekeningen lijken nog te bestaan), maar daar is toch maar van afgezien."

Lijn 12
Rob Philip komt ook met een nazitter: "Met betrekking tot lijn 12 nog even het volgende. Mijn grootouders woonden op de Spaarndammerdijk 47. Als lijn 12 langskwam op weg naar het eindpunt in de Oostzaanstraat, moesten wij, vier kinderen, onze jasjes aantrekken en dan liepen we met onze ouders naar de Hembrugstraat, want daar was de eerste halte vanaf het eindpunt. We hadden dan precies genoeg tijd om op deze halte de tram te pakken naar het Haarlemmerplein, want wij woonden in de Marnixstraat even voorbij de Brouwersgracht."

Niet juist
"Overigens heeft een der inzenders het erover dat lijn 12 van Sloterdijk langs de Haarlemmervaart reed; dat is niet juist, want vanaf het Nassauplein ging tramlijn 18 naar Sloterdijk. Die lijn had nog tramwagens met een verlaagd middengedeelte en dan kon je links of rechts een paar treetjes omhoog."

BEDFORD
Wim Schuitema tot slot schrijft: "Het is lijn 12 op de Prins Hendrikkade. Foto: Amsterdamsetrams.nl. Op deze foto staat aan de linkerzijde gedeeltelijk achter de tram 333 een (Engelse) BEDFORD QYD-legertruck uit de oorlogstijd. Ook is te zien dat deze door een carrosseriebedrijf is omgebouwd voor bijvoorbeeld meubeltransport en ik vermoed dat deze foto in ongeveer 1955 gemaakt kan zijn. De provinciale kentekens werden in 1952 vervangen door de RDW-kentekens en men mocht tot 1957 nog gebruikmaken van het provinciaal kenteken!"

Nieuwe raadplaat

Deze foto hebben we gekregen van een trouwe lezer van wie we de naam niet melden. Althans, niet nu. Volgende week wel. Deze persoon, die we heel erkentelijk zijn, heeft namelijk heel veel over zijn buurt geschreven en we willen het niet te makkelijk maken. Het is, zoals hij het noemt, een karrenloods, maar in feite is het een bedrijf waar je bakfietsen kon huren. Een soort boedelbak avant la lettre dus. De inzender weet nog dat de mannen die hier werkten regelmatig een wedstrijdje spijkerslaan deden.
We zijn benieuwd of u het herkent en of u mooie verhalen heeft over dit verhuurbedrijf. Uw inzendingen kunt u als gewoonlijk weer mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

De buggy: een fenomeen onder de auto's

Wij kregen het volgende verzoek, hetgeen voor ons aanleiding was eens na te gaan hoe dat nu zit met het fenomeen buggy.

Het verzoek luidt:
Tijdens het onderzoek naar de history van de buggy in Nederland ben ik onderstaande advertentie tegengekomen. Deze advertentie heeft gestaan in De Telegraaf van 22 november 1969.

Hierin wordt Buggy Centrum Amsterdam genoemd bij Drive Yourself op de Blasiusstraat 121-123 in Amsterdam. In verband met de voorbereidingen van een jubileumboek voor de Algemene Buggy Club zijn we op zoek naar fotomateriaal gemaakt in 1969 en/of 1970 voor en/of in de showroom van Buggy Centrum Amsterdam op de Blasiusstraat 121-123 in Amsterdam.

Kunt u mij misschien daarbij helpen door het plaatsen van een oproep in de rubriek 'Amsterdammertjes' van de Amsterdamse Krant?

Dat hebben we bij deze gedaan en we laten ons graag verrassen door allerlei mooie verhalen over de buggy, want dat was wel een fenomeen. We lezen op Wikipedia onder meer het volgende erover:

Toen de Amsterdamse fotograaf Paul Huf in Amerika een pretauto ontdekte die buggy werd genoemd, werd de basis gelegd voor Ruska Buggies. De enthousiast geworden Huf verzocht in 1969 de Amsterdamse garagehouder Arie Ruska sr. eens zo'n buggy voor hem te bouwen op een Volkswagenonderstel. Het zwartgekleurde automobieltje met Kever-motor trok al gauw de aandacht en tot hun eigen verbazing kregen de Ruska's steeds meer opdrachten om buggy's te gaan maken.

Hoogtijdagen
In de jaren zeventig steeg de productie - midden in de Amsterdamse Jordaan - naar 250 à 300 per jaar en het aantal modellen werd voortdurend uitgebreid. Ruska Buggy's behoorde hiermee tot de meest succesvolle buggybouwers van Nederland. De lage prijs waarvoor Ruska zijn auto's aanbood (in het begin zo'n 4500 gulden, iets meer dan 2000 euro) zal hier niet vreemd aan zijn geweest.

Kevermotor
Onder het voortdurend wisselende uiterlijk bleven de betrouwbare Kevermotor, het Keverchassis en het polyester voor de carrosserie ongewijzigd. Een aantal modellen werd door Arie Ruska sr. zelf ontworpen.
Zodra een ontwerp klaar en productierijp werd bevonden, werd er een houten mal gemaakt waarin polyester gegoten werd. Het gieten zelf werd wegens de stankoverlast uitbesteed naar een locatie buiten de stad. Om de zoveel tijd arriveerde er een lading Volkswagen Kevers. Deze werden gestript en het chassis gezandstraald en eventueel ingekort, afhankelijk van het model. De motor werd gereviseerd en de polyester carrosserie passend gemaakt. Daarna werden diverse accessoires en de kap aangebracht. Dit alles werd met de hand met een kleine ploeg monteurs in garage Ruska gefabriceerd en gemonteerd, en vandaar dat Ruska na de overname van DAF door Volvo ook wel de enige zelfstandige automaker van Nederland werd genoemd.

Replica's
Het commerciële brein achter Ruska was de vrouw van Arie, Christina, die door haar enthousiasme en verkoopinstinct terecht de bijnaam Christien de Buggyqueen verwierf. Zij overleed in 1994. Arie Ruska sr. overleed in 2000.

Einde als fabrikant
Na twaalf jaar groot succes, waarin men naar een jaarproductie van 350 stuks groeide, werd de BVB-belasting ingevoerd en was de attractie van de lage prijzen voorbij. De verkoop in Nederland stortte in en Ruska zette nog korte tijd een succesvolle export naar het Midden-Oosten op. Door de oorlog tussen Israël en Libanon viel ook deze markt droog en stierf het automerk Ruska een zachte dood. Na een mislukte poging om de Braziliaanse Gurgel op de Nederlandse markt te brengen, ging Ruska verder als VW-garage met de nadruk op Kevers.

Kaartjes GVB

door Kees van Goozen
In De Amsterdamse Krant van 18 november staat een artikel van Fred van Zelm over het GVB. Hij vraagt zich af hoe de kaartjes er in de zestiger jaren uitzagen.
Hij heeft het over groene en rode kaarten. De groene kaarten waren voor personen van 3 t/m 16 jaar en voor houders van vastrechtkaarten en van trajectkaarten. De rode kaarten waren voor de overige passagiers. De geldigheid voor beide was 45 minuten na gestempelde tijd, en als de tijd verstreken was mocht men de rit afmaken tot het eindpunt. In de bijlage de betreffende kaarten.
Op mijn website www.spoorkees.nl
staat bij GVB Amsterdam een grote verzameling oud-GVB-plaatsbewijzen.

Senefelder

door Paul Soeverein
In De Amsterdamse Krant van 5 september alweer schreef Gielijn Escher naar aanleiding van de raadplaat over Senefelder. Mijn oom Jan (Sjeng) van de Vorst (broer van moeder) heeft daar gewerkt. Hij was geboren in Weert 1897, reisde rond om goed werk te vinden, kwam bij familie in Haarlem terecht, daarna in Amsterdam waar hij trouwde en een gezin stichtte en (dus) werkte bij Senefelder. Hij overleed in 1964.

Rozenhofje

door M. Jesterhoudt

Graag wil ik reageren op de opmerking over de ingang van het voormalige Rozenhofje op Middenweg 51. Vanaf 1956 tot 1970 heb ik op de Middenweg 51 gewoond boven de toenmalige VAB-garage. Maar de beschreven ingang heb ik nooit ontdekt.
Ik ben nu heel nieuwsgierig waar deze zich bevond. In de voormalige garage was wel een uitgang naar buiten die naar een fietsenstalling leidde; daar was ook een steegje dat je vanuit het slaapkamerraam op de eerste etage kon zien, maar dat liep dood tegen ons huis.

Voûte: Een willig werktuig van de bezetter

Voûte voor het Gerechtshof.

Personalia
Edward John Voûte was burgemeester van Amsterdam van zijn beëdiging vlak na de Februaristaking (zie kader) op 6 maart 1941 tot zijn ontslag op 7 mei 1945. Hij werd in 1887 in Amsterdam geboren en overleed er in 1950 op slechts 62-jarige leeftijd.
Hij was de zoon van Meinhard Voûte, die makelaar in verf, lood en petroleum was en Catharine Perk, directrice van een ziekenhuis in Nederlands-Indië (zij was een zus van de dichter Jacques Perk). Voûte trouwde in 1914 met Ernestine Fransen van de Putte, de dochter van een oud-directeur van een Indische suikeronderneming die zich als assuradeur in Arnhem had gevestigd. Uit dit huwelijk werden drie zoons geboren.

Opleiding en eerdere (neven)functies
Voûte was afkomstig van de hugenoten die hun geld verdienden in Nederlands-Indië. Edward bracht zijn jeugd vanaf 1890 door in Batavia. Op elf-jarige leeftijd werd hij teruggestuurd naar Nederland om in Arnhem naar de HBS te gaan. Vervolgens doorliep hij van 1907-1912 de officiersopleiding in Den Helder. Als luitenant-ter-zee trad hij vervolgens in dienst. Op 1 mei 1915 werd hij eervol ontslagen uit zijn functie wegens 'lichamelijke ongeschiktheid'. Wat was namelijk het geval? Hij zou met zijn manschappen een aangespoelde mijn demonteren, maar ontwikkelde zo'n angst dat hij weigerde dit te doen.

Er moest brood op de plank komen, dus Voûte werd door familieconnecties in 1915 inspecteur van de Nautische Dienst van de Koninklijke Hollandsche Lloyd en secretaris van de vereniging van theehandelaren. Vervolgens werd hij hoofdinspecteur van de Technische Dienst van de Lloyd en vervolgens secretaris van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap (KNAG), een functie die hij tot 1941 zou vervullen.

Verhuisd
Voûte was inmiddels met zijn gezin verhuisd naar het kunstenaarsdorp Bergen (NH). In 1931 werd hij lid van de gemeenteraad en sloot zich aan bij de Liberale Staatspartij. Een wethouderschap zat er door interne strubbelingen niet in voor hem. Voûte organiseerde in 1938 een internationaal aardrijkskundig congres en beschermde de Duitse delegatie tegen internationale kritiek. In 1940 was hij door het contact dat ontstond een kandidaat voor een vrijvallende bestuurspost. Die kwam na de Februaristaking (zie aparte sectie) in 1939, toen het gehele gemeentebestuur door de Duitsers ontslagen werd en Voûte de burgemeesterspost kreeg.

Voûte in oorlogstijd
Na het plotselinge overlijden in oktober 1942 van de Amsterdamse hoofdcommissaris S. Tulp, werd J. Krennig waarnemend hoofdcommissaris. De politieorganisatie moest zodanig herzien worden dat acht steden, waaronder Amsterdam, staatspolitie kregen onder leiding van een politiepresident. Eind maart 1943 werd Voûte benoemd tot waarnemend politiepresident in Amsterdam.

Geen lid van de NSB
Voûte was geen lid van de NSB. Hoewel hij pogingen heeft gedaan de maatregelen van de Duitsers wat af te zwakken, gold hij als een willig werktuig van de bezetter. Zo doopte hij het Sarphatipark om tot Bollandpark vanwege de joodse afkomst van Sarphati. Hij liet alles gebeuren en verzette zich nauwelijks ergens tegen, zelfs niet tegen de verleidingen van een secretaresse in het stadhuis, met wie hij een relatie aanknoopte.

Kritischer
Nadat de kansen in de oorlog gekeerd leken na de slag bij Stalingrad werd hij plotseling kritischer en probeerde hij aansluiting te vinden bij die politieagenten die zich wilden onttrekken aan de jodenvervolging. De voorzitter van de Joodse Raad, Abraham Asscher, heeft het tijdens het proces tegen Voûte nog enigszins voor hem opgenomen door aan te geven dat Voûte gewaarschuwd had voor komende razzia's en zich verzet had tegen het wegvoeren van joden. Zijn collaborateurswerk werd echter zwaar veroordeeld en hij kreeg dan ook drie jaar en zes maanden gevangenisstraf opgelegd. Om gezondheidsredenen heeft hij daarvan maar een kleine twee jaar hoeven zitten. Een jaar na zijn vrijlating overleed hij op 62-jarige leeftijd. Met een kwinkslag naar zijn naam Voûte werd hij ook wel de 'foute' burgemeester genoemd. Het wantrouwen tegen hem kwam ook tot uitdrukking in de zin 'Als Voûte fouten maakt, dan nemen we De Vlugt'.

Zwarte kruisen
In het stadhuis hangen borden met de namen en, voor zover van toepassing, de wapens van Amsterdamse burgemeesters en wethouders. Op het bord 1929-1966 staan zwarte kruisen door de wapenschilden van burgemeester Voûte en zes van zijn wethouders. Het is een van de openbare objecten die verwijzen naar de afgedwongen en vrijwillige samenwerking tussen Amsterdamse bestuurders en Duitse bezetters. Men heeft later zelfs de wapens van Voûte en een wethouder volkomen verwijderd!

Ambtswoning
Voûte heeft van 1941 tot 1945 de ambtswoning op de Herengracht 502 bewoond. We hebben jammer genoeg geen informatie kunnen vinden over zijn verblijf aldaar in oorlogstijd.

Andere bestuurders en opvolger
Voûte werd opgevolgd door Feike de Boer, die slechts burgemeester was van 1945-1946. Hij was waarnemend burgemeester en wilde zo snel mogelijk weer aan de slag bij zijn eigen bedrijf. Hij formeerde met onder meer wethouder Franke het eerste naoorlogse 'noodcollege'.

De burgemeesters van Amsterdam (4): E.J. Voûte

Adrie de Koning en Jos en Frits Mol zijn de auteurs van de rubriek 'Burgemeesters van Amsterdam'. Wij hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als grote kenners van de geschiedenis van Amsterdam, hetgeen zich heeft geuit in de series 'Dit komt nooit meer terug' (over allerlei zaken die vroeger zo normaal waren in het Amsterdamse straatbeeld, maar inmiddels van het toneel zijn verdwenen), daarna 'Verdwenen kinderspelen' en vervolgens 'Amsterdamse hofjes'.
In 'Burgemeesters van Amsterdam' worden niet alle Amsterdamse burgervaders uit de loop der eeuwen behandeld, maar alleen de burgemeesters uit de vorige en deze eeuw, want daar zullen Amsterdammers en oud-Amsterdammers herinneringen aan hebben. En misschien weten lezers iets over hen te vertellen. In totaal gaat het om twaalf burgemeesters die in de collage op deze pagina zijn verwerkt. Het zijn de vooroorlogse burgemeesters Tellegen en De Vlugt, de tijdens de oorlog aangestelde Voûte en de naoorlogse De Boer, D'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen en Van der Laan.

De Februaristaking was de eerste grootschalige openlijke verzetsactie tegen de jodenvervolging in Nederland van de Duitse bezetter. WA'ers begonnen eind 1940 joden lastig te vallen hetgeen vaak tot knokpartijen leidde. De Duitsers vonden het maar niets dat de mensen zich verzetten en gingen terugvechten. Om goed te laten zien wie er de baas was, organiseerden de Duitsers een razzia waarbij 425 joodse mannen opgepakt werden. Als tegenreactie werd opgeroepen tot een staking die zeer succesvol was en leidde tot een proteststaking. Als tegenreactie schoten de Duitsers op stakers en vielen er doden. Na de staking moest Amsterdam aan de bezetter 15 miljoen gulden boete betalen. Zeven stakingsleiders werden gefusilleerd, een aantal gemeente-ambtenaren werd ontslagen en de burgemeester vervangen door Voûte. Bijna alle joodse Amsterdammers die opgepakt waren, werden in de zomer van 1941 vermoord in concentratiekamp Mauthausen; de stemming werd hierdoor een stuk vijandiger.

Zweedse schonen keken ons benepen aan

Bureau Warmoesstraat in de jaren 30.

door Theo Evers

Tijdens een weekendnachtdienst stonden mijn maat en ik met de pitauto op de Oudezijds Achterburgwal ter hoogte van de Korte Stormsteeg. Wij zagen tegen een uur of vijf dat over de Stormsteeg, uit de richting van de Geldersekade, twee auto's aan kwamen rijden.
Aangezien daar een inrijverbod geldt, hebben wij de auto's laten stoppen en wilden wij de bestuurders aanspreken. Uit de auto's kwamen vier Turkse jongens stappen, die ons direct vroegen waarom zij moesten stoppen en of we niets anders te doen hadden.
Wij keken in de auto's en zagen dat daar een aantal vrouwen op de achterbanken zaten die volgens ons echt niet bij die jongens hoorden. Het waren knappe meiden, die ons ietwat benepen aankeken.
Mijn maat vroeg aan de Turkse jongens waar de vrouwen vandaan kwamen. Een van de jongens antwoordde: "Het zijn buitenlanders. We hebben ze in West opgepikt en laten ze even de Wallen zien."

Niet blij
Volgens mij waren de vrouwen niet blij met het ritje, want ze keken ons aan met een blik van: help ons alsjeblieft. Ik liep naar een van de auto's en maakte het achterportier open. Ik vroeg aan een van de twee vrouwen wat er aan de hand was. De vrouw antwoordde mij in een vreemde taal. Ik snapte geen hout van wat ze zei en vroeg haar of zij Engels kon spreken.

Kunt u ons helpen?
Hierop zei de vrouw in het Engels: "Kunt u ons helpen? Wij waren ergens in Amsterdam verdwaald en moeten onze veerboot halen om naar huis te gaan. We konden een lift krijgen, maar die mannen willen eerst plezier maken." We snapten het direct en bestookten de jongens met: "Wat moet dat betekenen? Vrijheidsberoving? Waar zijn jullie mee bezig?"
"Nee, nee, dat was niet de bedoeling", was het antwoord en de mannen bonden direct wat in.

Veerboot
Wij gebaarden de vrouwen om uit de auto's te komen en stuurden de jongens met een waarschuwing het bos in. De veerboot zou ergens in het Westelijk Havengebied moeten liggen en we besloten de vrouwen daarheen te brengen. Hup, alle vier op de achterbank en daar gingen we.

Bloemetjes buitengezet
Onderweg roken wij dat de dames de bloemetjes hadden buitengezet, want we werden dronken van de alcoholdampen die zij uitademden. Ze waren opgelucht en kregen zelfs weer wat praatjes. Op een gegeven moment vroeg een van de vrouwen of zij de sirene van de auto even mocht horen.
We reden op dat moment toch al buiten het centrum, deden de sirene aan en hoorden de vrouwen achterin luidkeels taa tuu, taa tuu, taa tuu meezingen. De veerboot was makkelijk te vinden, omdat er slechts één ferryterminal in het Westelijk Havengebied was.
Bij het afscheid moesten wij natuurlijk met ze op de foto en we zagen de vrouwen even later in de boot verdwijnen.

'Een klein vrouwtje had zich opgehangen'

door Erik van Rijsselt
Ik kan mij nog herinneren dat ik tijdens een ochtenddienst, rustig rijdend in de 2.03, een melding kreeg om samen met mijn maat naar het Karthuizerhofje in de Jordaan te gaan. Er was een waarschijnlijke poging tot.
Het hofje was een binnenplein met daaromheen van die kleine woninkjes waar vroeger nonnen verbleven. Nadat wij het hofje betraden, zagen wij links een voordeur openstaan. Verder was het muisstil. Wij keken elkaar eens aan en zeiden toen: in godsnaam, we gaan maar kijken.We wisten natuurlijk niet wat we tegen zouden komen: verhanging, verdrinking, vergassing of een bloederige zooi.

Volk, volk
Toen wij de woning betraden riepen we natuurlijk: "Volk, volk!", dit tegen beter weten in. Aan de rechterzijde in de gang stond de keukendeur helemaal open en aan de linkerkant de woonkamerdeur. Voorzichtig liepen wij eerst samen de keuken naar binnen en zagen niemand die aanstalten zou maken om uit het leven te stappen.
Ja, je raadt het al, ook na het betreden van de woonkamer, zagen wij niemand. Nu liepen we naar de eerste etage waar de badkamer en de slaapkamer waren. Het adrenalinegehalte steeg met de traptrede, we hadden namelijk zo veel lawaai gemaakt dat een in coma liggende patiënt er wakker van zou zijn geworden. We hoorden dus nog steeds niets.

Bellen
Onderzoek van deze etage leverde nog steeds niets op, dus maar naar beneden gelopen om vanuit de woonkamer te bellen met de meldkamer.
Mijn maat pakte de telefoon en belde met de meldkamer. Ik liep de woonkamer uit en trok de deur achter mij dicht. De deur liep wel een beetje stroef, maar een kniesoor die daar op let.
Ik was nauwelijks op de gang toen mijn maat een harde gil gaf. Ik schrok en deed de woonkamerdeur open en zag mijn maat lijkbleek bij de telefoon staan. Hij wees met zijn vinger in de richting van de deur. Ik keek nu achter de deur en zag dat een klein vrouwtje zich had opgehangen aan een touw dat aan een spijker hing die vastzat aan de woonkamerdeur.
De poging tot was een voltooid delict.