De Amsterdamse Krant

20 februari 2016

De Amsterdamse Krant 20 februari 2016


'Mijn bokshandschoenen waren zeker drie maten te groot"

Hier was de vermaarde boksschool gevestigd. Foto: Siegfried Regeling

door Siegfried Regeling

Siegfried Regeling stuurde een prachtartikel over boksschool Albert Cuyp (officieel De Vereniging Tot Bescherming van het Schoolkind Albert Cuyp, opgericht in 1935), de kraamkamer van veel kampioenen.

Ik vertelde mijn opa dat ik wilde gaan boksen in de boksschool die pas geopend was. Het leek me leuk en leerzaam wat ze daar deden: touwtje springen en tegen zware zandzakken stoten. De trai­ning was gericht op snelheid en uithoudingsvermogen.
Opa was meteen enthousiast en kwam enige tijd later met een paar prachtige leren bokshand­schoenen. Alleen moet je er nog in groeien, zei hij. Ze waren drie maten te groot en bedoeld voor een zwaargewicht bokser. Hij had ze op een veiling gekocht en het was het enige paar dat hij op de kop had kunnen tikken.
Ik droeg de bokshandschoenen aan veters om mijn hals door de straat naar de boksschool en liet ze aan iedereen zien. Ze vonden ze mooi. Niemand had eigen bokshand­schoenen, want je kon ze gratis van de boksschool gebruiken.
Er werd geselec­teerd op grootte van de jongens. Ik bokste regelmatig tegen een lichtgetinte Surinaamse jongen. Hij was degene die mij een paar flinke dreunen op mijn gezicht gegeven had. Dat gebeurde meestal na de eerste ronden. Ik was dan al vermoeid van de zware bokshandschoenen en kon moeilijk mijn gezicht beschermen en liet mijn dekking zakken. Dit wist hij. Om de zoveel tijd had ik een blauw oog of een bloed­neus. Mijn moeder maakte zich daar zorgen over. Ik was er nog niet zo zeker van dat het boksen voor mij wel zo goed was. Soms kreeg ik hoofdpijn van al die dreunen op mijn ge­zicht en zag een regenboog van sterretjes, maar thuis durfde ik er niet over te klagen. Opa vond dat niet zo erg: "Daar word je een vent van."
Mijn vader vond het ook een uitstekende sport. Hij vertelde dat hij een goede bokser was geweest, maar kwetsbaar op zijn kaak. Hij noemde het zijn glazen kaak, omdat hij verschillende keren knock-out was gegaan. Hij zei dat hij liever de eerste klap uitdeelde. Zijn lijfspreuk was: De eerste klap is een daalder waard. Zorg dat je goed leert hoe je dekking houdt en vooral het voetenwerk en snelheid zijn belangrijk."

Foto: Vanderkloet.nl
Pedro van Raamsdonk was een van de helden van de boksschool. Hij maakte ook dit plaatje.

Beroepsbokser
Opa kon het weten, want hij had zelf gebokst en zijn drie zoons ook. En zijn broer in Amerika was beroepsbokser geweest. Ik heb oom Hendrik een keer ontmoet toen hij op bezoek kwam. Hij vroeg of ik hem Amsterdam wilde laten zien. Hij vertelde dat hij kriskras door Amerika en de prairie was gereisd en wilde buffels had geschoten, dat toen nog mocht van de overheid. Hij kwam net zoals opa zelfverzekerd over en was ook een doordouwer.

Nieuwe raadplaat

Foto: Wilna Dag

Deze plaat van een tramhalte kregen we van Wilna Dag, te zien aan de kentekens van de auto's en de kleding die gedragen wordt op blijkbaar een mooie zomerse dag, moet dit jaren 60/jaren 70 zijn geweest. Gezien het feit dat er een tram door deze straat reed (of rijdt?) gaat het niet om een 'steegje', maar om een echte volwassen straat of laan zelfs. We zijn benieuwd of u kunt vertellen waar de foto is gemaakt.

Uw inzendingen kunnen weer naar info@amsterdamsekrant.nl.

Dolle Mina

In december 1969 ontstond de linkse, radicaal feministische actiegroep Dolle Mina en vanaf het voorjaar van 1970 (en dat is de aanleiding om er nu over te beginnen) waren er talloze protesten en acties, waarvan een groot deel zich natuurlijk afspeelde in Amsterdam.
In de volgende editie van de Amsterdamse Krant besteden wij aandacht aan Dolle Mina en zoals altijd zijn uw bijdragen welkom. Mail ons via info@amsterdamsekrant.nl en wij zorgen dat het er mooi in komt.

Rijden op motor van Rob Bron was 'doodeng'

Rob Bron maakt een wheelie in hartje Amsterdam.

door Leo Lases
Van de afgelopen 3 afleveringen van Peter Koghee met verhalen over de jeugd van Rob Bron heb ik genoten. Ik heb Rob ook van zeer nabij meegemaakt. In het meest succesvolle jaar van hem, 1971, had ik een banketbakkerij op het Boerhaaveplein en kon dus door mijn drukke werkzaamheden niet naar de TT, waar ik jaren achtereen samen met een vriend van mij altijd naartoe ging. Ik luisterde in de bakkerij dan ook gespannen naar het radioverslag en was zwaar onder de indruk van de prestatie van Rob met het behalen van de 2e plaats, geweldig!

Lekkere taart
Op de maandag erna ging ik naar zijn woning in de Vechtstraat met een lekkere taart. Zijn vrouw Irene deed open en ik vertelde haar dat die taart voor Rob was voor zijn buitengewone prestatie op de TT. Blij verrast nodigde ze mij uit binnen te komen voor een bakkie koffie en haalde Rob van zijn zolderwerkplaats. Ondertussen was zijn zuster Wilma ook binnengekomen en we hadden een leuk gesprek, onder meer over dat Rob geen fanclub had. Samen met Wilma en Robs schoonmoeder heb ik spontaan een fanclub opgericht. Waarbij het mijn taak was om tijdens de races foto's van Rob te schieten die ik 's avonds in mijn DOKA, in het dagverblijf achter de winkel, afdrukte. Die foto's verkochten wij dan aan de fans van Rob tijdens de volgende races.

Broodwinning
In die tijd had ik een besteleend met een draaiend reclamebord op het dak. Op het circuit verving ik mijn reclameborden voor die van de fanclub. Zo heb ik in 1972 ook over het TT-circuit mogen rijden, wat heel speciaal was.
In 1972 ben ik op mijn BMW R26 naar hem in Imatra Finland gereden voor de Grand Prix. Rob gebruikte mijn motor voor boodschappen. Op een keer vroeg ik aan hem of ik eens op zijn Suzuki mocht rijden, maar dat vond hij niet zo'n goed idee. Aangezien, zo legde hij mij uit, zijn racemotor zijn broodwinning was. Maar na lang zeuren mocht ik wel een rondje rijden omdat het circuit op de openbare weg was, maar ik moest wel erg voorzichtig aan doen. Maar als je, zoals ik, nog nooit op een racemotor had gezeten schrik je je echt rot, want als je maar even aan het gas zit schiet je als een raket weg en draai je het gas weer iets terug, neemt de snelheid meteen weer af. Doodeng vond ik het en ik was blij dat ik zonder schade de motor aan Rob kon teruggeven.
Wat geestig was: op het rennerskwartier in Finland stonden nog van die houten latrines, pisbakken waar de coureurs niet bepaald blij mee waren. Onder leiding van Rob en Phil Reed gingen die houten plees in vlammen op.

Hengelo
Op weg naar huis moest hij ook nog in het Gelderse Hengelo rijden. Bij het circuit aangekomen moesten we de rennerskwartierkaarten laten zien. Rob vertelden dat we net uit Zweden kwamen en we geen tijd hadden gehad om de kaarten in Amsterdam op te halen. De bewaker zei oké en Rob mocht met zijn bus doorrijden. Dus stapte ik op mijn motor en wilde ook doorrijden, maar de man sprong voor mijn motor en zei met een duidelijk Achterhoeks accent "KAART!" Waarop ik antwoordde met: "Dat heeft Rob u toch net uitgelegd, ik heb geen kaart bij me!!" Maar hij antwoorde bot met: "KAART!" Waarop ik nogal kwaad reageerde met: "Zeg boerenlul, Rob heeft toch net uitgelegd dat onze kaarten in de brievenbus in Amsterdam liggen."
Nou, dat had ik nou net niet zo moeten zeggen, want hij trok gelijk zijn klomp uit en begon als een gek op me in te slaan. Het resultaat: de hele koepel van mijn stroomlijn stuk en de glazen van mijn bril naar de filistijnen. Toen ben ik stiekem naar binnengeslopen, heb Rob opgezocht en heb hem verteld wat er was gebeurd.

Publiekstrekker
Toen heeft Rob contact opgenomen met als ik het goed heb Jan Zoombelt. Rob vertelde hem dat de kosten van mijn schade eerst betaald moesten worden anders ging hij niet rijden. Rob was in die tijd een publiekstrekker, dus werd er vlot betaald. Bij ons gezelschap was ook een fotograaf die voor De Telegraaf werkte, die heeft mijn motor naar mijn huis teruggereden omdat ik het zonder bril niet goed kon zien.

Op al die races hadden we met mijn fotowerk aardig wat geld opgehaald en Robs schoonmoeder beheerde de kas. Op een dag kwam Rob bij me in de bakkerij en vertelde dat er speciale onderdelen voor zijn Suzuki uit Japan op Schiphol waren aangekomen en dat hij een behoorlijk bedrag nodig had om ze op te halen. "Dan moet je bij je schoonmoeder, onze boekhoudster, zijn", zei ik. Maar ja, die was op vakantie of zo, dus of ik hem het geldbedrag alvast kon geven. En ik? Ik dacht alleen maar: wat is het mooi dat we dit voor hem kunnen doen.

Nieuwe geluidsinstallatie
Ik ben diezelfde avond naar hem toe gegaan en hij liet mij vol trots zijn nieuwe geluidsinstallatie zien. "Prachtig," antwoordde ik, "en wat een tof geluid. Maar zijn die door jou bestelde spullen uit Japan nog aangekomen?" Hij antwoordde me dat dat niet het geval was, maar dat hij het geld had besteed aan deze geluidsinstallatie. En dat die spullen uit Japan van laterzorg zouden zijn. Ik was zo kwaad dat ik niets anders kon uitbrengen dan dat ik daar niet 's avonds na mijn werk foto's voor af stond te drukken. En dat ik het verder wel voor gezien hield met hem.
In de krant las ik toen van zijn overlijden en ik was ook bij zijn begrafenis op Zorgvliet aanwezig. Toen ik eindelijk aan de beurt was om te condoleren keek Irene me aan zei: "Leo, wat zou Rob het geweldig hebben gevonden als hij kon zien dat jij er ook was." De paar jaar dat Rob en ik samen waren hebben we bijzondere dingen meegemaakt, ook dingen die je niet voor mogelijk houdt en we hebben ontzettend vaak en veel gelachen.
Moge hij rusten in vrede.

Joodje

door J. Ossebaar
Langs deze weg wil ik reageren op het joodje. Toen ik mijn eega leerde kennen, woonde zij op de Molukkenstraat 36 één hoog. Je had toen in de Niastraat een kruidenier die in de buurt de bijnaam het Joodje had omdat de eigenaar, de familie Rober,van Joodse afkomst was. Hierdoor mocht hij op zondag open. Dit was ook zo met de joodse bakker aan de Tugellaweg.

De Waarheid

door Willem Gerritze
Het verhaal dat Bram Huijser geplaatst heeft in de laatste editie van de Amsterdamse Krant spreekt mij erg aan. Mijn vader Jan Gerritze (Kleine Jantje) was in die tijd namelijk bedrijfsleider bij de Waarheid. Als ik mijn vader wilde zien, dan moest ik altijd op zondag naar Felix Meritis waar hij dan een film draaide voor de jeugd. Ik wil graag weten of Bram Huijser mijn vader gekend heeft en of hij mij iets kan vertellen over mijn vader.

Suykerhofje

door Ton Brosse
Hoewel ik op dit moment steeds een foutmelding krijg bij pogingen om de krant te lezen, heb ik hem vorige week wel een keer ingezien. Daarin stond het artikel over het Nieuwe Suikerhofje aan de Prinsengracht. Een van de foto's in dat artikel is echter niet van het Nieuwe Suikerhofje.
Deze foto van een doorkijkje vanuit de gang naar de tuin is van het Suykerhof-hofje aan de Lindengracht. De oprichter van dit hofje was Pieter Jansz. Suykerhof. Vandaar ook twee maal 'hof' in de naam. Het hofje bood plaats aan "Bedaagde dochters of weduwen" van alle protestantse gezindten, die behalve vrije woning, 20 tonnen turf, 10 ponden rijst, een vaatje boter en enig geld jaarlijks genoten.

Tanks

door André de Voor
Ik las tot mijn verbazing dat er Leopardtanks zouden zijn gebruikt tijdens de krakersrellen in de Vondelstraat. Bij mijn weten waren dit M113's van de marechaussee. Weliswaar ook rupsvoertuigen, maar meer voor transport van manschappen en zoals bij deze gelegenheid intimidatie van burgers/krakers.

Olga de Haas was de mooiste, liefste en beste

Olga de Haas. Foto: Siegfried Regeling

door Siegfried Regeling

Siegfried Regeling vertoefde enige tijd in de nabijheid van Olga de Haas (1944-1978), die door hem wordt omschreven als 'de meest getalenteerde, liefste, meest spontane en mooiste Amsterdamse ballerina in de jaren 60'. Misschien moet dat jaren 60 er zelfs vanaf. In twee afleveringen schrijft hij over zijn belevenissen met haar én hij schrijft over een nare ervaring met Rudolf Noerejev.

Na een balletvoorstelling zaten we in de bus en was iedereen stil en lagen de dansers en danseressen slaperig tegen elkaar of je hoorde nog wat geroezemoes. Rudi van Dantzig en Toer van Schayk zaten voor in de bus. Rudi zat te lezen en zo nu en dan zachtjes met Toer te praten of na enige tijd zoals de meeste mensen onderuitgezakt. Achterin zaten Olga en een paar druktemakers. Het was spannend en leuk hen te horen babbelen. Vooral Olga met haar Amsterdamse humor. Ze waren aan het dollen en hard aan het lachen. Ze had volop energie en had het hoogste woord.
In 1969 danste Olga met Rudolf Noerejev, Ruslands bekendste danser van die tijd, die de ster was in het Russische Bolshojtheatr. Hij was gevlucht uit Rusland en met Margot Fonteyn in Engeland gaan dansen. Zijn manier van dansen sprak iedereen aan. Dat was fantastisch om te zien. Vooral Rudi van Dantzig was weg van hem. De manier van dansen van Noerejev was mannelijk en krachtig. In Nederland dansten de mannen op een Engelse manier: elegant, maar vrouwelijk. Gedurende repetities wilde Noerejev niet van opzij (links of rechts, dat is me nu ontgaan) gefotografeerd worden. Ik ging hem meer observeren en zag een litteken boven zijn lip. Was dat van een ongeluk?
Tijdens een balletvoorstelling wilde Noerejev niet dat er foto's van hem gemaakt zouden worden. Dat wist ik niet en ik vroeg aan Rudi van Dantzig of ik foto's mocht maken in de coulissen. Hij zei: "Het mag wel, maar kijk uit, doe het zo onopvallend mogelijk."
Ik had amper een foto gemaakt of Noerejev kwam met een grote sprong mijn kant uit, rende door naar waar ik stond en kneep me met één hand hard in mijn strottenhoofd, zo gemeen hard dat de mensen het in de zaal hebben gehoord. Hij schreeuwde als een gek en had met zijn nagels zo hard geknepen dat ik dacht dat mijn strottenhoofd beschadigd was. Van Dantzig die naast me stond was erg geschrokken en vroeg me weg te gaan. Hij zei: "Dat had niet mogen gebeuren. Ik hoop maar dat de voorstelling doorgaat."
Ik was verschrikkelijk kwaad op Noerejev en had hem bijna een oplawaai gegeven, maar ik heb me kunnen beheersen anders was de dans niet doorgegaan en was het een vechtpartij geworden.
In de volgende editie deel 2.

Kurk aan de wand

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terug komen. Vandaar dat we de rubriek voortzetten.

door Marlies van Steenbergen
Laatst zag ik een foto van een interieur uit de jaren 70 en dacht bij het zien van de kurken wand: Yes! Want dat hadden mijn man Joop en ik die al ruim 50 jaar bij elkaar zijn (hoezo, verdwenen dingen?), ook. Net als de buren, en vrienden. Zoals zo vaak met dit soort dingen denk je achteraf: hoe heb ik dat ooit mooi kunnen vinden, maar het was helemaal hip. Des te donkerder des te beter, met een ondefinieerbare houten bank met losse kussens eronder en een blauwe opblaaspoef van de Hema ernaast.
En natuurlijk lijmde je de tegels zelf aan de wand, want dat was een makkie.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek, voetbalpoppetjes en het Joodje.

Machtig Mooi Mokum: Achttien jaar later m'n roze papiertje!

vervolg
In 1985, een jaar na de opening van Café Drukwerk, zaten Nelly Frijda en Huub Stapel tijdens hun middagpauze bij ons op het terras. Nelly vertelde dat ze in Spaarnwoude bezig waren met filmopnames voor Flodder. Ik, die altijd al acteur wilde worden, smulde. Schuchter vroeg ik of ik niet even op de set mocht komen kijken. En of er dan misschien niet toevallig nog een figurantenrolletje voor mij in zat. Ze zouden het aankaarten bij Dick Maas.
In de namiddag werd ik gebeld dat Dick het wel zag zitten om de zanger van Drukwerk mee te laten doen. Ze zochten nog een dronkenlap op het grasveld of een chauffeur voor de wethouder. Dat natte gras leek me niets, dus ik koos voor die chauffeur. Of ik er diezelfde avond om 20.00 uur al kon zijn en ik moest er rekening mee houden dat het wel eens laat, zo niet zelfs vroeg kon worden. Mijn vrouw Marijke vroeg zich af of het geen punt zou zijn dat ik helemaal geen rijbewijs had. Ach, het was een besloten terrein, dus dat leek me niet. 'Als Luuk Hasselman ons brengt, kan ik effe oefenen met zijn schakelbak.' Maar de limousine waarin ik moest rijden bleek een automaat te zijn. De wethouder stapte in en ik kreeg het seintje dat ik weg kon rijden. Gleed ik met die grote bak tussen krap geparkeerde dure auto's door tot het Flodderhuis waar de wethouder uitstapte. 'Goed gedaan,' riep de opnameleider, 'rij maar terug, dan gaan we het opnemen.' Nee! Hoe kreeg ik die bak in godsnaam achteruit? Gelukkig wist de wethouder mij te vertellen dat ik de pook in de R-stand moest zetten. Marijke vroeg zich angstvallig af wie er voor de schade op zou draaien.
Het zweet stond op mijn rug, maar de opname was in een keer geslaagd. De limousine is aan het eind van de nacht vermorzeld door een legertank. En ikzelf (36) had binnen een half jaar in één keer mijn roze papiertje.

4 / 9

'Wij zijn getrouwd in die kerk'

In elke editie van Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's van Simon Blokland of van lezers ooit zijn gemaakt. Voor heel wat trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk te traceren, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Zoals ook deze keer. Deze foto kregen we van Ton Rikkelman. De raadplaat staat hioeronder en Ton stuurde in dezelfde serie nog een foto mee van de Nieuwendammerdijk (want dat was de goede oplossing), die we ook hierbij publiceren. Ook waren er een aantal inzendingen die op Sloten zaten. Wij kennen de situatie daar niet, maar blijkbaar is daar ook een soortgelijk straatje met een kerk, want anders zijn er niet zo veel inzenders die in dezelfde vijver hengelen. In elk geval hebben we genoeg inzendingen voor drie pagina's.

We beginnen met iemand die hier geboren is, dat is wel zo aardig. Het is G. Broekhuis, die schrijft: "De recente raadfoto is op Nieuwendam. Iets verderop links is het Meerpad en direct rechts ga je naar het Vliegenbos. In een van de huizen links, Nieuwendammerdijk nr. 197, ben ik geboren in 1932. Daar woonde een zuster van mijn moeder, die was vroedvrouw. Mijn vader en moeder woonden in Amsterdam-Oost. Als kleine jongen heb ik heel wat rondgezworven op Nieuwendam. In het genoemde huis hebben we nog een tijdje ondergedoken gezeten tijdens de Duitse bezetting, 1940—1945."

De Dijk
Jan Wiebenga wist het ook en dat is niet zo gek, want hij heeft hier zijn vrouw vandaan: "Ja, dit is een vertrouwd gezicht, de Nieuwendammerdijk met zicht naar de Sint Augustinuskerk, bij de afslag (rechts) Nieuwendammerkade. Waarom denk ik dat ik goed zit? Mijn vrouw komt van de Dijk. Zij is er geboren en getogen. Vijf jaar voor ons trouwen leerde ik haar kennen op een dansschool in de Nes. Toen ik haar voor het eerst 's avonds laat thuisbracht, moest ik wel het IJ over. Dat was voor mij een gevoel of ik de grens over ging. Ik was nog nooit in Noord geweest. Noord, dat is toch bij Siberië. Achter het bord Orion was de fietsenzaak van Logman en naast hem woonde loodgieter Konijnenburg."

Nog een ansichtkaart van de Nieuwendamerdijk.

IJzerwarenzaak van Otto
"Naar de linkerkant gezien zat daar de ijzerwarenzaak van Otto. Daar ging ik geregeld spullen halen, want bij mijn toekomstige schoonvader was ik natuurlijk aan het klussen. Hij bezat zo'n typisch houten dijkhuis en nou was ik toevallig timmerman, dus dan weet je het wel. Ik kwam als geroepen. Als tegenprestatie mocht ik zijn dochter meenemen. Nou, alsnog bedankt, pa. We zijn toch al meer dan 50 jaar getrouwd. En getrouwd in de kerk op de achtergrond van de foto."

Hier zijn we getrouwd
Miep en Ton Blom maken er echt werk van maar dat is niet zo vreemd, want ze zijn getrouwd in de kerk en Miep woonde hier: "De raadplaat is volgens mij de Nieuwendammerdijk met rechts de ingang naar het Vliegenbos en op de achtergrond de nu desolate St. Augustinuskerk."
"Mijn vrouw en ik waren er 14 dagen geleden nog tijdens een wandeling vanaf de Sumatrakade, pontje Azartplein naar Noord - via Vogeldorp - Meeuwenlaan - de Nieuwendammerdijk op - langs de kerk gelopen die in verval is. Wij zijn er nog getrouwd in 1963 - eerst naar het hulpstadhuis op de Nieuwendammerdijk - waar ambtenaar de heer Dijkman ons in de echt verbond en daarna naar de Augustinuskerk met pastoor Hovens als voltrekker."
"Ook mijn vrouw haar woonstede op de Nieuwendammerdijk nog bekeken: wat is het daar veranderd en erg volgebouwd ook. Vroeger nog met het bootje naar Nieuwendam - Centraal Station. In café het Sluisje bij die prettige, vriendelijke mensen heerlijk geluncht. Ook gesproken over Bob Fiolet, de boekwinkel van weleer, en bakkerij de Duivenkater waar Amsterdam toen zijn heerlijke duivenkaterbrood haalde. Ook werd onze trouwfoto nog gemaakt op het echte sluisje naar het kleine Die."
"Na de lunch via de vele nog aanwezige, onderlangse paadjes naar het Purmerplein en via de Avenhornstraat, waar destijds een goede vriend woonde, weer naar de Nieuwendammerdijk en Vliegenbos de pont op naar de Sumatrakade. Een leuke dag, vol herinneringen van veel dingen die er niet meer zijn of wel zijn, maar goed gerenoveerd. Jammer dat, net zoals zo veel plekken in Amsterdam, het oude Nieuwendam zo volgebouwd is, maar begrijpelijk vanwege de woningnood die ook in onze jeugd reeds bestond."

Orion
Vervolgens schakelen we door naar Gielijn Escher en dat is niet voor niks. Op de foto is namelijk aan de gevel van het huis rechts een mooi reclamebord van Orion te zien en wij triggerden Gielijn Escher om daar iets moois over te schrijven. Gielijn schilderde namelijk zelf mooie reclameborden. Die uitdaging ging hij aan natuurlijk, ook al omdat hij de situatie goed kent. "Als Noorderling de locatie direct herkend: de Nieuwendammerdijk tussen de afrit Nieuwendammerkade en de Sint Augustinuskerk."
"Tja, Orion. Ook weer zo'n eertijds roemrucht, maar inmiddels geruisloos verdwenen merk. Het bord op de foto ken ik niet en moet van lang voor mijn tijd zijn. Wellicht reeds begin vorige eeuw. De foto zelf is echter wel te dateren: circa eind jaren 30, getuige het goed herkenbare affiche voor Philips gloeilampen 'Beschermt jonge oogen' (op de rabatdelen onder Orion)."

Prachtige slogans
"Terug naar Orion. Het was een merk voor allerhande artikelen voor rijwielonderhoud, van lak tot olie en solutie tot poetscrème. Op de naoorlogse emaillen reclameborden voerde Orion prachtige slogans, zoals 'Ook aan het firmament is Orion bekend' en 'Orion getrouw bij hitte en kou'. Op dit laatste bord was een buitenthermometer bevestigd. Je kan wel zeggen dat deze borden op de pui van geen enkele fietsenmaker - tot in de verste uithoeken van het land - ontbraken."
"De houten zijgevel is reeds lang vervangen door baksteen en het huis geheel links op de foto heeft wel een zeer rigoureuze verbouwing ondergaan. Zo hebben hier op dit korte stukje Nieuwendammerdijk meer verbouwingen plaatsgevonden; tal van winkels werden getransformeerd tot woonhuis, maar op het eerste gezicht is het stads(of dorps?)gezicht behoorlijk goed intact gebleven."

Nog meer Orion
Ook Maaike de Graaf komt met een uiteenzetting over Orion. "Dit is in Amsterdam-Noord de Nieuwendammerdijk met op de achtergrond de Sint Augustinuskerk op nummer 227 rechts, het pand met reclamebord Orion is waarschijnlijk nummer 168. Er was ooit een oliefabriek Orion in Zaandam van J. Heyningen nabij de Prins Bernhardbrug. Het bedrijf ontwikkelde zich voorspoedig. Omstreeks 1910 werd een fabriek van vier verdiepingen gebouwd, die in 1924 werd uitgebreid en machinefabriek P.M. Duyvis plaatste toen een lift. Eigen producten van het bedrijf waren onder meer spenenvet voor het melken van koeien, remvloeistof (aangezien daarbij alcohol werd verwerkt was er regelmatig douanecontrole in de fabriek) en poetsolie. Orion importeerde voorts oliën en vetten uit Amerika die hier in kleinverpakking onder eigen merknaam werden verkocht. Omstreeks 1942 werd het bedrijf door Jan van Heyningen, die geen opvolger had, overgedragen aan de heer D.H. Reinders uit Hilversum, die de bedrijfsactiviteiten na de Tweede Wereldoorlog uitbreidde. De zoon van de heer Reinders, Geert Reinders, begon met benzineverkoop. De naam werd toen veranderd in Orion Aardolieproducten Onderneming N.V. Het bedrijf werd in 1968 overgenomen door Burmah Trading Nederland N.V. te Voorburg. Deze streefde naar integratie met haar bekende merk Castrol; het merk Orion is daardoor van de markt verdwenen."

Lees verder op de pagina's 6 en 7.

Nieuwe raadplaat

Foto: Wilna Dag

Op de voorpagina staat de raadplaat tegenwoordig ook, maar voor het geval iemand de plaat daar gemist heeft, publiceren we de raadplaat hier nog een keer. De foto is van Wilna Dag en is gemaakt op een zomerse dag bij een tramhalte. Maar waar?
Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Kapelaan Heraets, die kon me toch preken

De Nieuwendammerdijk nu.

Vervolg van pagina 5, Raadplaat

Bingo
De Mollen en de Koningen hadden er weer zin in en komen na enig speurwerk (allicht) met het goede antwoord op de proppen. "Dit plaatje doet typisch aan een buitengebied van Amsterdam denken met een fiere kerk in het centrum! Adrie Koning heeft de benadering via de Beeldbank genomen. Hij nam de Osdorperweg, de Spaarndammerdijk en de Nieuwendammerdijk en vergeleek de foto's met die van de raadplaat. De laatste was bingo!"

Andere benadering
Jos Mol heeft een andere benadering geprobeerd om de naam van deze kerk op te sporen. Daartoe heeft hij in Wikipedia gezocht op 'kerken in Amsterdam'. "Na enig gezoek was het raak! Het betreft hier de Sint-Augustinuskerk aan de Nieuwendammerdijk, in Amsterdam-Noord. Rechts bevindt zich aan de gevel nog een oud Orion Motorolie-reclamebord. De fabrikant van Orion Motorolie was gevestigd in Zaandam. De reden dat dit bord mij opviel is dat ik (Jos) vanaf 1966 een fanatieke DKW RT 350-motorrijder en sleutelaar ben geweest."

Huisje op de Nieuwendammerdijk.
De Sint-Augustinuskerk in vol ornaat.
Een blik olie van Orion. Foto: Jos Mol
Foto: Jos Mol

Achterkant
Ton de Vries: "Volgens mij is het de Nieuwendammerdijk in Noord. Als kind kwamen wij veel bij mijn tante die op de Waddenweg woonde. Als we de tuin uit gingen, kwamen we op de achterkant van de Nieuwendammerdijk uit."

Aparte kerktoren
Jan Wortel zat eerst fout, maar sorteerde al vrij snel wel goed voor. "In eerste instantie dacht ik aan een zijstraat van de Ringdijk met de – afgebroken - kerktoren van de Zacharias Jansestraat. Bij nader inzien is het volgens mij de Nieuwendammerdijk. Om te beginnen herinnerde ik mij de toch wel aparte kerktoren en ook de huisjes; naar ik ergens gelezen heb zijn sommige door de bewoners zelf gebouwd. Hoewel ik niet uit die buurt afkomstig ben, kwam ik er vaak omdat de vader van een schoolvriendje daar een scheepswerf had, in de buurt van De Vries Lentsch, destijds een grote werf."
"De reclame van Orion deed mij denken aan de leuke slagzin: 'Ook aan het firmament, is Orion bekend'. De tocht er naartoe, van de Indische Buurt over de Oranjesluizen, was een avontuur op zichzelf. Mocht het de Nieuwendammerdijk niet zijn, dan is het toch een mooi plaatje."

Veel gefietst
Lex Kempers schrijft: "Hoewel ik in Amsterdam Oud-West ben opgegroeid, heb ik vele malen over deze Nieuwendammerdijk gefietst op weg voor een tochtje naar de Oranjesluizen, IJmeer en Markermeer. De foto is genomen op de kruising met de Nieuwendammerkade met in het zicht de St. Augustinuskerk."

Wim Gortzak meent: "Dit is volgens mij 'een eitje'. Het is de Nieuwendammerdijk gezien vanaf de Meeuwenlaan. De kerk is de R.K. St. Augustinuskerk. De zijweg aan de linkerkant is het Meerpad."

Bijna onveranderd
Huub Brinkman voegt toe: "Ik denk dat deze foto gemakkelijk te raden is. Het is een uniek stukje Amsterdam en de afgebeelde situatie is bijna onveranderd gebleven. Volgens mij is de foto rond 1930 genomen, helemaal op de voorgrond zou het pad naar beneden richting Vliegenbos kunnen zijn. In een van de panden rechts op de foto was de tapijthandel van Hasker Kroon gevestigd ('Kroon Spant De Kroon'). Verderop links loopt het Meerpad van de dijk af naar beneden. Op de hoek was slagerij Ten Have."

Preken
Huub heeft trouwens prachtige herinneringen aan de kerk. "Ik heb van 1950 tot 1959 in Tuindorp Nieuwendam gewoond. Op de foto zijn de Nieuwendammerdijk en de Augustinuskerk zichtbaar. Ik heb daar mijn eerste communie ontvangen en ook het vormsel, waarvoor ook monseigneur Huibers, de bisschop van Haarlem, aanwezig was. Er was ook een kapelaan, Heraets. Ik zie hem nog zo lopen met zijn Franse baret op een markante kop. Die kon preken! Hij begon op kalme toon, daarna werkte hij naar een soort climax toe. Naarmate zijn preek vorderde, ging het steeds meer staccato. Op het hoogtepunt eindigde hij met een abrupt 'In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest' om daarna snel het trapje van de preekstoel af te dalen."

Glas-in-lood
"Op het glas-in-loodraam zijn de woorden lezen: 'Weet gij niet hoe verderfelijk de wanhoop is'. Een mooie spreuk. Ik zat vaak maar wat rond te kijken, daarom zijn die details me nog bijgebleven. Als ons gevraagd werd waar we woonden, dan zeiden we 'Nieuwendam', nooit Amsterdam."

Niets met Noord
Leonard van Antwerpen stuurt de volgende inzending: "Het antwoord op de raadplaat heb ik nu kort gehouden. Het is de Nieuwendammerdijk in Amsterdam-Noord, Nieuwendam. De naam Nieuwendam is ontstaan toen er in 1516 een dijkdoorbraak plaats vond en er een nieuwe dam werd aangelegd. De naam ging over op het daar ontstane Dijkdorp. Nieuw + Dam = Nieuwendam. Op de achtergrond zie je de RK kerk Sint Augustinus. Deze is in gebruik genomen in 1798. Ik hoop met de volgende raadplaat weer een leuk verhaaltje te kunnen schrijven. Jammer, maar met Noord heb ik totaal niets."

Reisadvies
Tiny Nieuwhof komt met een reisadvies: "De foto is van de Nieuwendammerdijk. Helaas is deze plek in Amsterdam pas laat door mij ontdekt, maar iedereen die een ander Amsterdam wil ontdekken raad ik aan om vanaf Station Zuid met bus 65 naar het Azartplein te rijden, daar de pont te nemen en via het Vliegenbos naar het sluisje te lopen. Zomers kun je van daar op zondag met een antieke boot terug. Maar je kunt ook doorlopen over de dijk en links af en toe een zijpad nemen, erg leuk! In het voorjaar staat de dijk vol stokrozen."

Deze keer wel
Wout Fruijtier kennen we van de enige foto die door niemand werd geraden en dat zit hem nog steeds niet lekker. Omdat hij de Nieuwendammerdijk herkent, schrijft hij meteen zijn 'boosheid' van zich af: "Stuur ik ooit eens een foto in voor een raadplaat, raadt niemand hem (de Palembangstraat). Daar staat wel tegenover dat ik zelf ook nooit een raadplaat heb kunnen herkennen. Behalve dan deze keer, hoewel niet zonder internethulp."
"Aangezien er links een houten huis staat, moet het in ieder geval ergens in Noord zijn. Mijn eerste indruk was Zunderdorp. Daar kwam ik vroeger regelmatig omdat daar Tatteljee gevestigd was, een 'outdoor winkel'. Zo'n onderneming die voor de fervente wandelaars alles in huis heeft als heel goede slaapzakken, heel kleine en daardoor ook draagbare tentjes en mooie rugzakken. Dat hebben wij daar ook allemaal aangeschaft in de tijd dat wij nog lange afstanden liepen, voornamelijk in Engeland, als de Pennine Way.
Maar - helaas - de kerk aan het einde van de straat in Zunderdorp ziet er toch anders uit."

Internet
"Hoewel ik daar geen voorstander van ben, ben ik internet gaan gebruiken. Zo kon ik vrij eenvoudig de kerk vinden. Dat bracht me bij de Nieuwendammerdijk in Amsterdam-Noord. En toen maar via Google Maps de straat afrijden en op nummer 183 kwam ik dus het houten huis tegen. Aan de rechterkant staat nog een pand achter het 'Orion-huis' dat mogelijk ook nog op Street View lijkt te vinden. Het kom mij voor dat de foto genomen is ter hoogte van wat nu huisnummer 181 is op de hoek met de Nieuwendammerkade."

Logman
Siny Weberink schrijft: "Het is de Nieuwendammerdijk, aanzicht naar de Augustinuskerk. Rechts was Logman, de fietsenwinkel. Er heeft ook een automotorenreparatiebedrijf gezeten. Mijn man heeft zijn jeugd hier doorgebracht."

Centenbus
"Beste mensen", schrijft Pien Veenboer joviaal, "volgens mij is het de Nieuwendammerdijk met op de achtergrond de katholieke kerk. Je moest bij een van de laatste huizen van de Meeuwenlaan rechtsaf; dan kon je zo naar Nieuwendam komen, waar wij als broers en zusjes vanaf Amsterdam-West dat vaak gedaan hebben in verband met familiebezoek. We gingen vanaf Mercatorplein met lijn 13 naar het CS; met de centenbus om het CS heen naar de pont en daarna met bus F of met het bootje naar de Nieuwendammerdijk. Dat vonden we altijd een hele gebeurtenis, want het was in onze kinderogen toch wel een wereldreis! De ponten waren groter en gingen niet zo frequent als nu. Ik praat over de jaren 45-50, dus vlak na de oorlog."

Eigentijdse bouw
Gerard Jansen is ook aan bord: "De raadplaat in de uitgave van 6 februari jl. is de Nieuwendammerdijk in Noord. Hierop staat de St. Augustinuskerk uit 1935. De kerk heeft als kerk geen functie meer, er zijn plannen voor een andere bestemming. Kenmerkend voor oud Nieuwendam is dat de echte dorpssfeer nog steeds bestaat, ondanks dat het omringd is met de eigentijdse bouw van Noord."

Tig keer
Voor Peter de Graaf is dit ook een, weliswaar bescheiden, deel van zijn jeugd. "Het was even zoeken in de oude dorpen rond Amsterdam, maar Nieuwendam toonde uiteindelijk de vereiste gelijkenis. De Sint Augustinuskerk aan de Nieuwendammerdijk. De foto is in oostelijke richting genomen. Ik heb er geen spannend verhaal bij anders dan dat ik tig keer over de dijk van Schellingwoude naar de Meeuwenlaan langs ben gefietst/gereden."

Twijfel
Ron de Loos twijfelde: "Soms zijn de foto's moeilijk en soms makkelijk. In eerste instantie dacht ik aan het oude Sloten, maar bij nadere bestudering bleek dat het niet te zijn. Ik wist het niet meer, maar vermoedde ergens in een van de dorpen ten noorden van Amsterdam. Omdat ik daar niet zo bekend ben, liet ik de foto eens aan mijn vrouw zien en zonder enige twijfel en zonder enige bestudering gaf ze gelijk aan dat het de Nieuwendammerdijk was met de katholieke kerk: St. Augustinus. Zij herkende deze omgeving omdat ze daar als klein kind bij oma kwam en dan daar op straat speelde. Omdat ik nog niet geheel overtuigd was, ben ik op onderzoek gegaan en ben ter plaatse gaan kijken en ja, ze had gelijk. De foto is genomen op de Nieuwendammerdijk ter hoogte van perceel 185 en ter hoogte van de Nieuwendammerkade ( rechts). Het huis links op de foto is erg veranderd in vergelijking met het huidige huis, maar het huis rechts op de foto met het reclamebord van Orion-olie is nog steeds aanwezig, alleen nu met een zijraam. Ik doe hierbij een foto van de huidige situatie."

Nog meer inzenders
Ook goed, maar zonder er verder veel woorden aan te besteden (maar daardoor niet minder gewaardeerd), waren de inzendingen van Niels Kruiswijk, Gabriel Blik, Nico Scharn (die normaal gesproken toch wel wat te melden heeft getuige de vele verhalen die in de Amsterdamse Krant van zijn hand zijn verschenen), Nys Sprado, Anneke van Beek, Anton Krijl, Chris Telling, Simon van Wijk, Charly de Vries, Job Heus, Tom Baars, Richard Pieter Dootjes, Pieternella van der Meulen, K. Ravesteijn, John Verweij, Mike Man, Ton Leeman, Dick Polak, Ad Vos, Lia van den Broek, Tiny Dagt, Helen van Akkeren, Greet en Albert Bouter, Anneke Huijser (die normaal ook meer tekst heeft) en Jos Witteman.

Fout
En dan komen we bij de mensen die het niet bij het goede eind hebben, te beginnen bij de Sloten-vinders. Wim Wognum houdt het op Oud Sloten en ook Jan Riesenbeeck zit in deze hoek. "Dit is een straatje op Sloterdijk, richting de kerk en kerkhof. Als het goed is zit er rechts een steenhouwerij." Tiny Groot van Mourik schrift kort en krachtig: "Ik dacht Sloten" en Henk Tosseram denkt: "Het is Sloterdijk kijkend naar het kerkje aan de Sloterdijk, pal achter de Coca-Cola-fabriek die daar toen stond, dus achter de Spaarndammerbuurt."

Begraafplaats
Mieke Cornelissen-Steevens laat weten: "Mijn eerste indruk was: dat moet een straatje in Sloten zijn. Maar welke dan? Met behulp van de Beeldbank van het stadsarchief kom ik op Akerpolderstraat/Osdorperweg. Als ik het juist heb, dan ben ik er vorig jaar geweest in verband met een begrafenis. Op het prachtige, zeer kleine begraafplaatsje aldaar. Sloten, een heel mooi verscholen oud dorpje ingeklemd door drukke verkeerswegen. Maar ook een stukje van Amsterdam."
Els Tomassen: "Volgens mij is dit Oud Sloten, Sloterweg. Links de Pancratiuskerk en ertegenover café Kerkzicht. Nog steeds heel herkenbaar."

Spaarndammerdijk
En er zijn twee inzenders die het houden op de Spaarndammerdijk: Ruud Bernard en Klara Bruyn, die schrijft: "Volgens mij is het de Spaarndammerdijk bij de Petruskerk bij het vroegere Sloterdijkstation. Daar gingen mijn opa, zusjes en ik en soms ook met mijn moeder naartoe om naar de treinen te kijken die langskwamen. Heerlijke tijd."

Swigtershofje

24

De entree van het Swigtershofje aan de Amstel 86-98.

door Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

Inleiding
Je kunt je haast niet voorstellen dat er vlak achter het bruisende Rembrandtplein een hofje is gelegen dat ooit een oase van rust was en nu, dankzij geluidsisolatie, nog altijd is. Toch is het zo, we beschrijven vandaag het Swigtershofje, dat ook wel het Sint Jans-Oudevrouwenhofje werd genoemd.

Ligging
Het Swigtershofje is gelegen aan de Amstel 86-98, dat is ongeveer midden in het stukje tussen de Halvemaansteeg en de Bakkerstraat vlak bij de Balk in 't Oogsteeg. Op die plaats was vroeger een steeg, de Speelmansteeg, waaraan het hofje is gebouwd.

De kapel van het Swigtershofje in volle glorie.

Ouderdom en stichters
Het Swigtershofje is in 1744 gesticht door Isaac Swigters. Hij was een bekende verkoper van boeken en kaarten. Hij overleed in 1750, maar hij bestemde in zijn in 1744 opgestelde testament al 34.000 gulden om het hofje te realiseren. Hij was er wel meteen mee aan de slag gegaan en de in zijn bezit zijnde huisjes waren dan ook in 1746 al vervangen en door een afgesloten toegang was de steeg een hofje geworden. Het reeds bestaande Roomsch Katholiek Oud Armenkantoor, dat we al eerder tegenkwamen bij het Claes Reinierszhofje aan de Keizersgracht, werd de beheerder van het hofje.

Bijzondere kenmerken
Het hofje bestond oorspronkelijk uit 18 huisjes waar 36 vrouwen konden wonen. Na enige jaren werd er nog een kapelletje aan het hofje toegevoegd. Daarvoor werd een winkelpand van Swigters aan de Balk in 't Oogsteeg verbouwd. Maar wel zodanig dat het vanaf de straat niet te zien was. Aan de Amstel werd daarom een blinde muur gemaakt.

Toegangspoort
Aan de Amstel tussen de nummers 84 en 100 bevindt zich het toegangspoortje van het Swigtershofje. Dit poortje is fraai vormgegeven met twee armen, waarbij de ene arm iets geeft aan de andere. Ook is de hoorn des overvloeds tweemaal uitgebeeld. Boven de ingang staat in het Latijn een tekst uit psalm 41. Deze tekst geeft aan dat je gelukkig zal worden wanneer je je inzet voor anderen en dat God je dan zal redden als je zelf in nood komt. Anders gezegd: wie goed doet, goed ontmoet. Het poortje is vervaardigd door beeldhouwer Pieter Pantel. Achter het poortje bevindt zich, iets verder in de steeg, een tweede toegangsdeur. Boven die deur staat: 'St J. Oude Vrouwen SWIGTERS Familiën Hofje'.
De naam van de heilige Sint Jan was dus angstvallig afgekort, want Amsterdam was toen nog protestants.
Het verscholen kapelletje is slechts 16 vierkante meter groot. Er staat een altaar met mooie rococoversieringen met veel witte engeltjes en goudversierselen. Omdat het kapelletje wel hoog is, zijn er aan drie wanden balustrades op de verdieping, vanwaaruit neergekeken kon worden op het altaar. In 1979 is het kapelletje gerestaureerd.

Doelstelling
Swigters liet zijn hofje bouwen ten behoeve van arme rooms-katholieke vrouwen van onbesproken gedrag. Maar familieleden van Swigters hadden wel altijd voorrang. Het kon zelfs voorkomen dat de nieuwste bewoners het hofje weer moesten verlaten als een familielid er wilde komen wonen. De bewoners kregen elke week brood en elk jaar een bedragje om van te leven en turf om te stoken.

Toegankelijkheid
Het hofje is niet meer toegankelijk. Het is namelijk in 1975 verkocht, waarna het verbouwd is om geschikt te maken voor jongerenhuisvesting.
De kapel is tegenwoordig te huur, want er is een overnachtingsmogelijkheid gecreëerd waar u vlak bij het uitgaansgeweld toch heerlijk in alle rust en luxe kunt overnachten. Maar u moet daarvoor wel een kleine 400 euro meenemen!

Over de pot

In een hofje aan de Westerstraat is een lijk gevonden van een oudere dame. Van de gealarmeerde politie hoor ik dat het er vreselijk uitziet en dat de stank niet te harden is. Vertel mij eens wat nieuws, ik word niet voor niets opgeroepen! Als ik aan kom rijden, passeer ik de schouwarts die naar mij lacht en meewarig zijn grijze hoofd schudt. Dat voorspelt niet veel goeds. Voor het hofje staan rechercheurs in witte wegwerpoveralls en een mondkapje voor. Ik begrijp al gauw waarom. In de gang van de benedenwoning ligt lijkvocht en een laag gelig lichaamsvet. Gelukkig heb ik mijn laarzen aan, want als het vocht in je schoenen trekt, kun je ze weggooien!
"Natuurlijke dood", zegt een rechercheur. "Kijk maar achter de wc-deur." Ik doe wat hij zegt en kan een paar krachttermen niet onderdrukken. Een oude dame, hadden ze gezegd, maar dat ze zó groot en dik was hadden ze er niet bij verteld. Ze is finaal over de wc-pot gezakt!
"De begrafenisondernemer is onderweg", zegt de politieman.
"Daar wil ik dan even mee overleggen," zeg ik streng, "want als die gaat trekken, ploft de boel uit elkaar en dan zijn de rapen gaar!" Als even later twee in het zwart geklede mannen arriveren, zeg ik direct: "Ik weet dat dit jullie werk is, maar als het fout gaat heb ik een heleboel extra werk."
We worden het snel eens. Ik gooi een paar dekens over de vloer en vraag de mannen de lijkzak dwars in de gang te leggen. Samen proberen we de vrouw te verplaatsen, maar we komen geen centimeter vooruit. Dan krijg ik een ingeving.
"Doen jullie vast een laken om haar lichaam, ik ben zo terug", zeg ik.
Uit mijn busje haal ik een grote klauwhamer. De oude vrouw wordt ondertussen strak in een laken gewikkeld.
"Aan de kant", roep ik, en ik sla de pot met een paar ferme klappen stuk. Door het gewicht zakt de vrouw een stukje naar beneden. Samen beginnen we aan het laken te trekken. Mevrouw komt los en begint flink te lekken. Nu moeten we snel zijn. Ik geef nog een klap tegen de pot en net als een boot die te water wordt gelaten, glijdt mevrouw even later in de zak. Snel sproei ik wat verfrissende vloeistof over de achtergebleven restanten, het opruimen komt zo wel. Buiten happen we allemaal even naar frisse lucht. Samen komen we tot de conclusie dat een beetje samenwerking erg prettig kan zijn!

De gewonden lagen voor Babelou opgestapeld

Een heuse kameel op het bureau, waarom ook niet? Foto: Mos Florie

door Dolf Dijst
Goed, de politiek had besloten. Op de Prins Hendrikkade, om de hoek van de Zeedijk, moest een hotel verschijnen. Barbizon Hotel. Daarvoor moesten diverse panden op de Prins Hendrikkade en de Zeedijk worden gesloopt en/of worden opgekocht.
Het gevolg: leegstand. De kop van de Zeedijk werd steeds meer het domein van onze verslaafde Nederlandse vrienden van Surinaamse afkomst.
De lege panden werden voor een prikkie aan hen verhuurd (of gewoon gekraakt) en werden gebruikt als slaapplaats en gebruikersruimte. Op de hoeken van de Zeedijk en de St. Olofssteeg zorgden Emil's Place en Babelou voor de noodzakelijk voorzieningen van onze Surinaamse medelanders.
Boven Babelou stonden drie etages leeg, die gebruikt werden als gebruikersruimte, slaapplaats en handelsplaats. In de nachtelijke uren zochten vele tientallen verslaafden daar hun heil. Op een ochtend tegen het eind van de nachtdienst kwam een burger vertellen dat bij Babelou brand was uitgebroken. Met de groep renden we naar de Zeedijk. Het trapportaal stond al in de fik en dreigde zich uit te breiden naar boven.
Bij de mensen in het pand was paniek uitgebroken. Zij hingen en klommen uit de ramen, klommen over elkaar heen, sprongen van drie hoog op straat; zij probeerden zich als spinnen aan de buitenmuur vast te klampen of via een gammele regenpijp naar beneden te laten zakken.
Voor Babelou op straat lagen de gewonden als het ware opgestapeld. Het was voor de brandweer niet eenvoudig om te werken. Met man en macht werden de gewonden opgepakt en tegenover Babelou tegen de muur gezet. Vele ambulances reden af en aan om de gewonden te vervoeren. Naar later werd vernomen was de brand aangestoken door mensen die ontevreden waren over de 'handelsovereenkomst' die zij met enkele gebruikers van het pand hadden afgesloten. De daders zijn nooit gevonden.

Het aquarium

door Frank Dekker
Ergens in de tachtiger jaren had er opnieuw een verbouwing plaatsgevonden in politiebureau Warmoesstraat. De herenkleedruimte werd een stukje kleiner, daar de dames hun intrede deden en zich ook moesten omkleden om aan het politie bureau Warmoesstraat dienst te doen.
Dit weer naar aanleiding van het feit dat de dames zich daarvoor tussen de heren in dezelfde ruimte moesten omkleden, wat weer behoorlijk wat hilariteit met zich meebracht. Na de verbouwing mochten de dames wel door de herenkleedruimte, maar de heren niet in de dameskleedruimte.
Nadat deze verbouwing had plaatsgevonden, kwam er ter hoogte van de trap naar de kleedruimten en de agentenwachtkamer een aquarium te staan. Het was een mooi groot aquarium van wel twee meter lang. Het geheel werd keurig door een collega ingericht en onderhouden.
Op een dag wilde een aantal collega's van diverse groepen aan de Warmoesstraat een geintje uithalen met dit aquarium. Ze spraken af dat ze iedere dag een paar druppels water tegen de rechterhoek van voornoemd aquarium zouden druppelen, waardoor het zou lijken dat het aquarium lek was.
Zo gezegd en gedaan. Na een paar dagen hoorden wij 'Die Grote' tegen de collega die het aquarium onderhield, zeggen: "Dat ding is lek. Dat ding moet gemaakt worden. Haal hem maar helemaal leeg en ga hem opnieuw kitten."
Nadat de collega er bijna een hele dag aan bezig was geweest om alles uit het aquarium te halen en opnieuw alle randen te kitten, werd na een paar dagen alles weer in orde gebracht, zodat de vissen weer een normaal en dicht aquarium zouden hebben.
Tot de schrik van 'Die Grote' en de collega die het geheel onderhield, bleek al snel dat er weer druppels aan de rechterzijde van het aquarium op de grond lagen, waardoor het aquarium weer leeggehaald diende te worden en weer opnieuw gekit moest worden. Nadat dat een paar keer herhaald was besloot 'Die Grote' kennelijk dat het nu maar afgelopen moest zijn en het aquarium
verdween uit het bureau.

Kamelen

door Mos Florie
In het duistere verleden, toen Leendert Dorst nog de districtschef was, was een van de bijnamen van criminele Marokkanen 'Kamelen'.
Tijdens een gezapige nachtdienst, hangend met vier man achter de plottafel, schetterde het plotseling geschokt over de portofoon: "Warmoesstraat, je wil het niet geloven maar er loopt een kameel op de Dam."
Om de kalmte te bewaren en geen paniek te veroorzaken deelde de dienstdoende plottenist rustig mede: "Geen paniek jongens, er lopen wel meer kamelen in Amsterdam." Het werd stil aan de andere kant van de lijn en het laatste wat we hoorden was simpelweg: "Nou, dan niet hè."
En het gezapige rustige nachtje zette zich voort tot… vijf minuten later een reusachtige kameel het bureau binnen kwam lopen!!!!!! Gelogen? Nee hoor, kijk zelf maar.