De Amsterdamse Krant

6 februari 2016

De Amsterdamse Krant 6 februari 2016


Zwaar geschut in Vondelstraat om krakers te verdrijven

De Vondelstraat is een oorlogsgebied. Foto: André Verheul sr.

Maandag 3 maart 1980, 7 uur in de ochtend: in en rond de Vondelstraat komen de krakersrellen die op vrijdag 29 februari zijn begonnen tot een heftig einde, waarbij zelfs tanks worden ingezet. Een terugblik.

De jaren zeventig zijn de jaren van de grote woningnood. In Amsterdam zijn er aan het einde van 'the seventies' meer dan 54.000 officieel geregistreerde woningzoekenden. Daar staat tegenover dat speculeren met panden aan de orde van de dag is. Veel panden staan jarenlang leeg met als doel ze met dikke winst te verkopen. Dat is zeer tegen de zin van een groeiende groep krakers. Kraken bestaat als fenomeen sinds 1964 (zie kader op de voorpagina), maar pas sinds halverwege de jaren zeventig is sprake van een georganiseerde kraakbeweging. Die kan zich trouwens eenvoudig ontwikkelen omdat kraken van een pand dat langer dan een jaar leegstaat niet strafbaar is.

Eerste escalatie
Aan het einde van 1979 vindt de eerste echte escalatie plaats wanneer zes kantoorpanden aan de Keizersgracht, die samen De Groote Keijser heten, worden gekraakt. Dit leidt onder meer tot een raadsvergadering die met rookbommen wordt verstoord. Hierna vallen harde woorden. Burgemeester Polak zegt onder andere dat "juist dit soort dingen in de twintiger en dertiger jaren heeft geleid tot dictatuur". De krakers kaatsen terug: "Jullie rechtsorde is de onze niet." Uiteindelijk wordt besloten dat De Groote Keijser voorlopig niet wordt ontruimd, maar de toon is gezet.

Tanks in de Vondelstraat. Foto: André Verheul sr.

Vondelstraat 72
Op 23 februari 1980 wordt het pand Vondelstraat 72 - op de hoek met de Constantijn Huygensstraat – gekraakt. Aanvankelijk loopt dit met een sisser af want de woning wordt vrijwel onmiddellijk met redelijk zachte hand ontruimd, omdat wordt verondersteld dat het pand korter dan een jaar leegstaat. Als blijkt dat dit toch langer dan een jaar is, bezetten de krakers het pand op vrijdag 29 februari opnieuw. De eigenaar eist dat de panden worden ontruimd, waarna drie pelotons ME worden ingezet. De ME'ers worden echter tot grote verbazing met grof geweld verjaagd, met als triest gevolg dat 53 agenten gewond raken, van wie ongeveer de helft naar het ziekenhuis moet. Na de voorkomen ontruiming bouwen de krakers barricades in en rond de Vondelstraat, waarbij ze echt alles gebruiken wat los en vast zit. In de documentaire 'De stad was van ons' uit 1996 zegt oud-kraker Theo van der Giessen: "Men was laaiend over die ontruiming. De mensen gingen de confrontatie voorbereiden. Stokken, helmen, al het materiaal dat nodig was om je flink te weren werd erbij gehaald." De omgeving wordt snel een no-go-area waar de wetten van de krakers gelden. De krakers en sympathisanten bedenken ook een naam voor de omgeving: Vondelvrijstraat.

Actie geboden
Voor de zogeheten driehoek burgemeester, hoofdcommissaris en hoofdofficier, die op 29 februari in de ambtswoning van burgemeester Polak bijeen is gekomen, is duidelijk dat actie geboden is. Hoofdcommissaris Sanders meldt echter tijdens het overleg dat de politie te weinig mankracht heeft en wil koste wat kost een tweede nederlaag voorkomen. Hij adviseert een aanval in te zetten met grote overmacht om de krakers te overdonderen en doet daarom de suggestie om tanks en scherpschutters in te zetten. Deze suggestie neemt Polak over. Dezelfde nacht wordt ook nog overlegd met de krakers, maar dat leidt tot niets.

Crailo
De zaterdag erna wordt militaire basis Crailo in Hilversum ingericht als uitvalsbasis voor een aanval, waarbij onder andere vijf Leopardtanks paraat worden gezet. Zondagmiddag vindt wederom topoverleg plaats, waarbij ME-commandant Van Schaardenburg onder andere vraagt om 'eigen beslissingsbevoegdheid' voor de scherpschutters. Die bevoegdheid krijgen ze. Besloten wordt dat maandagochtend om 6.00 uur tot ontruiming wordt overgegaan. Om 4.00 uur die nacht zetten de tanks in Crailo zich in beweging richting Vondelstraat. Rond 7.00 uur rijdt de eerste tank door de brandende barricades. De krakers vertonen opvallend weinig verzet, niet in de laatste plaats omdat ze tot diep in de nacht hebben overlegd met de gemeente en in de veronderstelling leven dat een aanval er voorlopig niet zal komen. Er vallen geen zwaargewonden en doden, waarmee de ergste vrees niet uitkomt.

Nieuwe raadplaat

Veel mensen denken dat Amsterdam alleen maar druk en een soort Sodom en Gomorra is. Echte Amsterdammers weten dat dit niet zo is en dat er heel veel straatjes en gebieden zijn die landelijk zijn. Zoals deze foto, die we van Ton Rikkelman kregen. Oké, het ziet er niet meer zo uit zoals op deze foto, maar deze straat is nog bepaald niet echt stads geworden. En we weten bijna zeker dat Gielijn Escher een mooi verhaal heeft bij het bord van Orion Motorolie.
Waar het is? Dat vragen we aan u.

Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Boksschool

Er is niet direct een aanleiding voor, maar deze keer vragen we om mooie verhalen over en herinneringen aan boksschool Albert Cuyp in de gelijknamige straat, de 'Wieg der Kampioenen.' De aanleiding is het gegeven dat we onlangs van Siegfried Regeling een pracht artikel kregen over deze beroemde boksschool en daardoor borrelde bij ons de vraag op: wat is er gebeurd met al die kampioenen? En wat heeft deze boksschool voor invloed gehad op Amsterdammers? Zijn ze er beter van geworden of juist niet? Wij zijn nieuwsgierig naar die verhalen op basis waarvan wij een hommage willen brengen.
Uw inzendingen kunt u sturen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Drie bijzondere tentoonstellingen

Bij Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat 32 (gebouw de Bazel) zijn tot en met 17 april drie interessante tentoonstellingen.
De eerste is Amsterdam Park. Jeroen Hofman fotografeerde de afgelopen jaren in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Stadsarchief álle parken in de stad. Hij werkte vanuit een hoogwerker. Door de grote afstand lijken het serene landschappen, maar hoe beter u kijkt, hoe meer u ziet.
Dde tentoonstelling is tot en met 17 april gratis te zien in de hal van het stadsarchief in gebouw de Bazel aan de Vijzelstraat.

Vincent van Gogh
Hier is eveneens tot 17 april de tentoonstelling 'Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam' te zien. Voordat Vincent van Gogh de kunstenaar werd die wij nu kennen, verbleef hij ruim een jaar in Amsterdam. Hij schreef in deze periode vele openhartige brieven aan zijn broer Theo. Deze brieven – met prachtige beschrijvingen van de stad en associaties met schilderijen en prenten – vormen het uitgangspunt van 'Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam'. Veel kunstenaars en werken die hij noemt zijn op de tentoonstelling te zien: Rembrandt, Jacob Maris, Gustave Doré, Millet, Jozef Israëls. Ook hangen er werken van onder anderen Cornelis Springer, Jan Sluijters en Piet Mondriaan.

Appel in New York
En tot dezelfde datum is er de tentoonstelling 'Appel in New York'. 'Appel in New York' is een fototentoonstelling van fotograaf Sem Presser over het leven van de kunstenaar Karel Appel. Appel werkte medio jaren zestig tot begin jaren zeventig in New York. Hij maakte gebruikt van de ateliers van figurist Walasse Ting en van popartkunstenaar Richard Lindner (69th Street). Sem Presser bracht Appel begin 1967 een bezoek en legde alle hoeken van zijn atelier vast.

Brettenloop

Elk jaar is er een leuk kleinschalig hardloopevent dat start en finisht in het Westerpark: de Brettenloop. Dit jaar is deze loop op zondag 20 maart. De charme van deze loop zit 'm in de hele sfeer eromheen. Loop je de 5, 10 of 21 km dan loop je onder andere over het Brettenpad. Dit pad voert langs de vele cultuurhistorische elementen van het Landschapspark de Bretten; het oude vissersdorp Sloterdijk, de Westergasfabriek, volkstuinparken, restanten van de oude spoorlijn en de natuurgebieden de Lange Bretten en de Kluut. Je kunt je kinderen ook opgeven voor de KidsRun van 1 km. Hou deze zondag vrij in je agenda en kom als supporter of natuurlijk als loper naar het Westerpark. Opgeven kan op brettenloop.nl.

Matthäus Passion in Concertgebouw

Een select aantal solisten en een bijzonder jeugdkoor zorgen samen met het Amsterdamse GrootNoordkoor op 23 maart voor een bijzondere ervaring in het Concertgebouw met een opvoering van de Matthäus Passion. En dat tegen een prijs die niet te evenaren is, wetende dat ook de consumptie voorafgaand aan het concert en in de pauze zijn inbegrepen.
Aan dit concert werken mee: COV GROOTNOORD, Jongerenkoor The Leiden Choristers en solisten van het NASKA orkest. Karten kosten 30 euro. Meer informatie is te vinden op de website van Het Concertgebouw, waar ook kaarten kunnen worden besteld.

Amsterdam in gesprek

Elke eerste en derde zondag van de maand is er vanaf 15.00 uur Amsterdam in gesprek in het Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat 32 (gebouw de Bazel). Voor april zijn er de volgende gespreksonderwerpen:

Zondag 3 april: Ongekend Bijzonder, bijdragen van vluchtelingen aan de stad
Met Saskia Moerbeek (directeur Stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie), Elias van der Plicht (historicus) en Susan Karem (lid stuurgroep Ongekend Bijzonder Amsterdam, gevlucht uit Irak en sinds 15 jaar woonachtig in Amsterdam).

Zondag 17 april: IJbeeld, 20 jaar documenteren van veranderingen langs de IJ-oevers op foto en film. Met Henk Raaff (filmer).

Socratisch Café Amsterdam

Iedere laatste vrijdag van de maand komt in het Socratisch Café Amsterdam een bonte verzameling van mensen bijeen om zinvolle gesprekken te voeren. Het is een openbare ontmoetingsplaats voor mensen die op socratische wijze met elkaar in gesprek willen treden.
Aan de hand van een thema wordt met een groepje mensen gezocht naar dieper liggende overtuigingen: naar de principes die we aanhouden en wat we eigenlijk onder deugdelijk handelen verstaan. Telkens wordt gesproken vanuit de persoonlijke ervaringen met het thema. En meestal staat één persoonlijke ervaring centraal. Iedereen is welkom. Er is geen speciale vooropleiding vereist en leeftijd doet niet ter zake.
De locatie is Huize Lydia, Roelof Hartplein 2, Amsterdam. Deelname kost 10 euro per keer. Het tijdstip is van 15.30 - 18.30 (vanaf 15.00 uur inloop met koffie en thee).

'Come Closer' in de avondschemering

De Oude Kerk, tijdelijk door Germaine Kruip van een haast mystieke lichtval voorzien, verenigt kunstenaars, wetenschappers, musici en bezoekers in een uniek winterprogramma. 'Come Closer', luidt de boodschap. Rond zonsondergang, op vier verschillende avonden - 6 februari, 20 februari, 12 maart en 26 maart – fungeert de kerk als podium voor gedeelde verhalen, beelden en klanken. Performances, lezingen en muziekuitvoeringen voltrekken zich terwijl het binnen en buiten langzaam donker wordt. Na afloop is er een drankje in de Koffieschenkerij. Meer informatie staat op oudekerk.nl.

Nozemparadepaardjes bij Rob Bron (3)

De zaak van Rob Bron aan de Vechtstraat.

In de vorige editie schreef Peter Koghee het tweede deel van een artikel over zijn ontmoetingen en ervaringen met Rob Bron, die bekend werd als 'Ruige Robbie.' Vandaag deel 3, waarin we zijn beland in 1971.

1971
Hoewel de motorsportpalmares van Rob Bron te lang en te indrukwekkend is, is 1971 voor Rob en de vaderlandse motorsport er eentje om in te lijsten. Rob wordt namelijk in dit jaar derde van de wereld in de 500 cc-klasse. Een prestatie die tot op de dag van vandaag nooit eerder in ons land in de motorsport is behaald.

1975
Na wat omzwervingen, mede door renovatie in de Spaarndammerbuurt en de sloop van mijn kapsalon, komen mijn echtgenote en dochter te wonen in de Van Woustraat op het adres van mijn, tijdens een solozeiltocht rond de aarde verdronken, lagereschoolmaatje Hans Oerlemans. Kortom, ik ben de nieuwe buurman van Plan Zuid.

Eigen werkplaats
Na een tijdje kom ik Rob in de straat tegen die me vertelt dat hij nog steeds racet en dat hij nu een eigen werkplaats in de Vechtstraat heeft. Hij is, zo vertelt Rob mij, gespecialiseerd in de verkoop en tuning van retroracemotoren. Ik maak een afspraak met hem en bekijk een paar dagen later de prachtige machines die hij op voorraad heeft staan en we babbelen bij.
Wat me verder opvalt is de kanariegele, met sponsors gedecoreerde camper (Ouke Baas, Selling e.a.) die voor de deur staat. "Ga je daar nou mee op vakantie?", vraag ik met een lach. "Ja!", antwoordt Rob. "Ieder weekend gaan we ermee op uit. Lekker langs het asfalt als echte bermtoeristen. Weet je, ik kan gewoon niet zonder het gehuil en de lucht van een uitlaat." Ik kijk hem aan en zeg: "Maar dan wel met Wonderolie natuurlijk!"

1978
Rob vestigt op de Daytona Ring USA een snelheids- en baanrecord van 342 km/u. Een record dat nog steeds staat.

1979
Via via hoor ik dat Robs steun en toeverlaat zijn vader Jan is overleden.

2000
'Eerste van de Rest': op televisie kijk ik naar een VPRO-documentaire over Rob Bron.

5 oktober 2009
Ik lees in de krant dat Rob Bron, motorcoureur, oud 64 jaar, is overleden. Rust in vrede Rob, of beter: Fly like the Angels!

PS.
Voor hen die meer over de carrière van Rob Bron willen weten: via internet is er meer dan voldoende info voorhanden. Mochten er nog (jeugd)foto's van Rob zijn van o.a. zijn motorstep, de Vrijheidslaan, zijn bedrijf in de Vechtstraat voor publicatie, zou ik graag een kopie ontvangen.

Het Joodje

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terug komen. Vandaar dat we de rubriek voortzetten.

door Hans Peijs
Alex Koppel was een Joodse ondernemer die in de jaren 60 en 70 een kledingzaak dreef in de Reinwardtstraat. Bij ons thuis heette deze zaak 'het Joodje'. Hier kon je spijkerjackies kopen en natuurlijk was het de kunst om te pingelen, dat maakte het spannend. Ik heb er heel wat spijkerjacks gekocht. Blauwe en witte. Vooral witte, want die waren in.
Mijn broer Ed, die destijds heel lang haar had, introduceerde mij bij 'het Joodje.' Aan Ed heb ik nog veel meer te danken, gevat in een hoofd vol herinneringen. Waarom ik dit nu opschrijf? Ed overleed dinsdag 26 januari op 65-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartinfarct. Dit is slechts een klein eerbetoon aan mijn grote broer.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek en voetbalpoppetjes.

Machtig Mooi Mokum: Slapen doen we 's nachts

Toen ik in 1967 net 18 was geworden kreeg ik mijn eerste rijles in een Opel Kadet, een lekkere pittige auto. In de Volvo (met zo'n bolle kattenrug) van vriend Erik Rijks had ik al eens een stukkie gereden. Ton Coster, Erik en ik op de voorbank, mijn drumstel, een gitaar en basversterker in de kattenrug achterin. Een goed rijvoorbeeld had ik niet, want Erik nam het Leidschebosje weleens rechtuit, dwars door de beplanting. Bij de derde les trok ik op de Overtoom zo snel op dat ik met de motorkap onder een plotseling remmende vrachtwagen schoot. De rijinstructeur had geen tijd om in te grijpen. Of ik soms taxichauffeur wilde worden. Toen ik af wilde rijden had hij daar dan ook een zwaar hoofd in: ik trok met slippende koppeling op, nam de bochten vrijwel haaks en claxonneerde om vrij baan te krijgen. De theorie was geen probleem, maar voor het afrijden kon hij toch moeilijk de halve stad afzetten.
Met de examinator liep ik bij het CBR op de Ruys de Beerenbrouckstraat naar de auto. We checkten de verlichting, stapten in en na één keer starten reden we weg. Gaan met die banaan. 'Hier naar rechts', zei hij, maar ik was er al voorbij. 'Te laaaaat', zei ik vrolijk, 'iets eerder zeggen graag!' De toon was gezet. Toen ik na vijftien minuten op de middenberm van de Hemweg een stopbord negeerde omdat er toch niets aankwam, trapte hij op de rem. Ik kon meteen terug naar het CBR. Op de Burgemeester De Vlugtlaan ontwaarde ik naast mij een knikkebollende examinator. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat het kon en ik maakte een noodstop. De man werd gelanceerd en vloog met z'n kanis tegen de voorruit alsof 'ie hem eruit wilde koppen. 'Wat flik jij nou?!' 'Er rende een hond over', zei ik onschuldig. Nergens een hond te bekennen natuurlijk. Met een flinke buil op z'n pan bleef hij tot het eind wakker. Mijn instructeur snapte niet dat ik niet verder wilde lessen. Maar ik voelde wel aan dat ik nog te jong en totaal ongeschikt was om al achter het stuur te kruipen. Eerst maar echt volwassen worden.
Wordt vervolgd…

Heeft Piet Delsen Hanneke Serno gered?

De raadplaat van Piet Delsen.

In de Amsterdamse Krant publiceren we altijd de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's van Simon Blokland of van lezers ooit zijn gemaakt. Voor heel wat trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf en soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen binnen. Zo ook met de foto van Piet Delsen – een trouw lezer én inzender – die veel warme reacties heeft opgeroepen. Het is het Erasmuspark toen het nog een park in aanleg was. En gezien de reacties kan het bijna niet anders dat sommige lezers andere lezers zullen herkennen, want ze moeten wel met elkaar in het park hebben gespeeld. We zijn benieuwd.

Om hulp geroepen
Allereerst beginnen we met Piet zelf. Hij heeft een minder leuke herinnering aan het bruggetje. "Ik was daar met drie buurtkinderen toen er om hulp werd geroepen. Het kleine zusje van onze buurjongen van de overkant lag beneden aan het talud met het hoofd al onder water. De buurjongen en het buurmeisje waren er al bij, maar waren niet in staat haar omhoog te krijgen. Met mij erbij lukte het wel. Totaal ontredderd liepen we naar het portiek van de buurjongen die op dezelfde trap als het meisje woonde. Nadat we hadden aangebeld, riep mijn buurjongen naar boven: "Pietje heeft mijn zussie in het water gegooid." Dat had hij verzonnen omdat hij bang was straf te krijgen omdat hij niet goed had opgepast en ik vermoed dat het buurmeisje uit solidariteit met haar buurjongen dit heeft beaamd. Ik rende naar de overkant waar ik woonde, maar kreeg voor ik helemaal binnen was een draai om mijn oren van een grote zus. Dat was mijn beloning voor het redden van een leven van een kind dat anders absoluut was verdronken."

'Ik ben niet gered door Piet'
Anneke Huijser had er geen enkel probleem mee. "Alweer een makkelijk oplosbare raadplaat voor mij! Dit is een deel van het Erasmuspark, met de Jan van Galenstraat en de Mercatorstraat rond 1959, toen ik zelf ook in die buurt woonde. En nee, ik ben niet het meisje dat Piet uit het water heeft gevist!"

Het Erasmuspark nu. s
De Desideriusbrug in de sneeuw.

Hanneke Serno
Helaas heeft Piet geen namen genoemd, maar het zou zomaar kunnen dat het meisje Hanneke (toen nog) Serno was. Zij schrijft namelijk: "De raadplaat van deze week is dacht ik de brug van het Erasmuspark in de Jan van Galenstraat. Het verhaal erbij doet me denken aan mijn eigen ervaring van de Erasmusgracht. Daar ben ik in gevallen toen ik vier jaar was, dus ging ik even twijfelen."
Vraag aan Piet en Hanneke: kennen jullie elkaar. En een vraag specifiek aan Hanneke: herken je je in het verhaal van Piet?

Zonneolie
De 'Mollen en Koningen' hadden er een hele kluif aan, maar komen wel met de goede oplossing. "De Raadplaat was niet gemakkelijk deze keer. Maar toen we de naam Piet Delsen op Google invoerden, zagen we een aantal van zijn bijdragen voor de Amsterdamse Krant. Hij schreef daar over de zonneolie die hij kocht bij de drogist op de hoek Jan van Galenstraat met de Vespuccistraat. Op Beeldbank bleek de oplossing inderdaad de kruising Jan van Galenstraat/Vespuccistraat te zijn!! Op de voorgrond zien we de Desideriusbrug (brug 296) naar het Erasmuspark."

Lommerrijk park
Gielijn Escher is natuurlijk ook 'on the block'. "We zien het terrein van wat later het Erasmuspark zal worden. Ik heb het nooit gekend zoals op deze foto. Ik kwam hier voor het eerst eind jaren 70, begin jaren 80 en toen was het Erasmuspark al een volgroeid, lommerrijk park. Recht vooruit zien we de Mercatorstraat en links een gedeelte van de Jan van Galenstraat. Beide gevelwanden zijn nog geheel intact."

100 procent zeker
Leonard van Antwerpen komt met een lang en mooi verhaal. "Ik woon dan al wat jaren in Amstelveen maar ben een geboren en getogen Amsterdammer. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: dit is het Erasmuspark (nog in aanleg), vernoemd naar de humanistische schrijver, Desiderius Erasmus. 1467-1536. Je kijkt naar de Jan van Galenstraat en Mercatorstraat, met in de rug de Erasmusgracht. Ik ben hier 100 procent zeker van."
"Ik ben geboren in de Jordaan en ben daarvandaan met ons gezin verhuisd naar de Kinkerstraat, daarna van de Kinkerstraat naar de Borgerstraat en vervolgens op mijn 13de van de Borgerstraat naar de Marieken van Nimwegenstraat die grenst aan de Erasmusgracht en waarvandaan je een mooi uitzicht hebt op het Erasmuspark. Vandaar dat ik het zeker weet, ik hoef geen Beeldbank en dergelijke te bekijken."
"De meeste fotovragen heb ik ook wel goed. Zonder hulpmiddelen, gewoon op eigen inzicht, dat houdt de spanning erin. Dat zou anders net zoiets worden als een kruiswoordpuzzel waarvan de goede antwoorden achter in het boekje staan. Dan is voor mij de gein er al af."

Karpers
"Als jong jochie zocht je op jouw manier vaak wat afleiding, want wat had je nou in de beginjaren 60? Niets toch. Geen Kappa-schoenen of Levis spijkerbroeken, zo veel werd er door Pa niet verdiend. Dus je liep met je vriendjes wat aan te klooien. Totdat ik dus in het Erasmuspark terechtkwam en tot mijn verbazing zag ik daar gigavissen zwemmen (wat achteraf karpers bleken te zijn). Je voelt 'm al aankomen natuurlijk. Wij hadden geen hengel, maar moesten er toch iets op vinden om die knoerten te vangen. Dus op een zondag naar opa toe om te vragen of ik wat vislijn en wat haken mocht hebben en ik zo trots als een pauw de spullen aan mijn vriendje laten zien. Een oude houten kleerhanger aan mijn moeder gevraagd, vislijn met haak aan de hanger vastgemaakt. Maar ja, nu nog brood zien te krijgen. Nou, daar wist een ander vriendje wel raad op: zijn zus werkte bij de echte warme bakker bij ons in de straat. En verdomd: hij kwam terug met allemaal stukken afsnijsel van de broden (halve kapjes) en hoppa, wij naar het park, een korst brood aan de haak (drijvend, want dat had ik mijn opa weleens zien doen als ik mee mocht vissen in Aalsmeer). Het duurde geen kwartier tot de karper eraan hing. Maar ja, geen schepnet natuurlijk. Met een oud stuk laken met oude fietsspaken eromheen en een stok met ijzerdraad vingen wij onze eerste karper."

Mee naar huis
"Volgende vraag: wat nu gedaan met die vis? We hebben 'm mee naar huis genomen in dat laken. Nou, mijn moeder was er niet blij mee natuurlijk, maar we hadden snel een oplossing. Wij hadden een buurman van Joodse komaf en die wist er wel raad mee: viskoekjes van maken, dat was de oplossing. Ikzelf moest ze niet hebben, veel te veel graat, bah. Maar ik kreeg een paar hele guldens van hem, wat destijds voor een snotjochie als ik veel geld was. Dat geld werd natuurlijk gelijk omgezet in snoep en samen met mijn vriendjes hebben we dat soldaat gemaakt."
Jaap Bijl heeft het ook bij het rechte eind. "Op de raadplaat van vandaag is de Jan van Galenstraat afgebeeld. Met het stenen bruggetje naar het Erasmuspark. Ik heb daar als kind, ook tijdens de oorlog, veel gespeeld. Voorbij het bruggetje stond een houten schoolgebouwtje dat aan het eind van de oorlog door bewoners bijna geheel werd gesloopt. Men gebruikte het hout voor de verwarming. Er waren immers (bijna) geen kolen meer. De BS moest eraan te pas komen om een volledige sloop te verhinderen."

Schaatsen
Luc Sax woonde hier ook in de buurt. "Het antwoord op de raadplaat is Jan van Galenstraat ter hoogte Admiralengracht met uitzicht op het Erasmuspark. Ik herken dit omdat ik als kind hier op de Hoofdweg woonde en heel wat baantjes heb geschaatst in de sloten van het Erasmuspark. Ik woonde op de Hoofdweg ter hoogte van de Hondiusstraat en via deze straat gingen wij dan naar het park. Onder het stenen bruggetje, dat zichtbaar is op deze plaat, kon je bijna nooit schaatsen want het was bijna nooit dichtgevroren, waardoor je moest klunen door het park."

Inkoppertje
Lodewijk Beems – ook al zo'n trouwe inzender – noemt het een inkoppertje. "Dit is namelijk een gedeelte van de brug over de Admiralengracht bij de Jan van Galenstraat. Op de voorgrond een gedeelte van deze brug. In het midden zie je de brug met toegang naar het huidige Erasmuspark. Deze foto is gemaakt in de tijd dat het Erasmuspark nog werd aangelegd, want het land rechts op de foto was hiervoor weiland met kleine slootjes en een boerderij."
"Wij hebben hier met een schepnetje gevist op stekelbaarsjes, salamanders, kikkervisjes en andere waterdieren zoals grote torren. De kikkervisjes gingen mee naar huis en werden op de veranda bewaard in een glazen pot tot het moment dat zich pootjes ontwikkelden. Dan moesten ze van mijn moeder verdwijnen, terug naar de slootjes. Ja, vroeger waren moeders bang voor kikkers."

Boerderij
"In de Jan van Galenstraat heb ik in de zomer vele malen gelopen naar het Jan van Galenbad. De boerderij die hier in het huidige Erasmuspark stond, was van Van de Broek (familie van Dirk van de Broek) en lag op het vroegere polderpeil, evenals de Admiralengracht en de tuinderijen bij Sloten. Naast de toenmalige Ambachtsschool lag een overtoom waar de schuiten met groente werden overgezet naar de Kostverlorenvaart."

Niet moeilijk
H. van Elteren, die destijds in de Chasséstraat woonde, heeft er ook geen enkel probleem mee: "Voor mij niet moeilijk. Dit is links de Jan van Galenstraat met tegenover de brug de Vespuccistraat en op de achtergrond de Mercatorstraat in Amsterdam. Nu heet het landje het Erasmuspark. De foto is van ongeveer 1955. Het was toen een onontgonnen landje met wandelpaadjes erdoorheen. Hier speelde ik vaak met mijn vriendjes en ontdekten we hoe het zat met de meisjes. Weg van toezicht door ouderen."

Wilna Dag houdt het kort deze keer: "De nieuwe raadplaat van deze week is de Jan van Galenstraat met rechts op de foto het Erasmuspark" en A. de Eeerdt schrijft: "Volgens mij moet dit de Jan van Galenstraat zijn tegenover het Erasmuspark. De foto moet genomen zijn vanaf de brug over de Admiralengracht richting Hoofdweg. Ik heb in het park gespeeld als ik bij mijn tante was en op het bruggetje stond toen aan weerszijden een dier afgebeeld geplaatst op een sokkel. Alleen op deze foto is het park nog in aanleg, vandaar dat die twee dieren nog ontbreken."

Boerenslootjes
Harry Snijder weet het ook, evenals Ed Kamminga. "Volgens mij, en ik ben er heel zeker van, is het de Jan van Galenstraat met aan de rechterkant zoals wij het noemden, de boerenslootjes. Op dat eiland stond in de jaren 50 een boerderij en er hebben ook koeien op dat eiland gelopen. Ook die koeien zijn eens ontsnapt. Die liepen toen door de Jan van Galenstraat. De rugzijde van de foto is de Admiralengracht. Als kind heb ik hier ruim 20 jaar vlak in de buurt gewoond. De foto is genomen van een soort monument dat nog steeds bestaat."

Stenen bruggetje
"Het stenen bruggetje herkende ik direct", schrijft Hans Zimmerman. "Ik heb daar een aantal keren in verband met mijn werk gelopen. Het is het Erasmuspark in aanleg, gezien naar de Jan van Galenstraat en de Mercatorstraat. Heb helaas géén spannende verhalen hierover."
Rob de Boer laat weten: "Op de raadplaat zie je een deel van de Jan van Galenstraat in westelijke richting. De zijstraat links op de foto is de Vespuccistraat. De huizenrij waar je rechts tegenaan kijkt staat aan de Mercatorstraat. De brug in het midden van de foto leidt naar het Erasmuspark, destijds een nogal ruig groengebied. Gelet op het ontbreken van verkeer vermoed ik dat de foto vóór 1940 is genomen" en Johan Nieuwenhuijs: "Het uitzichtpunt waar de foto gemaakt is op de linkerkant van de brug over de Admiralengracht. Links de huizen van de Jan van Galenstraat en aan het eind rechts zijn de huizen van de Mercatorstraat."

Machinezetter
Henk Brijde woonde hier ook in de buurt en heeft het dus ook goed: "De raadplaat is op de achtergrond de Mercatorstraat (zoals wij het toen noemden het 2de gedeelte). Op de voorgrond de Jan van Galenstraat met het Jan van Galenpark. De hoek met de Vespuccistraat is nog net zichtbaar. De foto is genomen volgens mij vanaf de brug bij de Erasmusgracht." Waarna hij een toevoeging heeft die slaat op de rubriek 'Dit komt nooit meer terug': "bij de oude beroepen kan bij de letterzetter ook de machinezetter worden geplaatst. Dat was mijn vak bij het Handelsblad, toen nog in Amsterdam tegenover De Telegraaf op de Nieuwezijds Voorburgwal."

Warme gevoelens
De foto roept bij Dirk van der Meulen warme gevoelens op: "Bij het zien van de foto moest ik meteen denken aan mijn oude buurt de Jan van Galenstraat. Op de foto zie je het hekwerk van, in mijn beleving toentertijd, de lage muurtjes. Je had de hoge en de lage muurtjes: de hoge waren aan de kant van de Admiraal de Ruijterweg en de lage aan de Hoofdwegkant ertussen was de Admiralengracht. Wij, mijn vriendjes en ik, speelden altijd op deze muurtjes."
"De foto kijkt uit op de kruising Jan van Galenstraat/hoek Marco Polostraat. Daar was een uitbouw en daar was het Groene Kruis in gevestigd. De volgende zijstraat was de Mercatorstraat en vlak daarvoor zat Danko, een petroleumhandel. Ik heb zelf in de John Franklinstraat gewoond van 1951 tot 1962 en speelde ook veel in het park (op de foto aan de rechterkant). Het was toen een speelparadijs voor ons (lekker fikkie stoken!!)."

Waterstraal
Jelle van den Braak meldt: "De raadplaat van de afgelopen krant is de Jan van Galenstraat. De brug op de foto is tegenover de Vespuccistraat. Als klein jochie heb ik in de Vespuccistraat gewoond. We speelden toen regelmatig in het park, daarvoor moest je het bruggetje over. We konden alleen de Jan van Galenstraat oversteken, zo weinig verkeer was er toen. Bij de drogist tegenover de brug was een kraantje, zo'n groene paal waaruit altijd een straaltje water omhoog kwam. Als kinderen de waterstraal met zand (uit het park) hadden verstopt gingen we bij de drogist klagen."
Theo Engel laat weten: "De oplossing van de raadplaat is volgens mij: Jan van Galenstraat/hoek Joos Banckersweg. Boven aan de foto de Mercatorstraat en daarna weer de Hoofdweg. Verderop links op de foto is de Admiralengracht."

Niet goed
Er waren ook inzenders die het niet wisten. Bertus Stoeltjes denkt aan de Heemstedestraat, Jos Blik vermoedt het huidige Surinameplein, Wim Neuhaus houdt het op de Heemstedestraat/kruising Westlandgracht begin vijftiger jaren en Philip Schmidt zit op een ander park: "Volgens mij is het het boerenslootje dat loopt rond het Rembrandtpark. Links is de Jan van Galenstraat, verderop het bruggetje, de ingang tot het park. In de verte de Mercatorstraat."
J. Smits van Oyen heeft het over de Stadionkade, genomen vanaf de brug bij de Parnassusweg in de beginjaren 1930-1934 en C.J.E. van Leersum-Post houdt het op de "Warmondstraat (links) en de Theofiel de Bockstraat (rechts). Op het lege terrein is eind jaren 60 het Andreas Ziekenhuis gebouwd."

Nieuwe raadplaat

Deze foto van een wel heel mooi straatje in Amsterdam kregen we van Ton Rikkelman. Het is er een om de tanden op stuk te bijten.
Inzendingen kunnen weer naar info@amsterdamsekrant.nl.

Films draaien voor de CPN

De Brave Soldaat Schwejk.

door Bram Huijser

Overdag werkte ik in 1952 op de postafdeling van de Waarheid en drukte daar op een adresseermachine ook bioscoopkaartjes voor het Nova Theater. Op de Prinsengracht in Amsterdam, niet ver van ons huis op de Herengracht, was dat theater. De zaal en de man die de film (35 mm) afdraaide, huurde ik voor één voorstelling per week. Affiches voor de bioscoop en het agentschap van de Waarheid in de Jordaan maakte ik zelf, de kaarten werden ook in dit agentschap verkocht.
De films die ik ook zelf uitzocht, werden dan door de exploitant van het theater bij het betreffende filmverhuurkantoor besteld. Na afloop van de voorstelling ging ik bij de eigenaar van de bioscoop, Heemskerk en zijn vrouw (die daar ook boven woonden), de verschuldigde zaal- en filmhuur afrekenen.

CPN
De opbrengst ging naar het district Amsterdam van de CPN. Vanwege die betrokkenheid met film vond men het nodig mij administrateur te maken van de Waarheid Filmdienst, hetgeen ik in 1952 een jaar heb gedaan. Vertoond werden onder andere de Roemeense film Het dal weerklinkt – Vaste voet op Nieuw Guinea – De Vermiste Piloot - Het zwarte goud - De dorpsarts - de Deense film De rode aarde - de Poolse film Verboden liederen en de Roemeense film Het dal weerklinkt. Vrijwillige operateurs waren onder anderen Fred en Wil Donderwinkel, Gerrit Blind en Sander Geernaart. Zij gingen op stap met 16 mm-apparaten in een van de eerste DKW-auto's.

Bram Huijser draaide ook in onder andere Cinema Royal.

Filmdienst
De Filmdienst verzorgde ook voorstellingen in het City Theater op het Leidseplein, in de Cinema Royal op de Nieuwendijk, het Ceintuur Theater op de Ceintuurbaan en een aantal buurtbioscopen in de stad. In 1953 ging ik als vertegenwoordiger/administrateur werken bij Actueel Film gevestigd aan de Hemonylaan 21. Dit filmverhuurkantoor is opgericht door Alex Bonefang (Alex Benno), de maker van de films De Jantjes en verhuurder van Die Dreigroschenoper uit 1932.

Beroemde films
Bij Actueelfilm hadden wij beroemde films zoals de reedsgenoemde Duitse film Die Dreigroschenoper die ieder jaar in Theater De Uitkijk op de Prinsengracht werd vertoond, (ik bezit nog originele bladmuziek uit 1933 van deze film), de Alex Benno-film Op Hoop van Zegen, de Russische versie van Othello, de DEFA-films Carola Lamberti, Die Mörder sind unter uns en Der Untertan, Via Mala, Cirkelgang, Das Mädchen Christine, De Waarheid kent geen grenzen, Johannes Hus, Wozzeck, de Poolse film De vijf van de Barskastraat en de Russische films Circussterren, De Eenenveertigste en Circus Arena. Ook hadden wij een aantal poppenfilms van de beroemde Tsjechische producent Jiri Trinka, waaronder het beroemde verhaal van de Brave Soldaat Schwejk.

Krasnapolsky
Iedere week ging ik naar de filmbeurs in Krasnapolsky. Op het kantoor maakte ik brochures en filmaffiches (onder andere voor de Poolse film De Vijf van de Barskastraat). Ik heb vanaf januari 1953 tot oktober 1962 bij Actueel Film gewerkt en zal mijn verdere avonturen misschien later nog wel eens vertellen. Op internet via Google is op te zoeken bij TheoBakker Domein een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van de Amsterdamse bioscopen in het verleden en heden. Mijn medeauteur is Theo Bakker.

Angstige momenten bij Circus Sarrasani

Circus Sarrasani was niet altijd linke soep.

door Ad Bismeijer

Naar aanleiding van het artikel van brandweerman Hodde mag ik melden dat wij als gezin met twee toen jonge kinderen ons deze situatie nog goed kunnen herinneren.
Wij hadden niet al te dure kaarten kunnen bemachtigen voor 4 logeplaatsen voor een voorstelling op woensdagmiddag van Circus Sarrasani.
Wij zaten daar aan de rand van de piste met prachtig zicht en alles speelde zich vlak voor ons af. Tot aan de gememoreerde olifantenact. Het was inderdaad enigszins onrustig in de olifantenkudde.
Op het moment dat een der olifanten door een soortgenoot naar achteren geduwd werd en met zijn achterste tegen de grote hoofdmast aan stootte en daardoor de hele tent heen en weer ging, leek het erop dat de zaak in ging storten.
Ik heb onze twee kinderen uit hun stoelen getrokken en we zijn de tent uit gerend. Buiten bleken zij beiden toch wel geschaafde knietjes hierbij te hebben opgelopen.
Na een wat lange pauze werd de voorstelling hervat. Wij hebben onze logeplaatsen niet meer ingenomen, maar op een hogere rij vlak naast de nooduitgang plaatsgenomen. Wij weten het nog, ondanks dat het ruim 40 jaar geleden is.
Een enkele maal als het ter sprake komt moet ik nog aanhoren dat ik hen zonder te wachten uit hun stoelen gesleurd heb.

Het meest beruchte bureau van Nederland? Dat valt wel mee

Foto: Dolf Dijst

door Marten de Vries

Eens verscheen er een Surinaamse verslaafde voor de balie. Zijn maatje was zojuist aangehouden en hij vertelde het volgende: "Beambte, ik wil een plei dooien voor Harold, hij heeft het niet gedaan."
Zo wil ik met dit verhaal een plei dooien voor de Warmoesstraat.
Het bureau Warmoesstraat werd weleens het meest beruchte bureau van Nederland genoemd. Een echte overdrijver sprak weleens van 'het meest beruchte bureau van het Westelijk halfrond'.

Geen buitenproportioneel geweld
Er zouden aan het bureau dingen gebeuren die eigenlijk niet konden. Er zouden mensen worden geslagen of op andere wijze worden mishandeld, maar in de zeven jaar dat ik er dienst heb gedaan ben ik er nog nooit getuige van geweest dat er tegen een persoon buitenproportioneel geweld werd gebruikt.
Op één uitzondering na. Eenmaal heb ik gezien dat er een arrestant geslagen werd, maar dit werd niet door een diender gedaan.
De vaste tolk die verschillende talen sprak en regelmatig vertaalde bij het verhoor van buitenlandse verdachten zag ik eens een arrestant een dusdanige mep voor zijn hoofd geven dat de man onderuit ging. De brigadier-wachtcommandant gaf de tolk een uitbrander met de woorden: "Dit moet je nooit meer flikken, anders hoef je hier niet meer te komen."

Een mep wegens hoerenjong
Hij vertelde wel waarom hij die mep uitdeelde. Hij had zojuist als tolk gezeten bij het verhoor van deze verdachte en de man had de tolk regelmatig, in de Spaanse taal, voor alles wat goed en lelijk was uitgemaakt. De rechercheur die het verhoor afnam was zich hier niet van bewust omdat hij geen Spaans sprak en de tolk werd steeds pissiger.
Samen met de rechercheur begeleidde hij de verdachte na afloop van het verhoor weer naar de balie, zodat hij uitgeschreven en heengezonden kon worden. Echter, de verdachte bleef in een alleen voor de tolk verstaanbare taal schelden. Toen de brigadier-wachtcommandant aan de man zijn bezittingen teruggaf schold hij de tolk nogmaals uit voor hoerenjong. Dit werd de tolk te veel en hij deelde een klap uit.

Slechte naam
Het bureau Warmoesstraat had bij veel mensen een slechte naam. De titel 'Het meest beruchte bureau van Nederland' zegt dit al. Had men het wat positiever gezien dan had men eerder gesproken over 'Het meest beroemde bureau van Nederland'. Volgens de meeste Nederlandse woordenboeken betekent 'berucht' dan ook 'ten kwade bekend'.
Ik blijf erbij dat deze bekendheid eerder lag aan de buurt waarin het bureau stond dan aan het personeel dat aan dit bureau werkte. De meeste dagelijkse werkzaamheden werden verricht in één vierkante kilometer waar prostitutie en vrouwenhandel voorkwamen, waar de meest bekende straat van Nederland lag: de Zeedijk, waar het grootste gedeelte van de bezoekers bestond uit verslaafden die vaak openlijk verdovende middelen gebruikten en waar openlijk gedeald werd (tenzij er politie in de buurt was).

Variatie aan publiek
In de buurt bevond zich tevens een grote concentratie cafés, illegale gokhuizen, seksshops en seksbioscopen. Dit trok een variatie aan publiek, vooral ook mensen die het met de rechtsorde niet zo nauw namen. Met als gevolg dat de routinewerkzaamheden van een Warmoesstraatdiender toch verschilde van de werkzaamheden van een diender aan een gemiddeld Nederlands politiebureau.
Ik had bijvoorbeeld na een paar jaar meer verstand van de Opiumwet dan van de Wegenverkeerswet. De kennis van deze laatste wet was, na enige jaren gewerkt te hebben aan de Warmoesstraat, wat vervaagd.

Uitglijder
Van het spreekwoord 'Waar men mee omgaat wordt men mee besmet', diende men zich dan ook zeer bewust te zijn. Er zijn nu eenmaal mensen in deze wereld die bij tijd en wijle niet al te stevig in hun schoenen staan en als men de krantenberichten uit het verleden opslaat, was er ook weleens een enkele diender aan de Warmoesstraat die een uitglijder maakte. Dat dat nu juist aan de Warmoesstraat gebeurde bevestigde de mening van menig Nederlander. Als zoiets aan een willekeurig ander Nederlands politiebureau gebeurde werd het voor kennisgeving aangenomen en was het nog de vraag of het de krant haalde.

Norm Afwijkend Gedrag
Op een zomerse zondagavond zat ik thuis eens uitgezakt op de bank naar het nieuws van acht uur te kijken. Plotseling vertelde Harmen Siezen mij dat ik 'Norm Afwijkend Gedrag' vertoonde. Dit gedrag scheen namelijk nogal veel aan de Warmoesstraat voor te komen. Nu was ik me daar niet zo van bewust, maar ik vroeg me nogal boos af waarom híj mij dat nu juist moest vertellen in plaats van mijn baas.
Het bleek dat er al enige tijd een werkgroep bestond binnen de Amsterdamse politie, bestaande uit mensen van alle rangen en standen. Veel van deze werkgroepleden zaten vlak voor hun pensioen en men had opdracht gekregen een onderzoek in te stellen naar normafwijkend gedrag binnen het korps.

In de volgende editie deel 2 van dit verhaal, waarin het woord 'dalven' valt.

De merkwaardigste Amsterdamse trams zijn de sneeuwvegers (3)

GVB, werkmotorwagen Sv2 opgesteld voor de remise Havenstraat i.v.m. excursie van lezers van Railnieuws - 8 oktober 1966. Foto: Hans de Haan

Hans de Haan schreef op www.amsterdamsetrams.nl een artikel over de pekelwagens van het GVB. Vandaag deel 4, tevens het laatste deel, waarin we verder gaan met een rit die Hans maakte op de pekelwagen.

Toen we in Slotermeer waren aangekomen, hebben we een rondje om het circuit gemaakt met de borstels aan en het zwaard uit. Inmiddels was het gaan dooien, dus de sneeuw werd een soort plakkerig ijs. Al snel bleek dat we met de scheppen en de gieters pekel uit de wegdienstauto, die al eerder ter plaatse was, veel sneller de wissels gangbaar en de baan berijdbaar konden maken. Na een langdurige terugrit kwamen we tegen vijf uur weer terug in de remise. Daarna is er nooit meer een sneeuwveger ingezet, omdat duidelijk was dat dit niet meer de handigste manier was om de trambaan vrij te maken.

Overleg
Begin 1975 was er een overlegvergadering tussen de directie van het GVB en bestuursleden van de NVBS over de activiteiten ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het gemeentelijk trambedrijf. Daar werd een lijstje gemaakt van de voertuigen die tijdens de jubileumoptocht moesten worden gepresenteerd. Uiteraard werd ook de Sv1, als oudste rijdbare elektrische tram, genoemd. Omdat geen van de oude bestuurders van dit voertuig nog beschikbaar was, werd ik als vrijwilliger aangewezen om met het apparaat op te treden.

De Sv1 tijdens de optocht GVB-75, Vijzelstraat - 20 september 1975. Foto: onbekend
Sv1 en wegdienstauto op de Berlagebrug - 30 december 1962. Foto: onbekend
Op deze afbeelding is een van de sneeuwvegers in actie op de Rivierenlaan. Foto: Hans de Haan

Tramharmonie
Ik had een collega uit de Tramharmonie, die vroeger depotchef in de Havenstraat was geweest en in 1975 bij het proefbedrijf van de metro werkte, bereid gevonden om te assisteren en verder waren er wat gasten aan boord. Het was een mooie rit, maar wel vermoeiend. Omdat ik niet rechtop kan staan in de wagen hadden gedienstige collega's een krukje neergezet om tijdens de rit even te kunnen zitten. Om de handrem te bedienen moet je echter toch staan, anders kun je niet genoeg kracht zetten. Verder was de gangkruk zoek. Daarom was een gangwiel van een gelede wagen aangepast, maar daardoor werkte de blokkering aan het einde van het rij- en van het remgebied niet goed.

Handrem moest worden nagesteld
Tijdens deze rit kwam ik erachter wat de reden was van de soms weigerende remmen. De handrem moet vaak nagesteld worden, eigenlijk na elke lange rit, anders kun je de remblokken niet met voldoende kracht tegen de wielband drukken. Verder bleek dat het soms voorkwam dat de schakelkast op de hoogste (4e) remstand nog een klein stukje doordraaide richting de hoogste rijstand. Dan stopte de elektrische remming ineens en sloeg de automaat uit. Ook niet echt leuk. Dit probleem doet zich altijd voor als er geen originele rijkruk wordt gebruikt en dat moest vaak wel omdat die originele rijkruk meestal zoek was.

Zowel dit artikel als de rubriek van Tom Mulder kwam tot stand in samenwerking met Jos Wiersema, initiatiefnemer van het Geheugen van de Amsterdamse Tram (www.amsterdamsetrams.nl).

Vrolijke treurnissen

In 1961, het jaar, dat ik werd geïntroduceerd in de opmerkelijke wereld van tramhobbyisten, merkte ik dat ik me moest houden aan de omgangsvormen en gewoontes van deze fanatieke GVB-vrienden. Eerder was ik achter het bestaan gekomen van deze hobbyisten, omdat ik tijdens een Verzamelaarsbeurs (in de Beurs van Berlage) plotseling werd geconfronteerd met tramfoto's! Hallelujah!
Echte tramfoto's! Dat er mensen waren die trams fotografeerden. Ik kon het bijna niet geloven. Voor beide vervoersvormen had ik belangstelling. Die interesse werd ook nog eens gevoed door CONTACT, het maandelijkse personeelsblad van het GVB met in de kop een getekende afbeelding van een drie-asser, een bus en een pont. Contact kreeg ik van mijn trambestuurderoom.
Natuurlijk waren er altijd de trams in mijn leven, waar ik altijd veel aandacht voor had gehad. De herinneringen aan tramlijn 18 hadden op mijn tweede levensjaar plaatsgevonden. Dat kwam door mijn vader die me constant mee 'op reis' nam.
Als ik dit zo schrijf, kan ik het zelf bijna niet geloven. Toen op 20 januari 1955 tramlijn 12 het loodje legde, zou ik deze gebeurtenis ook nooit meer vergeten, omdat het overlijden van deze lijn zo'n grote indruk op mij maakte. Ik zie me op een van de laatste winterse dagen van lijn 12, even na twaalf uur 's middags, nog naar het eindpunt in de Oostzaanstraat rennen, waar ik nog net op de vertrekkende Siemens Shuckert kon springen dankzij de hulp van de bestuurder. Op weg naar mijn grootouders voor de lunch. Maar gelukkig kwam de iets minder spannende buslijn 12 met de spiksplinternieuwe 71'ers, die erg schoon en naar spiritus roken, ervoor in de plaats.
Het eindpunt van lijn 12 was vlak bij mijn kleuterschool en mijn lagere school. Automatisch werden vrije schooluren doorgebracht aan dit eindpunt. Er volgden nog meer van die indrukwekkende tramgebeurtenissen. Uiteraard was daar het ongeluk met de 453 op lijn 3 op 6 april 1956. Toen ik na het ziekenhuisbezoek door de GGD bij mijn grootouders in de 3e Hugo de Grootstraat werd afgeleverd en mijn verhaal vertelde, dachten zij dat ik een grapje maakte. Toen al. Leuk onderwerp ook voor een grapje!
Door de tramfoto's in de Beurs werd ik door de standhouder/hobbyist bij hem thuis uitgenodigd. En zo kwam van het een het ander. Want daar ontmoette ik diverse andere voor die tijd belangrijke hobbyisten. Van TRAMhobbyisten werd verondersteld niet ook GVB-autobussen interessant te vinden, want bussen waren de onsympathieke plaatsvervangers van trams en tramlijnen. Dat werd ook zo gezegd.

Het Rijpenhofje

23

De ingang van het Rijpenhofje met het jaartal 1747, gelegen aan de Rozengracht 116-126.

door Jos en Frits Mol, Adrie de Koning

Het Rijpenhofje is gelegen aan de Rozengracht 116-138 en werd gesticht in 1736.

Bijzondere kenmerken
In zijn testament uit 1733 bepaalde de koopman Gerard van de Rijp dat er met zijn geld een hofje gesticht moest worden. Hij had testamentair laten vastleggen dat het geld niet naar zijn weduwe Debora Gelt(!)houwer mocht gaan van wie hij gescheiden leefde. Hij maakte de zonen van zijn zuster Veronica, Job en Jan Centen, tot zijn enige erfgenamen, die in 1737 twee huisjes op de Rozengracht kochten. Als voorwaarde werd gesteld dat zij een hofje zouden stichten dat de naam Rijpenhofje zou dragen. Na de echtscheidingsprocedure moest een bedrag van 20.000 gulden gereserveerd worden voor de aankoop van huisjes voor de gelovige arme personen, zodat die gedurende hun hele leven gratis konden wonen. Verder nog zo'nzelfde bedrag om die huisjes te onderhouden. Interessant is dat Gerard van de Rijp aan het Suykerhofje een bedrag van 100 gulden per jaar legateerde om zijn protestantse dienstboden na hun overlijden te verzekeren van een plaats in dit hofje.
Boven de ingang van het hofje aan de Rozengracht staat te lezen 1747, maar het is gesticht in 1736, overeenkomstig het laatste testament van Gerard van de Rijp die in 1736 was gestorven. De rompslomp groeide de beheerders echter boven het hoofd en zij gaven het beheer in 1747 aan de Doopsgezinde Gemeente 'Lam en Toren. In 1764 stierf neef Jan van de Rijp en konden uit zijn nalatenschap meer huisjes aan de Weversgang worden betrokken. Een geheel nieuw tweede hofje zat er niet in, omdat Veronica het vruchtgebruik van de erfenis had tot aan haar dood.
In 1830 heeft de gemeente het hofje verder uitgebreid met al bestaande huizen aan de Rozengracht. Er hingen toen twee schilderijen van Govert Flinck, die later in bruikleen naar het Rijksmuseum verhuisden.
Begin vorige eeuw raakte het hofje in verval door de vele trillingen die het drukke verkeer veroorzaakte op de Rozengracht. Er werd besloten het te slopen en over te gaan tot nieuwbouw, die in 1913 geopend werd. Op het puin van het oude hofje werd een tuin aangelegd.

Buste van Gerard van de Rijp, stichter van het Rijpenhofje.

Boven de deur van de Regentenkamer staat het motto:
'De hovenier bestryt woeker int gewas en behoet haart en hof' en 'De ware gaard is niet op dezen aard'. Deze Regentenkamer is tegenwoordig een ontmoetingsruimte.
Sinds 1872 lag er achter het Rijpenhofje aan de Bloemstraat nog een doopsgezind hofje, Huize de Lely genaamd. Dit hofje is één geworden met het Rijpenhofje in 1965. In 1989 werd het geheel gerenoveerd door de Doopsgezinde Gemeente.

Doelstellingen
Het hofje is nog steeds in eigendom van de Vereniging Doopsgezinde Gemeente en wordt beheerd door de Commissie Maatschappelijke Zorg. Het was bestemd voor alleenstaande vrouwen van 50 jaar en ouder. Sinds 1968 mogen er ook mannen wonen en het is nog steeds in het bezit van de Doopsgezinde Gemeente. Op het Rijpenhofje wonen tegenwoordig 18 mensen, onder wie enkele studenten die gratis wonen in ruil voor beheersdiensten.

Toegankelijkheid
Het Rijpenhofje is helaas niet meer toegankelijk voor het publiek.

En dan nog dit....
Het vlakbij gelegen pand Rozengracht 184 bevat een gedenksteen van het sterfhuis van Rembrandt van Rijn. In het cartouche van de steen staat vermeld: 'HIER/STOND/REMBRAND'S/LAATSTE/WONING/4-10-1669'. Voor het cijfer 4 staat een klein kruisje.

Over de pot

Overal waar het in Amsterdamse huizen stonk, lekte, kraakte en ritselde, daar kwam Henk Plenter, inspecteur Hygiënisch Woningtoezicht van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). In drieënveertig jaar tijd ruimde hij meer dan zestienhonderd ernstig vervuilde woningen op en kwam daarbij meer tegen dan je voor mogelijk houdt. Over zijn ervaringen schreef hij, samen met journaliste Annemiek van Kessel, het boek 'Let niet op de rommel'. In De Oud-Amsterdammer publiceren we passages uit zijn boek.

In een hofje aan de Westerstraat is een lijk gevonden van een oudere dame. Van de gealarmeerde politie hoor ik dat het er vreselijk uitziet en dat de stank niet te harden is. Vertel mij eens wat nieuws, ik word niet voor niets opgeroepen! Als ik aan kom rijden, passeer ik de schouwarts die naar mij lacht en meewarig zijn grijze hoofd schudt. Dat voorspelt niet veel goeds. Voor het hofje staan rechercheurs in witte wegwerpoveralls en een mondkapje voor. Ik begrijp al gauw waarom. In de gang van de benedenwoning ligt lijkvocht en een laag gelig lichaamsvet. Gelukkig heb ik mijn laarzen aan, want als het vocht in je schoenen trekt, kun je ze weggooien!
"Natuurlijke dood", zegt een rechercheur. "Kijk maar achter de wc-deur." Ik doe wat hij zegt en kan een paar krachttermen niet onderdrukken. Een oude dame, hadden ze gezegd, maar dat ze zó groot en dik was, hadden ze er niet bij verteld. Ze is finaal over de wc-pot gezakt!
"De begrafenisondernemer is onderweg", zegt de politieman.
"Daar wil ik dan even mee overleggen," zeg ik streng, "want als die gaat trekken, ploft de boel uit elkaar en dan zijn de rapen gaar!" Als even later twee in het zwart geklede mannen arriveren, zeg ik direct: "Ik weet dat dit jullie werk is, maar als het fout gaat, heb ik een heleboel extra werk."
We worden het snel eens. Ik gooi een paar dekens over de vloer en vraag de mannen de lijkzak dwars in de gang te leggen. Samen proberen we de vrouw te verplaatsen, maar we komen geen centimeter vooruit. Dan krijg ik een ingeving.
"Doen jullie vast een laken om haar lichaam, ik ben zo terug", zeg ik.
Uit mijn busje haal ik een grote klauwhamer. De oude vrouw wordt ondertussen strak in een laken gewikkeld.
"Aan de kant", roep ik, en ik sla de pot met een paar ferme klappen stuk. Door het gewicht zakt de vrouw een stukje naar beneden. Samen beginnen we aan het laken te trekken. Mevrouw komt los en begint flink te lekken. Nu moeten we snel zijn. Ik geef nog een klap tegen de pot en net als een boot die te water wordt gelaten, glijdt mevrouw even later in de zak. Snel sproei ik wat verfrissende vloeistof over de achtergebleven restanten, het opruimen komt zo wel. Buiten happen we allemaal even naar frisse lucht. Samen komen we tot de conclusie dat een beetje samenwerking erg prettig kan zijn!