De Amsterdamse Krant

2 april 2016

De Amsterdamse Krant 2 april 2016


'Ik zie nog die enorme stapels in elkaar gesmolten emmers'

Foto: archief Brandweer Amsterdam Amstelland/Gerard Koppers

"In de zomer is het 55 jaar geleden dat in het magazijn van V&D aan de Vijzelgracht brand uitbrak. Dat was 1961. En omdat V&D inmiddels failliet is, is dat een mooie aanleiding om hier in de volgende editie meer mee te doen."

Gesmolten emmers
Deze tekst schreven wij in de vorige editie en er kwamen reacties op. Allereerst die van Henk Lammers: "Als klein ventje van 10 jaar was ik getuige van de brand van het magazijn van V&D aan de Vijzelgracht. Ik woonde in die tijd op de Weteringschans en ging achter de brandweerwagens van de kazerne naast het Zuiderbad aan. Het was een enorme sensatie, kan ik me nog goed herinneren. Ik zie nog steeds de enorme stapels in elkaar gesmolten emmers voor me."

Gerard Koppers, de man die echt alles weet over de historie van de Amsterdamse brandweer en ons al weer een paar jaar geleden verraste met een groot aantal artikelen over grote Amsterdamse branden, stuurt ons het volgende officiële zogeheten Naderbericht over de brand in september 1961:

Er is sprake van veel rookontwikkeling. Foto: Foto: archief Brandweer Amsterdam Amstelland/Gerard Koppers

Ons Naderbericht No. 89, september 1961:

Rubriek: Een greep uit onze aktiviteiten
September 1961

11e te 12.34 uur Grote uitslaande brand Vijzelgracht 21-23-25, magazijn en kantoorgebouw, gelijkstraats en eerste verdieping.
Oorz.: sluiting in de elek. geleiding.
Gewerkt: drie autospuiten en drie brandkranen met totaal veertien stralen en één autospuit van open water, ter voeding van het kanon van de P-wagen.
Bijz.: De Bwt. Broekman is bij de brand onwel geworden en ter observatie opgenomen in het Weesperpleinziekenhuis. De Bwt's Veldhuis en De Looper zijn door vallend glas verwond en in het Binnengasthuis behandeld. (Bwt's zijn brandwachten).
Uitgerukt: D.W. ladder; H ladder; R; G; K; P-, G-, S- en stafwagen; Jan.
(D = hoofdwacht Honthorststraat, W = hoofdwacht Nieuwe Achtergracht, R = post Rozengracht, G = post Frederiksstraat, K = post Kattenburgergracht, P-wagen = personeelswagen, G-wagen = gereedschapswagen, S-wagen = slangenwagen, stafwagen = verbindings/commandowagen en Jan = drijvende motorspuit 'Jan van der Heyde').
Bevelvoering: Commandant P.A. Riedel.

En tenslotte is er het Naderbericht met een uitgebreid verslag:

Ons Naderbericht No. 90, oktober 1961:
Rubriek: Uittreksel uit het maandelijks overzicht van de verrichtingen van het brandpiket, September 1961.
Op 11 september te plm. 12.30 uur brak er brand uit in het magazijn van Vroom & Dreesmann aan de Vijzelgracht. Dankzij de aanwezigheid van veel goed brandbaar materiaal was de hoofdstedelijke brandweer in staat aan het veelkoppige publiek te laten zien dat zij ook nog wel in staat was een grote brand te blussen.

Weinig personeelsleden
Op het tijdstip van het uitbreken van de brand bevonden zich slechts weinig personeelsleden in of in de onmiddellijk nabijheid van de plaats waar, zoals later zou blijken, de brand was ontstaan. De overige bevonden zich in de kantine, gelegen in een bovengedeelte van het gebouw. Allen konden zich bijtijds in veiligheid brengen.
In een gedeelte van het magazijn, nabij de paktafels, was een grote voorraad houtwol opgeslagen, welke voorraad niet werd gebruikt bij het verpakken van voorwerpen. Deze voorraad reikte bijna tot aan het plafond. Boven deze berg houtwol hing een lamp. Op bovengenoemd tijdstip hoorde een in de nabijheid verblijvend personeelslid een knal, zoals die wel ontstaat bij het springen van een lamp. Toen deze man keek in de richting van de knal, zag hij dat de lamp boven de houtwol uit was, dat de andere lampen die met dezelfde schakelaar worden bediend, eveneens niet meer brandden en dat er vlammen waren boven op de houtwol. Hij sprak als zijn mening uit dat de brand was ontstaan door het springen van de lamp. Andere personen bevestigden dat zij voor het eerst vlammen hadden gezien boven de houtwol. Van de houtwol sloeg de brand over op de aldaar aanwezige voorraad, o.a. veel plastics e.d.

Theorie was niet houdbaar
De theorie van de ontdekker van de brand bleek niet houdbaar. Een lamp die al enige uren brandt, springt niet zo maar uit elkaar, terwijl het eveneens ondenkbaar moet worden geacht dat, ingeval de lamp toch zou springen, deze onderdelen van de lamp nog best genoeg zouden zijn om houtwol tot ontbranding te brengen. Stoten tegen de lamp of plotselinge afkoeling konden eveneens als oorzaken van het eventueel springen van de lamp terzijde worden gesteld.

Primitieve wijze
Bij het ter plaatse ingestelde onderzoek bleek het volgende. Aanvankelijk was er geen lamp geweest boven de houtwol, deze was eerst later aangebracht. Om deze lamp te kunnen laten branden, moest er een schakelaar worden bijgemaakt; de stroom werd afgetakt van een ter plaatse aanwezige schakelaar en de nieuwe schakelaar werd onder de reeds aanwezige aan de muur bevestigd. Voor zover dit nog te zien was, kon worden geconstateerd dat dit wel op een enigszins primitieve wijze was gebeurd. Mogelijk heeft de idee van 'we gaan toch hopelijk binnenkort naar een nieuw gebouw, dus waarom nog veel kosten maken' hier een rol gespeeld. Hoewel de schakelaars geregeld werden gebruikt, waren ze bijna geheel bedekt met loshangend houtwol. Met vrij grote zekerheid kan worden aangenomen dat er sluiting was bij de schakelaars, waardoor een vonkenboog ontstond. Hierdoor kon de houtwol tot ontbranding komen. De vlammen gingen langs de houtwol omhoog tot op het hoogste punt, toevoer van zuurstof was er voldoende en de vlammen werden groter. Toen deze genoeg hitte gaven, sprong de lamp en ontstond er kortsluiting, waardoor ook de overige lampen uit gingen. Het gevolg van de brand mag als genoeg bekend worden beschouwd. De brand werd geblust met 14 stralen en een waterkanon.

Nieuwe raadplaat van Jaap Bijl

Van Jaap Bijl kregen we deze nieuwe raadplaat toegestuurd. Wij waren een beetje op het verkeerde been gezet, want laatst hadden we een soortgelijke plaat. Maar volgens Jaap Bijl is het toch echt een heel andere plek dan die van de Lomanstraat die Willem Neuhaus recent stuurde. Dus luidt het credo weer: raden maar!
Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Volkszangers

Ze zijn nu even weg, maar komen weer terug in een nieuw plantsoentje: de borstbeelden van Johnny Jordaan, Tante Leen, Manke Nelis, Bolle Jan en zijn vrouw Mien en Johnny Meijer. Het was op 7 februari exact 25 jaar geleden dat burgemeester Ed van Thijn het eerste borstbeeld, dat van Johnny Jordaan, aan de Elandsgracht onthulde. Een mooie aanleiding om u, lezers, te vragen wat voor herinneringen u heeft aan een van deze Amsterdamse volkszangers. En zomaar een vraag: waarom staat Willy Alberti er niet bij?
Uw reactie kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

GOUDEN HERINNERINGEN AAN JOHAN CRUIJFF

De Legendarische Nummer 14 wordt nooit vergeten

De foto die André Verheul jr. maakte van Johan Cruijff hangt tot op de dag van vandaag in zijn werkkamer. Foto: André Verheul jr.

In de Amsterdamse Krant en de voorloper ervan, de Oud-Amsterdammer, hebben wij regelmatig bijdragen geplaatst met herinneringen aan Johan Cruijf. Als eerbetoon aan de Legendarische Nummer 14 plaatsen we de mooiste verhalen.

Nog bedankt voor het wachten

Need we say more?

door André Verheul
Johan Cruijff is verreweg de grootste voetballer die Ajax voortbracht. Daarom wordt hij zijn hele leven lang benaderd door fans. André Verheul is zo'n fan die Cruijff op een onbewaakt moment fotografeerde. Hieronder schrijft hij zijn herinneringen op.
Johan, nog bedankt voor het wachten.
We waren al het hele seizoen naar Ajax geweest. Je kreeg vijf gulden zakgeld per week, Ajax speelde om de week thuis, een kaartje voor de staantribune kostte 7 gulden, een retourtje Diemen 2,80. Kon net.

We kochten ons kaartje altijd nog gewoon bij de kassa van De Meer op de dag van de wedstrijd. Je kon zo doorlopen, het was nooit uitverkocht. Maar omdat we vermoedden dat het dit keer wel wat drukker zou worden, waren we maar een uurtje eerder.

Het was best koud, op deze 6e december 1981. We kwamen aan bij het stadion, zoals altijd aan de Diemenzijde. Waar je anders zo kon doorlopen, was het nu stervensdruk. Oei, als we maar niet te laat waren. We sloten aan in de lange rij en hoorden al overal het woord 'uitverkocht'. We waren het hele jaar zo trouw naar Ajax komen kijken en nu... juist nu zouden we er niet in kunnen.

De man achter het loket kwam steeds dichterbij. Vanuit het stadion hoorden we al het applaus en geloei. De wedstrijd was al begonnen. Eindelijk bij het raampje vroegen we om twee kaartjes voor G en we kregen ze. Het moeten zo ongeveer de laatste zijn geweest.

We renden naar vak G. Over de rand van de staantribune rolde een duidelijke ooeoeoe! Nog net geen doelpunt gemist. Maar bij de opgang van het vak hield de suppoost ons tegen. We mochten er niet meer in. "Maar we hebben toch kaartjes?" De opgang naar het vak was volledig verstopt door de mensenmassa. "Ze lopen beneden niet door, sorry, maar je kan er echt niet meer in."

Ook de andere tribunes waren tjokvol. Wat moesten we nu. Twee jongens, 12 jaar oud. Met een kaartje, maar zonder wedstrijd. De staantribunes van De Meer hadden aan de onderkant een nooduitgang. Die kwam uit in de lege hoeken van het stadion, bij die huisjes. Een slimme suppoost had daar een deur opengezet zodat iedereen met kaartje, maar zonder tribuneplaats, alsnog de tribune kon oplopen. Via de onderkant. Daar waren inderdaad nog twee staanrijen vrij. Dus wij ook met de stroom mee.

En ja hoor, daar was het veld. Pal achter het hek van vak E (in de hoek) zagen we Het Veld. De wedstrijd was inmiddels al 22 minuten ver. Met onze jongensogen zochten we door het hek het veld af. Waar was hij...?

Kijk, daar. Met nummer 14, natuurlijk. Johan Cruijff was terug in De Meer. En wij waren erbij en zagen hem voor het eerst in het echt voetballen: Sören Lerby geeft de bal aan Cruijff. Die begint aan een slalom door de verdediging van Haarlem. Martin Haar is uitgeschakeld en keeper Edward Metgod wordt verschalkt met een fantastische lob. De Meer explodeert. Met ons erin. Later zou hij zeggen dat het een van zijn mooiste goals ooit was geweest. Vanwege het moment. Het moment van zijn rentree op 34-jarige leeftijd.

Ik stuurde de volgende dag meteen een brief aan Johan Cruijf (zijn adres in Vinkeveen stond toen nog gewoon in de Voetbal International). Om te bedanken dat hij wachtte met die weergaloze goal totdat wij ook binnen waren. De kaart met handtekening die hij terugstuurde, heb ik nog steeds.

(De foto maakte ik met een Agfa-klak. Het was in 1981, vermoedelijk tijdens een schoolvakantie, want ik was bij stadion De Meer op een doordeweekse dag om naar de training te kijken en handtekeningen te jagen. Ineens stapte Johan Cruijff naar buiten. Ik was dan wel 12 jaar, maar wist om welke grootheid het hier ging en rende met mijn cameraatje op hem af. Misschien had hij net onderhandeld over zijn rentree, later dat jaar?)

'Als je op een muurtje ging staan bij vak C, dan kon je de douches horen'

door René Miltenburg
In de eerste editie van De Oud-Amsterdammer schreef André Verheul over zijn herinneringen aan Johan Cruijff. Hij had zelfs een foto gemaakt, met een klikklak. Dat laatste heb ik niet gedaan, gek genoeg, maar ik heb wel handtekeningen gejaagd bij Ajax. Ik woonde toen in Diemen, in wat toen in de volksmond 'De 10 hoogflat' werd genoemd. Tien verdiepingen boven op het winkelcentrum. Ik herinner me nog dat bij de bouw van die flat een hijskraan van Saan was omgewaaid, maar dat terzijde.

Als we naar De Meer of, zoals wij het simpel noemden, het Ajaxstadion gingen liepen we altijd door de Bickerstraat. Dat was ruim 30 jaar geleden een leuke straat, met aan het einde, vlak bij de Hartveldseweg, slager Herman Zaal die later naar Amsterdam-Oost vertrok. Daarnaast zat een Vegé, van Hans Gelderman, die later in het winkelcentrum begon. Ertegenover had je houthandel Roest. Die reden met een handkar in de rondte. Dit was mijn jeugdgrond en Ajax hoorde daarbij. Na een wandeling van een klein half uur waren we bij De Meer. Voor de goede orde: tram lijn 9 reed toen nog niet zoals nu naar Diemen, maar stopte bij De Meer. Op het oefenveld voor de vakken B (die werd trouwens heel raar geschreven, het leek wel op een Griekse letter) en C werd altijd getraind en na afloop kon je handtekeningen scoren. Tenminste, als de heren bereid waren, want ze wilden liever meteen douchen. Als je op een muurtje ging staan bij de uitgang bij vak C, waar ook de kantoren waren, dan kon je de douches horen en je verbeeldde je dan dat je op een meter afstand van Johan Cruijff stond. Daarna kwamen ze naar buiten, want volgens mij was er nog geen spelershome, en dan maar handtekeningen vragen. Die van Johan Cruijjf wilde iedereen hebben, en die van Sjaak Swart en Piet Keizer natuurlijk.

Op de parkeerplaats voor het vak stonden alle auto's, dat was ook apart. Het waren wel dure auto's volgens mij, maar ik had daar geen verstand van. Als we tijd hadden gingen we naar Betondorp, naar het adres waar Johan Cruijff woonde. Daar is trouwens iets geks mee. In mijn herinnering woonde Johan Cruijff aan de Weidestraat 34, maar ik lees altijd dat Johan Cruijff uit de Akkerstraat komt. Weliswaar is dat maar een klein stukje verwijderd van de Weidestraat, maar toch is het vreemd. Ik zou het mooi vinden als iemand mij uit de droom kan helpen. We gingen ook wel eens naar de sportwinkel van Tonnie Pronk, op de Middenweg. Tonnie Pronk was een stoere verdediger met ik geloof nummer 5. En als we heel veel tijd hadden, gingen we naar de sigarenwinkel van Sjaak Swart in de Reinwardstraat bij het Muiderpoortstation (in die straat, aan het begin, zat ook een Joodse kledingwinkel waar je kon afdingen als je durfde). Dat was trouwens een winkeltje van niks, op een hoek en achteraf ook wel vreemd: een voetballer die er een winkel naast had waar ongezonde dingen werden verkocht. Maar in die tijd, aan het begin van de jaren zeventig, was het nog niet bekend dat roken zo ongezond was. Dat was de tijd dat bij elke verjaardag een glas met sigaretten op tafel stond. En over sigaretten gesproken: in De Meer zelf is de Caballero-reclame mij altijd bijgebleven. 'Aiaiai, die Caballero, dat is pas een sigaret', schalde er door het stadion.

Glippen om Johan Cruijff te kunnen zien

door Henk Zonderland

Mijn herinneringen aan Cruijff gaan terug naar een wedstrijd van Ajax ergens in 1970. Ik ben toen samen met een vriendje voor het eerst geglipt in De Meer, nadat ik twee jaar daarvoor al eens met mijn vader op een normale manier naar een wedstrijd was geweest (daar schreef ik in de vorige editie over).

Glippen
Glippen. Mooi woord. En mooi verschijnsel ook. Glippen is ergens stiekem naar binnen gaan. Rond De Meer scharrelden tijdens elke wedstrijd van Ajax hele hordes jongens rond die probeerden te glippen. De beste mogelijkheden waren aan de korte kanten van het stadion: bij een tuincentrum aan de kant van de stad en bij lijn 9 aan Diemenzijde. Rond het stadion waren slootjes met een paar bruggetjes en echte waaghalzen durfden daar over te klimmen, maar natuurlijk alleen als er geen suppoosten keken. Ik was daar niet lenig genoeg voor, waardoor het mijn lot was om zowat de hele wedstrijd rond het stadion te scharrelen. Tot ongeveer een kwartier voor de wedstrijd. De aandacht van de suppoosten verslapte gaandeweg de wedstrijd (bewust, vraag ik me nu af?) en daardoor kwam je opeens moeiteloos binnen. Of binnen.. je was weliswaar de sloot over, maar stond nog steeds buiten het stadion. De volgende etappe was het stadion binnenkomen. Daarvoor moest je een van de zestien vakken in en boven aan elke trap zag je de suppoosten achter de toeschouwers staan; daar was dus geen doorkomen aan. Gek genoeg lukte dat de allereerste keer wel: toen konden mijn gabber en ik zo doorlopen op vak F, dat toen nog geen F-side was. Vervolgens wurmden we ons door de toeschouwers heen naar beneden, richting hek. Toen we daar waren, zag ik voor het eerst Johan Cruijff vlak voor mijn neus. Als ik het goed heb, speelde Ajax toen in een blauw tenue en de tegenstander weet ik niet meer, maar dat magische moment zal ik nooit vergeten.
In de jaren erna herinner ik me Cruijff vooral van mijn vader. Mijn vader was overtuigd aanhanger van de PvdA en had daarom helemaal niets op met Cruijff, bij wie het altijd om geld leek te gaan. Mijn vader kon heel slecht tegen het ophemelen van iemand die alleen maar op geld uit was. Als tiener begreep ik dat niet helemaal. Cruijff, dat was mijn held, de allergrootste voetballer van Nederland, minstens zo goed als Pelé en Eusebio. Nu kijk ik daar met terugwerkende kracht anders tegenaan. Mijn held uit die tijd was mijn vader, met Cruijff als goede tweede, dat wel.

Konden we de stoom van Johan Cruijjf maar bewaren

Op de vorige pagina staan drie verhalen met herinneringen aan Johan Cruijff, zoals die zijn opgetekend dor lezers van de Amsterdamse Krant. Ook dit is een unieke herinnering.

door Arie van den Oudenallen
Het moet de winter van 1968 of 1969 zijn geweest. Als jongen van tien of elf jaar was ik voor het eerst vanuit Diemen – mijn woonplaats – verzeild geraakt bij het Ajaxstadion. Waarom was wel helder: wij wilden Johan Cruijff eindelijk eens in het echt zien en – dat wist iedereen – de beste mogelijkheid was bij het Ajaxstadion. Eerst waren we naar Betondorp gegaan, want daar woonde Cruijff. Volgens ons in de Weidestraat op nummer 34. Daar hingen we een beetje rond in een verder akelig stil Betondorp. Dit mocht dan wel de plek zijn waar Cruijff woonde, maar er was weinig aan. Sterker, het was foeilelijk en akelig tegelijk.

Dus op naar De Meer, waar Ajax trainde. Dat hoopten we althans, want er was geen internet waar je even kon googlen wat de trainingstijden van Ajax waren. Het was een gok. Een goede gok, want toen we aankwamen waren net de laatste minuten van de training aan de gang. We zagen onze helden Johan Cruijff, Sjaak Swart, Piet Keizer en al die anderen van wie we de naam eigenlijk niet goed wisten, gewoon achter een hek voetballen alsof hun leven ervan afhing.

Douchen
Daarna gingen ze douchen. Bij vak B waren de kleedkamers en je zag stoom door de spleten van de openstaande ramen komen. Stoom, afkomstig van het lichaam van Johan Cruijff. O, als we dat toch eens zouden kunnen bewaren, maar het dwarrelde zo de lucht in, op weg naar nergens.

Na een hele tijd vol spanning en een beetje klieren - iedereen weet hoe jongens in die leeftijd zijn - kwamen de spelers naar buiten. Ze doken één voor één in hun auto die voor het stadion stond en zeiden niets tegen ons. Waarom zouden ze ook: we kwamen voor Cruijff en dat wisten ze verdomde goed.

Handtekening
En daar was hij opeens: Johan Cruijff, de onaanraakbare binnen handbereik. Wat een weelde. "Johan, mag ik je handtekening?", riep ik naar hem. Inderdaad, Johan, gewoon Johan, meneer Cruijff kwam niet in je op. Natuurlijk kreeg ik die handtekening, op een foto waarvan hij een stapeltje in zijn auto had liggen. Missie geslaagd, ik kon naar huis. Mijn vader trots vertellen dat ik de handtekening van Cruijff had, had geen zin, want hij haatte Cruijff omdat-ie altijd maar bezig was met geld. Mijn vader was een aanhanger van Den Uyl, vandaar. Maar dat mocht mijn pret niet drukken: ik had de handtekening van Cruijff.

De Amsterdamse Krant heeft twee unieke foto's van Johan Cruijff die we als eerbetoon graag nog een keer afdrukken.

Johan op een klassenfoto

Johan ging als jochie naar de Groen van Prinstererschool, een School met de Bijbel aan de Zaaiersweg in Betondorp in een statig gebouw dat in 1927 gebouwd is volgens de leer van de Amsterdamse School. In vrijwel alle verhalen over de jeugdjaren van Cruijff komt die school over als een naargeestige school. Bert Hiddema beschreef de school in een biografie over Cruijff als een soort kamp, waaruit je alleen maar wilde ontsnappen. De meesters sloegen met een rietje, dat Johan brak op zijn tiende, omdat hij dat niet pikte. De leraren stikten van woede omdat Johan maar onbeantwoordbare vragen bleef stellen over Bijbelse geschiedenis. Over hoe het nou kwam dat er mensen waren terwijl Kaïn Abel had doodgeslagen en weggevlucht was, alleen, zodat hij dus geen gezin kon krijgen.
Uit een van de eerste jaren hebben we een klassenfoto waar Johan Cruijff op staat. Hij zit op de tweede rij helemaal rechts, het mannetje met de zwarte stropdas. Johan verliet deze school in 1959, op 12-jarige leeftijd. Als er nog klasgenoten zijn van Johan Cruijff die zich hem nog herinneren, dan horen we dat graag.

Johan Cruijff op de pony van Paul Rollman

Paul Rollman was, wat je noemt, een sjacheraar. In de goede zin van het woord. Hij deed van alles en nog wat om aan de kost te komen. Hij was onder andere zanger ('Morgen zou het zijn verjaardag zijn' van hem verscheen op single) en schilder en hij handelde in alles wat los en vast zat. En hij fotografeerde als cowboy of cowgirl verklede kinderen op de rug van een pony.
Vele van die Amsterdammers zijn later bekende Amsterdammer geworden. Onder wie Johan Cruijff, die hij ook vastlegde op die pony van hem.

'Herinneringen aan de trap heb ik zeker'

Foto: Wilna Dag

In de Amsterdamse Krant publiceren we altijd de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of van lezers zijn gemaakt. Voor heel wat, en nog een groeiend aantal, trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Die in de vorige editie was in elk geval voor veel lezers aanleiding om een reactie in te sturen, hetgeen liefst vier pagina's oplevert. En het antwoord: het is inderdaad het Rembrandtplein waar we Ali Dag, de man van de fotografe Wilna Dag, zien.

Eerst even iets rechtzetten. Bij de eerder gestuurde foto van de Vijzelstraat hebben we iets niet helemaal goed gedaan en Wilna wees ons hier fijntjes op. "Bij de nieuwe raadplaat (ingestuurd door mij) stond dat mijn man Ali Dag een van de eerste gastarbeiders was. Dit moet zijn een van de eerste 56 Turkse gastarbeiders die in 1963 bij de Fordfabriek gingen werken. Er waren natuurlijk al lang Italianen en Spanjaarden in Nederland en bij de Fordfabriek aan het werk." Zo, dat hebben we gedaan. Wilna, die al ruim een halve eeuw met Ali getrouwd is, vindt de raadplaat trouwens erg leuk. "Wat is het een leuk onderwerp in de krant en al die mensen die erop antwoorden."

Een lange lijst
We presenteren een lijst met alle inzenders die het antwoord goed hebben, maar die er verder niet of nauwelijks iets over geschreven heeft. Een inzending zonder anekdote of herinnering erbij vinden we net zo leuk als de inzendingen met wel een leuk verhaal, laat dit helder zijn. De lijst:
(ene) Henk, Aurik, P. Jansen, Leo Janzen, Cornelis Koersvelt, Joop Sleeswijk, Willem de Jong, Jan Riesenbeck, Yvonne Cozijnsen, Herman Mulder, Ans Pruis, Theo Mous, Hans Schneiders, Hanny Haveman, Henk de Vries, Anne Sieveking-Hoogendijk, Chris Put, Pieter Nieuwkerk, Theo Braam, I. Feitsma, John Kuijl, Ilona Oostindier, Wol Worms, Mary Braam, René Polanus, Ad de Koning, Ans Keur, Gerrit Veldhuisen, Bertus Stoeltjes, Ton van der Jagt en Rinus Stappers.

De plek waar Jean-Louis Pisuisse en zijn vrouw zijn vermoord.
Het Rembrandtpleintheater.
Prentbriefkaart van het Rembrandtplein aan het begin van de vorige eeuw

Batavus Whippet
De lange rij verraadt dat veel Amsterdammers de plek herkenden en dat is ook zo. Neem Harry Snijder, die schrijft: "Weet zo goed als zeker dat dit het Rembrandtplein is. En volgens mij zie ik daar mijn eerste buikschuiver staan (waarschijnlijk niet dezelfde, maar wel hetzelfde type), de bekende Batavus Whippet!"

Manke Nelis
En dan komen we bij de grote en groeiende groep vaste inzenders, deze keer te beginnen bij Gabriel Blik, die schrijft: "Dit is het Rembrandtplein. Zwarte Riek op de achtergrond, en verder onvergetelijk met Hof van Holland, Moniko en naast Schiller de Shorts of Londen met Manke Nelis en Johnnie Meijer."

Zwarte Riek
De Mollen en de Koningen zijn er ook en schrijven onder andere iets over de ligging van het beroemde plein én over een aantal bekende personen die hier hun naam hebben gevestigd: "De raadplaat van deze week stelt het Rembrandtplein voor. Het plein ligt in het centrum van Amsterdam tussen de Amstelstraat en de Reguliersbreestraat en het grenst aan het Thorbeckeplein. Op het plein komen nog uit de Reguliersdwarsstraat, de Korte Reguliersdwarsstraat, de Halve Maansteeg en de Bakkerstraat. De foto is geschoten in de richting van de Amstelstraat en op de gevelwand prijkt nog een bord met de aankondiging van de show van Rika Jansen oftewel Zwarte Riek, die onlangs overleed op 91-jarige leeftijd."

Buitenechtelijke affaire
En verder gaat het: "Toen Jos Mol nog promovendus was bij Piet Borst aan het Jan Swammerdam Instituut, gingen wij regelmatig eten bij de Chinees, vlak naast Schiller, om onze laatste resultaten te bespreken. Een van de meest tot de verbeelding sprekende moorden, gepleegd op het Rembrandtplein, was die op Jean-Louis Pisuisse en zijn vrouw. Beiden waren zeer beroemd vanwege hun cabaretgezelschap. Toen de vrouw van Pisuisse een buitenechtelijke affaire met een lid van het gezelschap beëindigde, schoot hij haar en Pisuisse dood en sloeg vervolgens de hand aan zichzelf."

Politie! Politie!
Deze dubbele moord en zelfmoord vond plaats op zaterdag 26 november 1927 om 20.10 uur. Ons Amsterdam schreef in 2003 een lang verhaal over deze moord, dat begon met het intro: "Politie! Politie! Hij schiet!" Vlak na deze hulpkreet stortte de zanger-cabaretier Jean Louis Pisuisse in het plantsoen op het Rembrandtplein in elkaar. Het was zaterdagavond 26 november 1927 en de klok wees tien minuten over acht. Naast hem viel zijn echtgenote Jenny Pisuisse-Gilliams getroffen neer. Na vijf schoten richtte schutter Tjakko Kuiper, een gewezen minnaar van Jenny, op zichzelf en schoot."

Binnengasthuis
En op Wikipedia valt hierover te lezen: "De Schiller Bar van het in 1892 door G.L. Schiller geopende café-restaurant-hotel Schiller, Rembrandtplein 26-36, was voor de Tweede Wereldoorlog de ontmoetingsplaats van de artiesten en de beau monde van die dagen. Na een diner in Café Schiller werden de bekende cabaretier, Jean-Louis Pisuisse, die tevens de eerste oorlogsverslaggever was van Nederland, en zijn vrouw in het plantsoen achter het standbeeld van Rembrandt neergeschoten. Tjakko Kuiper, een jaloerse ex-minnaar van Jenny Gilliams, pleegde na de moord vervolgens zelfmoord. Pisuisse werd nog naar het politiebureau aan de Halvemaansteeg gebracht, maar stierf daar, terwijl Gilliams een uur later in het Binnengasthuis bezweek. Kuiper overleed ter plekke."

Zwarte Riek
Gielijn Escher heeft er geen enkele moeite mee om te raden waar de foto is genomen. "Hoe makkelijk kun je het maken? Ja, dit is het Rembrandtplein, gezien vanaf het gedeelte tussen Reguliersdwarsstraat en Reguliersbreestraat, in noordoostelijke richting. Het plein is er in de loop der jaren niet mooier op geworden, maar daar zullen we maar niet te veel woorden over vuil maken. De foto moet dateren van de eerste helft jaren zestig, getuige het grote reclamebord voor Rika Jansen (Zwarte Riek), die in die jaren triomfen vierde op onder andere het Rembrandtplein. In 1963 heeft ze ook in Carré gestaan, waarvan ik het affiche in mijn collectie heb bewaard. Een affiche met een foto door de toentertijd befaamde fotograaf Godfried de Groot, die voor vrijwel de gehele Amsterdamse theater- en muziekscene werkte. Rika Jansen is op 21 januari jl. op 91-jarige leeftijd overleden."

Caransa Hotel
Anneke Huijser, ook al zo'n trouwe klant, weet het goede antwoord ook: "Het gaat hier om een foto van het Rembrandtplein, vóór de herinrichting van het plein en vóór de bouw van het Caransa Hotel. Op de achtergrond is het voormalige Rembrandttheater op nummer 19 te zien met een show van Rika Jansen. De man op de foto loopt het trapje op dat naar het plateau met het standbeeld van Rembrandt leidt."

Amsterdamse Bank
Ruud Sijmons hoort ook bij de inboedel van de Amsterdamse Krant. Hij schreef bij de vorige raadplaat (van de Transvaalkade, ook van Wilna Dag) een mooie bijdrage over de Schagerlaan en komt nu weer met mooie woorden. "Net ontving ik de nieuwe Amsterdamse Krant in mijn mailbox en was natuurlijk weer zeer benieuwd welke foto er nu weer als raadplaat in zou staan; ook deze was voor mij binnen 5 seconden te herkennen als het Rembrandtplein met de trap naar het beeld van Rembrandt in het centrum van Amsterdam. Mijn vader was jarenlang werkzaam bij de Amsterdamse Bank, die gevestigd was tussen de Herengracht/Utrechtsestraat/Amstelstraat op de hoek van het Rembrandtplein."

Keizersgracht
"Zelf werkte ik bij een elektrotechnisch installatiebureau op de Keizersgracht en kwam zodoende veel (toen nog alleen op de fiets) door heel Amsterdam om daar installatiewerkzaamheden bij cliënten te verrichten. Dat is alles bij elkaar een heel leuke tijd geweest, behalve 's winters, als het sneeuwde en flink vroor, viel het niet mee je benodigde materiaal vaak vanuit alle hoeken van Amsterdam op te gaan halen op het kantoor/magazijn op de Keizersgracht."

Feestverlichting op het Rembrandtplein
"Verder verzorgde deze werkgever ook de gekleurde feestverlichting in de bomen op het Rembrandtplein. Ikzelf was er ook vaak bij om de verlichting met de nodige bedrading en zekeringkastjes in de bomen op te hangen en tegen de regen te beschermen met plastic zakken. Dit waren altijd erg spectaculaire werkzaamheden omdat als we eenmaal boven op de ladder in de boom bezig waren er wel eens een 'mooie' dame onder de ladder wou doorlopen. Hierop reageerden wij dan met het laten vallen van een of meerdere lampjes, waardoor je soms de leukste reacties kreeg. Ook minder leuke (verdere uitleg lijkt mij overbodig). Al met al een leuke tijd waar je zo af en toe nog vele goede herinneringen aan hebt. Hopelijk zie ik mijn verhaal in uw volgende Amsterdamse Krant verschijnen, ik zou nog wel wat A4'tjes kunnen volschrijven, maar daar ontbreekt het weer aan tijd."

Herinneringen aan de trap
Peter de Graaf is ook een trouwe klant. Hij schrijft: "Ik herken hierin het Rembrandtplein, gezien vanaf het plantsoen naar de noordgevel met de tramhalte richting Amstelstraat/Reguliersstraat. In de uiterste hoek rechtsboven is nog net het begin van de Bakkerstraat zichtbaar."

Een flesje sinas bij Ruteck
"Herinneringen aan de trap heb ik zeker. Voor een klein kind (3-4 jaar) moest je grote passen maken om elke trede slechts één keer te raken. Dat was een spelletje waarbij de grootste de buitenbocht kreeg. Daaraan gekoppeld was bijna altijd een broodje croquet of halfom bij Van Dobben, dan wel koffie (en wij een flesje Joy sinas) bij Ruteck. Een laatste opmerkelijk detail zijn de geparkeerde brommers. Typische 'raspaarden' (Kreidler?) voor de toenmalige hangcowboys, de Dijkers en Pleiners (Haarlemmer-). Op naar de volgende raadplaat."

Metamorfose
Ab Smienk is ook stamgast en schrijft: "Dit moet wel het Rembrandtplein zijn, hoewel het niet goed te controleren is. Het plein incl. standbeeld heeft sinds de foto is genomen een metamorfose ondergaan."

Saar Bacharach
Mike Man is er ook weer bij. "Deze keer lijkt mij de raadplaat iets eenvoudiger thuis te brengen dan andere keren. Het betreft volgens mij het Rembrandtplein, waarbij de fotografe met de rug naar het Thorbeckeplein staat en uitkijkt op het oude Rembrandttheater op de hoek van de Bakkerstraat. Rechts opzij achter de fotograaf heeft decennialang de bloemenstal van tante Saar Bacharach gestaan."

Restaurant Heck
"Links naast het theater op de foto volgens mij restaurant Heck; in het achtergedeelte daarvan was een gaanderij waar vaak een orkest speelde. Ook stonden er grote weegschalen waarop je je voor een dubbeltje kon wegen."

Snel afruimen
Het personeel stond bekend om het bijzonder snelle afruimen: zodra de laatste hap of slok genomen was, waren alle koppen, schotels, borden en bestek verdwenen. Dit leidde bij ons thuis vroeger tot een spreekwoordelijk: Het lijkt hier Heck wel!, als een van de huisgenoten direct na het eten begon de tafel af te ruimen. En nog wordt deze uitdrukking soms gebezigd!"

Raadplaatvirus
Ralph Man heeft de raadplaat ontdekt door zijn broer Mike, die we kunnen rekenen tot de vaste clientèle. Ralph schrijft: "Aangestoken door het raadplaatvirus van mijn broer Mike waag ik ook maar eens een gokje. Hoewel gokje, het lijkt me onmiskenbaar het Rembrandtplein gezien vanaf de richting van de Korte Reguliersdwarsstraat, waar als ik mij goed herinner vroeger op de hoek met de Reguliersbreestraat Rutecks Cafetaria was gevestigd met daarin de ronde tafeltjes waaraan je staande moest eten en drinken. Het was de eenvoudiger variant van Heck's Lunchroom die op de foto net niet meer zichtbaar is."

Rika Jansen
"Op de achtergrond is het Rembrandt Theater te zien waar op de gevel gedeeltelijk RIKA JANSEN SHOW zichtbaar is. Ik herinner mij dat ik als jongetje daar langsliep nadat dit opschrift was veranderd in DANSEN. Het leek me toen al een goedkope en praktische aanpassing. De foto zal genomen zijn begin jaren 60, mede gezien de outfit van Ali Dag(?) en de modellen van de auto's. Ik kijk uit naar de volgende raadplaat!"

Waterorgelshow en de Outsiders
Jan Molleman meent zich nog een waterorgel te herinneren. "Volgens mij is deze foto genomen op het Rembrandtplein, de trappen naar het standbeeld van Rembrandt van Rijn. Op de achtergrond was het theater waar Rika Jansen haar show hield en op deze plek hebben ook de Outsiders opgetreden en tevens was er ook eerder of later een waterorgelshow gevestigd."

Parkeermeters
Ted Mooren schrijft het volgende: "Uw foto toont het Rembrandtplein ± 1965-1970, in de tijd dat er aan alle zijden nog auto's omheen konden rijden, maar parkeerruimte reeds krap begon te worden… Parkeermeters zijn niet te zien, maar ik meen mij toch te herinneren dat die (daar) toen al in gebruik waren."

In de stad
Marjan van der Laan: "Ik heb niet de leeftijd van de gemiddelde Amsterdamse Krant-lezer en bovendien kom ik uit Noord. Wij kwamen niet zo vaak in 'de stad'. Toch herken ik veelal de raadplaat, maar stuur deze dan niet in omdat ik er niet zeker van ben. Aan opzoeken en uitzoeken doe ik niet. Later blijkt dan, zoals ook de afgelopen 2x, dat ik het juist had. Dus bij deze: volgens mij is dit het Rembrandtplein. En wat een leuk verhaal van mevrouw Dag over haar man."

Trappen
En Klaas Deuzman voegt toe: "Die trappen op het Rembrandtplein kan ik me nog goed herinneren. Toen keken we ook hoog op naar Rembrandt, die daar, en nu ook nog, prachtig stond."

Lees verder op de volgende twee pagina's.

'Je had hier vroeger bossies om te schuilen'

Singletje van Zwarte Riek.

Vervolg van de vorige twee pagina's

Stijfselkissie
En Evert Alberts dan: "Volgens mij is de foto genomen op het Rembrandtplein, op de achtergrond staat tussen de bomen door Rika Jansen Show. In die tijd was zij als Zwarte Riek (bijnaam) bekend van onder andere liedjes als 'Mijn wiegie was een stijfselkissie' en 'Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen'."

De Kroon
Theo Westerveld refereert aan restaurant de Kroon. "Ik dacht het Rembrandtplein, tegenover Restaurant de Kroon en schuin tegenover het later gesloopte Rembrandt Theater, wat geëindigd is met een bevroren en dus kapot waterorgel. Ramses Shaffy en Liesbeth List hebben daar ook nog opgetreden. Familie Dag, gefeliciteerd met de mooie foto en mooi huwelijk."

Prentbriefkaart van het Rembrandtplein.
Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina was het Rembrandtplein versierd.
Het Rembrandtplein.
Het beeld van Rembrandt van Rijn op de oorspronkelijke locatie.

Blonde Dolly uit Venlo
Chris Peijzel feliciteert het echtpaar Dag met een raadsel: "Allereerst 50 jaar getrouwd met Ali Wilna. Tof, we zullen het niet aan Blonde Dolly uit Venlo vertellen." Hij vervolgt: "De foto is genomen op het Rembrandtplein, de trapjes langs de schilder zelf, aan de overkant onder de witte luifel Hecks restaurants met vaak op zondagmiddag optredens van de Ramblers, Malando, Paul Godwin, Maria Zamora en veel andere vaak bij de VARA optredende artiesten."

Herkenbare traptreden
"Beste redactie," schrijft Henke Hemelaar, "dit is het Rembrandtplein, dat is meteen duidelijk door de herkenbare traptreden en in de tweede plaats vanwege het gevelbord van het Rembrandttheater op de achtergrond: 'Rika Jansen Show'. Dat moet in 1964 zijn geweest."

Kees Manders
Theo Greuter komt met de volgende bijdrage: "De foto is genomen op het Rembrandtplein. Het bijbehorende standbeeld van de schilder stond in het midden van het plein. Er was een doorgang voorlangs het beeld, maar daarvoor moesten wel enkele treden worden beklommen en later weer worden afgedaald."

Heck's Lunchroom
"Op de achtergrond meen ik Heck's Lunchroom te zien met op de gevel reclame voor de Rika Jansen Show. In Heck traden veel nationale en internationale orkesten en solisten op. Het was altijd een feest als ik zondags met m'n ouders ging wandelen en bij Heck een glaasje limonade te drinken kreeg. Als voorgaande juist is, vind ik het wel vreemd dat daar reclame wordt gemaakt voor Rika Jansen. Haar man, Kees Manders, had op het nabijgelegen Thorbeckeplein verschillende theaters en nachtclubs."

Groot plantsoen
G.L. Jansen laat weten: "De raadplaat van 19 maart is het Rembrandtplein. Voor de renovatie van een aantal jaren terug stond aan de rechterzijde van de foto het standbeeld van Rembrandt. Het beeld stond in vergelijking met nu gedraaid, zeg maar met het gezicht richting Amstelstraat. Het middenplein was een groot plantsoen. In het midden liep een pad, zodat je van de ene kant naar de andere kant van het plein kon lopen. Vermeldenswaardig is misschien nog dat in 1927 Jean Louis Pisuisse, de zanger en cabaretier, samen met zijn vrouw op dit pad achter het beeld is neergeschoten."

Bossies om te schuilen
Wim Vonk: "Dit is volgens mij het Rembrandtplein tegenover café Centrum. Daar had je vroeger bossies om te schuilen. Op de achtergrond het Rembrandtpleintheater met de aankondiging van Rika Jansen (Zwarte Riek)."

Dansen
Maaike de Graaf: "Na enig zoeken in mijn geheugen was de eerste gedachte die bij me opkwam Rembrandtplein. Echter, ik kon mij niet herinneren dat er een stenen trap was naar het plantsoen. Toen heb ik maar de Beeldbank van het Stadsarchief van Amsterdam geraadpleegd en ja hoor, het klopt. Zelfs het gevelbord met het woord 'DANSEN' en 'SHOW' (te zien op de achtergrond van de Raadplaat) staat op een foto. In het Rembrandttheater kon je op zaterdag en zondag dansen en op andere dagen was er een show. Leuke hoor, die foto's van Wilna Dag. En Wilna, alsnog van harte gefeliciteerd met je 50-jarig huwelijk."

De trappen
Hans Tiel is geboren Amsterdammer, maar woont tegenwoordig (en al heel wat jaren) in Canada. Hij schrijft: "Hello, ik ben Hans Tiel en ik woon de laatste 38 jaar in Canada. Maar ik ben wel een geboren Amsterdammer, op de wereld gebracht in de Pijp, Van Ostadestraat 235. Het huis bestaat nu niet meer en er is een flat voor in de plaats gekomen. Mijn antwoord op de raadplaat is volgens mij het Rembrandtplein en ik denk dat de trappen achter het standbeeld van Rembrandt zijn of waren, gezien van de Amstelstraat en Utrechtsestraat. Bedankt voor het zenden van die heerlijke krant: altijd leuk om over groot Mokum te lezen."

Halve Maansteeg
Herman Boeker: "Dat is het dus. Als ik gelijk heb, is het eigenlijk geen raadplaat, want bekend bij zovelen. Het Rembrandtpleintheater, met hier aangekondigd Rika Jansen. Ik ben er ooit geweest, met mijn ouders, naar het Watermuziekorgel. Geweldig! Het Floratheater in de Amstelstraat, met Potasch en Perlemoer. De Halve Maansteeg, waar je na een nacht stappen nog een hamburger kon krijgen, aan de snackbar, dus aan de straat, waar een man met een rode haardos op acrobatische wijze de sausjes, uitjes en augurkstukjes in enkele seconden op de hamburger drapeerde. Te veel herinneringen. Mazzel!"

Groot reclamebord
Gil (een achternaam stond er niet bij en is ook niet te herleiden uit het mailadres), schrijft: "Als kleine jongen reisde ik met mijn ouders naar het Rembrandtplein om te gaan 'uit' eten bij Heck of Rutex. De een (Heck) zat op een hoek aan het genoemde plein en de andere dacht ik, in de Kalverstraat. Het kan ook andersom zijn geweest.
Ik herinner mij een groot reclamebord van een in mijn ogen mooie vrouw, Rika Jansen. Dat was dus ruim 60 jaar geleden. De raadplaat is volgens mij dus het Rembrandtplein."

Jodenbreestraat
Ron de Loos: "De raadplaat vaan deze week is echt niet moeilijk: het Rembrandtplein, gezien in de richting van Restaurant Kroon en daar links van Heck (net als Gil vraagt hij zich ook af: of was het andersom?-red.). Ik heb hier niet eens over hoeven nadenken: als klein kind (geboortejaar 1954) liep ik hier regelmatig, want ik woonde in de Jodenbreestraat."

Malle Nachtwachtfiguren
Mini Haenseler-Rolloos schrijft vanuit Zwitserland: "Deze trap is op het Rembrandtplein. Wij woonden op de Nieuwe Keizersgracht en gingen altijd met de familie die uit Zuid-Holland op visite kwam naar het plantsoen voor een 'mooie' foto. Het plein was toen nog niet zo'n rommeltje met die malle Nachtwachtfiguren."

Armoedige semipermanente theater
Jos Boer dan: "De raadplaat van maart is wel heel gemakkelijk: het Rembrandtplein (zonder s), gefotografeerd vanaf de voetgangersoversteek naar de andere zijde van het plantsoen waar het standbeeld van Rembrandt in staat, toen nog zonder de figuren uit de Nachtwacht ervoor."
"Dan kwam je ongeveer ter hoogte van café Schiller uit, waar toen nog de taxistandplaats was. Op de achtergrond op de foto dat armoedige semipermanente theater waar op dat moment kennelijk Rika Jansen optrad. Weet iemand de naam nog? Amsteltheater? Rechts daarvan, helemaal in de hoek, zat het mooie pand van café-restaurant Het Brouwerswapen, helaas gesloopt. Lijn 4 reed door de Bakkerstraat nog tot de Amstel, de verbreding van de rijweg t.b.v. de bocht van de tram is daar nog zichtbaar. Op de hoek met de Bakkerstraat zit nu een modern hotel, gebouwd door de kleurrijke Caransa, die een groot deel van het plein bezat en er dus het meest van iedereen over had kunnen vertellen."

Erg veranderd
"Het plein is wel erg veranderd: het ABN AMRO bankgebouw is op de parterre erg verlevendigd met veel horeca en een Marqt-supermarkt. Achter de fotograaf was het plantsoen aan de fietspadzijde begrensd door lage bebouwing met horeca en een urinoir. Aan die zijde van het plein zat ook Saint Germain des Prés van Dorus. En de mooie Ruteck's Cafetaria. En broodjeszaak Dobben, die nog uit 3 gescheiden zaakjes bestond met knusse doorgeefluikjes, zat in het straatje naast Ruteck's. Links op de hoek met de Reguliersdwarsstraat zat trouwens nog een broodjeszaak: Broodje van Kootje."

De Kroon
"Er zat toen, links naast het nog altijd bestaande De Kroon, het grote restaurant Heck, waar op het balkon een groot orkest speelde. Of was die luxe uitgevoerde passage er toen al, die naar een te smalle uitgang naar de Amstel leidde, maar helaas geen lang leven beschoren was. Ja, werd later de Escape, daar heeft jaren eerst nog een hele grote bioscoop gezeten. Maar dit is dan wel 60 jaar Rembrandtpleingeschiedenis!"

Boyd Bachmann
M. Greven laat weten: "Iedere keer probeer ik de raadplaat te herkennen, maar omdat ik niet regelmatig in Amsterdam kom, kan ik geen uitgebreide speurtochten op touw zetten. Deze keer echter denk ik dat u overstroomd zult worden met juiste antwoorden, daar het volgens mij het Rembrandtplein is met op de achtergrond het voormalige Restaurant Heck waar op zondagmiddag o.a. het orkest van Boyd Bachmann speelde."

Veelkleurig licht
"Als kind was het dan een feest om daar met je ouders heen te gaan en heel lang te genieten van een ijsje! Rechts van Heck stond volgens mij ook nog een laag gebouw met een waterorgel waar mooie shows mee werden gegeven, met veelkleurig licht en water dat op de maat van de muziek uit fonteinen spoot. Mooie herinneringen aan een reeds lang voorbije tijd!"

Lia van den Broek: "Ik ben er zeker van dat de foto van de raadplaat genomen is op het Rembrandtplein. Het trapje leidde naar het beeld van Rembrandt in het plantsoentje (die met z'n rug naar je toe stond). De foto's van de gashouder in Oost bij de uitslag van de raadplaat van de vorige keer deden mij denken aan de gas- en lichtmunten die we vroeger gebruikten. Ook iets dat nooit meer terugkomt! Het gebeurde vroeger herhaaldelijk dat de elektra 's avonds uitviel en er geen lichtmunt in huis was. Gelukkig paste een gulden ook in de meter!"

Rika Jansen
De naam Rika Jansen komt veelvuldig terug in bovenstaande reacties. Vandaar dat we nog even via Wikipedia ophalen wie dat ook weer was: "Rika (haar roepnaam) Jansen werd in de buurt van de Jordaan geboren als dochter van een vishandelaar. Hoewel een van haar hits 'M'n wieggie was een stijfselkissie' was, was haar wieg een viskratje; een wieg kon het gezin niet bekostigen. Ze was de jongere zus van Maria Jansen, die als Maria Zamora grote hits had met 'Mama el baión' en 'Sucu sucu'. Als jong meisje viel Rika in de Geldersekade en hield daar tyfus en de ziekte van Weil aan over. In het ziekenhuis verloor ze haar haren, maar later groeiden die weer aan. Vanwege de kleur ervan kreeg ze de bijnaam Zwarte Riek."

"In de oorlog was Rika zwanger geworden van een verzetsman, in 1944 trouwde ze met een jeugdvriend. Na de oorlog zong ze in cafés. Later woonde ze samen met zanger en tekstdichter Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders. Kees had een eigen revue, waar Rika vanaf 1952 met Greetje Boltini als acrobate optrad. Daar hebben Rika en Kees elkaar ontmoet. Later ging Rika ook zingen in de revues van haar broer. Dat deed ze onder meer onder de artiestennaam Fanny Black."

Doorbraak
"Toen in 1955 dankzij onder anderen Johnny Jordaan en Tante Leen het Jordaanlied in heel Nederland en zelfs in Vlaanderen populair werd, schakelde Rika ook over op dit repertoire. Ze nam haar oude bijnaam Zwarte Riek aan als artiestennaam en in 1956 brak ze door met haar hit 'M'n wieggie was een stijfselkissie', dat in Nederland de tweede plaats van de hitparade haalde. In Vlaanderen had ze een klein hitje met de B-kant: 'Sansee de platte boender'. Daar was dat haar enige hit, maar in Nederland wist ze nog de hitlijst te halen met 'Kersepit' en 'Alle apies (in de Artis lijken op me Ome Hein)'. Daarmee sloot ze ook in Nederland haar hitparadesucces af."

"Vanaf 1959 ging Rika Jansen door onder haar eigen naam. Ze trad op met onewomanshows in binnen- en buitenland. In 1964 zong ze de klassieker 'Amsterdam huilt (waar het eens heeft gelachen)', geschreven door haar partner Kees Manders. In tegenstelling tot haar vrolijkere 'Zwarte Riek'-repertoire is dit een melancholisch nummer over de Weesperstraat en de verdwenen Jodenhoek - klaaglijk langgerekt gezongen als een chazan (= een Joodse voorzanger), maar je hoort er ook Jiddische marktkooplieden in. Hoewel het nummer geen hitparadesucces kende, was het wellicht na 'M'n wieggie was een stijfselkissie' haar bekendste lied. Later dat jaar reisde ze voor een optreden naar New York, en nog later naar Aruba en Curaçao."

"Eind van de zestiger jaren kreeg Manders een hartinfarct en moest het rustiger aan doen. Ze verhuisden naar Fuengirola. In 1974 gingen Kees en Rika uit elkaar; zij bleef in Spanje wonen. Na haar huwelijk met een Duitser, dat in 1981 uitliep op een scheiding, verhuisde ze van Spanje naar Zandvoort. In september 2014 verscheen de biografie 'Zwarte Riek - Het levensverhaal van Rika Jansen', opgetekend door Kees Rutgers. Begin 2016 stierf Zwarte Riek op 91-jarige leeftijd. Ze werd gecremeerd in uitvaartcentrum Westerveld in Driehuis."

Nieuwe raadplaat

Foto: Jaap Bijl

Van Jaap Bijl kregen we deze nieuwe raadplaat toegestuurd. Wij waren een beetje op het verkeerde been gezet, want laatst hadden we een soortgelijke plaat. Maar volgens Jaap Bijl is het toch echt een heel andere plek dan die van de Lomanstraat die Willem Neuhaus recent stuurde. Dus luidt het credo weer: raden maar!
Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Ten minste zes hofjes aan de Tuinstraat

Boven de deur van Tuinstraat 100-102 bevindt zich deze gevelsteen van het Regenboogs-liefdehofje.

door Jos en Frits Mol, Adrie de Koning

Er hebben zich ten minste zes hofjes aan de Tuinstraat bevonden: het Zevenkeurvorsten-/Pronckhofje, het Regenboogsliefde-, Alida's-, het Kerseboom- en het Herdershofje.

Ligging en ouderdom
De Tuinstraat ligt tussen de Lijnbaansgracht en de Prinsengracht. Het Zevenkeurvorstenhofje ligt aan de Tuinstraat 197-225. Het is gesticht omstreeks 1645 en de gebouwen zijn van 1724. Het Alida'shofje op nr 209 is inpandig gelegen in het Zevenkeurvorstenhofje. In 1724 is tevergeefs geprobeerd de naam Alida's Hofje ingang te doen vinden, getuige de gevelsteen op de huisjes tegenover de ingang die toen zijn gebouwd. De hoofdletters in de laatste drie regels vormen als Romeinse cijfers het jaartal 1724:

Alidaes Hofje
Gesticht ter Nagedachtenis van Pieter Geelhand
en Alida Catharina Bott syne Huisvrou
uyt Liefde en tot Behulp syns evenaeste.
aLLiDa CatharIna GeeLhanD
oVt DrI Iare heeft het
geboVVV begonnen.                                                        

Een steen in de gevel boven de toegangspoort herinnert aan de bouw van een nieuwe vleugel in 1775. Hier komt de naam Pronck voor het eerst voor:
't Hofje
De zeven keurvorsten
Door Pronck eertyds gesticht voor maagd' en vrouwen,
Door Geelhands gunst gebouwd schier door den tyd geslecht
Liet canters zorg den troost der armoe my herbouwen,
Zyn zoon Jan Casper heeft den eersten steen gelegd.
7
17 - 75
5

Het Regenboogsliefdehofje is gelegen aan de Tuinstraat 100-102. De bankier Joannus Baptiste van Aerde stichtte het, uitgaande van enkele bestaande panden, in 1806. Het huidige complex is de in 1884 gemaakte uitbreiding, ontstaan uit twee woningblokjes met trapgevels.
In de 'Jordaan, koninkrijk der sloppen' van Theo Bakker vinden we nog het Kerseboomhofje (Tuinstraat 6-10) en het Herdershofje (Tuinstraat 231-247). Over beide hofjes hebben we geen verdere informatie kunnen vinden.

Bijzondere kenmerken
De herkomst van de naam het Zevenkeurvorstenhofje is onbekend. Het hofje begon zijn bestaan als Pronck'shofje, men weet niet wanneer en het werd genoemd naar de eigenaar, buskruitmaker Cornelis Martensz. Pronck. Hij kocht op 10 juni 1641 voor 2600 gulden een perceel grond (grootte 27 bij 16 meter) tegenover de stadstimmertuin waarop het hofje werd gebouwd. Hij overleed in 1644 en werd in de Oude Kerk begraven. Proncks zoon deed het hofje in 1645 over aan het R.K. Armenkantoor. In 1724, bij een aanbouw aan het gebouw, probeerde het Armenkantoor de naam Alidae'shofje in te voeren, maar zonder succes. De naam Pronckshofje zou te pronkerig zijn geweest en niet passen bij een armenhofje. De stadschroniqueur Wagenaar noemde het in 1763 het Zevenkeurvorstenhofje, toen de bevolking over de zeven huisjes opmerkte: ''het lijken de zeven keurvorsten wel''. In 1739 werd het hofje in het kasboek de Zeven Keurvorsten genoemd. Omdat in het hofje wel eens een rijtuig van een van de Duitse keurvorsten werd gestald, zou dit ook aanleiding voor naamgeving geweest kunnen zijn. Maar zeker weten we het niet.

In 1775 sloopte men een hele vleugel en bouwde vervolgens een nieuwe vleugel met een toegangspoort in de Tuinstraat. Volgens het kasboek werd aan timmerman Jan Luijten in drie termijnen een bedrag van 6000 gulden betaald voor het nieuwe gebouw van het voorhof. Een grote steen met inscriptie verscheen boven de ingang met daarop een lijst van weldoeners. Eerst werd een klein kapelletje ingericht maar in 1862 werd een grote kapel gebouwd. Het vroegere kapelletje werd toen een regentenkamer. In 1968 namen de regenten de architect L. van Steenhardt Carré in de arm om een restauratieplan voor het hofje te maken. Het hofje stond op de monumentenlijst, dus het kwam in aanmerking voor verschillende subsidies. 14 woningen zouden twee aan twee opgeknapt worden tot zeven woonpercelen (de overige woningen en de kapel kwamen in tweede instantie). De woningen werden uitgerust met centrale verwarming en een douche. Er was toen een kleine dip in de uitvoering, omdat de plannen van de architect door Monumentenzorg afgekeurd werden. Het bestuur ging verder met de voorbereidingen, maar toen volgde de tweede tegenslag. Leegstaande panden in het hofje werden door studenten gekraakt. Toen de studenten er eenmaal uit waren kon het restant van de restauratie uitgevoerd worden. Aan het eind van de rit had men een aanzienlijk negatief saldo, waarop men probeerde het schilderij 'De verrijzenis van Christus' te gelde te maken. Het bracht 75% van het negatief saldo op.

Het Regenboogliefdehofje werd gesticht in 1806 door bankier Joannes Baptista van Aerde in enkele bestaande panden. Na zijn overlijden in 1806 werden de huisjes, een hofje en de kapel ondergebracht in perceel 110. Met de opbrengst van huizen in de Kalverstraat en aan de Herengracht kon het hofje bekostigd worden. In 1884 is het huidige complex ontstaan door een uitbreiding. Deze uitbreiding bestond uit twee woonblokken met trapgevels, aan de straatzijde verbonden door een muur met een poort. Dit nieuwe hofje had de nrs. 100-108 en bevatte nog 42, meest eenkamer-woningen. De tekst op een gevelsteen bevat de zin: 'ANNO 1884: ook het heden wordt verleden'. Na 1945 raakte de zaak in verval en werd successievelijk opgeheven. De regenten besloten toen de kamers die leegkwamen aan jongeren te verhuren. In 1988 kocht Jan Pietersz. Huis het hofje op en huisvestte er muziekstudenten in. Het Regenboogliefdehofje is geen rijk hofje geweest gezien de ligging ervan.

Doelstellingen
Het Zevenkeurvorstenhofje is gesticht om katholieke mannen en vrouwen een gratis onderkomen te bezorgen. Er was een schuilkapel die in 1947 tegen de grond ging. Er had altijd een bijzonder altaarstuk gehangen van de kruisiging, geschilderd door Johannes Voorhout. Een ouderling van de protestantse Oranjekerk heeft het schilderstuk toen aangekocht. Maar toen puntje bij paaltje kwam vonden de kerkgangers het maar niets en het werd snel doorverkocht aan Museum Amstelkring.
Het Regenboogliefdehofje was bedoeld voor oude mannen en vrouwen die geen kinderen hadden. Ze moesten wel de rooms-katholieke leer aanhangen. In 1850 woonden er 43 personen die geen huur hoefden te betalen.

Toegankelijkheid
Het Zevenkeurvorstenhofje is te allen tijde geopend. Het Regenboogliefdehofje wordt tegenwoordig bewoond door muziekstudenten en is daarom niet open voor bezoek.

En dan nog dit...
Een monografie over het Zevenkeurvorstenhofje is in december 2009 verschenen en geschreven door Marijke Bruggeman onder de titel: 'Het hofje van De Zeven Keurvorsten', uitgave woningcorporatie Ymere, Amsterdam.

Rondleidingen in De Bazel

Het Stadsarchief organiseert rondleidingen in gebouw De Bazel, het imposante voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Handelmaatschappij, een pronkstuk van de Nederlandse 20ste-eeuwse architectuur. Laat u door deskundigen rondleiden door de monumentale stijlkamers, de Schatkamer en de permanente tentoonstelling met de art-decoschilderingen. In het gebouw is het Stadsarchief gevestigd.
De inlooprondleidingen zijn elke zaterdag- en zondagmiddag om 14.00 uur. Kosten: 6 euro volwassenen, kinderen tot 16 jaar gratis. Reserveren is gewenst via 020-2511511 of info@stadsarchief.amsterdam.nl.
Groepsrondleidingen zijn ook mogelijk en kosten 85 euro per groep van maximaal 25 personen (meerdere groepen tegelijk mogelijk). Reserveren: 020-25 11 619, groepsrondleidingen@stadsarchief.amsterdam.nl.


Amsterdam in gesprek

Elke 1e en 3e zondag van de maand worden in het gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat 32 (het gebouw waar het Stadsarchief is gevestigd) onder de noemer 'Amsterdam in gesprek' spraakmakende gastsprekers geïnterviewd over onderwerpen uit de roemruchte Amsterdamse geschiedenis. De aanvang is elke keer om 15.00 uur, de toegang is gratis en er geldt het credo 'vol is vol'. In de zaal kunnen 100 mensen plaatsnemen.

Voor april zijn er de volgende gespreksonderwerpen:
Zondag 3 april: Ongekend Bijzonder, bijdragen van vluchtelingen aan de stad
Zondag 17 april: IJbeeld: 20 jaar documenteren van veranderingen langs de IJ-oevers op foto en film.


Drie bijzondere tentoonstellingen

Bij Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat 32 (gebouw De Bazel) zijn tot en met 17 april drie interessante tentoonstellingen.
De eerste is 'Amsterdam Park'. Jeroen Hofman fotografeerde de afgelopen jaren in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Stadsarchief álle parken in de stad.
De tweede is 'Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam'. Voordat Vincent van Gogh de kunstenaar werd die wij nu kennen, verbleef hij ruim een jaar in Amsterdam. Hij schreef in deze periode vele openhartige brieven aan zijn broer Theo.
En tot dezelfde datum is er de tentoonstelling 'Appel in New York'. 'Appel in New York' is een fototentoonstelling van fotograaf Sem Presser over het leven van de kunstenaar Karel Appel.

'Mijn hele jas was besmeurd met stempelinkt'

Haarlemmerpoort. Prentbriefkaart

Van Jos Wiersema, initiatiefnemer van het Geheugen van de Amsterdamse Tram (www.amsterdamsetrams.nl), hebben we toestemming om artikelen van deze site mee te nemen in de Amsterdamse Krant. Dat geldt ook voor de rubriek van Tom Mulder. We hebben de afgelopen periode al veel verhalen gepubliceerd, met name van echte kenners en 'tramgekken'. De komende periode plaatsen we reacties van enthousiaste lezers van de site die voor lezers van de Amsterdamse Krant ook vaak een feest van herkenning zullen zijn.

Jaren zestig

Singel - 15 januari 1955. Foto: L. Albers
Lijn 9 en 12 Stationsplein. Prentbriefkaart
Oostzaanstraat - 11 januari 1955. Foto: L. Albers

door Jan Venne

Een conducteur roept in een redelijk volle drieasser motorwagen met een vol achterbalkon tussen Prinsengracht en Keizersgracht: "Dames en heren, wilt u doorlopen, anders dompt die kar op de brug."
Even later roept hij tussen de Keizersgracht en Rembrandtsplein: "Dames en heren, de volgende halte is de bank van Sinterklaas." Dit n.a.v. de ruime kredietverstrekking aan de heer Den Besten door de toenmalige Amsterdamse Bank met als hoofdkantoor Rembrandtplein/Herengracht. Die mijnheer Den Besten bleek ten tijde van de uitroep van de conducteur de bank voor miljoenen te hebben opgelicht onder sluikse omstandigheden.
Jaren zestig.

Heeft die conducteur me toch te pakken

door Kareltje Ravesteijn

In het voorjaar 1947 kreeg ik mijn eerste accordeonlessen van Chris Wimmers in het achterkamertje bij de firma Overweg op de Korte Nieuwendijk. Die lessen kreeg ik zaterdag 's middags. Na enkele lessen was ik al zover gevorderd dat ik het liedje 'Hoe zachtkens glijdt ons bootje' kon spelen. Op de Martelaarsgracht stapte ik op lijn 13 terug naar huis. De conducteur verkocht mij een kinderkaartje wat ik niet verkeerd vond. Misschien kwam dat omdat ik nogal klein van stuk was. Hij gaf mij het kaartje en zei tegen mij: "Heb je aardappels gehaald voor je moeder?", wijzend op mijn 12 basaccordeon.

Verontwaardigd maakte ik de koffer half open en liet het instrument zien. De conducteur was overmatig verbaasd dat er geen aardappels in zaten. "Kun jij daar dan op spelen?", was zijn vraag. Ja, maar een klein beetje. Dat geloofde hij niet en samen met medepassagiers sprak hij zijn ongeloof uit. "Speel dan 's wat", iets wat ik echt niet wilde in een rijdende tram.
De overredingskracht van de conducteur was zo groot dat ik op het voorstel inging om in het wachthuisje van trampersoneel op het Mercatorplein toch wat te spelen. Enerzijds voelde ik mij genaaid, anderzijds was ik misschien een beetje trots. Toen dat achter de rug was wist ik niet wat mij toen overkwam: die conducteur ging met de pet mansen onder zijn collega's en haalde 95 cent op. Voor mij was dat een vermogen. Jammer, zoiets schijnt tegenwoordig niet meer te kunnen.

Scheet

door Harry Kuiper

Het gebeurde in 1976 op het Isle of Man in de Ierse Zee, maar het zal zo'n 100 jaar geleden in Amsterdam of elders ook wel zijn voorgevallen.
Mijn zoon en ik stonden op het voorbalkon van de paardentramwagen van Douglas en flankeerden de koetsier/conductor met ernstig gezicht voor de naderende sensatie. De twee tussendeuren stonden open en mijn vrouw en dochter stonden op het achterbalkon.
"Come on, Michael", zei de koetsier tegen het paard toen het moment van vertrek was aangebroken. Hij gaf zelf een ruk aan de bel, Michael begreep wat hem te doen stond, trok de tramwagen op gang en liet een enorme scheet.
De stank was niet te harden, vonden mijn zoon en ik, maar de koetsier vertrok geen spier. Die had wel vaker zo'n poepje geroken. Van het achterbalkon hoorde ik even later mijn vrouw en dochter: "Allemensen, wat een verschrikkelijke stank!" De scheet had merkbaar zijn eindbestemming bereikt.
O, heerlijke nostalgie. Waar ruik je vandaag nog zo'n enorme scheet als de trambestuurder zijn voertuig op gang brengt?

Stempelinkt

door Margreet Janse

Ik herinner mij nog die gezellige blauwe trams, met geestige conducteurs. Mijn verhaaltje dateert uit de jaren 60. Ik werkte op de Rotterdamse Bank aan het Rokin en moest altijd keurig gekleed naar de bank. Die dag had ik een beige jasje aan. In de spits naar huis, want het was druk. De tram maakte een noodstop en de conducteur viel over mij heen in het middenpad. Ik lag op de grond en hij had met zijn stempel mijn hele rug besmeurd met stempelinkt!!!! Ik dorst niet naar huis met dat jasje, dus janken in de tram!!! Hij schreef een briefje voor de GVB Stadhouderskade en ik moest mij daar melden om de stomerijkosten terug te krijgen. Dat werd keurig afgehandeld. Ik vergeet dit nooit. Altijd als ik in de tram stap, denk ik hieraan terug.

Mijn favoriete route

door Alex van Tricht

Als jochie van 7-11 groeide ik op in de Weesperstraatbuurt, in de tweee helft van de jaren 50. Mijn favoriete tramlijn was 5 natuurlijk, waar in die tijd de Utrechtenaren op ingezet werden... Door toename van het verkeer (auto's) werden er op de trams voor het eerst richtingaanwijzers gemonteerd. Sommige bestuurders vonden dat maar niks. Natuurlijk stond ik altijd op het voorbalkon naast de bestuurder en trots als een aap was ik als ik op de Blauwbrug de richtingaanwijzer aan mocht zetten om rechtsaf de Amstel op te gaan...

Mijn favoriete route was Weesperstraat-Wibautstraat-Amstelstation met lijn 5. Dan met bus (E, F of 15?) naar het Haarlemmermeerstation en dan met tram 16 naar de Pijp, Ferdinand Bolstraat / Gerard Douplein, waar mijn oma en opa woonden. Een kinderkaartje kostte 10 cent en je kon daarvoor binnen 45 minuten na de stempeltijd ongelimiteerd overstappen. Meestal haalde ik dan net de 16 zonder opnieuw een kaartje te moeten kopen... Als ik geen 10 cent had 'deed' ik de Weesperstraat-Ferdinand Bol in 7 minuten op mijn autoped.

Maar ik nam liever de tram...

De remise uit

door Cees Pot

De passage over de afgevoerde Unions bij een boerderij aan de Middenweg laat mij terugkeren naar een mooie zondagochtend in september 1953. Ik voetbalde toen in de aspiranten bij Swift, en was reserve bij een wedstrijd bij en tegen VVA. Dat had toen een bijveld op het terrein van de Markthallen, waar de kleedgelegenheid bleek te bestaan uit een oude tramwagen van het type Union (dat laatste wist ik toen uiteraard nog niet). Ik herinner me nog duidelijk de twee grote boogramen en de langsbanken, waar amper plaats was voor vier (!) elftallen. Ik heb trouwens nooit kunnen achterhalen welke wagen dat geweest is.

Jouw blik in de remise Linnaeusstraat roept bij mij herinneringen op aan de Havenstraat, waar je zittend op de rechterpilaar naast de ingang een mooie blik had op de remise (met in- en uitrukkende trams) en op het Station Haarlemmermeer, waar toen de trein nog reed.

Bij de remise was het de kunst om, je vastklampend aan de blinde kant van een inrukkend tramstel, mee te rijden de remise in. Op die manier kwam ik een keer terecht bij een tweelingstel van lijn 18, waar ik stond te kijken toen er ineens een werkman tevoorschijn kwam,die me toeriep wat ik daar verd... deed. In een ren was ik de remise uit, harder dan ik ooit gelopen had.

Blauwe wagens op (bijna) alle lijnen

In 1963 werd door een GVB'er op het Hoofdkantoor bedacht dat met ingang van de winterdienst 1963-1964 door het GVB een lumineus idee zou worden uitgevoerd. In die dagen was nog een groot deel van het wagenpark blauw.
Ze reden nog standaard, al of niet gecombineerd met gelede wagens, op de lijnen 3, 10 en 16. En op 5 en 27. Zij het dat bijvoorbeeld de blauwe wagens in het weekend zo veel mogelijk al binnen de remisemuren werden gehouden, hoewel we werden verwend met de blauwe als voetbalextra's op de lijnen 9 en 24. Toen de buitenremise Havenstraat klaar was, was het dagelijks ook een prachtig gezicht om naar alle blauwe wagens te kijken die daar stonden opgesteld. Het leek wel een expositie.
De lijnen 3 en 10 werden verwend met enkel- (10) en dubbelgelede (3) wagens, aangevuld met drie-assige treinen. Maar oktober 1963 zou de tramgeschiedenis in gaan als de maand waarin op de lijnen 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10, 13, 24 en 25 de blauwe wagens in de ochtendspits en de avondspits massaal terugkeerden. Buiten de spitsen was de blauwe inzet minimaal. En daar draaide het bij het GVB om, hoewel het enige maanden kostte om bijvoorbeeld alle blauwe bij lijn 10 weg te krijgen.
Het GVB werd comfortabeler door de massale inzet van gelede wagens en drie-assers, hoewel naar mijn idee de passagiers liever door een blauw stel werden vervoerd dan door een niet-verwarmde drie-asser. Door deze sensationele materieelveranderingen verschenen er voor de eerste keer blauwe wagens op de lijnen 1 en 2 en keerden zij triomfantelijk terug op de andere lijnen, op de ene lijn wat uitbundiger dan op de andere lijn. Lijn 25 had ze niet meer gezien sinds het begin van de vijftiger jaren. Op lijn 24 keerden ze in de vijgtiger jaren ook toen sporadisch nog wel eens terug. Naast de 'gewone' diensten verschenen er ook veel extra diensten als regenextra's, wensextra's en wachtwagens die het aantal blauwe nog vergrootten. Ik heb nog nooit zo naar regen verlangd.
Zulke koude avonden komen wij nu niet meer tegen. Iedere keer als je tijdens de spitsuren in 1963 een blauw stel voorbij zag komen, wist je dat dit misschien wel de laatste winter kon zijn van deze grote hoeveelheid blauwe diensten. Omdat je wist dat er weer een nieuwe tramserie was besteld, zoals de stuurstroomwagens 635-652. Natuurlijk waren de tramhobbyisten blij met deze maximale inzet van de 396-475. Daarnaast waren we ook bevreesd dat een van deze blauwe wagens door een ernstige aanrijding buiten dienst zou komen. Want dat was het lot van de blauwe wagens: een maximale inzet en een onmiddellijke buitendienststelling bij de eerste aanrijding.