De Amsterdamse Krant

20 mei 2017

De Amsterdamse Krant 20 mei 2017


'Er hoefde niets te gebeuren in Hotel Polen'

We vroegen om verhalen over de brand van Hotel Polen op 9 mei 1977 en kregen twee bijdragen en mooie unieke foto's van Ed van Wijk, die u op deze pagina ziet. Op de tweede pagina in deze editie staat een verhaal over de brand vanuit de brandweer.

door Rik Jungmann
Ik heb een bijzondere herinnering aan Hotel Polen. Het was 1965. Ik zat op de HTS Amsterdam op de Plantage Muidergracht, die later, in 1966, verhuisde naar de nieuwbouw tegenover de RAI. Het gebouw aan de Plantage Muidergracht zou gesloopt worden, zo was het plan. Het liep anders, de nieuwbouw bij de RAI is inmiddels al weer een paar jaar gesloopt. Het gebouw aan de Plantage Muidergracht staat er nog, nu van de UVA, meen ik. Ik zat in de derde klas van de HTS werktuigbouwkunde, toen was dat het praktijkjaar. Ieder kwartaal bij een andere werkgever. Het tweede kwartaal, eind 1965, was voor mij bij Adviesbureau Deerns in de Korte Leidsedwarsstraat boven bioscoop het Leidseplein Theater, die in 1984 dicht ging. Deerns ontwierp installaties voor water, verwarming, etc. Hotel Polen was klant van Deerns. Er liepen twee projecten voor het hotel. Een uitbreiding van het hotel en het uitbreiden van de waterleiding. Op zekere dag werd aan mij, als volontair, gevraagd of ik mee ging naar het hotel om de waterleiding ter plekke te controleren. Dat wilde ik wel.

Breiwerk
De waterleiding van Hotel Polen bleek een soort breiwerk waar in de loop van tientallen jaren steeds stukken aan waren gezet. Op zolder, in de kelder, bij de keuken en op de verdiepingen. Ontrafelen van de structuur van het waterleidingnetwerk. Het werd een zoektocht om de hoofdkraan van een verdieping te vinden. Op zeker moment meenden wij hem gevonden te hebben. Wij draaiden de hoofdkraan dicht en gingen van kamer naar kamer om daar de kraan open te draaien. Kwam er water uit, dan was het niet DE hoofdkraan. Het was midden op de dag. Op zeker moment liepen we een kamer binnen waar mensen lagen te slapen. Zij schrokken en wij schrokken. Die kamer sloegen wij over. Nadat we alle kamers hadden bezocht bleek dat het water nog steeds overal liep. Na een uurtje verder zoeken vonden we op een andere plek nog een 'hoofdkraan'. Toen die ook gesloten werd bleek de verdieping, achter twee hoofdkranen, wel dicht te zijn. Twee hoofdkranen...

Transmissieberekening
Bij de uitbreiding van Hotel Polen was het de vraag of de bestaande verwarmingsketel voldoende capaciteit had om ook de uitbreiding te kunnen verwarmen. Dat wordt berekend met een z.g transmissieberekening. Een monnikenwerk. Kamer voor kamer, raam voor raam het warmteverlies berekenen. Een prachtklus om een volontair drie maanden bezig te houden. Dag na dag tabellen invullen en doorrekenen gedurende een week of zes. Trots kwam ik na die klus bij de verantwoordelijk projectleider met het resultaat. Hij keek even naar het eindresultaat en zei tevreden: "Ja, dat klopt." Het bleek dat er een vuistregel was die hij gebruikte. Zo veel kubieke meter inhoud vereist zo veel warmte. Punt. Een dagje rekenen bleek hetzelfde resultaat te geven. Ik voelde mij wel enigszins genomen dat ze mij zes weken hadden laten zwoegen. En o ja, de bestaande ketel kon ook de uitbreiding verwarmen. Er hoefde dus niets te gebeuren in Hotel Polen. Vanaf dat moment keek ik met andere ogen naar het hotel als ik er langskwam.

door René Polanus
Ik had toevallig die ochtend iets in de stad te doen; Ik reed er twee uur vroeger naar toe, zodat mijn vrouw meteen mee kon rijden naar haar werk bij het Weesperplein. Dat er commotie in de stad was, was mij héél snel gebleken en na mijn vrouw bij haar werk afgeleverd te hebben, ging het richting Centrum.
Ik heb het zien branden aan het Rokin en in de Kalverstraat; het was bepaald niet mis. Werklieden van het gasbedrijf waren in de Kalverstraat bezig de straat open te breken om het gas te kunnen afsluiten.
Hotelgasten die niet gewond of slechts minimaal gewond waren, kregen de instructie naar de verzamelplaats in Krasnapolsky te gaan, maar begeleiding was er niet en dus wisten de buitenlanders en anderen die in Amsterdam niet bekend waren het echt niet meer. Ze bleven verdwaasd, wanhopig, huilend rondsjokken over het Rokin.
Vervolgens ben ik een aantal keren heen en weer gelopen om hen naar Kras te brengen. Toen ik geen wanhopig zoekenden meer zag, ben ik naar mijn bezigheid elders in de stad gegaan.

Nieuwe raadplaat: een betonnen gebouw

We geven eerlijk toe dat we aan deze raadplaat iets hebben veranderd. Want? Want anders zou het veel en veel te makkelijk zijn. Dus we zijn heel erg benieuwd of u er nu nog wat mee kunt. Een tip willen we wel geven: duizenden Amsterdammers zijn hier één of meerdere keren geweest en zij hebben ongetwijfeld ervaringen hebben opgedaan die ze nooit meer zijn vergeten. In elk geval is dat het geval voor de schrijver dezes.
Uw reactie kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Drumbands

Je moet het echt weten: in Amsterdam zijn geen lopende drumbands meer. Vroeger wemelde het ervan, maar tegenwoordig is spelen in een drumband niet echt meer iets wat jongeren doen. Althans, niet in Amsterdam (of zitten we ernaast?)
In elk geval vinden wij dit een leuk weetje dat ons op de vraag brengt: heeft u ervaringen (liefst met foto) in een drumband? We zijn benieuwd naar uw reacties en maken er met alle liefde een 'wall of fame' van. Uw reactie kunt u mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.
O ja, de foto is van T. O.G. en wij denken zomaar dat dat stond voor Tot Ons Genoegen.

'Tijdens de reddingen stortte de Kalverstraatkant in'

De klok rechts geeft kwart over zeven aan. Er valt niets meer te redden en de brandweer concentreert zich op het blussen van de brand en het voorkomen van uitbreiding. Foto: G.P. Koppers

In 2012 publiceerde Gerard Koppers onder de noemer 'De helden van Amsterdam' een reeks over de brandweer van Amsterdam en de grootste branden die zij beleefde. De brand van Hotel Polen was een van de grootste branden ooit. Dit is een mooie gelegenheid om dit verhaal nogmaals te publiceren. De foto's zijn exclusief van de brandweer.

door Gerard Koppers
Op maandagmorgen 9 mei 1977 voltrok zich tussen Rokin en Kalverstraat in het centrum van Amsterdam een drama toen een felle brand zich razendsnel verspreidde door Hotel Polen. Nog voordat iedereen gered kon worden, stortte een deel in en vloog het buurpand in brand. Uiteindelijk bleken 33 mensen om het leven te zijn gekomen.

Eerste alarm
Toen om tien over half zeven in de brandweerkazernes Hendrik en Rudolf (Prinsengracht en Rozengracht) het alarm afliep, konden de brandweermannen daar zich nog niet zo veel voorstellen van wat ze te wachten stond. Brand in een hotel betekende meestal om deze tijd loos alarm door een aangebrand toastje. Maar toen ze een minuut later de Raadhuisstraat indraaiden en al te horen kregen van de alarmcentrale (de brandweermeldkamer) dat ze zich moesten splitsen terwijl bovendien een grote rookwolk zichtbaar was, werd het al een stuk spannender.

De brand breidt zich razendsnel uit en in de Kalverstraat vliegt de boekhandel (links) in enkele seconden in brand. Tijd om de autoladder te verplaatsen is er niet meer en het voertuig wordt overweldigd door het vuur. Foto: NBDC
Even over zeven uur stort met veel geweld de Kalverstraatkant van het hotel in. Een geweldige stof- en rookzuil verheft zich boven de stad. Foto: Brandweer Amsterdam-Amstelland

Derde autospuit
Ook hoorden ze over de mobilofoon dat er een derde autospuit, Nico (IJtunnel), was uitgerukt. Dat hadden de mannen op de alarmcentrale alvast geregeld omdat ze daar ineens overstelpt werden met meldingen. In totaal zijn er wel 33 telefonische brandmeldingen binnengekomen.

Middelbrand Rokin
Geheel volgens de instructies reden de mannen van Rudolf het Rokin op en daar zagen ze volop vuur op de benedenverdieping en tientallen mensen uit ramen en op balkons zwaaien en roepen. 'Middelbrand Rokin' werd er meteen gegeven, hetgeen betekent dat er minstens drie autospuiten en een autoladder naartoe moesten komen. Ondertussen was Hendrik de Kalverstraat ingedraaid en ook daar werd men geconfronteerd met een uitslaande brand op de begane grond en mensen die uit ramen hingen en mensen die zelfs al gesprongen waren en op straat lagen. 'Grote brand Kalverstraat' was het sein van brandmeester Van Wereld, een veteraan met 23 jaar ervaring. Daarmee bedoelde hij dat er vijf autospuiten en drie autoladders in de Kalverstraat moesten komen.

Felle brand
Hotel Polen, waarnaar men was uitgerukt, had zijn benedenverdieping verhuurd aan de firma Inden, die daar een meubeltoonzaal had. Het restaurant liep niet goed genoeg meer. Ergens in die meubeltoonzaal was waarschijnlijk brand ontstaan, maar dat was niet zo snel ontdekt omdat de hotelruimte en toonzaal van elkaar gescheiden waren. Ook was men nog bezig met het aanleggen van een brandmeldinstallatie, maar dat was nog lang niet zover. Waarschijnlijk werd de brand pas echt ontdekt toen hij al doorbrak naar het hotelgedeelte en toen was hij al niet meer te blussen. Het statige trappenhuis fungeerde als grote schoorsteen, dus rook en vuur trokken razendsnel door het gebouw. De 107 gasten die er op dat moment waren, werden letterlijk overvallen door de brand en probeerden zo goed en zo snel mogelijk te vluchten. 42 gasten is dat gelukt en 38 werden gered door de brandweer, waarvan 10 met vangzeilen. Er waren 13 mensen uit het raam gesprongen nog voordat de brandweer ter plaatse was en daarvan waren er 5 overleden.

Kalverstraat stort in
Nog tijdens al die reddingen stortte om drie minuten over zeven, dus 20 minuten na aankomst van de brandweer, de Kalverstraatkant van het hotel in. Iedereen aan die kant die nog niet gered was, werd daarin meegesleurd. Door de klap sneuvelden de etalages van Inden en de aan de andere kant van de Papenbroeksteeg gelegen boekhandel De Slegte, die dan ook binnen de kortste keren volop in brand stond. De autoladder van Hendrik werd ijlings ingeschoven met de bedoeling hem weg te kunnen rijden, maar dat lukte niet meer op tijd. Chauffeur Stol moest rennen voor zijn leven en tandenknarsend toekijken hoe zijn brandweerauto prooi van de vlammen werd. Om het extra 'in te peperen' begon de sirene van de brandende autoladder nog te loeien door de kortsluiting en als een noodkreet galmde het geluid over de herrie van het bulderende vuur heen.

Slachtoffers
Twee uur na het begin, om zeven over half negen, stortte ook de Rokin-kant van Hotel Polen in. Daar waren gelukkig alle slachtoffers al gered. Door al die instortingen was niet meteen duidelijk hoeveel mensen er omgekomen waren en de eerste berichten gingen uit van tien tot twaalf doden. Toen de berging vijf dagen later helemaal afgerond was, kon de balans worden opgemaakt: van de hotelgasten waren er 32 om het leven gekomen, terwijl ook een bewoonster van het pand van De Slegte het niet had overleefd. 21 hotelgasten waren zwaargewond en 25 lichtgewond. Ook een brandweerman raakte lichtgewond. Alle hotelgasten kwamen uit het buitenland en de meeste zijn weer naar hun vaderland overgebracht. Voor zeven overledenen is een gezamenlijk graf geplaatst op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

Geen aanwijsbare oorzaak
Het uitgebreide onderzoek leverde geen aanwijsbare oorzaak aan. Wel was er 's nachts een melding van mogelijke inbrekers in de meubeltoonzaal geweest, maar de uitgerukte politie had daar niemand aangetroffen. Naar aanleiding van deze brand werden enkele congressen en symposia gehouden waarbij de gedegen reconstructie door de Amsterdamse brandweerofficieren ertoe leidde dat in 1984 Europese richtlijnen voor brandveiligheid in hotels werden vastgesteld.

De Gruyter, van het snoepje van de week en koffieblikken

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Deze keer ging het om de Fannius Scholtenstraat in Westerpark (vooral de supermarkt van De Gruyter leidde tot reacties) en we kregen reacties op de vorige raadplaat, die van de Linnaeusstraat in Oost en met de synagoge.

Frans Woons schrijft kort en bondig: "Het adres van de De Gruyter winkel was Fannius Scholtenstraat 26 (hoek Van der Hoopstraat)" en ook A. Versluis is kort van stof met "De oplossing van de raadplaat is Fannius Scholtenstraat 26. Dit filiaal is geopend vóór 1917 en gesloten / opgeheven in 1930."

Grieks restaurant
Mike Man uit Muiden heeft nauwelijks voetstappen liggen in Westerpark, maar hij komt wel met het goede antwoord. "Hoewel ik nagenoeg geen voetstappen heb liggen in de op de raadplaat afgebeelde buurt, denk ik toch dat het hier de hoek Van der Hoopstraat met de Fannius Scholtenstraat betreft, gezien in de richting van de J.M. Kemperstraat. In het pand waar destijds De Gruijter (én betere waar, én tien procent!) zat, huist momenteel een Grieks restaurant. Meer kan ik helaas deze keer niet bijdragen aan uw onvolprezen krant."

Snoepje van de week
Anneke Huijser hebben we een tijdje gemist, maar is weer van de partij: "Dit filiaal van de De Gruyter stond op de hoek van de Fannius Scholtenstraat en de Van der Hoopstraat in de Staatsliedenbuurt. Ik woonde daar als 8-, 9-jarige in de buurt en mijn moeder kocht wel bij de Gruyter, maar zelf kan ik mij daar helaas niet veel meer van herinneren. "
"Wel toen we verhuisd waren naar de Witte de Withstraat bij de Krommert, ging ik zelf weleens naar De Gruyter op de Admiraal de Ruijterweg en ik herinner mij daar wel de grote koffieblikken en uiteraard het snoepje van de week. Het is jammer dat De Gruyter niet op kon tegen de concurrentie van de Albert Heijnwinkels, waar je toen (rond 1960) ook nog via de toonbank je boodschappen moest kopen. Dat is pure nostalgie, nu de supermarkten steeds groter en uitgebreider worden."

Mijn neef
Ab Smienk voegt toe: "Op de foto zien we de Fannius Scholtenstraat/hoek Van der Hoopstraat. Het gebouw aan het eind met het vreemde dak is de gasfabriek aan de andere kant van de Haarlemmerweg. Mijn neef moest er wel aan te pas komen, hij is opgegroeid in de Staatsliedenbuurt."

Limburg van Stirumstraat
Frans van Emmerik heeft de locatie niet goed (maar daar is dan ook discussie over in de familie), maar zijn bijdrage over de De Gruyter is wel heel mooi: "Als mijn geheugen me niet in de steek laat (helaas beginnen mijn kinderen daar steeds meer aan te twijfelen, maar dat terzijde) is dit De Gruyter uit de Van Limburg Stirumstraat."

Gemalen koffiebonen
"Ach, wie kent De Gruijter niet? De reuk van gemalen koffiebonen; de bruine puntzakken; het snoepje van de week en zeker niet te vergeten het boodschappenbriefje van mijn moeder. Was het druk in de winkel? Ach, je sloot gewoon achteraan in de rij. De tijd had toen nog geen haast. Je vroeg echt niet wie de laatste was. Als Amsterdams schoffie kroop je langzaam, maar tactisch, onopvallend naar voren. Dacht ik dat ik aan de beurt was: 'Je bent nog niet aan de beurt!', sneerde een oude dame mij lispelend toe. Ik had haar zogenaamd compleet over het hoofd gezien. Zij mij niet!"

Oude dame
"Het was een oude dame met een hoedje uit 1901. Twee bronzen hoedenspelden staken er vervaarlijk uit. Haar afgeprijsde zware winterjas van Maison de Bonneterie hing als een loodslab over haar tedere schouders. Volgens mijn jeugdige inschattingsvermogen moest zij zeker van halverwege de 19de eeuw zijn. Aan haar nieuwe boven- en ondergebit kon zij niet wennen. Die lagen in een glaasje water thuis al weken op haar te wachten. Eindelijk was ik aan de beurt."

Zeg het maar eens, ventje
"'Zeg het maar eens, ventje', zei een vriendelijke jongedame met een hagelwit short om haar ranke middel. Ik probeerde het boodschappenlijstje uit mijn hoofd op te dreunen. 'Rustig aan, lieverd.' Zij moest stuk voor stuk alle koopwaar op de gram af afwegen op de weegschaal van Berkel. Met een schep van het merk Westmark vijf gram erbij, twee gram eraf. De bruine puntzakken werden netjes met een sierlijke omslag dichtgevouwen."

Lekker
"Vijf of zes boodschappen kon ik nog wel onthouden. En terwijl ik dit stukje tik, moet ik toch erkennen dat mijn kinderen toen al gelijk zouden krijgen. Welke zevende boodschap was ik ook al weer vergeten? Daarom zou ik ook nooit mee kunnen met geheugenspel van Omroep Max. Dat wordt een afgang. Het snoepje van de week smaakte trouwens lekker."

Buurtwinkeltje
En dan komen we natuurlijk bij Gielijn Escher, die schrijft: "De foto toont de Fannius Scholtenstraat, het stuk tussen Van der Hoopstraat en Haarlemmerweg met aan de horizon de Westergasfabriek. De winkel in het hoekpand links lijkt een buurtwinkeltje, zoals Amsterdam er zo vele kende, en in niets op een De Gruyter-filiaal. Kennelijk is deze foto genomen voordat De Gruyter haar zo karakteristieke huisstijl in al haar vestigingen doorvoerde. Aan de gevels prijkte de firmanaam P. de Gruyter & Zn. in gouden letters op een ondergrond van blauwgeglazuurde tegels. En ook binnen werden kosten noch moeite gespaard. Wanden werden gesierd met monumentale tegeltableaus met exotische voorstellingen van koffie- en theeplantages, rijstvelden etc."

Fraaie beelden
"In menige voormalige De Gruyter-winkel zijn deze fraaie beelden nog steeds te zien, o.a. op de Haarlemmerdijk/hoek Binnen Oranjestraat. En dan te bedenken dat De Gruyter ooit - tot nog ver in de jaren 50 - groter was dan Albert Heijn. Thans heeft 'Appie' in de Jumbo opnieuw een geduchte concurrent gekregen van een, evenals indertijd De Gruyter, Brabants familiebedrijf."

Westergasfabriek
Tot slot de Mollen en de Koningen: "De raadplaat van deze week speelt zich af in West-Amsterdam. We kijken naar de kruising Fannius Scholtenstraat NZ/Van der Hoopstraat OW. Aan het eind van de Scholtenstraat loopt de Haarlemmerweg, waarbij de Westergasfabriek te zien is tussen de bomen door."

"De Gruyter was een bekende grootgrutter uit Den Bosch. Vooral bekend om de slogan: 'En betere waar én 10%, alleen De Gruyter'. Bij de aankopen kreeg je een oranjekleurige kassabon van stevig papier. Als je een bepaald bedrag bij elkaar had, kreeg je 10% van het aankoopbedrag terug. Een gewild spaarpotje voor vele huisvrouwen. Dat de prijzen wat hoger lagen dan elders namen ze voor lief. Toch kreeg De Gruyter daardoor ook wel de bijnaam 'Piet de Dief'. Een lokkertje was ook het 'snoepje-van-de-week', waardoor menig kind de moeders bewoog naar De Gruyter te gaan.

Stukje speelgoed
Je kreeg niet alleen snoep, maar ook een stukje speelgoed. Alleen in de wat grotere zaken, zoals op de hoek Middenweg/Hogeweg, kon De Gruyter voorzichtig het zelfbedieningsconcept invoeren, maar de grote slag werd op dat gebied gemist omdat de meeste winkels daarvoor te klein waren. Onze goede vriend en AK-lezer Henk Slisser heeft in de buurt gewoond en herinnert zich nog dat er een drogist op de rechterhoek zat, die in de volksmond Klik werd genoemd. Hij verkocht van alles; het was als je daar binnenkwam een donker hol, er stond van alles op de vloer en achter de toonbank was het ook ogenschijnlijk chaos. Maar als je iets moest hebben, pakte hij het zo voor je. Bekend was ook zijn verf, hij mengde alles zo op kleur voor je. Echt een fenomeen."

Nazit
En in de nazit hebben we nog drie reacties op de raadplaat hiervoor, van de Linnaeusstraat waar Joop van Heuveln over schrijft: "Naar aanleiding van de raadplaat van de Linnaeusstraat (hiervoor dank) zend ik u nog twee fraaie exemplaren van de Linnaeusstraat nabij de Populierenweg en de Derde Oosterparkstraat. Op deze laatste foto ziet u de VAD garage. Voorheen een tramremise."

En Hans Tolsma schrijft: "Het is voor het eerst dat ik reageer, maar dit was heel eenvoudig voor mij. Het betreft de Linnaeusstraat, die inderdaad een ander aanzien heeft gekregen, althans zeker de linkerkant. Ik ben geboren en getogen in de Cilliersstraat die parallel aan de Linnaeusstraat loopt, mijn achterbuurman was Rob de Nijs, die aan de Linnaeusstraat woonde."
"We zien links nog de synagoge staan, nu reeds lang geleden gesloopt en links vooraan was de Polderweg waar vroeger kermis werd gehouden (en met loden kogeltjes werd geschoten!, die wij verzamelden, omsmolten en verkochten). Heden heet dit gebied de Oostpoort, een gloednieuw winkelcentrum en woonlocatie, the place to be!"

Niet moeilijk
E. Steur sluit de reeks af met: "In de Amsterdamse Krant van 22 april is de nieuwe raadplaat de Linneusstraat met links op de hoek met de Polderweg de oude Joodse synagoge die in de jaren 60/70 gesloopt is. De rechterstraat op de foto is de Tugelaweg en één straat verder was de Pretoriusstraat. Dit was niet zo moeilijk te raden."

Nieuwe raadplaat

We geven eerlijk toe dat we aan deze raadplaat iets hebben veranderd. Want? Want anders zou het veel en veel te makkelijk zijn. Dus we zijn heel erg benieuwd of u er nu nog wat mee kunt. Een tip willen we wel geven: duizenden Amsterdammers zijn hier één of meerdere keren geweest en zij hebben ongetwijfeld ervaringen opgedaan die ze nooit meer zijn vergeten. In elk geval is dat het geval voor de schrijver dezes.
Uw reactie kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'De burgemeester sloeg het cement van zijn hoed en jas'

Aan Herengracht 510 was het Braziliaans consulaat gevestigd.

Ton Mars schreef een bijdrage naar aanleiding van het artijkel over burgemeester d'Ailly in de serie 'De burgemeesters van Amsterdam'.

door Ton Mars
Ik was net begonnen als timmerman en we moesten op de Herengracht 510 - toen Braziliaans consulaat - boven op zolder een verwarmingsunit bouwen. Dus veel sleep- en sjouwwerk. Alle materialen moesten naar boven via de marmeren gang en dan de lift in.

De conciërge deed moeilijk, want de lift mocht niet meer. Dus stoppen en vervolgens moest alles buitenom opgehesen worden. Toen bleek dat het hijstouw te kort was en werd er een stuk steigertouw aan geknoopt. Het hijsen ging zwaar en we losten elkaar af. Ik stond als jochie boven en zag op zolder een antiek hijsapparaat staan: een groot wiel en ernaast een enorm hijstouw en vroeg me af of we dat niet konden gebruiken. Tijdens de schaft werd de apparatuur bekeken en ze wilden het proberen. We draaiden boven aan het wiel en de haak in de windkast buiten zakte langzaam naar beneden: het werkte! De haak raakte de straat, dus werd er een last aan gehangen. Het ging goed, maar wel heel langzaam.

Burgemeester d'Ailly was een duivenliefhebber.

Hijsen
Een gedeelte van de dag waren we aan het hijsen en de volgende dag moest ik beneden staan met nog een timmerman om de boel aan te haken. Wij deden steeds meer vracht aan de haak, want je merkte er boven toch niets van, het ging superlicht. Af en toe stond burgemeester D'Ailly, die even verderop woonde, met ons te praten, want hij haalde zelf de dienstauto op.

Pallet met acht zakken
We hadden een pallet met acht zakken cement en die moest naar boven. "Ik ben benieuwd," zei de burgemeester, "of jullie dat redden" en hij bleef kijken. Ineens knapte het dikke huistouw op de 1e etage en de hele handel kwam naar beneden op de hardstenen trap. De leuning, de gevel, alles zat onder het cement, ook de onderkant van de bomen zat onder en de straat, het was vreselijk. De burgemeester sloeg het cement van zijn hoed en jas en liep lachend weg met: "jullie hebben wat op te ruimen vandaag, haha." De man had humor, Amsterdamse humor. En iedere dag kwam hij even langs voor een praatje.

Duivenliefhebber
Later sprak hij met mijn oudere collega-timmerman wiens zoon in militaire dienst zat. Hij klaagde dat zijn zoon alle duiven weg had moeten doen wegens zijn diensttijd De burgemeester was een verwoed duivenliefhebber. Hij knikte tegen mijn collega. Ik snapte het meteen en ze kwamen overeen dat wanneer zijn zoon uit dienst was hij een paar duiven bij hem mocht komen uitzoeken. Hij is zijn afspraak nagekomen.

Gazeuse, broodjes en soep in het Vliegenbos

De veerboot.

door Michael Rogge

Het Vliegenbos roept bij mij altijd speciale herinneringen op. Als het een beetje mooi weer was, gingen we naar het Vliegenbos aan de overkant van het IJ. De zuster van mijn moeder, An de Vetter, en haar kinderen Tine en Noes waren altijd van de partij omdat het zo goedkoop was en het enige uitje dat voor ons als steuntrekkers nog binnen bereik was. Voor 12,5 cent per persoon, kinderen half geld, kon je ernaartoe: eerst lijn 1 naar het Centraal Station, dan lijn 21 om het station heen naar de De Ruyterkade, en dan met een veerbootje naar Nieuwendam. We stapten bij de steiger van het Vliegenbos uit.

Een advertentie voor de veerboot.

Gazeuse
Daar aangekomen nestelden de ouders zich in het gras met hun flessen gazeuse, broodjes en snoep. Wij verdwenen in het bos. Van takken en bladeren bouwden we daar een hut. Of we vonden aan het water bij het vieze riool naast de steiger tussen de rotsblokken iets dat ons fascineerde. Tegen het einde van de middag kregen we de keuze: óf een dubbeltje contant, maar dan de hele weg teruglopen, óf mee met de ouders met de veerboot. We kozen vaak voor het eerste en kochten dan een groot brok druivensuiker dat langzaam opgepeuzeld werd. We waren wel uitgeput als we thuis aankwamen. Mijn vader had dan genoten van een hele middag rust!

'Ome Schel' had zelfs een fanclub

Personalia
Na het tamelijk plotselinge vertrek van Ed van Thijn stond er niet meteen een vanzelfsprekende opvolger klaar. Maar twee jaar eerder was er in Rotterdam een burgemeester van PvdA-huize benoemd, dus het was niet onlogisch dat naar de Rotterdamse kandidaten werd gekeken. Schelto Patijn stond daar toen als eerste op de voordracht van commissaris van de Koningin M. Vrolijk, maar het kabinet gaf (in navolging van de meerderheid van de Rotterdamse raad) echter de voorkeur aan Bram Peper. Dus kwam Patijn voor Amsterdam in beeld. Hij werd op tweede paasdag in een vakantiehuisje door de toenmalige fractievoorzitter van de PvdA, Eberhard van der Laan, gevraagd te solliciteren.

Patijn is in 1936 geboren als zoon van dr. Constantijn Patijn en jonkvrouwe Sara van Citters. Hij is op 12 juli 1961 gehuwd met Anna Stroink. Ze kregen 3 kinderen. Patijn kwam uit een familie waarin vele bestuursfuncties bekleed werden. Zelf had hij ook een carrière in het openbaar bestuur.

Beleidsmedewerker
Hij was achtereenvolgens beleidsmedewerker bij de directie integratie Europa op het ministerie van Buitenlandse Zaken (1962 tot 1967), wetenschappelijk medewerker van het Europa Instituut van de Rijksuniversiteit Leiden (1967 tot 1971), waar hij vervolgens directeur werd (1971 tot 1973). Daarna werd hij lector recht der internationale organisaties aan de Rijksuniversiteit Leiden, lid van de Tweede Kamer (1973 tot 1984) en deels gelijktijdig lid van het Europees Parlement (1973 tot 1979). Van 1984 tot 1994 was hij commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, waarna op 1 juni 1994 de benoeming tot burgemeester van Amsterdam volgde. Dit bleef hij tot 1 januari 2001.

Algemene kenmerken van Patijn en belangrijke gebeurtenissen tijdens ambtsperiode
Op 1 juni 1994 krijgt Schelto Patijn van waarnemend burgemeester Frank de Grave de ambtsketen omgehangen. In zijn eerste speech op die dag gaf Patijn vier voor hem belangrijke punten aan: - Hij wilde de welvaart van de stad vergroten en daarmee het hart van de stad kloppend houden. - Hij wilde de lotsverbondenheid van Amsterdam met zijn omgeving vormgeven door oprichting van de Stadsprovincie Amsterdam. - Hij gaf aan zich duidelijk verantwoordelijk te voelen voor de organisatie en handelswijze van de politie. - Hij wilde geen stadhuisburgemeester zijn, maar burgemeester van álle Amsterdammers.

Op de fiets
Aan dat laatste gaf hij vorm door tweemaal per week op werkbezoek te gaan, meestal op de fiets, waarbij hij een aantal ambtenaren, óók op de fiets, meenam. Daarmee raakte hij snel populair, zeker ook omdat hij voor iedereen een vriendelijk woord had en het met iedereen snel goed kon vinden.
Patijn werd vanwege zijn adellijke afkomst aanvankelijk als een elitair persoon gezien, maar hij bleek een zeer aimabel en warm persoon, die zich met veel elan voor de publieke zaak inzette. Hij kreeg al snel de koosnaam 'Ome Schel' en had zelfs een fanclub. Hij heeft ook nooit overwogen het statige ambtsgewaad te gaan dragen. Kort na zijn benoeming werd het ambtsgewaad zelfs officieel afgeschaft.
Hij ontpopte zich als een krachtige burgemeester die met voortvarendheid de drugsoverlast bestreed.

Referendum
Onder Patijn vond in 1995 het referendum plaats over de komst van de stadsprovincie Amsterdam. Omdat de overgrote meerderheid van de stemmers tegen de stadsprovincie was, werd Patijn niet de laatste Amsterdamse burgemeester en bleef de stad Amsterdam bestaan.
Hoogtepunten voor Patijn waren de Eurotop in 1997, de millenniumwisseling, de Gay Games, tweemaal Sail, het EK voetbal 2000 en de bezoeken van de Japanse keizer en de Palestijnse leider Yassar Arafat.
Dieptepunten waren de dood van Joes Kloppenburg door zinloos geweld, de dood van drie brandweerlieden bij een brand aan de Motorkade en de uitzetting van de Turkse kleermaker Gümüs. En hij moest tegen zijn zin meemaken dat de gemeenteraad besloot ook in de binnenstad een eigen deelraad te laten komen.

Wetenswaardigheden
Onder het 'bewind' van Patijn kwamen er nadere regels voor coffeeshops, Koninginnedag, prostitutie en terrassen. In 1996 wordt de tippelzone op de Theemsweg ingesteld en wordt besloten tot de aanleg van de Noord-Zuidlijn. In hetzelfde jaar verschijnt ook het rapport van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden van de commissie-Van Traa, beter bekend als de IRT-affaire. Dit legde een zware last op de schouders van de burgemeester als verantwoordelijk korpsbeheerder van de politie. Hij moest nadrukkelijk leiding geven aan de bestuurlijke aanpak van de criminaliteit.

Ambtswoning
Sinds de intrek van Samkalden was er weinig aan het onderhoud van de ambtswoning gedaan. Patijn, en vooral zijn echtgenote, zorgde voor een grondige aanpak van het pand. Met name de woonvertrekken kregen een grondige facelift. Dat Patijn zich in Amsterdam thuis was gaan voelen, blijkt wel uit het feit dat hij na het verlaten van de ambtswoning in de stad bleef wonen en met zijn vrouw zijn intrek nam in een comfortabele woning in de Minervalaan.

Andere bestuurders, aftreden en opvolger
Patijn kreeg met veel verschillende wethouders te maken. Onder hen een aantal 'pittige tantes' zoals Guusje ter Horst (wethouder van 1994 tot 2001), Pauline Krikke (wethouder van 1996 tot 2001) en Jikkie van der Giessen (wethouder van 1998 tot 2002). De dames schijnen elkaar regelmatig in de haren gevlogen te zijn, maar dat gebeurde dan tijdens de vertrouwelijke beraadslagingen van het college. En aan Patijn was het wel toevertrouwd om sussend op te treden.
Guusje ter Horst en Pauline Krikke werden later ook burgemeester, van respectievelijk Nijmegen en Arnhem.

Commotie
De benoeming van Krikke tot wethouder ging gepaard met veel commotie. Niet dat zij omstreden was, maar het gevolg was dat zittend wethouder Edgar Peer zou doorschuiven van Economische Zaken naar Financiën en dat zagen sommige partijen niet zo zitten. Na een pittig debat kwam het goed. Het zou voor Patijn niet zijn laatste wethouder van Financiën worden. Hij kreeg in zijn tijd ook nog te maken met Harry Groen en Geert Dales.
Tussen mei en november 1999 was Patijn door ziekte verhinderd zijn burgemeestersambt uit te oefenen. In die periode trad Jaap van der Aa op als locoburgemeester.
Om gezondheidsredenen trad Patijn eind 2000 af. Op 20 december 2000 werd in de gemeenteraad officieel afscheid van hem genomen. Hij overleed in 2007.
Na het vertrek van Patijn werd locoburgemeester Jaap van der Aa zijn tijdelijke opvolger, waarna Job Cohen zijn definitieve opvolger werd.
Patijn werd in februari 2001 nog voorgedragen voor het vicevoorzitterschap van de PvdA, maar hij trok zich terug als kandidaat vanwege zijn gezondheid.

De burgemeesters van Amsterdam (11): Schelto Patijn

Adrie de Koning en Jos en Frits Mol zijn de auteurs van de rubriek 'Burgemeesters van Amsterdam'. Wij hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als grote kenners van de geschiedenis van Amsterdam, hetgeen zich heeft geuit in de series 'Dit komt nooit meer terug' (over allerlei zaken die vroeger zo normaal waren in het Amsterdamse straatbeeld, maar inmiddels van het toneel zijn verdwenen), daarna 'Verdwenen kinderspelen' en vervolgens 'Amsterdamse hofjes'.
In 'Burgemeesters van Amsterdam' worden niet alle Amsterdamse burgervaders uit de loop der eeuwen behandeld, maar alleen de burgemeesters uit de vorige en deze eeuw, want daar zullen Amsterdammers en oud-Amsterdammers herinneringen aan hebben. En misschien weten lezers iets over hen te vertellen. In totaal gaat het om twaalf burgemeesters die in de collage op deze pagina zijn verwerkt. Het zijn de vooroorlogse burgemeesters Tellegen en De Vlugt, de tijdens de oorlog aangestelde Voûte en de naoorlogse De Boer, D'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen en Van der Laan.