De Amsterdamse Krant

16 september 2017

De Amsterdamse Krant 16 september 2017


'Je kreeg geheel onverwachts een ijzeren hengel in je nek'

Zwemmen leerde je vroeger zo.

Er was geen directe aanleiding, maar het leek ons gewoon leuk om mooie verhalen van lezers over hun zwembadervaringen te publiceren. Er kwamen weer mooie reacties en die leiden ongetwijfeld tot andere reacties, want zo gaat het vaak. Dus: vandaag twee pagina's over zwembaden en wie weet wat er in de volgende editie(s) nog in het verschiet ligt. Maar dat ligt aan u.

door IJsbrand Rogge

Zwemmen aan de hengel: een gruwel voor veel kinderen.

In de jaren dertig van de vorige eeuw heb ik weleens in het openlucht Schinkelbad gezwommen. Ik was eigenlijk het AMVJ binnenbad in de Vondelstraat gewend. Dat was verwarmd maar had chloorwater, wat weer niet zo leuk was. Het Schinkelbad was een flink eind lopen voorbij de Amstelveenseweg. Het had een hoge duiktoren. Ik dorst er nauwelijks vanaf te springen en vond het water ook maar koud en niet zo helder als het AMVJ. Maar ja, op een zomerse hete dag maalde je daar niet om. Ik lees dat het zwembad in 1937 afgebrand is geweest en weer opgebouwd, dus het moet tussen 1937 en 1940 geweest zijn.

Ik ben benieuwd of er nog meer lezers zijn met ervaringen met dat bad.

door Frans van Emmerik

Ja Hans. Daar stel je een vraag over 'mooie' verhalen en herinneringen over zwembaden in ons Amsterdam. Na 58 jaar passeerden ineens weer die jeugdbeelden van toen. Helaas nee. Jammer, je hebt pech gehad. Mooie en smeuïge verhalen heb ik niet. Maar ongetwijfeld zal je reacties krijgen over één bepaald zwemattribuut: de hengel.

58 jaar geleden

Het is alweer zeker 58 jaar geleden dat wij van de Sint Franciscusschool uit Noord naar Sportfondsenbad Oost werden gereden met de meest gammele autobus uit die tijd. Toen nog allemaal kortgeknipte Amsterdamse schoffies.
'Kort met een kuiffie,' moest ik altijd van mijn moeder zeggen tegen kappertje Wezel op de Kamperfoelieweg/hoek Pinksterbloemstraat. De tondeuse was zijn favoriet. 't Kuiffie bracht hij met de schaar in model.
Afijn, eerst met de autobus naar de pont. De tegenwoordige jeugd kan dat zich niet meer voorstellen met de veerponten van heden.

Kleedruimte

Bij Sportfondsenbad Oost aangekomen werden wij gebracht naar de kleedruimte, waar wij hutjemutje door elkaar stonden. En terwijl wij moesten wachten, haalden wij halsbrekende kunstjes uit, waarvan bijgeleverde foto het onderbouwd bewijs is. Ieder modebewust persoon ziet meteen een kleurrijk assortiment aan zwembroekjes. Zwart met een witte bies was de mode van de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Het fluitje van de badmeester

Dan mochten wij eindelijk het zwembad betreden, maar eerst wachten op het fluitje van de badmeester. En dan die hengel. Tsja. Deed jij je uiterste best met rugzwemmen, kreeg je ineens uit een totaal onverwachte hoek een ijzeren hengel in je nek. Je schrok je het apezuur. Dat had altijd een averechts effect. Paniek. "Je armen in je zij", bulderde de badmeester door het zwembad.
Mijn zwemdiploma's A en B liggen ergens in een map tussen de andere diploma's. Als ik ze weer zie, dan denk ik toch weer aan die goeie ouwe tijd van weleer.

Meer zwembaden op pagina 2.

Belangrijke gebouwen in Amsterdam

De nieuwe serie wordt gestart met een bijdrage over Theater Carré. .

door Adrie de Koning en Jos Mol

De zomer is bijna om en het wordt weer tijd voor actie. Wij hebben een serie 'Belangrijke gebouwen in Amsterdam' samengesteld. We zullen u daar alles over vertellen. De gebouwen die we hebben uitgezocht zijn: 1. Carré, 2. Paleis op de Dam, 3. Stadhuis Oudezijds Voorburgwal, 4. Stopera, 5. Stadsschouwburg, 6. Scheepvaarthuis, 7. Scheepvaartmuseum, 8. Oostindisch huis, 9. Westindisch huis, 10. De Bazel, 11. Felix Meritis, 12. Nederlandse Bank Rokin (tegenwoordig: Allard Piersonmuseum), 13. Rijksmuseum, 14. Stedelijk museum, 15. Frankendael, 16. Wolkenkrabber, 17. Concertgebouw, 18. Paleis voor Volksvlijt, 19. Het Victoria Hotel.
En we hebben er zelfs nog een aantal achter de hand. We hopen dat jullie er veel plezier aan zullen beleven. We hebben het eerste verhaal - over Theater Carré - gepland op 30 september.

Zwembaden (2)

Eigenlijk vinden we de artikelen over de zwembaden heel leuk. Zo leuk, dat we de oproep in de vorige editie nog maar een keer herhalen. Want we missen nog wel wat zwembaden. Want waar zijn de anekdotes over het De Mirandabad en het Floraparkbad in Noord, waar zijn de herinneringen aan het Sloterparkbad (met de hoge) en er moet toch wel iemand zijn die baantjes heeft getrokken het Heiligewegbad (foto) en daar leuk over kan vertellen?
We zijn verzot op uw herinneringen, die u kunt mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Het Flevoparkbad in de beginjaren. Foto: Flevoparkbad.com

'Ik was doodsbang voor badmeester 'ome Frits' die de hengel hanteerde'

Op deze pagina nog meer ervaringen over zwembaden.

door Agnes Kramer

Het vijfcentenbad in Oost.

Aan het Flevoparkbad heb ik weinig herinneringen, maar wel aan de situatie voordat het zwembad er was. Op de plek waar nu het zwembad is, was vroeger een volkstuincomplex. Volgens mij heette het complex Insulinde. Wij woonden in de Indische Buurt, op het Ceramplein, en mijn vader had op het complex een volkstuintje. Mijn zusjes en ik hebben er een geweldige tijd gehad. Veel geleerd van mijn vader over tuinieren. Wij zwommen in het Nieuwe Diep. Wij hadden geen zwembad nodig. Helaas moest het volkstuincomplex verdwijnen voor het zwembad. Het complex verhuisde naar Schellingwoude en heette voortaan Wijkergouw. Het is er nog steeds.

door Anneke Koehof

Mijn eerste zwemlessen kreeg ik van mijn vader. In de winter werd er na het avondeten een kruk in de hal gezet waarop ik de schoolslag alvast onder de knie moest krijgen, als een vis op het droge: 'voor, zij, sluit'.
Wanneer het zomers mooi weer werd fietsten wij (mijn broertje en ik achterop) naar de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, door ons De Merwede genoemd. Ik kreeg een touw om mijn middel en werd zonder pardon in het water gegooid. Natuurlijk huilde ik dat ik er uit wilde, maar mijn vader was onverbiddelijk.
"Zwemmen", riep hij, "voor, zij, sluit, voor, zij sluit."
Mijn grootste angst was dat er een schip voorbij zou komen en als dat het geval was smeekte ik of ik eruit mocht, want ik was als de dood voor de hoge golven. Dat mocht dan wel, maar zodra het schip voorbij was moest ik er weer in.

Ik gilde van angst

Ik wist niet dat de golven vanaf de overkant weer terugkwamen, waardoor ik tegen de beschoeiing werd gesmeten; toen dat gebeurde gilde ik van angst en mijn vader maar lachen...
Mijn jongere broertje dacht dat hij het zonder touw wel kon, sprong zo het kanaal in en moest door mijn oudere broer worden gered.

Onder schepen door

Zelf kon mijn vader heel goed zwemmen. Hij bleef heel lang onder water en dook zelfs onder schepen door. Wij waren in doodsangst en wisten zeker dat hij nu toch echt verdronken zou zijn, maar nee, ineens dook hij, al bijna aan de overkant, weer op!
Later, toen ik goed kon zwemmen, zwom ik ook weleens naar de overkant, maar halverwege bleek het toch verder dan gedacht, dan moest je kiezen: doorzwemmen of omkeren. Ik wilde me niet laten kennen en koos voor het eerste, maar moest dan ook dat hele eind weer terug.
Ook pikte ik wel eens een 'slepie'. Tot die ene keer: ik werd toen door de schipper en zijn knecht het water in gegooid, zover mogelijk van het schip af, omdat er een enorme zuiging was. Daarna heb ik het nooit meer gedurfd.
De zwemlessen van mijn vader hadden niet zo veel effect, ik heb het pas echt geleerd in het vijfcentenbad.

Echte zwemlessen

Nadat mijn vader mij in het Amsterdam-Rijnkanaal de eerste beginselen van het zwemmen had bijgebracht, vond mijn moeder het tijd om mij in te schrijven voor echte zwemlessen. Geld voor het overdekte Sportfondsenbad was er niet, dus besloot zij dat ik half mei, zodra het openging, de lessen zou volgen in het Gemeentelijke Zwembad Het Nieuwe Diep in Oost, gelegen in een hoek van het Nieuwe Diep.
Wanneer je je kaartje had gekocht betrad je het geheel uit houten planken opgetrokken zwembad. Er waren twee afdelingen: één algemeen bad, door een brede loopbrug verdeeld in 'het ondiepe' en 'het diepe' met de duikplank, de 'hoge' en 'de lage'.
Dan was er het bad speciaal voor vrouwen, te bereiken door een smal gangetje tussen de lange rijen kleedhokjes die alle baden omsloten. Voor mannen hadden de hokjes halve deurtjes, voor vrouwen waren ze hoger. Er werd streng op toegezien dat er geen jongens of mannen in het vrouwenbad kwamen.

Schoolhokken

Voor grote groepen waren er de zg. 'schoolhokken', maar ook deze weer apart voor jongens of meisjes, ja, men was preuts in die tijd. Het bad binnenkomend zag je op een leitje de temperatuur van het water en geloof het of niet, bij mijn eerste zwemles was dat 10 graden! Mijn moeder bracht me op de fiets; terug kon ik wel lopen, terwijl het regende dat het goot!
Bibberend trok ik mijn natte kleding uit en daar stond ik in mijn armoedige badpak, samen met een groep lotgenootjes, aan de kant van het bad dat door touwen verdeeld was in zeer ondiep, iets dieper en het allerdiepst. We kregen natte kurken om ons middel en moesten laten zien hoe ver we de zwemkunst al machtig waren. Ik probeerde de boel te foppen door op mijn knieën door het ondiepe bad te schuifelen waarbij ik met mijn armen de al geleerde schoolslag maakte, maar dat hadden ze gauw door.

Vreselijk

O, wat vond ik die zwemlessen vreselijk. Het allerergste was de hengel, die door een rail over de leuning van de loopbrug werd voortbewogen. Je kreeg een koude, natte leren gordel om je middel en daar hing je boven het water te spartelen. Huilen was er niet bij, dan werd je kopje-onder gehouden. In die tijd werd er echt nog geen rekening gehouden met de tere kinderziel!

Doodsbang

Ik was doodsbang voor 'ome Frits', de badmeester die de hengel hanteerde. Hij had een luide stem die over het water galmde. Het was waarschijnlijk een beste brave man, maar iedereen had Een heilig ontzag voor hem.
Nee, ik kan niet zeggen dat ik plezier had in de zwemlessen, maar uit angst leerde ik snel en kon die zomer mijn A-diploma in ontvangst nemen, wat een feest, ik hoefde er niet meer naartoe, behalve voor mijn plezier, als het zomers warm was en het water lauw.

'Een volkswijk, maar 'wel netjes'

De Staatsliedenbuurt was een volksbuurt, maar wel netjes. Tot de krakers er kwamen.

door Sonja Tienstra

Sonja Tienstra schreef naar aanleiding van de raadplaat over de Maasstraat een mooie lange bijdrage, waarin ze echter begint over de Staatsliedenbuurt. Omdat we al dit moois niet in één keer willen weggeven en ook omdat we de laatste drie afleveringen veel hebben gemeld over de Maasstraat, beginnen we nu met haar herinneringen aan de Staatsliedenbuurt. Maar de editie hierna komen we weer bij haar terug met de Maasstraat.

Mijn eerste verhaal gaat over de Staatsliedenbuurt in de jaren 50 en 60. Het valt me op dat er over het algemeen leuke herinneringen geplaatst worden m.b.t. 'De goede oude tijd in Amsterdam'. Ik heb als geboren Amsterdammer ook enkele goede herinneringen, maar ook veel slechte!! Deze herinneringen gelden niet per se voor Amsterdam, maar wel omdat de jaren 50 en 60 niet overal altijd zo positief waren.

De Cliffordschool in de Van Bossestraat.

Volkswijk

Ik heb mijn jeugd in de Staatsliedenbuurt beleefd en dat was een volkswijk, 'maar netjes', zoals mijn moeder altijd zei. Later kwamen de krakers en criminelen en werd de buurt 'gevaarlijk'. Zelfs de burgemeester durfde de wijken niet in.
Maar nu ik er af en toe terugkom, kijk ik mijn ogen uit. Bomen in de straten en veel van de woningen zijn gerenoveerd en als tweekamerwoningen verkocht aan starters.

Bij de les

Zelfs mijn oude (christelijke) school met de hoge ramen, waardoor je ook niet werd afgeleid door wat er buiten gebeurde en je 'bij de les bleef', in de Bentinckstraat bestaat nog als gebouw, maar is geen school meer.

Openbare school

Een straat ervoor was de openbare Cliffordschool. Ik mocht daar niet spelen met de kinderen van die school. Sterker: ik mocht er zelfs helemaal niet komen. 'Die goede oude tijd' van het absurde geloven.

Westerpark

Wij woonden vlak bij het Westerpark en dat was een eldorado. Alleen mocht je er geen stap op het gras zetten. Nu mag je er liggen en recreëren. Ik kijk er met lichte jaloezie naar… De Staatsliedenbuurt lag aan de rand van Amsterdam en als kind dus ook veel plekken voor avonturen. Binnen zitten was er niet bij na schooltijd of vakanties. Onze moeders hadden hun handen vrij…

Ik ben laatst op bezoek geweest bij mijn afgestudeerde kleinzoon die meteen een baan vond in Amsterdam na het behalen van zijn Masterdiploma. Hij heeft een kamer tegenover hetzelfde Westerpark en vindt het daar "te gek wonen". Maar in dezelfde buurt kopen ook de huisjesmelkers de woningen op tegen de nu geldende lage rente en verdelen deze woningen in twee kamers.
In de woning waar mijn kleinzoon en nog een werkende jonge vrouw voor veel geld een kamer huren is zelfs geen aanrecht of kraan! De eigenaar kan die niet aanleggen anders is het geen woning meer… werd mij verteld.

Kleine doucheruimte

Wel is er een kleine doucheruimte en daarin een kleine wastafel. Daar moeten zij het beiden mee doen om water te tappen voor de afwas en te koken. Dus het is best leuk dat de gebouwen van de tegenovergelegen gasfabriek nu allemaal horeca bevatten en er tv-opnames zijn, maar ertegenover is het dus niet allemaal goud wat er blinkt!

Finke studieschuld

Ik ben bang dat mijn beide kleinkinderen die hard hebben gestudeerd en er bovendien een baan bij hadden, heel lang van hot naar her zullen moeten verhuizen om maar een duur dak boven het hoofd te hebben.
Met een flinke studieschuld kan het heel lang duren voordat zij voor een huurwoning in aanmerking komen (die zijn niet voor hen en minstens meer dan 15 jaar of langer wachten of een woning kunnen kopen, want eerst alle studieschuld aflossen). En aan kinderen beginnen doe je dan ook niet snel. Daarom zie je nu veel Nederlandse 'oudere ouders'. En overeind blijft staan mijn conclusie dat het voor Nederlandse jongeren van nu er toch niet zo heel veel beter op is geworden!

Een cynicus

door Luuk Wijmans

Mensen vinden me steeds meer een cynicus die beter door de tram kan worden overreden. Zo'n kankerpit die al meer dan 70 jaar de kritische Amsterdammer uithangt, die nooit meer dan zes weken buiten die stad z'n leven leefde en weinig helden heeft.

Anders geweest

Dat is wel anders geweest, met die helden. Ik was negen. We voetbalden in de Sassenheimstraat voor Porsius, magazijn voor al uw rokerswaren. De getergde winkelier vreesde steeds voor een bal door de ruit. Maar dit keer bevestigde hij lachend een uitslagenpapier van de Tour de France 1955 op het etalageraam. De rit naar Albi was gewonnen door Daan de Groot met twintig en een halve minuut voorsprong op het peloton. De radio bracht het ene na het andere verslag van de heldentocht. De Groot was in de hitte achteropgeraakt, had in de akker koolbladeren geplukt en op zijn schedel gelegd tegen de koperen ploert en had vleugels gekregen, het peloton in stomme verbazing achterlatend.

Daan de Groot

Zijn kracht heette hij te ontlenen aan het fietsen door Amsterdam van kinds af aan om boodschappen te bezorgen vanuit de kruideniers- of melkwinkel, waar hij opgroeide. Wij naar de heilige plek op de hoek van de Overtoom en de Frederikstraat. Winkel gesloten, geen feestgedruis. Maar na de slotetappe werden we rijkelijk beloond. In Bellevue werden journaalbeelden getoond. Je kon zo naar binnen met een kaartje uit het bonboekje van het Vakantie Kinder Feest. Dat bonboekje gaf in die eindeloze vakantie ook recht op een bezoek aan Artis of het waterorgel. In de afgeladen zaal staarde iedereen naar hetzelfde punt. Daar zat Daan de Groot zelf tussen zijn wielervrienden. Toen de ontsnapping in beeld werd gebracht voelde je een rilling door de zaal gaan. Een golf van geluid steeg pas op toen onze Daan getoond werd toen hij door de ronde miss gezoend werd, op zijn wangen en ik weet zeker dat-ie bloosde.

Niet oud geworden

Mijn held is niet oud geworden. Hij heeft de 50 niet gehaald. Na de dood van zijn vrouw sloeg hij de hand aan zichzelf.

'Huisbellen en naambordjes werden losgeschroefd en omgedraaid'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De foto waar het nu over gaat, is van Rob Lammens en betreft de hoek van de Van Brakelstraat met de Witte de Withstraat in de Zeeheldenbuurt (maar ja, wat is een zeeheld nog waard tegenwoordig?). Er kwamen weer redelijk veel inzendingen en vooral de inzendingen op verzoek die we kregen van Rob en zijn broer Alphons. Later belden ze nog met de mededeling dat ze hebben genoten van het ophalen van al die herinneringen, waar we hieronder mee beginnen.

Rob Lammens: "Wij woonden in de Van Brakelstraat 37, 1 hoog, van 1947 t/m 1970, tussen de Witte de Withstraat en de Admiralengracht. Ik ben in 1970 getrouwd met Ineke uit Naarden en we hebben toen een woning gekraakt in de eerste Atjehstraat 42. Na negen maanden zijn we netjes verhuisd naar de Rustenburgerstraat 261 en daarna naar Bussum, waar we nog steeds wonen. Maar ik blijf een Amsterdammer."

Rob Lammens als misdienaar.
De raadplaat in de vorige editie van de Van Brakelstraat, hoek Witte de Withstraat.
De Witte de Withstraat.

Geweldige tijd

"Maar goed, in de Van Brakelstraat lag mijn tijd en ik heb daar een geweldige tijd gehad die ik nooit meer zal vergeten. We waren erg lastig en moeilijk, maar hadden wel lol. Er was ruimte genoeg, er stonden geen auto's in de straat, en konden in onze tijd veel stoepranden, putjesvoetbal en slagbal met rondjes spelen en tegen de garagedeuren van Koedijk en Marree voetballen. Ook sneuvelden geregeld de glasplaten bij mevrouw Veerhuis.
In onze kleine straat hadden we vier winkels: een kruidenier, bakker (Stuurop), groenteboer (Jaap) en een fietsenwinkel. Die man noemden we De Fietsenpik en deze man zat altijd te piepen over wat wij allemaal uithaalden. Maar wij waren ook niet makkelijk naar hem en gooiden regelmatig water en een klokkenhuis naar binnen."

Veel meer winkels

"Net om de hoek in de Witte de Withstraat waren veel meer winkels. Ik weet nog twee melkboeren (Kuys en Oud), een sigarenzaak, kruidenier, rijschool, wijnwinkel, slagerij (Van Beieren), een lampenzaak en een meubelzaak (Conrad). Met Luilak waren we met onze vrienden van de straat goed aanwezig.
We probeerden altijd de schuiframen op de begane grond op de Admiralengracht open te krijgen en dat lukte geregeld, waarna we de bloempotten van de vensterbanken afhaalden en op de grond gooiden. Diverse huisbellen werden losgeschroefd en omgedraaid van 1 naar 3 hoog en naambordjes werden verwisseld."

De olieman

"Eens in de 14 dagen kwam de olieman na schooltijd op de bakfiets met twee grote tonnen petroleum met een kraantje. Ik mocht hem regelmatig helpen. Maar op een keer kreeg ik het kraantje niet meer dicht en liep al die petroleum over de grond. Het was een grote bende en ik kon meteen vertrekken."

Naar de kerk

"Van huis uit moesten we 's morgens voor schooltijd 8 uur altijd naar de kerk (de Chassékerk in de Chasséstraat). Daar konden we mooie gebedsplaatjes mee verdienen. We zaten voor in de kerk met rechts de jongens van de Sint Leoschool en links de meiden van de Sint Jansschool. Daar zat toen al een leuk meisje – Corrie heette ze - tussen waar ik een oogje op had, maar het is niets geworden. De heer Slijdering was dirigent en regelde de muziek op een klein orgeltje."

Misdienaar

"Ik ben ook misdienaar geweest en had ook dienstbeurten, soms al om 7 uur, dus vroeg uit de veren. En op zondag de klok luiden. Dan kon je in de klokkentoren aan de touwen hangen en dan maar omhoog en omlaag. Tijdens de zondagmis gingen we met de collecteschaal rond. Dan kwam ik langs mijn zuster Trees die kleine dropjes in de schaal gooide en die at ik op tijdens de mis.
De koster van de kerk was de heer Bleekemolen, die woonde aan de overkant van de kerk. Wij noemden hem Speknek omdat hij kaal was en een heel dikke nek had. Aan de overkant van de kerk was een parochiehuis. Daar waren zondagavond dansavonden met leuke beatbandjes van toen, zoals Zen met 'Hair', De Sparklings en Ben Cramer met 'Zai Zai Zai'. Daarna gingen we vaak een patatje eten bij Sickman in de Jan Evertsenstraat met Ben Cramer erbij.
Ook moesten we van onze ouders naar de 18-jarigencursus. Jongens en meiden hebben daar wat afgelachen. Onze ouders hadden het maar over koetjes en kalfjes, maar in die cursus werd allemaal duidelijk verteld over hoe het echt ging met de daad. Wij jongens zaten daar met een rooie kop en die meiden maar giechelen."

Sint Leoschool

"De Sint Leoschool in de Cornelis Dirkszstraat was een katholieke school. Hier moesten we van onze ouders naartoe en mijn broer Alphons heeft er ook op gezeten. De leerkrachten waren vier broeders en twee meesters. Ik weet nog de heer Nouwe van 2A, broeder Auzentius van 4A, Broeder Acarius van 5A (bijnaam Broeder Aapje) en meester Slijdering van 6A. En de heer Upink was gymnastiekleraar en de heer Tombe gaf zangles.
In onze vrije tijd voetbalden we vaak op ons schoolplein. Tussen de middag tegen de Koppelstokschool, die net om de hoek zat. Deze school had een groot plein en tussen de bomen werd dan een doel gemaakt. Dat ging er fel aan toe, maar wel sportief."

Schoolzwemmen

"We kregen schoolzwemmen in klas 5 aan de overkant in het Sportfonsenbad. Wij waren verplicht om een kam mee te nemen, maar ik vertikte dat omdat ik een bebobkoppie had: mijn haar zat altijd goed na het zwemmen. Maar Broeder Acarius had de pik op mij en tijdens de les als we vervelend waren (inktpotdeksels heen en weer halen), trok hij soms keihard aan mijn oor zodat het gewoon kraakte. Op een gegeven moment was ik het zat en ging ik op maandagavond tijdens gymles op diezelfde school naar boven naar zijn lokaal waar ik op de klok de tijd veranderde. De volgende ochtend was het bal en hij begreep er niets van. Ondertussen had ik de grootste lol."

Schoolvoetbal

"Met schoolvoetbal waren we goed. We speelden toen nog op het oude sportcomplex aan De Velserweg (waar nu de Coentunnel is). Ik heb de uitslagen nog bewaard: 29 maart 1960 Augustinus-Sint Leo 0-1, 6 april Sint Leo-Erasmus 6-0, 16 april Sint Leo-Bos en Lommer 4-2. Zelf speelde ik toen in DCG ook op de Velserweg. De lagere school was een leuke tijd, maar we waren toch een beetje bang dat onze ouders erachter kwamen dat we weer wat uitgespookt hadden, dan hadden we de poppen aan het dansen."

'Er viel altijd wat te beleven'

Alphons Lammens blijft met zijn proza niet achter bij zijn broer. "Wij kwamen uit een gezin met vijf 5 kinderen, het was altijd druk en er viel altijd wat te beleven. Ik ben van vóór de oorlog (1939). Op de kleuterschool achter de Chassékerk was het begin van het groter worden. Wij deden altijd in de entree van de school 'Hokkie in beslag', maar wat dat inhield weet ik niet meer. Wie mij elke dag 's morgens naar school bracht, daar ben ik nog niet achter, maar terug naar huis weet ik nog wel: niemand, althans, een groot deel. Ik liep al spelend alleen en rennend via de Van Kinsbergenstraat en de Witte de Withstraat naar de Van Brakel. Ik moest toen de drukke tramlijn 7 oversteken, dat mocht ik nooit alleen. Mijn moeder hing dan uit het raam en dan begon ik te zwaaien en roepen. Zij kwam dan naar beneden en samen liepen we druk pratend naar onze eerste etage. Ik heb nog een plakschriftje van de kleuterschool met Fonsje Lammens erop geschreven. Ik koester dat nu."

Sabotage

"Begin mei '45 is er in onze straat een Duits legervoertuig ontploft met veel ruitschade rondom. Ik ben er pas onlangs achtergekomen dat dit sabotage was. Mijn moeder was regelmatig ziek, ze had zogenoemde 'open benen' en daarom werd ons gezin uitbesteed. Ik belandde in de Voorzienigheid op de Lauriergracht bij de nonnen. Dar was een streng regime. Je mocht 's avonds na 10 of 11 uur niet meer naar de wc. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik een keer zo nodig moest dat ik in de wasfontein mijn blaas heb geleegd.
Mijn broer werd eens 'ontvoerd' vanaf de kleuterschool door een oom met een bedrijfsauto naar Halfweg toe. Hij is ook een keer ontsnapt uit het tehuis, maar keerde met angst en beven terug, want wist niet hoe hij terug moest lopen naar de ouderlijke woning. Hij heeft het er nog over."

Meer rituelen

"We hadden thuis veel rituelen, want dat was nu eenmaal zo met vijf kinderen. Om de beurt afwassen of afdrogen, zaterdagavond gewassen worden in de gootsteen, met als pesterijen stiekem met koud water gooien met wild gekrijs als gevolg, en dinsdagavond ging vader schoenen lappen met op de achtergrond 'De Bonte Dinsdagavond Trein'. Ook gingen we regelmatig fietsen maken, zoals spaken rijgen, banden plakken en ventielen verplaatsen. Ik heb het allemaal moeten leren en gedaan."

Oude, zwarte fiets

"Toen ik ongeveer 14, 15 jaar was, kreeg ik een oude zwarte fiets; ik wilde een blauwe en heb net zo lang gezanikt dat het lukte: ik mocht de fiets blauw 'spuiten'. Dat deed ik met een soort spuitbus die ik had gemonteerd op een fietspomp en dat gebeurde in de slaapkamer, als ik de achterwand en deur maar goed afplakte. Wie mag dat nu nog in een jongens slaapkamer doen?"

Groot Opoe

"Oma, alias Groot Opoe, had een volkstuin op Ons Buiten in de Riekerpolder. Heel veel zondagen waren we verplicht heen en weer te lopen, maar dat deed je gewoon. Op de terugweg mochten wij soms bij erg heet weer een ijsje kopen bij Jamin voor 10 cent. Een feest was het.
Op de tuin was het altijd vaste prik: uitgebloeide goudsbloemen knippen, vuilnis wegbrengen naar de stort en in het vuur gooien, dan flink laten fikken, hoe hoger de vlammen des temeer genieten. Om gratis mest te krijgen, sprongen we over een sloot naar een weiland met koeien. De neven/nichtjes en ons lukte dat altijd, maar moeder liep eens te ver door en zakte in de prut weg omdat er een koe op haar af kwam. Later bleek dat een sandaal in de modder achter bleef zitten. Dat was zonde, maar dat haar kleding een uur in de wind stonk was niet zo erg.
Het was altijd dolle pret daar. Ook veel stekelbaarsjes, kikkers en jonkies gevangen. Die mochten mee naar huis, maar wel zelf dragen in een afgedankte weckfles die we vervolgens neerzetten in de ouderslaapkamer. Een keer waren er vier kikkers ontsnapt en die hebben we nooit meer teruggevonden, ook geen restanten."

Sportshirt

"Groot Opoe, van moeders kant, was op haar beurt vaste bezoekster op donderdagochtend. Zij stopte sokken, vermaakte niet meer passende of verouderde dameskleding in moderne kinderkleding, breide truien enz. Ze was erg handig. Ik droeg op een gegeven moment gebreide zwarte kousen met flossen voor mijn welpenoutfit, een afgedankt wit overhemd van mijn vader veranderde in een sportshirt met rode en blauwe uitgeknipte restanten stof met een V erop, zowel op de voor- als de achterkant. Dat was mijn handbaltenue van DSG op de Velserweg. Dat was een trauma voor mij, maar ja, je ouders deden het in hun ogen zeer goed. Opoe zat tijdens haar kledingactiviteiten altijd in de huiskamer voor het raam en keek om de haverklap in het raamspionnetje (bestaat dat nog?) wie er voor de deur liep of wat er gebeurde. Steevast om half 11 riep ze: "Jo, ik wil koffie met." Met waren de velletjes van de melk die ontstonden na het afkoelen van de melk. Opoe nam ook altijd gekookte worst en andere vleeswaren mee, gekocht bij Van Zalinge in de Laurierdwarsstraat."

Tonny de Haas

"Een van mijn vrienden was Tonny de Haas. Die woonde op de Admiralengracht 2 hoog. Met hem had ik een draadverbinding. Op onze veranda van 1 hoog naar de uitbouw op 2 hoog aan de overkant, ongeveer twintig meter verderop. Hoe we dat voor elkaar hebben gekregen, weet ik niet maar, maar we hadden een verbinding met twee lege conservenblikjes op het uiteinde gemonteerd met een dun touwtje ertussen. Niemand in de buurt had zoiets en wij maar slap ouwehoeren in die blikjes."

Meer reacties op de raadplaat staan op de volgende spread.

'Juf Van de Berg' kon het goed vinden met meester Nico van der Horst

De door Hans Mol bewierookte Nico van der Horst die door menigeen op handen wordt gedragen.

Op de vorige twee pagina's publiceren we de bijdragen van Rob en Alphons Lammens, naar aanleiding van de door Ron ingestuurde raadplaat. Op deze twee pagina's nog meer reacties, plus een nazit over de Vondelschool en twee over meester Nico van der Horn.

Eerst de Mollen en de Koningen, die het een lastige raadplaat vonden: "Deze keer was de raadplaat beslist geen makkie en er waren geen aanknopingspunten. Toch hebben we de twee straten gevonden. Het zijn van links naar rechts de Witte de Withstraat en van boven naar beneden de Van Brakelstraat gezien naar de Hoofdweg. De winkel op de weg links is de Witte de Withstraat 25. "Witte Corneliszoon de With, bijgenaamd 'Dubbelwit', was een Nederlandse vlootvoogd in de zeventiende eeuw. Uiteindelijk werd hij admiraal van Holland en West-Friesland (zie Wikipedia onder 'Witte de With')."

Zijspan van Binder

De zijspan van de firma Binder uit Reichertshofen van Jos Mol.
De Maasstraat.
De Vondelschool.

"Rond 1997 kocht Jos op de Oldtimermarkt in Utrecht een zijspan van de firma Binder uit Reichertshofen. Dit type zijspan werd speciaal gemaakt voor motorfietsen van het wereldmerk DKW en wel voor de twee (toen) zwaarste modellen, te weten RT250 en RT350. Ik heb toen samen met een Duitse zijspanbezitter getracht alle nog bestaande 'bakkies' in kaart te brengen. Van de ongeveer 800 gefabriceerde zijspannen hebben we er 50 terug weten te vinden in Duitsland en Nederland. We hebben ook van allemaal foto's verzameld. En nu komt het: één daarvan laat ik u zien, want dit RT250-Binder model werd aangetroffen in de Witte de Withstraat (zie foto). Toeval bestaat niet!"

Mooi gerenoveerd

Gielijn Escher had er absoluut geen moeite mee, want in no time hadden we zijn inzending binnen: "Het is de Van Brakelstraat, gezien vanaf de Witte de Withstraat, richting Admiralengracht en verder. De bebouwing aan beide zijden is nog geheel intact en zelfs mooi gerenoveerd!"

Van Kinsbergenstraat

Mike Man heeft het bijna goed: "Hoewel enige details op de raadplaat én de informatie (1930/1935) van de heer Lammens mij op een dwaalspoor lijken te brengen, meen ik toch dat de foto een inkijk geeft in de Van Kinsbergenstraat vanuit de Witte de Withstraat. Maar echt zeker van mijn zaak ben ik deze keer niet!"

Ben benieuwd!

"De eerste bebouwing van de WdWstraat dateert al van rond 1912, waarna men de buurt verder afbouwde tussen 1913 en 1928. Overigens was de straat tot de annexatie door Amsterdam in 1921 grondgebied van Sloten. En het 'Groene bruggetje' aan het eind van de Van Kinsbergenstraat over de Admiralengracht dateert van 1927. Kortom, er klopt waarschijnlijk een aantal dingen niet helemaal! Ben benieuwd!"
Mike komt hieronder nog terug met een bijdrage over onderwijzer Nico van der Horst.

Van Kinsbergenstraat 2

Joop Luijten zit in hetzelfde straatje - letterlijk - als Mike Man: "Volgens mij is het hoek Witte de Withstraat en de Van Kinsbergenstraat. De overkant van de Van Kinsbergenstraat is gesloopt en er is nieuwbouw voor in de plaats gekomen (Witte de Withplein). Ik heb tot mijn 15e jaar in de Van Kinsbergenstraat gewoon op nummer 45 3e etage."

Verbindingsstraat

Cees Kuijten zit ook snor: "Ongetwijfeld is de raadplaat van deze maand meteen te 'plaatsen' voor mij. Immers, ik ben geboren (1941) en getogen om de hoek, op de Admiralengracht. Ik kan dit straatje wel dromen, als speelstraat en verbindingsstraat naar de tramhalte van lijn 7 en de Kinkerstraat via de Kinkerbrug. Het is de Van Brakelstraat/hoek Witte de Withstraat."
"De winkel die te zien is links was in mijn jeugd een buurtbakkerij. Ik meen me de naam Stuurop te herinneren, van na de oorlog. Rechts is slechts een klein deel van de groentewinkel van Jaap te zien."

Iets merkwaardigs

"De Van Brakelstraat heeft iets merkwaardigs. De huisnummering begon niet met 1 enz, maar ik meen ergens ver in de 20 of zelfs 30. De straat hield op bij de Admiralengracht, die goed te zien is op de foto. Aan de andere kant van de gracht loopt de straat door als Davisstraat. Reden was dat bij de planning/ontwerp van die buurt in de beginjaren 20, toen nog gemeente Sloten, de Van Brakelstraat getekend was vanaf de Baarsjesweg naar de Hoofdweg. Een fiets/loopbrug over de gracht aldaar is nooit gebouwd, dus werd de Van Brakelstraat in twee delen gesplitst, wat onhandig was in de naamgeving van de straat. Vandaar dat het vervolgstuk Davisstraat genoemd werd."

Westermoskee

"Zo ook het 'eerste originele' stuk van deze Van Brakelstraat. Was oorspronkelijk gepland vanaf de Baarsjesweg (nu ongeveer Piri Reïsplein/Westermoskee). Echter, het huizenblok aan de Baarsjesweg en begin Witte de Withstraat (even zijde) is ook iets gewijzigd gebouwd t.o.v. het oorspronkelijke plan. Grappig is wel dat een paar jaar geleden een klein tussendeel van het Witte de With-woonblok is gesloopt, waar nu Hotel Not gevestigd is, en daarmee toch een 'doorgang' gemaakt is van de Baarsjes naar de Van Brakelstraat."

Lampje branden

De man met een naam als een sonate, Claudio Salvatore, is ook weer van de partij: "Net als de vorige raadplaat (de Maasstraat) denk ik ook dit keer meteen te herkennen waar de nieuwe raadplaat destijds geschoten is. Omdat mijn oma 25 jaar in de Witte De Withstraat heeft gewoond ging bij mij gelijk een lampje branden toen ik de oude foto zag. Ik denk namelijk dat het de Van Brakelstraat is, gefotografeerd vanuit de Witte de Withstraat tegenover (ongeveer) nummer 32."

Niet goed

Gerard Jansen heeft het niet goed. Hij mikt op: "De Lekstraat/hoek Vechtstraat. Aan het einde van deze straat is de Vrijheidslaan te zien. In de jaren dat deze foto genomen is was dit de Amstellaan." Nu kan het zijn dat Gerard Jansen doelt op de vorige raadplaat van de Maasstraat (ook Rivierenbuurt), maar ook dan is het dus niet goed (maar wel een stuk warmer).

Compliment

Mary Selderijk-Box hengelt in de Pijp, zit ernaast, maar heeft absoluut een verhaal dat we graag vermelden (want veel herinneringen), maar ze begint met een compliment aan ons adres (is ook wel eens leuk): "Ik wil u allereerst een compliment maken over dit juweel. Ik woon al 45 jaar in Oosterhout, Brabant, maar mis nog heel erg mijn stad. Zodra de mail binnen is, ben ik helemaal in andere sferen. Smile! Is het trouwens denkbaar dat veel onderwerpen en foto's over Amsterdam-West gaan of verbeeld ik mij dat."

Diamantstraat

Maar goed, de oplossing dan maar: "In elk geval was ik zó blij dat ik vandaag, na een blik op de raadfoto te hebben geworpen, de Diamantstraat herkende. Op de hoek de SPAR winkel van de familie Euwe. De oudste dochter Ans was heel lang de trouwe vriendin van mijn zus. Wij woonden aan de overkant op nr. 50 1 hoog. Inwonen eigenlijk. Mijn oom en tante met 1 zoon woonden daar. Mijn oom (broer van mijn moeder) moest onderduiken, anders werd hij tewerkgesteld in Duitsland. Mijn vader werkte bij de voedselvoorziening in Amsterdam. Eten was gelukkig voor ons geen issue. Toen kwam de vraag van mijn oom of de twee families in de Diamantstraat wilden komen wonen. Wat dan konden de stookkosten en eten worden gedeeld en hoefde hij zich geen zorgen te maken over zijn gezin. Het was een moeilijke, spannende, gevaarlijk periode."

Mooiste herinneringen

"Toch hebben wij de mooiste herinneringen aan de Diamantstraat... Op een ochtend riep een van de buren onder aan de trap: "Naar de Berlagebrug, de Canadezen komen eraan." Tja, ik was te klein om in de voorste rij te komen maar mijn oudere zus lukte het wel. Toch kreeg ik een reep chocolade in mijn handen geduwd. Ik herkende de smaak niet, maar was mijn hele verdere leven eraan verslaafd. Tot zover de Diamantstraat nr. 50 1 hoog."

Cabralstraat

Ed Kamminga houdt het op weer een andere plek: "Ik doe een gok: ik denk dat het de Cabralstraat is die uitkomt op het Mercatorplein; dit vanwege die hogere toren op de achtergrond."

De nazit 1: Vondelschool

We hebben ook weer een aantal 'nazit-onderwerpen', te beginnen bij de Vondelschool aan de Jekerstraat. Frank van den Berge zag de foto van het leerkrachtenteam en kleurt een aantal 'witjes' in: "Als aanvulling op de namen van de leerkrachten op de Vondelschool in de Jekerstraat 84-86 graag het volgende: De vierde persoon links is juffrouw Wezel (een schat van een vrouw die je regelmatig 'uit liefde' in je wang kneep). De persoon geheel rechts is de heer Hamer. Ik (*1950) zat van 1956 tot 1962 op de Vondelschool en heb les gehad van juffrouw Wezel, mevrouw Tuybens en de heer Van Ooyen. Deze laatstgenoemde leerkracht vond mij, ondanks mijn goede cijfers, nog niet 'rijp' om het toelatingsexamen voor de HBS-A aan te kunnen (??) en verwees mij voor een jaartje extra naar een 'brugklas'. Omdat de Vondelschool geen 7de leerjaar had, volgde ik deze op de Dongeschool in de Dintelstraat."

De heer Hamer

"Daar kreeg ik les van de heer Hamer, die ik dus niet als leerkracht op de Vondelschool heb meegemaakt. Schijnbaar is hij later naar de Dongeschool 'verhuisd'. Hij was een uitstekende, maar strenge leerkracht die je volledig klaarstoomde voor de HBS-A via zogenaamde 'toetsnaalden'. Mijn vader (1921) zaliger heeft zelfs ook nog les gehad van de heer Hamer! Hij was dus blijkbaar een oude rot in het vak."

De nazit 2: Nico van der Horst

En we hebben twee mooie nazit-bijdragen over de bijdrage van Hans Mol in de vorige twee edities over de door hem zo gewaardeerde onderwijzer Nico van der Horst. Allereerst blijkt onze vaste inzender Mike Man uit Muiden ook les te hebben gekregen van Nico van der Horst: "De Laurentiusschool aan de Eikenweg/ 2e Oosterparkstraat heb ik van 1954 tot 1960 mogen bezoeken. De heer Van der Horst staat mij nog levendig voor de geest. En ook op de foto van de lerarengroep in uw krant van 1 september jl. meen ik nog enkelen te herkennen. Staand, derde van links, de heer Schuurman, die organist en dirigent was in de Bonifatiuskerk en op school muziekles gaf met, toen al, een pick-up en een klein zwart draagbaar harmonium."
"Staand, zesde van links, de heer Sanders, opvolger van de heer Van der Horst als hoofdonderwijzer en broer van de toenmalige hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. Overigens herinner ik mij nog de namen van de dames Veldhuizen en Elzen en de heer Van Bossum, maar ik zou dezen niet op de foto kunnen duiden, voor zover zij er al op staan."

Erg treffend

En ook Peter Spruijt bezocht deze school en kent Van der Horst: "De beschrijving van Nico van der Horst door Hans Mol vond ik erg treffend en komt geheel overeen met mijn ervaringen, al ben ik van een aantal jaargangen later. Ik heb Nico van der Horst alleen in de eerste klas meegemaakt van de Laurentiusschool, in 1957 (mooi: hij zat dus op deze school toen ook Mike Man hier op zat!), vlak voor zijn afscheid. Maar ik zie hem nog voor me, met zijn eeuwige sigaar, altijd in de ingang van de school 's morgens. Hij was uitermate vriendelijk en hartelijk en maakte veel grapjes. Zijn opvolger Sanders (broer van de toenmalige hoofdcommissaris van politie) was veel strenger en was vaak heel boos en verbeten. Als kind was ik bang voor hem."

Tijd ver vooruit

"Die eerste indrukken werden tot mijn grote verrassing bevestigd toen ik vele jaren later een keer mijn juf Van de Berg van de eerste 3 klassen opzocht. Dat was een ontroerende ontmoeting, want bezoek van een oud-leerling was haar nog nooit overkomen, en een jaar later zou ze sterven. Ik had als kind erg goede herinneringen aan haar, omdat ze haar eigen lesprogramma maakte en uitging van wat kinderen zelf konden. Voor haar tijd was ze progressief, omdat ze tegen bont en het leger was, en heel veel moeite had met de officiële kerk en vooral de verplichte schoolmis. Ze las voor uit Annie Schmidt in plaats van de verplichte katholieke schrijvers. Van der Horst was vaak aanwezig in haar klas. Ze was haar tijd ver vooruit."

Geheime relatie

"Ze vertelde me aan haar ziekbed dat ze een (geheime) relatie had met Van der Horst, omdat ze het erg goed met elkaar konden vinden. Met de komst van Sanders was die hele positieve sfeer weg. Sanders vond ze vreselijk. Later was er een rel omdat hij fraude gepleegd zou hebben. Dus mijn kinderlijke positieve indruk over Van der Horst en Van de Berg en mijn aversie van Sanders klopte dus helemaal met de werkelijkheid."

Groepsfoto

"Op de groepsfoto meen ik ook mijn latere docenten te zien van de Laurentius: Meyer, Distelbrink en Van Bossum. Meyer was zachtaardig, Distelbrink was eigenwijs en vaak driftig, maar Van Bossum was de ergste: een buldog die bordenwissers naar je hoofd smeet als je niet oplette en je zomaar een hengst voor je kop gaf. Een vreselijke man. Op de foto kan ik juf Van de Berg niet terugvinden (misschien vanwege die relatie??). Wel juf Veldhuizen die misdienaars voor Elisabeth ronselde. Ik was ook haar slachtoffer. In die tijd had je in Laurentius een 1e en 2e klasse, eerst nog met een gescheiden ingang. Een soort van montessori-onderwijs (de creatieve juf Van de Berg) voor de buurt-elite. En gewoon onderwijs (de strenge juf Veldhuizen) voor 'gewone kinderen'. Hoe ik bij die 1e klasse ben terechtgekomen, is me een raadsel, want mijn vader was gewoon melkboer. Misschien door zijn katholieke klanten. Kinderen uit mijn klas gingen dan ook vaak naar de broeders-mulo of het seminarium. Uit de gewone klas gingen ze naar de ambachtsschool of de Adelbertus mulo van dictator Verkuyl."

Schoolgeschiedenis

"Dus dankzij Hans Mol een stukje Amsterdamse schoolgeschiedenis, met een paar wonderlijke docenten die hun tijd ver vooruit waren en in deze tijd waarschijnlijk ook in botsing zouden komen met de autoriteiten. Als kind hebben die mensen enorme invloed op me gehad, wat ik pas veel later zou beseffen. Maar vooralsnog zou de restauratie het winnen van de progressieve krachten met Sanders en in de Bonifatiuskerk pastoor Pronk, ook een boegbeeld van conservatisme en autoriteit. Natuurlijk waren er jonge kapelaans die net als Van de Berg voelden dat er een andere tijd aankwam.

Orde en moraal

Later zouden ze allemaal uittreden en gaan trouwen. Maar vooralsnog heersten Sanders en Pronk over orde en moraal tot in de jaren 60. En dat hebben de kinderen geweten. Pas voor mij in ca 1965 kwam de omslag, toen godsdienstles opeens veranderde van uit je hoofd leren van de catechismus in lessen over boeddhisme, met in de kerk beatmissen. Maar dat is weer een ander verhaal."

Nieuwe raadplaat

Er zit een wat vreemde vlek in de foto, mogelijk door een druppel water of niet goed gefixeerd. Maar deze raadplaat is geschoten in een wijk in Amsterdam die bekend staat onder een wel heel opvallende naam. Waar is de foto genomen, wat is die naam, waarom was die naam zo en hoe was het om hier op te groeien? We zijn benieuwd naar de antwoorden waarvan we weten dat u die zeer waarschijnlijk weer heeft.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.
We kijken er naar uit!