De Amsterdamse Krant

21 oktober 2017

De Amsterdamse Krant 21 oktober 2017


'Poppen met zwaaiende armpjes en boeken met gaatjes'

Piet Bandiet was nog een bandietje toen hij al passie had voor het draaiorgel. Foto: Piet Bandiet/Facebook

Het Draaiorgel Festival Amsterdam was voor ons aanleiding te vragen naar bijdragen over draaiorgels. Ziehier het resultaat.

Wie aan de Amsterdamse winkelstraten denkt, denkt vaak ook aan draaiorgels. Toch is dit stukje Amsterdamse cultuur aan slijtage onderhevig. Vroeger stonden er 37 draaiorgels geregistreerd in Amsterdam, maar nu zijn er nog maar drie orgels over met een vergunning. Daarvan is Ruud Brienen, die zichzelf Ruud Bandiet noemt, de 'bekendste kop'. Hij draait in de Kalverstraat en de Jordaan en is volgens eigen zeggen de laatste beroepsdraaiorgelexploitant in Amsterdam. Om te voorkomen dat dit Amsterdamse cultuurgoed voorgoed verloren gaat, is de Stichting Draaiorgelfestival Amsterdam opgericht. Voorzitter van deze stichting is voormalig politica Anne Lize van der Stoel.

De Arabier, het beroemdste draaiorgel van Amsterdam.

Bekende draaiorgels

Er zijn twee draaiorgels die bekender zijn dan alle andere. De eerste is de Arabier, die op de lijst van Beschermd Nationaal Cultuurbezit staat. Voor de oorlog behoorde dit orgel toe aan de befaamde familie orgelbouwers Perlee uit de Jordaan. Tussen 1952 en 1977 was het orgel te horen in Groningen, waarna het weer terugkwam bij de familie Perlee. Sinds 2008 staat het orgel in vol ornaat in het Museum van Speelklok tot Pierement in Utrecht. Met dat andere bekende orgel, de Klok, is het vooralsnog minder goed afgelopen. Eigenaar Henk Möhlmann verkocht het orgel in januari 1976 aan de Vereniging van Australische Nederlanders in Adelaide. In de jaren 90 werd het orgel verkocht aan Craig Robson in Sydney. Het is onderdeel van een verzameling, maar naar verluidt klinkt het orgel niet meer goed. In feite staat de Klok 'weg te rotten' down under.

door H. Schutten-Borhem

Met veel plezier las ik het onderwerp over draaiorgels in De Oud-Amsterdammer. Het maakte veel bij me los en dan heb ik het niet over de draaiorgels die hulp hebben van een motortje, maar de echte. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik met mijn vader (Ben Borhem) mee mocht. Hij was een van de orgeldraaiers van de Arabier en vele andere orgels. Het speelde zich af in de jaren 50 en 60. We gingen dan naar het Waterlooplein waar men op hem wachtte. Zelf mocht ik het ook wel proberen (met wat hulp van pa), maar dat was natuurlijk geen goed idee en geen gehoor. Ik vond het als kind allemaal erg interessant: al die mooie poppen die met hun armpjes zwaaiden, boeken met gaatjes erin die ook nog eens omdraaiden. Een ding is zeker: het was erg zwaar werken. Als het orgel speelde, was het altijd gezellig. Men danste met elkaar en had plezier. De armoede vergat men dan voor even. Er stond bij het Waterlooplein een Italiaan met overheerlijk ijs, ik dacht dat hij Montesino heette, maar zeker weten doe ik het niet. Deze nostalgie zal ik nooit vergeten.Het orgel moet daarom zeker blijven bestaan als onze nationale trots. Men moet er trots op dat wij zoiets unieks bezitten in Nederland.

School

De Vondel- of Jekerschool hebben we al gehad.

"Ik wil graag het idee opperen om te informeren bij de lezers en lezeressen of er belangstelling is iets te schrijven over de lagere school waar zij op hebben gezeten. Ik heb zelf op de Coppelstockschool gezeten en heb leuk materiaal, wat zeker door anderen herkend zal worden en weer veel herinneringen zal doen herleven."

Kijk, als een lezer zo'n oproep doet zoals Fred Klein hierboven, wie zijn wij dan om hier geen gehoor aan te geven. Dus: we zitten verlegen om foto's en mooie verhalen over uw school van vroeger. U kunt deze sturen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Nieuwe raadplaat

Een mooie straat. Of laan. Of plein misschien wel. Wij weten het antwoord natuurlijk (hoewel we deze straat nauwelijks kennen), maar ook deze nieuwe raadplaat zal ongetwijfeld weer het nodige raadplezier opleveren. Is het weer Oost, West misschien, of Noord dan wel Zuid of eens een raadplaat in het centrum? Of in een van de 'wingewesten' wellicht, zoals Slotermeer of Osdorp? Wij laten ons graag verrassen door uw inzending, die u kunt mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Het Sportfondsenbad: dat is chloorlucht, koud water en veel lawaai

Het Sportfondsenbad Oost. Foto: Jan van Deudekom/Geheugenvanoost.nl

We hebben weer een aantal mooie bijdragen over de zwembaden in Amsterdam, goed voor liefst twee pagina's.

door Leo Lases

In 1958 waren we op vakantie in Hilversum, maar ik moest afzwemmen in het Jan van Galenbad. Dus ik op 5 augustus vroeg vertrokken op de fiets als jongen van 13 naar Amsterdam gegaan en afgezwommen. In die tijd heette dat de Zwemproef oftewel het A-diploma. Het was een net zwembad omdat de jongens en meisjes netjes gescheiden werden door in het water geplaatste houten hekken en een zure tante bleef op de uitkijk.
Eerder vertelde ik u in de Amsterdamse Krant dat we op de banketbakkersvakschool St. Hubertus in het Van Nispenhuis op de Stadhouderskade geen gymzaal hadden en dat we dus moesten sporten op het basketbalpleintje op het Museumplein. Of we moesten zwemmen in het Heiligewegbad en daar haalde ik in 1960 het diploma Geoefend Zwemmer.

Vakschool St. Nicolaas

Hierna ging ik naar de vakschool St. Nicolaas in de Elandstraat en ook daar hadden we geen gymzaal, dus was het weer zwemmen geblazen in het Heiligewegbad. In de vier jaar dat ik op die school zat, heb ik ieder jaar weer voor een diploma afgezwommen. Begonnen met Zwemvaardigheidsdiploma 1, daarna 2, 3 en 4. De eerste diploma's werden nog afgegeven door het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

door Theo Maks

Als ik aan het Sportfondsenbad Oost terugdenk, dan denk ik aan chloorlucht, koud water en veel lawaai. Ik was nog op de lagere school en had watervrees, waardoor ik heel lang in het pierenbadje ben gebleven. Ik was heel erg bang voor het diepe. Het liefst was ik beneden in het warme pierenbadje dat in een kleine ruimte was en een mooie kleur water had. Het ondiepe bad boven had een nare kleur water, in mijn beleving.

Omkleedruimte

De omkleedruimte beneden was altijd de eerst horde. Mijn moeder bracht me en hielp me met omkleden en dan was ik met de anderen kinderen op mezelf aangewezen. Mijn moeder ging winkelen, bijvoorbeeld naar de Hema op de Middenweg of naar C&A.
Ik weet nog dat ik een zwemtas had waar alles in zat. Een soort koker met een opening aan één zijde en wat touwen eraan zodat je hem om je nek kon doen.
Het gebeurde weleens dat ik na de zwemles de kleedkamer in kwam en mijn moeder er nog niet was. Mijn wereld stortte dan in. Meestal kwam ze dan wel snel, maar voor mij duurde dat een eeuwigheid.

Vliegende trap

Ik weet nog dat er in de gang naar de kleedkamers een poster hing van een man die een vliegende trap maakte. Hij maakte reclame voor jiujitsu. Op mijn 50ste heb ik nog mijn zwarte band jiujitsu gehaald en vaak op de jiujitsu-les moest ik aan die poster denken. Heeft toch wel indruk gemaakt. Soms na het zwemmen gingen mijn moeder en ik een halve warme worst bij de Hema halen. Uiteindelijk na veel pijn en moeite het A-diploma gehaald.

LTS op Timorplein

Daarna ging ik naar de 3e LTS op het Timorplein. Daar deden ze ook aan schoolzwemles. Ik kon daar mijn B- en C-diploma halen. Dat is ook gelukt. Ik moest daarvoor wel naar het Heiligewegbad. Dat was toch even een eindje fietsen, vanaf de Eerste van Swindenstraat. Maar dat was voor mij geen probleem. Als kind heb ik heel wat kilometers op mijn autoped afgelegd en daarna crosste ik heel Amsterdam door op mijn fiets.

Heiligeweg

's Morgens fietste ik als 12-jarige naar de Heiligeweg en kwam aan bij de mooie poort van het zwembad. Het zwemmen aldaar heeft niet veel indruk achtergelaten. Watervrees had ik niet meer, ik ging daar zelfs van de duikplank. Wel herinner ik me de chique winkels met horloges en sieraden in de Kalverstraat waar ik langsfietste. Ik hoefde na zwemles niet meteen naar les, dus ging ik meestal even naar het Waterlooplein en kocht daar een frietje op de markt. Een joekel van een puntzak met een kwak mayonaise: heerlijk!

Loe Lap

Soms ook nog even langs Loe Lap fietsen om daar in de etalage te kijken naar allerhande legerspullen. Daarna fietste ik terug langs Hazelhoff, dat was een Hi-Fi zaak op de Muiderstraat. Daar stonden altijd hele mooie bandrecorders in de etalage. Hij heet nu Hifi Solutions, hij bestaat min of meer dus nog!

Muziek opnemen

Ik wilde ook graag zo'n ding hebben. Dan kon je gewoon muziek opnemen en weer beluisteren, dat was pas wat. Uiteindelijk heb ik er met vakken vullen bij AH (die bij het Sportfondsenbad Oost) één bij elkaar gespaard. Ik heb heel wat banden opgenomen destijds.

Poort is er nog

Laatst was ik nog in de Kalverstraat en ben even gaan kijken bij het zwembad. De poort is er voor een deel nog en maakte nu veel indruk op me. Toen vond ik het heel gewoon. Ik vond het maar een rare afbeelding: een vent op een kar met leeuwen ervoor. Wat had dat nou met een zwembad te maken. Ik zetter er mijn fiets gewoon tegenaan. Wel met een ringslotje erop, dat moest toen wel. Maar mijn fiets stond er nog wel als ik terugkwam van zwemmen. Dat was in 1967: toen kon dat nog. Het bad bestaat niet meer, achter de (gelukkig) behouden poort is nu winkelcentrum Kalvertoren.

Meer verhalen over zwembaden op de volgende pagina.

door Louisa Frikken

Het Sloterparkbad was voor ons vijf kinderen in de jaren 60 heel fijn om naartoe te gaan. Toen was er nog geen 'hoge', maar alleen het open water, waar je naar het eilandje kon zwemmen. Zelfs in de kou gingen we er nog naartoe op de fiets. Toen het nieuwe bad er kwam, waren wij er ook vaak te vinden, zowel in het buitenbad als in het binnenbad. Ik sprong van de 10 meter hoge en o, wat vond ik dat eng.
Mijn zoon is in 1971 geboren en toen hij een jaar of 7 was kon hij al zwemmen. De keren dat de badmeester aan hem vroeg of hij wel kon zwemmen, waren niet te tellen. Op een keer stond ik aan de kant en zag hem de 'hoge' op gaan, en ik dacht: wat doet hij nou, gaat hij echt duiken? En ja hoor, zo van de hoge af en het diepe in. Ik was blij dat hij dat kon.
Naast het bad was toen nog een golfbaan, ook daar zijn wij lang lid van geweest. Het bad biedt mij nog steeds mooie herinneringen: lekker zonnen, en lekker patat eten.
Mijn zoon heeft zelf zwemles gehad in het Marnixbad, dat was 's morgens al om half acht. Ook ik kreeg mijn eerste zwemles in het Marnixbad in de jaren 50. Later heb ik dat voortgezet in Sportfondsenbad West, omdat wij naar Osdorp verhuisden.

door Corry van der Heijden

Ik woonde als kind in de Tolstraat en zat op de Alberdink Thijmschool in de Van Ostadestraat. Wij kregen zwemles in het De Mirandabad 's morgens om 7 uur, dus dat was een flinke wandeling. Het bad had twee ingangen: rechts voor dames, links voor heren en ook de badhokjes waren strikt gescheiden. Dames mochten wel zwemmen in het herenbad, maar andersom niet.
Helemaal achterin was het schoolzwembad met rechts het ondiepe waar je de schoolslag oefende en dan links steeds dieper. Aan de muur hing een houten reuzethermometer met de temperatuur van het water. In mijn herinnering was het altijd altijd 16 graden Celsius.
Na de zwemles nog nabibberend van de kou snel naar huis, waar mijn moeder een bord warme pap had klaar staan, heerlijk. Soms was er nog zo weinig tijd dat ik het staande naar binnen slobberde en daarna gauw naar school om precies om 9 uur in de bank te zitten.

De entree naar het zwembad Heiligeweg is er nog steeds (het bad niet meer).

'Bommetje' doen, hoewel het toen nog niet zo heette, ging me beter af

Nog meer zwemverhalen, vooralsnog de laatste in de reeks.

door Marc Stegeman

Zojuist leest ik in de Amsterdamse Krant over de zwemervaringen die velen kennelijk net zo hadden als ik. Indertijd leerde ik zwemmen in het 'Spatbordenfonds' ofwel het Sportfondsenbad aan de Oranje Vrijstaatkade in Oost, waar ik toch wel een bibberig klein jongetjes was met een pesthekel aan de kleedhokjes. En aan de kleedhokjesterreur van medezwemmertjes. Een vorm van Amsterdamse humor was uitdagen van de schaarse F-fans door met een clubje te brullen: "Wie wordt er in de Kuip gesmoord, dat is F. (die voetbalclub uit R. waarvan ik de naam niet kan opschrijven...)."

Schotsje springen

Leuker dan de verplichte zwemles was schotsje springen als de Ringvaart bij de Oranje Vrijstaatkade bevroren was. Het was, zeker als je bij de bruggetjes in de buurt kwam of bij plekken waar fabriekswater geloosd werd, wel fijn als je wist dat je kon zwemmen. Uit voorzorg (of schrikaanjagerij) deelden we wel de kennis dat je naar het licht moest zwemmen als je onder het ijs terecht zou komen, wat mij gelukkig nooit gebeurd is. Wat me uit die buurt ook goed bijbleef was de weeïge lucht van melkfabriek Sterovita en het rammelen van de melkbussen als die van de vrachtauto's op de lopende band gezet werden.

Bommetje

Na het behalen van enkele zwemdiploma's beleefde ik nauwelijks meer lol aan het zwembad, omdat ik bij mislukte duikpogingen mijn buik nogal eens bezeerde. Het 'bommetje doen' was toen nog niet benoemd maar ook al populair en dat ging me beter af. Iets meer aardigheid kreeg ik erin toen ik van Sinterklaas een set zwemvliezen en een duikbril kreeg. Hoewel ik er dus niet van overtuigd was dat water mijn natuurlijke element kon zijn, wende ik er uiteindelijk wel aan. En nu kan ik me bijna niet voorstellen dat er zo veel ouders (en scholen) zijn die hun kinderen laten rondlopen zonder (school)zwemdiploma: een schande in ons waterlandje. Bovendien ontberen die kinderen later zulke herinneringen als wij nu ophalen, en dat is ook armoedig, toch?

door Fred Klein

In de laatste editie van de Amsterdamse Krant (30 september) waarin gevraagd wordt naar zwembadervaringen van de lezers en lezeressen heb ik een reeds gepubliceerd verhaal weer uit mijn archief gehaald.

Ik woonde tot 1970 op de Hoofdweg en kwam toen ik zo'n 10 jaar oud was, zeker in de vakanties, bijna dagelijks in het Jan van Galenbad en ontmoette daar mijn toenmalig vriendinnetje en ben later met haar getrouwd.
Ook het Sportfondsenbad West was voor ons een regelmatige verblijfplaats daar ik in de jaren 50 op de Coppelstockschool in de Pieter van der Doesstraat zat en wij in dit zwembad zwemles kregen. Ik kan mij nu niet meer voorstellen dat een paar boterhammen die ik van mijn moeder meekreeg en met weinig lekkers waren belegd zo lekker konden smaken na het zwemmen; wat waren wij in die jaren tevreden met weinig!

Sportschool

Omstreeks 1966 was ik lid van sportschool Gé Koning. die onder het Zuiderbad gevestigd was en waar ik jiujitsu-les kreeg van mijnheer Gé Koning sr. Na de training konden wij ons altijd verheugen op een heerlijke ontspannen douche en daarna een ferme duik in het water.
Daar er gewoon vrij gezwommen werd was het de stoere jonge vechtsporters bekend dat ook het vrouwelijk geslacht aanwezig was, die zich op hun beurt verheugden - dachten wij - in de spierbundels van 'beneden', want wij moesten eerst een monumentale trap op voor wij oog in oog kwamen te staan met onze 'aanbidsters'.

Het naar boven lopen werd dan ook vooraf gegaan door een ferme teug lucht en tegelijkertijd het aanspannen van onze 'spierbundels' om vervolgens boven aangekomen tot onze teleurstelling te bemerken dat de gewenste vrouwelijke belangstelling in geen velden of wegen te bespeuren was.

Diploma leermeester jiujitsu

De heer Koning sr., die al in 1938 van de Nederlandse meester de heer Boretius het diploma 'leermeester jiujitsu' overhandigd kreeg, huurde vlak voor in Nederland de oorlog begon van een weduwe voor wie hij huurgeld ophaalde een zaaltje aan de Sint Jacobssteeg in Amsterdam, wat dan ook de eerste locatie was waar toen les egeven werd in boksen, jiujitsu en physical culture, een voorloper van het hedendaagse bodybuilding of fitness. In 1952 is de sportschool verhuisd naar haar huidige locatie onder het Zuiderbad. Na de grote successen die Gé Koning als coach en leraar van het Nederlandse team heeft mogen meemaken, is zijn sportschool zich vooral op recreatieve vechtsportlessen gaan richten. Er waren enthousiaste leraren die vonden dat judo vanaf de jaren zestig een van de dingen was die een kind moest leren, het hoorde een beetje - net als stijldansen - bij je opvoeding en zij zorgden er dan ook voor dat deze tak van sport zeer populair werd. De sportschool is overigens nog steeds op deze locatie gevestigd en wordt tegenwoordig geleid door Gé Koning jr.

De straat van De Avonden

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De foto in de vorige editie is van de Diamantstraat en die was blijkbaar moeilijk, want veel inzendingen kregen we deze keer niet.

"Deze keer is er weer eens een raadplaat die ik direct herkende. Het is de Diamantstraat ter hoogte van (om de hoek rechts) de Smaragdstraat. Op de achtergrond staat het gebouw van diamantslijperij Asscher aan de Tolstraat", heeft Tom Tand het bij het rechte eind.

Sluiproute

Claudio Salvatore begint ook een vaste bezoeker te worden. "U zult wel denken daar is-ie weer, maar ik weet ook niet wat mij gebeurt. Al voor de derde keer op rij zie ik meteen waar de foto genomen is van de raadplaat, en dat overkomt mij niet vaak."
"Ik denk dat het komt doordat ook deze raadplaat een foto is van de buurt waar ik al mijn leven woon, en dat is De Pijp. En deze foto is wel heel erg bij mijzelf in de buurt. Ik neem deze straat als 'sluiproute' wanneer ik (lopend) met mijn kat naar de dierenarts in de Rijnstraat moet, zo omzeil ik de drukke Van Woustraat. Plus het feit dat in de woning op 2 hoog (boven de auto op de foto) een vriendin van mij woont, maakte het voor mij helemaal herkenbaar."
"Het gaat namelijk om de Diamantstraat, kijkend richting de diamantslijperij van Asscher (geheel op de achtergrond) en kijkend op de hoek met de Smaragdstraat rechts. Het badhuis is net niet te zien op de foto helaas, dan had de fotograaf iets meer naar links gemoeten."

Onze straat en ons woonblok

Jaap Bruning zit ook op het goede spoor: "Zowaar een plaatje dat ik direct herken. Dit is de Diamantstraat in de gelijknamige buurt. Hoewel ik als kind in het buurtje aan de andere kant van de Van Woustraat woonde, de Talmastraat, gingen wij jarenlang (eind jaren veertig/begin jaren vijftig) voor de wekelijks wasbeurt naar het badhuis, links op de foto net een stukje zichtbaar. Het was dan vaak best lang op je beurt wachten, maar het was ook wel best gezellig met andere mensen uit 'onze' straat en uit ons woonblok."

Asscher

Mike Man laat weten: "Ook deze maal niet zo'n heel moeilijke opgave en opnieuw een buurt die grotendeels gebouwd is in de Amsterdamse Schoolstijl. De foto is net na de Tweede Wereldoorlog gemaakt in de Diamantstraat, ongeveer ter hoogte van de huidige nummer 141, bij de hoek met de Smaragdstraat kijkend richting Tolstraat. Op de achtergrond is een deel van de diamantslijperij van Asscher te zien. Dit bedrijf was dermate beroemd en belangrijk dat de straten in de nieuwgebouwde buurt werden vernoemd naar edelstenen."

Austin

Gielijn Escher heeft het ook weer goed: "Direct herkend! Het markante gebouw van Asscher's Diamantslijperij (later gedeeltelijk in gebruik bij het Stadsarchief) in de Tolstraat, gezien vanaf de Diamantstraat. De oldtimer op de foto: ik houd het op een Austin. Een inmiddels reeds lang verdwenen merk!"

Diamantbuurt

Tenslotte hebben we de Mollen en de Koningen, die de oplossing goed hebben én die weten in welk boek de Diamantstraat furore maakte: "Bij de vorige raadplaat schreven de Mollen en de Koningen dat het huizen betrof van architect Berlage, maar dan niet in plan Zuid. Dit keer is de raadplaat wel in Zuid, het zijn huizen in de stijl van de Amsterdamse School, maar dan van architect Van Epen. Ze staan in de in de twintiger jaren van de vorige eeuw gebouwde Diamantbuurt."

De Avonden

"Deze buurt ontleent zijn naam aan het feit dat alle straten namen van edelstenen hebben. Er woonden vroeger ook veel diamantbewerkers. De straat op de raadplaat is de Diamantstraat. Op het eind van de straat is nog een deel te zien van de in de Tolstraat gelegen diamantslijperij Asscher, waar de grootste diamant ter wereld is geslepen. Vroeger heette de straat Eerste De Ruyterdwarsstraat. Maar toen was dit nog gemeente Nieuwer Amstel, waarvan het oude raadhuis nog op de Amsteldijk/hoek Tolstraat staat. In 1890 werd de straat door Amsterdam overgenomen, ondanks pogingen dit onaantrekkelijk te maken door de bouw van een aantal kleine huisjes door architect Van Gendt."
"In de Diamantstraat, waar ook een van de Amsterdamse badhuizen stond, heeft schrijver Gerard Reve gewoond. Hier speelt dan ook zijn boek De Avonden zich af."

Nazit

We hebben ook nog een nazit van Ruud Sijmons over het Transvaalplein: "Het was deze keer voor mij wel erg eenvoudig te raden waar deze foto is gefotografeerd, temeer omdat ik er in 1944 schuin tegenover ben geboren in de Transvaalstraat op 114. De raadplaat gaat over het Transvaalplein in de Transvaalbuurt, ook wel Afrikaanderbuurt genoemd, in stadsdeel Amsterdam-Oost waar mijn ouders, jongere broer en ik heel wat hebben meegemaakt tot aan de verhuizing naar een grotere woning in A'dam Buitenveldert."
"Het Transvaalplein was een plek waar we met een aantal vriendjes uit de buurt in de zandbak met dinky toys speelden en op de speeltoestellen klommen die op dit plein stonden, waaronder de twee lange boomstammen die in mijn optiek wel heel erg lang leken; we waren nog een stuk kleiner dus leek alles vele malen groter dan zoals we dat nu zouden waarnemen. Trouwens het Transvaalplein zelf leek in die tijd ook veel groter."

Piet Keizer en Wim Suurbier

"Later kwam ik op de Oranje Vrijstaatschool terecht in de Smitstraat tegenover de Majubastraat waar je door een poort heen moest en zo op de binnenplaats de school kon bereiken, (stond eigenlijk tussen de Transvaalstraat, Smitstraat en Pretoriusstraat in). Wij voetbalden toen al met de later zeer bekende voetballers zoals Piet Keizer uit de Majubastraat, waar wij vanaf onze veranda aan de achterkant zo schuin op konden kijken; volgens mij was Wim Suurbier daar ook bij destijds, maar dat weet ik niet precies meer."

Familie Van Driel

"Op het Transvaalplein woonde toen de familie C. van Driel, waarvan de heer Cees (ome Cees) een garagebedrijf had op de Transvaalkade waar onder andere de auto's Ford Anglia en Ford Prefect onderhouden en gerepareerd werden; ook werden er tankwagens geheel opgeknapt en gereed gemaakt voor 'BlueStar' voor zover ik mij kan herinneren; deze tankauto's konden net de garage in met aan beide zijden een kleine meter ruimte en bovenop enkele 10 tallen centimeters. Links van de garage zat een bedrijf dat kolen (brandstof) verkocht (toen mocht en kon dit soort bedrijven blijkbaar nog gewoon allemaal onder woningen). Na schooltijd hielpen we ome Cees met allerlei klussen, zoals vervangonderdelen halen op het Pretoriusplein (nu Steve Bikoplein) waar een auto-onderdelenzaak zat, toen de firma Schreurs."

Asbakken van oude zuigers

"Ook maakten we voor de lol asbakken van oude zuigers die we dan doorzaagden en dan een leuk kleurtje gaven; roken heb ik echter nooit gedaan maar de grote (zuiger) asbak heb ik hier nog steeds staan om een grote elektrische soldeerbout op te leggen.
Automonteur Jan had voor Petertje ,de zoon van ome Cees, een zogeheten zeepkistkar in elkaar geflanst met stuurinrichting en als aandrijving een Berini motortje (z.g. eitje als benzinetankje). Wij waren in die tijd (bijna) altijd de klos om dat ding aan te duwen, een enkele keer mocht ik er zelf een rondje mee rijden (als hij het deed tenminste) en de brandstof niet op was. Verder zijn er eigenlijk nog zo veel leuke (en minder leuke) dingen te vertellen over de Transvaalbuurt, maar ik ben bang dat het aan ruimte ontbreekt in De Amsterdamse Krant."

Nieuwe raadplaat

Een mooie straat. Of laan. Of plein misschien wel. Wij weten het antwoord natuurlijk (hoewel we deze straat nauwelijks kennen), maar ook deze nieuwe raadplaat zal ongetwijfeld weer het nodige raadplezier opleveren. Is het weer Oost, West misschien, of Noord dan wel Zuid of eens een raadplaat in het centrum? Of in een van de 'wingewesten' wellicht, zoals Slotermeer of Osdorp? Wij laten ons graag verrassen door uw inzending, die u kunt mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Ruim 2,5 jaar lang heien voor Paleis

Adrie de Koning en Jos Mol hebben de lezers van de Amsterdamse Krant de afgelopen maanden blij gemaakt met een serie over de burgemeesters van Amsterdam. Het schrijversduo presenteert nu een nieuwe serie onder de noemer 'Bijzondere gebouwen in Amsterdam'. Dit is de tweede aflevering, met het Paleis op de Dam.

De Dam met Stadhuis en de nooit gebouwde toren van de Nieuwe Kerk.

Wie kent het niet? Het Paleis op de Dam, dat niet alleen aan de Dam ligt, maar ook aan de Nieuwezijds Voorburgwal, de Paleisstraat en de Mozes en Aaronstraat. Het werd gebouwd als stadhuis, ter vervanging van het te klein geworden en tenslotte afgebrande, uit 1393 daterende, gotische raadhuis, dat ook op de Dam stond. Het nieuwe stadhuis zou ruim anderhalve eeuw dienst doen als stadhuis (1655-1808).

Ontwerper en bouwer
In 1642 krijgt Jacob van Campen (1596-1657) opdracht om een definitief ontwerp te maken voor een stadhuis op de Dam. Daar doet hij maar liefst 5 jaar over, vooral omdat er tussentijds veel discussie was over omvang en uitvoering. Tijdens de bouw ontstaat er ruzie tussen Van Campen en hoofdopzichter Daniël Stalpert (1615-1676). Van Campen ruimt het veld en Stalpert krijgt de volledige leiding.

Bouw en bouwstijl
Op 20 januari 1648 wordt begonnen met het heien van 13.659 palen. Dat was met de toenmalige techniek een hele klus en het heien duurt dan ook tot 28 oktober 1650. De eerste steen was intussen op 28 oktober 1648 wel al gelegd met een zilveren troffel door de Amsterdamse regenten Jacob de Graeff en Sijbrands Valckenier. De bouw is pas in 1665 volledig voltooid!
Het begin van de bouw vindt plaats in het jaar waarin de Vrede van Munster wordt getekend. Daarom moet het stadhuis een monument voor de vrede worden. Er zullen elementen worden aangebracht die een teken van vrede uitstralen. Het gebouw is gebouwd in de stijl van het Hollands classicisme en wordt het achtste wereldwonder genoemd. Voor de muren werd vooral gebruikgemaakt van Bentheimer zandsteen.
Midden in het gebouw ligt de Burgerzaal. Het was een soort overdekt plein, naar Italiaans voorbeeld, waar burgers elkaar konden ontmoeten. In het gebouw waren vele voorzieningen zoals kerkers voor de gevangenen, kantoren voor de bestuurders en ambtenaren, kluizen, trouwzalen en het politiebureau.

Links het Paleis op de Dam in aanbouw. In het midden ziet u de Oude Waag.

Bestemming en gebruikers
Amsterdam is ontstaan rond de dam die in de rivier de Amstel werd gelegd. En zoals gebruikelijk kwam het stadhuis bij die dam te staan, want daar was het 'handelscentrum' en daar paste het 'bestuurscentrum' goed bij. Dit oude stadhuis werd in het midden van de 17e eeuw te klein. Daarom werd in 1639 bekendgemaakt dat er plannen werden gemaakt voor een nieuw stadhuis op de Dam. Omdat het oude stadhuis in de nacht van 6 op 7 juli 1652 volledig uitbrandt, verhuizen de ambtenaren eerst nog even naar de Princenhof, maar in 1655 kunnen zij naar het nog niet geheel afgebouwde nieuwe stadhuis, dat we tegenwoordig alleen nog kennen als het Paleis op de Dam.

Napoleon
In 1808 wordt het stadhuis ingenomen door Napoleon om het aan zijn broer, koning Lodewijk Napoleon en zijn gemalin Reine Hortense, als paleis ter beschikking te stellen. Het stadsbestuur verhuist voor de tweede maal noodgedwongen naar de Princenhof aan de Oudezijds Voorburgwal. Na het verjagen van Napoleon is er lange tijd een onduidelijke situatie over het eigendom van het stadhuis/paleis. Eerst werd het gebouw teruggegeven aan de stad, maar vervolgens werd het als tijdelijk paleis ter beschikking gesteld aan het koningshuis. Koning Willem I betrekt het paleis, althans hij krijgt de beschikking over een aantal vertrekken. Lange tijd lijkt het 'eens gegeven, blijft gegeven'. Uiteindelijk heeft het Rijk pas in 1935 het gebouw definitief erkend als Koninklijk Paleis en de gemeente voor de bouw van een nieuw stadhuis financiële compensatie geboden door 10 miljoen gulden te geven.
Af en toe laaide de discussie over het gebruik van het paleis weer eens op. Ten tijde van het huwelijk tussen prinses Beatrix en prins Claus in 1966 wordt het gebouw door de Provobeweging uitgeroepen tot 'de collectieve Klaastempel van het magies centrum'. Ook oud-wethouder Han Lammers, dan landdrost van Flevoland, wakkert het vuurtje aan door het gerucht te verspreiden dat het bruidspaar van plan is het paleis zelf in gebruik te nemen. Het resultaat ervan is dat besloten wordt het paleis voor publiek open te stellen.

Wetenswaardigheden
Het huidige paleis werd op 27 juli 1655 officieel ingewijd als stadhuis. Bij die gelegenheid kregen alle Amsterdamse burgemeesters, er waren er dus meerdere, een penning. Één is nog altijd in het bezit van de familie Six. Hoewel Jan Six I, heer van Wimmenum en Vromade (1618-1700), wel in de zogenaamde vroedschap zat, maar pas in 1691 burgemeester was, is het aannemelijk dat deze penning afkomstig is van zijn schoonvader, de burgemeester en hoogleraar Prof. Tulp, met wiens dochter hij in 1655 was getrouwd.
In het stadhuis werd ook de Amsterdamse Wisselbank gevestigd in enige vertrekken aan de zuidzijde, waarvoor ook een grote kluis was ingebouwd. De Wisselbank had als belangrijkste taak om geldtegoeden te beheren en te zorgen voor betalingen van de ene klant aan de andere. Het was in feite een voorloper van de latere Gemeentegiro. Omdat er ook gouden en zilveren munten werden omgewisseld kwam de Wisselbank aan zijn naam. Later werden er ook leningen verstrekt, hoewel dat eigenlijk niet mocht, maar ook hier gold: 'Geld stinkt niet'!

Ezelsbruggetje
Heeft u vroeger ook geleerd via een ezelsbruggetje te onthouden op hoeveel palen het stadhuis was gebouwd? Wij leerden dat je het aantal dagen in het jaar moest nemen (365), een 1 ervóór en een 9 erachter, zo kwam je aan 13.659. Maar laten nu tijdens een van de vele verbouwingen 2 palen verdwenen zijn! Het zijn er nog 'maar' 13.657.

Jarenvijftigbaantjes: van die dingen!

De ‘gemotoriseerde’ melkboer met zijn karretje.

door Nicolaas Scharn

Tussen mijn tiende en mijn twintigste had ik na school of in de vakanties allerlei baantjes. Het begon met het helpen van VéGé-melkboer Zuidervaart op de hoek van de Burgemeester Fockstraat en de Burgemeester de Vlugtlaan, een dertigtal meters van mijn woning. Eerst in de winkel alles netjes zetten. In het hok rook het naar koffie en ouwe kaas, en warempel, af en toe vónd je er ook nog een stukje kaas, altijd lekker en goed voor de energie en de arbeidsvreugd.

Lange lummel
Er werkte daar een lange lummel die met een kar vol zuivel langs de deuren ging. De kar kreeg later een plofmotortje zodat je niet zo hoefde te trekken. Hij belde bij de mensen aan en ging de trappen op en af om halve liters melk in de pannen van de klanten te gieten. Ik was een snelle, lenige gymnastiekjongen, dus de lange lummel had al snel in de gaten dat ik de bovenste flatbewoners kon scheren. Mij deerde het harde werken niet, want na een week sappelen had ik een hele gulden voor in mijn geldkistje, en lekker doorwerken verkort de tijd.

De VéGé-winkel. :

Acht literflessen stuk
Op het hoogtepunt reed ik de kar alvast naar de volgende deur en kon ik zelfs met acht literflessen 'dubbelgestoomde' tussen mijn vingers alle trappen op in de Dobbestraat. Eén keer ging het fout…toen glipte ik weg, vielen mijn acht literflessen stuk op de granieten traptreden en stroomde er acht liter dubbelgestoomde als een kolkende waterval omlaag.

Hulptuinman
In de zomermaanden van 1965 was ik hulptuinman bij de Firma Stroomenberg. Ik moest in de gemeentelijke tuinen nabij de Johan Huizingalaan papierprikken en heggen inkorten. Dat ging nog met de hand, dus dat was kracht zetten. En niet te veel wegkijken van je werk, want dan pakte je soms een zware tak, glipte je heggenschaar weg en kon je jezelf verwonden. Er ontstonden bergen en dalen in de lange heg en dan kon je je tuinoverall wel aan de nabije wilgen hangen. Dat viel om de dooie dood niet mee, want er waren kijksters ... begluursters!

Bandana
Door het overmatige hete weer hadden mijn maatje en ik onze shirts uitgetrokken en als een bandana om onze hoofden gedaan. Daar stonden we dan als twee atletische 'Dieven van Bagdad' en dat leverde gezellige momenten op. Vrolijke lokale jongedames die vanuit de huiskamer of nog beter vanuit hun aangrenzende bakvissenslaapkamer onze glanzende spierbundels tot zich namen, knoopten algauw en steeds opdringeriger een praatje aan. Het was nog een hele toer om aan het eind van de dag de dalen in de lange heggen te corrigeren!

Erebaantje
Drie weken later kreeg ik een erebaantje. Stroomenberg zelf leverde me gewapend met een schoffel en een grashark af bij een paleisje nabij het Vondelpark of aan de Keizersgracht en kwam me na een uurtje weer ophalen. Beetje bladeren wegharken van het kortgeknipte Engelse gazon en daarna, om bij te komen, drie kwartier in een designtuinstoel klessebessen met Madame en genieten van koffie uit een koffiekopje met Royal Doulton with Handpainted Periwinkles.

Van die dingen!
- wordt vervolgd -

Cliffordschool (1)

De Cliffordschool in de Van Bossestraat.

door Theo Curiere
Cliffordstraat van Bosschenschool, de school met de eerste Surinaamse leraar, meester De Vries, een van de liefste onderwijzers. Juffrouw Veldhoen, de moeder van Aad Veldhoen, alle leerkrachten waren perfect. De school zelf ook. Als ik in het Concertgebouw kom, kijk ik altijd naar de stoel waar ik als kind zat.
Deze school was een en al creativiteit. Mijn vriendje zat in de Bentinckstraat op school, daar gebeurde helemaal niets. Tussen deze twee straten zat een schippersinternaat. Hiervan heb ik nooit iets gezien totdat ik op een flat kwam te wonen waar een voormalig schipper woont die daar op school heeft gezeten.
Louis van Dijk die in de Prinsessenkerk op het orgel speelde. Gerard en Karel van het Reve zijn daar geboren. Peter Post, de wielrenner, Bertus de Graaf, de gangmaker, Jaap van Zweden, dirigent-violist, woonden allen in de buurt. Bij mijn tante op de Haarlemmerweg kon ik kijken naar de gasfabriek, veel vuur en rook. Speeltuinvereniging Westerkwartier, daar geburde van alles. Er was veel meer, maar dat was mijn Staatsliedenbuurt en verder mijn dank aan de kraakbeweging die mijn buurt heeft gered.

Cliffordschool (2)

door Wim Gortzak
In de krant van 15/9/2017 staat op pagina 3 een foto van een gebouw dat de Cliffordschool in de Van Bossestraat zou zijn. Of de Cliffordschool later naar dit gebouw verplaatst is weet ik niet, maar in 1951 heette de school Prinsesseschool. Of in latere tijden de Cliffordschool naar dit gebouw is verhuisd is niet onmogelijk. De Cliffordschool stond in de Cliffordstraat, vanaf de Haarlemmerweg gerekend aan de linkerkant van de Van Hallstraat op de hoogte van eindpunt lijn 10, t.o. het waterleidingterrein.
De Prinsesseschool stond in de Van Bossestraat, rechts van de Van Hallstraat en de school stond op de geografische hoogte van de Prinsessekerk.