De Amsterdamse Krant

2 september 2017

De Amsterdamse Krant 2 september 2017


Mooiste plek 'Drie uren van Amsterdam' was Berlagebrug

Foto: Jan Landman Foto: Jan Landman

In de jaren zestig en zeventig werden jaren achtereen onder de noemer 'Drie uren van Amsterdam' speedbootraces (officieel heette dat toen al powerboatraces) in Amsterdam gehouden. Eerst in de Amstel, daarna twee jaar in de oostelijke havens en daarna op de Bosbaan. De speedbootraces trokken duizenden enthousiaste toeschouwers.

De races op de Amstel waren verreweg het mooist, vooral vanwege de entourage. De speedboten schoten onder de Berlagebrug door, keerden een paar honderd meter ter hoogte van café-restaurant Hesp, om vervolgens dezelfde route terug te racen, weer onder de Berlagebrug door, om daarna nog een keer te keren. De keerpunten waren het mooist, want daar werd het meest spectaculair ingehaald en had je de grootste kans op een crash. Arnold Matersen (van 1956) weet nog goed dat hij met zijn vader en drie jaar oudere broer Jan vrijwel elk jaar de races bezocht. "Het was altijd een echt uitje waar we de hele dag zoet mee waren. Eerst met de trein naar het Amstelstation. Dat was op zich al leuk, want ik kwam daar verder nooit. Vervolgens een in mijn beleving veel te lange wandeling richting Berlagebrug. Dat is hooguit een paar honderd meter, maar als kleine jongen kwam er geen eind aan. Was je eenmaal onder de spoorbrug bij de garage van Renault aan het Prins Bernhardplein door, dan hoorde je soms de boten al. Wij waren namelijk niet altijd aan het begin van de race omdat mijn vader het wel geweldig vond om met 'zijn jongens' wat te doen, maar aan de andere kant drie uur wel erg lang vond."

Plek

Foto: Jan Landman

Bij de Berlagebrug was nooit plek. "Dat was de mooiste locatie omdat de speedboten dan onder je door kwamen. Volgens mij waren de mensen die daar zaten er al uren voordat het startschot werd gegeven. Wij bogen meestal linksaf, de Weesperzijde op en zochten dan een plekje ter hoogte van het keerpunt. Volgens mij zat daar ook de pit, maar dat weet ik niet zeker. Mijn vader was vrij lang en keek overal overheen en Jan en ik mochten altijd wel bij iemand vooraan zitten. Want we zaten natuurlijk. Met je benen bungelend over de muur van de kade en dan maar kijken naar al dat geweld. Prachtig was het." Voor uitslagen ben je bij Matersen aan het verkeerde adres. "Volgens mij wonnen er altijd Italianen en je had een paar Nederlanders die goed waren. Cees van der Velden deed altijd vooraan mee en later heb ik begrepen dat hij in 1973 de 'Drie uren van Amsterdam' zelfs heeft gewonnen. Ik was er óf dat jaar niet bij óf ik heb het gemist, maar in mijn geheugen komt dat niet voor. En je had ook ene Pelser of zoiets (hij doelt op Hans Pelster die jarenlang aan de 'Drie uren van Amsterdam' heeft meegedaan-red.)".

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat van Rob Lammens

'Graag wil ik u een foto opsturen voor de eventuele nieuwe raadplaat in uw krant. Het is een foto van de jaren 1930/1935 van de oplevering van de nieuwbouw woningen hoek...'
Dit verzoek met deze foto stuurde Rob Lammens, die zelf inmiddels in Bussum woont, op. En wie zijn wij om hier geen gehoor aan te geven. We denken dat het een lastige is, ook al gezien de datering en omdat wij echt niet weten hoe het er nu uitziet, maar we proberen het toch.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Zwembaden

De zomer is weer voorbij en over het algemeen was het een prima, maar geen geweldige zomer. In elk geval hebben de openluchtzwembaden in Amsterdam het niet best gehad. En dat is een leuke aanleiding om eens stil te staan bij mooie verhalen en herinneringen uit de geschiedenis van de openluchtzwembaden in Amsterdam.
Maar als u een herinnering wilt delen over een ander zwembad (het Heiligewegbad bijvoorbeeld), dan zijn we daar ook blij mee. Zo moeilijk doen we niet.
U kunt uw artikel, liefst met foto, sturen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

2 / 6

'Je moest een beetje gek zijn om met 450 pk over het water te stuiven'

De exclusieve foto's op de voorpagina en deze pagina zijn van Jan Landman.

Vervolg van voorpagina

Martin de Jong (1959) heeft vrijwel dezelfde ervaringen als Matersen. Ook hij ging met zijn vader (speedbootraces zijn blijkbaar een 'vader-ding') naar de races, ook hij zat met zijn benen over het water (maar dan aan de andere kant, aan de Amsteldijk) en ook hij genoot met volle teugen. "Het is vooral het lawaai van die boten dat me altijd is bijgebleven. Het was een soort jengelend geluid dat ik nog steeds kan terughalen. Ik weet niet precies hoe die race in elkaar stak, maar je zag kleine en grote boten door elkaar en je had ook als je de start had gemist na drie rondjes meteen door wie er aan kop lag, want die motor maakte het meeste lawaai. Schitterend was het." De Jong weet nog goed dat vlak voor zijn ogen een crash plaatsvond. "Naast het geluid was het mooiste dat de boten af en toe op het water dansten omdat ze loskwamen. Bij een van die boten ging dat verkeerd, want opeens kwam de voorkant veel te veel omhoog en sloeg de boot om. Als jonge jongen vond ik dat schitterend, maar ik was ook benieuwd of de bestuurder er heelhuids zou uitkomen. Vanaf de Berlagebrug kwamen direct een hulpboot met een kraan en allerlei mannen aanvaren die de boot en de bestuurder er heelhuids uithaalden. Daarna werd die boot opgetakeld en pas nadat de race was afgelopen werd die afgevoerd."

Woonboten

Joop Dieleman was in de jaren zeventig een van de piloten in de zogenoemde V-klasse ("Ik deed als particulier mee in de lichtere klasse") en heeft twee keer meegevaren in Amsterdam. Het jaartal weet hij niet meer, maar hij weet wel waarom de 'Drie uren van Amsterdam' ergens halverwege de jaren zeventig verhuisden van de Amstel. "Destijds waren er problemen ten aanzien van het milieu en ook de woonboten langs de kant hadden er last van omdat het water geen kant op kon. Het water werd door die boten enorm opgestuwd en ging golven en die krachten moeten ergens weg, waardoor die woonboten enorm lagen te deinen. Voor een wedstrijd werden er ook altijd woonboten weggesleept omdat het voor de bewoners niet leuk meer was." Er moest derhalve een nieuwe locatie worden gezocht en die werd gevonden in de oostelijke havens, bij de Levantkade. "Maar dat was echt levensgevaarlijk omdat er veel te veel drijfhout in het water lag. Daar hebben we maar twee of drie jaar gevaren. En daarna? Daarna ging het hele circus naar Den Bosch. Er werden daarna nog wel races gehouden op de Bosbaan, maar toen werd het allemaal al minder. Op de Amstel en in de havens op het Buiten-IJ deden alle grote jongens uit die tijd mee, maar volgens mij waren die er op de Bosbaan niet meer bij."

Kicken

Dieleman koestert het wereldje waarin hij jarenlang verbleef (en waarvan hij met zijn 18-jarige zoon weer deel van uitmaakt). "Of het een mooie tijd was? Wat dacht je zelf. De ON-klasse was de zwaarste klasse en is vergelijkbaar met de Formule 1. De Nederlanders gingen goed met elkaar om. Cees van der Velden (hij overleed in 2006 aan de gevolgen van kanker-red.) was de grote man, hij heeft zelfs in 1973 de 'Drie uren van Amsterdam' gewonnen, maar hij was nooit te beroerd om anderen te helpen. Iedereen was bezig met zijn boot en of je nu zoals Cees prof was of zoals wij amateur, dat maakte geen verschil. Het was echt kicken, want die boten gingen zo snel, dat was niet te geloven. Het was eigenlijk levensgevaarlijk. Bij verschillende races zijn piloten verongelukt en op een gegeven moment moest elke boot worden voorzien van een kooiconstructie. In Amsterdam zijn wel boten gecrasht, maar volgens mij is daar niemand verongelukt."

Mooie tijd

Bert Huffener was destijds voorzitter van de Nederlandse Speedboat Club en derhalve ook voorzitter van het organiserend comité. "Het was een mooie tijd", zegt Huffener, die zelf ook racete en daardoor weinig fotomateriaal heeft. Volgens hem was de keus om na drie jaar te stoppen met de races bij de Oostelijke Handelskade een juiste beslissing. "Het was jammer van het evenement, maar die plek was veel te gevaarlijk. Volgens mij niet door het drijfhout, maar omdat de kades daar erg steil en erg hard waren is besloten ermee te stoppen. Het werd mede daardoor ook steeds moeilijker om nog vergunningen te krijgen."

17 jaar lang beoefend

Van Jan Koch hadden we al eerder een reactie, die we nogmaals plaatsen. "Ik heb het racen met powerboats 17 jaar lang beoefend als lid van toen de vrij grote vereniging De Nederlandse Speedbootclub, die de 'Drie uren van Amsterdam' organiseerde onder de bezielende leiding van voorzitter Arie Boom. Zij zagen kans om het bij de gemeente voor elkaar te krijgen dat alle woonboten, vrachtboten en dergelijke in de bocht van de Amstel in Amsterdam voor de race verplaatst werden, hetgeen leidde tot logisch protest van bewoners en andere belanghebbenden."

Heel populair

"De race was heel populair. Er kwamen zo'n 150.00 tot 180.00 bezoekers uit Nederland en veel andere landen op af. Het was dan ook een internationaal veld van topracers die naar Amsterdam kwamen. De inschrijving tot deelname was niet eenvoudig gezien het maximum van tachtig deelnemers. Je moest wel een goede piloot zijn om geselecteerd te worden.
De hoofdmoot van het spektakel was de SN-klasse (later ON-klasse en weer later Formule 1) met een motorinhoud boven 1650 cc met legendarische deelnemers als Cees van der Velden, Renate Molinari, Bob Spalding en meer toppers. Ook de Nederlander Hans Pelster was van de partij in deze klasse.
Ik heb zelf vijf keer deelgenomen aan de OI-klasse met een vrije motorinhoud tot 1500 cc, met zeer goede resultaten. Het deelnemersveld bestond uit 65 boten die allemaal tegelijk met snelheden van 95 km/uur tot soms wel 165 km/uur over de in feite te smalle Amstel tussen Berlagebrug en Utrechtsebrug voeren. De sport was destijds populair en de kranten stonden maandag steevast vol met verslagen. Legendarisch waren de verslaggevers Peter Knegjens en Kees van Buren die op zondagmiddag verslag deden van de races. Met name Knegjens was een meester in het opleuken van radioverslagen."

Gevaarlijk

"De sport was gevaarlijk. Je moest een beetje gek zijn om met 450 pk, gemonteerd op een boot van slechts 4,5 meter die zo licht mogelijk was, met enorme snelheden over het water te stuiven. De boten waren gebouwd van balsahout. Toch waren de 'Drie uren van Amsterdam' betrekkelijk veilig, onder andere omdat er in de bocht een snelheidsbeperking was. Gelukkig zijn er geen doden gevallen op de Amstel, maar wel redelijk veel gewonden. De verplichte ziekenwagens (twee) reden regelmatig tussen het ziekenhuis en het circuit met hetgeen er soms nog over was van een piloot. In het ziekenhuis opgeknapt stapten wij idioten bij de eerstvolgende race weer in de speedboot, desnoods met de krukken op de pit. De powerboatsport heeft een jaar gekend met maar liefst negen doden en veel piloten moeten en moesten noodgedwongen in een rolstoel zitten."

"De race werd uiteindelijk verplaatst naar het havengebied, onder andere door protesten van bewoners en tegenstanders van de race. Hun motivatie was onzin. Een powerboat met hoge snelheid raakt het water nauwelijks en veroorzaakt geen golfslag. Wel een punt was de enorme herrie. De race in de haven heeft nooit het niveau gehaald van die op de Amstel. Ook Rotterdam heeft een speedbootrace gehad, maar ook die haalde het niveau van de Amstel niet. Wat dat betreft blijft de 'Drie uren van Amsterdam' een legendarische en unieke race die nooit meer geëvenaard zal worden."

In twee weken een nieuwe kleuterschool door Duits bouwverbod

Leimuidenstraat 11 anno 2017. Niets herinnert er nog aan dat hier de bewaarschool was gevestigd.

door Theo Durenkamp

In juni is het 75 jaar geleden dat op het binnenterrein van Leimuidenstraat 11 de nieuw gebouwde St. Anna Bewaarschool verrees. Dat deze kleuterschool hier kwam was om twee redenen bijzonder. Ten eerste omdat de school werd gevestigd in een voormalige garage die door een vermogende parochiaan speciaal voor dit doel werd geschonken aan de St. Agnesparochie als stichter van de school. Ten tweede omdat het kerkbestuur direct daarna werd overvallen door een bouwverbod van de Duitsers dat 1 juli 1942 van kracht werd.

Gereed

De enige mogelijkheid om de nieuwe kleuterschool alsnog te realiseren was om deze in twee weken te bouwen. "Wat daar ter plaatse toen verricht werd, grenst aan het wonderbaarlijke, maar veertien dagen later was de bewaarschool gereed", zo schrijft het kerkbestuur in 1956 in het kerkblad Sursum Corda bij gelegenheid van het afscheid van de zusters die de school toen 14 jaar hadden geleid.
Toen begin juli 1942 de St. Anna Bewaarschool door mgr. G.C. van Noort, deken van Amsterdam, werd ingezegend, ging een langgekoesterde wens van de St. Agnesparochie in vervulling. Een voormalige garage aan de Leimuidenstraat 11 en het erachter liggende binnenterrein met autoboxen werd omgebouwd voor de nieuw te stichten parochiale bewaarschool. Van overheidssubsidie was toen nog geen sprake. Pas in 1956 trad de Kleuteronderwijswet in werking, zodat kleuterscholen uitsluitend via particulier initiatief konden worden gesticht.
Omdat het parochiegebied van de St. Agneskerk aan de Amstelveenseweg zich toen nog uitstrekte tot de toenmalige stadsrand, de Westlandgracht, voorzag de keus voor een locatie aan de Leimuidenstraat zeker in een behoefte. De ruimte werd overgenomen van de NV AMTO Garage, waar o.a. de zogeheten blokbandtaxi's onderdak vonden. In ijltempo volgden de verbouwing van de begane grondverdieping van het woonblok, de nieuwbouw van vier lokalen op het binnenterrein, de verbindingsgang tussen beide en de speelplaats. En dat alles voor een totaalbedrag van 10.500 gulden!

Bouwverbod

Op 3 juni 1942 vaardigde de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied een verordening uit dat alle verleende bouwvergunningen vanaf 1 juli ongeldig zouden zijn. Elke bouw door particulieren of van overheidswege was per die datum verboden, omdat alle bouwmateriaal voor de Duitse weermacht gereserveerd moest blijven.
Dat de bouw nu opeens in twee weken moest worden voltooid, is ook te zien in het uitgebreide fotoboek waarin het kerkbestuur het hele bouwproces heeft vastgelegd. Op diverse foto's zien we wel zo'n 30 arbeiders tegelijk aan het werk om de bouw binnen het krappe tijdsbestek voor 1 juli te realiseren.
Het is thans bijna onvoorstelbaar hoe het mogelijk is in zo'n korte periode de bestaande garageboxen op het binnenterrein uit te bouwen tot 4 leslokalen en aan een zijde te voorzien van een aangebouwde passage met de nodige lichtinval van boven en opzij, en vervolgens langs de zijmuur van het perceel een verbindingsgang te bouwen met het huizenblok waar de entreehal kwam met spreekkamer en sanitaire ruimtes. Bovendien werd als erfafscheiding met de tuinen van Hoofddorpweg en Leimuidenstraat een fraaie stenen muur gemetseld.

Zusters van Liefde

In dezelfde hectische tweede helft van juni 1942 is het kerkbestuur van de St. Agneskerk naar Tilburg gegaan, om precies te zijn het klooster aan de Oude Dijk, om de Congregatie van de Zusters van Liefde te vragen of men bereid was om leerkrachten voor de bewaarschool beschikbaar te stellen. Voor de vier te vormen klassen werden vier zusters toegezegd. Na de zomervakantie van 1942 ging de bewaarschool dan ook meteen van start en was deze al spoedig helemaal bezet met kleuters van ouders die als parochiaan bij de St. Agneskerk stonden ingeschreven.
Over de periode tussen de stichting in 1942 en de beëindiging van deze locatie in 1956 is maar weinig bekend. De parochie heeft weliswaar enkele archiefstukken over deze school aan het Stadsarchief overgedragen, maar deze zijn pas vanaf 2022 openbaar.

De enige informatie zijn herinneringen van oud-leerlingen aan hun kleutertijd zoals gepubliceerd op de website van Schoolbank en het Geheugen van West. Zo vertelt een van de oud-leerlingen over de jaren in of kort na de oorlogsperiode: "Ik ging naar de kleuterschool in de Leimuidenstraat, waarvan ik me vooral het grote houten hobbelpaard op de speelplaats herinner en iedere dag om 12 uur in de gang naar het H. Hartbeeld voor het Angelus. En op sommige dagen, als er eten over was van de nonnen, mochten de kinderen in een lange rij staan bij de openslaande deuren van het klooster en kregen ze dan met een grote pollepel een hap van het overgebleven eten."

Afscheid van de zusters

Het einde van de school in de Leimuidenstraat viel samen met het vertrek van de zusters. Met spijt in het hart moest pastoor Kokkelkoren aan zijn parochianen in 1956 via Sursum Corda, het kerkblad voor katholiek Amsterdam, het afscheid van de nonnen aankondigen: "Doch er kwam een dag, dat er weer eens een Zuster werd weggeroepen, en men tot zijn spijt geen plaatsvervangster zenden kon. Een lekenkracht vulde toen de open gekomen plaats aan. Helaas ging de ongunst der tijden voor de Congregatie door en kwam er een tweede plaats die aan een leek moest worden toevertrouwd. En tenslotte hebben we de allesbehalve prettige tijding gekregen, dat de Congregatie zich gedwongen zag ook de beide laatste Zusters van de bewaarschool weg te nemen."

Speciale reden

Maar het kerkbestuur had nog een speciale reden om hun heengaan te betreuren. Immers, zolang er geen wet op het kleuteronderwijs bestond, kwam de bewaarschool niet voor enige subsidie in aanmerking, zodat salarissen, onderhoud en exploitatie door het kerkbestuur werden betaald. Wel werd er een vorm van schoolgeld geheven, maar dat was op geen stukken na voldoende om de onkosten te dekken. Om het tekort aan te vullen werd er in de kerk zo veel mogelijk een maandelijkse collecte voor de school gehouden en namen de zusters genoegen met een veel te laag salaris, terwijl ze daarnaast het beheer van de school zo zuinig mogelijk deden.
Dat de Congregatie haar zusters juist terugtrok in het jaar dat er subsidie mogelijk werd dankzij de nieuwe Wet op het Kleuteronderwijs, zat het kerkbestuur niet lekker: "Juist nu ziet de Congregatie zich gedwongen om de Zusters van deze plaats weg te nemen, en de ontstane vacatures voor leken open te laten. We staan dus voor het feit dat zij die van het begin af altijd offers hebben gebracht en door hun toewijzing de bewaarschool zulk een uitstekende naam hebben gegeven, juist nu gaan vertrekken, nu de dageraad van een betere salariëring aan de kim van het kleuteronderwijs is verschenen. Graag hadden wij hen voor de St. Anna Bewaarschool, waar ze zulk prachtig werk hebben verricht, behouden."

Verhuizing

Drie weken later, eind augustus 1956, richt het kerkbestuur zich via het parochieblad opnieuw tot de parochianen waarin zij meldt dat ze rond de St. Anna Bewaarschool met drie problemen kampt. Omdat in 1951 de nieuwe St. Jan de Doperparochie in de Warmondstraat werd opgericht, ligt de school nu niet meer in de St. Agnesparochie en is het door de de centrale ligging bovendien een probleem om voldoende kleuters te trekken uit het parochiegebied dat doorloopt tot aan de Stadionkade. Daarnaast voldoet de onderhoudsstaat van het gebouw niet meer aan de subsidienormen van de nieuwe KO-Wet. En tenslotte moet er nu naar lekenonderwijzeressen worden gezocht voor wie voortaan een volwaardig salaris moet worden betaald, terwijl gevreesd wordt dat de subsidie hiervoor zal uitblijven, omdat de school niet aan de nieuwe wettelijke voorschriften voldoet.
Uiteindelijk krijgt de kleuterschool in september 1956 twee lokalen toegewezen in de Baarsstraat, zodat de school zich nu wel binnen de parochiegrenzen bevindt. Het gebouw aan de Leimuidenstraat wordt hiermee als school gesloten, waarna het nog in gebruik is geweest bij de NV Elektriciteitsmaatschappij AEG die op de achterliggende Sloterkade was gevestigd. De school wordt vanaf nu geleid door leken: hoofdleidster juffrouw Jansen en de leidsters Bannenberg en De Moor. Omdat voor Olympia- en Stadionbuurt ook de locatie Baarsstraat te afgelegen is, wordt even later op het Hygieaplein een tweede vestiging geopend. In de jaren zeventig krijgt de school een nieuwe naam: De Rakkertjes. En als in 1985 de Wet op het Basisonderwijs wordt ingevoerd, is de kleuterschool al weer een aantal jaren onderdeel van de Petrus Canisiusschool in de Cornelis Krusemanstraat.

'Kort met een kuifje, en een stuiver voor het potje'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De foto waar het nu over gaat is genomen op de kruising Churchillaan/Maasstraat. Omdat de foto vlak bij de vorige raadplaat was, lopen sommige reacties over in een nazit.
Plus: René Polanus vroeg om de namen van een foto van het leerkrachtenteam. Die hebben we voor het overgrote deel binnen!!

Maar we beginnen weer eens met onze vaste klanten, met de Mollen en Koningen voorop deze keer. "De raadplaat van deze keer speelt zich af kijkend in de richting van de Maasstraat, waarbij we zojuist de Noorder Amstellaan hebben overgestoken, tegenwoordig beter bekend als de Churchilllaan. De prent is gemaakt in 1930 door Uitgeverij Maatschappij Rembrandt te Utrecht."

Sint Nicolaaslyceum

De situatie zoals die nu is.
René Polanus vroeg namen van deze leerkrachten. A. Staats-Wessels heeft deze geleverd!!

"Begin 60'er jaren reden Adrie en ik iedere dag de Churchilllaan af richting de Beethovenstraat naar het Sint Nicolaaslyceum en kwamen dus langs de Maasstraat. We hebben geen bijzondere herinneringen aan deze buurt. In de Maasstraat zat de sportzaak van Klotz en dat waren vooral goede tennissers. Op de hoek van de Geleenstraat zat snackbar de Oase van de familie Ruhé, waar we op de route vanaf het lyceum naar de Watergraafsmeer regelmatig aanlegden."

Van 1930

Gielijn Escher schrijft: "We staan op de kruising van de Churchilllaan met de Maasstraat en kijken de Maasstraat in richting Rooseveltlaan. Kennelijk een foto van circa 1930; bomen nog jong en geen auto's! Overigens op een steenworp afstand van de vorige opgave (Vondelschool aan de Jekerstraat)."

Naar school en mijn werk

André Woons laat weten: "Het gaat hier om de Maasstraat gezien vanaf de Churchilllaan. Een straat waar ik veel doorheen kwam vanaf mijn huis in de Rivierenbuurt op weg naar school, en later naar mijn werk."

Javaplantsoen

Vervolgens komt hij terug op de vorige raadplaat, van de Vondelschool. "Door vakantie zag ik de vorige raadplaat te laat. Mijn eerste gedachte was ook Javaplantsoen, een scholencomplex uit 1927 met als architect A. R. Hulshoff, directeur afdeling Gebouwen van Publieke Werken. Vanaf 1924 was hij de stadsarchitect van Amsterdam. Hij was ook samen met architect Nicolaas Landsdorp verantwoordelijk voor de verbouwing in de Amsterdamseschoolstijl van het oude stadhuis het Prinsenhof in 1926. Het schoolgebouw Javaplantsoen 19 is nagenoeg identiek aan de Jekerschool en ook gebouwd in 1927 onder verantwoordelijkheid van Publieke Werken. Het gaat hier ongetwijfeld om hetzelfde ontwerp. De raadplaat werd hier extra moeilijk door. Alleen aan de naastliggende huizen is te zien dat het om twee verschillende scholen gaat."

Noorder-Amstellaan

Mike Man doet ook mee, natuurlijk: "Naar mijn idee toont de raadplaat de hoek van de Maasstraat en de, toen nog, Noorder Amstellaan, thans Churchilllaan in zuidelijke richting gezien. De foto dateert van circa 1930."
"Rechts achter de fotograaf heeft op de hoek jarenlang de joodse bakkerij van Theeboom gezeten, die eerder was gevestigd in de Jodenbreestraat/hoek Zwanenburgwal. Daar haalden wij in de vijftiger jaren vaak op zondagmorgen vers brood, waarvoor je dan wel eerst in de rij moest staan!"
"Verderop in hetzelfde blok in de Maasstraat zaten ook rijschool Dorland en café De Gouwe Gheyt, in welk lokaal ik in mijn jonge jaren menig uurtje met mijn vrienden heb doorgebracht."
Ad Tiggeler hoort ook bij de stamgasten en schrijft: "De foto is gemaakt van de Noorder Amstellaan naar de Maasstraat toe." En "Dit is de Maasstraat", laat Bertus Stoeltjes, die ook regelmatig aanschuift, weten.

Goed gokje

Olaf Horn, nu woonachtig in Raalte, doet een (goed) gokje: "Wat betreft de nieuwe raadplaat gok ik erop dat het de Maasstraat/hoek Vrijheidslaan is. Ik twijfel nu toch een beetje omdat ik niet in die buurt ben opgegroeid (ik kom uit Oud-West), en in Zuid kwam ik niet zo vaak. Ik wens u weer veel succes met de krant. Ik kijk er elke keer weer naar uit."

Verkeerde bak

Cees Dobbe houdt het kort, maar krachtig: "Ik denk dat het de Maasstraat is." Goed gedacht dus. Ben Wegman daarentegen zit in de verkeerde bak te hengelen: "Foto is Beethovenstraat vanaf Stadionweg genomen."

Complimenten

Claudio Salvatore weet de raadplaat goed te traceren: "Bij deze de oplossing van de raadplaat van de krant van 5 augustus. Ik zeg dit zo stellig omdat ik het meteen zag, daar ik in de Geulstraat op school heb gezeten in de jaren 80 en daar dagelijks liep, en nog steeds in de buurt van de Maasstraat woon. Want dat is de oplossing: de Maasstraat. Genomen vanaf de - toen nog - Noorder Amstellaan, nu genaamd Churchilllaan. Met in de verte de Geleenstraat waar je op deze foto 'tegenaan' kijkt. Normaal heb ik best wel moeite met de raadplaten (alleen maar leuk natuurlijk!) maar deze zag ik meteen, binnen 2 seconden."
Om aldus te eindigen: "Bij deze ook mijn complimenten voor de krant, ik geniet er steeds weer van!"

Scheldestraat is het niet

Jack van Ommen heeft het ook goed, hoewel hij wel even twijfelde. En hij heeft er een prachtig relaas bij: "Dit is de Maasstraat. Mijn eerste keus was de Scheldestraat en daar zullen wel wat van uw lezers mee aankomen, maar dat bleek niet te kloppen. Het is bijna niet meer te herkennen. Volgens mijn herinnering tussen de Zuider- en Noorderamstellaan (Roosevelt/Churchilllaan). Ik denk van zuid naar noord genomen met de middagzon aan de oostelijke kant."

Twee kappers

"Wij woonden in de Alblasstraat, twee straten naar het oosten, parallel aan de Maasstraat. Er waren twee kappers tegenover elkaar tussen de Rivierenlaan en Uiterwaardenstraat. Ik kan me nog altijd goed herinneren: moeder stuurde ons, met mijn tweelingbroer Jan, met ieder een dubbeltje naar de kapper aan de westkant. De instructies waren: "Kort met een kuifje, en een stuiver voor het potje." Wij waren toen vijf en zes jaar, in 1942 en 1943. Vermoedelijk was onze kapper protestant en die aan de overkant rooms-katholiek."

De Ridder

"In de Maasstraat waren de slager(s), kruidenier en de melkboer. De namen ben ik al lang vergeten, behalve die van de melkboer: De Ridder. Dit was de schuilnaam van Henk Dienske, de leider van de LO-LKP in het westen van Nederland. Toen vader op de 4e april van 1944 werd gearresteerd en met de vader van Henk Dienske, onze overbuurman, werd verhoord op de Euterpestraat door de Sicherheits Dienst werd hem herhaaldelijk gevraagd wie nu De Ridder was. Vader wist het niet, maar onze moeder wist het wel want Dienske was haar baas in het verzet, maar de SD wist alleen onze achternaam, Moeder is later gearresteerd en vader een maand later vrijgekomen."
"Het is de Duitsers toch gelukt om de identiteit van 'De Ridder' te weten te komen van een van de arrestanten. Dit heb ik diep in de processen van het Rijksarchief ontdekt, in 2010. Henk Dienske kwam om in kamp Neuengamme, net voor het eind van de oorlog. Moeder werd door de Amerikanen op de dodenmars uit Dachau in mei 1945 bevrijd. Mijn ouders en de weduwe van Henk Dienske hebben nooit geweten wie de SD op het spoor van Henk Dienske bracht. Dit is in details beschreven in 'De Mastmakersdochters' (www.DeMastmakersdochters.nl), de historische biografie van mijn moeder en van haar gelijknamige nazi-nicht."

Inkoppertje

A. Staats-Wessels maakt ook werk van haar inzending: "De raadplaat van deze editie is de Maasstraat, gezien vanaf de hoek Churchillaan naar de Jekerstraat (links). Aangezien de raadplaat van vorige keer de Vondelschool in de Jekerstraat was, is dit bijna een inkoppertje."
"Dan nog een nabrander over de Vondelschool. Het was een keurige school en daar werden we als kinderen altijd aan herinnerd door hoofdmeester Van der Mel met als aanhef: 'Wij, kinderen van de Vondelschool uit nieuw Amsterdam- Zuid...' Het was een prettige school met ook veel discipline. Altijd in de rij staan voor je de school in ging. Ook in de rij als de school uitging. Ik kan me nog de immens grote kachel herinneren, de eerste jaren nog gestookt met turf."

Schoolmelk

"Later kregen we schoolmelk en dat werd dan weer naast de brandende kachel gezet om de kou eraf te halen!!!! Tja, inzichten veranderen, maar het maakte de melk er niet lekkerder op. In 1961 zat ik in de zesde klas en dan ging je drie dagen op kamp. Daar keek ik als kind naar uit. De hele school kwam uitzwaaien en dat leek me geweldig. Helaas ging dat feest niet door. Meneer Van der Mel kwam het plechtig vertellen. We waren uitgeloot en dat was een grote domper. Ook voor de schooltuintjes waren we als klas al uitgeloot."

Twee keer uitgeloot

"Het is me altijd bijgebleven dat we twee keer werden uitgeloot en dat ik zowel het kamp als de schooltuintjes heb gemist. Overigens heeft de school het gecompenseerd met drie 'schoolreisjes'. Een dagje Muiderslot, een dagje met de trein naar een openluchtzwembad ergens bij Haarlem en een middag Tropenmuseum."

EN DAN NU DE NAMEN

"Ik kan me nog een aantal kinderen uit de klas herinneren en ook met de leraren kom ik nog een heel eind. René Polanus vraagt of er mensen zijn die weten wie het onderwijzend personeel op de foto is. Volgens mij van links naar rechts: meneer Weber, drie voor mij onbekende dames, mevr. Kalshoven, onbekende heer, meneer Van der Mel, mevrouw Hanssen en nog een onbekende heer. Zelf heb ik nog een foto van de onderwijzers toen ik in 1961 de school verliet. Als ik het mij goed herinner staand vlnr mevr. Tuybens, hr Weber, mevr. Kalshoven, mevr. Hanssen, ?, ? en dan volgens mij de gymjuf. Zittend vlnr mevr. Van der Mel, hr Bokerman, ?, hr. Van der Mel."

Thuiszorg

Wim Weehuizen laat monter weten: "Ik heb vanaf eind jaren 80 ruim 25 jaar in de Rivierenbuurt voor de Thuiszorg gewerkt en ik woon er ook al ruim 16 jaar. Deze raadplaat herinnerde me direct aan de Maasstraat, maar het leek me het beste om even een wandeling te maken om het precieze punt vanwaar de foto gemaakt is te lokaliseren."
"Je kijkt de Maasstraat in vanaf het kruispunt met de Churchilllaan, in de richting van het Maasplein, waarvan de woningen op de achtergrond nog net zichtbaar zijn. Het is bijzonder om in zo veel woningen in mijn wijk binnen te zijn geweest om vooral ouderen met hun dagelijkse verzorging te helpen."

Gezellige winkels

"In het begin (vanaf 1987) trof ik nog cliënten, die er in de jaren 30 als eerste bewoners ingetrokken waren en er een gezin hadden gesticht. Daarna veranderde de buurt omdat veel woningen aan jonge mensen verkocht werden, die zelf weer een gezin begonnen. Ook het winkelbestand veranderde mee en van die gezellige winkels die je op de foto kunt zien, bleef niet zo veel meer over."

Viswinkel

"De viswinkel links op de hoek is al lang weg en de zaak voor damesondergoed even verderop verdween eveneens. Veel kleine drogisten in de buurt hielden de concurrentie niet vol. En de omzet van luxe gebakjes en dure pralines bij de koffie verminderde door het wegvallen van de oudere generatie zodanig dat in en rond de Maasstraat een aantal zaken moest sluiten. Maar de buurt blijft heel gezellig en ik woon er met veel plezier."

'Ik kom er dagelijks'

Hans Blaas schrijft: "Op de foto, genomen voor 1940, kijk je vanaf de toen nog Noorder Amstellaan de Maasstraat in. Na 1945 ging de laan Churchilllaan heten. Zelf ben ik in deze buurt geboren en woon er nog steeds. Bijna dagelijks kom ik in de Maasstraat."

Niet goed

Gerard Jansen heeft het niet goed: "De raadplaat van 4 augustus is volgens mij de Postjesweg/hoek Baarsjesweg. Ik heb hier verder geen verhaal bij, want deze buurt ken ik niet al te goed."

Ook Cor de Wit zit ernaast: "Volgens mij zou de raadplaat de Haarlemmermeerstraat kunnen zijn, gezien vanaf het Hoofddorpplein. Daar woonde links vooraan op een 1e etage Francina Elsje Blankers-Koen met haar man Jan Blankers. Fanny Blankers-Koen was atlete en won in 1948 tijdens de Olympische Spelen in Londen vier gouden medailles. Daar werd zij gehuldigd waarbij zij op haar balkon stond."

Nieuwe raadplaat

'Graag wil ik u een foto opsturen voor de eventuele nieuwe raadplaat in uw krant. Het is een foto van de jaren 1930/1935 van de oplevering van de nieuwbouwwoningen hoek ...'
Dit verzoek met deze foto stuurde Rob Lammens, die zelf inmiddels in Bussum woont, op. En wie zijn wij om hier geen gehoor aan te geven. We denken dat het een lastige is, ook al gezien de datering en omdat wij echt niet weten hoe het er nu uitziet, maar we proberen het toch.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'Ik werd instrumentenmaker'

De door Hans Mol bewierookte Nico van der Horst.

door Hans Mol

Drs. Hans Mol schreef in de vorige editie een mooie bijdrage over de door hem zo gewaardeerde onderwijzer Nico van der Horst. Hij hoopte op reacties, maar die zijn er niet (kan natuurlijk nog altijd), en hij stuurde een paar foto's mee die we niet konden plaatsen. Dat bedroefde hem, waarna hij een verzoek stuurde de foto's alsnog te publiceren, plus een aanvulling. En dat doen we bij deze.

De oorlog bracht met zich mee dat ik op de lagere school (1943-1949) bepaald geen licht was en daarbij kwam nog dat ik het eerste trimester van de 3e klas doorbracht in het ziekenhuis.
Frans Hesp en ik waren de domste jongetjes van de klas en om te voorkomen dat wij zouden blijven zitten kregen wij in de 5e klas het hele jaar bijles van mijnheer Meijer à raison van een gulden in de week. Als we dan om 5 uur de school mochten verlaten gingen Frans en ik voor het gebouw nog een half uurtje koppen, want Frans had een bal en dat was in 1948 een rijk bezit.

Het onderwijzend team van de school waar Hans Mol op zat.

Eerste klas slagerij

Het is Frans in zijn latere leven naar den vleze gegaan, want hij baatte een eerste klas slagerij uit in de Amsterdamse Herenstraat en zijn ossenworst had meer klank in de buurt dan alle klokken van de Westertoren. Die bijlessen hebben dus wel geholpen.

Klaar-overs

In de 6e klas wees meneer Van der Horst een aantal jongens aan die als klaar-overs scholieren behulpzaam waren bij het oversteken op drukke verkeerspunten.Zij kregen een bijna militair aandoende uitmonstering en een z.g. spiegelei. Ik behoorde tot de gelukkigen die dit nobele werk gingen doen. Stond een groepje jongens en meisjes gereed om over te steken dan stak ik mijn spiegelei in de lucht om daarmee het verkeer tegen te houden en riep dan met luide stem: KLAAR OVER.

Veel glas op het asfalt

In het najaar van 1948 had het onbedaarlijk gestormd en lag er veel glas op het asfalt. Toen ik op de rolschaatsen (geleend van mijn buurjongen Ko Koekoek) met de wind in de rug onze straat in reed maakte ik een smakkerd van jewelste en had ik een blauw oog van heb ik jou daar. Een dag later verscheen ik met mijn spiegelei op mijn werkplek bij de Muiderkerk en in no time ging ik onder de nickname BLAUWPIT door het leven.

Instrumentenmaker

Zelf was ik te dom voor de MULO, dus werd het de ambachtsschool Don Bosco op de Polderweg en op 11-jarige leeftijd moest ik de vraag beantwoorden wat ik dacht te gaan worden. Het behoeft hier geen nader betoog dat ik dat in de verste verte niet wist, maar mijn vader besefte dat er in mij een handwerksman schuil ging zodat ik aldaar werd opgeleid tot instrumentmaker. Voorwaar een gouden greep, daar ik mijn hele werkzame leven met mijn handen heb gewerkt en dat wel tot grote voldoening.

Medische instrumenten

In 1951, amper 14 jaar, ging ik al aan de slag in een fabriek alwaar medische instrumenten werden gemaakt en waar zeer bekwame vaklieden werkten. Aan deze leermeesters voel ik mij nog steeds schatplichtig en met enkele van hen heb ik nog steeds contact.
Tot 1964 heb ik fulltime gewerkt, 12 jaar avondonderwijs gevolgd en afgesloten met het Staatsexamen HBS, waarna ik ben gaan studeren aan de medische faculteit van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.
In het najaar van 1967 liep ik practica op het Laboratorium voor Gezondheidsleer in het Oosterpark en dat gebouw stond in de buurt bekend als het 'labberdepoepie'.

Witte doktersjas

Na afloop liep ik met mijn in een kast opgeborgen microscoop in de ene hand en een witte doktersjas over mijn schouder gedrapeerd over de Mauritskade op weg naar mijn kamer aan de Sarphatistraat.
Uitgerekend dáár loop ik mijnheer Van der Horst tegemoet. Hij heeft zojuist zijn invaliderende vrouw bezocht die dan wordt verzorgd in het Sint Elisabethgesticht.
Op dat moment realiseren wij ons elkaar al bijna 20 jaar niet meer te hebben gesproken, maar dat laat onverlet dat mijn oude hoofdonderwijzer, mede gezien mijn bijzondere uitrusting, met grote belangstelling vragen stelt waarbij hij zijn trots niet onder stoelen of banken steekt.
Dankbaar ben ik dat ik uiteindelijk als kaakchirurg die handwerksman ben geworden die mijn goede vader voor ogen had.

Oproep

door Hans Cohen

Ik las op internet uw krant van 7 januari 2014, waar ik van Ans Pijlman-van Rheenen las over de Vredeskerk, kleuterschool Sancta Maria etc. Ans is mijn oud lief uit de jaren 60.
Ik heb terminaal kanker, ofschoon ik nog een paar uur per week mensen gratis help. Ik probeer alles nog te volgen en ben geïnteresseerd in alles over Amsterdam-Zuid en Noord. Vooral de rooms-katholieke kerken en met name de Vredeskerk, met pastoor Bernard Hosman, heeft mijn aandacht. Ik zou graag verhalen over de kerk en over hem willen ontvangen.

Iets anders

Iets anders... een ander oud liefje van mij was later, na Ans, Sjaan (of Jeanne) Boere van de melkwinkel op het Cornelis Troostplein of -straat. Ik heb zo vaak gezocht op internet, maar vond nooit iets van of over haar.
Ze trouwde met een andere melkboer, weet ik. Ook haar broers Jan en Nico en haar zus Willy zaten in mijn klas op de kleuterschool en kende ik goed, maar door mijn studie raakte ik ze kwijt. Sjaan zou ik graag nog eens spreken. Ik had destijds de naam van mijn pleegmoeder.

Oproep 2

door Ans van Putten

Al in de tijd van de trekschuiten was de familie Glasius betrokken bij het vervoer van personen en goederen over water van Amsterdam naar Rotterdam. Van trekschuiten ging het bedrijf over naar stoomslepers met pakschuiten. Hierop volgden dieselgedreven sleepboten met pakschuiten en motorpakschuiten of motoraken.
In 1953 is de zelfstandige pakschuitdienst op Rotterdam beëindigd. Helaas heb ik tot op heden geen archief of foto's van de Pakschuitdienst kunnen achterhalen. Slechts een enkele foto van het kantoor van de heer J.C. Glasius aan de Oude Turfmarkt is bewaard gebleven; het kantoor bestaat nog en wordt nu gebruikt om kaartjes voor de rondvaartboten van rederij Kooy te verkopen.
Ik ben nu op zoek naar: foto's van de schepen van de Pakschuitdienst; de slepers hadden veelal de naam 'Tijdgeest' met een volgnummer en de pakschuiten hadden de naam 'Pakschuit' met een volgnummer. Verder ben ik op zoek naar een foto van of informatie over een modelscheepje voorstellende het directiesleepbootje 'Tijdgeest III'. Het zilveren modelscheepje is voor de heer J.C. Glasius gebouwd ter gelegenheid van zijn 40-jarig ambtsjubileum in 1929.
Wie kan mij met bovenstaande vragen verder helpen?