De Amsterdamse Krant

3 december 2016

De Amsterdamse Krant 3 december 2016


'Het lijkt mij waarschijnlijk dat ik dat Pietje ben'

De foto van Maaike de Graaf waarop Hannah als Zwarte Pietenmeisje staat.

We vroegen verhalen over Sinterklaas en we krégen verhalen over Sinterklaas. In de vorige twee edities publiceerden we er al een aantal, waarvan onder andere het verhaal van Hannah Kuipers dat in de vorige editie stond grote indruk maakten op veel lezers. Zij was in 1947 bij de intocht in Amsterdam het enige meisje dat Zwarte Piet speelde. Het leidde tot drie reacties: één van Hannah zelf, één van Maaike de Graaf die een foto stuurde waar Hannah op staat en daarna weer een reactie van Hannah.

Allereerst dus de reactie van Hannah Kuipers: "Ik ben zeer vereerd. Wat prachtig staat mijn verhaal op de voorpagina. En dan nog verder op pagina 2. Hartelijk dank voor het plaatsen."
Op het artikel reageerde verder Maaike de Graaf met een foto die bij dit artikel staat: "Wat een prachtig verhaal van Hannah Kuipers over haar rol als het enige meisjespietje tijdens de intocht in 1947. En dan later in de bioscoop terugkijken en jezelf zien: fantastisch. Letterlijk een ervaring om nooit te vergeten."

En nu komt het: "Ik ben even op zoek gegaan naar foto's van de intocht in 1947 en heb de 'stoomboot' gevonden. Mogelijk staat Hannah links op de foto, vlak naast de meneer in uniform. Misschien kunt u Hannah deze foto toesturen, zodat zij zelf kan vaststellen of ze dat 'kleine' meisjespietje is dat op de foto te zien is."

Reactie
Dat deden we natuurlijk graag, met de volgende reactie van Hannah als gevolg: "Ha, Hans Peijs en Maaike de Graaf. Leuk, die foto! Ik heb die foto niet eerder gezien. Het lijkt mij zeer waarschijnlijk dat ik dat Pietje ben in de buurt van die man in dat uniform. Verder zie ik geen kleine pietjes. Er was altijd wel een tweede boot met de rest van de pieten, maar daar heb ik nooit op gezeten. Ik herinner mij (vaag) een keer dat ik niet vooraan naast Sint stond en dat erg jammer vond. Dat dat die eerste keer geweest is: geen idee."
Dus Hannah zag voor het eerst de foto waarop zij stond en waaraan zij zulke warme herinneringen bewaart. Mooi toch.

1956
Frits van Oostvoorn moest terugdenken aan de intocht van Sinterklaas in 1956 toen hij als 12-jarig jochie met een aantal leeftijdgenootjes op de redactie van het Vrije Volk stukjes schreef voor de rubriek Klein Maar Dapper (KMD). "Ik mocht toen de heer Mijksenaar interviewen over de organisatie van de intocht, die een paar weken later plaatsvond. Zijn cadeau was gratis toegang bij het Paleis op de Dam! Helaas is het artikel er niet ingekomen omdat er geen plaats meer was. Wel heb ik later een excuusbrief gekregen."
Meer verhalen over Sinterklaas op de volgende twee pagina's.

Nieuwe raadplaat: mooie gevelrij

Heel indrukwekkend voor toeristen, maar heel gewoon voor Amsterdammers: dit is een uit de vele honderden mooie gevelrijen in de stad. De foto is niet waanzinnig lang geleden geschoten, gezien het feit dat er de nodige auto's zijn geparkeerd. Ongetwijfeld valt er genoeg te vertellen over deze straat.
We hopen dan ook weer op veel inzendingen via info@amsterdamsekrant.nl.

Jaarsluiting

Net zoals alle voorgaande jaren besteden we in de laatste editie van het jaar weer uitgebreid aandacht aan verhalen die echt bij deze tijd van het jaar horen. Dus verhalen over Kerst, Oud en Nieuw, gezellig met de familie samen, de lichtjes in de stad, de etalage van De Bijenkorf, de kerstboom op de Dam, kerstbomen verzamelen én verbanden, kortom, allemaal van die typische eindejaarsperikelen waar we gek op zijn. We kijken weer uit naar alle inzendingen die gemaild kunnen worden naar
info@amsterdamsekrant.nl.

We lazen hartverscheurende briefjes van Duits sprekende kinderen

door Hannah Kuipers
"Ik hoop dat het hierbij blijft, Joop", zei mijn moeder met een afkeurende blik op twee grove postzakken die in de gang op haar smetteloze parket lagen. Mijn vader keek schuldbewust: "Ik heb dit niet bedacht, Nel, dat heeft die radioverslaggever gedaan."

Werner Kohn
Die radioverslaggever was Werner Kohn. Tijdens de intocht van Sint Nicolaas in Amsterdam had hij spontaan tegen de kinderen in West-Duitsland en Zwitserland gezegd dat zij de Amsterdamse Sint een brief met hun verlanglijstje mochten sturen. De intocht in Amsterdam was een groots evenement. Een kilometers lange stoet met de Sint op een schimmel, een legertje van tachtig zwarte pieten, twintig praalwagens en één miljoen mensen langs de weg. Uitgezonden op radio en tv in Nederland en Europa.
Mijn moeders hoop dat het bij die twee zakken bleef, vervloog de volgende dag. Elke dag stopte er een vrachtwagentje van de PTT. De postbode bracht uiteindelijk meer dan honderd postzakken. De gang, de overloop en de trap stonden vol. We konden er met grote moeite langs. In die zakken zaten naar schatting 24.000 brieven voor de Sint.

Lieve briefjes
We hadden een paar zakken opengemaakt en lazen hartverscheurend lieve briefjes van Duits sprekende kinderen, die Sankt Nikolaus schreven over hun zieke moeder, over hun kleine broertje of over zichzelf. Ze hadden hun verlanglijstjes bijgevoegd. Die verlangens zouden nu sociologisch gezien heel interessant zijn vanwege de bescheidenheid van de kinderwensen in de jaren 50: een popje, een nieuw zusje, een pappie, een zak snoep, warme wanten.

Geen postkantoor
"Wanneer gaat die rommel weg, Joop?", vroeg mijn moeder. "Mijn huis is geen postkantoor."
"Ik weet het niet, Nel. Het overvalt mij ook. Je kunt de hartenkreten van die kinderen niet onbeantwoord laten. Sinterklaas houdt van kinderen." Mijn vader gooide het op een akkoordje met een bevriende drukker, die voor een zacht prijsje 24.000 kaarten drukte. Aan de voorzijde van de kaart een foto van de Amsterdamse Sinterklaas te paard en een paar pieten eromheen, met op de achtergrond de Sint Nicolaaskerk. Aan de achterzijde had mijn vader de volgende tekst laten drukken in een schrijfletter:

'Winterresidenz Sankt Nikolaus, 3 Zt Amsterdam Dezember.
Liebes Kind,

Ich habe mich wirklich sehr gefreut, dass Du mir zu meinem Geburtstag geschrieben hast. Am liebsten hätte ich Dich persönlich besucht, um mich zu bedanken, aber dafür habe ich leider keine Zeit. Ich hoffe dass Du auch das nächste Jahr brav und artig sein wirst, dann freut sich der Sankt Nikolaus und sein Helfer Zwarte Piet.

Herzliche Grüsse, Sankt Nikolaus.

De kaarten kostten vier cent per stuk en per kaart moest er zes cent porto op. Die 2.400 gulden waren in 1957 een vermogen. Je kon er een huis voor kopen. Vervolgens moesten er 24.000 adressen worden geschreven. Vanaf woensdag 20 november tot niet later dan vrijdag 6 december. Dan was Sinterklaas immers weer op de terugweg naar Spanje.
Mijn vader keek mij hoopvol aan en zei: "Dat mag jij doen." Niet zo gek dat hij aan mij dacht. Ik schreef als vakantiewerk voor hem ieder jaar 20.000 adressen op enveloppen waarin zijn catalogus naar alle scholen van Nederland werd gezonden. Ik kreeg een cent per adres en na de zes weken die ik daarover deed had ik tweehonderd gulden. Hij gunde mij een extraatje.

Kwaadheid
Mijn moeder spuugde van kwaadheid: "Denk toch eens na, Joop! Reken eens even uit! Van vandaag tot 6 december is twee weken. Hoe moet ze dat doen? Als ze er 600 op een dag zou doen is ze veertig hele dagen kwijt. Het zijn 24.000 brieven, Joop! Vier en twintig duizend!"

Andere oplossing
Hij moest een andere oplossing vinden. Door zijn werk had hij contact met directies van lagere scholen. In twee dagen vond hij twintig scholen bereid er een project voor de zesde klas van te maken als onderdeel van de aardrijkskundeles. Elke zesdeklasser schreef ongeveer veertig adressen van de Duitse en Zwitserse kinderen op de ansichtkaarten en zocht die plaatsen op de landkaarten op.
Alle kinderpost werd op tijd beantwoord. Mijn vader was de ware kindervriend.

(Eerder verschenen in 'Sinterklaasgeheimen' van Martijn J. Adelmund/SVVS).

Buurt Vereniging Reigersburg

door Fred Houthuijs
Elk jaar organiseerde de Buurt Vereniging Reigersburg in Amsterdam-Oost haar Sint Nicolaasfeest. Het wijkcentrum Warergraafsmeer wilde een optocht door de Meer. De vergadering was in het huis Frankendael. Ik was toen voorzitter namens Reigersburg. Verder waren er de voorzitter van de speeltuinvereniging, de voorzitter van de winkeliersvereniging Middenweg en meneer De Meerboer. De vergadering werd voorgezeten door de voorzitter van het wijkcentrum.

Open rijtuig
De Meerboer was een nare man, met veel noten op zijn zang. Zo moest er een open rijtuig komen. Onze Sinterklaas reed op zijn schimmel. De voorzitters liepen met de optocht mee. Niemand wilde met die Meerboer in dat rijtuig. Hij deelde cadeaubonnen uit. Op een gegeven moment ging het mis. Het paard schrok ergens van en sloeg op hol. Die Meerboer lag op de grond, we zagen een paar benen, gehuld in een witte lange broek. Wat hebben wij gelachen en van Meerboer nooit meer iets vernomen.

Verhuur
Onze vereniging verhuurde ook onze Sinterklaas. Dat leverde aardig wat geld op. Dat geld was bestemd voor de bouw van ons clubhuis. Onze goedheiligman moest dan bijvoorbeeld van de Watergraafsmeer naar Amsterdam-Noord. Op de pont waren maar liefst acht sinterklazen! Het dek was zo goed als leeg en er was ruimte genoeg voor een polonaise. Wat hadden wij een lol. Dit vergeet je nooit meer!

Sinterklaasfeest
Onze buurtvereniging organiseerde ook een sinterklaasfeest. Voordat Sinterklaas kwam, was er een voorstelling of film. Eén keer was er een hondennummer. Een oude Duitse vrouw trad op met haar poedels. Naast de zaal waren twee aparte kleedruimtes, voor dames en heren. In de ene zaten de honden en in de andere de vrouw met haar man, die een eigen nummer zou doen. Joop en ik aten een broodje met worst. We gaven die honden ook een plakje. Niets aan de hand tot zover.
Na een paar liedjes te hebben gezongen, was het de beurt aan die man met zijn nummer en daarna die vrouw met haar hondennummer. Alles ging mis, want die honden hadden geen honger. Ze gingen beiden af. De kinderen lagen blauw van het lachen, en wij ook.

3 / 12

'Piet (ik) bonsde keihard op de deur en verdween dan in de wc op de gang'

door Sonja Tienstra
Onlangs hoorde ik tijdens een nieuwsuitzending op de radio dat een directeur van een school bedreigd is in verband met de keuze hoe hij het sinterklaasfeest op zijn school wil vieren. Met roetvegen of schoensmeer. Maar we hebben geen schoorstenen meer… dus weer een nieuw probleem!
Hoe ver kan men gaan… Maar er spreekt ook uit dat voor Nederlanders hun kinderfeest heel belangrijk is en door het gezeur over de kleur bijna is gaan lijken op een kleine volksopstand.

Niet de leukste periode
Ik ben 72 jaar en ik herinner mij het sinterklaasfeest niet als de leukste periode uit mijn kindertijd. Maar dat lag aan de tijdgeest! Bij ons thuis kwam geen Sint of Piet. Ons gezin was zoals Toon Hermans in zijn beroemde conference beschrijft. We kregen altijd een kleinigheid die vooral nuttig was.

Lagere school
Maar hij kwam met hooguit één Piet wel op de lagere school. We moesten met een paar klassen naar de gymzaal alwaar we zingend op de Sint moesten wachten. De weken ervoor waren ook al heel spannend. Voordat de school open ging, schreeuwden de ongelovige, oudere en voornamelijk jongens: "Kijk, daar op het dak loopt het paard met de Sint" of "Daar achter de schoorsteen staat een Piet."
Hoe je als kind werd voorgelogen, terwijl liegen vanuit de opvoeding niet mocht!

Ooit was ik bang
Nu herinner ik mij niet dat ik ooit bang ben geweest voor de kleur van de Pieten. Die glimmende kleur van de gezichten heb ik later nooit ergens gezien. Ook niet in landen waar donkere mensen wonen. De soort kleding wel, bijvoorbeeld bij het Vaticaan. Het is echt pikzwarte make-up en niet te vergelijken met het uiterlijk van een donker of lichtgetint iemand.
Maar dat vergelijk kun je nu maken. In mijn jonge jeugd had ik in het echt nog nooit een donker iemand gezien. Alleen in boekjes en in het stripverhaal Sjors en Sjimmy, dat ook in deze tijd niet meer mag.

De zak en de roede
Maar waar ik wel echt doodsbang voor was, waren 'de zak en de roede' van Zwarte Piet (mag dit nu eigenlijk nog wel geschreven worden of komt er nu weer een actiecomité?). De zak gevuld met cadeautjes en snoep kon mijn angst niet verminderen. Sinterklaas zat daar met een heel dik boek met een zwarte kaft. Net zo dik als de bijbel bij ons thuis en daar stonden ook allemaal heel enge dingen in.
Maar in dit dikke boek stonden de namen van kinderen die stout waren geweest of die een laag cijfer voor gedrag hadden… Die kinderen werden dan naar voren geroepen en kregen een berisping van de Sint en moesten beloven dat zij niet meer stout zouden zijn.

Hoge cijfers, behalve voor gedrag
Nu had ik op mijn rapporten heel hoge cijfers voor alle vakken, maar gedrag kwam nooit boven de 5 uit (toen telde men nog tot 10). Niet omdat ik een probleemkind was of ADHD had, want die bestonden vroeger niet of nauwelijks. Wij konden nog buiten schooltijden heerlijk buiten spelen. Maar ik praatte te veel!

Dus ik zat daar met de angst om naar voren te worden geroepen, maar mijn grootste angst was om in de zak te worden gestopt door de Piet en mee naar Spanje te worden genomen. Dat hoorde toen bij dat leuke kinderfeest!

Dus wat zeuren de mensen nu over een Piet met schoensmeer? Geen kind is nu meer bang voor de Sint (terwijl dat toch ook een enge man is) en ze krijgen massa's cadeaus. Zelfs zo veel, dat de ADHD weer nog heftiger wordt.

Nooit voorgelogen
Door mijn angstige sinterklaasfeest als kind heb ik later mijn eigen kinderen nooit voorgelogen over Sint en Pieten. Wel vierden we het, maar ik had vrij vroeg verteld dat het verklede (meestal) mannen waren en dat Piet schoensmeer (weten kinderen nog dat dit bestaat?) op zijn gezicht smeerde. De cadeautjes waren niet minder welkom.
Wel zongen zij uit volle borst de liedjes en we wachtten ook vol spanning op de dingen die gingen komen. Piet (ik) bonsde keihard aan de deur en verdween dan even in de wc op de gang. Daar stond dan die jutezak met spullen. De resterende tijd, voor het naar bed gaan, hadden ook mijn kinderen last van wat later ADHD zou heten. Alleen maar gestrest de cadeautjes uit die zak vissen, papier eraf trekken en meteen naar het volgende cadeautje. De 'welvaart' was toen al begonnen…

Kleinkinderen
Mijn kleinkinderen zijn nu 25 en bijna 26 jaar en geloven niet meer in sprookjes. Wij vieren feest met de kerstdagen en dat is een stuk gezelliger met de vrije dagen en de sfeer. Ook al zijn we geen gelovigen.

Een tweede Sinterklaas kwam de zaal in

Theo Verkaik schrijft over Sinterklaas in 1957.
"In 1957-58 gingen wij met vrienden zo veel mogelijk ergens dansen, vaak in Frascati in de Nes, in de Koningszaal in Artis en ook wel in Felix Meritis, dat toen gerund werd door een communistische jongerenclub waarvan je lid moest worden om voor 75 cent entree in een goeie sfeer een hele avond heerlijk te dansen. Met tussenpozen veranderden we onze namen en adressen omdat we door het gebruik van onze eigen naam zeker moeilijk gedoe thuis konden verwachten. Wij waren namelijk van huis uit christelijk en bij hen waren communisten niet populair."

Luidkeels toegezongen
Op een gegeven moment liep het tegen 5 december en kwam Sinterklaas op bezoek. "Sinterklaas kwam met Zwarte Piet binnen en werden daarbij luidkeels toegezongen, waarna Sint waardig op het podium ging zitten. Daarna werd de muziek weer gestart en het dansen ging verder. Enigszins verbaasd dat aan onze Sint verder geen aandacht werd geschonken, dansten wij weer vrolijk mee. Na een paar dansnummers werd het lied 'Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht' weer gedraaid en kwam een tweede Sinterklaas met Piet de zaal in. Ook zij werden door iedereen toegezongen en na een buiging naar zijn collega nam hij op het podium plaats. Het dansen ging weer verder om na een paar nummers weer onderbroken te worden door het welkomstlied en ja hoor, daar kwam de derde Sinterklaas binnen, die ook weer werd toegezonden en op het podium ging zitten."

Verwarring
"De organisatoren vroegen zich in grote verwarring langzamerhand af wat er was misgegaan, want één kon maar de echte zijn. Na rijp beraad werd besloten dat de sinterklazen dat zelf mochten uitmaken. De eerste Sinterklaas hield een vlammend betoog dat de eerste de beste was en wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De tweede Sint verweet de eerste dat-ie voorgedrongen was. Toen kwam de derde Sint. Hij ging staan en sprak met zwaar Amsterdams accent: "Kameraden, ik zal jullie bewijzen dat ik de enige echte Sinterklaas ben. Want kijk maar, ik heb alles weggegeven aan de arbeiders", waarna hij theatraal zijn mantel opensloeg en aan iedereen liet zien dat hij daaronder alleen een minuscuul lullig onderbroekje droeg. Je kon mij wegdragen en het was het mooiste sinterklaasfeest dat ik heb meegemaakt."

Krasnapolsky
Henk Dommershuijzen herinnert zich het sinterklaasfeest in Krasnapolsky. "Voor de kinderen van de werknemers die onderdeel waren van Krasnapolsky (zoals De Roode Leeuw) was er elk jaar een sinterklaasfeest in Krasnapolsky. In die periode hoorde ik als kleine jongen dat een van mijn zusjes een rat in het trappenhuis was tegengekomen. Toen ik de volgende dag naar de kleuterschool moest, ging ik met angst en beven de trap af en de terugweg was ook zeer moeilijk.
Tijdens het sinterklaasfeest in Krasnapolsky vroeg Sint Nicolaas of Henkie bij Sinterklaas wilde komen. Toen Henkie – een andere dus - bij Sinterklaas op schoot zat, vroeg hij waarom Henkie zo bang was voor ratten? In de zaal zittend dacht ik: Goh, dat is ook toevallig, deze Henkie is ook bang voor ratten, en ik heet ook Henkie! Later hoorde ik dat er een fout was gemaakt en Sinterklaas de verkeerde Henkie naar voren had laten komen."
Volgende keer meer verhalen over hoe Sinterklaas vroeger werd beleefd.

'Als we ons zouden omdraaien, zien we het huis waar mijn moeder en grootouders woonden'

De vorige raadplaat.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie betrof de Zaanhof.

'De Mollen en de Koningen' schijven de volgende reactie: "We zien twee aandachtspunten op de foto: de toren rechts en links daarvan een smalle spits. De toren zou van een kerk kunnen zijn en daarom namen we de 'Lijst van kerken in Amsterdam' ter hand. Wij vonder geen enkele kerk die overeenkomsten vertoont met de kerk op de raadplaat. Er zijn echter 21 kerken waarvan geen foto is bijgesloten! Een van A3's buren zegt zeker te weten dat zijn tante vroeger in de Balistraat heeft gewoond. We gingen terug naar de lijst met kerken en zochten naar kerken in de Indische buurt. We vonden inderdaad de Elthetokerk aan het Javaplantsoen 38 waarvan de spits als twee druppels water op die van de raadplaat lijkt, maar die aan de andere kant veel lager is! De binnenplaats die we zien komt vele malen voor in de Indische Buurt. Wat we op geen enkele foto kunnen vinden is de smalle spits in het midden van de foto. Al met al overtuigde de Indische Buurt niet!"

Lage, spitse toren
"Nu ging ons een licht op, het museum Het Schip heeft ook zo'n lage spitse toren. Het Schip staat aan de Hembrugstraat, waar het torentje te zien is. En na enig zoeken vonden we de toren die rechts staat aan de Zaanhof (het zijn er trouwens twee). Op de foto is links de achterzijde van de Oostzaanstraat te zien."

Op de Elthetokerk komen we verderop in dit artikel nog terug, want die heeft andere mensen definitief op het verkeerde spoor gezet.

De Elthetokerk in Oost die is afgebroken.
Het Schip.
De Zaanhof vroeger.

Kattenslootbrug
Gielijn Escher had het ook goed, als vanzelf, maar eerst komt hij nog terug op de vorige raadplaat, die van de Kattenslootbrug: "Vanmorgen ben ik nog even gaan kijken naar beide bruggen. Op de Rotterdammerbrug is aan beide zijden de naam aangebracht. De haaks hierop staande Kattenslootbrug heeft géén naamsaanduiding. Officieel heeft deze brug dus geen naam, maar laten we het er maar op houden dat de volksmondnaam Kattenslootbrug de juiste is."

Amsterdamse school topper
En dan de nieuwe raadplaat: "We staan in een kort verbindingsstraatje tussen Zaanhof en Oostzaanstraat. Links op de foto de achterzijde van de hoogbouw in de Oostzaanstraat, rechts de laagbouw van de Zaanhof. Het hoekpand rechts op de foto is Zaanhof no.1. In de verte zien we rechts een der torentjes van het monumentale toegangs-poortgebouw aan de Hembrugstraat. De andere toren verderop links is die van Het Schip, een Amsterdamse School-topper van architect Michel de Klerk."

Het Schip
Over Het Schip lezen we op Wikipedia: "Het Schip is een van de drie blokken arbeiderswoningen aan het Spaarndammerplantsoen in de Spaarndammerbuurt die zijn ontworpen door Michel de Klerk in de stijl van de Amsterdamse School. De blokken werden in de periode 1914-1921 gebouwd. De woningen werden verhuurd door woningcorporatie Eigen Haard en waren 'paleizen voor de arbeiders'. Niet eerder was er zo veel zorg besteed aan de vormgeving van arbeiderswoningen. Ook een postkantoor was onderdeel van het blok."
"Nadat het postkantoor in 1999 werd gesloten, is hier sinds 2001 museum Het Schip gevestigd. Het museum bestaat uit het voormalige postkantoor, een museumwoning die een indruk geeft van hoe de arbeiders hier in de jaren 1920 woonden, en een museumruimte met informatie over de geschiedenis van het gebouw en de Amsterdamse School. In 2005 werd een lunchroom geopend in een voormalige winkel. Hier is ook een fototentoonstelling van gebouwen in de Amsterdamse School te zien."

Op verkeerde been
Jelle Faddegon stuurt de volgende reactie: "Heel mooi, deze raadplaat. Ik herkende de buurt onmiddellijk, ondanks dat de redactie ons met het woord 'kerk' wel op het verkeerde been probeert te zetten! We bevinden ons hier in de Spaarndammerbuurt; om precies te zijn in de straat die de Oostzaanstraat verbindt met het Zaanhof. Rechts de achterkant van huizen aan het Zaanhof, links de achterkant van huizen op de Oostzaanstraat."

Poortgebouw
"Als we ons zouden omdraaien, zouden we het huis op de hoek van de Oostzaanstraat zien waar mijn moeder en mijn grootouders hebben gewoond begin jaren 20. Vorig jaar publiceerden jullie een foto van de Oostzaanstraat als raadplaat die mijn opa daar vanaf het balkon had gemaakt."
"De toren rechts op de achtergrond is een van de twee torens van het poortgebouw, dat vanaf de Hembrugstraat toegang geeft tot het Zaanhof. Aan de andere kant van het Zaanhof staat een soortgelijk gebouw, ook met twee torens, dat toegang geeft vanaf de Spaarndammerdijk.
Het andere, spitse torentje op de achtergrond maakt deel uit van het blok waarin ook museum Het Schip is gevestigd en wordt inderdaad wel de 'socialistische kerktoren' genoemd. De huizen waarvan we recht tegen de achterkant aan kijken staan aan de Hembrugstraat."

Inkopper
Rob van Kogelenberg schrijft: "Het zijn de tuinen tussen de Oostzaanstraat (links) en het Zaanhof (rechts). Het is voor mij een inkopper. Ik heb namelijk op het Zaanhof gewoond, op nummer 16. Het is nu anders ingedeeld. Het was (is?) een geweldige speelplaats voor kinderen. De toren links is van Het Schip en rechts die van het Zaanhof. Op Het Schip heb ik nog op de kleuterschool gezeten. Hierna op de Jacob Van Heemskerckschool in de Hembrugstraat, maar dat is allemaal vervangen door flats."
Nicole Rutten houdt het kort: "Foto vanuit Zaanhof. Links de achterzijde van huizen aan de Oostzaanstraat."

Geen kerktoren
Ab Smienk is gelukkig langer van stof: "De huizen rechts op de foto vormen de achterkant van de Zaanhof, aan de linkerzijde zien we de achterkant van de Oostzaanstraat. De kerktoren die de redactie omschreef is geen kerktoren, maar hoort bij het pontificale gebouw aan de Hembrugstraat. De spits op het midden van de foto hoort bij Het Schip, het architectonische hoogstandje van architect Michel de Klerk in de Spaarndammerbuurt. Het is allemaal onderdeel van het Amsterdamse Schoolmuseum. Als u daar nog nooit doorheen gewandeld heeft dan moet u dat alsnog doen."

Wat een toeval
André Woons meent: "Wat een toeval dat deze keer voor deze foto werd gekozen. Vorige week brachten we een bezoek aan museum Het Schip in de Oostzaanstraat. Een prachtig museum over de Amsterdamse School, een echte aanrader wat mij betreft."
"Na afloop liepen we een klein rondje en kwamen op het mooie Zaanhof terecht. En toen kwam deze foto als raadplaat. Het is het Zaanhof met rechts het middengedeelte van het Zaanhof en links de achterzijde Oostzaanstraat. In de verte is nog net het wereldberoemde torentje van Michel de Klerk te zien in de Hembrugstraat. Er wordt trouwens op dit moment hard gewerkt aan de renovatie van het complex om de funderingen te herstellen en de panden zo veel mogelijk in de originele staat terug te brengen."

Mike Man uit Muiden is er ook weer bij: "Met uw suggestie dat er op de raadplaat van 18 november een kerk op de achtergrond zou staan heeft u, al dan niet met opzet, mij in eerste instantie volledig op het verkeerde been gezet en met mij mogelijk nog velen!"
"Nadat ik vele bestaande of al gesloopte kerktorens de revue had laten passeren en er niet uit leek te komen, ben ik mij meer op het buurtbeeld gaan concentreren om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het hier een afbeelding betreft van het Zaanhofcomlex met zijn karakteristieke torens, waarvan er op de foto rechtsboven een te zien is. Het punttorentje midden boven lijkt mij te behoren tot Het Schip in de Hembrugstraat."
"Het was een paar uurtjes zoeken, maar het kan niet altijd makkelijk zijn! Ik ben nu al benieuwd naar uw nieuwe opgave."

Niet goed
En dan komen we nu bij de Elthetokerk, een van die Amsterdamse kerken die ten prooi zijn gevallen aan de sloophamers. We hebben een foto van deze kerk erbij geplaatst zodat iedereen snapt waarom lezers op het verkeerde been zijn gezet: de torentjes zijn inderdaad precies eender.
Gabriël Blik zegt: "Dit is de Molukkenstraat en dit zijn de tuinen van de Atjheestraat en Balistraat. Ik heb jarenlang in de Indische buurt gewoond en gewerkt. Dit is tegen de Molukken apotheek."

De Banstraat
Gerard Jansen zoekt het in een andere locatie: "Deze foto is zeker niet eenvoudig, maar doe toch een poging; de foto is volgens mij genomen in de Banstraat, links zijn de huizen van de Van Breestraat, rechts de huizen van de Johannes Verhulststraat, de kerktoren op de achtergrond zou een van de torens kunnen zijn van de Obrechtkerk, of zoals de kerk officieel heet: Onze Lieve Vrouwe van de Heilige Rozenkranskerk in de Jacob Obrechtstraat."

Nieuwe raadplaat

Heel indrukwekkend voor toeristen, maar heel gewoon voor Amsterdammers: dit is een uit de vele honderden mooie gevelrijen in de stad. De foto is niet waanzinnig lang geleden geschoten, gezien het feit dat er de nodige auto's zijn geparkeerd. Ongetwijfeld valt er genoeg te vertellen over deze straat.
We hopen dan ook weer op veel inzendingen via info@amsterdamsekrant.nl.

Een speciale relatie met de buergemeester

Burgemeester De Vlugt in vol ornaat tijdens Prinsjesdag.

We zullen ons niet buigen over de vraag wie de beste en wie de slechtste burgemeester is geweest. Dat is erg afhankelijk van ieders persoonlijke voorkeuren en opvattingen. De ene burgemeester stond dicht bij de mensen en was erg zichtbaar, de ander was een harde werker die veel voor de stad bereikte en weer een ander was misschien streng, maar als hij ook rechtvaardig was, kon hij bij sommigen toch ook weer een potje breken.
Wat we wél willen beschrijven, zijn de persoonlijke gegevens, zoals geboortejaar en eventueel sterfjaar, afkomst, opleiding, eerdere functies en wanneer hij het burgemeesterschap vervulde. Ook willen we aandacht besteden aan de persoon zelf, belangrijke gebeurtenissen tijdens zijn ambtsperiode, belangrijke andere bestuurders waarmee hij samenwerkte, waar hij woonde en waarom hij vertrok.

Speciale relatie
Wij denken uit persoonlijke ervaringen en diverse openbare stukken genoeg materiaal te hebben voor een reeks verhalen, waarvan we hopen dat ze wat losmaken en de lezer inspireren om bijvoorbeeld leuke anekdotes toe te voegen. Bovendien heeft een van ons een groot deel van zijn werkzame leven op het stadhuis van Amsterdam gewerkt, zodat hij een speciale relatie met burgemeesters heeft.

Wat doet een burgemeester?
De Burgemeester van Amsterdam heeft een belangrijke functie. Hij is immers de eerste burger van de hoofdstad van het land. De functie van de burgemeester zoals wij die nu nog kennen, dateert van 1851, het jaar waarin de Gemeentewet werd ingevoerd. Maar ook kort na de Franse tijd kennen we de functie van burgemeester. Hij wordt dan benoemd door koning Willem I (Koning der Nederlanden van 1815 tot 1840). Tot 1824 waren er wel vier burgemeesters, waarvan er drie vanuit de gemeenteraad werden voorgedragen, maar dat recht komt dan te vervallen en wordt er door de koning rechtstreeks iemand vanuit de raad benoemd. Meestal iemand die afkomstig is vanuit oude regentengeslachten.
Maar met de invoering van de Gemeentewet is de burgemeester niet langer een van de raadsleden. Hij krijgt in de gemeenteraad wel een raadgevende stem. Wat doet een burgemeester zoal? Dat is nogal wat. Wim Polak heeft het burgemeesterschap eens omschreven als een combinatie van tien functies:
- Voorzitter en adviseur van de gemeenteraad.
- Voorzitter en lid van het College van B. en W.
- Representant van de gemeente bij belangrijke gebeurtenissen.
-Woordvoerder van de gemeente tegenover de Rijksoverheid, de provincie, het bedrijfsleven, de universiteiten en talloze andere instanties.
- Intern coördinator en stimulator van het gemeentelijk apparaat.
- Een vertrouwensfiguur voor de leden van het College van B. en W., raadsleden, hogere ambtenaren, bedrijfsleven enz.
- De beheerder van zijn eigen portefeuilles.
- De vertegenwoordiger van de gemeente in allerlei niet-gemeentelijke organen.
- Burgervader' met een ombudsfunctie voor burgers die op hem hun laatste hoop vestigen'.
- Namens het rijk toezichthouder op besluiten van gemeenteraad en B. en W.
- Hoofd van de politie.

Burgemeester Samkalden temidden van de leden van Hearts of Soul.
Burgemeester Wim Polak.

De burgemeester in vol ornaat
Lange tijd was het de gewoonte dat de burgemeester zich onderscheidde door het dragen van een speciaal burgemeesterskostuum. Dat was een zwart rokkostuum met witte knopen met het stadswapen erop. De broek was zwart met een zilveren streep. De hoed was een driekantige steek met een oranje cocarde (insigne met symbool). Het kostuum was op verzoek van de burgemeester van 1842-1849, Huidekoper ingevoerd en werd tot en met 1956 nog gedragen. In 1994 is het officieel afgeschaft.

Bronnen
We kunnen ons voorstellen dat u meer wilt weten over sommige burgemeesters. Daarvoor hierbij een overzicht van werken, die wij ook hebben bekeken, om te kijken of onze eigen informatie juist was.
- Een keten van macht: Amsterdam en zijn burgemeesters vanaf 1850, Dirk Wolthekker (red.), Balans 2006.
- De Bosatlas van Amsterdam, Noordhoff 2015.
- Retour Den Haag, Ed van Thijn, Van Gennip 1994.
- Wim Polak Amsterdammer en sociaal-democraat, Menno Polak en Gerrit van Herwijnen, Meulenhoff 2003.
- Job Cohen, biografie, Hugo Logtenberg en Marcel Wiegman, NwAdam 2010.
- Wibaut, onderkoning van Amsterdam, Eric Slot en Hans Moor, Bert Bakker 2009.
- Het Parool 1940-1990, Bert Bakker 1990.
- Het huis van de burgemeester, Coert Peter Krabbe en Hillie Smit, Thoth 2011.
- Leden van de Raad, Peter Hofland, Gemeentearchief Amsterdam 1998.
- Twaalf burgemeesters, 500 jaar Amsterdam, M.Sluyser en Fred. Thomas, Andries Blitz 1939.
- Het hoofd van de Stad, Amsterdam en zijn burgemeesters tijdens het interbellum, Harm Kaal, proefschrift 2006.
- Ons Amsterdam, 2006.

Mensen houden er soms vreemde principes op na

door Maarten de Vries
Mensen houden er soms vreemde principes op na. Als ze vinden dat ze gelijk hebben of in hun recht staan, dan kunnen ze vreemd en uitermate kinderachtig gedrag vertonen. Zo liep ik, eind jaren 70, tijdens een voetsurveillance samen met mijn collega via een steegje de Singel op. Uitgerekend daar stond een auto op de rijbaan, als eerste in een file van plus minus dertig auto's.
Er werd geclaxonneerd en sommige automobilisten schreeuwden verwensingen door hun open raampjes. Zo te horen stonden ze er al even.

Achter de eerste auto stond de tweede auto in de file scheef op de rijbaan, met de voorzijde in de richting van een langs de gracht gelegen leeg parkeervak. De auto kon de draai echter net niet maken om dit vak in te rijden, omdat de eerste auto met de achterbumper bijna tegen zijn voorbumper stond.
De bestuurder van de eerste auto zat met een nors gezicht en met zijn armen over elkaar geslagen achter het stuur nukkig en boos voor zich uit te kijken. De bestuurder van de tweede auto keek ons met grote ogen aan en haalde met een verontschuldigend gebaar zijn schouders op.

Toen we bestuurder één aanspraken, verklaarde hij over de gracht gereden te hebben en dat hij op zoek was naar een parkeerplaatsje. Hij zag het lege parkeervak net iets te laat, stopte, wilde achteruitrijden om vervolgens het vak in te rijden, toen de tweede auto al achter hem stond en bezig was hetzelfde vak in te rijden.
Dat pikte hij natuurlijk niet, want hij had het vak het eerst gezien. Vandaar dat hij zijn auto dusdanig voor auto twee had gezet dat deze het vak niet in kon. Hij vond dat auto twee maar achteruit moest rijden om hem de ruimte te geven het vak in te rijden.

De bestuurder van auto twee verontschuldigde zich en verklaarde geen kant meer op te kunnen. De derde auto in de file stond op normale afstand achter zijn auto, doch het belemmerde hem wel twee à drie meter achteruit te rijden om auto één de gelegenheid te geven het vak in te rijden. Bestuurder van auto één bleef echter stijfkoppig bij zijn standpunt.
Toen we hem vroegen om dan naar de staart van de file te lopen met het verzoek aan de bestuurder van de laatste auto om enige meters achteruit te rijden, vervolgens naar de één-na-laatste met hetzelfde verzoek, om zo vervolgens alle auto's af te werken, weigerde de man.
"Daar bent u voor", zei hij.
De bestuurders in de file werden steeds pissiger. Sommigen hadden hun auto verlaten en begonnen zich met het gesprek te bemoeien. Er werd gevloekt en geschreeuwd en een enkeling dreigde met 'maatregelen'.

Daar de enige oplossing van het probleem het doorrijden van auto één was, hebben we hem verteld dat hij moest maken dat hij wegkwam en het verkeer de vrije doorgang moest verlenen. Zo niet, dan zou het in het belang van de openbare orde van hem gevorderd worden en als hij zou blijven weigeren, dan maakte hij zich schuldig aan een strafbaar feit. De man werd kwaad, gaf gas en onder het geluid van piepende banden riep hij nog dat hij het 'discriminatie' vond.

Ik heb de auto nagekeken en zag de bestuurder via de eerste brug die hij tegenkwam de gracht oversteken, om vervolgens aan de overkant van de gracht, exact tegenover de plek waar de commotie was ontstaan, zijn auto te parkeren op een van de vier daar aanwezige, lege parkeervakken. Hij stapte uit, stak de rijbaan over en opende een deur van een pand dat precies ter hoogte lag van het vak waar hij nu zijn auto had geparkeerd.

Ook een diender draagt een riem bij zijn uniformbroek. En dat is maar goed ook, anders was mijn broek afgezakt van verbazing.

Stommiteit

door John Elberse
Het jaar weet ik niet meer, maar wel dat het op een zondag was. Samen met mijn toenmalige maat Lex P. had ik weekenddienst.
Volgens de rapporten hadden de collega's van de Uniformdienst die nacht vanaf de Dam een dronken man binnengebracht en ter ontnuchtering ingesloten.
Regel was in dergelijke gevallen dat de persoon in kwestie zijn (of haar) roes kon uitslapen in een zgn. dronkemanscel en bij het in dienst komen van de ochtenddienst een bakje koffie (of wat daarvoor moest doorgaan) alsmede een pakje brood, bestaande uit vier sneetjes witbrood met kaas en hagelslag, kreeg.
Na dit ontbijt kreeg de beste man/vrouw een Kennisgeving van Oproeping uitgereikt, waarna hij/zij vriendelijk verzocht werd het bureau te verlaten. Dus geen zaak voor de recherche.
Toen ging het opvangtoestel. De wachtcommandant verzocht mijn maat en mij even naar beneden te komen, want er lag een lijk in een cel. Het bleek om de ingesloten '426'er' (openbare dronkenschap) te zijn. Geen zaak voor ons, maar voor de heren van de rijksrecherche.

Lex en ik leunden aan. We wisten alle gegevens van de man en dat hij uit Loowoude kwam en na een gedegen onderzoek belden we de collega's in Loowoude met het verzoek de trieste boodschap aan de familie over te brengen.
Het S.O. werd door de HH rijksrechercheurs inbeslag genomen en overgebracht naar het politiemortuarium Westgaarde (dat inmiddels al lang niet meer bestaat). Meldt zich in de loop van de dag de moeder aan het bureau, vergezeld van een zoon.
Als ze mij toen gezegd hadden dat beiden rechtstreeks uit de serie Flodder waren weggelopen, dan had ik dat direct aangenomen. Na de gebruikelijke condoleances namen we moeder en zoon mee naar Westgaarde voor de verplichte identificatie. Onderweg vertelden we hoe dat in zijn werk zou gaan: het S.O. keurig opgebaard in een apart kamertje of zo uit de koelcel halen.
"Ach meneer, doe maar niet zo veel moeite hoor, haal hem maar uit de koelcel", zei moeder ons. Dus aangekomen op Westgaarde deed ik de koelcel open en trok de brancard naar buiten. Eerbiedig trok ik het laken weg en ging op afstand staan.
"Mijn jongen, mijn jongen! Wat is-ie blauw, hè?" riep moeders, waarop ik gigantisch in de lach schoot. Tja, de combinatie drank-blauw was snel gemaakt want echt, de persoon op de brancard was echt blauw. Of dat van de drank was of van de temperatuur in de koelcel, wie zal het zeggen.
De confrontatie was dus positief, dat kon je wel stellen. Moeders keek me smerig aan. Instinctief voelde ik dat ik een rood hoofd kreeg.