De Amsterdamse Krant

22 december 2017

De Amsterdamse Krant 22 december 2017


'Gelukkig nieuwjaar! En liever zijn dan afgelopen jaar, hè?'

Een oliebol was vroeger een hele traktatie.

Kerst is een familiefeest. Dat is tegenwoordig, maar zeker ook vroeger het geval. Wij vroegen lezers om mooie verhalen over kerst en deze vraag zette Siegfried Regeling en Henny van der Sluijs (beiden zenden regelmatig bijdragen aan waarvoor wij hen hartelijk danken) aan tot mooi proza die u lekker kunt lezen tijdens de kerstdagen.

Door Henny van der Sluijs

Hier is de jaarwisseling 1969-1970, zoals ik die bij mijn ouders vierde in de Retiefstraat in Amsterdam-Oost. Mijn broertjes en ik waren 9, 8 (ik), 7 en 6 jaar jong en moesten op oudejaarsavond na de erwtensoep van mijn moeder met lekkere broodjes van de bakker meteen naar bed, hoewel wij natuurlijk beweerden zo vroeg nóóít te kunnen slapen, maar wel binnen een kwartiertje of zo onder zeil lagen.

Speciaal stapelbed

De jongens in hun 'pijpenla', waarin mijn vader een speciaal stapelbed had gemaakt omdat er anders nooit drie bedden in hadden gekund en ik in mijn 'ucifersdoosje', waar je nog nét zijwaarts langs het bed kon schuiven als het uitgeklapt stond. Om ± 22.30 uur werden we gewekt en moesten we ons warm aankleden en dan mochten we oliebollen eten zoveel we wilden (ja tot ze op waren, natuurlijk, maar die lustte ik niet, dus ik kreeg een (ook door mijn moeder gemaakte) appelflap extra en we kregen allemaal een appelbol! Een héle appel zonder schil en klokhuis, door een beslagje van geheim recept van mijn moeder gehaald en gebakken in de olie, waar daarná pas de oliebollen werden gebakken.

Vrij grove suiker

Na het bakken werden de bollen metéén door vrij grove suiker gerold. We speelden een eenvoudig spelletje (Ganzenbord, geloof ik) bij die traktaties, waarbij we ranja dronken door een rietje als op een verjaardag en even voor 0.00 uur zette mijn vader de radio aan voor het tijdsignaal van middernacht, het begin van het nieuwe jaar. Dan gaven mijn ouders eerst elkaar een zoen met de beste wensen en daarna ons, terwijl wij elkaar alleen maar een handje gaven met 'Gelukkig nieuwjaar'. Ik zei er weleens bij: 'En liever zijn dan in het afgelopen jaar, hè?' tegen mijn broertjes. De genoemde jaarwisseling was de eerste waarbij wij zélf, naast elkaar uit het raam bengelend, sterretjes mochten afsteken. Mijn oudste en jongste broertje en ik hingen dus al deels buitenboord toen mijn middelste broertje zich ertussen wilde wringen, maar daarbij vergat hij dat hij in zijn hand aan mijn kant een nét aangestoken en dus 'spetterend' sterretje had.

Gaatje in mijn trui

Het gevolg laat zich raden: hij raakte mijn rug met dat ding en brandde een gaatje in mijn trui, blouse, onderjurkje, borstrok én hemdje! Toen pas ontdekten mijn ouders wat er gebeurde, want mijn broertje stond te schreeuwen dat hij er niet bij kon. Mijn moeder liet me meteen een dikke pyjama aantrekken met een schoon hemdje en borstrokje eronder (we hadden oliestook, die amper warmte gaf) en smeerde iets op mijn rug, dus ik zal wel geraakt zijn geweest, maar ik weet niet eens of ik dat gevoeld heb, want ik heb geen kik gegeven en was toch echt geen 'keiharde' meid. Achteraf was ik wel blij dat er een niet te repareren gaatje in mijn trui zat, want ik vond dat ding toch lelijk..... Maar hij stond me zo leuk, volgens mijn moeder, dus ik moest hem op feestdagen altijd aan. Ik denk er nog altijd met weemoed met een narrig ondertoontje aan terug.

Nieuwe raadplaat

Weer een mooie foto van een straat en gezien de zonneluifels die naar beneden zijn, genomen ergens in de zomer. In deze straat is zegge en schrijven één auto te zien, dus de foto moet zeker een jaar of zestig, zeventig terug zijn genomen. We verwachten weer veel inzendingen, zo veel is zeker.

Die kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Winter

Herinnert u ze nog: die echte winters die verdwenen lijken. Met dichtgevroren grachten, sneeuwpoppen met een wortel als neus en bevroren ijstenen in veel te dunne schoenen. Onze oproep is daarom: laten we nog eens lekker mijmeren over die winters van toen. Zomaar twee schoten voor de boeg: de fameuze brand bij C&A op het Damrak en de dichtgevroren Sloterplas in, we geloven, 1963.
We kijken weer uit naar uw inzending, die u weer als vanouds kunt mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl

2 / 7

'Nou, dan ga je maar dood, want de dokter haal ik niet voor je!'

De duiventil van opa Frans Hals.

Door Siegfried Regeling

De kerstdagen brachten we meestal door bij oma en opa Frans Hals, onze grootouders in de Frans Halsstraat. Het was een geweldig groot festijn en hier werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld.
Opa was een bekend duivenmelker en had de mooiste sier- en postduiven, die op een gegeven moment tegen kerst de pan in gingen. Elke keer maakten we hem een compliment dat duiven lekkerder smaken dan kip. Het was ook een delicatesse.

Unieke sfeer

Opa en oma Frans Hals en Siegfried Regeling.
Priors papbeschuitbakkerij zat vele jaren aan de Blauwburgwal.

De sfeer was uniek. De familieleden kwamen om te eten en om plezier te maken. Dan werden de antieken etensborden op tafel gezet. Aan tafel werd er verhalen en moppen verteld en veel gelachen. Het was dan een herrie van jewelste want iedereen wilde boven de ander uitkomen. Het leek wel de taferelen van Jan Steen.

Overdadige eten

Het overdadige eten was een traditie die zich elk jaar herhaalde. Er werd geschranst van schalen vol dampende duiven en vis. Het was een paar keer gebeurd dat wij de volgende dag terugkwamen en het feest van voren af aan begon. Als we zo vol zaten dat we geen hap meer door de keel kregen, zei oma: "Eet nou maar, dat is goed voor een mens."

Propvol

We zaten propvol aan tafel en keken toe hoe de anderen hun best deden zo veel mogelijk van die heerlijke gerechten naar binnen te werken. Zelfs mijn vader weigerde nog maar één hap te eten en hield het voor gezien. Auke, zijn vader, ging doodgemoedereerd door met eten. Als opa vond hij dat wij de botten niet voldoende hadden afgekloven, liet ons zien hoe het wel moest en at alle resten op.

Haal een dokter

Later op de avond begon opa zich vreemd te gedragen. Hij zat in zijn fauteuil hield zijn hand op zijn buik en begon te kermen. "O, o, haal een dokter, ik ga dood!", riep hij be­nauwd. Iedereen kreeg medelijden met hem, behalve mijn vader, die bits opmerkte: "Nou, dan ga je maar dood, want de dokter haal ik niet voor je!"
"O, o, alsjeblieft, ik knap bijna..."
Hij wilde zelf naar de dokter gaan en liep naar de deur om zijn jas aan te trekken. Hij kromp ineen van de buikpijn en lag te rollen op de overloop tot hij onbeweeglijk op zijn zij bleef liggen. Iedereen ging naar hem kijken en had zo zijn mening. De hele familie boog zich over hem heen. Oma zei minachtend: "Maak je maar niet druk, hij knapt wel weer op, dan had hij maar niet zo veel moeten eten, het is zijn eigen schuld."
Iedereen gierde het uit van het leedvermaak. Alleen mijn moeder was bang dat haar schoon­vader dood zou gaan. "Hoe kunnen jullie zo wreed zijn, die man kan er toch niets aan doen, help hem dan, doe nou wat. Haal de dokter alsjeblieft."

Niet de eerste keer

Mijn vader kon mijn moeder overtuigen dat het niet de eerste keer was en ook niet de laatste keer zou zijn en zei: "Trek je er nou maar niets van aan, zo meteen herstelt hij zich en is hij alles vergeten en zit jij met de gebakken peren! Je moet je niet nodeloos druk maken, het komt best weer goed, je moet ook niet zo gevoelig zijn."

Gerustgesteld

Mijn moeder, die overtuigd moest worden, werd door de familie gerustgesteld. Ze begreep dat ze toch maar beter haar mond kon houden en afwachten hoe de situatie zich zou ontwikkelen. Het gebeurde regelmatig dat opa indigestie kreeg, tot benauwdheid toe. Mijn vader had geen medelijden met hem. Hij zei: "Dan had hij zich maar moeten beheersen."

Blauwburgwal

door Wim Kerkhoven

In de jaren vijftig woonden wij, mijn ouders, mijn beide broers en ik, op de Blauwburgwal 22 in een oud grachtenpand op de hoek van de Blauwburgwal en de Herengracht. Vanuit de eerste etage hadden wij door de grote ramen een heerlijk uitzicht op de brug over de Herengracht en Herenstraat. De Herenstraat was toentertijd nog typisch een straatje met allerlei middenstanders: van groenteboer, melkboer, drogisterij, kruidenier tot aan een meubelmaker en visboer toe. Ook zat hier een delicatessenzaak met de exotische firmanaam 'de Goudkust' in grote gouden blokletters op zijn etalageruit geschreven en waar de eigenaar tot 's avonds laat zijn beschimmelde bonbons aan het oppoetsen was, om de volgende dag tot de ontdekking te komen dat ook nog iemand anders aan het poetsen was geslagen, namelijk de 'S' uit zijn firmanaam op de etalageruit.

Herenstraat

De Herenstraat was en (is) een typisch doorgangsstraatje tussen de Jordaan en de binnenstad. Vooral in het weekend zag je horden jongelui vanuit de Jordaan richting binnenstad trekken om een van de talloze bioscopen te bezoeken. Maar waar het mij nu om gaat is dat in de Herenstraat op nummer 16 kruidenier Zijp was gevestigd. Een ouderwetse familiekruidenier die nog aan huis de boodschappen afleverde. Martin was de boodschappenjongen die op een loodzware transportfiets zonder rem, een zogenaamde 'doortrapper' de boodschappen bij de klanten moest afleveren. De keren zijn werkelijk niet te tellen geweest dat Martin met transportfiets en volbeladen boodschappenmand de gracht weer eens was ingereden en meestal altijd op hetzelfde plekkie, daar waar de Herenstraat een haakse bocht met de Herengracht maakt.
"Ooohhhh… die arme Martin ligt weer in de gracht en hij kan niet zwemmen!"
Maar Martin heeft het gelukkig telkens weer overleefd. Dankzij de dreghaak.

Stemmen imiteren

En daar is dan mijn oudste broer Ton. Van wie hij het heeft, weet ik nog steeds niet, maar hij kon als jongetje van een jaar of 14 stemmen imiteren als geen ander. Vooral stemmen van wat oudere 'deftige' dames. Bij ons om de hoek op de Herengracht woonde ook zo een oude deftige dame en u raadt misschien al waar ik naartoe wil. Inderdaad: Ton presteerde het om telefonisch bij kruidenier Zijp een lijst aan boodschappen te bestellen die zelfs niet op een transportfiets kon worden vervoerd. Als klein jochie zat ik met groeiende verbazing mee te luisteren hoe hij de stem van die oude dame nadeed en kruidenier Zijp maar noteren! "Astublieft, ja, dank u wel, mevrouw, dank u wel."
Wij uit het raam kijken natuurlijk en ja hoor, eerst kwam Martin met een gigantische mand aan boodschappen de brug over zeilen en aanbellen bij de dame. Nul op het rekest. Daarna de heer Zijp hoogstpersoonlijk in zijn witte kruideniersjasje met een paar oren waar een windjammer jaloers op zou zijn, op schoenen minstens maat 52 en met knikkende knieën door die loodzware mand.

Fataal

Niets dus; de oude dame wist van niets en wij vielen bijna uit het raam van het lachen en dat is ons ook fataal geworden. Hij zag ons in een flits en begreep onmiddellijk wat er aan de hand was. Mijn ouders waren des duivels, alhoewel ze er later vreselijk om hebben moeten lachen. Het heeft ons in ieder geval onze (volle) spaarvarkens gekost en nog jaren daarna ons zakgeld. Maar wij hadden tot de kerst voldoende te eten.

'Ons werktempo werd gedrukt'

Door Dick Scharn

Elke Grote Vakantie was het in onze vriendenkring de gewoonte een baantje voor een paar weken te zoeken. Dan had je wat om handen, was je je moeder niet tot last, en het leverde nog wat op ook. We gingen dan met een paar vrienden een week of wat de hort op. De portemonnee was goed gevuld en met de nodige voorpret frequenteerden we dan per rijwiel, waar vaak van alles aan mankeerde, menig jeugdherberg in het buitenland.

Zo gepiept

Het vinden van een baantje was in de jaren 50 en 60 vaak zo gepiept, al moest je er soms ook wel een hele dag voor uittrekken. We deden dat vaak in het centrum van Amsterdam (want veel bedrijvigheid) en belden overal lukraak aan om te informeren of ze nog iemand konden gebruiken. Aldus werden mijn vriend Nol en ik op een keer aangenomen bij het Gemeentelijk Magazijn, ik dacht aan het Waterlooplein. Daar werden o.a. schoolmeubels opgeslagen.

Niemand te bekennen

Het was altijd spannend als je je voor het eerst ging aanmelden: wat voor klussen zou je wel niet krijgen en wat was de beloning bijvoorbeeld? We zorgden ervoor dat we precies op tijd arriveerden en liepen een grote hal in. Daar was tot onze verbazing niemand te bekennen. Wij vroegen ons af of we ons niet op de verkeerde locatie bevonden. Na een half uur van doelloos duimen draaien opperde ik of het niet beter ware het maar op te geven. Mijn vriend wilde daar nochtans geen gehoor aan geven en stelde voor de stoffige vloer van de hal maar vast te gaan aanvegen. Dat zou een goede indruk maken mocht er onverhoopt toch iemand van het ontvangstcomité verschijnen. We pakten allebei vol ondernemingszin een bezem en gingen aan de slag. We hadden er bijkans een kwartier op zitten toen er plotsklaps iemand in een gekreukelde stofjas aan ten tonele verscheen en zichtbaar geïrriteerd ons toeriep: "Hallo, wat mot dat? Is het hier soms niet skoon genoeg?"
Wij waren onthutst. Had je je van je goeie kant laten zien, kreeg je dat te horen. Bedremmeld legden wij onze beweegredenen uiteen. De man was er niet van onder de indruk en repliceerde, dat als er iets moest worden gedaan, wij dat dan wel zouden horen. De man in de beduimelde stofjas bleek een soort chef van de afdeling te zijn. Hij was op de hoogte van onze komst, maar had niet verwacht dat we er al zo vroeg zouden zijn.

Zinloos wachten

Na dat eerste voorval kregen wij te horen dat wij ingedeeld waren voor een rit naar een schoolgebouw in Amsterdam-Zuid. Dat betekende nog een half uur zinloos wachten want we mochten niets doen, tenzij er iets werd opgedragen. Uiteindelijk kwam er een vrachtwagen voorrijden. In de cabine zaten, naast de chauffeur, nog een drietal vrolijke werklieden, onder wie een voorman. Wij werden ertussen geperst en gingen op weg. Bij het schoolgebouw aangekomen na een slakkengangetje en veel omrijden, kregen we te horen dat wij moesten helpen met het inladen van afgeschreven tafeltjes en stoeltjes. We werden naar een klaslokaal gebracht waar een dertigtal van die setjes stonden. Ik herinner me nog goed die kenmerkende inkt- en potloodslijpsellucht, zelfs in de vakantietijd. We vroegen de voorman hoeveel van die klaslokalen we moesten leeghalen. We popelden immers om onze spierballen een goede beurt te geven. Gramstorig vroeg de voorman ons of we soms om werk verlegen zaten. "Kalm aan maar," zei hij, "we siene eerst wel hoe fer we komme met dit lokaal. Morge is er nog een dag." We kregen sterk de indruk dat ons werktempo door hogerhand moedwillig werd gedrukt. We snapten er niets van. Met een overmacht van 5 man (de chauffeur bleef in de cabine) was het toch zo gepiept?

Schafttijd

Net toen we de laatste twee schoolsetjes wilden oppakken, kregen we luidkeels te horen dat het schafttijd was en we de twee setjes dus moesten laten staan. Er zat niets anders op dan te gehoorzamen. We pakten een stoel en wilden gaan zitten om een broodje te eten. Maar dat was kennelijk ook niet de bedoeling. Het kwam er kort gezegd op neer dat we met zijn allen naar Amsterdam-Oost zouden rijden! Naar een gezellig nostalgisch buurtkoffiehuis in de Javastraat, waar de koffie van een prima kwaliteit was en buitendien nog goedkoop ook. De twee setjes werden doodgemoedereerd zielig alleen achtergelaten in Amsterdam-Zuid. Die zouden we met vijf man sterk, na een schafttijd van ruim een uur, alsnog uit hun eenzame positie bevrijden. Het heen- en terugrijden nam dik twee uur in beslag. Maar daar werd niet moeilijk over gedaan. Nol en ik vonden dat maar geldverspilling, maar er viel niets tegenin te brengen. Er zat niet anders op ons erbij neer te leggen.

Schuine moppen

Onder het vertellen van schuine moppen en bulderend gelach reden we langzaam en met omwegen naar het schoolgebouw in Amsterdam-Zuid. De resterende twee setjes werden ingeladen en reden we, in rondjes welteverstaan, naar het Gemeentelijk Magazijn terug. De timing was dat we om ongeveer vier uur aan zouden aankomen. Daarna werden alle setjes ostentatief zwoegend, zwetend en zuchtend uitgeladen en naar het magazijn gebracht. De daar aanwezige chef bekeek de transitie met welgevallen. Hij sprak ons daarna toe met de woorden: "Goed werk mannen! Ruim op tijd." Het was half vijf en het halfuurtje dat nog restte was niet de moeite waard om nog iets uit te voeren. De missie was geslaagd!

Wel vermoeiend

Thuis aangekomen vroeg mijn moeder hoe het mij de eerste dag van mijn vakantiebaantje was vergaan. "Tof werk, ma," antwoordde ik, "maar best wel vermoeiend."

'Er was in mijn moeders minimale buget geen ruimte voor surprises'

Ysbrand Rogge stuurde nog een verhaal over Sinterklaas, vlak voor 5 december, maar vlak na onze deadline. En hoewel Sinterklaas alweer lang vertrokken en vergeten is, vonden wij het een te leuke bijdage om te laten liggen.

door Ysbrand Rogge

In december 1939 regeerde zoals overal Sinterklaas de gemoederen. Tien jaar oud zette ik met mijn zes jaar oude broertje trouw de schoen bij de kolenkachel. Ik was al van mijn geloof gevallen, achterdochtig geworden doordat wij steeds koekjes van de Sint kregen die ook in de eigen koektrommel te vinden waren. In mijn moeders minimale huishoudbudget was er nauwelijks ruimte voor andere surprises.

Groots ontvangen

Op de Spieghelschool op de Overtoom werd de Sint groots ontvangen. De kinderen studeerden daarvoor een St. Nicolaascantate in. De melodie herinner ik me nog, maar heb die nooit meer gehoord. Van de tekst kan ik me nog wel flarden herinneren: 'Een groet van welkom hem gebracht' en 'Het weer is guur, de winter nadert, het zonnetje gaat van ons scheiden....Nu spelen wij niet langer buiten, voor knikkeren is het veel te laat en met vliegeren is het fluiten - die scheuren in een windenruk zo maar stuk'.

Taarten smijten

Sinterklaas kwam natuurlijk met enige zwarte pieten naar het gymnastieklokaal. Kinderen mochten hun beste kunsten aan hem tonen. Als Sinterklaas vertrokken was begonnen de pieten met taarten te smijten, onder luid gejoel van de kinderen.
Op sinterklaasmorgen had de Sint ons thuis toch nog cadeautjes gebracht, waarschijnlijk geschonken door familieleden die zich over ons gezin bekommerden. Er was een spoortrein bij die door de Hema voor niet minder dan een gulden aangeboden werd, grammofoonplaatjes met kinderliedjes, prentenboeken en snoep. Zo werd het toch nog een heugelijke dag.

Dre stuivers tijdens elke collecte in de Schinkelkerk

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. In de laatste editie was de raadplaat ooit genomen op de hoek Amstelveenseweg/Oranje Nassaulaan. En we hebben weer een nazit over de Czaar Peterstraat.

"Dag mede-Amsterdammers, Op de raadplaat staat ditmaal de Amstelveenseweg, hoek Oranje Nassaulaan", meldt Rob van Tour en Jan Sanberg laat weten: "Ik denk dat de laatste raadplaat de Amstelveenseweg laat zien, met links de ingang van de Oranje Nassaulaan. In mijn jonge jaren woonde ik aan de Baarsjesweg, niet ver daar vandaan."

Amstelvenseweg

Zo ziet het er nu uit.

"Dit is ontegenzeggelijk de Amstelveenseweg richting stadion enzovoort", mailt Cees Kuijten. "Links de hoek van de Oranje Nassaulaan. Net niet te zien links: het Vondelpark. Ik herkende deze plek aan de tram en vooral op rechts de 2 puntgevels naast elkaar. Wat daar destijds gezeten heeft weet ik helaas niet meer. Als kind liepen wij in de oorlog en vlak erna de Amstelveenseweg af op weg naar de Zuidelijke Wandelweg, nog voorbij het stadion, de brug bij de Stadionkade over en langs de r-k begraafplaats. Ik meen dat nu de A10 ongeveer op plaats van de Zuidelijke Wandelweg ligt. De Zuidas."

Twijfel

Ans Pruis twijfelt: "Helemaal zeker ben ik er niet van, maar ik dacht de raadplaat van deze keer de Amstelveenseweg was op de hoek van de Oranje Nassaulaan. Aan de overkant zit al jaren Dansschool Oostveen en iets verder op de Amsterdamse Fietsen Service."

Zeker van zijn zaak

Jan Marinus is wel zeker van zijn zaak: "Het is de Amstelveenseweg met links de ingang van de Oranje Nassaulaan, gezien in de richting van de kruising Koninginneweg/Zeilstraat."

Schele ome Harry

"Mijn vader werkte als chauffeur/stoffeerder in de jaren vijftig van de vorige eeuw bij De Tijdgeest, dat was een warenhuis voor meubels en stoffering, gevestigd in de Bilderdijkstraat vlak bij het Kwakersplein. Op woensdagmiddag was ik vrij van school en mocht dan mee op de vrachtwagen met mijn vader en zijn maat, schele ome Harry met hele grote handen, om de goederen af te leveren. Als er dan een bestelling was voor de Oranje Nassaulaan of de Amstelveenseweg wist mijn vader die wijk altijd te bemachtigen. Ik had al snel door waarom dat was: een flinke vette geldfooi voor die tijd. Bij het adres aangekomen op de Oranje Nassaulaan moest ik buiten wachten uit het zicht van de klant, voorzien van twee dikke Willem2-sigaren in mijn hand."

Sigaret als fooi

"Als de klanten zagen dat mijn vader en ome Harry een sigaar rookten, werd hen altijd als fooi een sigaret of sigaar aangeboden. Ze zeiden dan dat ze niet rookten en kregen dan een flinke fooi, een blauw biljet van twee gulden en vijftig cent. Of de klanten de geur van sigaren roken die mijn vader en ome Harry verspreidden, weet ik niet. Ik nam natuurlijk tijdens het wachten een trekje van de sigaar en heb mij toen voorgenomen nooit sigaren of sigaretten te gaan roken. Aan het eind van de week kreeg ik dan vijftien cent voor de bewezen diensten."

Amsterdamse Bos

Ruud Komper, Dorien Veen, Willem Vleer, Jan Riesenbeck en Arina Thodé-Jurgens rekenen we ook bij de inzenders die het goed hebben, zonder er verder niet al te veel tekst aan te wijden, evenals Ruud Fontijn, die iets langer van stof is: "Ik zag meteen dat dit de Amstelveense weg bij de Oranje-Nassaulaan is, kijkend in de richting Haarlemmermeerstation. In mijn jeugd kwam ik hier langs als we naar het Amsterdamse Bos fietsten."

Vondelpark

Wim Neuhaus is ook weer van de partij en zoals altijd met gave herinneringen: "Ik ben er bijna zeker van dat de afgebeelde straathoek op de laatste raadplaat, die van de Amstelveenseweg op de hoek met de Oranje-Nassaulaan is, wellicht een vooroorlogse foto-opname. Deze plek is tegenover het hek van de ingang van het Vondelpark."

Theehuisje met zandbak

"Achter dat hek op deze locatie, rechts na binnenkomst van het park, had je een theehuisje met een zandbak. Ik zat in de buurt op een kleuterschool waar we met een klasje kleuters wel naartoe gedirigeerd werden om in die zandbak te spelen. Veel van de winkels in dit gedeelte van de Amstelveenseweg zijn eethuisjes geworden. De Oranje-Nassaulaan aldaar was de ingang naar de sjieke villawijk, waarvan de namen van de straten vernoemd zijn naar adellijke familienamen waaraan onze koninklijke familie gelieerd is/was. Deze wijk liep parallel ten zuiden van het Vondelpark en werd eertijds Willemspark genoemd. Zo, dit waren wat feiten die ik associeer met de getoonde foto."

Zaak met bontkleding

Theo Durenkamp laat weten: "Het gaat hier om de Amstelveenseweg op de plek waar de ronde gevel naar links de Oranje Nassaulaan in draait. Jarenlang zat in deze ronding een zaak voor bontkleding."

Tuinen zijn trottoir

"De fotograaf staat op de plek waar nu de oversteek is van de ingang van het Vondelpark naar de Schinkelhavenstraat, waar men nu via de fietsbrug over de Schinkel kan. De huizen rechts op de foto staan er allemaal nog, maar de tuinen zijn nu trottoir geworden. Het lagere gebouw vlak voor de kerk op de hoek van de 1e Schinkelstraat was vroeger de paardentramremise van de Amsterdamse Omnibus Maatschappij. In de voormalige gereformeerde kerk zit nu een meubelzaak. En jammer uiteraard dat die fraaie lantaarn er niet meer is."

Er werd geschoten

Lodewijk J. Beems klimt ook in de mail: "De raadplaat van deze aflevering geeft een kijkje van de hoek Schinkelhavenstraat en de Amstelveenseweg ter hoogte van de ingang naar het Vondelpark."
"In de oorlog speelde ik (bijna 3 jaar oud) in de meidagen op mijn driewieler in de Schinkelhavenstraat richting hoek Amstelveenseweg toen er geschoten werd. Iemand heeft mij met driewieler en al in de Schinkelhavenstraat thuisgebracht. Geen idee wie dat was. Na de schietpartij ben ik later nog vaak (vergezeld van een van mijn tantes) naar het Canadese veldhospitaal in het Vondelpark geweest om mijn oom op te zoeken, die daar met een schotwond in zijn rechterslaap werd verpleegd. Hier heb ik voor het eerst chocolade gekregen."

Hier was een halte

Gerard Jansen schrijft het volgende: "De raadplaat van 2 december is volgens mij de Amstelveenseweg tegenover het Vondelpark, links bij de huizen is de toegang naar de Saxen Weimarlaan, aan de rechterzijde aan de lantaarnpaal is een bordje bevestigd met de aanduiding 'Tram', wat inhield dat hier een halte was."
"De foto is volgens mij nog van voor de elektrificatie van de tram. De paardentram rijdt dan tot wat nu het kruispunt van de Zeilstraat is, ook is er aan de rechterzijde van de huizen nog een klein gedeelte van de paardentramremise te zien. Dit pand staat er heden ten dagen nog steeds. Mocht de bovenleiding wel aanwezig zijn, dan zouden lijn 1, 6 en 23 hier rijden."

Gereformeerde kerk

D.T.A. Deerenberg komt met veel herinneringen op de proppen: "Amstelveenseweg, hoek Havenstraat met links de hoek met de Oranje Nassaulaan. Op de hoek van de volgende kruising rechts (Schinkelstraat ) is volgens mij nog net de Schinkelkerk zichtbaar. In die - gereformeerde - kerk heb ik als kind in de jaren vijftig (onder het genot van een King pepermuntje) vele, totaal onbegrijpelijke, ellenlange, en slaapverwekkende preken moeten aanhoren en al even onbegrijpelijke liederen moeten meezingen."

Een straf

"Wat was dat elke keer weer een straf om zo lang stil te moeten zitten, zonder ook maar iets te snappen van waar het allemaal over ging. Om de tijd te doden telde ik de hoedjes van de vrouwen en probeerde ik het totaal aantal tegeltjes te tellen van een mozaïek aan de muur achter de preekstoel. Maar dat lukte nooit echt en door het ingespannen turen werd het soms zwart voor mijn ogen en vreesde ik flauw te vallen."

Amen

"Het mooiste en meest bevrijdende moment van elke kerkdienst was als de dominee aan het eind van zijn preek ein-de-lijk AMEN zei. Pff… Dan kwam de collecte in drie ronden, waarbij zwartfluwelen zakjes met twee houten handvatten al draaiend per rij aan elkaar werden doorgegeven."

Drie stuivers

"Ik kreeg daartoe van mijn vader altijd net op tijd drie stuivers verstrekt, voor elke ronde dus 1 stuiver. Vaak was ik bang dat ik de stuivers te laat aangereikt zou krijgen waardoor ik de zakjes zomaar zou moeten doorgeven zonder er iets in te kunnen doen. Bij die gedachte alleen al brak het zweet me uit."

Vloeken was niet toegestaan

"Een maal was ik zo gespannen voor het verantwoordelijke moment van de offerandes, dat ik de stuivers uit mijn handen liet vallen onder de kerkbank. Een achter ons zittende mijnheer, raapte ze voor mij op en gaf ze vriendelijk terug. Als vloeken in de kerk was toegestaan had mijn vader dat zeker gedaan, want hij viel hiermee natuurlijk door de mand met onze wel zeer schamele bijdrage en ik kreeg er op de terugweg naar huis dan ook behoorlijk van langs… Vanwege teruglopend kerkbezoek en misschien ook vanwege oplopende onderhoudskosten is de kerk destijds verkocht en kwam er een grote watersportwinkel in, maar ook dat is alweer verleden tijd."

Kerken genoeg in Amsterdam

"Misschien zit ik er met de oplossing wel helemaal naast en slaat mijn toegevoegde verhaal dus nergens op, maar hierbij dan mijn tip: na de zwembadserie is het misschien ook wel leuk om een kerkenserie te openen, want daar zijn vast en zeker ook heel veel bijzondere jeugdherinneringen aan verbonden. En… kerken genoeg in Amsterdam; meer dan zwembaden in elk geval!"

Veel lol

Joop van der Linden schrijft dat hij er weer veel lol in had om mee te raden: "Weer had ik er weer lol in om de goede oplossing te vinden, hoewel het mij nu toch wel meer moeite heeft gekost. En dan te bedenken dat ik vroeger (60 tot 30 jaar geleden) nog weleens deze plek passeerde. Vanuit Slotervaart richting stad met de fiets via het Vondelpark en terug i.v.m. mijn werk en later haast elk jaar in september als de Aalsmeerse bloemencorso met vele praalwagens en muziekkorpsen via de Amstelveenseweg en de Overtoom naar de stad ging."

Paardentramremise

"Wij stonden dan bijna altijd in de buurt van de paardentramremise op de Amstelveenseweg 134 waarvan het dak nog net (rechts van de lantaarnpaal) te zien is. Schuin aan de overkant dan de Oranje Nassaulaan langs het Vondelpark. Iets links van onze staanplaats de nog steeds aanwezige ingang van het Vondelpark, die op de foto ontbrak en waardoor de puzzel moeilijker werd. Vanuit deze remise ging de paardentram toentertijd naar het Leidseplein en terug; hij werd begin 1900 vervangen door de eerste elektrische tram LIJN 1 !!! De oplossing derhalve is: Amstelveenseweg nabij de Oranje Nassaulaan!"

Meer inzendingen staan op de volgende pagina.

Nieuwe raadplaat

Weer een mooie foto van een straat en gezien de zonneluifels die naar beneden zijn, genomen ergens in de zomer. In deze straat is zegge en schrijve één auto te zien, dus de foto moet zeker een jaar of zestig, zeventig terug zijn genomen. We verwachten weer veel inzendingen, zo veel is zeker.

Die kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Grote paniek op de Middenweg door een ringslang voor meester Eilers

Theo Verkaik werd opgeleid om bij Werkspoor te werken.

Dit is het vervolg op de raadplaat, met onder andere de inzendingen van de vaste hap en een nazit over de Czaar Peterstraat.

Fietsophaalbrug

Jos Boer: "Volgens mij is dit de hoek van de Amstelveenseweg en de Oranje Nassaulaan, direct naast de ingang van het Vondelpark. De foto is genomen vanaf het kruispunt Amstelveenseweg en (het verlengde van) de Theophile de Bockstraat, richting Zeilstraat."

Een bontzaak

"Geheel rechts kom je over de fietsophaalbrug over de Kostverlorenvaart in genoemde Th. de Bockstraat, een zeer drukke fietsroute van West naar het Leidseplein door het Vondelpark. Op de hoek daar is net een nieuw appartementengebouw verrezen, aan de Amstelveenseweg. In dat ronde hoekgebouw van de foto zat, geloof ik, een bontzaak van de fa. Angel, de rest van de Amstelveenseweg zijn bijna allemaal horecagelegenheden."

Dansschool

"Rechts aan de Amstelveenseweg zit op de hoek een café, vlak ernaast een dansschool en je ziet nog net dat puntdak van dat aparte lichtkleurige gebouw,waarvan ik de naam niet weet, maar waar geloof ik nu een duikersbenodigdhedenwinkel in zit. En verder de drie Schinkelstraten."

Bontzaak

Frank Storck zendt in met een vraag naar de bekende weg: "Zou het de Amstelveenseweg/hoek Oranje Nassaulaan kunnen zijn, ooit zat daar op de hoek een bontzaak? Ik kwam daar in de jaren zestig dagelijks langs op weg naar school."

Paardentram

En dan komen we bij onze vaste hap, de inzenders die (vrijwel) altijd van de partij zijn. Te beginnen met Mike Man: "We zien hier de Amstelveenseweg hoek Oranje Nassaulaan, kijkend in de richting Zeilstraat/Koninginneweg. Als ik goed heb gezien dat er een beugel op de tram zit, dan moet de foto gemaakt zijn ná 1904 toen de elektrische lijn 1 de paardentram verving, die er sinds 1877 reed."

Dansschool Sandman

De Mollen en de Koningen laten weten: "Bij de vorige raadplaat van de Czaar Peterstraat hadden de Mollen en Koningen toevallig ook even de Amstelveenseweg bekeken. Dus toen deze raadplaat langskwam, was er snel herkenning. Het is de Amstelveenseweg, ongeveer genomen vanaf de ingang van het Vondelpark. De ronding van de huizen links gaat naar de Oranje Nassaulaan. Rechts is nog net iets te zien van de Eerste Schinkelstraat."

"Ik kan mij herinneren dat daar de dansschool Sandman was gevestigd. Deze school zat vroeger aan de Amstel - waar mijn broers dansten - en waar nu de Stopera is gevestigd. Maar verder hebben we geen speciale herinneringen aan dit stukje Amsterdam." Gielijn Escher tot slot is snel met zijn oplossing, die uiteraard goed is en zeer tegen zijn gewoonte in heeft hij deze keer niets toe te voegen.

Nazit

En dan hebben we de nazit, met een bijdrage van Theo Verkaik over de Czaar Petersraat. "In 1953 fietste ik dagelijks door de Czaar Peterstraat om in de een na laatste straat links (vanaf Oost) een halve liter karnemelk te kopen (13 cent) en me te melden in de Conradstraat bij de Paul van Vlissingenschool. Ik woonde toen al in Diemen waar we al in 1949 naartoe waren 'geëmigreerd' vanuit de Wetbuurt. Die school was de voorbereidende bedrijfsschool van Werkspoor, waar jongens van 13 jaar alvast werden klaargestoomd voor het echte werk in de fabriek."

Selectie

"Het aantal leerlingen was beperkt tot 108 uit een selectie van (hoorde ik gonzen) 260 aanmeldingen. Deze school gaf een halve dag les theorie - een soort mulo - en een halve dag praktijk. Dat betekende bankwerken bij meester Brinkman, schaven, draaien en frezen bij meester Reinders, smeden bij meester Lem en houtbewerken bij meester Kruisinga. De theorieleraren waren meester Eilers en nog een nare man die ik vergeten ben."

Cultuur

"Meester Eilers wilde ons ook wat cultuur bijbrengen en liet ons zingen. Na selectie van de sopranen tot de bassen barsten we onder zijn bezielende leiding tijdens bezoek van een of andere Hoge Ome spontaan achter onze werkbank meerstemmig uit in een voor ons gevoel lullig liedje waarvan ik de teksten vergeten ben."

Een ringslang

"Ook had die man een terrarium met enge hagedissen en dergelijke en hij vroeg mij, omdat ik buiten woonde, een ringslang voor hem te vangen. In de polder waar ik woonde gierde het van de kikkers en slangen, tot Luycks (van de mosterd en het zuur) afbrandde in 1963 en duizenden liters azijn de boel wegspoelden.
Maar we dwalen af. Ik ving op zondag een mooi exemplaar van 80 cm en in een schoenendoos met luchtgaatjes en achter op de fiets naar school dus."

Grote paniek

"Bij de Emmakerk (aan de Miiddenweg) grote paniek. Om me heen gooide iedereen z'n fiets neer om te vluchten en in de tram stonden ze met de neus tegen het raam. Oorzaak: mijn slang had een bruggetje tussen twee gaatjes gebroken en hing een halve meter uit de doos, draaiend met de kop omhoog en een flitsend tongetje eruit. Als een volleerd slangenbezweerder greep ik hem achter z'n kop, hup in de doos, zakdoek in het gat en door naar school. Meester Eilers als een kind zo blij, tot die slang twee hagedissen opvrat van drie knaken per stuk."

Kikkers

"Mijn volgende opdracht was kikkers leveren. Prima, want er waren er zat. In een doos heb ik er tien meegenomen. De slang was inmiddels uitgehongerd, want meester Eilers had de rest van z'n knuffels allang in veiligheid gebracht. Hup, tien kikkers tegelijk in die bak, dat was smullen geblazen voor de slang. Geen tijd om een slab voor te doen, maar meteen happen naar alles wat beweegt. Laat dat dan een kikkerachterpoot geworden zijn. Een slang kan niks loslaten wat-ie vasthapt; we stonden eromheen met een man of tien en we gruwden ervan, want toen de kikker alleen met zijn kop en stukje achterpoot nog uit die bek stak, leefde hij nog."

Klaargestoomd

"Na een jaar waren we klaar daar, en gingen de fabriek in (ik werd koperslager) en via het leerlingstelsel, met een dag in de week theorie, werden we in drie jaar klaargestoomd voor de praktijk."

Stadsschouwburg is net een museum

Adrie de Koning en Jos Mol hebben de lezers van de Amsterdamse Krant de afgelopen maanden blij gemaakt met een serie over de burgemeesters van Amsterdam. Het schrijversduo presenteert nu een nieuwe serie onder de noemer 'Bijzondere gebouwen in Amsterdam'. Dit is de vijfde aflevering, met de Stadsschouwburg.

Locatie

De Stadsschouwburg is gelegen aan het Leidseplein 26. Het is een van de bekendste pleinen van Amsterdam, hoewel niet echt sprake is van een plein; het is meer een aaneenschakeling van meerdere pleintjes, waar vele trams tussendoor rijden. De Stadsschouwburg zorgt er met het fraaie bordes wel af en toe voor dat het één groot plein lijkt, zoals bij het bezoek van de Zuid-Afrikaanse president Mandela of de huldiging van landskampioen Ajax.

Ontwerper, bouwer

De architecten Jan en Jacob Springer en Adolf van Gendt zijn de ontwerpers van de Stadsschouwburg. Eerstgenoemde is de eigenlijke ontwerper, maar hij wordt daarbij geassisteerd door de andere twee. De laatste uitbreiding (zie hierna) is ontworpen door Jim Klinkhamer.

Bouwstijl

Het gedeelte aan het Leidseplein is gebouwd in de zogenoemde eclectische stijl met elementen van de neo-renaissance en neo-barok. Dat lijkt dus op een allegaartje, maar het harmonieert best redelijk. Het gebouw is sinds 1982 een rijksmonument.

Begin bouw, opening en uitbreidingen

In 1892 wordt begonnen met de bouw van het hoofdgebouw en is in 1894 voltooid. In de loop der jaren vinden er diverse uitbreidingen plaats. Eerst komt in het begin van de Tweede Wereldoorlog het aan de Marnixstraat gelegen, zogenoemde 'achtergebouw', erbij. Aanvankelijk is het nog losstaand, maar 10 jaar later wordt het aan het voorgebouw gekoppeld. Ook intern gaat de boel dan flink op de schop. Er wordt drastisch verbouwd, waarbij de zaalindeling heel anders wordt. In 2009 vind er weer een stuk nieuwbouw plaats. De RABO-zaal wordt gebouwd met een nieuwe foyer aan de noordzijde.

De eerdere schouwburgen

De vroegere toneelgezelschappen, eind 16e eeuw Rederijkerskamers geheten, leidden over het algemeen een nogal zwervend bestaan, waarbij zij vaak in de openlucht optraden. In 1637 wordt de eerste echte schouwburg naar een ontwerp van Jacob van Campen geopend aan de Keizersgracht. Het eerste stuk dat wordt opgevoerd, is de Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel, een toneelstuk dat heel lang jaarlijks in de schouwburg opgevoerd zou worden. Al snel bleek dat deze eerste schouwburg te klein werd. Aan de behoefte om over meer ruimte te beschikken werd voldaan door uitbreidingen en in 1665 is het gebouw al tweemaal zo groot. Maar ten gevolge van een hevige brand komt er in 1772 een einde aan deze schouwburg. Er wordt uitgeweken naar het Leidseplein, waar in 1774 een nieuwe schouwburg wordt geopend. Maar ook dit gebouw brandt in 1890 uit. Al snel is er dus weer een nieuw gebouw.

Bestemming(en), gebruiker(s)

In de tweede helft van de vorige eeuw wordt het gebouw afwisselend gebruikt voor voorstellingen van de Nederlandse Comedie, Het Nationaal Ballet en de Nederlandse Opera. De laatste twee verhuizen in 1986 naar het nieuwe Muziektheater aan de Amstel (zie de beschrijving daarvan in de vorige editie van De Amsterdamse Krant). De Stadsschouwburg wordt dan voornamelijk een toneeltempel. Er breken roerige tijden aan, want de actiegroep Tomaat wil hervormingen en bekogelt de 'klassieke' toneelspelers met tomaten. Nu is de Toneelgroep Amsterdam de belangrijkste bespeler, maar er vinden ook andere activiteiten plaats. Spraakmakend is altijd het jaarlijkse Boekenbal. Maar ook trad Toon Hermans er met zijn laatste onemanshow op.

Wetenswaardigheden

De Stadsschouwburg beschikt over twee grote theaterzalen, waarvan de Grote Zaal de grootste capaciteit heeft met 900 stoelen, waarvan er 750 worden gebruikt. Doordat deze zaal op de eerste verdieping een halfronde vorm heeft, bieden de stoelen ter weerszijden van het toneel nauwelijks zicht daarop en daarom worden deze zelden gebruikt. De tweede zaal, de RABO-zaal, beschikt over ruim 500 stoelen. Er zijn twee horecagelegenheden, café Cox, vernoemd naar voormalig directeur Cox Habbema, en brasserie Stanislavski, vernoemd naar een Russische theatergrootheid. Maar in het gebouw zijn ook foyers, waar vóór, in de pauzes en ná de voorstellingen door bezoekers gebruik van kan worden gemaakt. Ook had de Stadsschouwburg aan de Marnixstraat ooit een aparte koninklijke ingang, waardoor de leden van het koninklijk huis de Stadsschouwburg betraden en uiteraard ook weer verlieten.

Iets weg van een museum

De Stadsschouwburg heeft ook iets weg van een museum. Op vele plaatsen hangen schilderstukken met portretten van artiesten die er hebben opgetreden. Van sommige staat een beeld. Maar ook diverse muurschilderingen en decoraties zijn ware museumstukken. De Stadsschouwburg heeft meestal directeuren van naam gehad. Bekend waren de toneelspeler, regisseur, schrijver en presentator Berend Boudewijn (1978-1986), de toneel- en filmspeelster Cox Habbema (1986-1996) en de naar Theater Rotterdam vertrokken kunstbestuurder Melle Daamen (2001-2016). Sinds 2016 is Diana Zuidema directeur.
De Stadsschouwburg was lange tijd een gemeentelijke dienst. In 2005 is hierin verandering gekomen en is de Stadsschouwburg verzelfstandigd.