De Amsterdamse Krant

30 september 2017

De Amsterdamse Krant 30 september 2017


'In het De Mirandabad had je vierkante koeken'

Zwemmen leren aan de hengel in het De Mirandabad. Foto: Emmy Andriesse

Er was – nogmaals - geen directe aanleiding, maar het leek ons gewoon leuk om mooie verhalen van lezers over hun zwembadervaringen te publiceren. Er kwamen in eerste instantie mooie reacties en nu, in tweede instantie ook. Meer nog zelfs. Die zwembaden die weten wat. En om het nog mooier te maken dan het al is: we hebben nog een paar verhalen over die we in de volgende editie plaatsen en daar kunnen natuurlijk nog nieuwe bij. Dus nu naar al dat moois en verder op naar de derde aflevering.

door Joseph Raap

Wat een leuke verhalen zijn er ingestuurd en ik doe daar graag aan mee met herinneringen aan het Jan van Galenbad en het De Mirandabad. Het Jan van Galenbad doet mij (ik woon nu in Apeldoorn, maar heb gewoond op het Columbusplein en in de Hunzestraat en de Lomanstraat) terugdenken aan mijn eerste zwemlessen. Hierbij werd de lange stok met de hengel gebruikt door badmeester Uppink. Ik had zwemles 's morgens om 7 uur in 1946. En in mei gebeurde dat in het buitenbad met temperaturen van soms 13-14 graden!
Buiten het feit dat we dan bibberden van de kou had Uppink de gewoonte om die hengel terug te trekken. Diverse keren dacht ik dat ik echt zou verdrinken. Ik heb er lang last van gehad. En ik heb nooit mijn diploma gehaald, want de dag van het afzwemmen lag ik in het ziekenhuis. Jaren later – in 1956 – zat ik in militaire dienst en haalde ik mijn militaire MLV-diploma met BLAUW! Menig soldaat miste dat blauw, man, wat was ik toen trots.

De Mirandabad

In de jaren zestig ging ik vaak zwemmen in het De Mirandabad met mijn kinderen en broers. De kantine in het bad was een van de weinige kantines waar koeken werden verkocht die wij ook na de bevrijding gegeten hebben. Het waren vierkante koeken die normaal in een lang vierkant blik zaten. Met acht van die blikken aan elkaar kon je zo in de gracht varen. Eén koek was een complete maaltijd. Omdat we de hongerwinter hebben meegemaakt, was dat voor ons een taartje.
De Amsterdamse Krant wordt ook in Apeldoorn nog goed gelezen door Jos Raap, woonachtig geweest op het Columbusplein, de Hunzestraat en de Lomanstraat.

door John de Haan

Ik zal een jaar of 17 zijn geweest dat ik terugkwam van een jaar varen en besloot aan de wal te blijven. Om verder te gaan met mijn leven en na ervaringen in de bouw en een restaurant, begin ik in het Jan van Galenbad als steigerknecht. In de avonduren volgde ik de cursus tot zwemonderwijzer en nadat ik geslaagd ben, werd ik bevorderd tot zweminstructeur. Dat was prachtwerk, maar alleen in de zomermaanden. In de wintermaanden werd het personeel ondergebracht bij andere gemeentelijke instellingen, waaronder badhuizen.

Twee diensten

Wij werkten in twee diensten: van 7 tot 14 uur en van 14 tot 20 uur. Dat was op mijn leeftijd een zeer prettig bestaan. Ik heb ook mijn vrouw in het zwembad leren kennen en wij waren onlangs 60 jaar getrouwd.

Best zwaar

Voor de kinderen die les kregen, was het best zwaar. Want stel je toch eens voor: het is 7 uur in de ochtend, je bent een jaar of 7 oud, je staat op de kant en krijgt een leren band om je middel en moet een trap aflopen het water in en dan hang je aan een hengel in het koude water (het water was halverwege de jaren vijftig nog niet verwarmd). En ik was de boosdoener. Maar ik heb mijn trekken wel thuis gekregen, want wij gingen over op klassikaal lesgeven en daarbij moest ik zelf ook het water in. Ik ben er na een aantal jaren na mijn diensttijd mee gestopt, hoofdzakelijk omdat het zo slecht werd beloond. Maar ik kijk er met veel genoegen op terug en wordt er elke dag aan herinnerd, want ik heb er toch mijn vrouw aan overgehouden!

Heropening

Jaren geleden werd het Jan van Galenbad verbouwd en toen ging ik er vaak langs omdat wij er vlakbij woonden. Op een gegeven moment vroeg iemand die wat in de melk te brokkelen had waarom ik zo veel interesse had in het zwembad. Om een lang verhaal kort te maken: ik vertelde over mijn ervaringen en dat leidde ertoe dat ik werd uitgenodigd om de heropening te verrichten!

Mooie auto op nieuwe raadplaat

Mooi autootje bij de stoep van deze weer zo'n typisch Amsterdamse straat. Momenteel is dit bepaald niet de meest vervelende wijk om in te wonen, maar echte hints geven we niet. We gaan er namelijk van uit dat veel (ex-)Amsterdammers de straat weten te duiden én er mooie verhalen bij hebben.
Uw inzendingen kunt u als vanouds mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Draaiorgels

Foto: Draaiorgelfestival Amsterdam

Morgen (zaterdag 30 september) is het veertiende Draaiorgelfestival. En dat is een mooie aanleiding voor ons om eens aandacht te willen besteden aan het fenomeen draaiorgel. En daarvoor doen we weer een beroep op u. Wat zijn uw ervaringen met draaiorgels? Heeft u er gewoon van genoten, weet u er veel van, had u er zelf één, heeft u eraan meegewerkt om ze te bouwen, heeft u met een mansbakje gestaan? We zijn benieuwd naar uw reacties, die u kunt mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Het Heiligewegbad.

IK ZIE U NIET! U MIJ WEL. ZWEMT U ALSTUBLIEFT OM MIJ HEEN!

Henny van der Sluijs heeft zowat alle zwembaden in Amsterdam bezocht. Ze schrijft er prachtig over.

door Henny van der Sluijs

In mijn jonge jaren veel gezwommen hebbende, borrel ik bijna over van de herinneringen aan diverse Amsterdamse zwembaden. Te beginnen met overdekte baden: Het Sportfondsenbad West, waar ik schoolzwemles had en ná de zomervakantie 10 (gratis) extra lessen kon volgen, omdat ik in het laatste stuk van het schooljaar door een gemene blaasontsteking tot mijn grote verdriet een flinke tijd niet mocht zwemmen. Zonder problemen mijn A-diploma gehaald, maar wel het toeziend personeel de stuipen op het lijf gejaagd door i.p.v. de verplichte 7 meter de hele báán onder water te zwemmen. Er lagen opeens ook 2 badmeesters in het water toen ik weer opdook. Ze dachten dat ik bezig was te verdrinken! Terwijl mijn zwembewegingen toch zichtbaar geweest moeten zijn, maar na een sorry van mijn kant en een boze blik van de hunne was de zaak bijgelegd en ik heb daarna nog regelmatig in dat zwembad mijn baantjes getrokken en er mezelf ook leren duiken en crawlen.

Marnixbad

Dan het Marnixbad, in die tijd nog een echt zwembad met badhuis en geen sportcentrum zoals nu. Dit was dichter bij huis, dus vanaf de brugklas ben ik hier op zaterdagen en vaak ook op woensdag een uurtje gaan zwemmen, waarna ik op zaterdag mezelf verwende met een kwartier ligbad in het badhuisgedeelte. Zalig! Het kostte me elke week een kwartje (douchen kostte een duppie), maar ik had al een krantenwijk (gewoon een paar jaar erbij gejokt) en had het er graag voor over. Voor het zwemmen nam ik altijd 10-badenkaarten en ik heb zowel boven (bad met steeds hoger komend water) als beneden (in het 'diepe' bad, van 1.25 m tot 2.50 m) heel wat vrije uurtjes met veel plezier doorgebracht.

Heiligewegbad

Het Heiligewegbad, ook zo'n fijn bad vol herinneringen. Die beginnen bij trainingen voor interscholaire wedstrijden, waarvoor ook ik (tot mijn verbazing, want ik behoorde niet tot de beste 8 van onze middelbare school) was geselecteerd. Wij trainden als team elke week 2x en de wedstrijden waren rond Pasen in het... Heiligewegbad! Wij hadden dus een lichte voorsprong op sommige andere scholen, doordat we precies wisten hoeveel slagen een baan telde in de diverse disciplines. Ik stond ingeschreven voor borst- en rugslag (beide schoolslag) en kwam met rugslag in de finale, enkele dagen later, uit tegen enkele meisjes van 17-18 jaar, terwijl ik zelf pas 15 was en vrij klein van stuk, maar... de 3e prijs die ik won, bestaat nog steeds en staat al jaren bij een zwaar gehandicapt achternichtje, dat al mijn bekers en medailles (ook in andere sporten behaald) zo mooi vindt. Zij houdt ze met haar verkrampte handen allemaal blinkend mooi en heeft daar duidelijk plezier in. Ikzelf ben nog jaren op donderdagavond in het Heiligewegbad blijven zwemmen tot ik bij mijn latere echtgenoot introk in de Bijlmer. Ik zwom dus een aantal jaren op woensdag, donderdag én zaterdag en bleef er plezier in houden.

Jan van Galenbad

Tot slot het Jan van Galenbad. Openluchtbad met in die tijd drie bassins (pierenbadje, ondiep en diep bad) met wat gras eromheen en een snoep-en-friet-kraampje waar ze ook verpakte ijsjes en bekertjes Sunkist (wie kent ze nog?) verkochten. Zodra de zon op zondag ook maar éven haar snuitje liet zien, lag ik in dat bad in het diepe om mezelf conditioneel 'op te krikken' tot ik ± 1½ uur aan een stuk kon zwemmen. Dan ging ik eruit voor een Sunkistje en een Koetjesreep bij mijn meegebrachte boterhammetjes, ging een uurtje zonnen op mijn 2e handdoek (au, au, au, wat een ellende de nacht erna, want ik vergat constant zonnebrandspul mee te nemen en kwam dus als een kreeft thuis) en dook er weer in voor het volgende uurtje baantjes trekken. Je kon in die tijd (nu nog?) de hele dag blijven (voor 1 gulden als ik het me goed herinner). Ik heb het over de jaren 70.

Zuiderbad

Nu zwem ik nog maar een enkele keer en dat doe ik dan in het Zuiderbad, waar ik ook eens met een vriendin (zij bleef aan de kant omdat ze verkouden was) en haar zoon van toen 11 jaar een heel gezellig middagje heb doorgebracht. Zij sloten af met een (lekker ongezond) McDonald's-maaltje van een burger met milkshake en ik (iets minder ongezond) met een kleine portie nuggets (waarvan ik de saus aan het kind gaf) en een kop thee.

De Mirandabad

Tot slot heb ik in het De Mirandabad de 'doop' van ONZE badmuts voor blinden en slechtzienden (ontwikkeld in samenwerking met Onbeperkt Zuid, waartoe ik destijds ook behoorde) bijgewoond. Paralympisch zwemster Jolien (ben haar achternaam helaas kwijt) droeg onze witte muts met rode tekst (IK ZIE U NIET! U MIJ WEL. ZWEMT U ALSTUBLIEFT OM MIJ HEEN!) en werd door ons (Onbeperkt Zuid) 'weggeschoten' door terugtellen en zwom een hele baan in een prachtig strak tempo, waarvoor we haar natuurlijk met een heel warm applaus beloonden en bedankten.

door Thea Siegel Keijzer

Ik zwom als klein meisje vroeger heel veel in het zwembad op de Heiligeweg. Op een keer vroeg Jan Stender of ik mee wilde doen met wedstrijdzwemmen (schoolslag). Het was de tijd van Hannie Vermeulen en Erica Terpstra. Die trainden daar ook. Elke dag om 7 uur in het water.
Na een paar maanden had ik het gezien en ben ik gestopt. Maar ik ben 's middags wel veel blijven zwemmen. Op sommige middagen was er muziek en een keer bij de song 'You are always in my heart' zat ik hand in hand met een jongen. Wat een belevenis. Als ik nu dat nummer op de radio hoor, dan voelt het weer alsof ik in het water het zwembad aan de Heiligeweg lig.

door Greet van den Wollenberg.

Het De Mirandabad. Als ik daar aan denk, kan ik nog boos worden op de zwemjuffrouw en het is toch ongeveer 70 jaar geleden. Ik was op de Mariaschool in de Roerstraat en in de 5de of 6e klas mocht ik van mijn ouders op zwemles. Wel na schooltijd, want voor schooltijd moest ik naar de kerk. Weer of geen weer - of het één keer in de week was of elke dag weet ik niet meer – en ik had een gebreid zwempak aan. Eerst in het ondiepe bad de schoolslag leren en als je dat beheerste, mocht je naar het diepe.

Bibberend van de kou

Ik stond de eerste keer bibberend van angst op de lage plank om in het water te springen, met de juf met hengel aan de kant. Toen ik eindelijk sprong, wist ik niet hoe gauw ik weer boven moest komen en me aan de kant moest vastklampen. En nu komt het, die juf zei: "Ga jij er maar uit, jij leert het nooit."
Dus einde zwemles en geen diploma. Als zij had gezegd "Ach meisje, geeft niet hoor, probeer het nog maar een keer, ik sta hier met de hengel", dan was het goedgekomen, maar niet dus. Hopelijk gaat het tegenwoordig anders.

Twee vriendinnetjes

Afijn, gelukkig had ik twee vriendinnetjes die wel konden zwemmen, geleerd in AMVJ Vondelstraat. In de zomer kon je, ik dacht voor 25 cent, in het De Mirandabad zwemmen. Je moest er dan voor 9 uur zijn en je kon de hele dag blijven.Van die vriendinnetjes heb ik de rugslag, duiken en springen van de hoge duikplank geleerd, maar zwemdiploma's heb ik niet. Nog iedere week zwem ik in het Noorderparkbad, lekker binnen.

Het Circustheater van Oscar Carré

Adrie de Koning en Jos Mol hebben de lezers van de Amsterdamse Krant de afgelopen maanden blij gemaakt met een serie over de burgemeesters van Amsterdam. Het schrijversduo presenteert nu een nieuwe serie onder de noemer 'Bijzondere gebouwen in Amsterdam'. De aftrap vindt plaats met Koninklijk Theater Carré.

Naam en plaats van het gebouw
Het Koninklijk Theater Carré is gelegen aan de Amstel 115-125.

Ontwerper/bouwer
Het gebouw is ontworpen door de architecten W.J. Vuyk en J.P.F. van Rossem.

Bouwstijl
Het is gebouwd in de classicistische stijl.

Het grafmonument is ontworpen door Van Rossum en Vuyk. Het graf lijkt een exacte kopie van de Romeinse tempel die in Nîmes staat, het Maison Carrée.

Wie was de eerste eigenaar?
130 jaar geleden trokken de leden van de markante circusfamilie Carré met hun paardenspel door heel Europa en deden vanaf 1864 ook Nederland aan. De hartelijke ontvangst die het circus hier ten deel viel, was voor Oscar Carré reden juist Amsterdam tot thuishaven te maken.

Data begin bouw/opening/eventuele restauraties
Carré werd op 3 december 1887 geopend. Het is intensief verbouwd tussen 1991 en 1993. Een geheel nieuw toneelhuis werd gebouwd en de toneelopening werd sterk vergroot. Tussen 2003/2004 werd het theater vrijwel geheel opnieuw opgebouwd.

Wetenswaardigheden
Circus Carré
Al vanaf 1879 gaf het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré wintervoorstellingen in een tijdelijk houten gebouw op het Weteringscircuit. Er werd met de gemeente onderhandeld over een nieuw te bouwen theater, maar het schoot niet op. In Oostenrijk vond toen een enorme brand plaats in het Ringtheater, waarbij 400 mensen de dood vonden. De één zijn dood is de ander zijn brood en daarna kwam er snel een bouwvergunning.

Het gebouw zou officieel Steenen Circus van Carré moeten heten maar dat werd spoedig afgekort tot Carré. Aanvankelijk werden er circusvoorstellingen in de wintermaanden gegeven. Vanaf 1893 werden in Carré, tijdens het tournee van het circus, door Frits van Haarlem succesvolle variétévoorstellingen gegeven. Carré veranderde daardoor in een theater voor allerlei vormen van volksvermaak. In 1911 werd de laatste voorstelling van het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré gegeven naar aanleiding van het overlijden van Oscar.

Theater Carré
Henri ter Hall had van 1907 tot 1928 een revuegezelschap dat de voornaamste publiekstrekker was in Carré. Na een moeilijke periode keerde het tij in de dertiger jaren onder leiding van de nieuwe directeur Alex Wunnink. Carré werd in die tijd een toptheater met internationale reputatie. Nederlandse revuegezelschappen werden afgewisseld met internationale voorstellingen van Italiaanse opera, operette en variété. Dat Carré een toptheater was bleek wel uit de optredens van Buziau, Lou Bandy, Louis Davids, Josephine Baker en anderen. Na de Tweede Wereldoorlog zag men nieuwe verschijnselen zoals Porgy and Bess (1956) en de One-Man-Show bijvoorbeeld van Toon Hermans (1963). Vaste successen waren Snip en Snap, André van Duin en de circussen van Strassburger, maar ook de poëzieliefhebbers kwamen aan hun trekken.

Het voorbestaan van Carré hing aan een zijden draadje toen de toenmalige eigenaar Reinder Zwolsman het gebouw wilde slopen. Na een geweldige opstand gaf de gemeente Amsterdam geen sloopvergunning af. Uiteindelijk kocht de gemeente het pand aan in 1977.
Bij het eeuwfeest in 1987 werd de musical Cats in Carré opgevoerd. Dit was zo'n succes dat een nieuwe bloeiperiode voor de musical werd ingeleid. De kroon op het eeuwfeest was de toekenning van het predicaat Koninklijk.
Op maandag 15 november 2004 werd het theater feestelijk heropend; koningin Beatrix verrichtte de openingshandeling door de neonletters op het dak te ontsteken, waarna een vuurwerk de lucht in ging.

Tegenwoordig
Vandaag de dag wordt Carré voor vele doeleinden gebruikt: voor musicals, muziek-, cabaret- en toneelvoorstellingen maar ook opera- en balletrecitals. Directeur Guus Oster blies het circus nieuw leven in. Hij haalde het Russisch Staatscircus met de clown Popov terug. Jaren later werd een oude traditie hersteld, namelijk het kerstcircus. Het Circus Knie met zijn paardendressuur was een van de hoogtepunten.
Ook kun je voorafgaand aan de voorstelling een hapje eten in restaurant Oscar's, vernoemd naar Oscar Carré. Er zijn ook logefoyers, ooit bestemd voor woonruimte voor de Carrés en hun artiesten.
Sommige beroemde artiesten hebben een borstbeeld in de foyer gekregen zoals Toon Hermans, Youp van 't Hek en André van Duin, om er een paar te noemen. Enkele artiesten werden na hun dood opgebaard in Carré, zoals Jos Brink en Ramses Shaffy.

Laatste jaren van Oscar Carré
In 1891 werd de familie Carré overspoeld met tragische gebeurtenissen. De trein die het circus naar Hannover vervoerde kwam in botsing met een andere trein. Hierbij kwam de echtgenote van Oscar, Amalia, om het leven. Ook een groot deel van het circusmateriaal ging verloren. Oscar hertrouwde, maar zijn tweede vrouw overleed een paar jaar later. Hij was gebroken en raakte steeds verder in de schulden. In 1897 moest hij om zijn schuldeisers te kunnen betalen definitief stoppen. Zijn gezondheid ging dermate achteruit dat hij uiteindelijk overleed in 1911, op 75-jarige leeftijd. Het werk van Oscar werd gelukkig door zijn nakomelingen voortgezet.
De familie Carré heeft een eigen grafmonument of mausoleum op begraafplaats Zorgvlied dat een rijksmonument is. Oscar Carré liet het grafmonument bouwen, ook door Van Rossum en Vuyk, voor zijn eerste vrouw. Het mausoleum werd in neoclassicistische stijl opgetrokken. Het werd geïnspireerd op Romeinse architectuur en is gezeten op een hoge sokkel. Aan de voorkant bevindt zich een zes treden hoge trap met smeedijzeren leuning. Het grafmonument werd in 2008 opgenomen in het Monumentenregister.

'De foto moet dateren van ruim honderd jaar geleden'

Nog één keer de Maasstraat, die achter sommige deuren minder chic was dan werd verondersteld.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De foto in de vorige editie was van het Transvaalplein en was een lastige opgave.

Zaanhof

Piet Sterk laat weten: "De raadplaat in de editie is het Zaanhof in de Spaarndammerbuurt. Ook wel Moord en brandbuurt genoemd." Mooi die bijnaam, en dank je voor de inzending, maar het was dus niet het Zaanhof.

Op het Transvalplein moesten in de Tweede Wereldoorlog Joden zich verzamelen voor deportatie. Ab Caransa schreef er een boek over.
De officiële opening van het Transvaalplein in 1915.
Het Transvaalplein vlak na de opening.

Transvaalplein

Hans Blaas weet het wel: "Volgens mij is de nieuwe raadplaat een foto van het Transvaalplein, Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Ik woonde vanaf 1935 tot 1960 in de Smitstraat, uitlopend op het plein en heb heel wat voetstappen daar liggen", en Mien Spaargaren vult aan: "Het plein ligt in het centrum van de buurt waar zich tijdens de Tweede Wereldoorlog heel wat heeft afgespeeld. Het Transvaalplein is het."

Afrikanerbuurt

En dan komen we bij de vaste inzenders. Dit keer waren er wat minder dan normaal, maar Mike Man is van de partij. "Deze keer lijken er minder of geen overeenkomstige stadsgezichten te zijn die verwarring zouden kunnen scheppen, zoals bij de vorige editie van uw raadplaat het geval bleek."
"Volgens mij kijken we dit keer uit op het Transvaalplein en wel rond het midden van de twintiger jaren van de vorige eeuw. De Transvaalbuurt, ook wel Afrikanerbuurt genaamd, werd rond 1910-1920 aangelegd en gebouwd naar ontwerp van Berlage in de Amsterdamse Schoolstijl. Dit nadat Amsterdam het gebied in 1896 had geannexeerd van de gemeente Nieuwer-Amstel; pas 25 jaar volgde inlijving van de Watergraafsmeer!"

Grootste Joodse wijk

"Tot de Tweede Wereldoorlog was de Transvaalbuurt de grootste Joodse wijk van de stad, mede omdat Uilenburg begin 20ste eeuw werd gesaneerd en velen naar de nieuwe wijk verhuisden."

Boerenoorlog

"De straatnamen in de wijk verwijzen naar geografische plaatsen en personen uit de Tweede Boerenoorlog van 1899 tot 1902 tussen de Engelsen en de Nederlandstalige boeren in Zuid-Afrika. Hoewel ik op de Transvaalkade grootouders had wonen, heb ik geen speciale herinneringen aan het plein op uw foto."

Speelplantsoen

De Mollen en Koningen hadden het makkelijk, want ze kennen deze buurt op hun duimpje. "De raadplaat van deze week speelt zich af in de Transvaalbuurt die is gelegen in het oostelijk deel van de stad, waar de Mollen en de Koning vele jaren gewoond hebben. De grote open vlakte, die tegenwoordig een speelplantsoen is, ligt aan het Transvaalplein. De huizen zijn ontworpen door een zeer beroemde bouwmeester, namelijk Hendrik Berlage, rond het jaar 1920. Het bijzondere is dat de huizen niet voorkomen in Plan Zuid!"

Oranje Vrijstaat

"De naam Transvaalbuurt verwijst naar de namen van straten en pleinen die ontleend zijn aan (geografische) begrippen uit de vroegere Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat in Zuid-Afrika."

Verkeerde been

Gielijn Escher was op het verkeerde been gezet. "Ik was aanvankelijk behoorlijk op het verkeerde been gezet; te veel gefocust op mijn stadsdeel Noord. Een beetje tegen beter weten in, want de hoogbouw geheel rechts op de foto komt in vergelijkbare wijken hier in Noord niet voor. Totdat ik mij ineens van enkele jaren geleden een wandeling in de Transvaalbuurt herinnerde. En ja hoor, hier is de oplossing: het Transvaalplein, gezien in zuidwestelijke richting."

Ruim honderd jaar terug

"De foto moet dateren van ruim honderd jaar geleden; ik schat circa 1910-1915. Rechtsboven aan de hoogbouw zien we een blinde muur. De aanpalende bebouwing was dus nog niet gerealiseerd. Uit de topografische kaart van 1920 echter, blijkt dat de gevelwand toen inmiddels wel geheel was voltooid."

"Slechts één persoon in een welhaast beklemmende stilte! En dan die onheilspellende wolk, alsof er een tornado op komst is! Uiteraard moet bij het ontwikkelen of afdrukken iets niet helemaal goed zijn gegaan."

Nazit

Deze keer een uitgebreide nazit van Sonja Tienstra, die in de vorige editie schreef over de Staatsliedenbuurt. "Mijn verhaal gaat over de raadplaat van 1 september, de Maasstraat. Mijn eerste vriendje leerde ik kennen door een schoolvriendin die in de Jordaan, in de Elandsstraat woonde. Mijn vriend was vanaf zijn negende jaar in tehuizen geplaatst, waarvan vanaf zijn 12e of 13e jaar in het Aloysius internaat in de Elandsstraat in de Jordaan."

Internaat

"Over dit katholieke internaat zijn onlangs ook positieve herinneringen in De Amsterdamse Krant geschreven, maar mijn toenmalige vriend en later ex-man had er geen goed woord voor over. Hij heeft wel aan mijn zoon, toen hij al op hoge leeftijd was, verteld over misbruik uit die tijd. Nadat er later veel hierover bekend werd, ben ik bereid het ook te geloven. Met mij heeft hij er, vermoedelijk uit schaamte, nooit over gesproken. Maar hij was wel een product van die tijd en nadat we heel jong getrouwd waren, ging hij drinken en was daardoor vreselijk gewelddadig. Hetgeen ik met twee kleine kinderen jarenlang heb moeten ondergaan, voordat ik gevlucht ben en jaren heb moeten zwerven van woonplek naar woonplek en hard heb moeten werken omdat ik mijn twee kinderen moest onderhouden. Het duurde in de jaren 70 meer dan drie jaar voordat ik een uitgewoond flatje kreeg."

Vluchteling

"Ik was een vluchteling in eigen land, aan geweld ontsnapt, maar geen hulp of woning voor mij. Maar ik heb begrepen nu ik ook oud en wijzer ben, dat mijn ex-man voor zijn leven gefrustreerd is geweest door zo'n abnormale jeugd en geen normaal leven meer kon leiden."

Pleeggezinnen

"Voordat dit allemaal gebeurde: met 18 jaar werden die jongens in pleeggezinnen geplaatst door de kinderbescherming en bleven niet langer in Aloysius tehuis. Het tehuis werd geleid door broeders en op de Elandsgracht bevond zich het tehuis voor de kleine kinderen en werd geleid door nonnen. Men spreekt wel eens van 'zusters van de liefde' enz. maar het waren kwelgeesten. Een vriend van mijn toenmalige vriend was al vanaf zeer jonge leeftijd met zijn broertje bij de nonnen geplaatst. Zij waren beiden een bedrijfsongeval van een Amsterdamse prostituee."

De nonnen

"Tot 12 à 13 jaar bleven zij bij de nonnen en daarna naar de broeders een straat verderop. Die vriend vertelde dat de jongens (in de puberleeftijd) in rijen moesten staan met hun onderbroekje over de arm en dan kwamen de nonnen kijken of zij 'niet stout en zonde hadden bedreven'."
"Die twee broers schreeuwden soms naar elkaar tijdens een ruzie: 'je hoerenmoer zal je bedoelen!' Triest, want zij hadden dezelfde moeder die nooit meer naar hen had omgekeken. Dus tot 18 jaar heb ik die twee vrienden gekend."

Pleeggezin

"Mijn vriend werd in een pleeggezin in De Maasstraat geplaatst en waar zijn vriend naartoe was gegaan wisten wij niet. In de 3-kamerwoning in de Maasstraat waren een groot aantal jongens geplaatst door de Kinderbescherming. Mijn vriend werd er steeds magerder. Hij zag er uit als een 'lopend lijk'. Net zoals de andere jongens. De 'pleegmoeder' was een weduwe of alleenstaande (Joodse?) vrouw met een dochter in de leeftijd van al die jongens."
"Zij kreeg dus voor elke jongen financiële ondersteuning voor aankoop kleding, voedsel enz. Nieuwe kleding heb ik in die tijd nooit gezien en voedsel was heel beperkt. Jongens die het eerst thuis kwamen konden nog voldoende uit de pan nemen. Was men later dan vond men 'de hond in de pot'.

Amerika

"De pleegmoeder ging ook geregeld voor langere tijd naar Amerika en dan deed haar dochter van 17 à 18 jaar het huishouden met al die jongens. Tja, en dan heeft men tegenwoordig veel kritiek op Jeugdzaken, maar toen heette het 'De Kinderbescherming' en ik veronderstel dat die organisatie toen toch ook af en toe eens in de toen chique Maasstraat moet zijn gaan controleren."

Glas-in-lood

"Ik vond de situatie in die Maasstraat zo erg en stelde mijn vriend voor om boven het pand in de woning waar ik woonde op zolder een kamertje te maken en dat hebben we gedaan door de latten van het berghok met platen dicht te maken en zelfs in het kleine zolderraampje had hij glas-in-lood gemaakt. Het zolderberghok werd voor hem een klein paleisje en met een bed, bureau en kast had hij ook voor het eerst privacy in zijn jonge leven. Want in het jongenstehuis sliepen zij op slaapzalen met alleen schotjes tussen de bedden. Alles werd gecontroleerd."

Stiekem

"Ik ben er één keer stiekem naar boven geglipt om er te kijken. Vreselijk om zo op te groeien! Maar in die tijd was men pas met 21 jaar volwassen en 'onder de Kinderbescherming uit'. Dit is mede de reden dat wij zo heel jong getrouwd zijn. Ik met 17 en hij met 21 jaar. Hetgeen dus geen goed idee is geweest."

Zelfmoord

"Dit zijn mijn herinneringen aan de Maasstraat van vroeger. Ik vernam enige tijd later dat de vriend die inmiddels ook getrouwd was (kind(eren) weet ik niet) en zelfmoord heeft gepleegd. Ik las ook later in de krant dat er een man was gearresteerd en die had bekend dat hij een man had vermoord. De man was ooit die heel aardige en lieve homojongen (dat laatste was daar toen niet bekend) die ook in het huis in de Maasstraat was geplaatst."

Staatsliedenbuurt

"Ik zie de parallellen in de twee verhalen over de Staatsliedenbuurt en de Maasstraat. Ik durfde later niet eens te vertellen dat ik bij de gasfabriek was opgegroeid… en nu is dit een van de geliefde buurten in Amsterdam om te wonen en zelfs met een groot park."

Nieuwe raadplaat

Mooi autootje bij de stoep van deze weer zo'n typisch Amsterdamse straat. Momenteel is dit bepaald niet de meest vervelende wijk om in te wonen, maar echte hints geven we niet. We gaan er namelijk van uit dat veel (ex-)Amsterdammers de straat weten te duiden én er mooie verhalen bij hebben.
Uw inzendingen kunt u als vanouds mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'Me duiffies'

door Nicolaas Scharn

'Vliegende ratten' noemt men ze. Duiven, met name de verwilderde blauwe bels, in de volksmond de postduif, schijt het culturele erfgoed op de Dam naar de filistijnen en brengt onwelkome ziektes op andere dieren en op mensen over. En dát willen we niet! Toch geniet iedereen van de aandoenlijke duivenvoerster uit de film 'Home Alone' en hebben heel wat aspirant-bruidspaartjes zich - vanwege de pittoreskheid van de ultieme huwelijkskiek – vrijwillig laten bedelven onder een vlucht koerende en saniterende damdoffers. Oeps, dag maagdelijk witte bruidsjurk!

Puber

Toen ik nog een ADHD'erige puber was (nu ja... ADHD ... dat bestond toen nog niet), wilde ik, net als mijn buurjongen 'duiffies'. Zijn vader was tuinman en samen waren ze dagelijks bezig hun tuin op te leuken met ornamentjes, zelfgemetselde trappetjes en duiventillen waar ze later sierduiffies in hielden.

Bella

Mijn eerste duiffie was Bella. Ik was op een zaterdagmiddag weer eens verzeild geraakt in een voor mij nieuw stadsdeel, de Noordermarkt. Op zaterdag hielden ze daar duivenmarkt. Ik genoot van de mannen die een duivenkorf voor op de fiets hadden en ik bewonderde er de gekste soorten duiven. Ik besloot dat ik het er maar eens op moest wagen, ik zou ook duivenmelker worden! Helaas was de duivenmarkt zo'n beetje afgelopen en gingen de meeste handelaars terug naar hun duivenplatjes. Toen een van de koopmannen een verfomfaaid duivinnetje in zijn korf wilde terugproppen, vroeg ik wat ze kostte. 'Voor jou? Eén piek jochie!' Ik antwoordde dat ik zo rijk niet was. 'Doe dan maar twee heitjes, gozertje!' Ik haalde wat muntjes uit mijn zak en kwam tot twee beissies en vier stuivers. 'Geef nou maar, want ik mot nou écht opkrasse...!' 'Wat is het voor een soort?' 'Een Engelsmannetje…!' galmde het. Zo werd ik voor veertig spie de trotse eigenaar van mijn eigen Bella, een lief Engelsvrouwtje oftewel een Amsterdamse baardtuimelaarster!

Stront aan de knikkert

Ik stopte Bella, zonder het thuis te melden - want o, o, dan was er stront aan de knikker! –, in mijn kamer in een kist en legde er een stuk parkietengaas over. Daarna naar Sluis op de Wittekade voor duivenvoer. Elke dag zat Bella zacht te koeren en mocht ze even vrij rondfladderen in mijn slaapkamer. Daarna streek ze neer op de kist en betrachtte mij met haar schalkse oogjes. Later bleek dat mijn vader mijn duivenmelkersaspiraties toch redelijk accepteerde, maar het beessie moest wél in de tuin. We timmerden samen een hok, compleet met uitvliegbordes, zitstokken en binnenvliegrinkels. Mijn vader nam ook nog een in de goot van het hoofdpostkantoor gevonden jonge postduif voor me mee. Mijn duiffies mochten elke dag een uurtje over het huis luchtacrobatiseren, daarna kwamen ze weer braaf op mijn gefluit en het gerammel van het voerblik af. Ik kocht later nog een meeuwtje, een witte duivin met bruine vleugels. Samen met de postduif kreeg zij later een nestje. Met de schitterend uitgegroeide postduif heb ik een paar keer lange stukken gevlogen. Ik bracht hem achter op de fiets naar mijn opa in Amsterdam-Noord en huppekee… een kwartier later was-ie thuis!

Ik was duivenmelker        

Ik was duivenmelker! Een échte levensvervullende Mokumse hobby! Van sommige mannen (de vrouwelijke melkers waren op één hand te tellen!) wist je amper dat ze midden in de oude stad een duivenzoldertje hadden en dat sommige zelfs grote bedragen incasseerden bij sierduiven- of hoogvliegershows of bij de langeafstandsvluchten. Postduiven moesten na het lossen in de Pyreneeën of omstreken met een noodgang (soms 120 km/h!) ) naar huis, waarbij sommige melkers de sterkste doffers mee lieten doen, en daarbij zorgden dat deze eieren in het nest hadden die op uitkomen stonden. Soms plaatsten ze zelfs lege eieren waar een vlieg in rondzoemde in het nest zodat de duif dacht dat de bevalling nabij was!

Liefste vrienden

Mijn duiffies werden mijn liefste vrienden. Heerlijk was het na school als een volleerde duivenherder de hokken schoon te maken en de duiven even de vrijheid in het blauw te gunnen! Maar... ik moest nog veel leren! Naast het echtelijk koppel 'postduif-meeuwtje' liep Bella behoorlijk met haar ziel onder haar vleugel. Meeuwtje achtte Bella nabij haar liefdesnestje bedreigend, en zoals dat gaat in de dierenwereld, Bella moest eruit!! Duiven zijn geen vredesdiertjes met een vredestakje in hun vredessnaveltje. Net zoals ezels niet dom zijn en uilen niet wijs! Duiven zijn behoorlijk agressief tot op het kannibalistische af! Er ontstond een fel gevecht tussen Bella en het echtpaar. Eén wirwar van klauwen en opstuivende veren! Het eind van het liedje was dat ik Bella een time-out schonk in haar oude onderkomen en plots zag ik dat ze behoorlijk gewond was, duivensnavels zijn geduchte houwdegens! Haar rechteroog leek er volledig uitgepikt. Ik besloot haar elke dag extra te verzorgen en liet het oog maar, bang als ik was het te beschadigen.

Opgevroten

De jonge duiven waren uitgekomen, op twee na die door de ratten (hoe komen die gasten eigenlijk ongemerkt in je volledig afgesloten hok?) waren opgevroten. Ze kregen kropmelk en hun nieuwe veertjes wachtten netjes in hun limonaderietjesachtige hulzen tot het droogwapperen kon starten. Bella was aardig opgekikkerd en warempel, op een dag viel het wondkorstje van haar rechterkijker en bleek daarachter een fris 'nieuw' oog te zitten. Om herhaling te voorkomen besloot ik met pijn in het hart Bella te verkopen aan een collega-melker een wijk verder.

Lichtroze duivenei

Na een week kwam ze bij me langs. Ik bracht haar weer terug naar de collega. En zo ging dat nog drie keer. Toen hield de collega haar wat langer binnen. En toen… een half jaar later… ik zat in de tuin op het gazon... landde Bella nog één keer naast mij, op het gras… Ze deponeerde daar een volmaakt lichtroze duivenei. Ze keek me veelzeggend aan met haar glanzende oogjes. Toen vloog ze sierlijk weg!

Probleemkinderen

Naschrift: Ik was jarenlang onderwijzer. Ik werkte met probleemkinderen. Op een avond was ik op huisbezoek. Midden in het gesprek stond de heer des huizes op en besteeg een vlizotrap. 'Hij is effe naar sijn duiveplatje…!' zei moeder. 'Dat is terrepie foor 'm'! Assie dát niet had…zou het gezien zijn losse jatte welles fout kenne gaan!' Ik mocht ook wel even kijken. Ik ging naar boven, naar vader. Hij liet me al zijn duiffies zien en bij elke duiffie had-ie een schitterend verhaal. " 't Is eigenlijk terrepie foor mijn!" zei ie. 'As ik dít niet had….!'