De Amsterdamse Krant

29 oktober 2016

De Amsterdamse Krant 29 oktober 2016


Op het Gelderlandplein landden de Parapieten

Een oude tekening van J. Vlieger die goed het Sinterklaasfeest van vroeger verbeeldt.

Sinterklaastijd is voor veel kinderen een van de mooiste momenten in het jaar. Channah van Straaten bewaart warme herinneringen aan de intocht van Sinterklaas in de stad.
"Vanaf mijn 4de jaar zat ik op school op de Da Costakade en daar ging het Sinterklaasfeest niet onopgemerkt voorbij. Een paar dagen voor 5 december moesten we om onduidelijke redenen allemaal naar de binnenplaats, wat 's winters nooit gebruikelijk was. Als je daar dan een tijdje aan het spelen was hoorde je plotseling: "Kijk! Sinterklaas!" En dan wees een van de juffen naar boven. En o wonder: daar stond Sinterklaas op het dak, vergezeld van een Zwarte Piet. Wat er dan als kind door je heen ging…"

De Bijenkorf
Herman Ansink meldt het volgende: "In 1966 was ik leerling van de voormalige kleuterschool de Bijenkorf, die gevestigd was aan de Van Nijenrodeweg 330 (in dit gebouw is thans kinderdagverblijf Het Veulentje gevestigd). Ons lokaal keek uit op de Zeelandstraat. Op een goede dag stopte voor onze school een donkergroene 4-deurs Austin Glider. Het linkerachterportier zwaaide open en Sinterklaas stapte uit en liep in de richting van de schooldeur. Ik weet nog dat ik heel erg van deze dag onder de indruk was, want in ons gymlokaal werd ik later bij de Sint geroepen. Ook de grote cadeautafel in ons klaslokaal heeft grote indruk op mij gemaakt.
Een andere sinterklaasgebeurtenis die ik me goed herinner, is de intocht van Sinterklaas op het Gelderlandplein, ergens eind jaren 60, begin jaren 70. Sinterklaas kwam gewoon per auto, maar de Zwarte Pieten waren parachutisten die achter het Gelderlandplein landden op het 'Parapietenveld' (op deze locatie staat thans bejaardenhuis Loowaard van de Elisabeth Knoll Stichting). Ik vond dit altijd een zeer indrukwekkende gebeurtenis."

Sinterklaaslied
Van Auke van der Biezen kregen we bijgaande tekst van een lied dat ons onbekend is, en hem ook. Is dit een oud lied of niet?

Refrein:
Sinterklaas die hoort bij Mokum
Sinterklaas is Amsterdam
Sinterklaas u moest eens weten
Wie de stad hier binnen kwam
Sinterklaas is van ons allen
Arm of rijk, groot en klein
Sinterklaas is burgervader

Tot vijf december en dat is fijn
Waar de Amstel mengt met het IJ
staan wij te wachten o, zo blij
want daar heel in de verte
op de stoomboot bij de boeg
je zou hem niet herkennen
als hij niet zijn mijter droeg
daar staat hij onze eigen Sint
met een pak voor ieder kind

Refrein

Zo als velen uit een ver land
is Sint elk jaar 'n vaste klant
want al komt ie van verre
hier voelt hij zich heerlijk thuis
in onze stad met zoveel mensen
is de Sint een kind aan huis
kijkt wie goed is en wie slecht
samen met zijn trouwe knecht
Refrein

De raadplaat: een brug deze keer

Bruggen, daar zijn er heel wat van in Amsterdam. 1539 bruggen momenteel, waarvan 252 in de binnenstad. Ze zijn genummerd, dus dat maakt de telling wel zo makkelijk. Dit is er één van. Deze foto is ingestuurd door Hans van Elteren, die er een mooie beschrijving van geeft. Wij zijn benieuwd welke echte Amsterdammers de brug herkennen en er een mooi verhaal bij hebben?

Uw inzending kan weer naar info@amsterdamsekrant.nl.

Sinterklaas

Omdat er de komende periode ongetwijfeld nog heel veel gesproken gaat worden over Sinterklaas en vooral over de kleur van zijn pietengevolg, wil de Amsterdamse Krant ook in de volgende editie stilstaan bij het oude Sinterklaas-en-Zwarte-Pietgevoel, want voordat je het weet bestaat dat niet meer. Mooie verhalen over Sinterklaas in Amsterdam zijn er genoeg en wij zijn er gek op. Dus: Sinterklaas gaat in de herhaling. Overigens is de foto van de intocht in Amsterdam in 1945.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Sinterklaas door de jaren heen in Amsterdam

door Henk Droogendijk
Ik heb even een paar feiten op een rijtje gezet over de intocht van Sinterklaas in Amsterdam. Zomaar, omdat ik nogal van de feitjes ben. Wat mij daarbij opviel, is dat er al in 1993 gekleurde Pieten meeliepen in de optocht. Blijkbaar, ik weet het niet, was dat al een issue. Ik ben eigenlijk best nieuwsgierig of iemand nog feiten daarvan weet.
Bovendien weet ik dat er in de jaren dertig ook Witte Pieten waren. Sinterklaas had destijds, dat was in het verhaal over Sinterklaas bekend, één echte knecht en die was zwart. Het verhaal wil echter dat voor de intocht van Sinterklaas in Amsterdam in 1934 een aantal Surinaamse schepelingen bereid was een zwartepietenpak aan te trekken. Hoe ze daartoe zijn overgehaald weet niemand.

Maar enfin, nu de feiten die ik heb opgediept:
1930: De eerste officiële intocht van Sinterklaas in Amsterdam is in 1934, maar op YouTube staan beelden van een Sint die in 1930 op de motor in Amsterdam rijdt. Hij vraagt onder andere aan een verkeersagent de weg.

1934: Surinaamse donkere schepelingen trekken bij de intocht zwartepiet-kleding aan. Het is, volgens mij, het begin van steeds meer Pieten.

1940-1945: Tijdens de Duitse bezetting wordt de intocht georganiseerd door nationaal-socialistische organisaties als de Winterhulp en de Jeugdstorm van de NSB. Deze intochten worden niet meegeteld in de geschiedschrijving van de intocht in Amsterdam. In 1944 was er vanwege de Hongerwinter helemaal geen sinterklaasintocht.

1952: Vanaf 1952 wordt de intocht van Sinterklaas in Amsterdam als tv-programma uitgezonden. Dit gebeurt tot 1960 steeds in Amsterdam, maar daarna vindt in andere dorpen en steden de landelijke intocht plaats.

1968: Sinterklaas komt aan bij de St. Nicolaaskerk en rijdt daarna door naar de Nieuwe RAI waar een speelgoedstad voor kinderen is ingericht. Als Sinterklaas weg is, vermaken de kinderen zich met het uitgestalde speelgoed, onder andere racebanen, technisch speelgoed en knuffelbeesten.

1968: Op 6 december wordt in Amsterdam een wedstrijd voor sinterklazen uit heel Nederland gehouden. Zestig sinterklazen nemen deel aan een hilarische maaltijd. Leo Schuit, Sinterklaas in Putten, wordt uitgeroepen tot de beste Sinterklaas.

1974: Sinterklaas heeft een grote keuze aan diverse soorten speelgoed. Er is steeds meer interesse voor het betere speelgoed, dat vaak is afgestemd op de wereld om ons heen, maar ook de fantasie van het kind stimuleert.

1981: In 1981 start de Solidariteits Beweging Suriname een actie 'Sinterklaas vieren zonder Zwarte Piet'. Het is de eerste actie tegen het fenomeen Zwarte Piet.

1993: In 1993 lopen voor het eerst gekleurde Pieten mee in Amsterdam.

2006: Omdat Amsterdam een stad is waar veel mensen met een verschillende nationaliteit wonen, wordt in 2006 besloten dat op de mijter van Sinterklaas in vervolg de drie andreaskruisen uit het stadswapen staan.

Machtig Mooi Mokum: Sinterklaas rond 1955

Ik was de jongste van vijf kinderen. Mijn broer en drie zussen deden er alles aan om kleine Harry zo lang mogelijk in de goedheiligman te laten geloven. Al riepen mijn vriendjes nog zo hard dat die ouwe niet bestond, ik wist dat ze mij thuis niet in de maling zouden nemen. Mijn hele familie zette immers zijn schoen. Trouwens, ik had Sinterklaas toch zelf door de stad zien rijden? En van Piet snoep gekregen? Met zus Ria ging ik naar De Bijenkorf. Buiten bekeek je eerst die prachtige etalages met bewegende poppen. Dan ging je naar binnen, want in het hoge gedeelte van de winkel hing een grote klok waarop stond hoe laat de Sint zou verschijnen. We gingen met de roltrap naar de eerste, of als het vol was naar de tweede etage. Vol spanning keken we over de balustrade naar het balkonnetje aan de overkant. Ondertussen klommen er pietenpoppen langs de touwen. Ik had het niet meer als Sinterklaas klokslag op tijd arriveerde.
De Pieten kwamen langs om onze tekeningen in ontvangst nemen. Er mochten ook altijd een aantal kinderen bij Sinterklaas komen om hem een handje te geven en een praatje te maken. Ik mocht nooit bij hem komen. Er werd gezegd dat die kinderen gelijk met Sinterklaas jarig waren. Amme hoela, mijn zus Gerda was ook op 5 december jarig en die is nooit bij hem geweest. De speelgoedafdeling was hofleverancier van Sinterklaas. Pas later begreep ik waarom wij die mooie spullen van De Bijenkorf nooit kregen. Wij kregen alleen praktische cadeaus, zoals een pyjama op de groei, een muts en handschoenen, een nieuwe deken, of als je mazzel had een paar Friese doorlopers. Wel neppers natuurlijk, zonder krul. Rond mijn negende hebben ze mij toch maar verteld dat Sinterklaas niet bestond. Anders had ik nu nog in hem geloofd. Ik heb me nog nooit zo belazerd gevoeld. Nou, toen mijn schaatsen het jaar daarop dwars onder mijn schoenen kwamen te zitten heb ik die Sint in gedachten mooi keihard aan zijn baard getrokken.

Silly Putty

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terugkomen. Vandaar dat we de rubriek, zij het onregelmatig, voortzetten.

door H. de Jongh
Ik weet niet meer in welk tv-programma het was, maar laatst kwam het fenomeen Silly Putty voorbij en ik kreeg meteen een o ja-gevoel. Silly Putty was gek spul. Het kleefde, maar ook weer niet, zodat het aan je hand plakte. En je kon het in lange draden uittrekken, maar als je snel en hard trok, brak het als het ware. Je kon er stuiterballen van maken, of er vormpjes van maken, of het gewoon plat laten. En foto's uit de krant kon je erop zetten, heel simpel door erop te drukken en dan had je het plaatje of de tekst, maar dan in spiegelbeeld. Creatief speelgoed was het niet. Ik had ook Trix, een soort goedkoop Meccano, en dat was veel leuker en in elk geval heel ander speelgoed.
Maar Silly Putty hoort bij mijn jeugd, zeker weten.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek, voetbalpoppetjes, het Joodje, kurk aan de wand, het pilopak, de draadomroep, de transistorradio, de zeepklopper en klikklakkers.

'Hier stonden in de jaren zestig meer auto's dan nu'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie betrof de Saenredamstraat in de Pijp. Daar hadden we wel een foutje gemaakt, want de scherpe lezers zagen het straatnaambord. Ook hebben we meer reacties over de Krommer(d)t - in de Admiraal de Ruijterweg.

We beginnen voor de verandering eens met een inzending die bijna goed is. "De raadplaat van 11-10 j.l. is volgens mij de Frans Halsstraat in de richting van de Albert Cuypstraat. Wat ik wel heel zeker weet is dat het in De Pijp is, een geweldige buurt waar ik ben opgegroeid!", schrijft Gerard Jansen.

Echte volksstraat
Martin Greven heeft het wel goed: "Daar ik een groot gedeelte van mijn jeugd heb gewoond in de Gerard Doustraat tussen de Frans Halsstraat en de Ferd. Bolstraat kwam deze foto mij heel bekend voor. Het is de Saenredamstraat gezien vanaf de Frans Halsstraat richting Ferdinand Bol. Een echte volksstraat met een aantal winkels w.o. glashandel Kortijn aan de rechterkant en meer richting Ferdinand Bolstraat aan de linkerkant de melkhandel van Groenendal."
"Met zijn dochter Willy heb ik nog in de klas gezeten op de Frans Halsschool. Deze melkboer had, zoals de melkboer bij ons in de straat (Doornenbal), een melkwijk waarin hij zijn producten uitventte. Onze melkboer deed dat met een handkar, maar Groenendal had een prachtig wagentje met een pony ervoor. Waar hij deze 's nachts liet weet ik niet, wellicht op het plaatsje achter zijn woning. De winkel in de Ferdinand Bolstraat in de verte is volgens mij Duyvené & Remmers. Aan de autotypes te zien denk ik dat de foto ergens tussen 1965 en 1970 gemaakt is. Succes met uw raadplaten."

De Saenredamstraat nu.
De Admiraal de Ruijterweg en de Willem de Zwijgerlaan.

Glaszaak
André Woons zit ook weer bij de goede inzenders: "De raadplaat deed mij meteen aan de omgeving Ferdinand Bolstraat, Albert Cuypstraat denken. Maar waar was het nu precies. Na enig zoekwerk vond ik de plek: Saenredamstraat/hoek Frans Halsstraat. Gezien naar de Ferdinand Bolstraat. Het tabakswinkeltje op de hoek is inmiddels een foodstore. De glaszaak is een café. De oude volkswijk is inmiddels een trendy buurt geworden en dat is ook heel gezellig. Opvallend is wel dat er ten tijde van de foto, eind zestiger jaren, meer auto' s stonden dan nu."

Vrij snel
"Geachte redactie, de oplossing is met 100 procent zekerheid de Saenredamstraat richting de Ferdinand Bolstraat, met op de voorgrond de kruising met de Frans Halsstraat. Ik woon mijn hele leven al in De Pijp, dus ik zag het vrij snel, al ken je de buurt helaas in geen opzicht meer terug in vergelijking met deze foto uit (ik denk) midden jaren 60", schrijft Claudio Salvatore.

Geen noemenswaardige herinneringen
Mike Man uit Muiden zit ook goed: "Meer dan u te vertellen dat de raadplaat van 7 oktober jl. m.i. een afbeelding is van de hoek Seanredamstraat/Frans Halsstraat kijkend in de richting van de Ferdinand Bolstraat kan ik deze keer niet. Ik fietste weliswaar door die buurt naar mijn middelbare school in Zuid vanuit de Plantage, maar ik heb er verder geen noemenswaardige herinneringen aan."

Kort en bondig
"Het is de Saenredamstraat/hoek Frans Halsstraat", schrijft Ab Smienk kort en bondig. Maar het kan nog korter: "Hoek Seanredamstraat/hoek Frans Halsstraat", schrijft Ben Bon.

Levendige buurt
De Mollen en de Koningen hebben het ook goed, ook een klein beetje door de hint: "Door de aanwijzing dat het in een levendige buurt moest zijn dachten wij dat het in de buurt van een Amsterdamse markt zou kunnen zijn, waarbij de straatverlichting met lampen aan kabels een extra aanwijzing was. Zo kwamen we in de buurt van de Albert Cuyp uit. Na enig zoeken was het bingo: deze raadplaat is gemaakt in de Saenredamstraat, gekruist op de voorgrond met de Frans Halsstraat. De straat op de achtergrond is de Ferdinand Bolstraat. In deze buurt zult u veel schildersnamen aantreffen. De foto dateert van oktober 1967 en is gemaakt door Arsath Ro'is. Verder hebben we geen speciale herinnering aan deze straat."

Nieuwe ronde
Nu we toch beland zijn bij de diehards van de raadplaat: Gielijn Escher is allicht ook van de partij. "Ik was een paar dagen de stad uit, maar hield uiteraard wel contact met het thuisfront. Zo vertelde mijn vrouw mij dat er een nieuwe raadplaat op de mail was binnengekomen, maar dat het nu wel heel gemakkelijk was, omdat op de print het straatnaambordje gewoon te lezen was. Ik heb haar toen gevraagd de naam te maskeren. Zo gezegd, zo gedaan. Bij thuiskomst kon ik dus op de normale wijze een nieuwe ronde meespelen. De oplossing was snel gevonden: de Saenredamstraat gezien vanaf de kruising met de Frans Halsstraat, kijkrichting Ferdinand Bolstraat."
Gielijn Escher komt op de volgende pagina nog terug met een bijdrage over drukkerij Senefelder.

Naar de kapper
Freek Oort mailt: "De raadplaat is de Saenredamstraat/hoek Frans Halsstraat; aan het eind van de Saenredamstraat is nu Kruitvat gevestigd. Zelf ben ik geboren in de Gore Flipstraat ( Govert Flinckstraat ) 78/2 voor, wij liepen vaak door deze buurt: de Oude Pijp en Ruysdaelkade-Hobbemakade. Ook ga ik maandelijks naar de kapper in de Ferdinand Bolstraat."

Verraai raadplaat
Jan Marinus had het goed dankzij het herkenbare straatnaambord, maar had het anders ook geweten: "Wat een makkie deze keer. Als je goed kijkt zie je dat het straatnaambordje redelijk leesbaar is boven het hoekpand met de witte kozijnen. Het is de Saenredamstraat met de kruising van de Frans Halsstraat. Aan het einde van de Saenredamstraat is de Ferdinand Bolstraat en als ik me goed kan herinneren is dat pand waar je tegen aankijkt een elektronicazaak geweest in de jaren zeventig. Vroeger woonde daar een oom van mij en die betaalde negenenveertig gulden huur in de maand voor een driekamerwoning met wc op de gang."
"Nu staan de etagewoningen, ze heten nu appartementen, te huur voor vijftienhonderd euro per maand, omgerekend ongeveer drieduizend driehonderd gulden! En dat voor een gewezen oude volksbuurt." Waarna hij afsluit met een joviaal: "Ik kijk nu uit naar de volgende 'verraaiplaat' raadplaat."

Poortje
En Lodewijk Beems weet het ook op basis van het bordje: "Werkelijk een zeer fraaie foto, maar helaas is de straatnaam (Frans Halsstraat) op de foto leesbaar. Het gaat hierbij om de kruising met de Saenredamstraat met rechts in de Frans Halsstraat op de achtergrond het poortje van de Albert Cuypstraat naar de Govert Flinckstraat. Volgende keer beter."

Nazit, De Krommerd(t)
Het onderhoudende verhaal van Guus Ruiter vermeldt het destijds bestaan van enkele winkels in het eerste blok op de De Ruyterweg vanaf de hoek Willem de Zwijgerlaan. "Mijn schoonouders hebben daar vanaf 1939 een kaaswinkel (Het Zuivelpaleis) gerund tot 1985. Vanaf de hoek waren de volgende winkels: Café De Jongh, slagerij de Boer, kleermaker Giebing, filiaal van Palthe, Het Zuivelpaleis, fietsenzaak Timmer en sigarenwinkel Glas. Bijgaand prentbriefkaarten, eerste foto van Het Zuivelpaleis (let op aanbieding met bon) en de neringdoenden bij het 40-jarig bestaan.
Meer over De Krommerd(t) en Senefelder op de volgende pagina.

De raadplaat

Bruggen, daar zijn er heel wat van in Amsterdam. 1539 bruggen momenteel, waarvan 252 in de binnenstad. Ze zijn genummerd, dus dat maakt de telling wel zo makkelijk. Dit is er één van. Deze foto is ingestuurd door Hans van Elteren, die er een mooie beschrijving van geeft. Wij zijn benieuwd welke echte Amsterdammers de brug herkennen en er een mooi verhaal bij hebben?

Uw inzending kan weer naar info@amsterdamsekrant.nl.

4 / 7

De Krommerd(t).

Op de afdeling 'litho' bij Senefelder was plaats voor een vogelkooi

In de vorige editie hadden we mooie bijdragen over De Krommerd(t) en drukkerij Senefelder en vandaag gaan we hier mee door met weer een paar juweeltjes.

Eerste foto van Het Zuivelpaleis (let op de aanbieding met bon).
De eerste eigenaren van Het Zuivelpaleis.

door Gielijn Escher
Hierbij nog een stukje 'nazit' over Drukkerij Senefelder. Zoals ik eerder aangaf, heb ik nooit met Senefelder gewerkt, laat staan dat ik er ooit binnen ben geweest. Ze waren al van de Admiraal de Ruyterweg vertrokken voordat ik goed en wel in de praktijk kwam. Toch heb ik nog een aardige toevoeging: een interieurfoto van Senefelder, overgenomen uit een publicatie van de N.V. Lettergieterij en Machinehandel v/h N. Tetterode, ook alweer zo'n roemrucht bedrijf dat geruisloos ten onder ging.
Deze tweekleuren groot formaat Roland offsetpers (dat wil zeggen twee kleuren tegelijk in één doorgang) was in 1960 zojuist door Tetterode geleverd en geïnstalleerd. Op deze pers konden affiches op het formaat A-0 (dat is 83 x 118 cm) worden vervaardigd.
Voorganger Steendrukkerij Amand en vervolgens Senefelder waren altijd een vooraanstaande speler op de affichemarkt. Wellicht de beroemdste affiches uit de vooroorlogse jaren waren de iconische platen voor de Spijker-automobielen van de kunstenaar Piet van der Hem. Een naoorlogs hoogtepunt dat velen zich nog zullen herinneren, is de Artis-poster met de twee giraffen, getekend door Eppo Doeve in 1949.

door Fred Fontijn
Als kleuter kende ik Drukkerij Senefelder al: mijn tante Trees van Puffelen werkte daar meer dan veertig jaar en nam mij een aantal jaren mee naar het sinterklaasfeest. In mijn tienerjaren mocht ik zelfs mee naar de jaarlijkse bingoavond en zo leerde ik de kantine van deze drukkerij zeer goed kennen.

Filmmonteur
Na mijn middelbareschoolperiode wist ik nog niet precies wat ik wilde worden, het liefst fotograaf, maar daar moest je talent voor hebben. Iets met film leek mij ook wel wat. Op het Amsterdamse arbeidsbureau maakte ik die wensen bekend. Is filmmonteur misschien een baantje, vroeg de ambtenaar mij. Ik was verkocht. Films monteren: een mooier aanbod zou ik nooit meer krijgen. Dat drukkerij Printex, die gevestigd was achter het luchtvaartlaboratorium aan de Haagweg, daar een vreemde plek voor was, ontging me. Speelfilms die bij een drukkerij werden gemonteerd was niet echt logisch. Wat ik daar moest doen was telkens zestien pagina's op pocketboekjesformaat op een groot vel doorzichtig kunststof plakken. Netjes op een rij volgens een op papier getekend stramien. Door belichting op een zinken plaat en het ontwikkelen daarvan ontstond een drukplaat voor de drukpers. Filmmonteur dus.

Strenge man
Mijn leermeester was een strenge man die eigen initiatief niet waardeerde, en er waren meer dingen die mij niet bevielen bij deze drukkerij. Waarschijnlijk had ik die tegenzin in familiekring geventileerd, want na twee weken kwam mijn tante Trees me vertellen dat er een plek was bij Senefelder. Op de Lithografie (de deftigste afdeling van een drukkerij), en als ik wilde moest ik me daar maar melden. Het gesprek verliep positief en ik zou daar donkerekamerwerk gaan doen. Veertien dagen moest ik nog naar het industrieterrein Riekerhaven, om daarna op de Admiraal De Ruyterweg mijn carrière te vervolgen. Daar werd Kees Mars, in 1961, mijn leermeester. Hij schreef eerder in De Amsterdamse Krant over Senefelder, waardoor er herinneringen bovenkwamen. Zoals bijvoorbeeld het jaarlijkse sinterklaasfeest dat we op de afdeling vierden. Er werden lootjes getrokken en degene die werd getrokken kreeg een cadeau, verpakt in een surprise. In mijn eerste jaar keek ik nieuwsgierig toe hoe dat ging. Eén voor één kwam iedereen aan de beurt en toen reproductiefotograaf Drieling aan de beurt was, zijn pakje uitpakte en onmiddellijk de surprise woedend op de grond gooide, schrok ik. Wat was hier aan de hand? Hij liep kwaad weg en iedereen schoot in de lach. Hij bleek al een jaar of vier dezelfde klompboot, een prul, te hebben gekregen en hij had vele pogingen gedaan om deze gift te laten verdwijnen, maar dat was hem nooit gelukt. Zijn woede was gespeeld, en dat was voor mij een hele opluchting.

Gezang op de afdeling
Regelmatig gebeurde het dat er gezang op de afdeling klonk: begon er iemand te zingen dan waren er altijd wel ondersteunende stemmen beschikbaar. Tijdens de koffie, meestal rond 9.30 uur, verzamelden we ons rond de kopjes; vaak was het gespreksonderwerp cultureel getint. Twee collega's wisten heel veel over films en filmers, een ander, een gitarist, wist veel van muziek en ook sport was een geliefd onderwerp.

Plek voor een vogelkooi
Op de afdeling Litho was ook plaats voor een vogelkooi. Dat ging tijden goed, mijn leermeester verzorgde het diertje prima. Totdat er schilders op onze afdeling hun werk kwamen doen, want de muren moesten nodig geschilderd. De volgende ochtend bleek de vogel daar niet tegen te kunnen en lag dood in zijn of haar kooi. De treurnis was groot: gooien we het dier in de vuilnisbak of zullen we hem buiten bij Krommert begraven. Tot dit laatste werd besloten, maar niet nadat er een enorm kruis van kartonnen kokers was gemaakt en we, in processie van de bovenste etage waar onze afdeling zich bevond, via alle afdelingen daaronder naar de sloot schreden. Vogel begraven, kruis geplant. Nog dagen daarna werd er vanuit het raam gekeken of het kruis er nog wel stond. Niet lang daarna werd de sloot gedempt en werd er een speel- en rustplek van gemaakt, van de Admiraal De Ruyterweg tot aan de Reinier Cleaszenstraat.

door Frans Woons
- Ik kan me nog herinneren dat er een brug was in de Admiraal de Ruijterweg over De Krommert. Aan beide zijden van de brug nog wat (stagnerend en dus stinkend) water. Beide waters werden in de vijftiger jaren gedempt. Ten oosten van de brug werd dat een smal parkje tussen de Admiraal de Ruijterweg en de Reinier Claeszenstraat.
- Ten westen van de brug, en aan de westelijke rand van het vroegere watertje, verscheen de tandartsenkliniek aan de Cornelis Dirkszstraat. Ik meen dat er nog overblijfselen van de brug (vnl. aan de westkant) te zien zijn.
- Op Admiraal de Ruijterweg 88 woonde onze huisdokter Gerard Louis Scheidelaar (* 5 jan. 1894 - † 5 sept. 1993). De goede man is dus bijna 100 jaar oud geworden. Hij hield zijn praktijk op Admiralengracht 110 (hoek Van Kinsbergenstraat).
- Op de Admiraal de Ruijterweg 52 – 80 (even zijde) nog vele tegeltableaus in de portieken.
- Ten westen van het pand Admiraal de Ruijterweg 83 bevindt zich Jan Evertsenstraat 1 en ten westen daarvan Witte de Withstraat 188. Drie aaneengrenzende percelen aan drie verschillende straten. Waarschijnlijk niet uniek in Amsterdam, maar wel zeldzaam.

Hofjes van alle gezindten

39

Brentano's Steun des Ouderdoms aan de Keizersgracht 615-631.

Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

Inleiding
In deze één-na-laatste aflevering (dit is dus nog niet het laatste verhaal zoals wij vorige keer schreven) komen nog drie hofjes aan bod die behoren tot de traditionele hofjes, dus hofjes die vanuit een sociaal doel zijn gesticht. Om nog maar eens te benadrukken dat liefdadigheid van alle gezindten is, hebben we een katholiek, een protestants en een hervormd hofje voor u in de aanbieding.

Brentano's Steun des Ouderdoms Keizersgracht 615-631
Josephus Augustinus Brentano werd in Amsterdam geboren op 28 augustus 1753 en overleed daar op 16 april 1821. Hij was een Nederlandse koopman van Italiaanse afkomst. Brentano was actief in de handel met de Vereenigde Oostindische Compagnie en de West-Indische Compagnie. Na zijn actieve loopbaan ging hij rentenieren en werd beschouwd als mecenas en filantroop. Hij legde in zijn leven een grote kunstcollectie aan die na zijn dood de basis heeft gevormd voor het vermogen van een stichting.

Het Henriettehofje gelegen aan de Stadhouderskade 85.

Hij had in 1811 bij testament bepaald dat:

- Na zijn overlijden zijn vermogen moest worden aangewend tot 'den aanleg en stigting mitsgaders gedurig onderhoud van een gebouw, 't welk zal moeten dienen tot alimentatie en onderhoud van enige oude manspersonen van de 'Roomsch Catholieke Religie', welke daarin van huisvesting, kost, drank, oppassing en ziekte, en andere levensbehoeften, zullen moeten worden voorzien'.

- De naam van het huis diende te zijn: Brentano's Steun des Ouderdoms. Voor de inrichting van het gebouw heeft hij bepaald dat daarin een groot portret van hem met zijn krulhond geplaatst diende te worden.

Het eerste huis van Brentano's Steun des Ouderdoms werd gevestigd aan de Herengracht en werd op 3 mei 1825 in gebruik genomen. Aanvankelijk voor 12 bewoners, maar dat aantal groeide in de loop der jaren tot 75 bewoners. In 1926 verhuisde het oudemannenhuis naar de Keizersgracht 615-631.
In 1974 verhuisde de stichting naar Amstelveen, waar een geheel nieuw verzorgingshuis met aanleunwoningen werd gebouwd. In een van de locaties (zorgcentrum Klaasje Zevenster) hangt het eerdervermelde portret nog.

Henriëttehofje Stadhouderskade 85
Dit was een protestants hofje dat op 1 oktober 1869 gesticht is door Jacob de Vos Jbzn en zijn echtgenote Henriëtte Wurfbain en ontworpen door architect Tetár van Elven. Het was bestemd voor tien alleenstaande vrouwen van boven de 60, van wie er één katholiek mocht zijn. Het Henriëttehofje is door Wenkenbach afgebeeld, dat schilderij bevindt zich in het Rijksmuseum.
Het hofje werd in 1969 afgebroken nadat de bewoners werden ondergebracht in een nieuw pand, Marnixstraat 237-241. Op de plaats van het oorspronkelijke hofje staat nu een kantoorgebouw met in de hal nog wel de gerestaureerde oorspronkelijke gevelsteen uit de toegangspoort.
Er bestaat nog steeds een Stichting Henriëttehofje, maar dit staat geregistreerd als bedrijf in de Vondelkerkstraat dat zich bezighoudt met verhuur en handel in onroerend goed. Het vermogen van de stichting is in 2013 in beheer gegeven van het RKOAC, met het verzoek dit te beheren en de revenuen aan donaties te besteden volgens de doelstelling 'ondersteuning kwetsbare ouderen'.

Holthuysenhofje, Oosterpark 6
Dit hofje, ook wel bekend als de Holthuysenstichting, is genoemd naar de stichteres Sandrina Louisa Geertruida Holthuysen, die we ook kennen van Museum Willet-Holthuysen. Het echtpaar deed veel aan liefdadigheid en zo kon het gebeuren dat Sandrina, die in 1895 overleed, een pand naliet in de Amstelstraat om te bestemmen voor bejaarde vrouwen die lid waren van de Diaconie van de Hervormde Gemeente. Omdat het pand niet geschikt was, werd het geruild voor grond aan het Oosterpark, waar een hofje werd gebouwd. Het werd ontworpen door de architect G.W. Vosseboxse. Er is nog een gevelsteen met de naam van de stichteres.
Het hofje is na een periode van verval in handen gekomen van woningbouwvereniging De Key, die het verhuurt aan jongeren.
Tot slot: volgende keer kunt u de laatste aflevering in deze serie verwachten.

Echte eenzaamheid

In de Spaarndammerbuurt woont in een benedenwoning een bejaarde dame met een herdershond. Vaak schuifelt ze schichtig over straat. Omdat ze er nogal onverzorgd uitziet, hebben enkele omwonenden de wijkagent getipt, maar mevrouw wijst ieder contact stelselmatig af. Uiteindelijk wordt ze vergeten. Pas na een melding van ernstige stankoverlast komt ze bij de ggd in beeld.

Na lang bellen en kloppen hoor ik geluid achter de deur. Ik roep door de brievenbus dat ik graag wil weten of alles goed met haar gaat, of mevrouw gezond is, dat de buren zich zorgen maken. Dan ontstaat er een smalle kier in de deur en ik vang een glimp van de oude vrouw op.
Met een "Laat me met rust, ik ben niemand tot last" wil ze de deur meteen weer dichtsmijten, maar ik ben haar voor: "Mevrouw, u hebt gelijk, maar ik zie dat uw woning wel een opknapbeurt kan gebruiken. Misschien kan ik u helpen als u me eventjes binnen wil laten." Dat werkt en eenmaal binnen vraag ik of ik mag rondkijken.

Mevrouw kijkt nu angstig naar mij op. "Ik heb wel een probleem", zegt ze ineens. Daarbij trekt ze vrij krachtig een ranzige stoel opzij. Verbijsterd kijk ik naar een grote herdershond die op een vloerkleed ligt. Hij lijkt vergroeid met het kleed en zit onder de korsten en zweren. Overal ligt ontlasting en andere viezigheid. Als ik de hond beter bekijk, zie ik dat het achterlijf zelfs al in staat van ontbinding is. Hoe is het mogelijk!
"Ik kan er geen afstand van doen, hij is het enige wat ik heb", zegt het oudje nu huilend.
Dat ken ik: in mijn carrière ben ik honderden eenzame bejaarden met huisdieren tegengekomen. Ze stoppen er al hun liefde in, maar als zo'n beestje ziek wordt, willen ze het niet zien.

"Ik weet dat u gek bent op uw hond," zeg ik, "maar als u echt van hem houdt moet u hem uit zijn lijden verlossen. Ik raad u aan om afscheid van hem nemen en een boodschapje te gaan doen. Als u terugkomt is het probleem opgelost. Ik beloof u dat ik het heel netjes zal doen."
Verdrietig, maar ook zichtbaar opgelucht knielt ze even later voor haar hond neer, knuffelt hem stevig, fluistert nog een paar lieve woordjes en weg is ze.

Kort daarop laat de dierenarts het arme beest inslapen. Ook voor mij was het een moeilijke, maar goede beslissing.

Straatmuzikant, wat een feest is dat!

Nicolaas Scharn.

door Nicolaas Scharn
Als kind zag ik al straatartiesten en straatmuzikanten. Leuke lui, alhoewel er ook engerds en niet zo muzikaal onderlegde medeburgers bij waren. Ik werd altijd geboeid door het ogenschijnlijk vrije leven dat zij leken te lijden en danste en zong luidkeels mee met het draaiorgel of gooide een paar centen in een krantenpapiertje vanaf het balkon in de handen van de optredende.

Bureaucratische dienders
Onder de luifel van de Stadsschouwburg zag ik de op het conservatorium afgestudeerde meneer Cochius - wiens dure fluit nogal vaak de sjaak was door de aculturele en bureaucratische dienders - hele fluitconcerten op zijn dwarsfluit produceren en bij de ingang van de Nieuwe Kerk stond de ouwe violist met de tweedjas en de vuile sjaal. Op de Nieuwendijk ter hoogte van Cineac zat op een klapstoeltje de blinde harmonicaspeler wat nootjes te produceren en eeuwen later zat daar zijn eveneens visueel gehandicapte zoon. Op de Dam genoot ik van Jan Klaassen en Katrijn in de illustere poppenkast van de Capaldi's. Het kon zelfs voorkomen dat ik door de openstaande ramen van mijn middelbare school een vrolijke deun van het Perlee-orgel hoorde, hetgeen mijn aandacht afleidde en het lesgeven van mijn aardrijkskundeleraar ernstig bemoeilijkte.

Straatartiest aan bederf onderhevig
Daar we de steden de laatste decennia aardig opgecleand hebben en onze voorstellingen alleen nog mét vergunning in de Heinekenhallen mogen verrichten, lijkt het fenomeen straatartiest aan bederf onderhevig. Nog meer slechte naam kreeg het doordat iedere sjofelaar die met een plastic maskertje van de Action op een sinaasappelkistje bevroren ging staan doen op agressieve wijze geld uit de zakken van de argeloze toekijker probeerde te kloppen en ook de uitgebuite Roemeense dames die op een afgekloven trekzak de uitgang van de diverse supermarkten versperden, deden het beeld geen goed.
Bij onderzoek in de Lage Landen en in Vlaanderen blijkt dat de regels omtrent het in de buitenlucht onversterkt mogen spelen per stad verschillen. De ene stad is daar zeer streng in en wil het eigenlijk niet, terwijl men bij een stadje even verderop de zaken redelijk door de vingers ziet en alleen bij uitwassen tot actie overgaat.

Nicolaas Scharn in actie.

Almeerse en Amsterdamse scholen
Toen ik met pensioen ging, ben ik met mijn instrumenten de Almeerse en Amsterdamse scholen en kinderdagverblijven afgegaan om met name de zeer jonge kinderen te verblijden met muziek, zang, dans en wat verkleedmomenten. Dat liep storm! Het leek wel of ze jarenlang verstoken waren geweest van eenvoudige huis-tuin-en-keuken-liedjes die je bij mamma of oma op schoot hoort te leren. Bij zo veel succes besloot ik mijn activiteiten ook op een meer ongedwongen wijze aan het publiek over te brengen door mijn accordeon, een gek hoedje en wat ballonnen in stelling te brengen. Ik werd straatmuzikant in Almere. Met zang en akoestische nootjes.

Dat ging ik dus NIET doen
Dat is jaren prima gegaan, en ik merkte aan het publiek dat zij e.e.a. zeer waardeerde. In juli 2015 werd mij door Almeerse handhavers verteld dat ik niet meer buiten mocht spelen en geen mensen meer mocht verblijden. Er moest een 200 euro kostende vergunning aangevraagd worden en ik moest me laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. En zo waren er nog meer richtlijnen. Het kwam erop neer dat ik voor die tien zonnige namiddagen per jaar flink in de buidel moest tasten en flink wat tijd moest nemen om de dikke pakketten aanvraagformulieren te begrijpen en in te vullen. Dát ging ik dus NIET doen!!!
Ik schreef me een tijd suf, vroeg gesprekken aan enz. enz. Allemaal richting stadhuis. Ik kreeg te horen dat de APV-regeling nu eenmaal aangepast moest worden vanwege het hierboven genoemde fenomeen (de uitgebuite Roemeense dames), maar ik op mijn beurt bleef de dames en heren van het stadhuis bestoken met de vraag waarom dit over de hoofden van die twee of drie goedwillende amateurstraatmuzikanten moest. Na veel gesprekken en briefwisselingen, o.a. met de burgemeester en de wethouder zelf, en na veel ophef in de plaatselijke pers, werd er per 1 april 2016 aan mij kenbaar gemaakt dat ik weer mocht spelen. Wel moest ik een of twee daagjes van tevoren even bellen of mailen zodat men wist wie er waar ging staan musiceren, zodat de surveillerende handhavers zouden snappen dat ik weer acte de présence mocht geven.
Ik geniet nu weer elke week bij de McDonald's in Stad en bij de Vomar in Haven. En de toeschouwers, vaak bestaande uit ex-Amsterdammers en springende kleuters, krijgen van mij een Jordanese medley, wat kinderliedjes en een ballon. Ik zie aan hun gespring en aan hun meezingen dat ze het erg leuk vinden! De gekste voorvallen maak ik mee: van meeoptredende ballonnenkunstenaars enmeezingende bejaarden tot hele clubjes die mij toewuiven. Ik voel me net de rattenvanger van Almere. Maar dan zonder ratten!

Potasch en Perlemoer (1)

door Hans Cohen
Onlangs stond er een artikel waarin Potasch en Perlemoer werd aangehaald, waarbij iemand de vraag stelde wie naast Hans Boskamp mee speelde. Ik denk dat dat Jan Blaaser was. Ik herinner me uit mijn studententijd in de jaren 60 dat ik Jan Blaaser gezien heb in die rol.

Potasch en Perlemoer (2)

door Maaike de Graaf
Naar aanleiding van uw artikel wilde ik even reageren op het volgende. Ik heb geen idee over welke jaren Fred van Riemsdijk het heeft aangaande Potasch en Perlemoer. In de jaren vijftig waren de toneelspelers (acteurs) in Postasch en Perlemoer Johan Kaart en Johan Boskamp.
In de jaren zeventig (om precies te zijn 1972) speelde zijn zoon Hans Boskamp - stevig gebouwd en donker haar - (ooit voetballer bij Ajax, inderdaad) ook deze rol; hij viel toen in voor de zieke Johan Kaart. Daarna speelde hij deze rol opnieuw in de jaren tachtig bij het Amsterdams Volkstoneel (samen met Lex Goudsmit).

Trein bij Javastraat

door Karel Smit
Onlangs kwam ik een foto tegen van de treinovergang tussen de Javastraat en de Van Swindenstraat. Deze overgang was gelijkvloers. Ik heb nooit iets anders gezien dan een viaduct tussen deze twee straten. Nu vraag ik me af: hoe en waar daalde de trein van het viaduct over het lozingskanaal en de gelijkvloerse overgang van de Javastraat en de Van Swindenstraat. Weet iemand hier het antwoord op?

Wie heeft Hanneke Serno gered?

door Piet van Delsen
Ik wil graag terugkomen op het artikel 'Heeft Piet Delsen Hanneke Serno gered?', dat alweer enige tijd terug in de Amsterdamse Krant stond. Ik heb namelijk de hoop dat mijn toenmalige buurmeisje Silvia zichzelf herkent en kenbaar zou willen maken of zij ooit de ware toedracht heeft opgebiecht. Daar ben ik erg nieuwsgierig naar. Deze Silvia heette Heidelberg en zij had twee halfzusjes die Serno heetten. Dit heb ik van een oude buurjongen waar ik mee was bevriend in die tijd.

Hij ging dood aan heroïne, aan hem viel niets te verdienen

De Warmoesstraat in 1958, ver voordat de straat een no-goarea was.

door Frans Raap
Vooral in de zeventiger en tachtiger jaren werd Amsterdam overspoeld door no-budgettoeristen. Deze mensen, vooral Duitsers en Italianen, kwamen naar het Mekka van het Noorden om een vorstelijke shot heroïne te nemen in de vele hotels van minder kaliber. De heroïne in Amsterdam was van een andere samenstelling dan deze mensen gewend waren, zodat velen van hen een vroege dood stierven. De rechercheafdeling had het vrij druk met de afhandeling van de vele doden. Soms hadden wij in een weekend wel 4 heroïnedoden. In vele gevallen wisten wij de familie te achterhalen, die dan voor de begrafenis zorgdroeg. In enkele gevallen kon de familie niet bereikt worden of was niet in staat om hun nabestaande een menswaardige begrafenis te bezorgen. Immers, i.v.m. de Wet op de lijkbezorging moest de dode binnen vier dagen begraven worden. In een dergelijk geval namen wij contact op met het Gemeentelijk Bureau voor Lijkbezorging. Men werd dan 'voor de armen' begraven. Dat gebeurde altijd op de Ooster Begraafplaats. Marijn en ik moesten nog iets regelen bij het genoemde bureau en wij waren toevallig getuige van de teraardebestelling van een van deze ongelukkigen, waarvan wij pvb hadden opgemaakt. Door nieuwsgierigheid gedreven gingen wij even kijken. De kist werd begeleid door twee mannen met hoeden met het Amsterdamse wapen. Verder was er niemand aanwezig. Bij het graf gekomen nam een van hen plechtig zijn hoed af. Hij vertelde dat het traditie was om toch nog even iets tegen de overledene te zeggen. Hij stond aan de rand van het graf en sprak plechtig de volgende woorden: "Hij is gestorven aan de heroïne, aan hem viel niets te verdienen. Dichtgooien." Hoewel wij op een begraafplaats stonden, hadden wij toch moeite om ons lachen in te houden.

Toeristen, dagjesmensen en ongure types kleuren De Wallen

door Theo Evers
Ik verheugde me altijd weer op de nachtdiensten en speciaal die in het weekeinde. De Wallen zijn dan afgeladen met toeristen, dagjesmensen en andere, al dan niet ongure, types, die de buurt kleur geven. Tijdens een van die nachtdiensten ging ik met collega J.H. en een gast (stagiair) Huub T. uit Eindhoven in burgerkleding de straat op. Na enkele uren door de buurt gesurveilleerd te hebben zonder noemenswaardige voorvallen, besloten wij tegen 04.00 uur onze surveillance voort te zetten met de burgerwagen. Toen wij op een gegeven moment over de Oudezijds Achterburgwal reden in de richting van de Stormsteeg, passeerden wij twee negroïde mannen. Collega H., die rechts naast mij zat, maakte mij attent op het feit dat deze mannen kennelijk belangstelling hadden voor een dronken, naar later bleek Engelsman, die aan de overzijde van de gracht in dezelfde richting sjokte. Deze mensen kun je beschouwen als wandelende piggy banks (spaarvarkens) en zijn vaak het slachtoffer van een beroving. Wij zagen dat de mannen de Engelsman met hun ogen bleven volgen en hun stap versnelden. Wij hadden het vermoeden dat de mannen deze dronken Engelsman gingen beroven en ik parkeerde hierop de burgerauto snel in een parkeervak. Wij zagen dat de mannen inmiddels de eerstvolgende brug overgelopen waren en enkele meters achter de Engelsman liepen.

Ook wij liepen aan dezelfde kant van de gracht op enkele tientallen meters achter de mannen en zagen dat zij de Engelsman gingen insluiten. Een van de mannen pakte hierna de Engelsman beet terwijl de andere man de Engelsman verhinderde verder te lopen door voor hem te gaan staan.

Hierna ging alles snel. Wij zagen dat de beide mannen tegen de Engelsman spraken en dat een van hen een glimmend voorwerp aan de Engelsman liet zien. Hierop zagen wij dat de Engelsman iets (naar later bleek geld) uit zijn zakken haalde en dit aan een van de mannen gaf. De mannen liepen hierna snel bij de Engelsman vandaan in de richting van de Stormsteeg. Wij zagen dat de Engelsman de eerste de beste steeg linksaf ging in de richting van het Oudekerksplein.

Jeroen zei tegen mij: "Ik spreek die man even aan. Volg jij die twee mannen?" Huub en ik liepen vervolgens achter de twee mannen aan over de Oudezijds Voorburgwal, nog steeds richting Stormsteeg.

Enkele minuten later hoorde ik collega J. over de portofoon: "Ze hebben de man beroofd en hem bedreigd met een mes. Ik breng het slachtoffer even naar het bureau en vraag om een paar postjes ter ondersteuning."

Huub en ik hadden ondertussen gezien dat beide straatrovers de Boomsteeg in waren gelopen en halverwege in die steeg een hoertje aanspraken.

Hierop ging een van de straatrovers bij dat hoertje naar binnen terwijl de andere voor de deur van het peeskamertje bleef staan wachten.

Het duurde niet lang of enkele collega's kwamen ter plaatse en binnen enkele seconden hadden wij een van de straatrovers geboeid en wel op het trottoir liggen.

Andere collega's doken het peeskamertje binnen en troffen de andere straatrover geheel ontkleed op zijn rug, op het bed aan terwijl het hoertje eveneens naakt op hem zat en voorbereidingen trof om de man ergens anders vanaf te helpen.

Voor hij het wist was ook hij aangehouden en werden beide straatrovers naar het bureau overgebracht.

Nadat de Engelsman aangifte had gedaan kon hij, gelukkig ongedeerd, zijn weg vervolgen.

Beide straatrovers zijn in een later stadium veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.