De Amsterdamse Krant

16 april 2016

De Amsterdamse Krant 16 april 2016


'De Jordaan gaat naar de galamiezen!'

De beeldengroep op de Elandsgracht stond er jarenlang zo bij.

Het was op 7 februari exact 25 jaar geleden dat burgemeester Ed van Thijn het eerste borstbeeld van Johnny Jordaan aan de Elandsgracht onthulde. Later kwamen er beelden bij van Tante Leen, Manke Nelis, Bolle Jan en zijn vrouw Mien en accordeonist Johnny Meijer. Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe inrichting van het plein. Wij vonden het een mooie aanleiding u te vragen om uw herinneringen aan een of meerdere legendarische Parels van de Jordaan aan de lezer toe te vertrouwen en vroegen ons af waarom Willy Alberti er niet staat. We kregen schitterende reacties.

door Eibert Draisma
Jack Spijkerman bombardeerde hem tot Redder van de Jordaan, Paul de Leeuw voerde hem op als de Zingende Burgemeester van het Johnny Jordaanplein, D66 eerde hem met het Valentijnslintje en de Dienst Wonen gaf hem de eretitel Buurtheld van de Jordaan. "Een unieke Amsterdammer is heengegaan." Zo luidde tekst in de advertentie die zijn familie in de Echo plaatste. Op 23 oktober overleed Hannie Pastor. De begrafenis vond in besloten kring plaats op Vredenhof.

Niet verwateren
14 februari 2004. D66-fractievoorzitter Yellie Alkema verrast de beheerder van het Johnny Jordaanplein met het Valentijnslintje voor zijn inzet en betekenis voor het centrum van Amsterdam. Hannie Pastor toont zich verguld, maar het weerhoudt hem er later niet van om in actie te komen tegen het plan van D66-wethouder Frankfurther om de Elandsgracht weer open te graven. "Laat de Jordaan niet verwateren!", vindt de 'burgemeester' van het Johnny Jordaanplein, die nooit om oneliners verlegen zit. Geboren en getogen in de buurt, schoolgegaan op de Emmaschool aan de Passeerdersgracht, zet hij zich vele jaren met ongekende toewijding in voor zijn buurt. Op diens sterfbed in 1989 zweert hij zijn vroegere buurjongen Johnny Jordaan dat die in zijn oude buurt voor eeuwig geëerd zal worden. "Vroeger werd op de Jordaan en de Jordanezen neergekeken, maar Johnny heeft ons van ons minderwaardigheidsgevoel afgeholpen", zo is Hannies vaste overtuiging. Eigenhandig spijkert hij het naambordje op en tot ver over de grenzen van de Jordaan gaat men de kop van de Elandsgracht Johnny Jordaanplein noemen.

Willy Alberti met zijn neef Johnny Jordaan, Foto: YouTube

'Samen in de hemel, samen op het plein'

In 1991 onthult Ed van Thijn er het schitterende door Kees Verkade gemaakte borstbeeld van de legendarische volkszanger. In 1993 voegt Tante Leen zich erbij, eveneens van de hand van Verkade. "Samen op de bühne, samen in de hemel, samen op het plein", vindt Hannie. In 1995 doopt PvdA-wethouder Guusje ter Horst het pleintje officieel tot Johnny Jordaanplein. Hiermee trotseert zij het advies van de Straatnamencommissie, die voor de vernoeming van de wereldartiest aan een woonerfje dacht met namen van vaderlandse kleinkunstenaars in Zuidoost. Ook passeert Ter Horst de Staatsliedenbuurt die het Frederik Hendrikplantsoen allure wil geven door het om te dopen tot Johnny Jordaan Rotonde. Arnold Cornelis voorziet de feestvierende massa op de Elandsgracht van speciale Johnny&Tante Leen-gebakjes. "Nu ook samen op één gebakje!", lacht Hannie.

'De Jordaan gaat naar de galamiezen!'

In 1997 wordt ook de in 1992 overleden accordeonist Johnny Meijer in brons op het steeds vollere Johnny Jordaanplein gezet. "Weg met die kabouter!", roept de uit Monaco overgevlogen Kees Verkade in de roddelbladen. Voor de AT5-camera bespuugt hij het beeld van de artiest die in 1956 in Parijs was uitgeroepen tot de grootste accordeonist ter wereld. Maar Guusje ter Horst danst met initiatiefnemer Hannie Pastor en Rob Cerneus, de schepper van het beeld. "Elk jaar zo'n feest en elk jaar zo'n beeld erbij!", roept ze tot de feestvierende menigte. Daarna duurt het tot 2005 voordat er op initiatief van Pastor weer een beeld wordt geplaatst. Guusje ter Horst wordt burgemeester in Nijmegen en Hannie verzorgt met buurtbewoner Fritz Mooy dagelijks het pleintje, het groen en de beelden, ruimt de rommel op en aarzelt niet bezoekers aan te spreken als zij het pleintje onteren dat zich tot een waar bedevaartsoord en een belangrijke toeristische trekpleister ontwikkelt. Via de media draagt Hannie geregeld gepassioneerd zijn boodschap uit: "De Jordaan gaat naar de galamiezen!" De Jordanezen worden op een nette manier uitgeroeid, hun huizen worden onder hun gat vandaan verkocht. Met hen verdwijnt de humor, de sfeer en het hart van de Jordaan.

'Hou de Jordaan schoon en groen!'

Op het gebied van de leefbaarheid heeft Pastor een heldere boodschap: "'t Zijn de kleine dingen die het doen: hou de Jordaan schoon en groen!" In de jaren dat er geen beelden worden bijgeplaatst organiseert Hannie op het plein spontane vieringen en feesten, zoals bij de presentaties van Bert Hiddema's klassiekers De zon schijnt voor iedereen en Johnny Jordaan, de biografie. Altijd op zondagmiddag, want: "Johnny's liedjes zijn de psalmen van de Jordaan!" Altijd stroomt het pleintje vol, altijd krijgen de ouderen een zitplaats op de eerste rang en altijd treedt een keur aan Amsterdamse artiesten belangeloos op en laten ook de Elandsgrachtondernemers zich niet onbetuigd.

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat

Gielijn Escher is een van de meest trouwe inzenders van de raadplaat. Maar hij heeft ook een mooie foto gestuurd waar de andere trouwe inzenders hun tanden op kunnen stuk bijten. Hij meent dat voor de echte kenners van de stad dit een herkenbare plek moet zijn, hoewel de foto van 1923 is. En o ja, opzoeken in de beeldbank heeft geen zin, want daar is deze raadplaats niet te vinden, meldt Gielijn.
Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl. Veel succes!

WO II

De volgende editie verschijnt op 29 april en van die editie maken we in de aanloop naar 4 en 5 mei een soort special met veel verhalen uit de Tweede Wererldoorlog. We hebben al een aantal mooie artikelen, maar zoeken nog meer mooie bijdragen.
Heeft u iets waarvan u denkt: dat mag dan niet ontbreken? Wij ontvangen die bijdrage, die over van ales mag gaan, dan graag.
Uw inzending, liefst met foto's, kunt u sturen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

'Laat de Jordaan niet verwateren!'

Tante Leen op single.

Vervolg van de voorpagina.

Najaar 2003 lanceert universiteitsblad Folia een special over de pleinen van Amsterdam. Het Johnny Jordaanplein blijkt het gezelligste en menselijkste.

Willy Alberti wordt herdacht met een gedenksteen in 'zijn' Westerkerk.
Johnny Meijer was een van de grootste accordeonisten aller tijden.
Manke Nelis maakte veel meer hits dan alleen Kleine Jodeljongen.

Schrijver Bert Hiddema: "Maar wat als het plan doorgaat om van de Elandsgracht weer een gracht te maken? Dan zullen Pastors Parels van de Jordaan in de golven verdwijnen."

Pastor: "Dat is een plan van een partij die zich af en toe moet laten horen. Dit plein blijft altijd bestaan. Dat zijn we verplicht aan Johnny. Die is onsterfelijk."

Als Frankfurther doorgaat met zijn grachtenplan slaan Hannie, de bewoners en ondernemers van de Elandsgracht de handen ineen. Op vier na tekenen alle ondernemers tégen de gracht. "Laat de Jordaan niet verwateren!", weerklinkt Hannies boodschap. Het alternatief: een wandelpromenade à la de Ramblas in Barcelona.

Eind 2004 verdwijnt het grachtenplan in de prullenbak. Als Job Cohen eind 2005 onder overweldigende belangstelling van buurtbewoners en media weer een beeld onthult, citeert Guido Frankfurther de Jordaankrant: "Want mooier kan ik het niet verwoorden: de bijplaatsing van Manke Nelis vormt de bekroning van het eerbetoon aan de grote Jordaanartiesten van weleer, in het hart van de buurt die hen heeft voortgebracht, de buurt die zij op hun beurt hun glans verleenden. Met Manke Nelis in hun midden zal de in Europa unieke beeldengroep nóg meer cultuur- en Jordaanliefhebbers, hetzij te voet of per fiets, naar het smartelijk lapje grond in het centrum van Amsterdam voeren."

Vijf dagen na Hannies overlijden worden de beelden van het Johnny Jordaanplein verwijderd en tijdelijk opgeslagen in verband met de vernieuwing van de Elandsgracht. Ze komen terug op wat de Ramblas van Amsterdam moet worden. Jammer dat Hannie dat niet meer meemaakt, maar zijn motto blijft. "Laat de Jordaan niet verwateren!"

Willy Alberti wordt herdacht met een gedenkplaat in 'zijn Westertoren'

Wij vroegen ons ook af waarom Willy Alberti niet op het Johnny Jordaanplein staat. Daar kregen we onderstaande reactie op.

door Anne Sieveking Hoogendijk
Willy Alberti wordt herdacht met een gedenkplaat, geplaatst in de muur van 'zijn Westertoren' aan de kant van de Prinsengracht. De Oude Wester die mij ook zo dierbaar is. Vanuit mijn ouderlijk huis aan de Keizersgracht kon ik op de toren kijken en het carillon en de klok bepaalden voor een groot deel onze dagindeling.
Geboren in 1938, de gracht was nog zo rustig. Nauwelijks auto's, geen lawaai en geen bootjes in de gracht. De winters waren streng en we konden zo vanaf de kant het ijs op om te schaatsen. Heerlijk om op straat te spelen, op de stoepen, op de middenweg, dat kon toen nog! Zo stil als een dorp. Als prinses Wilhelmina, toen nog koningin, meestal in september een week in Amsterdam was, wandelde zij samen met een hofdame 's avonds langs de grachten en kwam zij vaak voorbij.

Metsel een steen
Vorig jaar, in het kader van 'Metsel een steen' is er een steen gemetseld in een muur van de Westerkerk, ter herinnering aan mijn moeder Annetje. Zij was geboren aan de Egelantiersgracht en vorig jaar, bijna 103 jaar oud, overleden. In 1935 trouwden zij en mijn vader in de 'Wester'. De steen zit hoek Westermarkt/Keizersgracht. Wat een ereplaats voor haar, Amsterdamse in hart en nieren.

Mijn kleinzoon weet niet wie Manke Nelis was

door John den Akker
Laatst was ik, ook alweer 62 jaar, met mijn kleinzoon van 19 op het Rembrandtplein. Hij kende de Escape. "En daar, weet je wat daar heeft gezeten?", vroeg ik en ik wees naar de hoek met het Thorbeckeplein. Daar is nu een tent met veel muziek die jongeren aanspreekt. Mijn kleinzonn had geen idee. "Daar zat Manke Nelis, heb je daar wel eens van gehoord?" Niet dus. Toen ik hem vertelde dat dat de The Shorts of London was ('We hebben het gevonden, in The Shorts of London') die zo bekend was en het liedje 'Kleine Jodeljongen' groot had gemaakt, ging hem bij hem een heel klein lichtje branden. Dat liedje kende hij wel, vaag, maar wie Manke Nelis was? Hij had geen idee.
Ach ja, Manke Nelis. Wat waren dat altijd een feestavonden in The Shorts. Eerst even een biertje pikken bij Monico aan de andere kant van het plein en daarna, rond een uur of half elf want eerder moest je er niet zijn, naar die Gouwe Tent waar Manke Nelis tot zijn dood in 1993 heeft gezongen. Hij was geboren als Cor Pieters en was een neef van Johnny Meijer. In de jaren 50 noemde hij zichzelf Carlo Pietro, maar dat weet bijna niemand meer, ben ik bang. Hij was mank geworden nadat bij een motorongeval in Frankrijk de medici vergeten hadden een tetanusprik te geven. Het leverde hem ruim een ton aan guldens op, maar weg been.
Manke Nelis, dat is Amsterdams cultuurgoed. Mijn kleinzoon haalde zijn schouders erover op. Zijn held? Ik heb geen idee, maar in elk geval geen zanger uit de Jordaan, triest genoeg.

Johnny Meijer speelde alles, behalve klaverjas

door Lars Damstra
Jan Cornelis 'Johnny' Meijer (1912 – 1992) was een bekende Amsterdamse accordeonist. In de jaren 50 trad Johnny Meijer veel op in binnen- en buitenland en in 1953 en '54 verwierf hij de titel 'Koning van de Accordeon.' "Ik speel alles, behalve klaverjas", liet hij zich ooit ontvallen in een interview.

Johnny komt uit de Jordaan, waar hij van een oom accordeon leert spelen. Zelf speelt hij liever piano, maar daar wil zijn moeder niets van weten. Op zijn 14de sluit hij zich aan bij het accordeontrio Van Dijks Origineele Volendammers en twee jaar later wordt hij lid van het accordeonkwartet The Four Serenades. Later wordt hij solist bij onder andere The Ramblers, maar hij speelt ook veel in Amsterdamse cafés.

Na de oorlog wordt hij pas echt een accordeonist van wereldfaam. Hij treedt veel op, onder andere voor de radio en later de televisie, maar ondanks optredens met onder anderen Josephine Baker en Maurice Chevalier gaat hij weer terug naar de cafés. Vanaf de jaren 60 treedt hij op met zijn zwager Cor Pieters, beter bekend als Manke Nelis, in cafés op het Amsterdamse Rembrandtplein, waaronder San Remo en de Shorts Of London. Ook zijn ze geregeld te horen in Café Nol in de Jordaan ('Altijd lol in Café Nol'). Halverwege de jaren 80 krijgen de twee ruzie, wat nooit meer goed komt. Het gaat met Johnny dan al de verkeerde kant op als gevolg van het overlijden van zijn tweede vrouw in 1980, maar rasartiest als hij is, blijft hij optreden. In december 1991 heeft hij in het Concertgebouw een succesvol optreden met het Amsterdam Saxophone Quartet. Dan is hij al verzwakt en een maand later overlijdt hij. In 1996 is op de Elandsgracht een standbeeld van hem onthuld.

'De familie had niet eens genoeg middelen om het meisje een redelijke lunch mee te geven'

Mies van der Post werkte bij Hirsch.

door Bram Huijser
Mies van der Post (de latere echtgenote van Bram Huijser 16-10-1922) werd geboren op 14 augustus 1915 in de Oostslootstraat 1b in een klein huisje vlak bij de marinehaven van Den Helder als dochter van de Korporaal der Mariniers Bartel Sybrandus van der Post en Maria Margaretha Antoinette Kok. Toen zij twee jaar was verhuisde de familie naar Amsterdam. Het vervoer van de familie en inboedel ging met de trekschuit naar Amsterdam.

Rozengracht
Eerst woonde het gezin op de Rozengracht en andere adressen en uiteindelijk in de Brederodestraat. Ze doorliep daar de lagere school (de Justus van Effenschool) in de Helmersbuurt toen de familie daar woonde met goed gevolg, maar mocht van haar vader niet doorleren. Haar broer Bart vertelde haar dat in de put voor het huis kaboutertjes leefden. Vanuit de Brederodestraat vertrok het gezin naar de Adelaarsweg in Noord. Haar school stond in Het Vliegenbosch. Haar onderwijzer heeft daar haar vader toen gesmeekt om haar nog een jaar langer op school te laten, zodat zij de 6e klas twee keer heeft gedaan. Ook drong hij aan om haar te laten doorleren. Maar dat vond haar vader niet nodig, zij moest maar huishoudelijk werk gaan doen. Dat werk deed zij bij haar moeder thuis en bij vriendinnen van haar moeder.

Modemagazijn Hirsch
Als zestienjarige ging zij in 1931 bij Modemagazijn Hirsch werken in een administratief baantje bij de controle van door de ateliers vervaardigde kledingstukken. Zij moest dan per kledingstuk noteren welke materialen er gebruikt waren zoals stof, garen, knopen en andere versiersels. Die materialen werden ook door haar afdeling voor verwerking naar de ateliers gebracht. Zo werd dan de verkoopprijs vastgesteld. Die kledingstukken moest zij daarna naar de betreffende verkoopafdeling of paskamer brengen. Tijdens haar loopbaan heeft zij tweemaal koningin Wilhelmina in een paskamer gezien tijdens het bezorgen van kledingstukken. Zij deed dit werk niet alleen, maar met een tiental collega's.

Het Hirsch gebouw is een rijksmonument. Nu zit Apple erin Foto: Ingrid Handjes

Marie Johansen
Dit waren overwegend joodse meisjes van dezelfde leeftijd. Haar cheffin was Marie Johansen. Mies kwam altijd op de fiets uit Noord en ging dan met de pont over op weg naar haar werk. Een van haar joodse collega's - Bella Blanes - (Amsterdam, 20 juli 1911 – Sobibor, 9 april 1943) met wie zij bevriend was, woonde in de Blasiusstraat in een tamelijk armoedig gezin. Die familie had niet eens genoeg middelen om het meisje een redelijke lunch mee te geven. De moeder van Mies zorgde dan ook voor een dubbele portie boterhammen zodat er voor beiden genoeg te eten was. Dit joodse meisje is in de oorlogsjaren samen met al haar joodse collega's die bij Hirsch in dienst waren door de Duitsers in Polen om het leven gebracht.

Verpleging
Mies werkte twee jaar bij Hirsch en ging later in de verpleging werken. Zij haalde in 1943 haar diploma Ziekenverpleging A in het Stadsziekenhuis in Purmerend. Op 21 mei 1947 trouwde zij met Bram Huijser en gingen op de Herengracht 234 in Amsterdam wonen. Op 25 september 1947 werd dochter Anneke geboren en op 13 augustus 1963 kwam Kees Huijser op de wereld. Kees werkt sinds 1988 bij het NIKHEF (Nederlands Instituut voor hogere Kernfysica) aan de Ooster Ringdijk in Amsterdam-Oost en woont al sedert 1981 in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Dochter Anneke woonde in Amsterdam, Delft, Borger, Drouwen, Stadskanaal en woont nu in Wilhelminaoord in Drenthe. Zij had 25 jaar een boekhandel in Utrecht.

Fotoprijsvraag
Haar vader Bram Huijser (nu 93 jaar) woont nog steeds in Musselkanaal in de provincie Groningen. Anneke en haar vader Bram doen al heel lang mee aan de fotoprijsvraag van de Amsterdamse Krant. Al eerder plaatste de Amsterdamse Krant herinneringen van Bram Huijser en Anneke Huijser had vaak goede oplossingen met de fotoprijsvraag.

Vondelschool

door Rop Riphagen
Samen met een aantal andere oud-scholieren van de Vondelschool - tot 1983 gevestigd aan de Jekerstraat 84 - 86 - ben ik bezig een grote reünie te organiseren die zal plaatsvinden op 16 april.

Ter gelegenheid van deze reünie willen we een klein boekje aan alle reünisten uitreiken met daarin de geschiedenis van de Vondelschool. En niet alleen van de Vondelschool, maar van alle andere scholen die in datzelfde gebouw waren gevestigd. Dat waren achtereenvolgens de Jekerschool en de Heijmansschool. Daarna volgden de Michel de Klerkschool (vernoemd naar de bouwmeester van de Amsterdamse School die in 1924 op relatief jonge leeftijd is overleden) en de Vondelschool. Vervolgens de Joodsche school nummer 10 en nummer 11 en tenslotte weer de Vondelschool (vanaf het schooljaar 1944 tot 1955).
Wij hebben over het gebouw behoorlijk wat informatie kunnen verzamelen, o.a. de datum van aanbesteding door de gemeente Amsterdam en ook over de geschiedenis gedurende de oorlog weten we behoorlijk wat feiten. Waarover we nog in het duister tasten is de datum waarop de school in gebruik genomen is en over wie destijds de opening heeft verricht. Onze vraag: is er iemand van de lezers die dit weet?

De RPS

door Joop Groot
Ik ken Ton Rikkelman (die de raadplaat van de Nieuwendammerdijk instuurde-red.) toevallig en we hebben bij dezelfde baas gewerkt, te weten de RPS. Ik weet ook nog dat Ton op een sportschool zat bij of met Rudi Falkenhagen (Van "mooie p p parels, fijne p p parels") op de Nieuwendammerdijk. Ik heb zelf op de Waddenweg gewerkt bij Bakkerij West Friesland. Die zat als het ware om de hoek.

Poortje Amstel 98

door mr C.C.J. van Rietschoten
Aanvulling en aantekening bij de afbeelding en het artikel over het poortje dat aan de Amstel 98 staat.
Ik las elders dat het joyeuze poortje in 1746 is vervaardigd door Pieter Pantel, wiens naam is te vinden op de achterzijde van de poort.
Er wordt - zegt uw artikel - een psalm in het Latijn geciteerd op de afbeelding boven het poortje (voorzijde .
Deze Bijbeltekst is die van Psalm 41 vers 1 (in oude vertaling: 'Wel gelukzalig is hij, die zich verstandelijk gedraagt jeegens eenen ellndige; de Heere zal hem bevrijden ten dage des kwaads').
Op het poortje zien we echter als aanduiding: 'XL V:j' en uw tekst neemt dan ook over: Psalm nummer '40'. Heeft de opdrachtgever van Pantel zich in 1746 verschreven of heeft Pantel zich bij de uitvoering verbeiteld?
En wat zullen de tekstvaste gereformeerde passanten, wandelend langs de Amstel, er sinds 1746 wel van gedacht hebben? (Dat zou 'bij ons' niet zijn gepasseerd?).

Zonshofje

De hoofdingang van het Zonshofje aan de Prinsengracht.

door Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

Inleiding
Zoals bij het Van Brienenhofje reeds aangekondigd, dit keer het er vlakbij gelegen Zonshofje, eveneens een hofje dat een bezoekje zeker waard is. Het hofje werd ook wel het Nieuwe Hofje genoemd. De naam wordt ook wel als Zon's Hofje of Hofje 'De Zon' geschreven.

Ligging
Het Zonshofje ligt aan de Prinsengracht 159-175. Dat is vlak bij de hoek van de Prinsenstraat in de richting van de Brouwersgracht.

De binnenplaats van het Zonshofje.

Ontstaansgeschiedenis
De naam van het hofje is afkomstig van de vroegere kerk De Zon aan de Singel 118. Daar hielden de Waterlandse en Vlaamse doopsgezinden hun diensten. Maar zij hadden een extra vergaderruimte in een schuilkerk aan de Prinsengracht die De Kleine Zon werd genoemd. Deze schuilkerk werd in 1720 verkocht aan de Friese doopsgezinden. Deze noemden het gebouw De Arke Noachs, omdat hun vorige kerk ook zo heette. In 1752 fuseerden de Friese doopsgezinden met de Doopsgezinde Gemeente. Vervolgens werd besloten twee hofjes die de gemeente elders (in de Tuinstraat) bezat, te verkopen, de kerk af te breken en een hofje te stichten. In het hofje zou ook een weeshuis komen. Het duurde geruime tijd voordat de plannen tot realisatie kwamen, maar in 1765 kwamen de eerste bewoners in het hofje. En de naam werd toen Zonshofje.

Bijzondere kenmerken
Het hofje heeft aan de Prinsengracht een eenvoudige toegangsdeur met daarboven een bord met Zon's Hofje. Achter de deur leidt een smalle gang (de Zonsgang) naar het hofje met de pittoreske binnentuin. Aan de gracht ligt ook de conciërgewoning op nr. 173. Hier bevindt zich ook de regentenkamer. In het hofje bevonden zich in eerste instantie zes benedenwoningen met kelder. Op de 1e en 2e etage waren nog eens twaalf eenkamerwoninkjes met turfzolders. In 1882 vond een uitbreiding plaats met een nieuwe vleugel met negen woningen.
Boven een van de deuren bevindt zich een steen waar de Ark van Noach in is uitgehouwen, die beschenen wordt door de zon. De voorstelling symboliseert het samengaan van de Friese Doopgsezinde Gemeente De Arke Noachs met de eveneens Doopsgezinde Gemeente De Zon. Boven het reliëf is in een eenvoudige omlijsting een klok opgenomen met daaronder een zesregelig vers en het jaartal MDCCLXV (=1765). De tekst van het vers luidt:

t Geloof heeft hier Gods woord ontvouwd;
De Liefde ons dit verblijf gebouwd;
De Hoop blijve ons geduurig noopen,
Om op der zielen Zon te Zien,
Den tijd zorgvuldig uit te koopen,
en dus tot de Ark des heils te vlien.

Het pand Prinsengracht 175 was wel eigendom van het hofje, maar maakte er niet echt deel van uit. Toch is het de moeite waard even naar dit pand te kijken als u er toch bent, want het heeft drie aardige gevelstenen in de pui. Links één met een staand schaap met de tekst Out Schaep, middenin een stier met D*Bonte Os en rechts een lam met Iong Lam (de J werd als I geschreven).

Doelstelling
Het hofje verleende aanvankelijk alleen onderdak aan vrouwen van 50 jaar en ouder, die ten minste drie jaar belijdend lid van de Doopsgezinde Gemeente Amsterdam waren geweest. Maar vele verhuisden naar het Rijpenhofje op de Rozengracht nadat dit begin vorige eeuw was gemoderniseerd. De laatste halve eeuw wonen er daarom 30 vrouwelijke studenten. Zij worden alleen toegelaten wanneer zij het bestuur ervan kunnen overtuigen dat zij gemotiveerd zijn om in een gemeenschap van 30 vrouwen te wonen en de daaruit voortvloeiende taken op zich te nemen.

Toegankelijkheid
Het hofje is van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 18.00 uur toegankelijk. Op zaterdag en zondag is het gesloten. Als u zachtjes met de deur doet en geen herrie maakt, zal men u rustig laten genieten van dit unieke, tamelijk sober vormgegeven, plekje binnen de grachtengordel.

Interieurontwerpen van de Amsterdamse School

In het Stedelijk is van 9 april tot en met 28 augustus een spectaculair overzicht van interieurontwerpen van de Amsterdamse School te zien. Het betreft meubelen, lampen, klokken, keramiek, textiel en grafische toepassingen als behang. De tentoonstelling bevat meer dan 500 bijzondere ontwerpen van onder meer Jaap Gidding, Michel de Klerk, Piet Kramer, Hildo Krop en Marie Kuyken.

De Amsterdamse School (1910-1930) is een expressieve stroming in de Nederlandse architectuur, ontstaan in Amsterdam. De stroming is wat rijkdom aan vormen betreft uniek in Nederland en betrof niet alleen architectuur maar ook ontwerpen voor meubelen en andere interieuronderdelen zoals lampen, klokken, haarden en textiel. In de jaren 20 was de Amsterdamse School van groot belang. De expressieve vormen en kleuren waren uniek in Nederland en waren ook internationaal van invloed.


Bijzondere foto's van kinderen in het weeshuis

Jaarlijks schenken honderden mensen historische documenten aan het Stadsarchief. Oude foto's, drukwerk, familiepapieren en archieven, vaak generaties lang in familiekring gekoesterd. Zo ontving het archief in 2015 drie fotoalbums met portretten van weesmeisjes en -jongens. Deze zijn te zien in de tentoonstelling Bewaard voor de stad, die tot en met 15 juni te zien is in het Stadsarchief in gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat.


'Amsterdam terug aan het IJ'

Amsterdam terug aan het IJ bestaat uit een tentoonstelling met foto's en films die laten zien hoe de IJ-oevers door de jaren heen zijn veranderd. Deze is van 27 april tot en met 19 juni te zien in de Centrale Hal en Filmzaal van Stadsarchief Amsterdam. Vrij toegang.

Vanaf 1987 filmde cineast Henk Raaff wat onherroepelijk veranderen zou. In 1990 richtte hij samen met Willem Heinemeier de Stichting IJbeeld op met als doel alle toekomstige ontwikkelingen langs het IJ vast te leggen. Deze tentoonstelling maakt duidelijk dat de hervorming van de IJ-oevers de meest ingrijpende steden­bouwkundige verandering is die Amsterdam in de afgelopen 25 jaar onderging.

Hotemetoten staken over met twee verkeersbrigadiertjes

Foto: Jaap Bijl

In de Amsterdamse Krant publiceren we altijd de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of van lezers zijn gemaakt. Voor heel wat, en nog een groeiend aantal, trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen.
De raadplaat in de vorige editie van Jaap Bijl was een misser, in die zin dat we deze enkele maanden geleden al eens hadden gepubliceerd. Dom. Desondanks kregen we een paar nieuwe reacties. Het ging om de hoek
Cornelis Krusemanstraat/Hendrik Jacobszstraat. Hieronder staat de raadplaat van de vorige keer.

Iedere trouwe inzender had het natuurlijk door, onder wie Wim Neuhaus die toch weer een leuke bijdrage heeft. "Jullie zijn wel op het verkeerde been gezet door Jaap Bijl (het is niet zijn fout, maar die van ons-red.), want hij heeft volgens mij deze foto al eerder ingestuurd en is toen door jullie als raadplaat in de krant geplaatst. De foto die ik kort daarvoor instuurde was inderdaad de Lomanstraat, maar deze plaat betreft een plek vlak daarbij: de Cornelis Krusemanstraat/hoek Hendrik Jacobszstraat."

Hotemetoten
"Ik heb toen nog als bijzonderheid gemeld dat op die hoek een verkeersbrigadiertjesoversteekplaats was, de honderdste in Amsterdam. Toen jullie in het kader van verdwenen stadsobjecten over die oversteekplaatsen een aflevering wijdden, publiceerden jullie nog een foto waarin de toenmalige hotemetotenburgemeester d'Ailly, wethouder De Roos en commissaris Kaasjager onder begeleiding van twee schoolbrigadiertjes de weg i.c. de Cornelis Krusemanstraat overstaken bij die hoek. Het was een moeilijke raadplaat met eigenlijk alleen een straathoek, nu maar afwachten of inzenders aan de hand van hun geheugen nog de oplossing weten!"

Zo ziet het er nu uit (alleen die bank is inmiddels weg).
Een ansichtkaart van het Rembrandtplein rond 1900.

Geen verhaaltje
Maaike de Graaf laat weten: "Het was even zoeken maar dit is de Hendrik Jacobszstraat (links)/hoek Cornelis Krusemanstraat in Amsterdam-Zuid. Helaas heb ik er geen leuk verhaaltje bij te vertellen."
"PS. Een hulpmiddel om de locatie te vinden was dat ik eerst naar de Lomanstraat ging zoeken (op de Beeldbank) en de naam van de architect zag en toen op die naam weer ging zoeken op de Beeldbank en zo kwam ik uit bij de oplossing. Het was wel even zoeken naar de juiste kruising/hoek."

Makkie
Robin Jonkman: "Dit is een makkie, Cornelis Krusemanstraat/hoek Hendrik Jacobszstraat. Duidelijk zichtbaar op de foto is ook de bovenleiding van tramlijn 16. De Krusemanstraat loopt vanaf het Haarlemmermeercircuit tot aan de kruising met het Valeriusplein, daarna gaat deze over in de De Lairessestraat."

De inboedel
Ruud Sijmons laat weten: "Ten eerste hartelijk dank voor de plaatsing van mijn verhaal over het Rembrandtplein (ik beleefde die goeie oude tijd bijna weer opnieuw) en de benoeming bij de inboedel van de Amsterdamse Krant te horen."
"Verder moet ik helaas bij de nieuwe raadplaat verstek laten gaan, ik zou het echt niet weten, alhoewel het mij een heel klein beetje bekend voorkomt zou ik er geen straat- of pleinnaam aan durven hangen."

Niet goed
Herman Mulder zit op het verkeerde spoor: "Ik denk Spaarndammerdijk/hoek Oostzaanstraat. Ik denk een zondag, gezien de kleding van de personen op de foto. De huizen zijn van een katholieke woningbouwvereniging. Nog later reed tram 12 hier."

G. Jansen zit ook niet goed: "Weet het niet zeker, maar kan het de hoek van de Vincent van Goghstraat en de Ferdinand Bolstraat zijn? Ik meen op de foto ook bovenleidingdraden van de tram te zien (lijn 12 en de verdwenen lijn 25) en in mijn beleving is dit een typische bouw van Amsterdam-Zuid."

De nazit
Ook kregen we in de nazit nieuwe reacties op de vorige raadplaat van Wilna Dag van het Rembrandtplein. En deze zijn weer zeer de moeite waard. Sterker: deze zijn leuker dan de reacties op de raadplaat.

Watersnoodramp
Will Worms: "Even over de raadplaat. Ik was op de avond van die vreselijke watersnoodramp daar, kwam uit Tuschinski en liep naar lijn 5. De stellage van toen nog de Cineac kwam naar beneden. Ik woonde in Oost, was een jaar of 17 en wist nog niet wat komen zou. Ik had de raadplaat goed, hij was ook niet moeilijk. Heel leuk. Alleen is mijn naam Will Worms en geen Wol Worms! Even jammer. Maar ik ben een grote fan van de krant."

Aanvullende mail
Later stuurt Will een aanvullende mail: "Ik bedoel natuurlijk de watersnoodramp in 1953. Het was heel eng die storm. Ook weet ik nog de film in Tuschinski (Sterren stralen overal) met Kees Brusse. Die ging over emigratie. In die tijd gingen veel mensen weg naar ondere Canada voor een betere toekomst. Ik moest wachten op de tram lijn 5 op het Rembrandtplein. Dat vergeet ik nooit meer. Pas de volgende dag hoorde je via de radio wat een enorme ramp het was. Dit wilde ik nog even kwijt."

Botermarkt
Louis van Mulken laat weten: "Het Rembrandtplein heette ooit de Botermarkt, dat las ik eens in Ons Amsterdam. Verder heeft het Rembrandtsquare een lange historie van gebeurtenissen - tegenover het trapje van het plein was inderdaad Heck's gevestigd waar onder anderen Bueno de Mesquita optrad. Bij deze musical bespeelde de begaafde Bueno diverse instrumenten!"

Gebroeders Schiller
"De vier gebroeders Schiller waren geziene personen op het plein. Frits Schiller was een bekend schilder en leerling van Staller. Aan de Schillerzijde van het plein stond ook nog een koetsier met een door een paard getrokken rijtuig - in de wandeling sprak men van apieskoetsier. Deze is later vervangen door een taxistandplaats. Eerder, voor St Germain van Manders, was het een artiestensociety waar bekende artiesten kwamen zoals Henriette Davids met partner."

Bloemen Saar
"Voor de plaats waar Bloemen Saar stond, was een vaste plek van een Duitse dame die ansichtkaarten en snapshots verkocht. Zij prees haar waar aan met boekjes. Verders liepen er toen al veel hoeren in de toen zo populaire bontmantel van Oppossum, of iets dergelijks. Die Duitse dame riep hen na met 'AAL HOER MIT AI BIENTJAS (Oude hoer met een bontmantel."

Trapje
"Bij het trapje tegenover Heck's en café Het Mandje van Arie van Kerkwijk stonden jonge meisjes te prostitueren. Zij stonden dan met een voet op een tree en de andere een tree hoger om zo gegadigden te prikkelen voor een aanval."

Jofele tijd
Hans Schneiders laat weten: "Dat is het Rembrandtplein. Ik werkte als kok in de keuken van Hotel Schiller van 1957 tot 1960. Was een jofele tijd. Met zonnige groeten vanuit Küssnacht, Zwitserland."

Nieuwe raadplaat

Gielijn Escher is een van de meest trouwe inzenders van de raadplaat. Maar hij heeft ook een mooie foto gestuurd waar de andere trouwe inzenders hun tanden op kunnen stuk bijten. Hij meent dat voor de echte kenners van de stad dit een herkenbare plek moet zijn, hoewel de foto van 1923 is. En o ja, opzoeken in de beeldbank heeft geen zin, want daar is deze raadplaats niet te vinden, meldt Gielijn.
Uw inzendingen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl. Veel succes!

'In een ren was ik de remise uit'

Van Jos Wiersema, initiatiefnemer van het Geheugen van de Amsterdamse Tram (www.amsterdamsetrams.nl), hebben we toestemming om artikelen van deze site mee te nemen in de Amsterdamse Krant. Dat geldt ook voor de rubriek van Tom Mulder. We hebben de afgelopen periode al veel verhalen gepubliceerd, met name van echte kenners en 'tramgekken'. De komende periode plaatsen we reacties van enthousiaste lezers van de site die voor lezers van de Amsterdamse Krant ook vaak een feest van herkenning zullen zijn.

door Cees Pot
De passage over de afgevoerde Unions bij een boerderij aan de Middenweg laat mij terugkeren naar een mooie zondagochtend in september 1953. Ik voetbalde toen in de adspiranten bij Swif, en was reserve bij een wedstrijd bij en tegen VVA. Dat had toen een bijveld op het terrein van de Markthallen, waar de kleedgelegenheid bleek te bestaan uit een oude tramwagen van het type Union (dat laatste wist ik toen uiteraard nog niet). Ik herinner me nog duidelijk de twee grote boogramen en de langsbanken, waar amper plaats was voor vier (!) elftallen. Ik heb trouwens nooit kunnen achterhalen welke wagen dat geweest is.
Jouw blik in de remise Linnaeusstraat roept bij mij herinneringen op aan de Havenstraat, waar je zittend op de rechterpilaar naast de ingang een mooie blik had op de remise (met in- en uitrukkende trams) en op het Station Haarlemmermeer, waar toen de trein nog reed.
Bij de remise was het de kunst om je vastklampend aan de blinde kant van een inrukkend tramstel mee te rijden de remise in. Op die manier kwam ik een keer terecht bij een tweelingstel van lijn 18, waar ik stond te kijken toen er ineens een werkman tevoorschijn kwam die me toeriep wat ik daar verd... deed. In een ren was ik de remise uit, harder dan ik ooit gelopen had.

De dienst op de Nico 10

door Han Recourt
Wat voor dienst was dat? Vragen aan Indeling. Het bleek een late dienst te zijn bij de Centraalpost. Melden bij de dienstleider en beginnen met zitten; er werd voor de rest niets gevraagd aan je. Tegen een uur of zeven of eerder kreeg je een lijstje met tramlijnen waar je op het Centraal Station de stempelautomaten die stuk waren moest omwisselen.
Zo ook mijn ploegmaat Gerrit: hij kwam binnen en mocht gaan zitten. De dienstleider was de heer Tomassen en de beste man heeft die avond de schrik van zijn leven gehad. Gerrit kreeg op een bepaald moment, rond een uur of zeven, het briefje met de autosleuteltjes om op het Centraal Station bij vier wagens de stempelautomaten te verwisselen.
Tegen half twaalf kwam hij weer op de Centraalpost binnen, viel doodmoe op een stoel neer, veegde de transpiratie van zijn voorhoofd en zei: "hè, hè." Tomassen keek eens achterom en zei heel verbaasd: "Je gaat me toch niet vertellen dat je moe bent van vier automaten verwisselen?"
"Nou nee", zei Gerrit. "Maar je zal maar geen autorijbewijs hebben, dan is het toch wat lastig in het verkeer."
Tomassen werd spierwit en kwam een meter uit zijn stoel: "Geen rijbewijs?!" "Nee," zei Gerrit, "jullie vragen niets; jullie sturen zomaar iemand de straat op."
"Heb je echt geen autorijbewijs?", vroeg Tomassen. "Natuurlijk wel, maar het zo prettig zijn als dat van te oren even geïnformeerd werd."
Na dit incident werd er als je deze dienst kreeg door indeling even gekeken of diegene die de Nico 10 kreeg wel in het bezit was van een autorijbewijs.

Mijn favoriete route

door Alex van Tricht
Als jochie van 7-11 groeide ik op in de Weesperstraat buurt, in de 2e helft van de jaren 50. Mijn favoriete tramlijn was 5 natuurlijk, waar in die tijd de Utrechtenaren op ingezet werden... Door toename van het verkeer (auto's) werden er op de trams voor het eerst richtingaanwijzers gemonteerd. Sommige bestuurders vonden dat maar niks. Natuurlijk stond ik altijd op het voorbalkon naast de bestuurder en trots als een aap was ik als op de Blauwbrug ik de richtingaanwijzer aan mocht zetten om rechtsaf de Amstel op te gaan...
Mijn favoriete route was Weesperstraat-Wibautstraat-Amstelstation met lijn 5. Dan met bus (E, F of 15?) naar Haarlemmermeerstation en dan met tram 16 naar de Pijp Ferdinand Bolstraat / Gerard Douplein, waar mijn oma en opa woonden. Een kinderkaartje kostte 10 cent en je kon daarvoor binnen 45 minuten na de stempeltijd ongelimiteerd overstappen. Meestal haalde ik dan net de 16 zonder opnieuw een kaartje te moeten kopen... Als ik geen 10 cent had 'deed' ik de Weesperstraat - Ferdinand Bol in 7 minuten op mijn autoped. Maar ik nam liever de tram.

Moorkoppen

door: Valiant, oud-medewerker GVB
Als bestuurder had ik, als ik geen vergaderingen had, tien jaar op lijn 10 gereden met vier ploegmaten. De voornamen zijn in verband met de privacy in Gerrit, Jan en Ruud veranderd.
Op een ochtend rond half elf kwam Gerrit van zijn wagen af: hij had schaft, dus ook zijn ploegmaten. Gerrit kwam binnen met een grote platte witte doos en riep luid: "Koffie mannen, en vreten." Hij maakte de doos open en we zagen 4x3=12 moorkoppen. Bederfelijke waar hoefde je niet in te leveren, dat werd je geleerd O.C.V.
De koffie werd ingeschonken en de moorkoppen uit de doos gepakt. Daar stond een man of zes, allen met een moorkop in hun handen en een mok koffie, toen er op de deur geklopt werd en een dame de deur voorzichtig open drukte en met haar hoofd naar voren naar binnen keek en vroeg of er een bestuurder een doos gebak had gevonden die had ze laten staan in de tram.
Met de slagroom om hun mond en aan hun kin riepen diverse bestuurders: "NEEN, niets gevonden." Alleen al dat gezicht van die vrouw was onvergetelijk.
Na de lol die we hadden gehad hebben we onder elkaar gelapt en kon ze nieuwe moorkoppen halen.

Ausweiss

door J.V. Gallenkamp
Tijdens de oorlog had ik een studievriend uit Winterswijk te logeren. Toen die leuke dagen om waren, bracht ik hem naar het Amstelstation. Voor de brug over de Amstel stonden de Duitsers te controleren. Wij in angst, want we waren ongeveer 20 jaar en hadden geen Ausweiss. We waren de twee enige passagiers in die tram en nog wel in de leeftijd van bijna twintig jaar! De bestuurder zag onze angst en zei: "Jongens, onder de bank liggen, ik scheur 'm wel effe over die brug."
Zo gebeurde het en met succes!!!
Toen ik later alleen terug wilde, had ik het juiste recept. Leve de vrijheid!

Speelgoed en wachtwagens

Een blauwe wagen, maar wel in zwart-wit. Foto: Tom Mulder

Natuurlijk hebben wij onszelf wel eens afgevraagd wat nu de reden was en is van onze populaire tramhobby. We hebben daar al zo veel vragen over gehad. Nou, hier is het antwoord: een tramwagen is gewoon een heel groot stuk speelgoed voor grote en kleine mannen.
Natuurlijk wisten wij dat al, maar hebben dat nooit tegen niet-hobbyisten geroepen, omdat we ons een beetje geneerden voor onze fantastische liefhebberij met speelgoed zo groot als de werkelijkheid. We probeerden er toch een serieus tintje aan te geven en probeerden bij het discussiëren over de trams er een ernstig gezicht bij te trekken. Het was ook een beetje gênant om deze liefhebberij voor anderen te verklaren. Daarom genoten we van de trams, samen met andere hobbygenoten.
Maar toch zag je altijd anderen, dus 'normale' mensen, met een bijna meewarige blik onze kant op kijken. Maar wat maakte het uit? Wij beleefden en leefden het plezier met onze hele grote blauwe Dinky Toys.
In de laatste topjaren van de blauwe wagens, 1963-1964, leefde elke hobbyist met de constante angst van verongelukte blauwe wagens. Het gebeurde met onder meer de 409, 413, 427 en de 430. Iedere flinke beschadiging betekende het einde van de blauwe wagens. Laat ik eens een lijstje maken van grote tramhappenings. Boven aan dat lijstje staat natuurlijk de indienststelling van de lijnen 17 en 27. Wat een onwerkelijke megahappening! Het voelde toen echt als een cadeau. Dat werd gevolgd door de winterdienst 63-64 toen de blauwe wagens over het hele tramnet verschenen. Verder was er de hernieuwde indienststelling van lijn 5 in 1961 nadat deze lijn een paar maanden eerder was opgeheven. We moeten natuurlijk ook de drie wachtwagens niet vergeten: meestal blauwe het grootste deel van de dag, met helaas minimale intuiging die bestond uit een regeltje van een haltebord achter de voorruit, dat door de bestuurder werd gekozen als door hem op een bepaalde lijn hulp werd gevraagd.
Maar dan kon je tenminste, als het zo uitkwam, met een twee-asser naar Osdorp of Slotermeer. Ik kan me nog wel herinneren dat wachtende passagiers op het Stationsplein in de verste verte niet wisten waar deze slecht ingetuigde tram naartoe ging. Zelfs niet na een mededeling via de aanwezige luidsprekers op het Stationsplein. En de would-be-passagiers keken vervolgens alle (verkeerde) kanten op. Hoe fantastisch de wachtwagens ook waren voor de passagiers, toch waren deze enkele motorwagens maar een zeer slechte optie door de zeer beperkte ruimte die ze hadden. Zie je het voor je: tientallen wachtende passagiers, in verband met de vertraging, die met zijn allen in een blauwe motorwagen moesten als deze kwam voorrijden op de Nieuwezijds of de Westermarkt of op een brug in de Leidsestraat. Het is bijna een grapje!

Een verongelukte tram. Foto: Tom Mulder
Nog een tram die behoorlijk beschadigd is na een ongeval. Foto: Tom Mulder
Lijn 9 (mw. 230, van de miniserie 230-235) op het Rokin, met rechts een mw. op lijn 24. De foto is dus genomen tussen 17 oktober 1929 (begin van lijn 24) en 1936 (het laatste jaar van de demping van het Rokin). Middenop het pontje. Prentbriefkaart

Eerst Tuschinski en daarna een halve kip bij de 'Kuil'

Tuschinski is een van de mooiste bioscopen in Nederland. Dat was altijd zo en dat is zo.

door Jetty en Kees Pasterkamp
Ik ben in 1942 geboren en opgegroeid op de Hoogeweg in de Watergraafsmeer en kan mij nog herinneren dat wij als kleine kinderen, samen met mijn zus Elly, door onze ouders werden meegenomen naar de stad en dan iets gingen drinken bij restaurant Heck. Buiten stond toen nog een portier in lange jas en hoge hoed en die zorgde ervoor dat je zonder kleerscheuren door de draaideur naar binnen kwam. Boven de zaal was een open balkon waar een live-orkest zat te spelen en door zangeressen werd opgetreden.
Toen ik 12 jaar was zijn wij verhuisd naar de Linnaeusstraat, tegenover het Oosterpark. Eerst in het benedenhuis en later naar de 2e verdieping. Deze etage had, middels een trap, verbinding met een zolderverdieping op de 4e.
Ben daar precies 50 jaar geleden getrouwd en op die 4e verdieping, zogenaamd, bij mijn ouders ingetrokken. In '68 vertrokken naar Purmerend en sinds 1974 in Bathmen (Overijssel).

In onze verkeringstijd kwamen wij regelmatig op het Rembrandtplein. We gingen dan vaak naar de bioscoop Tuschinski en daarna met ons tweetjes een halve kip eten bij de 'Kuil' op het plein. Daarna was ons geld op en liepen dan terug naar de Watergraafsmeer. Soms hadden we het geluk dat we konden meerijden met de remise-bus die zijn stallingsplaats had achter de toenmalige melkfabriek (Sterovita) en het Sportfondsenbad aan de Linnaeusstraat.

Het gezin kreeg een gezicht en een naam

door Jetty Pasterkamp-van Erk

In 1943 trouwden mijn ouders voor de wet in Amsterdam en betrokken een benedenwoning in de Hoendiepstraat 32 huis in de Rivierenbuurt. Mijn moeder echter wilde er niet in, aangezien er een joods gezin in had gewoond en die konden dus nog terugkomen. Met de afspraak dat ze de woning zouden verlaten als het gezin weer terugkwam, hebben ze toch de mooie woning betrokken.

Simon Wolff
Dit gezin van Simon Wolff werd met een razzia op 27 maart 1943 in de Rivierenbuurt op transport gesteld naar Westerborg en later met zijn vrouw Mietje Kleijn in Sobibor op 9 april 1943 vermoord.

Geen info
Het verhaal dat in mijn geboortehuis (febr. 1946) een joods gezin gewoond heeft, heeft mij doen besluiten om uit te zoeken wie zij waren. Dit na het bezoek in 2012 van de tentoonstelling 'IN MEMORIAM' in het Amsterdams archief in de Vijzelstraat.
Toen kreeg het gezin een gezicht en een naam voor mij. Van hun zoon Meijer Wolff is geen info bekend, mogelijk de oorlog ontkomen...????

Johan Cruijff

door Thea Westra
Vandaag weer een nieuwe krant van u ontvangen, met veel stukjes over Johan Cruyff. Er staat dat er ook een klassenfoto van Johan op de Groen van Prinstererschool in staat. Helaas, op mijn beeldscherm komt deze niet te voorschijn. Wel de foto van Johan in Ajaxshirt en op een pony.

Omdat ik ook op de Groen van Prinstererschool zat, alleen een paar klassen hoger, interesseert die foto mij zeer. Mijn jongere broer en twee jongere zusjes zaten ook op dezelfde school. Toen Johan in het schoolteam voetbalde, was mijn broer de keeper, speelden twee neefjes ook in dit team en was mijn oom trainer. Wellicht zal een van hen wel een stukje insturen en misschien ikzelf ook wel.
Mijn vraag op dit moment is of het aan mij of mijn computer ligt dat ik de klassenfoto niet kan bekijken en of dat dit bij iedereen zo is. (Antwoord redactie: bij ons weten is de foto op andere pc's wel gepubliceerd. Deze staat in elk geval op de opgemaakte foto links van het artikel).

Wie kent het lied over Johan Cruijff?

door A. van der Horst
Wie o wie kent nog het lied over Johan Cruijff?
Ik heb het ooit gehoord op de radio rond de wedstrijd Ajax-Spartak Trnva, halve finale EC I april 1969.
Voor de goede orde: Ik heb het niet over de eigen plaat van Johan 'Oei, oei, oei, dat was me weer een loei', maar over een ander lied.
Vermoedelijk werd het gezongen door een supporterskoor, met een leadzanger. Het refrein ging als volgt:
Cruijffie, Cruijffie, neem hem op je kuiffie,
Neem hem op je sloffie en kogel hem erin.

Van de coupletten herinner ik me iets als:
Die kleine Ajacied, dat is een goeie,
Jonge, jonge, jonge, wat een spel.
Hij loopt gewoon wat met de bal te stoeien,
En als-ie een keer schiet, dan is het raak.
Die kleine Ajaxman,
Die kan er heel wat van.

En dan weer het refrein.
Ik ben toch niet de enige die dit nog weet?

Lijn 3

door Jannie Booij
In ongeveer 1960 (ik was toen 10 jaar) woonden we (3 hoog) op de hoek van de Ceintuurbaan en de Dusartstraat (in de Pijp). De broer van mijn moeder reed op dat moment als trambestuurder van lijn 3 over de Ceintuurbaan. Mijn moeder, vlijtig als altijd, was over het balkon op 3 hoog de kleden aan het uitkloppen.

Het was vaste prik dat mijn moeder en haar broer en zijn vrouw en mijn vader regelmatig met z'n vieren 's avonds afspraken om te klaverjassen (van de opbrengst gingen ze vaak een avondje uit). Dus mijn oom ziet mijn moeder de kleden uitkloppen en stopt de tram midden op de kruising, hij roept naar mijn moeder: "Sien, Sien gaan we vanavond weer…" (en maakt met zijn handen de beweging van kaarten schudden…)
Ongetwijfeld hebben de passagiers in de tram gedacht dat mijn oom iets heeeeeel anders bedoelde, maar die wisten natuurlijk niet dat het broer en zus waren!!
Zo, dit was mijn herinnering aan de Amsterdamse tram. Mijn oom en mijn moeder zijn helaas allang overleden.

Boksschool

door Siegfried Regeling
Een kleine correctie op het door mij ingestuurde artikel. De Govert Flinckstraat-boksschool nummer 286 hoek eerste Sweelinckstraat was volgens mij ontstaan omstreeks 1952 (nu een moskee). Die was dus eerder dan de De Albert Cuyp-bokschool die bekendheid kreeg in 1967, opgericht door Ruud van der Linden.
Dit weet ik met stelligheid. Helaas staat dit nergens vermeld. Misschien zijn er Amsterdammers die mijn relaas kunnen bevestigen?

Wie kent Cor Kooper (of Cooper?)

door Tiny van Mourik
Dag Amsterdammmers,
Mijn tante was in een grijs verleden getrouwd met Cor Kooper (of misschien Cooper?). Deze Cor zat samen met Henvo (??) in een cabaretgezelschap dat optrad in Broadway. Dat zat in de Hoek Rembrandtplein/Amstelstraat. Ik was toen rond 8 jaar!
Heeft iemand informatie over deze periode 1946/47/48?

Een verstoorde dodenherdenking in 1983

door Marten de Vries
Het eerste half jaar van 1983 was ik mentor op een 9e dienstgroep aan de Warmoesstraat.
Een groep voor nieuwe collega's, waarbij ervaring kon worden opgedaan aan het nieuwe bureau, waar men het politiewerk een beetje in de vingers kon krijgen en kon wennen aan de buurt. Een dergelijke dienstgroep werd na een half jaar ontbonden en de collega's werden dan, als ze een goede beoordeling hadden, geplaatst op de reguliere dienstgroepen. Vervolgens werd er een nieuwe 9e dienstgroep opgericht met andere mentoren en een andere groepsbrigadier. Deze groep werd bemand door de nieuwe lichting en een enkele diender die het nog eens over mocht doen, omdat hij of zij op de vorige 9e dienstgroep een slechte beoordeling had gekregen.
De eerste tijd gingen deze collega's te voet de straat op, al of niet onder begeleiding van een mentor. Nadat ze de eerste vier maanden de nodige ervaring hadden opgedaan, mochten ze zo nu en dan met een mentor op de auto om twee uur assistentiedienst te draaien.

De melding
Op 4 mei, om 20.00 uur 's avonds, was ik aan de beurt om met een jonge collega de 'twee-nul-twee' te bemannen. Wie deze collega was ben ik glad vergeten. Hij had zijn VRO (Voortgezette Rijopleiding) nog niet, dus ik mocht de auto besturen.
Om enige minuten voor acht vroeg hij lichtelijk nerveus: "Wat doen we nou om acht uur tijdens de twee minuten stilte? Gaan we dan al op de auto of blijven we die twee minuten binnen?"
Ik stelde voor om om één minuut voor acht plaats te nemen in de pitauto en tijdens de twee minuten stilte voor het bureau te blijven staan.
We zaten nog maar net in het voertuig toen we om ongeveer 15 seconden over acht werden opgeroepen door de meldkamer aan het hoofdbureau.
"202 Spoed! Komt u uit voor het HB, over."
Verbaasd dat we juist tijdens die twee minuten stilte werden opgeroepen, gaf ik antwoord: "202 HB."
"Kunt u zich direct naar de Dam begeven, daar wordt met stenen gegooid."

Plechtigheid
Op dat moment was er op de Dam een plechtigheid aan de gang in verband met de jaarlijkse dodenherdenking en deze melding tastte mijn rechtsgevoel dan ook danig aan.
Ik voelde me nogal verontwaardigd. In wat voor stad leefden we eigenlijk als de jaarlijkse dodenherdenking al door een stelletje oproerkraaiers verstoord moest worden. Wat dachten ze wel niet! Wilden ze hiermee soms de krant halen?
Ik maakte nog een opmerking over die twee minuten stilte, maar het verzoek was ons direct naar de Dam te begeven. Het zou uit de hand lopen.
Ik startte de auto, zette alleen het zwaailicht aan (niet de sirene, om de stilte niet te verstoren) en reed met hoge snelheid de Warmoesstraat uit, over de kop Zeedijk, de Prins Hendrikkade op en linksaf het Damrak op, richting Dam.
Op het moment dat we het Damrak opreden, zag ik in het achteruitkijkspiegeltje dat de 201 achter ons reed. Ze hadden waarschijnlijk de oproep gehoord en besloten om ook maar eens te gaan kijken.
Op het Damrak, ter hoogte van de Prins Hendrikkade, stond ook een politieauto, met daarbij enige agenten en een marechaussee. Deze mensen stonden daar op post om het verkeer te beletten het Damrak op te rijden in verband met de plechtigheid op de Dam.
Misschien uit nieuwsgierigheid en ook omdat ze aan ons rijgedrag en het zwaailicht konden zien dat er toch wel iets ernstigs aan de hand moest zijn, stapten de marechaussee en een agent in de politieauto en reden, met achterlating van de rest van het personeel van deze verkeerspost, achter ons aan.

De Dam
In een stoet van drie pitauto's probeerden we vanaf het Damrak de Dam op te rijden. Het zag er zwart van de mensen en ver kwamen we niet. Eenieder stond met devoot gebogen hoofd in doodse stilte de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Stenengooiers zagen we niet en er lagen ook geen stenen op straat.
Dan moesten die oproerkraaiers zich waarschijnlijk aan de andere kant van de Dam, ter hoogte van het Rokin bevinden. Maar die plek konden we niet zien vanwege de zee van mensen die zich op de Dam bevond.
Ik probeerde stapvoets door de menigte heen te rijden, maar men weigerde ook maar een stap opzij te doen en men keek ons zeer verbolgen aan. Ik stopte de auto, deed de deur open en ging op de drempel staan in de hoop dat ik over de menigte heen kon kijken en kon zien of er verderop iets aan de hand was.

De Sirene
De 201 stond achter ons, ook met het blauwe zwaailicht in werking en toen ging er iets mis…
Het was ongeveer anderhalve minuut over acht en de stilte had nog een halve minuut te gaan. Plotseling begon de sirene van de 201 te loeien. Ik draaide me geschrokken om en mompelde: "Wat maken jullie nou?"
Ik zag de twee dienders in de auto langzaam, met een bleek gezicht en grote ogen onder het dashboard van hun auto zakken. Eén van de twee begon vervolgens met een vertrokken gezicht aan het knopje van het zwaailicht en sirene te peuteren, maar de sirene bleef loeien. Het leek alsof de wereld even stilstond.

Stil
Wat de oorzaak was weet ik niet, maar ineens was het stil. Er waren al enige agenten die 'post Dam' hadden, in verband met de dodenherdenking, onze kant opgelopen. Onder hen was de 'Inspecteur Toegevoegd', die ons in eerste instantie toeriep: "Wat flikken jullie nou!!" Ik spreidde mijn handen en heb hem waarschijnlijk nogal onnozel en met grote ogen aangekeken.
Inmiddels was het twee minuten over acht. Burgemeester Van Thijn hervatte zijn toespraak en zijn stem schalde door de luidsprekers.
Ik stapte in onze pitauto en met het zweet in mijn handen draaide ik aan de knop om het zwaailicht uit te zetten. Stel, dat ik van de zenuwen het knopje te ver zou draaien dan zou ook de sirene van onze auto gaan loeien. Linksom: alleen zwaailicht; middenstand: alles uit; rechtsom: zwaailicht én sirene. Ik was bang dat als ik het knopje te ver zou draaien ik dan niet meer ongeschonden de Dam zou verlaten. De sfeer onder het ons omringende publiek was inmiddels te snijden.
Nadat ik het zwaailicht had uitgezet en weer uit de auto stapte, begon de sirene van de 201 weer met een hels kabaal te loeien. De Inspecteur Toegevoegd dook op de auto af. Met een paar fikse bewegingen trok hij de bedrading op het dak los en het was weer stil.

De commotie
Voor een enkele bezoeker was dit te veel. Er werd wat geroepen en aan onze kant van de Dam had men geen aandacht meer voor de toespraak van de burgemeester. Ik zag een wat oudere man van ruim in de 70 uit de menigte onze kant op benen. Hij had grijs stekeltjeshaar en op zijn colbert bevond zich een rits medailles. Vermoedelijk was het een oud-commando en niettegenstaande zijn leeftijd zat hij nog strak in het vel. Zijn hoofd was rood aangelopen en het schuim stond op z'n lippen. Hij was woedend.
"Dat je van een stelletje Amsterdamse smerissen niet kan verwachten dat ze enig respect voor het verleden hebben kan ik inkomen. Ze weten niet beter…," brieste hij, "maar van jou!!!!", daarbij wijzend op de marechaussee, die inmiddels ook al half onder het dashboard in de laatste pitauto lag, "had ik toch godverrrr… iets anders verwacht!!!!."
Hierop stapte hij op de auto af, rukte de deur aan de kant van de marechaussee open, pakte hem bij zijn schouders en sleurde hem de auto uit. De collega lag uitgestrekt op straat en zou net een paar fikse vuistslagen van de man in ontvangst nemen toen de inspecteur, met behulp van enige voetposten, tussenbeiden sprong.

Concentratiekamp
Ik werd aangesproken door een jonge man die in de menigte stond. Naast hem stond een wat broos, oud vrouwtje. Hij draaide zich half naar mij om en zei: "Het zal de Amsterdamse politie niet wezen. Jullie hebben nooit wat geleerd natuurlijk! Stelletje losgeslagen idioten, wat denk je wel niet dat deze oude vrouw nu doormaakt. Zij heeft de oorlog meegemaakt in een concentratiekamp."
Hiermee raakte hij iets in mij. Juist omdat ik zo verontwaardigd was dat deze mensen door een stelletje raddraaiers het leven zuur werd gemaakt tijdens een dodenherdenking had ik nogal fel gereageerd op de oproep van de meldkamer en me met spoed ter plaatse begeven. Het gevolg was dat ik nu zelf voor zo'n raddraaier werd uitgemaakt. Ik begon het uit te leggen, maar daar had men geen boodschap aan. De sfeer werd steeds dreigender. "Jongens, wegwezen nu", hoorde ik de inspecteur zeggen en dat leek ons een uitstekend idee.
We stapten weer in de auto's en achteruitrijdend over het Damrak hebben we gemaakt dat we wegkwamen. Onderwijl heb ik de meldkamer opgeroepen om ze hartelijk te bedanken voor deze opdracht. Vooral ook omdat het op de Dam, vanwege de dodenherdenking, juist blauw zag van de dienders. Daar had ik tijdens het rijden naar de Dam niet bij stilgestaan en het personeel aan de meldkamer ook niet.
Als er al stenengooiers waren geweest dan was er voldoende politiepersoneel aanwezig om dergelijke personen aan te pakken. Dat er sprake was van een valse melding was inmiddels duidelijk. Ik heb er verder niets meer van gehoord. Vermoedelijk heeft de inspecteur het rapport opgemaakt.
Het voorval haalde De Telegraaf. Pagina 3.