De Amsterdamse Krant

23 juli 2016

De Amsterdamse Krant 23 juli 2016


'Ik wilde naar de eilandjes en leerde mezelf zwemmen'

We vroegen herinneringen aan de Sloterplas en nog steeds zijn we gek op herinneringen aan vroegere zomers. We hebben weer twee pagina's samengesteld.

door Dick Scharn
Aan de Sloterplas heb ik vele prettige, maar ook spannende, herinneringen. Ik woonde destijds op het Zaandammerplein in de Zaandammerbuurt tot mijn 13e jaar. De lagereschooltijd (St. Alphonsusschool) was een heerlijke ervaring en ik had er veel vrienden.

Meer buiten dan binnen
Na schooltijd waren we meer buiten dan binnen. Vechten, ravotten, voetballen, knikkeren: je kwam altijd te laat binnen voor het avondeten. U kent het wel. Maar ook gingen we weleens naar de Sloterplas. Er was daar een soort strandje en op korte afstand van dat strandje lagen twee eilandjes. Het was natuurlijk een aardig onderbreking om als je een tijd in de zon had gelegen een duik in het water te nemen.

Eilandjes
Het was een soort sport onder de betere zwemmers een van die eilandje te bereiken en dan weer terug te zwemmen. Dat zat me behoorlijk dwars. Immers, ik kon niet zwemmen. Er was geen schoolzwemmen en mijn ouders dachten er gewoon niet aan om mij op zwemles te doen. Of ik wilde niet; ik weet het niet meer.

Zelf leren zwemmen
Hoe het ook zij, ik nam mij voor zelf te leren zwemmen. Ik vroeg dan aan mijn vriendjes om het voor te doen, of ik keek nauwlettend toe hoe ze dat nou voor mekaar kregen. Op een gegeven moment, ik zal een jaar of 12 zijn geweest, ging ik het maar eens proberen. Op de plek waar het wat dieper werd, (de diepte nam geleidelijk toe richting eilandjes), maar ik nog net met mijn voeten de vertrouwde bodem kon raken, oefende ik me suf. En zowaar, na een aantal correctieve aanwijzingen van mijn kornuiten kon ik een aantal meters zwemmend vooruit met de schoolslag.

Niet volmaakt, maar ik zonk tenminste niet. Ik besloot mijn oefenperiode uit te breiden door voor schooltijd, en helemaal alleen, mijn vorderingen te vervolmaken. Nadat ik het gevoel kreeg er klaar voor te zijn vatte ik het plan op om, als we weer met zijn allen naar het 'strandje' gingen, een poging te wagen om een van de eilandjes te bereiken.

Eilandje veroveren
Zo gezegd, zo gedaan. Ik wachtte af totdat een aantal van mijn vriendjes besloot maar weer eens een van de eilandjes 'te veroveren'. Trots, maar met bonkend hart, meldde ik mij aan om van de partij te zijn. Het eerste, geruststellende, ondiepe deel leverde geen probleem op. Maar naargelang het steeds dieper werd en ik niet meer kon terugvallen op grond onder de voeten, werd ik toch wat onrustiger. De afstand leek vanaf het strandje kleiner dan het in werkelijkheid was en mijn zwemmende vrienden was ik uit het oog verloren.

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat: iets aan het water

Foto: Scheepvaartmuseum

Onlangs kregen we deze foto toegespeeld van Willem Engelen. Hij wist precies waar en wat dit is en heeft er een mooi verhaal bij. Dat verhaal vinden we zo mooi dat we benieuwd zijn of meer Amsterdammers deze locatie herkennen en er een mooi verhaal bij hebben. We zijn heel benieuwd.
Uw inzending kut u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Zomer

We hebben nog een mooi verhaal liggen over de zomer van onze vaste schrijfster Tiny Dragt. Maar we zijn nog lang niet klaar met al die zomerse verhalen.
Laat u inspireren door de twee pagina's met bijdragen in deze editie - over de zomer en over de Sloterplas - en we weten zeker dat u ook nog vol zit met herinneringen aan de zomers van vroeger, in Amsterdam of erbuiten. Zolang het maar een Amsterdams tintje heeft. Bijdragen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

De bak met KAPPIES maakte een onuitwisbare indruk

De pier bij IJmuiden was een van de dagjes uit van Kees van Duijnen.

Vervolg van de voorpagina (Verhaal van Dick Scharn)

Bijna fataal
Vlak voor ik het eilandje bereikte werd de gebrekkige zwemtechniek mij bijna fataal. Ik maakte steeds wildere zwembewegingen en ging zelfs kopje onder, waardoor ik een teug water binnen kreeg. Maar ik wist van geen opgeven. Uitgeput en hijgerig zeeg ik neer aan de rand van het eilandje. Maar nu restte de terugtocht. Ik bedacht dat ik dan eerst het diepe deel voor mijn kiezen kreeg, maar was vastberaden mij niet te laten ontmoedigen en de eindstreep te halen. Wel zorgde ik ervoor dit keer zo veel mogelijk in de nabijheid van mijn kameraden te blijven, voor het geval dat.

Uitzinnig
Hoe ik het gehaald heb, weet ik niet, maar ik was uitzinnig van blijdschap toen ik vaste voet aan de grond kreeg. En blij ben ik nog, want ik leef. Daar gaat het om. Lessen heb ik daarna nooit genomen, maar mijn techniek heb ik zodanig weten aan te passen dat ik met een gerust hart baantjes kan trekken of een duik in het water kan nemen.

door Ton Vinju
Ook wij hadden het niet breed. In de jaren 1955-1960 mochten wij mee op vakantie met de kampeervereniging Magalhaen, uit de Vespuccibuurt. Hoe ik daar als Staatsliedenbuurter terecht ben gekomen, is mij niet achterhaalbaar onduidelijk. Dat ik er veel plezier aan heb beleefd, is zeker. Ik herinner mij 'bestuurlijke' namen zoals de families Pater, Stiphout en Van Lemmeren (Corrie, Henk?) En Jhonny.

Wigwams
Mijn eerste kamp was in de boomgaard tussen Rhenen (de Grebbeberg) en Wageningen. Met aan de voet van de berg Het Meertje. Onze tenten waren ronde wigwams, alle voeten naar de middenpaal. Verder weet ik nog Oldenbroek met de ouderwetse zwengelpomp op het middenterrein. En ook Leersum, waar ik mijn huidige eega Netty heb leren kennen, die aangeeft vriendin te zijn geweest van Corrie van Lemmeren.
De bak met KAPPIES heeft een onuitwisbare indruk bij mij achtergelaten. Deze ging 's morgens naar de groep die zich de dag/avond ervoor het 'netste' had gedragen.
Een ietwat karige, maar onvergetelijk rijke ervaring, met dank aan de mensen van toen die dit alles mogelijk hebben gemaakt.

Sporten in de Oude RAI

Karel Knaapjes herinnert zich vooral de zomer in de Oude RAI, waar in de vakantie altijd gesport werd. "Volgens mij organiseerde de gemeente voor alle kinderen die niet op vakantie gingen – en dat waren er aan het begin van de jaren 70 volgens mij heel veel – elke zomer in de Oude RAI spelen voor de jonge kinderen en in de Nieuwe RAI, die volgens mij ergens aan het begin van de jaren 60 is gebouwd (dat klopt, in 1961 werd de nieuwe RAI geopend-red.). In de Oude RAI kwam je binnen en dan had je links een zaaltje waar werd geknutseld. Daar liepen wij – mijn makker Kees de Vriend, waar ben je gebleven? - snel voorbij, want we kwamen voor het sporten. In de hal waren overal speelveldjes uitgezet en je kon er ook judoën. Dat trof, want ik kom uit Diemen en ik had bij meneer Frits in de speeltuin aan de Emmastraat leren judoën. Ik weet nog goed dat op een gegeven moment Anton Geesink er was. Je kon dan met hem een robbertje vechten. En ik, de bink (ahem), zei tegen hem dat ik hem wel even in de heupzwaai zou nemen. 'Nou, doe dat dan maar', zei hij. Vervolgens pakte ik zijn jasje en nam hem in de eerste heupzwaai. Wat was ik trots, want ik had net de gele band met oranje slip."
Er was één jaar dat Karel de leeftijd had om naar beide RAI's te gaan. "In de ochtend naar de Oude RAI en na de pauze lopen naar de nieuwe RAI. Daar was alles beter, mooier en groter en dat gold ook voor de jongens die daar waren. Op de een of andere manier heb ik het in de Oude RAI altijd leuker gevonden dan in de nieuwe RAI."

'Wij gingen dagjes uit'

Bij Kees van Duijnen was geen geld om op vakantie te gaan en dus werden het 'dagjes uit'. "Pas later heb ik me gerealiseerd dat ik blijkbaar uit een gezin kom waar niet veel te makken was, want ik weet nog wel dat vriendjes wel op vakantie gingen, ook al was het naar Lunteren en Ermelo en zo. Maar wij gingen dus dagjes uit en daar zat altijd een dagje naar het strand bij IJmuiden bij. Mijn ouders vonden het daar erg veilig, want de pieren zorgden ervoor dat er geen golven waren en het strand was er altijd enorm breed. Wij reden altijd met de auto - een grijze Volvo kattenrug - vanuit Amsterdam-West bij de houthavens (volgens mij heette een houtzaak daar Bim of zo, klopt dat?) richting IJmuiden. Ik vond al die houtstapels altijd erg imposant. In IJmuiden was een van de leukste dingen dat ik met mijn twee jaar oudere broer Bert - helaas leeft hij niet meer - langs de pier van basaltblok naar basaltblok sprong. Dat was altijd erg leuk. En ook leuk was dat er in IJmuiden een straatje was met op de hoek één zaakje waar je in een automaat een munt kon laten slaan met je eigen naam erin."

Honkbal bij de Geuzen

Het eerste honkbalteam van de Geuzen in 1965 met op de eerste foto staand v.l.n.r. : Frans v.d. Hilst, Hans Bosma, Arend Holster, Dolf Bensen, Emile Simonis, Wim Smink. Gehurkt v.l.n.r.: ????, Dirk v.d. Hilst, Allard Fledderus en Henk Hofstra. Foto: www.geumid.nl/Aren Holster

Honkbal is een zomersport en dat is een mooie aanleiding om een artikel te publiceren over de Geuzen. Want inderdaad, daar werd vroeger ook gehonkbald. Het artikel is geschreven door Frank Volkers en is gevonden op geheugenvanoost.nl.

door Frank Volkers
Vroeger speelde ik bij Geuzen honkbal in de jeugdafdeling. Dit zal zo aan het begin van de jaren 70 zijn geweest. Spelen op de twee voetbalvelden aan het begin van het sportpark. De heuvel en thuisplaat lagen tussen de velden, zodat er 's winters gewoon kon worden gevoetbald. Als je de bal in één keer op het pad sloeg dan was het een homerun en verder moest je een aantal andere grondregels afspreken. Er waren natuurlijk geen dug-outs, maar spelersbanken. Voor de wedstrijd moest je je omkleden in houten barakken.

Van der Waals
Ik was destijds 11 of 12 en speelde samen met een aantal jongens die bij mij in de klas zaten op de Van der Waalsschool in de Copernicusstraat. Zij hadden gehoord dat ik een keer een winterseizoen had meegetraind bij Haarlem Nicols.

Naar OVVO wilde ik niet
Toen ik aangaf in de buurt van mijn huis in de Max Planckstraat te willen gaan spelen, was de keuze voor Geuzen gemaakt. Naar OVVO wilde ik op dat moment niet en ook Giants Diemen was nog niet aan de orde. Mijn teamgenoten bij Geuzen waren o.a. Barry Jaspers, Wim Smits en Wim Klinkert. Coach was in het eerste jaar de heer Van der Hilst en in het tweede seizoen dat ik speelde Dirk ?, achternaam weet ik helaas niet meer, een blonde man met een baard die volgens mij ook in het eerste team speelde.

Debuut
Ik kan me nog goed herinneren dat ik mijn debuut bij Geuzen maakte met het team op een jeugdtoernooi bij Pirates. Ik had aan slag nog niet veel succes gehad die dag. Totdat ome Co Leurs, de vader van Jan Dick Leurs (toen een bekende Nederlandse international) mij apart nam. Hij gaf me een aantal tips aan slag en in mijn eerstvolgende slagbeurt kreeg ik de bal vol op mijn knuppel en sloeg ik de bal over het hek, homerun. Mijn honkbalcarrière was begonnen en duurt nog steeds voort.

Howard Rafaela
Als we niet zelf hoefden te spelen, gingen we regelmatig kijken bij het eerste team. Een van de namen die mij te binnen schiet, is Howard Rafaela. Hij was later ook nog scheidsrechter voor de honkbalbond. Ook namen als De Boorder en Ris komen bij mij bovendrijven. Volgens mij regelde de familie De Boorder de pakken, een voetbalondershirt en verder een pak met witte sokken en de ouderwetse honkbalslobkousen in rood. 'Geuzen' op de borst en een rugnummer. Ook de namen Gelaudie, Klomp, Smink, Zijp borrelen bij mij op.

Giants Diemen
Na twee jaar was het afgelopen met het honkbal voor de jeugd bij de Geuzen. Ik ben daarna bij Giants Diemen verdergegaan en daar lange tijd gebleven. Uiteindelijk ben ik scheidsrechter op landelijk en Europees topniveau geworden.

De zeepklopper

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terugkomen. Vandaar dat we de rubriek, zij het onregelmatig, voortzetten.

De zeepklopper op een pakje Sunlight (of zoals veel Amsterdammers zeiden Sunligt, met natuurlijk een harde s).

door L. Kaagman

Ik heb er weer een voor uw rubriek 'Dit komt nooit meer terug': De zeepklopper! Dit was een mandje met kleine gaatjes,voorzien van een eveneens metalen handvat, Van ongeveer 30 tot 40 cm lang. In het mandje werd een stuk huishoudzeep gedaan, Met dit geheel werd een sopje heet water geklopt, voor meestal de afwas. Maar ook voor de huishoudwas werd de klopper gebruikt. Door de opkomst van zeeppoeder raakte de zeepklopper in onbruik.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek, voetbalpoppetjes, het Joodje, kurk aan de wand, het pilopak, de draadomroep en de transistorradio.

Zie ook op de volgende pagina het artikel over de Fridor-radio van het gezin Mol, opgetekend door onze medewerker Jos Mol (u kent hem vast van de hofjes en hij is deze rubriek in 2012 gestart), als reactie op de transistorradio.

Machtig Mooi Mokum: Dan begon mijn lippie te trillen

Als jongste in een gezin met drie zussen loop je de kans emotioneel verwend te worden. Vooral als je zo'n schattig blond jongetje bent als ik. Als er door armoe niet veel is om mee te pronken, is zo'n klein broertje een geschenk uit de hemel. De ooievaar kwam aangevlogen en m'n moeder keek angstig omhoog. Het was op 10 augustus 1949. De ooievaar moest me kwijt. Opeens was daar een stuk levend speelgoed voor de meiden Slinger. Mijn zussen waren hun tijd ver vooruit met zo'n levensechte Baby Born. Een pop om mee te knuffelen, te wandelen, om in slaap te wiegen, mee rond te zeulen en vooral om te troosten als-ie huilde. Maar als dat kreng niet huilde, viel er ook niks te troosten.

Daar hadden mijn zussen snel wat op gevonden. Als het plaatje ''s Avonds als het Kampvuur Brandt' van de Kilima Hawaiians op de distributieradio werd gedraaid begon ik met m'n lippie te trekken. Ze ontdekten dat ik dat ook deed als ze boven mijn stijfselkissie 'Yippiayee, yippyayoooo' blèrden.

Mijn zussen gingen op de vuist om wie mij mocht troosten. Mijn moeder bepaalde wie er aan de beurt was om mij in de armen te nemen. Maar het eerste verdriet dat ik, diep weggedoken onder de dekens, alleen moest verwerken was naar aanleiding van het hoorspel 'Alleen op de Wereld'. Het werd iedere week om zeven uur 's avonds na 'Kleutertje Luister' uitgezonden. Ik denk dat ik een jaar of zes, zeven was. Ik vergeet nooit die ene scène: plotseling zag ik nog een wit mutsje… even verdween het achter de bomen… toen zag ik het weer… Mijn hart klopte in mijn keel. Soms ziet gevoel beter dan de scherpste ogen. Ik was er zeker van: dat was moeder Barberin. Een laatste blik op haar witte muts. "Kom jongen, we gaan", zei de oude Vitalis. Alleen op de wereld, huilend onder die deken, dat gevoel raak je nooit meer kwijt.

Gevonden: het is Overtoom 28-30

Deze toko zat aan de Overtoom 28-30.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of foto's die lezers hebben ingestuurd, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie is ingestuurd door Marc Stegeman en leverde niet veel inzendingen op. Het mooie: Marc Stegeman wist de oplossing zelf ook niet, maar twee van onze lezers kwamen met de goede oplossing: Overtoom 28-30.

Marc Stegeman is coördinator van de Werkgroep Historische Gevelreclames Amsterdam (WHGA, zie www.gevelreclames.nl) en uit het archief van de WHGA kwam de raadplaat. En met deze raadplaat was iets bijzonders aan de hand: Marc Stegeman had zelf geen idee waar de foto is gemaakt en rekende op de lezers van de Amsterdamse Krant. De man die op de foto staat kent hij wel, maar waar de foto is gemaakt: geen idee.
Allereerst hadden we contact met de hondstrouwe Gielijn Escher. Na lang speurwerk moest hij de handdoek in de ring gooien; hij kwam er niet uit. In een mailwisseling suggereerde hij nog dat de foto misschien helemaal niet uit Amsterdam kwam. Dat heeft hij namelijk wel vaker meegemaakt, dat vermeende Amsterdamse foto's in een andere stad zijn geschoten.

Drie mogelijkheden
Gielijn meldt in zijn eerste mail dat er drie mogelijkheden zijn: "Ofwel: het onderhavige bouwwerk is ten prooi gevallen aan de slopershamer; Ofwel: het bevindt zich niet in Amsterdam; Ofwel: zag ik in mijn zoektocht nu juist toch die ene locatie over het hoofd?"
Waarna hij aanvult met: "Hoewel de foto - ik schat van rond ca. 1930 - geen omgevingsfactoren toont, geeft het toch enige unieke aanknopingspunten, waarvan één elke verwisseling met soortgelijke bouwwerken uitsluit. Van die trapportieken, soms met een kleine winkel ernaast, zijn er in Amsterdam nog heel wat te vinden, maar er zullen er ook een behoorlijk aantal verloren zijn gegaan. Meermalen kwam ik situaties tegen die op het eerste gezicht best wel in de buurt kwamen, maar bij een meer serieuze beschouwing toch duidelijk maakten: ook deze is het niet. Ik ben dus benieuwd waar andere inzenders mee zijn gekomen en wacht een en ander in spanning af! In elk geval wat betreft de twee 'voorzeggers': Rozengracht en 1e Constantijn Huijgensstraat zijn het niet." Wat die voorzeggers betreft: dat zijn nog steeds personen die de oplossing op de website zelf plaatsen. Jammer, want we hebben al zo vaak gezegd dat dat niet de bedoeling is omdat daarmee het hele spelletje de vernieling in gaat.

Nu is er restaurant Diverto gevestigd.

Overtoom
Maar goed, er kwamen ook andere oplossingen binnen, waarvan er twee ontzettend triggerden. Allereerst is er het mailtje van Paul Graalman, die laat weten: "Via Delpher vond ik een advertentie in De Telegraaf, 9-10-1965, waarin een winkelbediende wordt gevraagd voor De Indische Winkel op de Overtoom 24. De gevel boven de winkel komt in ieder geval overeen met het huidige pand. Delpher is een goede vindplek voor dit soort zoektochten!"

Nogmaals Overtoom
En dan is er de mail van Fred van Riemsdijk, die ook met de goede oplossing komt. "Dit is het pand aan de Overtoom gelegen recht tegenover het oude sectielokaal (nummer 33). Ik denk nummer 30 waarin nu is gevestigd restaurant Diverto. Over de buurt kan ik weinig meer vertellen dan dat ik in het Wilhelmina Gasthuis ben geboren en er in mijn Amsterdam tijd heel veel langs ben gereden. Het oude sectielokaal is nu een hotel. Lekkere gedachte als je nu je broodje gaat smeren. Als je de oude foto uitvergroot kun je nog het laatste gedeelte van een adres zien. En dan zie iets van 'oom 28'. Op Google Streetview zie je dan dat dit het bewuste pand is."

Overtoom 28-30
Hoewel de huisnummers net even iets verschillen, keuren we beide goed. Voor de aardigheid hebben we vervolgens Gielijn geconfronteerd met deze oplossing, omdat we nu eenmaal een goede band met hem hebben én omdat we zeker wisten dat hij het antwoord zou verifiëren. Dat klopte, waarna hij mailde: "De oplossing Overtoom 28-30 is de enig juiste!" waarna het boetekleed hem past: "Ik ben zoals wel meer, te gehaast en te slordig geweest. De Overtoom heb ik wel degelijk bezocht, evenals overigens alle andere in de diverse inzendingen genoemde straten. Volgende keer beter!"

Heel warm
Heel warm zit Ron Sluijter-Borns: "Ik gok op hotelingang rechts en winkelpui links en hiertussen raam en etalage in de 1e Contantijn Huygenstraat stadszijde tussen Overtoom (links) en Vondelstraat (rechts)."

Minder warm
De Mollen en de Koningen hadden door verhuisperikelen geen gelegenheid om op onderzoek uit te gaan, maar moesten zich baseren op hun herinneringen. Zij herinnerden zich dat er op de Ceintuurbaan tussen de Ruijsdaelkade en de Dusartstraat een Indische winkel zat en dat er ook vergelijkbare portieken waren. Een goede kennis woonde er boven een naaimachinewinkel en de stoep leek wel heel erg op de stoep van de raadplaat. Dus daarom houden zij het op de Ceintuurbaan.

Rijnstraat
Gerard Jansen houdt het op de Rijnstraat. "De raadplaat van 8 juli zou de Rijnstraat kunnen zijn, op het laatste gedeelte, dus stad uit, tussen de Uiterwaardenstraat en de Pres. Kennedylaan. Aan de rechterzijde heeft enige jaren een Indische winkel gezeten met vooral boeken en antiek en ook de hoge stoepen naar de bovenliggende woningen zijn kenmerkend voor deze straat,maar eerlijk gezegd twijfel ik ook, aangezien boven de winkel een soort bel-etage te zien is, wat in de Rijnstraat niet voorkomt."

Twee keer Westerstraat
Twee personen houden het op de Westerstraat, onder wie Ria van Schouten, die schrijft: "Echt 100 procent zeker durf ik het niet te zeggen... maar had direct de herkenning, dus ik ga voor 99 procent: Volgens mij is dit het pand aan de Westerstraat 144. In mijn herinnering zat hier in de jaren 50 en 60 een slagerijtje in. De slager zelf heette Grete."
"In het pand rechts ervan, op de foto, zat in die tijd drogisterij Westerveld... later onder een andere naam bekend geworden vanwege zijn speciale etalage. Ik ben er niet helemaal in geslaagd mijn sterke vermoeden te staven met beeldbankopnamen, maar met name door de witte banden op het pand rechts op de foto zeg ik... dat is hem."

En de tweede is Rinus Stappers: "Volgens mij is het een van de eerste Indische winkels in Amsterdam en wel op de Westerstraat."

Dusartstraat
"Beste Amsterdammers, Zou deze raadplaat de 'TOKO' in de Dusartstraat kunnen zijn?", schrijft Arno de Kleuver. "Aan de overkant was de praktijk van mijn huisarts (Emmering). Overigens geniet ik elke keer weer van de Amsterdamse Krant."

Nazit, Konijnenstraat
En dan komen we nog even terug op eerdere raadplaten, te beginnen met die van de Konijnenstraat waar Willy Alberti is geboren. Wij meldden dat niemand het goed had, maar hadden de oplossing van Gielijn Escher over het hoofd gezien. En Gielijn had deze wel goed: "Op het eerste gezicht: ha!, eindelijk weer eens een opgave in de categorie 'lastig'. Deed even denken aan die raadplaat van de voormalige Schagerlaan; net zo'n soort allegaartje! Op het tweede gezicht: toch niet zo lastig. Ineens herkende ik de plek die zich overigens op zo'n tien minuten loopafstand bevindt van de vorige raadplaat (Kwakersstraat). We staan in de Elandsstraat met de rug naar de oneven zijde en kijken de Konijnenstraat in, richting Lauriergracht."
Verder schrijft hij: "Alleen het hoekpand Lauriergracht no.29 en Konijnenstraat no.1 zijn nog intact. Verder heeft alles wat op de foto uit 1990 nog te zien is, plaats moeten maken voor nieuwbouw, waarbij men zich kan afvragen of dergelijke opdringerige bouwmassa's wel thuishoren in de historische binnenstad!"

Nieuwe raadplaat

Onlangs kregen we deze foto toegespeeld van Willem Engelen. Hij wist precies waar en wat dit is en heeft er een mooi verhaal bij. Dat verhaal vinden we zo mooi dat we benieuwd zijn of meer Amsterdammers deze locatie herkennen en er een mooi verhaal bij hebben. We zijn heel benieuwd.
Uw inzending kut u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

de Platanenhof

34

De Platanenhof is zojuist gerestaureerd.

door Jos en Frits Mol, Adrie de Koning

Inleiding
Aan de Lauriergracht zijn drie hofjes geweest. De hofjes zijn het Luthers Diaconiehofje op nummer 35, oftewel het Konijnenhofje in de Konijnenstraat 16-48 (reeds beschreven in aflevering 13 dd. 2 september 2015), het Rozendaalshofje op de nummers 64-72 en de Platanenhof oftewel het R.K. Jongensweeshuis op nummer 105.
Op de nummers 37-47 was nog een kloostercomplex, genaamd de Voorzienigheid, dat we kort beschrijven, hoewel het niet een echt hofje is, maar er wel een beetje op lijkt, want er is wel degelijk een binnenhof, zelfs met een kapel.

Op de gracht kwam ook op nummer 97 via de Hoedenmakersgang de achteruitgang van het Venetiae- of Maarloopshofje uit (dit hebben wij in aflevering 17 dd. 28 oktober 2015 beschreven) en tussen de nummers 77 en 87 via de Beddenmakersgang het Hofje van Parijs (reeds beschreven in aflevering 31 op 28 mei 2016).

Ligging
De Lauriergracht loopt van de Prinsengracht naar de Lijnbaansgracht, ten zuiden van de Rozengracht.

Historie
Rozendaalshofje
Dit hofje is meer bekend als de Snijdersgang, want het bestond uit huisjes die aan deze gang lagen, vlak bij de hoek van de Eerste Laurierdwarsstraat. Over de oorsprong van de naam is ons niets bekend.

Platanenhof
De Platanenhof is een complex van verschillende gebouwen tussen de Lauriergracht en de Elandstraat. Het oudste gedeelte stond aan de Lauriergracht en dateert uit het midden van de 16e eeuw. Later kwamen er gebouwen bij die bestemd waren voor een te stichten R.K. Jongensweeshuis. De eerste gebouwen werden in het begin van de 18e eeuw daarvoor in gebruik genomen. In 1790 volgde een volgende uitbreiding en in 1883 werd het laatste gedeelte bijgebouwd. En inmiddels hebben de uitbreidingen zich uitgestrekt tot in de Elandstraat.
De kinderen sliepen er op slaapzalen in bedden die van een houten bekisting waren gemaakt. Het zag er erg sober uit. Maar dat geldt ook voor de regentenkamer!

Het hof had dus aanvankelijk de functie van weeshuis, maar medio vorige eeuw is het een tehuis voor voogdijkinderen geworden en in 1973 een psychiatrische instelling. Toen het complex hier niet meer geschikt voor werd geacht, werd het overgedragen aan de gemeente Amsterdam, die het heeft laten verbouwen tot woningen voor ouderen. Er was ook nog een schuilkerk. Deze is thans in gebruik als kindertheater.

Klooster de Voorzienigheid
Op de plek van de uitspanning De Fransche Tuin werd in 1856 op initiatief van pastoor Hesseveld en Moeder Theresia een klooster gebouwd dat bestemd was voor de opvang van verwaarloosde meisjes. De zusters begonnen er ook een hostiebakkerij. En later werden er ook scholen gevormd en kwam er een weeshuis voor kleuters.

En mocht u ooit de Max Havelaar hebben gelezen, dan zou u zich wellicht kunnen herinneren dat de koffiebranderij van Droogstoppel zich op Lauriergracht 37 moet hebben bevonden. Maar dat was alleen maar in de fantasie van Multatuli. Er was daar helemaal geen koffiebranderij.

Noorse trui

Omwonenden in de Van Limburg Stirumstraat hebben al geruime tijd stankoverlast van een oude man en zijn hond. Hij komt nauwelijks buiten, laat staan dat hij zijn hond uitlaat. Ik heb gehoord dat meneer een zorgmijder is, maar omdat hij overlast veroorzaakt, kan ik er wel wat mee.

Al voor de ingang van zijn woning ruik ik de lucht van een slecht verzorgde hond. Als ik op de voordeur klop, hoor ik de hond zachtjes piepen. Eerder dan verwacht gaat de deur open. Er verschijnt een slonzige man van een jaar of 60 in de deuropening, met warrig, vettig haar. Zijn broek is intens smerig en zijn tenen met lange gele nagels steken door zijn groezelige sokken heen. Verrassend is zijn Noorse trui, donkerrood met donkerblauwe strepen over de breedte. De trui zit vol met hondenhaar en poepvlekken. Hij stinkt als een beerput. Ik begin direct over de hond en dat zet zoden aan de dijk. Ik mag zowaar binnenkomen!

De woning ziet er net zo uit als de bewoner: vies! Ik zie lege flessen en blikjes, etensresten, hondenpoep en vooral veel hondenhaar. De man leeft in het halfdonker, slaapt zo te zien op een doorgezakte bank. De hond op een deken ervoor. Zoals ik al vermoed, wenst de man geen inmenging van buitenaf. Daarom wijs ik hem erop dat als hij niet gaat opruimen, WIJ dat gaan doen. Hij knikt afwezig, maar vraagt toch om mijn kaartje. Hij belooft mij te bellen als hij zijn woning opgeruimd heeft.

Een half jaar later heeft de politie mijn hulp nodig. Er is een dode man aangetroffen op een bank, met een nog levende hond aan zijn voeteneind. Mijn kaartje was bij het lijk gevonden. Men wil van mij weten of dit de oorspronkelijke bewoner van het pand is. De vraag is of ik hem wil identificeren.

Met de recherche maak ik een afspraak in het mortuarium. De man ligt in een plastic zak op een tafel en de rechercheur ritst de zak open. Er is weinig te herkennen, maar dan maak ik hem blij, want één ding herken ik uit duizenden: zijn trui, zijn Noorse trui, barstensvol met hondenharen, onmiskenbaar!

De Fridor-radio van het gezin Mol. Wegdoen? No way!

door Jos Mol

Toen ik geboren werd in Amsterdam-Oost in het jaar 1948 hadden wij geen radio thuis om de simpele reden dat zo'n 'gevaarte' onbetaalbaar was. In plaats daarvan hadden we een (gehuurd) kastje met een schakelaar (ook wel radiodistributie genaamd) die in vier verschillende standen verzet kon worden, overeenkomend met vier radiostations waar muziek en nieuwsberichten uit kwamen. Naarmate de jaren vorderden was het moment gekomen om een heuse radio aan te schaffen, toen nog met radiobuizen in het vooronder! Dus op een zekere zaterdagochtend in 1954 togen mijn ouders en ik naar de Firma J.J. Both aan de Linnaeusstraat 38 voor een oriënterend gesprek. De firma Both lag vlak bij de spoorwegovergang, met spoorwegbomen die jarenlang het gezicht van de straat beheersten. Na verloop van tijd werd het steeds duidelijker dat het de 'ultramoderne' Fridor-radio werd. De N.V. Fridor Fabrieken waren de voortzetting van de N.V. Waldorp, een dochteronderneming van de N.V. Nederlandsche Instrumentenfabriek Waldorp in Den Haag. Na de Tweede Wereldoorlog werd de productie van Waldorp-radio's gecontinueerd onder de naam Waldorp, maar later werden de namen Waldorp-Fridor en Fridor-Waldorp gebruikt. Vervolgens werd de naam van het bedrijf veranderd in N.V. Fridor Fabrieken. Ongelukkigerwijs ontwikkelde het bedrijf zich nauwelijks en de N.V. Fridor Fabrieken ging failliet in 1954. De laatste modellen stamden uit de jaren 1951/1952.

Heel voorzichtig
De Fridor-radio werd het dus. De verkoper haalde een grote doos met daarop 'FRIDOR' tevoorschijn en begon met zorg en heel voorzichtig de radio in te pakken. Ieder keer stootte de man raadselachtige, onverstaanbare kreten uit. Dat heeft zo'n indruk op mij gemaakt dat ik het nooit vergeten ben! De verkoper wenste ons veel plezier met de radio en mijn vader en ik zeulden de zware doos naar huis, alwaar we vele jaren genoten hebben van muziek die zelfs uit verre landen zoals Engeland, Zweden en achter het IJzeren Gordijn vandaan kwam!!

De kanalen op de Fridor-radio (dit is niet de radio van Jos Mol).

Trots
Mijn Fridor staat nu trots op de boekenkast in mijn studeerkamer en hij doet het nog steeds. Hem wegdoen, no way!!!!

Kattenburg

door Wim de Jong
De ene herinnering leidt weer naar de volgende. Als geboren Kattenburger, geboren aan de Kattenburgerkruisstraat/hoek Kattenburgerachterstraat tegenover de speeltuin, kun je je nu nauwelijks voorstellen hoe de locatie Kattenburgerplein/Kattenburg er toen uitzag.

Komende vanaf de brug Kadijkplein en langs het huidige Scheepvaartmuseum liep de Grote Kattenburgerstraat, rechts daarvan een paar huisjes en dan de Kleine Kattenburgerstraat, weer een paar huisjes en dan de Kattenburgervoorstraat, met rechts op de hoek de apotheek van Scalogne. Liep je de voorstraat in dan aan de rechterkant kreeg je de Kattenburgerkruisstraat naar de Kattenburgerachterstraat en op de hoek daarvan ben ik in 1939 ter wereld gekomen.

Liep je de straat verder uit (de Kattenburgerachterstraat) dan belandde je op de Kattenburgerkade en aan die kade waren twee gelijk uitziende scholen gevestigd waarvan er een de Abraham van Zijlschool heette (de andere weet ik niet meer). In die scholen konden veel kinderen uit de allerarmste gezinnen viermaal per week een warme maaltijd krijgen. Je ging dan zoals dat heette tussen de middag naar de eetzaal en zo ook ondergetekende, samen met mijn drie zusjes.

De Kattenburgerkade eindigde op het Mariniersplein, net als de Kleine- en Grote Kattenburgerstraat. Aan dat plein stonden veel huizen met aan de gevel het bordje 'Onbewoonbaar verklaarde woning' waar met de Amsterdamse humor 'Onverklaarbaar bewoond' van werd gemaakt. Op veel meer huizen in dit soort arme buurten zag je deze bordjes hangen ten teken van de schrijnende woningnood. Zo ook op Wittenburg waar ik op de lagere school ging, maar dat komt een volgende keer ter sprake.

Nog even terug naar Kattenburg: in de Eerste Kattenburgerdwarsstraat was de Oranjeschool gevestigd, een kleuterschool. Twee dames (zussen) leidden daar de school: de dames Olson, een grote en een kleine juffrouw. Het waren schatten van dames en een baken van veiligheid in die verschrikkelijke oorlogsjaren!
Het Kattenburgerplein was ook nog verdeeld in twee delen, namelijk diagonaal vanaf de brug Kadijksplein naar de Kleine Kattenburgerstraat was een soort rijweg en op het linkerdeel stond in de oorlog een zogeheten schuilkelder waar ik als klein jochie regelmatig moest schuilen als het luchtalarm afging.

De spannende jongensboeken met Bob Evers

door Fred Klein
Omstreeks 1955 was ik lid van een bibliotheek die gerund werd door de familie Roos die tevens een tabakswinkel exploiteerde en was gevestigd in de Jan van Galenstraat vlak bij de Admiralengracht.
In de rubriek 'Dit komt nooit meer terug' komt de serie van Dick Bos aan de orde, wat mij deed denken aan de in die tijd eveneens razend populaire jongensboeken uit de Bob Evers-serie.

De Bob Evers-serie, die uit ongeveer 32 delen bestaat, is geschreven door de auteur Willy v.d. Heide, wat een pseudoniem was voor Willem van Hout, zijn echte naam.

De hoofdpersonen in de altijd spannende jongensboeken zijn de Amerikaanse Bob Evers die samen met zijn twee Nederlandse vrienden, de altijd zuinige Jan Prins wiens vader een ex-kolonel was en aan een Amsterdamse gracht woonde, en de dikke, rossige, maar zeer slimme Arie Roos, zoon van een reder op de Prins Hendrikkade.

Ik heb de gehele serie meerdere malen gelezen, of moet ik zeggen verslonden, en heb nog steeds ongeveer 30 paperbacks in mijn boekenkast staan. Misschien leuk voor de kleinkinderen want de avonturen die deze drie vrienden beleefden zijn tijdloos! Ook nu nog zijn deze boekjes uit de Bob Evers-serie te koop.

Kees winkelde proletarisch bij C&A

Een arrestant was dermate door het lint gegaan dat medische hulp noodzakelijk was. Hij was daar zelf niet van overtuigd. Met man en macht werd hij op de brancard gelegd en vastgesnoerd. Foto: Dolf Dijst

door Theo Evers
Tijdens een van mijn diensten liep ik in uniform over de rijbaan van de Warmoesstraat, in de richting van het bureau.
Ik was in gezelschap van mijn schoonvader, die inmiddels de respectabele leeftijd had van 67, en een dienst met mij meeliep.
Terwijl wij de Papenbrugsteeg passeerden, keek ik in de richting van het Damrak.
Ik zag op dat moment dat een oude bekende van mij, Kees K., uit de Beurspassage van de C&A kwam lopen in onze richting.
Kees was al drugsverslaafd sinds zijn jonge jaren en sal alles wat los en vast zat om in zijn drugsbehoefte te kunnen voorzien.
De eerste keer dat ik als politieman met Kees in aanraking kwam, was tijdens een nachtdienst in 1985 aan bureau Meer en Vaart. Kees liep toen omstreeks 04.00 uur met een fiets aan de hand langs de rijbaan van de Dr. H. Colijnstraat in Geuzenveld.
Met zijn andere hand hield hij een buitenboordmotor die op de bagagedrager geplaatst was, in evenwicht.
Later bleek dat hij de fiets en buitenboordmotor uit een garage in de buurt had gestolen.
Hierna kwamen Kees en ik elkaar regelmatig beroepshalve tegen.
Ik zei tegen mijn schoonvader: 'Pa, wacht even, Keessie komt eran.'
Ik wees in de richting van Kees, die op dat moment de rijbaan van het Damrak overstak.
Ik zag dat de voorzijde van zijn bomberjack behoorlijk bol stond. Mijn schoonvader keek verbaasd naar Kees en vroeg mij: 'Wat doet-ie dan?'
Ik zei: 'Volgens mij heeft-ie proletarisch gewinkeld in de C&A, kijk maar naar zijn jas.'
Vervolgens bleven wij even op Kees wachten, die nog steeds in onze richting liep en mij te laat opmerkte.
'Shit', hoorde ik Kees zeggen toen hij mij eindelijk zag.
Ik zei tegen Kees: 'Kees, je hoeft mij niets te verklaren, maar wat heb je daar onder je jas.'
Kees antwoordde: 'O, dit heb ik uit de C&A.' Ik zag dat Kees de ritssluiting van zijn jack opende en dat daaronder een groot aantal bundels witkleurige katoenen sportkousen zichtbaar waren.
Op mijn vraag of hij de kousen zojuist gestolen had, knikte Kees bevestigend. Ik deelde Kees mee dat hij was aangehouden voor diefstal en dat hij mee moest lopen naar het bureau.
Hierna liepen wij in de richting van het bureau, maar moesten af en toe stoppen vanwege de kortademigheid van mijn schoonvader.
Op een gegeven moment zie ik Kees uit een van zijn ooghoeken naar mijn schoonvader kijken en vroeg hij aan mij: 'Wie is dat?'
Ik antwoordde: 'O, dat is een nieuwe stagiair.'
Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, zei Kees: 'Dan is het goed. Ik heb nog niets gegeten, wanneer wordt het eten gebracht?'

'Wan fo féfi, voor alles'

door Theo Evers
Tijdens een van mijn avonddiensten in burgerkleding stond ik met mijn collega Steef B. op de Nieuwmarkt, achter de Waag. Wij waren aan het posten op drugsdealers op de Zeedijk en keken zo geconcentreerd dat wij niet hadden opgemerkt dat er iemand tussen ons in was komen staan.
Het was een bekende drugsverslaafde en de man trok onze aandacht door met zijn ellebogen in onze zij te duwen. Wij schrokken hiervan en reageerden geïrriteerd op de man, die echter tussen ons in bleef staan.
De man riep: 'Psst, psst, loekoe, loekoe!'
Wij zagen dat hij in een van zijn handen een witte plastic boodschappentas droeg en dat hij deze met zijn andere hand openmaakte.
In deze tas zagen wij vier, vermoedelijk gestolen, autoradiocassetterecorders liggen waaraan een hele bundel bedrading bungelde.
De man keek mij hoopvol aan en zei: 'Wan fo féfi.' Hij bedoelde daarmee dat hij 145 gulden voor de gestolen waar wilde hebben.
Wij keken elkaar achter de rug van de man aan en proestten het bijna uit van het lachen.
Steef zei tegen mij: 'Betaal jij, of ik?'
Ik vroeg de man nogmaals hoeveel hij voor de autoradio's wilde hebben. De
man zei: 'Wan fo féfi, voor alles.'
Hierop zei ik tegen Steef: 'Het is mijn beurt om te betalen' en ik greep in mijn jaszak naar mijn politielegitimatiebewijs.
Vervolgens maakte ik mij bij de man bekend als politieambtenaar en hield hem het legitimatiebewijs voor zijn neus. Op datzelfde moment greep Steef de man van achter bij de armen, deed hem de handboeien om en voor hij het wist waren wij op weg naar het bureau.
De man was kennelijk nieuw in de buurt, want de gezichten van de agenten
waren bekend bij de meeste verslaafden.