De Amsterdamse Krant

25 juni 2016

De Amsterdamse Krant 25 juni 2016


Van de wandelstok was de punt omhoog, tegen de meeuwen

Dit is de camping De Tweeling in Groet (en dus niet niet de camping waar Piet Veenboer het over heeft). Maar ook hier hebben ontelbare Amsterdammers zomervakantie gevierd.

We vroegen om bijdragen over mooie zomers van vroeger en we kregen vooralsnog twee reacties waar we wat mee kunnen. Blijf vooral reageren, want deze serie komt wat ons betreft voorlopig niet ten einde.

door Piet Veenboer
Met Bakkum hadden we niets; het Spaanderswoud bestond volgens mij in de jaren eind 40 van de vorige eeuw nog niet. Door een bepaalde connectie van mijn vader met de brandweer in Amsterdam konden wij wél naar Schoorl. Daar had de brandweer een aantal huisjes op de camping van de heer C.Mayer aan de Herenweg C49 en door die connectie konden wij een paar jaar achter elkaar 14 dagen daar naar toe. Het waren elk jaar dezelfde families, dus je leerde elkaar zo goed kennen. De naam en het adres van de campinghouder heeft zo'n indruk gemaakt toen, dat ik het nu nog weet!

Bakkum in lang vervlogen tijden.
Nog meer Bakkum.

Veertig huisjes
Op de camping stonden ongeveer veertig huisjes. U moet zich voorstellen; het was behelpen; ze hadden wanden van boardkarton en een dak van zeil; er was ruimte om te zitten en het idee stapelbed was vermoedelijk net ingevoerd. Of de huisjes in de winterperiode afgebroken moesten worden, is bij mij niet bekend. Er waren voor alle huisjes een tiental kranen gemaakt, waar je drinkwater kon tappen, een doucheruimte was nog niet aanwezig.

Grasland
Het was allemaal grasland, dus ruimte genoeg. Het dorp Schoorl was op loopafstand te bereiken en na de achteruitgang begonnen de bosjes met wilde bramen en klimbonen. Honderd meter achter de camping begonnen de duinen; dus er was speelruimte genoeg en daar hebben we natuurlijk dankbaar gebruik van gemaakt.

Naar de kerk
Zondag moesten wij natuurlijk naar de kerk in Groet. Het was een klein kerkje en ik kan me nog herinneren, dat mijn moeder, die achterin de kerk zat, haar boodschappentas tussen de deur had gezet, om toch wat frisse lucht te krijgen, want in de zomer was het daar warm.

Wandelen
De vaders gingen wandelen met ons in de duinen met een wandelstok met de punt omhoog, want er waren wel eens vervelende meeuwen, die aanvallende bewegingen maakten. Want het was uiteindelijk hun gebied. Aan de rand van de duinen was ook nog een jeugdherberg gevestigd "Teun de Jager". Dat waren toen omgebouwde bunkers en de ronde opstelling voor een machinegeweer was toen ook nog zichtbaar. Het was een mooie tijd, waar we nog regelmatig aan terugdenken.

door Willie Jansen
Tot mijn achtste jaar heb ik mijn jeugd doorgebracht in het tentenkamp in Bakkum. Met de paasdagen gingen mijn ouders het huisje opbouwen en na 1 mei gingen we het weekend alvast er naar toe. Zodra we vakantie hadden zaten we daar de hele zomer. Lekker naar het strand en spelen in de bossen samen met mijn neven, want de halve familie stond daar. Tot mijn oom met de mededeling kwam dat er volkstuinen werden gerealiseerd vlakbij de Utrechtsebrug, door de Federatie van Amsterdamse Volkstuinen. Dat was makkelijker. dan hoefde mijn ouders niet steeds een huisje op te bouwen en af te breken.

Volkstuintje
Ook de rest van de familie schafte zich een volkstuintje aan. Mijn vader heeft zelf er een huisje op gezet. Met onderdelen van het huisje uit Bakkum en nieuwe planken. Mijn moeder zette de planken in de beits. Iedere zomer moest ik naar de verfwinkel voor een pot buitenbeits groen. In het begin teelden mijn ouders groente en fruit. Na de oogst werd dat thuis geweckt en zaten we de hele winter. tuinbonen, sperziebonen en snijbonen te eten.Tot het je strot uit kwam. Ik kan zeggen dat het zomeren in mijn jeugd fijn was.

Nieuwe raadplaat is gemaakt in 1990

Die raadplaat van Werner Bucher beviel ons wel. En aangezien hij er meer heeft gestuurd, publiceren we er nu nog eentje van hem. Wij vinden deze uitermate lastig, maar wie zijn wij? Deze foto die genomen is in 1990, maar misschien heeft u er geen problemen mee.
Uw inzending kunt u sturen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Meer zomer

De eerste reacties op ons verzoek om echte zomerse bijdragen smaakten naar meer. En meer willen we er best wel hebben. Kom maar op met die verhalen over zomerkampen, logeren bij familie of vriendjes, geen geld hebben om vakantie te kunnen houden, vakanties voor bleekneusjes, de jaarlijkse zomerspelen in de Oude en Nieuwe RAI, slapen in het Vondelpark of lekker klooien ergens in de stad.
Er zijn geen grenzen aan de hoeveelheid. uw artikelen kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Vooral de heerlijke (banket) bakkerij blijft hangen

Nu zijn hier De Hallen gevestigd.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of foto's die lezers hebben ingestuurd, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen.
De raadplaat in de vorige editie is ingestuurd door Werner Bucher en het betreft, dan verraden we dat bij deze alvast: 'Vanaf de Bilderdijkkade de Kwakersstraat met in het verlengde het Bellamyplein (P.W. Janssenplantsoen). Links nog het kantoorgebouw van de Stadsreiniging. De foto is gemaakt in mei 1987", meldt Bucher. De eerste foto is de raadplaat.

De Mollen en de Koningen zetten we nu eens vooraan in de rij: "De raadplaat van deze week speelt zich af op de kruising Bilderdijkkade en Kwakersstraat. We zien het hoofdkantoor van de Stadsreiniging op Bilderdijkkade 50 (thans verdwenen). De nostalgische brug is brug nr. 164 over de Bilderdijkgracht."
"Op het Kwakersplein staat het beeld van de ratelaar. De ratelaar ging door de straten met een ratel om de bewoners met veel lawaai erop attent te maken dat de vuilniswagen in aantocht was en dat het vuilnis aan de stoeprand mocht worden gezet. "

Nog geheel intact
En van de Mollen en de Koningen is het een kleine sprong naar Gielijn Escher. "We staan met de rug naar het Kwakersplein en kijken de Kwakersstraat in met aan het einde het Bellamyplein.
De bebouwing rechts op de foto is nog geheel intact. De linkerzijde toont het voormalige hoofdkantoor van de Stadsreiniging, dat ergens in de late jaren 80 plaats moest maken voor het Stadsdeelkantoor Oud-West.

Het Bellamyplein.

Wereldstad-allure
Dit gebouw op zijn beurt ging enkele jaren geleden tegen de vlakte om andermaal plaats te maken voor nieuwbouw. Onder andere een nieuw stadsdeelkantoor dat Oud-West wereldstad-allure moest geven. Ingehaald door de tijd en andere bestuurlijke inzichten (het opheffen van de stadsdelen) hebben een streep door deze megalomane bouwplannen gehaald. Thans zijn op deze locatie dure appartementen e.d. verrezen.
Aan het Bellamyplein ligt de voormalige tramremise die na jarenlang gesteggel thans één der hipste uitgaansgelegenheden van Amsterdam is. Een goed voorbeeld van herbestemming. Het is zelfs zover gekomen dat men in deze wijk niet meer spreekt van Oud-West, maar van het Hallenkwartier!"

Museumtrams
Mike Man heeft er ook een sport van gemaakt elke keer mee te doen. Hij schrijft: "De raadplaat in uw krant van 27 mei lijkt mij geschoten vanaf het Kwakersplein met de brug over de Bilderdijkgracht richting Kwakersstraat met op de achtergrond het Bellamyplein. Veel kan ik niet over de buurt vertellen, anders dan dat ik het heel jammer vind dat bij de herbestemming van de oude tramremise op het Bellamyplein (nu De Hallen) geen rekening is gehouden met c.q. ruimte is gereserveerd voor de museumtrams en de mensen die zo hun best doen om dit stukje rijdende Amsterdamse geschiedenis te behouden! Waarvan akte!

Werkplaats
"Beste redactie, dit is de Kwakerstraat" schrijft Truus Schipper. "Links de kantoren en werkplaats van de stadsreiniging, achteraan op de foto. Het Bellamyplein waar van links de werkplaats van de tram op, de voorkant de Bilderdijkkade "

Tramsporen
René Rozema schrijft: "Op de raadplaat zien wij de brug over de Bilderdijkgracht, gezien vanaf Kwakersplein, naar de Kwakersstraat. Op de brug de tramsporen vanaf de Bilderdijkstraat naar het Bellamyplein, waar de Centrale Werkplaats Tram was gevestigd."

Banketbakker
Joke Davids-Knevel heeft de smaak ook te pakken: "Goedendag, daar ben ik weer. Vorige keer had ik het goed met de atelierwoningen. Nu zie ik een jeugd herinnering van de brug over de Bilderdijkkade van het Kwakkersplein naar het Bellamyplein. Op de hoek de oude gebouwen van de reiniging daar naast was de tramremise van Bellamyplein naar de Kinkerstraat waar nu De Hallen zijn.
In de Kwakkerstraat zat een banketbakker waar mijn moeder gebakjes (alleen met een verjaardag) haalde omdat het te betalen was en daar naast voor ons toen kinderen, zat Topido. Een winkel met van alles en kinderspeelgoed. Een bal die ik voor mijn 8ste verjaardag kreeg, kostte toen 3,75 gulden en was het mooiste cadeau dat ik ooit van mijn moeder als kind kreeg. Zij had het zeer arm. Later heb ik op de Bilderdijkkade er tegen over op de Comeniusschool gezeten waar ik nu nog een mes, vork en lepel van heb. Die kreeg ik toen ik eraf ging in 1954."

Heerlijke bakkerij
Cor de Wit hoort ook bij de inboedel van de raadplaat: "Deze plaat herkende ik direct ondanks dat ik inmiddels alweer vier jaar in Haarlem woon. Deze foto is volgens mij genomen vanaf het Kwakersplein met de brug over de Bilderdijkgracht, kijkende via de Kwakersstraat naar het Bellamyplein met vroeger nog het kinderbadje en de Remises van het Gemeente Vervoer Bedrijf waar nu de winkelhallen inzitten. Met toen op de hoek van de Bellamystraat de heerlijke bakkerij van Paul Anne. Deze zit nu net om de hoek in de Bellamystraat."

Hotel
Charles Philip doet de volgende duit in het zakje: "Zoals ik deze foto bekijk, is deze genomen vanaf het Kwakersplein naar de brug over de Bilderdijkkade. Ik meen dat in het gebouw links de stadsreiniging zat, maar het kon ook bij de tramremise horen die daar was. Tegenwoordig staat hier nu de Foodhallen en een hotel."

Kip in het Pannetje
Leo van Antwerpen noemt het een inkoppertje: "Het is de Kwakersstraat in Oud-West. De foto is genomen vanuit de richting Bilderdijkstraat, bij restaurant De Saladetuin, voorheen Kip in het Pannetje. En Dirk 111 eethuis. De brug loopt over de Bilderdijkkade, maar de naam is eigenlijk Bilderdijkgracht. De smederij Meisterbrug, dit is brug 164."

Pierenbadje
Op de foto zie je aan het einde het Kwakersplein waar wij als kinderen in het pierenbadje speelden, zo'n 56 jaar geleden. Links over de brug zat vroeger de gemeentelijke stadsreiniging en aan het einde links zat voorheen de deelraad Oud-West en ietsje verder de oude tramremise waar nu allemaal eettentjes in zitten. Weer verder door kom je bij de Bellamystraat met links en rechts De Ten Katemarkt."

Rechte eind
Bertus Stoeltjes heeft het ook bij het rechte eind. "Dit is de brug over de Bilderdijkgracht vanaf het Kwakersplein naar de Kwakersstraat en u kijkt naar het Bellamyplein", schrijft hij.

Niet goed
Gerard Jansen heeft het niet goed: "Volgens mij is de straat de s-Gravensandestraat in Oost. Deze straat loopt van de Sarphatistraat tot aan het s-Gravensandeplein bij het OLVG. De foto is genomen vanaf de Sarphatistraat, de brug is over de Mauritskade, de linkerpanden zijn nu van hotel Arena, over de tramsporen rijd nu lijn 7. In de verte zijn de bomen van het Oosterpark te zien. Ik ben benieuwd!!"

Nieuwbouw
André Woons schrijft: "Leuke raadplaat, toch wel heel herkenbaar. Het is de brug over de Bilderdijkgracht, gezien van af het Kwakersplein, richting Kwakersstraat en aan het eind zijn de bomen van het Bellamyplein te zien. Links is nog een stukje te zien van het gebouw van de Stadsreiniging. Inmiddels gesloopt en vervangen door nieuwbouw."

Appeltje-eitje
Lodwijk Beems noem het appeltje-eitje en heeft het goed. Hij voegt toe: "Op het huidige Bellamyplein was/is een waterbadje voor de kleinste kinderen. In mijn jeugd liepen wij van de Admiraal de Ruyterweg door de Elisabeth Wolffstraat via de Kwakersstraat, Kwakersplein, Potgieterstraat naar de Da Costastraat waar onze school (Jacob van Lennep MULO) was gevestigd.

Hoeve Bakkers
Als bij de bakkerij van Hoeve Bakkers(Hoek Elisabeth Wolff/van Alphenstraat koekjes werden gebakken, liepen wij door de van Alphenstraat via de Bilderdijkkade naar het Kwakersplein. Bij de bakkerij werden de gebakken koekjes op grote blikken in de openstaande ramen gekoeld waarbij wij de verleiding niet altijd konden weerstaan.
Vers gebakken en zo lekker! Notabene: De portieken op het Bellamyplein hadden/hebben de mooiste tegelplateaus met schepen erop."

Tramrails
W. Hilligers voegt toe: "Volgens mij is de raadplaat van de heer Werner Bucher het bruggetje over de Bilderdijkkade. De tramrails leiden naar de tramremise "Tollenstraat", bij het Bellamypleintje in Amsterdam-West."

Remise
Lia van den broek twijfelt, maar heeft het goed: "Het lijkt mij de Bilderdijkkade met links het gebouw van de Stadsreiniging. Als je rechtdoor ging, had je links de remise van de tram aan het Bellamyplein. Ik meen mij te herinneren dat de stadsdeelraad later in het linkser gebouw zat."

Twee fresco's
Eddie van Dijk heeft een mooie, lange bijdrage: "Voor mij was de raadplaat niet zo moeilijk. Gelijk herkende ik (links) de kantoren van het hoofdkantoor van de Stadsreiniging aan de Bilderdijkkade en het Kwakersplein. Deze gebouwen zijn nu gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.
Zelf was ik werkzaam op de Vuilverbranding in Amsterdam-Noord. Deze viel onder de Stadsreiniging vandaar dat ik soms een bezoekje bracht aan het hoofdkantoor. In de kantine van de SR hingen aan de wanden twee fresco's van Mozes Cohen voorstellende de stedelijke maagd en afbeeldingen van de SR in vroegere tijden.

Gered van de sloop
De fresco's zijn gered van de sloop en in een opslagdepot ondergebracht. Na een paar jaar in de vergetelheid, kwam het idee van een medewerker werkzaam op de vuilverbranding (AEB) in het Westelijk havengebied om deze fresco's aan te bieden als zijn afscheidscadeau. Zelf heb ik er niets meer van vernomen hoe het verder is afgelopen, maar de fresco's zijn nooit bij de AEB terecht gekomen.
Een jaar geleden ging ik eens kijken bij De Hallen (voormalig tramremise) in de Tollenstraat en wat blijkt daar aan de muur te hangen, de twee fresco's. Prachtig zoals ze weer een nieuwe bestemming hebben gekregen. Zoals eerder vermeld, bestaan de panden links op de foto niet meer, maar het pand rechts is nog in beeld."

Gestut
En dan Jan Riesenbeck: "Dat is de brug naar het Bellamyplein. Rechts op de hoek heb ik nog gestut en stalen balken geplaatst. Daarna werd de brug gerenoveerd. Aan de linkerkant was de gemeentewerkplaats. Daar staat nu nieuwbouw met De Hallen."

Faun vuilniswagen
Chris Put schrijft: "Volgens mij is dit de hoek Bilderdijkkade / Kwakerstraat met het oude hoofdkantoor van de Stadsreiniging. Omdat mijn vader toen bij de Stadsreiniging werkte, ben ik meerder malen daar binnen geweest. Ik kan mij nog goed herinneren dat de statige trap met het gebrandschilderde raam leidde naar een vitrinekast waarin natuurgetrouwe modellen stonden van o.a. de Octupus en de Faun vuilniswagen!"

Spelen op de schuiten
Herman Mulder: "Dit is gezien vanaf de Bilderdijkkade naar de Kwakerstraat met op de achtergrond het Bellamyplein De tramrails met bovenleiding ging toen naar de werk plaatsen van de GVB. Gebouw links was van de Stadsreiniging. Op het water van de Bilderdijkkade kon je op de schuiten spelen, maar alleen op zondag."

Olaf Horn: "De nieuwe raadplaat betreft de brug bij de Kwakersstraat en het Kwakersplein, bij de Bilderdijkstraat (vroeger was daar ook de v.m. tramwerkplaats Bellamyplein en lang daarvoor de voormalige Stadsreiniging."

Oude politiebureau
A.Thodé-Jurgens heeft het ook niet goed. Hij houdt het op de Raampoort, kijkend richting Frederik Hendrik plantsoen. Links het oude politiebureau."

Ook Hanneke Hommerson heeft het niet goed: " Toen ik de foto zag dacht ik meteen dit is de Marnixstraat, kan niet missen."

Smederij Meisjesburg
Hans van Elteren: "Wel weer heel erg gemakkelijk: Vanaf Kwakersplein de brug over de Bilderdijkgracht naar de Kwakersstraat en daarachter het Bellamyplein. Links over de brug zijn nu de "Foodhallen". De brug heet, zo leert de website bruggenvanamsterdam.nl de Smederij Meisjesbrug en heeft nummer 164. Deze vaste brug is in 2009 genoemd naar Smederij Meister en Zone in de nabijgelegen Bellamystraat 74 ter ere van het 100-jarig bestaan van dit bedrijf, dat in 1909 werd opgericht."

Gaarkeuken
Anne Sieveking-Hoogendijk scoort 100 procent: "Volgens mij is de foto genomen vanaf het Kwakersplein richting Kwakerstraat over de brug van de Bilderdijkkade. Links het gebouw van de voormalige Stadsreiniging . Doorlopend naar het Bellamyplein. In de oorlog stond op het huidige plantsoen de gaarkeuken en daarna de fabriek van Blokkers Radiateuren, waar de zoutzuurbaden verkwikkende dampen over het plein strooiden. En dat in een woonwijk."

Deel terrein ligt braak
Hans Slieker raadt altijd mee vanuit Zweden: "Dit bericht komt uit het verre Zweden waar ik elk jaar een half jaar woon en dank zij internet toch De Amsterdamse Krant kan ontvangen. Ik denk dat ik de raadplaat herken: kan het de brug over de Bilderdijkgracht zijn, gezien vanaf het Kwakersplein? Op de achtergrond zijn de bomen aan het Bellamyplein zichtbaar. De gebouwen links zijn al weer een aantal jaren geleden gesloopt en waarin het Stadsdeelkantoor in de Kwakersstraat eens onderdak vond. Nu ligt een deel van het terrein braak.
De tramrails verraden de toegang naar de voormalige tramremise op het Bellamyplein, tegenwoordig omgetoverd tot De Hallen. Ik hoop dat nog vele raadplaten van Amsterdam in de toekomst worden gepubliceerd."

Schitterende nieuwe bestemming
Tot slot hebben we Theo Rotiier: "Volgens mij is dit de brug over de Bilderdijkkade richting Kwakersplein. Links ligt de vroegere tramremise wat nu een schitterende nieuwe bestemming heeft gekregen."

De nazit
In de nazit komen we terug op eerdere raadplaten, dit keer op de Atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat, waar Herman Boeker het volgende over schrijft: "De vorige raadplaat zei mij helaas niets, want van Noord weet ik helaas te weinig. Ik ga daar binnenkort wel eens wandelen. Van 1964 tot 1969 zat ik op de Gereformeerde Kweekschool in de Dintelstraat. Onze buiten-gymlessen werden gegeven op het speelterrein voor de atelierwoningen van uw raadplaat, de Uiterwaardenstraat/Zomerdijkstraat. Op het toenmalige gravelveld speelden wij regelmatig softbal, want een gemengde klas. Wel lukte het eens een van ons, de jongens, de bal over het hek te slaan. Iedereen hield zijn hart vast of die bal de blauwe jeep van Jan Wolkers, die daar geparkeerd stond, zou raken. Het gebeurde niet, zijn jeep werd gespaard. Nu hoopten wij, dat Jan naar buiten zou sloffen om ons de bal terug te gooien. Dat gebeurde ook niet. Jan was heel streng opgevoed, wij Amsterdamse gereformeerden veel minder. Wij mochten zijn boeken gewoon op onze literatuurlijst zetten."

Kunstenaarsflat
"Ik denk dat het om de Uiterwaardenstraat gaat en dan de kunstenaarsflat", schrijft Klara Bruyn: "Hier heeft Jan Wolkers ook gewoond en er wonen nog steeds kunstenaars. Om de hoek ben ik opgegroeid en tegenover dit gebouw stond de lagere school waar al mijn zussen en broer op zijn geweest. Toen ik naar de middelbare school ging fietste of liep ik daar iedere dag door de week langs. Mijn moeder woont nog steeds om de hoek en als ik naar mijn moeder ga rij ik daar nog vaak langs."

Nieuwe raadplaat

Die raadplaat van Werner Bucher beviel ons wel. En aangezien hij er meer heeft gestuurd, publiceren we er nu nog eentje van hem. Wij vinden deze uitermate lastig, maar wie zijn wij? Deze foto die genomen is in 1990, maar misschien heeft u er geen problemen mee.
Uw inzending kunt u sturen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'Als portier van Riche had ik gouden tijd'

door Leo Antwerpen

"Hierbij stuur ik de oplossing van de Raadplaat in uw geweldige krant. En een stukje van mijn levensloop. En ik hoop dat u dit ook zou willen plaatsen." Dit schrijft Leo Antwerpen ons. Wie zijn wij dan, dat we dat niet zouden doen. Bij deze. De raadplaat was voor mij niet moeilijk. Dit is de Uiterwaardenstraat in Amsterdad-Zuid gezien naar de Rijnstraat toe. Jan Wolkers had er samen met zijn derde vrouw Karina zijn huis en atelier op de hoek van de Zomerdijkstraat. Dit is ook het stukje waar tramlijn 25 naar het eindpunt ging.

Opgeheven
Het eindpunt bij de Utrechtsebrug is jammer genoeg opgeheven omdat de Noord-Zuid lijn in de toekomst ?? gaat rijden. Hoe ik zo snel tot de oplossing kwam, was voor mij eenvoudig. Mijn ex-verloofde woonde daar met haar ouders, wel aan de andere kant. Maar toch kan ik deze lange straat wel dromen.

De Uiterwaardenstraat.

Allereerste liefde
Mijn allereerste liefde woonde daar in 1975, naderhand mijn verloofde. Ik was 20 jaar en zij 17. Ik ben haar tot op de dag van vandaag nooit vergeten. Deze liefde zit waarschijnlijk nog zo diep dat ik er nog weleens ben gaan kijken en inderdaad het bordje van de familie staat nog steeds op de deur: W.L.B. van Veldhuijsen. Ze heette Linda van Veldhuijsen en had een zuster Monique en haar ouders heetten Willem en Mary. Oh, wat was het een mooie meid.

Inas
Ze zat in de opleiding Inas voor verpleegster. Ik kwam net uit dienst en had eigenlijk nog geen baan. Eerlijk gezegd had ik er toen ook nog geen zin in, na 21 maanden om een uitkering aan te vragen. Ik was nogal een fanatiek sporter; boksen, judo en dat soort dingen. Het geluk kwam toch vrij vlot want via-via kreeg ik de tip dat men een portier, wat toen nog gewoon uitsmijter was, op het Rembandtplein zocht, bij discotheek De Riche. De zaak was snel beklonken: ik kreeg 100 gulden per dag staangeld en de rest kwam van de fooi. Het was een gouden tijd. Van wat wij op een daag aan fooi kregen, moest een ander een maand beulen. Na een paar weken sloeg Cupido toe: Linda kwam. Ik vroeg haar en haar zuster, die erbij was, waar ze woonden en dat was de Uiterwaardenstraat. Ik had al een auto en vroeg "Zal ik jullie even naar huis brengen. Nou dat was oke". En zo gezegd, zo gedaan.

Samenwonen
Het resultaat was dat wij binnen een paar maanden gingen samenwonen. Ik had een mooie etage op De Sarphatistraat, dat was destijds 'je van het'. Het geluk heeft jammer genoeg niet lang mogen duren en dat was te wijten, spijtig genoeg, aan mij. Ik was 20 jaar en had geen enkele levenservaring. Ondanks mijn sporten, was ik toch wel een jongetje dat er vlug op los sloeg, jammer genoeg. Tsja, altijd maar met de boys van het Rembrandtplein optrekken, dat moest wel fout aflopen.

Jaloers, vervelend ventje
Daar kwam nog bij dat ik een ontzettend jaloers vervelend ventje was. Ik beken het ook eerlijk. Op een dag kreeg ik verschrikkelijke ruzie met Linda, van het een kwam het ander, en op een gegeven moment gaf ik haar een mep. Helemaal fout, wat een eikel was ik. Een sterke vent in de bloei van zijn leven een vrouw slaan, tjeetje man. Natuurlijk lag ik als portier weleens te rammen, maar bij een vrouw, pff, niet goed.

Geen weggooier
Ik praten als Brugman natuurlijk en ik dacht dat het wel weer goed kwam. Nou, niet dus. Ik kwam 's nachts van mijn werk en Linda was vertrokken. Maar deze flinke jongen moest zo nodig bij zijn schoonvader in de Uiterwaardenstraat verhaal gaan halen. Die ouwe was ook geen weggooier en kwam naar beneden om bij mij verhaal te halen. Terecht trouwens. Ik heb hem maar even laten meppen, maar toen vond ik het wel genoeg en met de woorden. "Zo! Heb jij je gram kunnen halen?", was ik nu aan de beurt. Gelukkig was via de tamtam een collega-portier naar de plek gekomen en hij hield me tegen. Gelukkig maar.

Nog wel ontmoet
Ik heb Linda na die tijd nog wel ontmoet, wat waarschijnlijk haar ouders nooit hebben geweten. Maar tussen ons is het nooit meer iets geworden. En nu! Nu ben ik 62 jaar en al 35 jaar heel gelukkig met mijn mooie lieve vrouw. De clou van dit verhaal is dat ik mijn levensles heb geleerd in de Uiterwaardenstraat en dat ik er enorm veel spijt van heb. Want een vrouw sla je niet.

Wereld- ontvanger

door Henny van der Sluijs
Na het zien van de foto van een transistorradio bij 'Dit komt nooit meer terug' ben ik even mijn slaapkamer ingelopen, want het ding deed me heel sterk denken aan de Wereldontvanger, die daar staat. Ook een 'zenderschaal', een speaker met 'gaatjes' en een uitschuifbare antenne. Maar er is wel verschil. Mijn radio heeft een draaiknop aan de rechterkant (dus niet voorop) en de volume-regelaar zit bovenop als schuifje, evenals de hoge en lage tonenknoppen en de 6(!) drukknoppen, die golfzoeker zijn voor O, U, L, M, K1 en K2. U zal wel Ultrakorte Golf zijn, L Lange Golf en M Middengolf, maar helemaal zeker weet ik dit niet. De overige 3 kan ik niet plaatsen en ik gebruik alleen de U om in bed naar klassieke muziek te luisteren, want mijn Wereldontvanger staat standaard op Radio4. Als ze daar een enkele keer bagger uitzenden heb ik nog een wekkerradiootje, dat NH doorgeeft. de Wereldontvanger is een geschenk geweest van een inmiddels overleden zeer dierbare vriend, dus die doe ik nooit weg. De ontvangst is prima.
Verder wil ik mijn complimenten doorgeven voor De Amsterdamse Krant, die elke keer met plezier lees.

Het Busschenschuthofje

32

De entrée van het Bussenschuthofje zoals het er uitzag in 1930. De foto is gemaakt door Nico Swaager.

door Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

Bij alle tot nu toe beschreven hofjes was er altijd wel een relatie met een bepaalde geloofsrichting. We lieten meerdere hofjes voor rooms-katholieken, doopsgezinden, gereformeerden, hervormden, evangelisch Luthersen enzovoorts, de revue passeren.
Over een hofje voor Joden is maar heel weinig te vinden. Toch had Amsterdam een Joods hofje, namelijk het Bussenschuthofje, dat ook wel geschreven werd als Busschenschuthofje of Hofje Bussenschut.

Ligging en ontstaansgeschiedenis
Het Bussenschuthofje was gelegen aan de Rapenburgerstraat. In deze straat waren diverse Joodse instellingen gevestigd, zoals het Nederlands Israëlitisch seminarium op 175-179, het opperrabinaat op nummer 173, het Nederlands Israëlitisch meisjes weeshuis op 169-171, het studiehuis van de Asjkenazische gemeente Beit ha-Midrasj Ets Chaim op nummer 109 en het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis op nummer 9. En tussen al deze gerenommeerde instellingen was er dus een schamel Joods hofje.

Het Bussenschuthofje aan de Rapenburgerstraat 123-155.

Het hofje is tussen 1738 en 1741 ontstaan op het achtererf van het pand Rapenburgerstraat 157. Het hofje heeft daarbij de huisnummers 123-155 gekregen. Op dat achtererf was een aantal piepkleine huisjes gebouwd. Via een naast nummer 157 gelegen steeg waren deze bereikbaar. In 1741 kwam dat pand met alle bouwsels op het achtererf via een executie-verkoop in het bezit van de Regenten van het College van de Weeskinderen der Hoogduitsche natie. Het werd echter niet, zoals te verwachten was, een weeshuis, maar er bleven zeer arme Joodse gezinnen wonen. Begin 19e eeuw woonden er 36 Joodse huurders. Uit het Stadsarchief valt op te maken dat er rond 1850 onder meer drie zussen: Roosje, Schoontje en Saartje Salomon, woonden. Aan het begin van de 20ste eeuw waren er nog 22 krotwoningen aan het kleine binnenplaatsje. Deze werden al gauw daarna onbewoonbaar verklaard. In 1930 is het hofje dan ook gesloopt.

Naamgeving
Waar zou de naam Bussenschut eigenlijk vandaan komen? Schut kennen we in de betekenis van een sluis waar schepen werden geschut, maar het komt ook voor in het woord geschut. En bussen kennen we in vele vormen, bijvoorbeeld melkbus, brievenbus. Maar het woord bus zit ook in buskruit. En in Amsterdam was een Bushuis, aanvankelijk op de plek van het latere Oost-Indisch Huis, waar het wapenarsenaal van de stad was opgeslagen.
Waarschijnlijk geeft de nog altijd aanwezige gevelsteen, die boven de ingang van het toegangspoortje was aangebracht, de beste aanwijzing. Daarop is namelijk een kanon te zien met daarbij een persoon, waarschijnlijk een kanonnier, met de tekst Anno 1597. Dus aannemelijk is dat we het in de richting van buskruit moeten zoeken. Maar het jaartal op de gevelsteen ligt wel zo'n 150 jaar vóór het jaar waarin het hofje ontstaan zou zijn. Dat is wel verklaarbaar, want ver vóór de bouw van het hofje, was er op die plaats een kruitfabriek en een opslagplaats voor buskruit van de VOC. En om het nog ingewikkelder te maken, de erven waarop het hofje gebouwd werd, zijn deels eigendom geweest van ene Harmen Bussenschut. En zijn naam paste dus goed bij de vroegere bestemming. Het hofje zal dus daarom zijn naam hebben gekregen.

Terugblik
Dit hofje lijkt, in tegenstelling tot de meeste andere hofjes, niet vanuit een oogpunt van liefdadigheid voor geloofsgenoten ontstaan. Het was meer een verzameling huisjes op een aan het oog onttrokken achterterrein. En misschien was er zelfs wel enige gêne binnen de Joodse gemeenschap over het bestaan van het hofje, want er is zo weinig over bekend dat het wel haast lijkt of het een beetje verzwegen werd.

Harry (2)

In de laatste editie plaatsten we het eerste deel over Harry. Vandaag deel 2.

Het personeel heeft alvast drie baden met warm water vol laten lopen. Het eerste bad voor het afweken van het ergste vuil, het tweede voor de volgende laag en het derde om Harry echt schoon te krijgen.
We zetten Harry op de stoel. Ik vraag hem om zich uit te kleden, maar Harry snapt niet wat hij moet doen en neuriet zachtjes door. Op mijn teken houdt Thomas hem onder zijn armen vast en tegelijkertijd probeer ik zijn broek naar beneden te trekken. Dan blijken er toch een paar totaal vergane schoenen aan zijn voeten te zitten. Die laat ik nog even op hun plaats. Stukje bij beetje trek ik de broek omlaag. Dat geeft elke keer een zuigend en soppend geluid. Bij iedere beweging wordt de stank pregnanter. De kleine ruimte vult zich allengs met een bijna niet te harden bedorven lucht. Ik kijk omhoog naar Thomas. Als ik zijn verwrongen gezicht zie, moet ik een beetje lachen. Met enige paniek in zijn stem zegt hij: 'Henk, kan het niet ietsje sneller?'

Hoewel ik nu zelf ook begin te twijfelen aan onze actie zeg ik: 'Nee Thomas, niet zeuren maar doorwerken.'
Als we eindelijk de broek van Harry's lijf hebben gekregen, kijken we ontzet naar zijn gehavende lijf. Alles is ontstoken, groen, geel en rood. Er vallen maden op de grond en zelfs zijn piemel is totaal verdwenen. Het elastiek van waar ooit een onderbroek heeft gezeten, zit in zijn lijf gesnoerd.
Op dat moment realiseer ik me dat we zo niet verder kunnen gaan. 'Stoppen, Thomas', roep ik resoluut. 'Dit moet professioneel aangepakt worden.'

Ik durf het risico niet te nemen om Harry in bad te stoppen, want ik heb wel eens gehoord dat zwaar vervuilde mensen dan dood kunnen gaan. Ik bel nu toch maar de ambulancedienst en vertel in grote lijnen waar we mee bezig zijn. Gelukkig begrijpt de ambulancebroeder meteen waar ik mee zit. Hij is zelfs bereid om direct hulp te verlenen. Als je het helemaal volgens de regels wilt doen, moet er eerst een arts komen. Die moet vervolgens de ambulance aanvragen en dan volgt er nog een enorme administratieve nasleep. Gelukkig wil iedereen dat het probleem, voor Harry's bestwil, snel en menselijk wordt opgelost.
De ambulancebroeder die binnen tien minuten ter plaatse is, weet precies wat hij moet doen. Hij stopt Harry voorzichtig in bad, we geven hem wat te eten en daarna wordt Harry naar het ziekenhuis vervoerd. Zingend verdwijnt hij in de ambulance.

Een vergiet in de Warmoesstraat? Dat kon je vergeten

Bureau Warmoesstraat heeft ook geïnspireerd tot een stripboek van Eric Heuvel. deze is nog steeds te koop in de betere stripwinkels.

door Piet Middelkoop
Zoals eerder verteld hebben de collega's van groep 4 en een aantal andere collega's Surinaamse les gevolgd aan het bureau. Elke maandagavond van 19.30 tot 22.00 werden surinaamse taaloefeningen gedaan, woordjes leren, teksten vertalen, teksten geschreven en werd er naar Surinaamse muziek (Mampira beti mi! en Blaka Rosoe, Me gwa Sranang go soekoe wan wroko en Brombere man) geluisterd. Deze liedjes moesten uiteindelijk ook vertaald worden.
Er werd niet alleen aandacht besteed aan Surinaamse taal, maar ook aan de gewoonten en gebruiken en het Surinaamse eten. Op een van deze lesavonden stond op het programma: Surinaams koken.
Er moest rijst en groenten, boontjes, garnaaltjes en gerookt vlees worden ingeslagen, sambal, madam jeannetjes en al wat er nodig was om lekker te kunnen eten.

Inkopen
De ingrediënten kopen was niet zo'n probleem. Rondom het bureau konden op verschillende plaatsen inkopen worden gedaan. Op het menu stond Moks'alesi. een gerecht dat letterlijk vertaald betekent 'van alles door elkaar'.
Terwijl de ene collega zich bezig hield met het koken van de rijst en de andere met het snijden van de groenten, ging ik op zoek naar potten en pannen en een vergiet om de garnalen af te spoelen.
De keuken in de kantine van de Warmoesstraat was nu niet bepaald een keuken die ingericht was op dergelijke gerechten, dus werden her en der potten en pannen en alle zaken die daar op leken te voorschijn getoverd.
Er moest wel voor een behoorlijke groep gekookt worden. Onder leiding van onze leraar Surinaams gingen wij driftig aan de slag. De garnalen moesten worden schoongemaakt, afgespoeld en gekruid in een vergiet.

Een vergiet?
Tja, daar had je zowat: een vergiet in de keuken van de Warmoesstraat? Dat kon je vergeten. Deze diender was gelukkig niet voor één gat te vangen. Op de counter in de kantine stonden twee grote chromen koffiezetapparaten met zo'n kraantje en zo'n groot koffiefilter er boven op. Het koffiefilter heb ik goed omgespoeld, met een beetje bleek de ergste koffiegeur er uit gepoetst en vervolgens de garnalen er in gedaan en klaar was Piet!
De garnaaltjes werden voorzien van een beetje zout en een beetje peper en flink omgeschud en gespoeld.
We hebben die avond heerlijk gegeten, gedronken en gelachen. Wij wel!
Ik denk dat de ochtendploeg toch wel vreemd heeft opgekeken van hun eerste bakkie koffie....

Zo'n mooie vrouw?

door Dick Jansen
Als jonge diender liep ik op de Geldersekade te surveilleren, samen met Leon (Opa).
We zaten op de 9e dienstgroep in de periode 80/81 en moesten natuurlijk veel bonnen (KvO's) schrijven.
Op de Bantammerbrug stond ter hoogte van de Toko een auto geparkeerd met draaiende motor, de eerste overtreding. Uiteraard stelden wij als nieuwsgierige honden een nader onderzoekje in.
Vervolgens zagen wij in de auto een grote stok liggen met pikhaak, volgens ons een wapenwetje, en dus nog een overtreding. Nu was het wachten op een eigenaar/bestuurder van deze auto. Na een korte tijd kwam uit de Chinese toko een schreeuwende vrouw aangerend. Het was niet zomaar een vrouw, het was een bloedmooie jonge vrouw. Ze was wulps gekleed en voorzien van zeer hoge hakken onder haar schoenen.

Mooie vrouw
Zo een mooie vrouw, wat moet die toch in deze buurt? Ik keek mijn ogen uit, Leon iets minder, maar die was dan ook veel en veel ouder en ook nog getrouwd. Gelukkig hadden we nog niet veel ervaring in het uitschrijven en aanzeggen van een proces-verbaal, dus kon de staandehouding lekker lang duren.
In die tijd moesten we nog het beroep van een verdachte weten. De verdachte heette Josefine en zij gaf aan van beroep hondentrimster te zijn. Ze gaf een adres op dat volgens ons toch wel hier in de buurt moest zijn. Hierop moesten we zwoele Josefine, zonder de inbeslaggenomene pikhaak, verder laten rijden.

De Wallen
Enkele uren later liepen wij over de Wallen. Aangekomen in een rood belicht steegje keken we naar de naam van deze steeg. Het betrof de Oude Kennissteeg. Verbaasd en verwonderd keken wij elkaar aan, het betrof de straatnaam die Josefine ons had opgegeven.
Uiteraard moesten we het naadje van de kous weten en liepen naar het opgegeven huisnummer. Met stomheid geslagen stonden we voor het raam te kijken naar...... jawel een bijna naakte Josefine, die een groot en mooi deel van haar vleeswaren toonde aan elke voorbijganger. Na enige tijd kwamen we tot bezinning, Josefine had tegen ons gelogen, een nader verhoor was dus noodzakelijk. We stapten het kamertje van Josefine binnen en voor ik iets kon zeggen of vragen, vroeg Leon aan haar: "Kan ik hier mijn hond laten trimmen."
Regelmatig kom ik Leon tegen, we werken allebei nog in deze schitterende buurt. De kennismaking met Josefine en ons eerste verbaal zullen we nooit vergeten.
Nu, na ruim 20 jaar, zie ik Josefine nog wel eens lopen. Dope en slechte vrienden hebben een mooie vrouw verwoest.

Wildplasser

door Jim Nijman
Vlak naast de Sint Nicolaaskerk op de Prins Hendrikkade was een klein en donker hoekje. Een echte pishoek. Toen ik er in een late avond langsliep stond daar een vent een hoorbaar klaterende plas te doen. Ik liep op hem af en pakte zijn broek laag in de kont vast en rukte omhoog. Hij uitte een kreet gevolgd door een uitdrukking waar de kerk van trilde. De kerk trilde opnieuw toen hij zich omdraaide, klaar om zijn belager aan te vliegen. Hij herkende in mij een lid van de Prinsemarij. Zijn woede was niet bedaard maar hij begon toch maar niet te vechten.
"Als je nog eens wat weet": voegde hij me toe: "Sta ik hier in mijn broek te zeiken. Laat me uitpissen en geef me dan een bekeuring. Nou kan ik niet eens in een taxi naar huis want geen chauffeur neemt me zo mee"
Dat leek mij zelfs een betere oplossing dan een bekeuring.

Niet vaak werd het leuker dan bij de poppenkast op de Dam

De poppenkast van J.Cabalt in de jaren 30 was een fenomeen.

Ook deze zomer is er weer de poppenkast op de Dam! het doet ons mijmeren over vroeger. Honderdduizenden Amsterdammers hebben in de loop der tijd Jan Klaassen en Katrijn gezien, of beter: beleefd. Hieronder delen drie van hen ervaringen met de lezers van De Oud-Amsterdammer.

Jan Klaassen en Katrijn zijn echte Amsterdammers. Hij droeg oorspronkelijk een trompetterspak: een rood buisje met goud-galon, een puntmuts met een kwast, gele broek, klompen aan de voeten, de beentjes los aan het lijf genaaid. Als er eens een trap uitgedeeld moest worden, dan deed Jan Klaassen dat door zijn voet tussen beide handjes vast te pakken. Al te strak heeft men zich door de jaren heen niet gehouden aan dit kostuum. Tegenwoordig zie je aan de muts meestal een koperen belletje. Wel heeft de kop nog altijd een grote rode neus, een vooruitstekende kin en een lachende mond. Bij zijn vrouw Katrijn staan neus en kin al even ver naar voren. Ze draagt meestal een middeleeuws luifelmutsje. Altijd en eeuwig hebben de twee ruzie en als ze elkaar al om de hals vliegen, is het even later toch weer vechten. Het zijn arme sloebers, die graag hun sores van alledag verdrinken. Jan met zijn Amsterdamse humor, rad van tong, woorden verdraaiend, scherpe spot en toespelingen op de politiek. Een branieschopper, maar als het even kan laat hij Katrijn de lastige zaakjes opknappen en duikt hij de kroeg in. Valt er niet te ontkomen aan een vechtpartij, dan slaat hij er met roffelende stok op los tot de vijand het onderspit delft. Voor het 'slapstick-effect' is de stok van Jan Klaassen gespleten (dit veroorzaakt namelijk een knallend geluid). Wat je noemt: een lekker stel.

Echt tot leven
Dick Wout herinnert zich vooral de jaren tachtig, toen hij met zijn kinderen van 4 en 7 jaar regelmatig naar de poppenkast ging. "De poppenkast kwam voor hen echt tot leven. Ook de accordeonist zorgde met zijn muziek dat het jeugdige publiek zich niet zou vervelen in de tijd dat de voorstelling moest worden voorbereid. Maar dan luidde de poppenspeler de bel en begon het spel van Jan Klaassen en Katrijn. Dat was goed te horen, want van alle kanten kwam men over het plein naar de beroemde poppenkast van Pantijn, allemaal in afwachting van een nieuw verhaal over deze twee illustere figuren die altijd ruzie kregen met de buren."

Hard aan toe
"Het ging er vaak hard aan toe in die poppenkast, tot groot vermaak van de kinderen! Was er weer een boef of een andere schavuit die kwaad in de zin had, dan waren de kinderen in extase en riepen massaal om Jan Klaassen die dan steevast met een knuppel het gevaar afwendde en de hele bende door de commissaris liet inrekenen. Eind goed, al goed!"

Zelf spelen
Dick Wout heeft ook geprobeerd zelf poppenkast te spelen. "Hoe kan de poppenspeler zijn poppen zo tot leven brengen? Dat wilde ik ook wel eens proberen. Maar waar moet je beginnen? Een verhaal verzinnen, nou, dat was nog wel te doen, maar met poppen spelen moet je leren! Vergeet niet dat je boven je macht werkt en je bent de eerste die dat de volgende dag met spierpijn merkt. Het spelen met poppen is gewoon een niet te onderschatten sport!"

De Dam als speeltuin
Rolf Adel heeft zijn hele jeugd in de Nieuwmarktbuurt gewoond, met name op de Zeedijk. Voor hem - hij is van 1937 - was de Dam zijn speeltuin. "Altijd als je ging buitenspelen of er op uit ging dan ging je ook even naar de Dam. Zeker in de zomer als het nog lang licht was ging je naar de Dam, want daar was altijd wel wat te doen. Nou ja, in vergelijking met nu was het eigenlijk maar heel weinig. Eigenlijk was de Dam helemaal leeg met twee dingen: een sneltekenaar en de poppenkast. Aan de kant van de Kalverstraat zat de sneltekenaar. Hij was gekleed als kunstenaar met baret en strik en maakte telkens afwisselend dezelfde twee tekeningen, landschapjes. De poppenkast was helemaal aan de andere kant, aan de Nieuwendijk met gezicht richting Dam. Later verhuisde de poppenkast meer richting paleis."

Hetzelfde verhaal
In de beleving van Adel stond de poppenkast er altijd en altijd was er hetzelfde verhaal. "Jan Klaassen was heel bijdehand en slim en had veel humor. Hij was een echte Amsterdammer met plat accent en dat sprak het gemiddelde publiek erg aan. Hij stelt zijn vrouw voor aan het publiek en dan slaan ze elkaar meteen om de oren in een ouderwetse humoristische scene, een beetje zoals uit een stomme film. Dan komt er een soort agent en worden er nog veel meer grappige avonturen beleefd. In elk geval komt er aan het eind van het verhaal een galg voor Jan Klaassen. Jan moet z'n hoofd in de strop steken, maar dat doet hij telkens verkeerd. Dan doet de beul het voor en pakt Jan Klaassen razendsnel de galg op en zwaait met de beul in de strop voor de poppenkast richting het publiek. Hij riep dan altijd: 'pas op voor de bloedspatten!' Iedereen lachen natuurlijk."

Naar buiten
Heel soms kwam de poppenspeler naar buiten. " Ik herinner me hem als een tanige, knokige man van ongeveer vijftig, maar wel al krom, met een rode neus. Eigenlijk leek hij zelf wel een beetje op Jan Klaassen. Het was zeker geen flamboyant type zoals de sneltekenaar. Meer een echte arbeider. Zijn vrouw was er ook altijd en ging met een bakje rond voor geld. Ik had nooit iets, maar anderen gaven wel altijd wat. Ik had graag iets gegeven, want het was zeer indrukwekkend en ik ging er helemaal in op. Ik kende ook niets en had nog nooit een echt theater gezien. Die poppenkast was voor mij een inkijkje in die wereld. De poppen vond ik ook prachtig. Ze waren altijd burgerlijk en ouderwets aangekleed. Katrijn met een kapje met franje. De politie of veldwachter met een hoge pet met pluim. Alles uit één stuk hout gesneden. Het decor was een stadsgezicht van Amsterdam, met huisjes en geveltjes en al."

"Al met al was het een prachtige ervaring. De Dam draaide om de poppenkast. Het was dé ontmoetingsplek voor kinderen uit die tijd. Ik liep er altijd alleen heen, want daar trof je de rest van de buurt. De Dam en de poppenkast zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden!"

Multiculti Jan Klaassen
Hetty Paërl stond vooral in het begin van de jaren tachtig regelmatig bij de poppenkast, die toen elk weekend en op woensdagen present was. "De poppenkast stond tussen Afrikaanse conga-groepen, een evangelisch opwekkingskoor en een Schotse doedelzakspeler. Kinderen zaten vooraan op de grond en ouders en anderen stonden er in een wijdere kring omheen. Naast het traditionele verhaal vertoonde de poppenkast in 1985 de voorstelling 'Een feest voor iedereen'. Hierin werd het traditionele poppentheater en de strijdcultuur van de jaren '80 met elkaar verbonden. Het thema was toen, en nog altijd, actueel: de multiculturele samenleving. Katrijn organiseert een buurtfeestje. Drie nieuwe personages doen hun intrede in de kast: Karagöz, de Turkse neef van Jan Klaassen, mevrouw Pengel, de Surinaamse buurvrouw van Katrijn, en Arie Pieper, een louche taxichauffeur. De laatste tracht samen met de Duivel het feestje te bederven. Nederlandse, Turkse en Surinaamse muziek complementeren de voorstelling. Het verhaal is niet alleen bijzonder omdat de omgang tussen verschillende culturen in een buurt centraal staat, maar ook de hoofdrol van Katrijn is uniek. Zij heeft in de Nederlandse, maar ook in de hele Europese traditie, altijd de bijrol gehad in de poppenkast. Voor het eerst durfde een poppenspeler het aan om de huidige maatschappelijke verhoudingen weer te geven."