De Amsterdamse Krant

24 juni 2017

De Amsterdamse Krant 24 juni 2017


'Ik oefende in de kledingkast in de slaapkamer tussen de jassen'

De drumband waarin Wim Mol speelt staat op het punt af te marcheren.

En we gaan nog even door met de drumbands, omdat het zo leuk is en omdat zo veel Amsterdammers er plezier aan beleefden. Deze keer weer drie bijdragen.

door Wim Mol
Op maar liefst drie verschillende drumbands heb ik gezeten. De Katholieke Verkenners was de eerste. In het najaar van 1946 zijn mijn jongere broer Hans en ik lid geworden van de Sint Franciscusgroep. Dat was een jeugdvereniging van de Bonifatiusparochie in de Oosterparkbuurt. Deze club was alleen voor jongens die het spel van verkennen beoefenen volgens de regels van Baden Powell. De leiding was toen bezig een drumband op te richten. Daarin spelen leek mij wel iets en we hebben ons aangemeld als hoornblazer. Ik kreeg een signaalhoorn in Bes, een trompet zonder ventielen. Daar kon je in principe vijf verschillende tonen mee voortbrengen.

Blazen op het mondstuk
Een instructeur leerde hoe je geluid uit de trompet kon laten klinken door op het mondstuk te blazen. In het begin leek het nergens op, maar gaandeweg werden de tonen zuiverder. Vervolgens moest een vijftal dienstmarsen worden ingestudeerd en uit het hoofd geleerd. Op deze marsen werd op straat gemarcheerd. Om een goede embouchure te ontwikkelen kreeg ik de trompet mee naar huis, zodat er dagelijks geoefend kon worden. Ons gezin bestond uit vader, moeder en vier jongens. Wij woonden toen in een tweekamerwoning. In het slaapkamertje met stapelbedden sliepen mijn broers en ik. Om de buren zo min mogelijk last te laten hebben van studeren op de trompet deed ik dat in de kledingkast in de slaapkamer tussen de jassen. Dat dempte het geluid aanzienlijk.

Op de foto, die omstreeks 1950 gemaakt moet zijn, staan onder anderen Gerrie Banis, Guus Grijpink, Jan Heemskerk, Henny Hendriks, Bernard Laddrak, Gerard en Henk Pols, Paul Tieleman en Wim Mol (staand, tweede van links): allemaal jongens uit de Oosterpark- en Dapperbuurt.

3e klasinsigne
Na het behalen van het 3e klasinsigne was je verkenner en mocht je in uniform met de drumband de straat op. Op 23 april, de naamdag van de katholieke verkenners, werd jaarlijks onder meer in het Sarphatipark een vlaggenparade gehouden. Vanaf het hoofdkwartier in de tramremise aan de Linnaeusstraat marcheerden wij in de vroege ochtenduren af en na afloop weer terug. Verder trad de band op bij palmpaasoptochten, winkelopeningen en buurtfestiviteiten. Hoogtepunten waren de concoursen. Daar konden de deelnemende bands zich onderling meten op het gebied van marcheren en musiceren en werd naar de eerste prijs gestreefd.

De Katholieke Arbeiders Jongeren (KAJ)
In augustus 1951 ben ik op 16-jarige leeftijd gaan werken bij een bank. Op die leeftijd moest je over naar de Voortrekkers binnen de Sint Franciscusgroep. Dat zag ik niet zo zitten en heb mij aangemeld bij de KAJ, acroniem voor Katholieke Arbeiders Jongeren, eveneens een vereniging in de Bonifatiusparochie. De leden kwamen bijeen in het Verenigingsgebouw in de 2e Oosterparkstraat. Deze vereniging had ook een drumband. De aantrekkingskracht van de vereniging was de aanwezigheid van meisjes. Een deel daarvan vormden de sectie pijpers. Omdat ik op de signaalhoorn kon blazen werd ik meteen in de drumband opgenomen. Jan de Boer was de tambour-maître en tevens de instructeur voor de tamboers. Zijn broer Frans, die met mij was overgekomen van de Sint Franciscusgroep, oefende de hoornblazers. Een drumband bestond doorgaans uit een sectie paradetroms, een sectie dieptroms met een overslagtrom en signaalhoorns. Als ik mij nog goed herinner instrueerde de heer Brinkman de pijpers. Ook deze band trad op bij winkelopeningen, festiviteiten, taptoes en aubades en nam deel aan concoursen.

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat: een mooie kerk

We maken het soms te moeilijk en dan schieten we in onze eigen voet, want dan krijgen we niet veel reacties. Zoals met de laatste raadplaat van de Valeriusstraat. Dus vinden we het nu tijd voor een relatief makkelijke. Welke kerk is hier in aanbouw, waar is deze te vinden, wat was dit voor buurt en viel er meer te beleven? We zijn erg benieuwd naar uw oplossing die u kunt sturen naar info@amsterdamsekrant.nl. We rekenen op veel inzendingen.

Parken

We hebben al eens een oproep gedaan over het Vondelpark en dat leverde mooie verhalen op. Maar er zijn nog zo veel andere mooie parken en parkjes in Amsterdam waar veel (oud-)Amsterdammers mooie herinneringen aan bewaren. En daar zijn we eigenlijk ook best nieuwsgierig naar. Was u als kind regelmatig in een bepaald park, heeft u uw hond er uitgelaten of heeft u een heel andere herinnering en wilt u delen met de lezer? Wij staan ervoor open. En het Vondelpark telt natuurlijk ook mee. En nog een extra raadplaat als bonus: weet iemand waar de foto is gemaakt die hierbij zit?
Uw reactie kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Aan het beurstrommelen mochten alle kinderen meedoen

Drumband Hendrick de Keijser. Foto: Wim Reiss

Vervolg van voorpagina

door Wim Mol

Een van de drumbands waar Wim Reiss op heeft gezeten. Welke? Als u het weet, mag u reageren. Foto: Wim Reiss
Foto: Wim Reiss
Een van de korpsen waar Hans Mol in speelde.

De St. Jozef Gezellenvereniging
Tijdens een fietstochtje in het centrum van Amsterdam kwam ik de drumband van de St. Jozef Gezellenvereniging tegen. Deze maakte grote indruk op mij door de omvang en de uitrusting van de band. De vereniging was gehuisvest in het Van Nispenhuis aan de Stadhouderskade 55. De vereniging, die toen onder leiding stond van praeses Mgr. W.H. Simons, verzorgde onder meer nijverheidsonderwijs voor jongelingen in vakscholen. Tevens werd ontspanning geboden aan werkende jongeren. Een onderdeel daarvan vormde de drumband. De bandleden werden getraind door beroepsmuzikanten uit onder andere de Amsterdamse Politiekapel.

Hoger niveau
Het musiceren lag op een hoger niveau wat voor mij een uitdaging vormde. Om die reden maakte ik de overstap naar deze band. Op concoursen werden regelmatig prijzen gescoord. Een persoon die ik niet ongenoemd wil laten, is de heer Jan Koot. Hij bestierde een slijterij in Oud-Zuid en had de leiding over de drumband. 'Hofleverancier' van de band was de firma Kop in de Noorderstraat, een zijstraat van de Vijzelgracht. Deze leverde de instrumenten alsmede de accessoires als trommelvellen, stokken, handschoenen en dergelijke. Tevens verzorgde de firma de reparaties aan de instrumenten.

door Wim Reiss
De drumband van speeltuinvereniging District V is ongeveer in 1916 begonnen met een tamboer-mondorgelclub. Zover ik weet heeft deze bestaan tot aan de crisis jaren 1930. Na de Tweede Wereldoorlog is de drumband in 1950 weer opgericht, nu met tamboers en klaroen(hoorn)blazers. Er werden veel festivals en concoursen gehouden in de stad en daar buiten, waar de drumband aan meedeed en niet altijd onverdienstelijk.
Ook deed de drumband elk jaar mee om de wandelaars van de avondvierdaagse binnen te halen. Er werden veel prijzen gewonnen. Onder veel klaroengeschal werd op 16 juni 1956 de naam veranderd in speeltuinvereniging Henrick de Keyser.

Beurstrommelen
Een groot evenement voor de speeltuin en de drumband, maar ook voor heel Amsterdam was het beurstrommelen op 6 oktober 1956 waar de speeltuin samen met de gemeentecommissie Heemkennis en Bureau Jeugdzorg het beurstrommelen heeft georganiseerd en waar alle kinderen uit de stad die daar zin in hadden mee mochten doen. Er is veel te schrijven over de drumband van Henrick de Keyser. In elk geval heb ik er heel veel plezier en blaasuren gehad.
(De Beurstrommeldag is nog steeds een jaarlijkse gebeurtenis. Tijdens deze dag wordt herdacht dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog een weesjongen wist te voorkomen dat het Amsterdamse beursgebouw vernietigd werd door de Spanjaarden. Als dank mochten weeskinderen een dag per jaar in het beursgebouw trommelen. Met de jaarlijkse trommeldag herleeft een eeuwenoude traditie van de Amsterdamse beurs).

door drs. Hans Mol

Hierbij mijn bijdrage voor het thema 'Drumbands in Amsterdam'. Tussen 1949 en 1958 was ik bij de verkenners (katholiek !). De Sint Franciscusgroep van de Bonifatiusparochie in de Oosterparkbuurt, opgericht in 1934, had een drumband die klonk als een klok. Ik wilde graag hoornblazer worden, maar van de enige hoorn die nog beschikbaar was ontbrak het mondstuk. Hopman Han Paardekooper, mede-vennoot bij Paardekoopers Boekbinderijen, gaf aan de aldaar werkende draaier opdracht om een mondstuk te vervaardigen en toen ik op mijn hoorn de eerste tonen blies begonnen zowaar de ruiten te rinkelen.
Als de verkennersgroep de straat op ging, bijvoorbeeld met St Joris-dag of tijdens de palmpasenoptocht dan ging de drumband voorop en dát trok veel bekijks. Op de foto uit 1950 ben ik de tweede van links (knielend) met de hoorn in mijn rechterhand.
De verkenners van de Sint Hubertusgroep van de Willibrordusparochie aan de Amsteldijk hadden eveneens een befaamde drumband. Zij traden o.a. op tijdens het afscheid van districtscommissaris Ed Seebrechts op 20 maart 1960 nadat deze de goede zaak 12 jaar had gediend. CHAPEAU!

Valeriuskliniek bood onderdak aan Joodse onderduikers

De raadplaat van de vorige editie.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Deze keer ging het om de Valeriusstraat en blijkbaar was het een pittige deze keer, want er kwamen slechts drie inzendingen, waarvan twee van echte diehards.

Albert Heijn
Gielijn Escher was de eerste met een reactie en (natuurlijk) heeft hij het goed: "Het is Valeriusstraat 90 en verder, gezien vanaf de kruising met de Emmastraat. Deze gevelwand is mooi intact gebleven inclusief de roedeverdelingen. Alleen het fraaie siermetsel- en smeedwerk van de bovenopbouw hebben het helaas moeten ontgelden. In mijn kinderjaren (jaren 50) was de winkel in het hoekpand een Albert Heijn."

De Valeriusstraat anno 2017.
De Valeriuskliniek was wijd en zijd bekend.

Adriaen Valerius
Ook 'de Mollen en de Koningen' hebben het bij het rechte eind. "Deze maal kijken we naar de Valeriusstraat 90-104 gezien vanuit de Emmastraat. De foto is van omstreeks 1930. In de winkel op nr. 90 zit nu Café Dinard en op de hoek ertegenover zit Wijnhandel Nan, de bekende delicatessenzaak van Zuid."
"Op het in de buurt gelegen Valeriusplein 9 lag de psychiatrische en neurologische afdeling van de Valeriuskliniek, die inmiddels volledig is afgebroken. Adriaen Valerius was een Nederlandse tekstdichter en componist uit de 16e eeuw. "

Opnamekliniek
Over de Valeriuskliniek lezen we op Wikipedia het volgende: 'De Valeriuskliniek was een psychiatrische opnamekliniek gelegen aan het Valeriusplein in Amsterdam-Zuid.
De kliniek werd opgericht op initiatief van de Vereeniging Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in samenwerking met de Vrije Universiteit en opende op 3 november 1910 haar deuren. Acht jaar later opende naast de Valeriuskliniek ook het fysiologisch laboratorium van de universiteit. Hoewel het de bedoeling van de oprichtingsvereniging was geweest de psychiatrie te verenigen met het christelijk geloof, speelde religie in de dagelijkse praktijk van de behandeling geen rol. Zondags werden wel door het personeel liederen gezongen van Johannes de Heer.'

Zestig patiënten
'Aanvankelijk bood de kliniek plaats aan zestig patiënten, dertig mannen en dertig vrouwen, verdeeld over drie klassen. Later groeide het uit tot een ziekenhuis met honderden werknemers. Later kreeg de kliniek verschillende afdelingen, waaronder een gesloten afdeling, een open afdeling, een afdeling voor deeltijdbehandeling, een afdeling voor ouderen en een polikliniek. De behandeling was in het algemeen gericht op stabilisatie; voor speciale therapieën werd doorverwezen naar andere instellingen. Onder anderen de dichters Jan Arends, Gerrit Achterberg, Adriaan Roland Holst en Rogi Wieg waren er opgenomen; de kunstvervalser Han van Meegeren overleed er.'

VU-ziekenhuis
'In 1979 verhuisde de afdeling Neurochirurgie van het Valeriusplein naar het VU-ziekenhuis, enkele jaren later gevolgd door de afdelingen Kinderneurologie (1981) en Neurologie (1985). In 1987 fuseerde de Valeriuskliniek met het psychiatrisch ziekenhuis J.C. de Keijzer tot het Psychiatrisch Centrum Amsterdam (PCA) Zuid/Nieuw-West. Het gebouw aan het Valeriusplein werd daarbij vrijgekocht van de oude vereniging. Latere fusies leidden ertoe dat de Valeriuskliniek onder de hoede kwam van achtereenvolgens GGZ Buitenamstel (vanaf 2000) en GGZ inGeest (sinds 2007). De kliniek sloot op 18 november 2013 haar deuren en verhuisde naar een nieuw gebouw bij het VU medisch centrum in Buitenveldert, genaamd De Nieuwe Valerius.'

Tweede Wereldoorlog
'Gedurende de Tweede Wereldoorlog bood de Valeriuskliniek, die op dat moment onder leiding stond van professor Lammert van der Horst, onderdak aan Joodse onderduikers die er als 'patiënt' waren opgenomen en ook werd onder meer op deze plek regelmatig vergaderd door de leden van het College van Vertrouwensmannen (onder wie Willem Drees), dat tot taak had om tussen het moment van de bevrijding en de terugkeer van de Nederlandse regering in ballingschap als haar vertegenwoordiger op te treden. Studenten die weigerden de pro-Duitse loyaliteitsverklaring te ondertekenen, genoten er clandestien onderwijs.'

Niet goed
Gerard Jansen zit in de verkeerde richting: "De raadplaat van 10-06 j.l. is volgens mij de Oranje Nassaulaan/hoek Amstelveenseweg; aan de linkerzijde van de foto meen ik een klein stukje van het Vondelparkhek te zien. Verder heb ik geen idee wat betreft de winkel."

De nazit
We hebben wel een uitgebreide nazit, deze keer over het voormalige examencentrum van het CBR. Ellie Bouman uit Weesp schrijft er het volgende over: "Mijn man en ik woonden in Weesp en meldden ons aan bij Rijschool Lemstra. De kosten waren 11 gulden per uur. We hadden les in een Volkswagen Kever. Omdat we in Amsterdam moesten afrijden, reden we daar elke les heen. Om die reden duurde elke les dan ook 2 uur. Een half uur heen, een uur rijden in Amsterdam en een half uur terug. Elke keer een rib uit ons lijf. In die tijd moest je theorie (schriftelijk) examen doen bij het C.B.R. (Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen). Een computer bestond nog niet."
"In januari 1970 deed ik theorie-examen. Ik had er hard op gestudeerd en vragenboekjes geleend van de bibliotheek om op alles voorbereid te zijn. Er was maar één bezwaar. Ik was vlak voor het examen zes weken ernstig ziek geweest en voelde me erg slapjes. Eén dag voor mijn examen was ik gezond verklaard door mijn huisarts en ik had dus al lang niet meer gereden. Toch ging ik het proberen."

Als eerste klaar
"Met het theorie-examen was ik als eerste klaar. Nadat ik het drie keer had nagekeken besloot ik het maar vast in te leveren. De man die 'oppaste' keek het meteen na. Een beetje beduusd kwam hij naar me toe. "Wat is er met u aan de hand?" vroeg hij. "U hebt de eerste 20 vragen foutloos beantwoord en de tweede 20 vragen zijn allemaal fout. Als u het zo laat, bent u gezakt." "Dat kan niet", zei ik zelfverzekerd. "Ik ben hier erg goed in." De man keek me verbaasd aan en ging met me in discussie. Hij pakte er een plaatje bij met een verkeerssituatie, waarop moest worden aangegeven wie er voorrang had."

Er echt naast
"Ik legde hem uit waarom ik mijn antwoord zo had gegeven en hij moest toegeven dat ik misschien wel gelijk had. "Maar op deze zit u er toch echt naast." Weer ging ik met hem in discussie en weer kreeg ik gelijk. Toen pakte de man er zijn antwoordenboekje bij. Het bleek dat hij de verkeerde pagina voor had en nadat hij dat had gecorrigeerd, had ik alles goed! 40 punten. Direct daarna moest ik afrijden. Na afloop zei de examinator: "Eigenlijk ging het wel goed. Alleen wat te langzaam. De volgende keer slaagt u wel."

Opschieten
De volgende keer was op 1 april 1970 om 12.00 uur met als examinator de heer Hetebrij. Volgens mijn rijinstructeur deed hij zijn naam eer aan en hield hij van opschieten. Toen ik de hellingproef moest doen, drentelde er een moedereend met zes jongen de weg op. Ik zei niets en wachtte rustig tot ze weg waren. Toen ik moest keren in een smal straatje kwamen er twee kleine jongetjes op de fiets aanrijden. Ze smeten hun fiets vlak voor mijn bumper op straat en gingen met elkaar op de vuist. Ook nu wachtte ik rustig tot ze klaar waren. Vlak daarna moest ik achteruit inparkeren. Dat lukte prima. Plotseling opende de examinator het raampje en begon een lang gesprek met een toevallig passerende kennis. Meteen daarna liet hij me terugrijden naar het CBR-gebouw. We waren maar drie kwartier weg geweest. Hij had het al gezien. Ik was geslaagd."

Nieuwe raadplaat

We maken het soms te moeilijk en dan schieten we in onze eigen voet, want dan krijgen we niet veel reacties. Zoals met de laatste raadplaat van de Valeriusstraat. Dus vinden we het nu tijd voor een relatief makkelijke. Welke kerk is hier in aanbouw, waar is deze te vinden, wat was dit voor buurt en viel er meer te beleven? We zijn erg benieuwd naar uw oplossing die u kunt sturen naar info@amsterdamsekrant.nl. We rekenen op veel inzendingen.

Herinneringen aan Vliegenbos en IJmuiden

Het Vliegenbos.

door IJsbrand Rogge

Het Vliegenbos roept bij mij altijd speciale herinneringen op. Als het een beetje mooi weer was gingen we naar het Vliegenbos aan de overkant van het IJ. De zuster van mijn moeder An de Vetter en haar kinderen Tine en Noes waren altijd van de partij omdat het zo goedkoop was en het enige uitje dat voor ons als steuntrekkers nog binnen bereik was. Voor 12,5 cent per persoon, kinderen half geld, kon je er naartoe: eerst lijn 1 naar het Centraal Station, dan lijn 21 om het station heen naar de De Ruyterkade, en dan met een veerbootje naar Nieuwendam. We stapten bij de steiger van het Vliegenbos uit.

Flessen gazeuse
Eenmaal aangekomen nestelden de ouders zich in het gras met hun flessen gazeuse, broodjes en snoep. Wij verdwenen in het bos. Van takken en bladeren bouwden we daar een hut. Of we vonden aan het water bij het vieze riool naast de steiger tussen de rotsblokken iets dat ons fascineerde. Tegen het einde van de middag kregen we de keuze: óf een dubbeltje contant, maar dan de hele weg teruglopen, óf mee met de ouders met de veerboot. We kozen vaak voor het eerste en kochten dan een groot brok druivensuiker dat langzaam opgepeuzeld werd. We waren wel uitgeput als we thuis aankwamen. Mijn vader had de hele dag genoten van een middag rust!

De zuidpier van IJmuiden, met de zo kenmerkende basaltblokken waar misschien duizenden kinderen (jongens vooral) van blok naar blok hebben gesprongen en nog steeds springen.
De veerboot.

Ik heb al mijn vooroorlogse ervaringen op internet staan: https://wichm.home.xs4all.nl/1935_39lycos.html

Groter evenement
Een groter evenement was een tocht naar IJmuiden. De Telegraaf had in samenwerking met rederij Kok goedkope aanbiedingen voor reizen daarnaartoe. Mijn moeder kreeg dan royaal een rijksdaalder mee van pa. Ook dan gaat tante An met de kinderen mee. De tocht vanaf de De Ruyterkade langs het Noordzeekanaal is voor hen als een reis naar de maan.

Basaltblokken
Aangekomen in IJmuiden lopen ze naar het strand. Er zijn daar weinig mensen. Ze hebben het rijk praktisch alleen. De kinderen rennen schreeuwend naar de grote basaltblokken bij de pieren, waar het zeewater tussenin klotst en halen daar halsbrekende toeren uit. Maar er is ook voldoende tijd voor zwemmen of pootje baden. Ze rammelen van de honger tenslotte.

Paniek!
Op een keer hadden ze niet de tijd bijgehouden en bemerkten plotseling dat de middag om was. Paniek! De kleren van de kinderen waren niet meer op of onder het zand te vinden. Als ze teruglopen blijkt de laatste boot al vertrokken. Met de trein is nog de enige mogelijkheid. Maar daar is geen geld meer voor. Noes, de oudste, is eigenlijk al te groot om voor half geld mee te kunnen. Ze gaat gehurkt voor het loket staan om toch nog als meisje tegen half geld mee te kunnen. Zo komen ze toch nog tegen donker bij hun ongeruste vader thuis aan.
Ook van dat uitstapje heb ik foto's, die ik hierbij voeg.

Een hoofdse knik

door Henk Tolsma
Het was nog in onze lagereschooltijd (Koningin Wilhelminaschool, Cornelis Drebbelstraat in de Watergraafsmeer). Woensdagmiddag, moeder was thuis, naar de kapper. Toen nog vanzelfsprekend naar herenkapper Lafeber op de hoek van (toen) het Pretoriusplein en de Laing's Nekstraat, tegenover de reeds jarenlang bestaande grossier in automaterialen Schreurs. Dat bedrijf heeft overigens decennialang bestaan en steeds op dezelfde plek.

Gewone woning
Aan de buitenkant zag je kapper Lafeber er niet af, het was een gewone beganegrondwoning. Geen ramen zoals bij een middenstander, geen inkijk door glas-in-lood-voorzetramen. De inrichting was klassiek, dus uit die tijd. Het was alleen een herensalon, goed beklant met veel oudere mannen die alleen voor hun dagelijkse? scheerbeurt kwamen. Modern of niet, wat ik me herinner zou de inrichting kunnen spelen in de tijd van Swiebertje, maar die serie moest toen nog worden 'uitgevonden'.

Lafeber zelf was een statige en rijzige man van toen al in de vijftig en z'n 'kappersknecht' Willem was kleiner en toen al gezegend met een grijze bos sluik haar en droeg een bril met een zwaar en donker montuur. Zolang wij klant bij deze kapper waren vormden zij een goed team. Wetenswaardig is te vertellen dat Willem, toen de negentig al gepasseerd, nog steeds de schaar hanteerde en liet optekenen in een (lokaal, het zou Het Parool kunnen zijn geweest) dagblad nog lang niet aan stoppen te denken.

Een hoofse knik
Dat de verhouding tussen Lafeber en Willem jarenlang zo goed is geweest, zal mede te verklaren zijn uit het volgende: als na een knip- en/of scheerbeurt en betaald was inclusief een fooi riep Lafeber: "Willem, pot voor meneer", waarop Willem beleefd antwoordde met een hoofse knik: "Dank u wel." Kom daar tegenwoordig eens om!

Houten stoelen
Wat ik mij herinner is het wachten tot je aan de beurt was op houten stoelen die onder de ramen waren geplaatst. Het kon lang duren en om onrust te voorkomen had Lafeber een aantal plastic schuifpuzzels van toen bekende verzekeraars zoals de Fatum en Labor. Je doodde daar de tijd mee. Had je de puzzel klaar, liep je trots naar Lafeber en verwees hij je naar de achterliggende keuken en kon je daar kiezen tussen een 'muilpeer' of een 'warme bal gehakt'. De echtgenote van Lafeber speelde het spel mee, want de bal gehakt was, zoals altijd, uitverkocht en in de muilpeer had niemand trek.

Eberhard van der Laan spreekt de taal van iedereen

Personalia
Op 7 juli 2010 begon Eberhard van der Laan aan het burgemeesterschap van Amsterdam. Hij is een dokterszoon uit een gereformeerd gezin in Rijnsburg. Zijn vader, Edzard Ebel van der Laan, was tevens raadslid voor de ARP. Met zijn vrouw Jobien kreeg hij vijf kinderen. Na drie zussen en een broer was Eberhard een nakomertje.

In navolging van zijn vader wil Eberhard na het gymnasium geneeskunde studeren, maar kan daarvoor in 1974 slechts terecht in Brussel. Hij ontmoet er zijn vriendin Ineke en ze gaan samenwonen. Als Eberhard stopt met de studie, blijft hij bij zijn studerende vriendin wonen, maar gaat tijdelijk in de bloemenhandel. Als hij in 1975 uitgeloot wordt voor de studie geneeskunde aan de VU, gaat hij maar rechtsgeleerdheid studeren. Om de kost te verdienen is hij er ook taxichauffeur bij. Zo leert hij de stad Amsterdam heel goed kennen.

De studie met specialisatie aansprakelijkheidsrecht wordt pas in 1983 afgerond, maar wel cum laude! Intussen was er een en ander gebeurd. Zijn eerste relatie strandt en hij begint een nieuwe relatie met Luit Tabak. Deze zal 20 jaar standhouden. Later volgt nog een derde relatie (zie verderop). Ook is hij ondertussen politiek assistent van wethouder Jan - "in gelul kun je niet wonen" - Schaefer geworden.

Advocatenkantoor
Na het afstuderen gaat hij voor een groot advocatenkantoor werken en in 1991 begint hij met een aantal collega's een eigen kantoor, Kennedy en Van der Laan. Zijn politieke activiteit mondt in 1990 uit in een lidmaatschap van de gemeenteraad van Amsterdam voor de PvdA, waarin hij in 1993 Annet de Waart opvolgt als fractievoorzitter. Na twee raadsperiodes wordt hij in 1998 weer fulltime advocaat en specialiseert zich in mediation.

Minister
In 2008 vraagt Wouter Bos hem minister van Wonen, Wijken en Integratie te worden als opvolger van Ella Vogelaar, die te weinig gezag bleek te hebben. Hij stemt in, maar het zal niet lang duren. Het kabinet-Balkenende IV valt namelijk begin 2010, met als indirect gevolg dat de burgemeesterspost in Amsterdam vrijkomt. De zittende burgemeester Job Cohen besluit namelijk af te treden omdat hij PvdA-lijsttrekker voor de nieuwe verkiezingen van de Tweede Kamer wordt.

Van der Laan was inmiddels in Amsterdam bezig met de collegeonderhandelingen als een soort informateur en besluit een gooi te doen naar de burgemeesterspost. Hij heeft 'concurrentie' van Annemarie Jorritsma, maar de keus valt op Van der Laan en op 7 juli 2010 wordt hij beëdigd.

Algemene kenmerken van Van der Laan en belangrijke gebeurtenissen tijdens ambtsperiode
Zijn eerste hoogtepunt is de huldiging op het Museumplein van het Nederlands voetbalelftal dat in 2010 bij het Wereldkampioenschap in Zuid-Afrika de tweede plaats had behaald. En in dat jaar vindt ook Sail weer in de stad plaats.
In het najaar krijgt hij te maken met de zedenzaak waarbij een medewerker van een kinderdagverblijf misbruik pleegde met zeer jonge kinderen. Het grijpt hem zeer aan, maar hij stelt zich vrijwel dag en nacht beschikbaar voor met name de ouders. Hij regelt daarbij zelfs een ontmoeting voor de ouders met Willem-Alexander en Máxima in het stadhuis.

In begin 2011 zijn de vele overvallen op winkeliers in de stad Van der Laan een doorn in het oog en hij komt met de aanpak van de 600 meest criminele jongeren. Zijn duidelijke lijn op het gebied van openbare orde blijkt als hij in 2012 komt met een zogenaamde 'treiteraanpak'.
Intussen zijn er ook leukere dingen, zoals het landskampioenschap van Ajax in 2011 en de troonswisseling op 30 april 2012. De koningsvaart over het IJ is voor het koninklijk gezin, maar zeker voor Van der Laan, een hoogtepunt.
En wat aanvankelijk ook leuk lijkt, namelijk de sterk toenemende aantrekkingskracht van de stad op toeristen en dagjesmensen, wordt later een toenemende ergernis. Het is kiezen voor de Amsterdamse burger of de florerende toeristenindustrie, waarvan de stad een aardig financieel graantje meepikt.

Wetenswaardigheden
Van der Laan kreeg in 2014 de Machiavelliprijs 2013 omdat hij een toonbeeld is van helderheid en duidelijkheid in een bestuurlijke wereld waarin menigeen vlucht in verhullend taalgebruik. Het juryrapport zegt hierover verder:
'Van der Laan verstaat de kunst om de taal van de vele verschillende inwoners van zijn stad te spreken. Of het nou om Ajax-supporters, bedreigde wijkbewoners of topondernemers gaat. Wars van wolligheid en vals sentiment creëert Van der Laan verbondenheid met vele uiteenlopende Amsterdammers. Bovendien weet hij Amsterdam nationaal en internationaal op de kaart te zetten als een stad waarin iedereen welkom is. Van cultuurgenieters tot bedrijven die zich in de hoofdstad willen vestigen. De succesvolle wijze waarop Van der Laan de hoofdstad bestuurt, wordt geschraagd door zijn onderscheidende en glasheldere wijze van communiceren. Met begrip voor gevoeligheden verkondigt hij op het juiste moment de juiste boodschap.'

In 2013 wordt bij Van der Laan prostaatkanker geconstateerd. Dit wordt succesvol bestreden. Wel besluit de verstokte roker met die slechte gewoonte te stoppen. Op 27 januari 2017 komt echter het bericht dat er nu uitgezaaide longkanker is vastgesteld. Dit weerhoudt hem er niet van om in zijn bericht aan de Amsterdammers aan te geven dat hij graag nog zo lang mogelijk burgemeester van de Amsterdammers wil blijven. Bij de dodenherdenking op de Dam op 4 mei 2017 houdt hij, ondanks zijn ziekte, een indrukwekkende toespraak, die door de Amsterdammers, ondanks de plechtigheid, wordt gewaardeerd met een spontaan applaus.

Ambtswoning
Van der Laan wil aanvankelijk graag in het Oostelijk Havengebied blijven wonen vanwege zijn nog jonge kinderen. Later bedenkt hij zich en besluit alsnog de ambtswoning te betrekken met zijn gezin, dat hij inmiddels heeft gevormd met Femke Graas. Samen hebben zij drie kinderen. Eberhard heeft ook een dochter en een zoon uit zijn vorige relatie.

Andere bestuurder en opvolger
Na het plotselinge vertrek van Cohen werd locoburgemeester Lodewijk Asscher tot de komst van Van der Laan waarnemend burgemeester. Asscher is een 'talent' uit de gelederen van de PvdA die een snelle carrière maakt van raadslid, fractievoorzitter tot wethouder. Hij wordt aanvankelijk wethouder Financiën, Economische Zaken en Luchthaven en neemt in 2010 de zware portefeuille Jeugd en Onderwijs op zich, maar blijft ook wethouder Financiën en gaat daarmee over bijna alles. Dat hij er niet voor terugdeinst om buiten de grenzen van zijn eigen portefeuille te treden, blijkt uit zijn voorstel om te komen tot het project 1012 dat beoogt de misstanden in de prostitutie en met name op de Wallen aan te pakken.
In 2014 krijgt Van der Laan te maken met een college waarin zijn eigen partij niet meer vertegenwoordigd is. Maar ook die nieuwe situatie treedt hij vol enthousiasme tegemoet.

Tot slot
Dit was de laatste aflevering over de burgemeesters van Amsterdam. Wij hebben in de afgelopen tijd iets geschreven over de burgemeesters in de vorige en deze eeuw. Achtereenvolgens waren dat Jan Tellegen (1915-1921), Willem de Vlugt (1921-1941), Edward Voûte (1941-1945), Feike de Boer (1945-1946), Arnold d'Ailly (1946-1956), Gijs van Hall (1957-1967), Ivo Samkalden (1967-1977), Wim Polak (1977-1983), Ed van Thijn (1983-1994), Schelto Patijn (1994-2000), Job Cohen (2001-2010) en Eberhard van der Laan (2010 tot heden).
Wij hebben ons niet beziggehouden met de vraag wie de beste burgemeester is geweest. Dat is zeer persoonlijk. De een was geliefd bij de burgers, de ander was een krachtig bestuurder en weer een ander wist veel voor de stad voor elkaar te krijgen. Ieder moet voor zich uitmaken wat hij of zij zwaarder laat wegen.

We hebben deze serie met plezier samengesteld, maar we zijn al weer aan het broeden op iets nieuws. Na een zomerpauze zullen wij u graag weer als lezers verwelkomen.

De burgemeesters van Amsterdam (13 en slot: Eberhard van der laan

Adrie de Koning en Jos en Frits Mol zijn de auteurs van de rubriek 'Burgemeesters van Amsterdam'. Wij hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als grote kenners van de geschiedenis van Amsterdam, hetgeen zich heeft geuit in de series 'Dit komt nooit meer terug' (over allerlei zaken die vroeger zo normaal waren in het Amsterdamse straatbeeld, maar inmiddels van het toneel zijn verdwenen), daarna 'Verdwenen kinderspelen' en vervolgens 'Amsterdamse hofjes'.
In 'Burgemeesters van Amsterdam' worden niet alle Amsterdamse burgervaders uit de loop der eeuwen behandeld, maar alleen de burgemeesters uit de vorige en deze eeuw, want daar zullen Amsterdammers en oud-Amsterdammers herinneringen aan hebben. En misschien weten lezers iets over hen te vertellen. In totaal gaat het om twaalf burgemeesters die in de collage op deze pagina zijn verwerkt. Het zijn de vooroorlogse burgemeesters Tellegen en De Vlugt, de tijdens de oorlog aangestelde Voûte en de naoorlogse De Boer, D'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen en Van der Laan.