De Amsterdamse Krant

11 november 2017

De Amsterdamse Krant 11 november 2017


'Van William Appian Tjon zijn we niet slechter geworden'

De Coppelstockschool.

We vroegen in de vorige editie om verhalen over scholen en dat deden wij op verzoek van Fred Klein. Hij zou het prachtig vinden als de serie schier eindeloos zou zijn. En wij eigenlijk ook wel. Zelf trapt Fred af met een bijdrage over een recente reünie van de Coppelstockschool in Amsterdam-West.

door Fred Klein

Op zondag 26 september kwamen leerlingen van klas 6-a uit 1957 van de Coppelstockschool in Amsterdam-West, Pieter v.d. Doesstraat, alweer voor een vierde keer bij elkaar. Een reünie die wel bijzonder genoemd mag worden, daar alle oud-leerlingen inmiddels de 65 jaar gepasseerd zijn en ook onze klassenleraar Dhr.William Appian Tjon, inmiddels 81 jaar, weer van de partij is.

De klas van Fred Klein (tweede van rechts met wit jasje) met in het midden de zo geliefde William Appian Tjon.
Het vaardigheidsdiploma van de Coppelstockschool.

Internationaal karakter

De reünie vindt plaats in het Van der Valk hotel in Nieuwerkerk a/d IJssel en is blijkbaar voor enkele klasgenoten zo belangrijk geworden dat zij de moeite nemen uit onder andere Cyprus, Californië, Oostenrijk en Frankrijk te komen, wat het zelfs een internationaal karakter geeft.

Enkele klasgenoten hebben zich weer voor de organisatie beschikbaar gesteld, denk aan: redactie, organisatie, research en dergelijke, met deze keer een brochure waar alle klasgenoten en onze leraar een verhaal vertellen over hun belevenissen op straat, het naar school gaan, spelletjes, belevenissen op school, de contacten met de leraar en sport, waar voetbalvereniging VVA aan de Joos Banckersweg ook deel van uitmaakt.

Buurtgenoten

Wij hopen dat er ook nog buurt/schoolgenoten in onder andere de Pieter van der Doesstraat en in de omgeving zijn die hierdoor nog eens terugdenken aan de leuke tijd die de Coppelstockschool met zich meebracht, waarbij ik afsluitend nog denk aan Bioscoop de West-End, snackbar Marja met aan de overkant Sickman (beroemd om zijn frieteieren) het schoolplein met het grote hek en de Jan Evertsenstraat waar we veel vertoefd hebben; helaas is dit voor ons allemaal voorbij.

William Appian Tjon

Wat deze reünie zo bijzonder maakt, is dat onze leraar William Appian Tjon van klas 6-a uit 1957 voor de vierde keer van de partij is bij, volgens hem, zijn favoriete klas.

Passie

Een leraar die beroeps in het leger was geweest en zijn passie - lesgeven - na zijn carrière in het leger op de Coppelstockschool ten uitvoer bracht en waar hij de discipline van het leger overbracht op zijn leerlingen, waarbij o.a. gedacht moet worden aan het afmarcheren van de klas bij het einde van de les bij het naar huis gaan. Ook was hij een 'meester' in het gooien van krijtjes als je niet oplette. Wij mochten geen meester zeggen, want hij wilde aangesproken worden met 'mijnheer Tjon', wat overigens tijdens de laatste reünie veranderd werd in William: hij vond dat wij nu allemaal een leeftijd bereikt hadden dat wij hem nu maar eens bij zijn voornaam moesten noemen.
Wij zijn niet slechter geworden van zijn manier van lesgeven en zijn handhaving van discipline en ik bewaar veel dierbare herinneringen over aan 'onze William' die helaas inmiddels is overleden. Bij zijn afscheid waren alle oud-leerlingen uit 'zijn' klas 6-a aanwezig!!

Brandweer

Brand bij Comos, 20 november 1969. Foto: Brandweer Amsterdam-Amstelland

Theo Maks stuurde het volgende verzoek: 'Mijn vader heeft bij de brandweer Amsterdam in de uitrukdienst gezeten en ik was al als kleine jongen erg geïnteresseerd in de brandweer als organisatie, maar ook in de voertuigen, de uitrukken en de brandweertaal. Ik weet ook veel verhalen van mijn vader, die inmiddels 85 jaar is. Is het een leuk idee om aandacht aan kazernes te wijden?'
Theo wil de verhalen dus zelf schrijven en van dat aanbod maken we graag gebruik, maar iedereen mag dat natuurlijk doen. En foto's heeft hij niet en daarvoor doen we ook een beroep op u. Wij vinden het een leuke uitdaging. U ook? We zien uw reacties tegemoet op info@amsterdamsekrant.nl.

Nieuwe raadplaat van na 1930

Deze foto is genomen na 1930, dat is zeker, maar hoeveel jaar erna weten wij niet. Zelfs of de foto van voor of na de Tweede Wereldoorlog is, weten wij niet Maar het is in elk geval een mooie plaat waarvan we vermoeden dat menigeen haar of zijn tanden erop stuk bijt. Want waar o waar was het vroeger zo gemoedelijk? En weet u hoe deze straat er nu uitziet? Of deze panden er nog staan? En zo ja, wat er nu inzit? Wij zijn als vanouds benieuwd naar uw reacties die u kunt sturen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

'Hier zag ik mijn vrouw'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. In de laatste editie was de raadplaat er een van het Purmerplein. We kregen veel, vooral korte, inzendingen.


Andere kant van 't IJ

Wim de Ruijter trapt af met: "Beste mensen, deze keer is de raadplaat het Purmerplein in Amsterdam-Noord. Fijn dat ook de andere kant van het IJ eens aan de beurt komt."

Het Purmerplein ten voeten uit. Foto: Archief Tuindorp Nieuwendam

Mini Haenseler-Rolloos meldt: "Het is het Purmerplein in Amsterdam-Noord", en Jan Veeling schrijft: "Weer leuke artikelen gelezen deze maal, over het zwemmen en je eerste geld verdienen. Volgens mij is de raadplaat deze maal het Purmerplein in Amsterdam-Noord (Nieuwendam). Nogmaals bedankt voor het vele mooie leesplezier." Mary Schrama, Hans Goedhart, Wim Gortzak, Kitty Fisser-'t Hart, Henk van Klingeren, Joop Boere, Walter Woortman, Paul Hof hebben het ook goed en hebben er verder geen herinneringen aan; of althans, die schrijven zij niet op,

44 jaar getrouwd

Marius Klippel is wat langer van stof: "Natuurlijk is dit het Purmerplein in Nieuwendam. Mijn vrouw woonde er om de hoek en ik woonde in 1964 in Nieuw Nieuwendam. Op het Purmerplein hebben we elkaar voor het eerst gezien en kijk, we zijn al 44 jaar met elkaar getrouwd en nog steeds zeer gelukkig."

Waarna hij nog even terugkomt op de zwemverhalen: "Ook ik heb in het Sportfondsenbad Oost leren zwemmen, maar het duurde zeker acht jaar voor ik mijn diploma A behaalde. Het lukte dus niet op de lagere school, ook niet na extra lessen. In het 'keldertje' was het lekker warm! Later besefte ik dat ik, als onderwijzer, toch ook zelf de zwemkunst machtig moest zijn. En dat lukte door zwemles te nemen op mijn 18e. En ja hoor, ik slaagde in één keer!"

Om met de volgende uitsmijter te eindigen: "Ga alstublieft door met uw fantastische blad. Ik geniet er elke keer weer van in mijn woonplaats Limmen."

Dokter Sieswerda

Ton Krijl meldt: "Volgens mij is deze raadplaat een gedeelte van het Purmerplein in Nieuwendam. En wel aan de kant waar dokter Sieswerda zijn spreekuur hield en daarnaast de apotheek van Cappon."
Ed Kamminga: "Het is het Purmerplein in Amsterdam-Noord. Ik heb eind jaren 70 en begin 80 gewoond in de Banne 2 en kwam er regelmatig langs."

Verbouwd

Gerard Jansen dan: "De raadplaat van 20 oktober is volgens mij het Purmerplein in Noord. Natuurlijk is er aan de winkels wel het een en ander verbouwd, maar in grote lijnen ziet het er nog net zo uit als op de foto. Ook herkenbaar is het grote plantsoen in het midden van het plein."

Apotheek

Charles de Vré laat weten: "Dit moet haast wel een foto zijn van het Purmerplein, Nieuwendam, genomen vanaf de Purmerweg. Op de hoek is nu een apotheek gevestigd. De omgeving is nu veel groener dan op de foto. De karakteristieke architectuur rond het plein zie je op meer plekken in Noord. Leuk plein, prima winkels, uitstekende slager, groentezaak en viskraam. Het is niet ver bij mij vandaan."

Reuze gezellig

Tineke zit ook goed en meldt erbij: "Dit plein behoort sinds 1921 aan Amsterdam. Het plein heeft aan weerszijden vele winkeltjes en poortwoningen. Erg in trek bij buitenlanders wat betreft de architectuur. Voor de Nieuwendammers is het er reuze gezellig. Zijstraten ook, echt nog dorps."

Vaste inzenders

En dan de vaste inzenders, te starten bij Mike Man: "Opnieuw een raadplaat van een buurt die gebouwd is in de Amsterdamse School-stijl, ditmaal het Purmerplein in Tuindorp Nieuwendam 'aan de overkant van 't IJ' op een foto uit 1928. Het dorpje Nieuwendam, zo geheten naar een nieuw aangelegde dam na een overstroming in de 16e eeuw, werd in 1921 geannexeerd door Amsterdam, dat er tussen 1924 en 1934 de door architect Boeyinga ontworpen arbeiderswoningen bouwde."
"Doordat Peter Iping, een van van mijn klasgenootjes van de lagere school, naar de Adelaarsweg verhuisde, kwam ik nog weleens in Noord en gingen we onder andere zwemmen in het Floraparkbad en speelden we in het Vliegenbos. En natuurlijk op schoolreisje met de Waterlandse tram naar de speeltuin in Volendam!"

Heel wat afgelegd

Fred van Riemsdijk schrijft: "Dit is het Purmerplein in Amsterdam-Noord, gezien vanaf de IJdoornlaan naar de Waddenweg/Loenermark. Ik heb daar uit hoofde van mijn ex-werkgever heel wat kilometertjes afgelegd. Ooit moest ik daar eens wezen omdat er een vrouw gigantisch aan het schreeuwen was. Ik vroeg haar om niet zo tegen me te schreeuwen omdat ik niet doof was. Hier op schreeuwde zij weer: Ik schreeuw niet, ik verhef alleen mijn stem! Moest ik wel om lachen en het ging daarna ook weer een stuk beter met haar."

Langwerpig plein

Theo Durenkamp meldt: "Een voor mij geen gemakkelijke raadplaat, moet ik zeggen, maar omdat het om een voor Amsterdamse begrippen vrij laag complex gaat, bovendien in de Amsterdamse Schoolstijl uit de jaren 20-30 zo te zien, kan het volgens mij alleen in Noord zijn en daar is uit die periode slechts één langwerpig plein waarvan de huizenblokken een zeshoek vormen: het Purmerplein."

Mooi plein

André Woons is voor zijn doen kort van stof: "Op het moment dat ik deze foto zag, was er maar één conclusie. Dit is het Purmerplein, in Amsterdam-Noord. Nog steeds een mooi plein."

Tuindorpen

Gielijn Escher heeft het ook weer helemaal oké: "Andermaal weer direct herkend: het Purmerplein hier in Noord in het vooroorlogse Nieuwendam. Een der mooiste tuindorpen van Nederland, gebouwd naar ontwerp van architect Boeyinga."

Prentbriefkaart

En tot slot de Mollen en Koningen: "De raadplaat laat het Purmerplein in Tuindorp Nieuwendam zien. We bekijken een prentbriefkaart uit 1928 van de firma Weenenk & Snel uit Den Haag. Het is geen buurt waar de Mollen en Koningen erg bekend mee zijn. Wel weten we dat er in die buurt veel havenarbeiders woonden, onder andere werknemers van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) waar onze vaders ook werkten. Vlakbij op de hoek van de Purmerweg en de Kwadijkstraat bevindt zich zelfs nog een gedenksteen waarmee het personeel zijn dank aan de directie van de SMN uitsprak voor de mooie woningen. Kom daar nu nog eens om!"

Nieuwe raadplaat

Deze foto is genomen na 1930, dat is zeker, maar hoeveel jaar erna weten wij niet. Zelfs of de foto van voor of na de Tweede Wereldoorlog is, weten wij niet Maar het is in elk geval een mooie plaat waarvan we vermoeden dat menigeen haar of zijn tanden erop stuk bijt. Want waar o waar was het vroeger zo gemoedelijk? Wij zijn als vanouds benieuwd naar uw reacties, die u kunt sturen naar
info@amsterdamsekrant.nl

Schoenen verkopen bij Hoogenbosch

Hoogenbosch in de Kalverstraat.

door Nicolaas Scharn

Dit is het tweede deel van een serie over allerlei bijbaantjes van Nicolaas Scharn.

Tussen mijn tiende en mijn twintigste had ik na school of in de vakanties allerlei baantjes. Mijn buurjongen kwam me melden dat ik wel meemocht. Ze hadden immers mensen zat nodig bij de Halfwegse boer. Seizoenarbeid. We moesten wel vroeg op, want we moesten helemaal op de fiets van Amsterdam-West naar Halfweg. Daar moesten we onkruid wieden. Met grote schoffels en schoppen sloegen we de brandnetels plat en gooiden de planten en kluiten op hopen. Vervolgens moesten we de onkruiden wegbrengen met de kar vanwege uitzaaiingsgevaar. Hoe kregen we die kar weg? Kan dat met die trekker, boer?

Nico op de halfwegse trekker: dat was ook geen succes.
Nieuwendijk 181.

Neem de trekker

"Ja hoor, neem de trekker maar jongens." Ik herinner me wel nog dat mijn eerste empirische trekkerrijdpogingen nogal hortend en stotend verliepen; dat een trekker ook sprongetjes kon maken, leerden we daar! Maar na een paar uur reden we op zeer jonge leeftijd als volleerde boeren over de Halfwegse akkers. Twee weken over de velden rommelen, fietsspieren en een bruin kleurtje opdoen en van de opbrengst (wel vijfentwintig gulden per week!) konden we weer op kampeervakantie.

Mooie racefietsen

Dat soort buitenwerkzaamheden lag mij wel. Een kantoor was niks voor mij. Maar ja, ik wilde graag werkjes om mooie racefietsen en schitterende kampeervakanties te bekostigen. Een familielid wist nog wel een baantje. Bij de punaisefabriek van Rikkers, Blazer en Metz op een van de Amsterdamse grachten. Mijn herinneringen daaraan zijn niet zo positief, maar zoals ik al zei, dat kwam ook deels door mijzelf. Ik moest wekenlang papiertjes op alfabet leggen in een saai kamertje waar ik vrijwel in mijn eentje zat, terwijl de ratelende machines van de ponstypistes in de belendende ruimte mij als rechtgeaarde misofoon compleet gek maakten. Ik kreeg een droge mond van al die paperassen. Dit houd ik nooit vol, dacht ik.

Roekelozer

Om de dag door te komen, werd ik wat speelser (lees: roekelozer) en vulde af en toe een extra nulletje in op een paar rekeningen. Ik ging twee weken op vakantie en daarna mocht ik nog een extra weekje werken op de punaisefabriek. "Heb je het al gehoord", vroeg een van de medewerksters?" Er zijn wat fouten ontstaan in de financiële administratie, er zijn twintigduizend guldentjes zoek!" Gloep!

Hoogenbosch

Dan maar schoenen verkopen bij Hoogenbosch op de Nieuwendijk 181. Dat liep gesmeerd.
Boven was de herenafdeling en ik mocht beneden op de damesafdeling. Zo werden heel wat charmante dames van fraai schoeisel voorzien door een knappe en gewillige (en genietende) Gijsbreght. Ik leerde daar ook een beetje handelen en jokkentjes plegen. Als de schoenen toch ietsje knelden, ging ik naar achteren en kwam stralend terug... met hetzelfde paar, dat dan volgens de gelukkige klant wél leek te passen! Als je de dames een paar uit-de-mode-zijnde hakken aansmeerde, kreeg je een riks extra per paar verkochte schoenen. Veel boerinnetjes uit de polder gingen kirrend terug naar de boerderij en showden in Flutjeradeel hun 'hippe' uitgaanshakjes.
Van die dingen!

Wordt vervolgd

De Volendammers

Van het draaiorgel - daar schreven lezers de vorige keer over - naar de Volendammers is maar een kleine sprong voor René van Schaik.

Een klein jaar geleden alweer schreef hij: "Als kind genoot ik van de draaiorgels die op handkracht werden bediend. Nu als opa (ik ben van 1946) kan ik er nog steeds van genieten, al wordt de muziek soms door het motorgeluid van de aandrijvende kracht overstemd. Het meest genoot ik echter van de straatzangers en -muzikanten. De Volendammers voerden bij mij de boventoon. Als ik het me nog goed herinner kwamen ze op de woensdag de straat versieren. Ze gleden over de kinderhoofdjes de Waalstraat binnen, in wijde broek en aan de voeten houten klompen geschoven. Een, onder een Volendammer muts geperste, muzikant sloeg op zilverkleurige aluminium pijpen, een ander beroerde met zijn lippen de schuiftrombone. De derde trok een accordeon in een spagaat. Prachtig!"

Straatzangers
"Ook waren er straatzangers van divers pluimage. Op de zondagochtend kwam er een die mijn moeder niet kon aanhoren. Als hij op de hoek stond bij de Uiterwaardestraat en een aria uit een of andere opera krijste, dan trok mijn moeder een sprintje naar de keuken. Op de keukenplank stond een rijtje blikjes van Maggi met kleingeld, voor allerlei doeleinden bestemd. Ze greep het blikje voor de straatzangers en haalde er wat grijpstuivers uit. Dat wikkelde ze in wc-papier. Op het moment dat ze bij het zijraampje was aangekomen, stond de geopende mond op de rijweg naar het raam te staren. Het raam ging open en de pet ving de beloning zonder te hebben gezongen, behendig op. De ogen telden de vangst en de wijsvinger bedankte naast de zijkant van het hoofd."

Stadhuis voor slechts drie jaar

Adrie de Koning en Jos Mol hebben de lezers van de Amsterdamse Krant de afgelopen maanden blij gemaakt met een serie over de burgemeesters van Amsterdam. Het schrijversduo presenteert nu een nieuwe serie onder de noemer 'Bijzondere gebouwen in Amsterdam'. Dit is de derde aflevering, met het Stadhuis/Prinsenhof aan de Ouwezijds Voorburgwal.

door Adrie de Koning en Jos Mol

Ligging en bouwstijl
Het Prinsenhof heeft als officieel adres Oudezijds Voorburgwal 197-199 maar bevat, inclusief de latere uitbreidingen, het gehele blok tussen de Agnietenstraat, de Oudezijds Achterburgwal, de Prinsenhofsteeg en de Oudezijds Voorburgwal. Vroeger lag er vlak naast ook nog het Doelenhofje tussen O.Z. Achter- en Voorburgwal, Prinsenhofsteeg en Oude Doelenstraat. Hier werden in 1777 huizen gebouwd. In 1902 werd het hofje afgebroken en opgeheven. Alleen de vroegere toegang, het Leeuwenpoortje in de Prinsenhofsteeg, herinnert er nog aan.
Het oudste deel van het stadhuis is opgetrokken door de architecten Willem van de Gaffel en Artus de Wit.

Wie was de eerste eigenaar?
Het gemeentebestuur van Amsterdam.

Hildo Krop bezig aan een van zijn versieringen van het stadhuis.
De prachtige trouwzaal.

Geschiedenis
De Prinsenhof, vroeger werd het geschreven als Princenhof, stond op de plaats van een voormalig, uit de 15e eeuw daterend klooster, het Sint Ceciliaklooster. Dit klooster deed in de 16e en 17e eeuw lange tijd dienst als verblijfplaats van vorsten, van andere belangrijke personen die de stad bezochten en van de stadhouders van het huis van Oranje. Waarschijnlijk komt de naam Prinsenhof hier vandaan. Als in 1652 brand uitbreekt in het oude, bouwvallige stadhuis op de Dam verhuist het stadsbestuur tijdelijk naar de Prinsenhof. Maar zodra het nieuwe Stadhuis op de Dam (het huidige paleis!) klaar is, verlaat het stadsbestuur in 1655 het Prinsenhof alweer. Later zetelt er het College van de Admiraliteit van Amsterdam, de marine dus. Dit college vertrok in 1795 naar Den Haag. Het gebouw werd vervolgens in 1808 ter beschikking gesteld aan het stadsbestuur, dat zich er ten tweede male zou gaan vestigen.

Hoofdstad
Het Stadhuis op de Dam was namelijk door burgemeester Jan Wolters van der Poll tegen de wil van de Amsterdammers aan Koning Lodewijk 'aangeboden'. Feitelijk heeft Lodewijk het ingenomen om het als paleis beschikbaar te stellen aan zijn broer Lodewijk Napoleon en zijn gemalin Reine Hortense. Maar er stond wel weer tegenover dat Amsterdam tot hoofdstad werd aangewezen door de koning. De Prinsenhof is door architect Abraham van der Hart ingericht om het geschikt te maken voor de ambtenaren en bestuurders van de stad. Vanaf 1808 tot 1988 is de Prinsenhof het stadhuis van Amsterdam geweest. In 1926 werd de Amsterdamse School-vleugel aan de OZ Voorburgwal gebouwd. Van 1988-1990 verhuisden alle ambtenaren naar de Stopera van de architecten Dam en Holzbauer en volgde een grote verbouwing van het oude stadhuis tot het luxueuze Hotel The Grand.

Bijzondere kenmerken
Het gebouw rechts op de binnenplaats is het vroegere Admiraliteitsgebouw. De gevel heeft een frontspies van Daniël Stalpaert, waarin allerlei afbeeldingen zijn gebeeldhouwd die met de zeevaart te maken hebben. Het Amsterdamse Koggeschip is erin te herkennen. Op de begane grond bevindt zich de marmeren hal, die aan de achterzijde toegang biedt tot een binnentuin. Achter de ramen op de eerste etage lag de fraaie raadszaal, waarvan de inrichting dateert uit 1927 en waar vele politieke debatten hebben plaatsgevonden. In de zaal zijn nog mooie houten beelden te zien van John Rädecker en wandschilderingen van Johan Thorn Prikker. Nu is hier het luxe restaurant van het er inmiddels gevestigde hotel. Op de eerste etage is de Trouwzaal der Eerste Klasse behouden gebleven. Het is een mooi ingerichte zaal met prachtige glas-in-loodramen.

Aparte ingang links
De andere trouwzalen hadden een aparte ingang links van de poort. Als je daar op maandagmorgen trouwde werd je door de bode luidkeels aangekondigd: "Bruidspaar Mol, kosteloos!" In de voormalige personeelskantine aan de voorzijde is op de plaats waar de hogere ambtenaren hun lunch mochten verorberen, door Karel Appel een voor die tijd zeer moderne wandschildering aangebracht. Maar omdat het aanzien ervan de eetlust volgens de ambtenaren bedierf, heeft lange tijd een muur de schildering aan het oog onttrokken.

Amsterdamse School
Tegenwoordig pronkt hij weer in het huidige restaurant. Een van de latere uitbreidingen, vanaf de toegangspoort aan de Oudezijds Voorburgwal tot de Agnietenstraat, is omstreeks 1925 tot stand gekomen en is een van de laatste grote bouwwerken van de Amsterdamse School. Deze zogenaamde Nieuwe Vleugel is te herkennen aan de granieten beelden van Hildo Krop. In het gebouw zit ook nog een echte paternosterlift. Dat is een permanent doordraaiende carrousel van houten hokjes, waar ongeveer vier personen in konden. Het in- en uitstappen was en is altijd een spannende aangelegenheid.

Tegen kramp doe je niets

Siegfried Regeling in het De Mirandabad.

door Siegfried Regeling
Siegfried Regeling komt met nog twee alleraardigste zwemverhalen die we u niet willen onthouden.

Ook al kun je nog zo goed zwemmen en heb je zwemles gehad, tegen kramp doe je niets. Omstreeks 1972 was ik met een vriend op vakantie naar Bulgarije met een 2CV lelijke eend en op de terugweg zijn we naar de kust van Joegoslavië gegaan, dat was nog in de tijd dat Tito president van het land was. In Dubrovnik liggen enkele eilandjes voor de kust en daar kun je met een passagiersboot naartoe varen. Wij besloten te gaan zwemmen. Het was prachtig weer en voor ons was het een peulenschil. Halverwege merkte ik dat het water steeds kouder werd. Ik kreeg kramp in mijn kuit en kwam geen meter meer vooruit en dacht te verdrinken. Mijn reisgenoot reageerde onmiddellijk en zei: "Ga op je rug liggen."

Siegfried Regeling zwemt met de Aussies.

Kuit masseren
Ondertussen probeerde ik zo goed mogelijk mijn kuit te masseren. Hij zei: "Probeer toch maar vooruit te komen; ik blijf bij je." Door zijn aanmoediging hebben we het eiland kunnen bereiken en heeft hij mijn leven gered. We zijn illegaal met de ferryboot teruggaan, maar we hadden geen retourticket gekocht. We waren in onze zwembroek en hadden natuurlijk geen geld bij ons. We werden raar aangekeken door de passagiers omdat we geen andere kleding aan hadden. Tijdens de kaartcontrole halverwege de terugreis zijn we overboord gesprongen en naar de kust gezwommen. Gelukkig lagen onze spullen en handdoeken nog op het strand!

Zwemmen met de Aussies

Al vrij vroeg in mijn leven, in de vijftiger jaren, zijn wij met de familie gaan emigreren naar Australië. Ik merkte dat je met schoolslagzwemmen niet veel kon doen tegen de woeste, metershoge golfslag. Je kon met schoolslagzwemmen alleen maar meedobberen en kwam geen meter vooruit. Van de Aussies heb ik gedegen geleerd hoe ik moest crawlen en onder de golven door moest duiken om vooruit te komen. Ze wilden me een gedegen zwemopleiding geven om mee te doen in een life-saving-club, 'mensenredders'; helaas is daar niet veel van terechtgekomen en moest daar vanaf zien.

Na een aantal jaren zijn we toch weer teruggekeerd naar Nederland.

Hier een foto van mezelf in het Mirandabad 1958. De foto was met mijn fototoestel gemaakt, een kleinbeeldcamera Zeiss Ikon met belichtingsmeter: het was het nieuwste type op dit gebied. Ik had de camera voor veel geld gekocht op de terugreis ergens in het middenoosten. Door een toeval kwam ik een vriend tegen in het zwembad. Hij woonde aan het begin van onze straat en ik aan het einde van dezelfde straat. We hebben elkaar leren kennen via Circus Elleboog. Daarna zijn we nog jarenlang bevriend geweest.

Van de Prinsesseschool naar de Cliffordschool was geen pretje

De Cliffordschool in de Van Bossestraat.

door Hendriek Alberts

Hierbij een aanvulling op de scholen in de Staatsliedenbuurt.
De school in de Van Bossestraat was de Prinsesseschool, een Hervormde School voor lager en meer uitgebreid onderwijs, mulo dus. Een 4-jarige school. Beide heb ik doorlopen. In de oorlogsjaren was er door plaatsgebrek een zogeheten 'uitklas', de 4de klas in de Cliffordschool. Het was voor de kinderen van de Prinsesseschool geen pretje om dan naar de Cliffordstraat te moeten, zo uit je vertrouwde school weg.

Schoolbestuur

Mijn ouders zaten in het schoolbestuur, mijn vader als secretaris van het schoolbestuur en mijn moeder als ouder in het dagelijks bestuur. Zij moest één maal per jaar met de voorzitter van het bestuur, meestal de wijkpredikant, de klassen bezoeken. Voor mij was dat geen pretje, want dan kwam zij natuurlijk ook in mijn klas en de kinderen om mij heen sisten 'Je moeder!' Alsof ik dat niet wist. Ik heb dat nooit leuk gevonden.

Goede school

Het was een goede school met goede leerkrachten. Het hoofd van de school van toen, de Heer C.Tjebbes, was een vriendelijke en betrouwbare man die op de mulo wiskunde gaf.

Oorlogswinter

In de oorlogswinter 1944 hadden wij maar één middag les per week. In dat lokaal brandde dan een kachel heel zacht, zodat er toch nog wat warmte in de klas was.