De Amsterdamse Krant

1 april 2017

De Amsterdamse Krant 1 april 2017


'Robert Jasper Grootveld gaf kleur aan jaren zestig'

Met dit soort teksten manifesteert Robert Jasper Grootveld zich als antirookmagiër.

Op woensdagavond 18 april 1962 - binnenkort dus 55 jaar geleden - slaan in de Korte Leidsedwarsstraat de vlammen uit het dak van de 'antirooktempel' van Robert Jasper Grootveld. De vraag was of de provo de tent zelf in brand heeft gestoken, maar uiteindelijk komt hij ervan af met een voorwaardelijke straf.
Maar wat was dit voor een tempel? En wie was die fameuze provo Robert Jasper Grootveld eigenlijk? Het zijn vragen die hieronder worden beantwoord.

door Jan Witteman
"Robert Jasper Grootveld en Roel van Duijn zijn wat mij betreft de twee belangrijkste figuren die kleur hebben gegeven aan de jaren zestig in Amsterdam. Robert Jasper, van 1932, is al geruime tijd geleden overleden – in 2009 – terwijl Roel van Duijn nog steeds leeft, bij mijn weten."

Leerde kennen
"Ik leerde Robert Jasper kennen aan het eind van de jaren vijftig. Hij had toen al een veelbewogen leven achter de rug. Met een schooltijd waarin hij maar niet wilde deugen en allerlei homoseksuele relaties had met meer of minder bekende mensen en ook had hij enige tijd geleefd in het bijzijn van Wim Sonneveld. Of hij met hem een relatie heeft gehad, weet ik niet. Verder had hij al een hele reis op een bakfiets naar Parijs achter de rug. Moet je je voorstellen: de jaren vijftig, iedereen was nog braaf, maar hij ging er gewoon op uit met een bakfiets, richting Parijs dat toen nog echt ver weg lag. En ook haalde hij de Nederlandse dagbladen ergens halverwege de jaren vijftig toen hij met een vlotje van afval de zee op trok. Het tekent de vrijbuiter in hem."

Leidseplein
"Ergens aan het eind van de jaren vijftig leerde ik hem dus kennen. Of kennen, we waren geen vrienden en ik vraag me af of hij van mijn bestaan afwist, maar met mijn vrienden hield ik me op in zijn kielzog in en rond het Leidseplein (vooral café Eijlders was populair) en laat ik maar meteen verklappen waarom: hij rookte marihuana. Dat vond ik een partij interessant, dat wil je niet weten."
"Die marihuana kostte hem wel zijn baan, want hij was als een soort onderzoeksjournalist werkzaam voor journalist Jan Vrijman, maar die ontsloeg hem toen hij een verhaal publiceerde dat Vrijman niet aanstond. Als ik hier aan geschiedvervalsing doe: het zij zo, dit is het verhaal zoals ik het me nog weet te herinneren. Aan het begin van de jaren zestig raakt hij twee keer volledig uit beeld vanwege twee zeereizen, maar hij komt terug, legt ondertussen nog even contact met de maffe sekteleider Lou de Palingboer die in Muiderberg woonde, om vervolgens in een oude werkplaats bij het Leidseplein zijn Rooktempel in te richten waar hij experimenteert met allerlei soorten drugs. En die tent vliegt in 1962 dus in de fik. Waarom? Waardoor? Ik heb werkelijk geen idee, maar dat hij de tent zelf in de fik heeft gestoken, sluit ik zeker niet uit."

Sigaretten
"Gek genoeg ontwikkelt hij een aversie tegen het roken van sigaretten en dat levert hem de bijnaam De antirookmagiër op. Ook duikt hij later op bij het standbeeld van het Lieverdje op het Spui, waar hij als Zwarte Piet (hij is gefascineerd door Sinterklaas en Zwarte Piet, vraag me niet waarom) vrolijk ronddanst. Op een slecht moment raakt hij volledig van het padje, gaat op reis naar Sicilië om in het reine met zichzelf te komen, om vervolgens terug te keren om te ontdekken dat de wereld – of in elk geval Amsterdam – compleet is veranderd. Daarna markeert hij nog allerlei aparte toestanden in de stad – zoals zijn vlottenimperium van piepschuim - maar ik was toen al verhuisd naar Zuid-Afrika en ben hem uit het oog verloren. Ik heb begrepen dat hij is overleden in een verzorgingshuis en dat is in elk geval een einde dat niet bij hem paste. Maar hoe dan ook heeft hij de jaren zestig en toch ook nog wel zeventig, ingekleurd."

Provo is dood

Geen idee of iemand anders erbij stilstaat, maar wij wel: op 13 mei 1967 wordt Provo op een openbare bijeenkomst in het Vondelpark ten grave gedragen. Dat is dus volgende maand exact een halve eeuw terug en dus een mooi moment om verhalen aan u te vragen over Provo (dat sluit ook mooi aan bij het verhaal over Robert Jasper Grootveld trouwens). Was u bij de rellen, de studentenopstand bij het Lieverdje of wilde u er juist niets mee te maken hebben? Uw reactie kunt u mailen naar
info@amsterdamsekrant.nl.

Nieuw raadplaat: een herkenbaar plein

Het is niet altijd even makkelijk om een geschikte raadplaat te vinden. We hebben als stelregel dat straten nog steeds herkenbaar moeten zijn en bij voorkeur dat de foto is gemaakt na de Tweede Wereldoorlog, omdat anders het aantal mensen dat nog echte herinneringen aan straat of buurt heeft, steeds kleiner wordt. Deze nieuwe plaat is geschoten voor WO II, maar is nog wel zeer herkenbaar. Het enige dat we nog zeggen is: veel succes en we kijken uit naar uw reacties.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'De bioscoop had weinig kans om te overleven'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Deze keer ging het om het voormalige Nassautheater aan de Lijnbaansgracht. Ook kregen we nog na-reacties over het Museumplein (het basketbalveldje), Villa Johanna (Het Kabouterhuis) en zelfs nog van de karrenverhuur aan de Marco Polostraat. Het is weer volop genieten.

Het Nassau-Bioscoop en Variété Theater. Dat was de officiële naam van wat in de volksmond de Nassaubioscoop is gaan heten, maar die ook bekend stond als Centrum Bioscoop en Thalia Theater. Op Wikipedia lezen we het een en ander over dit theater: "Het theater was een idee van de ondernemers S. Nort en J. Alengs, die de architect P.J. Scheelbeek de opdracht gaven een gebouw te ontwerpen. Deze kwam vervolgens met een in die dagen voor bioscopen behoorlijk exotisch ontwerp dat duidelijk geënt was op de Moorse architectuur, met drie typerende hoefijzerbogen op de façade, geflankeerd door twee blinde ramen. De bioscoop had zo'n honderd stoelen in één zaal die 19 meter diep en 8,5 meter breed was, met een hoogte van 4.80 meter. Er was een noodgang die uitkwam op een koertje dat toegang gaf tot de Berengang."

H. van Praag
"De bioscoop opende op 27 april 1913 zijn deuren en werd toen uitgebaat door H. van Praag. In maart 1929 sloot het bedrijf, maar de bioscoop maakte nog twee herstarts; een eerste herstart die een maand na de sluiting in 1929 volgde onder de naam Centrum Bioscoop duurde nog geen jaar en hield het in 1930 alweer voor gezien; de bioscoop werd daarna in april 1931 onder de naam Thalia Bioscoop opnieuw geopend, maar dit was ook geen succesvolle onderneming en de bioscoop sloot in maart 1933 definitief de deuren. De naam Thalia ging over op een zalencomplex dat net naast de bioscoop, op de hoek van de Goudsbloemstraat en de Lijnbaansgracht, was gelegen."

Nu staat het er verwaarloosd bij.
Dit is het ontwerp dat de eindstreep haalde.

Zo mooi
Tot zover Wikipedia, maar ook op de website binnenstadamsterdam.nl lezen we een mooie bijdrage van Marieken den Bichelaar over deze bioscoop, waarin zij eerst een lange aanloop neemt richting het heden en recente verleden (daarover straks meer), en waarin ze vervolgens schrijft: "Het begon allemaal zo mooi. We schrijven 1913, overal schieten bioscopen als paddenstoelen uit de grond. Alleen al in de Jordaan tellen we zo'n tien bioscopen, waaronder het Edison Theater op de Elandsgracht en het Rozentheater op de Rozengracht. Aan de Lijnbaansgracht vestigt zich het Nassau-Bioscoop en Variété Theater. Dit soort buurtbioscopen drukte een wezenlijk stempel op het leven van alledag. Op straat stond een lokker het filmaanbod aan de man te brengen. Een explicateur voorzag de stomme films van uitleg en ook vonden er variété-acts en zangoptredens plaats. Cijfers tonen het belang van de theaters aan het begin van de twintigste eeuw. In Amsterdam waren in 1916 maar liefst 24 bioscopen die samen bijna vier miljoen toegangskaartjes verkochten."

Mooi verhaal over het Nassautheater
Voor een aantal lezers, onder wie veel trouwe gasten, was de bioscoop meteen bekend terrein. Gielijn Escher schrijft het volgende: "We zijn op de Lijnbaansgracht 31-32 (tussen Willemsstraat en Goudsbloemstraat) in betere tijden. Thans staat dit alles er desolaat en vrijwel onherkenbaar bij."
"We zien de voormalige Nassau-Bioscoop en Variété Theater in Moors-Oosterse stijl, in 1913 geopend en reeds in 1933 gesloten. Vierentachtig jaar geleden, lang voor mijn tijd dus. Wel kan ik mij uit de jaren 70 herinneren dat hier een Dirk van den Broek-filiaal was gevestigd. Even verder, op de hoek met de Goudsbloemstraat, had je Party Home Thalia, dat pas zeer recent de deuren sloot. Hieraan zullen velen nog wel speciale herinneringen bewaren; maar een mooi verhaal over het Nassautheater? Ik ben zeer benieuwd!"

Deplorabale toestand
De Mollen en Koningen komen met de volgende reactie: "Aan de Lijnbaansgracht 31-32 vestigde zich in 1913 de Nassau-Bioscoop en Variété Theater. Dit was weliswaar geen in het oog springende naam, maar het gebouw oogde wel zo. Op de ontwerptekening van P. Scheelbeek uit 1912 zien we drie identieke Moorse hoefijzerbogen met aan weerszijden daarvan twee nissen voor de affiches van de voorstelling. Op 27 april 1913 draaide de eerste bioscoopfilm. De bioscoop heeft vervolgens onder de namen Centrum en Thalia gefunctioneerd. In de crisistijd had de bioscoop weinig kans te overleven en sloot zij haar deuren in maart 1933. Hans vertelde dat dit pand nog steeds bestond, maar nu in deplorabele toestand verkeert".

Verkommerd
Hans Huijboom laat weten: "De raadplaat van de Amsterdamse krant van 11 maart is van de Nassaubioscoop op de Lijnbaansgracht, nr. 31, van 1913. Ook nog theater geweest, dacht ik. Ja, jammer, dat het zo verkommert, want het maakt deel uit van de uitgaanstraditie van de Jordaan, en het is een van de weinige gebouwen met een neo-Moorse stijl."

Ander stadsdeel
Kees van der Horst: "Dit gebouw herkende ik snel. Het staat aan de Lijnbaansgracht vlak bij de Willemsstraat. Op weg naar de markt (Lindengracht of Westerstraat) of de Jordaan fiets ik er dikwijls langs. Vaak vroeg ik me af wat het geweest was. En zie daar, via internet vond ik dat het een bioscoop is geweest met als namen Centrum, Thalia en Nassau. Aan deze bioscoop heb ik geen herinneringen omdat ik in een ander stadsdeel opgroeide."

Gerestaureerd
Hendrik P. Schmidt schrijft: "Het is de Nassaubioscoop, ook bekend als Centrum Bioscoop, gelegen aan de Lijnbaansgracht. Opening 27 april 1913 en in 1931 heette het Thalia bioscoop en in 1933 definitief gesloten. Ik hoop dat het pand gerestaureerd zal worden!"

Bezemhandel
En Kittie Hofboer: "De raadplaat is de voormalig Nassau-Bioscoop en Variété Theater op de Lijnbaansgracht 31 tussen de Willemstraat en de Goudsbloemstraat gelegen. Later zat er een supermarkt van Dirk van Broek in het pand. Mijn moeder en haar zussen gingen daar als kind naar de film. Rechts naast de bioscoop was de winkel van Van Vliet, bezemhandel en huishoudelijke artikelen, waarboven een vriendinnetje van mij woonde. Het is een mooi pand en ik mag hopen dat het bewaard blijft en een goede bestemming krijgt."

Kolenboer
Jan Riesenbeck, ook al zo'n trouwe klant, heeft het bij het rechte eind, maar gaat vervolgens wel de mist in met wat er zat: "Dit is de Lijnbaansgracht tussen de Goudsbloemstraat en de Willemstraat. Vroeger zat er een kolenboer (Bruines); ik moest altijd als jochie kolen halen voor mijn oma, tante Ka voor de buurt. Voor de deur lag een kolenschuit."

Vervallen gebouw
En de hondstrouwe Hans Slieker laat weten: "Bij het zien van de raadplaat in de Amsterdamse Krant van 11 maart herkende ik onmiddellijk het vervallen gebouw op de Lijnbaansgracht. Nog bijna dagelijks loop ik daar langs. Vroeger was dit een bioscoop. Als ik me goed herinner heeft hier ooit supermarkt Dirk een tijdje in gezeten. Links op de foto is nog net de toegang tot de Willemsstraat te zien die bereikbaar is via een originele, oude basculebrug die nog prachtig in de groene verf zit! Heet dat grachtengroen?"

Markant gebouw
André Woons hoort ook bij de inboedel en schrijft: "Dit was een leuke raadplaat. Maar als je de buurt kent ook een heel markant gebouw. Het gaat om Lijnbaansgracht 31-32. In 1913 begonnen als Nassaubioscoop en in 1933 gesloten. Dirk van de Broek had hier ook nog lange tijd een winkel. Nu is er inderdaad van de oude glorie weinig over. Maar er gloort hoop: er ligt een ontwerp voor de bouw van appartementen met respectering van de oude gevel. Ik vind het heel mooi gedaan." Hier komen we aan het einde van de reacties op terug.

Wandeltocht
Vervolgens stuurt hij nog een mail: "Nog even een aanvulling op mijn oplossing Lijnbaansgracht 31-32. In het weekend van 11 en 12 maart werd door speeltuinvereniging Ons Genoegen uit de Elandsstraat de 25e jaarlijkse wandeltocht door Amsterdam gehouden. De route ging onder andere vanaf de Willemsstraat naar de Palmdwarsstraat. En jawel, precies langs het pand van de raadplaat. Wellicht is het aantal goede inzenders deze keer toch wat hoger."

Joods museum
M. de Kleijn zit niet op het goede spoor: "Volgens mij is/was dit het Joods museum/monument aan de Plantage Middenlaan. Schuin tegenover het vroegere gemeentelijk kadaster met daarnaast Artis."

Doorstart
Mike Man klimt ook in de pc: "Niet zo'n heel moeilijke, deze raadplaat; mijns inziens betreft het hier een afbeelding van de Nassaubioscoop aan de Lijnbaansgracht 31-32. Het theater werd op 27 april 1913 geopend en werd geëxploiteerd door een zekere H. van Praag. In maart 1929 werd het gesloten om daarna een doorstart te maken onder de naam Centrum Bioscoop, later weer als Thalia Bioscoop. In maart 1933 viel het (film)doek voorgoed. Later is er nog lange tijd een supermarkt in gevestigd geweest, weer gevolgd door een kunsthandel. Sinds 2009 staat het gebouw op de nominatie om gesloopt te worden, maar dat schijnt op weerstand te stuiten van de omwonenden. Zoals u al schrijft staat het geheel er momenteel troosteloos bij."

Bio Theater
"Zelf heb ik uiteraard geen herinneringen aan het theater. Mijn eerste bioscoopervaringen had ik met de Cineac Reguliersbree, National in de Linnaeusstraat en het Bio Theater op de Middenweg. Misschien een idee voor de Mollen om een serie artikelen te wijden aan alle verdwenen Amsterdamse bioscooptheaters!"

Leuke suggestie
Jos Boer weet het ook en heeft meteen ook een leuke suggestie: "Dit is de Lijnbaansgracht 31-32, tussen de Goudsbloemstraat en de Willemsstraat, vlak bij de ijzeren ophaalbrug naar de Marnixstraat. Onzichtbaar gemaakt achter aannemersmateriaal, maar de 5 traveeën zoals op de foto zijn in het echt nog zichtbaar."

Verwaarloosd
"Dit pand lijkt wel willens en wetens verwaarloosd, om het toch vooral niet als bioscoop te hoeven restaureren, want dat was het: de Nassau-bioscoop. Dat heb ik niet echt meegemaakt, wel dat het een (te) kleine Dirk van de Broek was, waar ik in zijn nadagen graag boodschappen deed. Met het verdwijnen werd het uitdunnen van het winkelbestand in de Jordaan ingeluid. Zou een interessant artikel in uw krant kunnen opleveren: de verdwenen winkels in de Jordaan sinds 1975."

Niet sociaal voelend
"Jammer dat Dirk niet zo sociaal voelend is geweest om deze kleine winkel te behouden, maar dat geldt ook voor de voormalige Albert Heijn op de Rozengracht. Voor al die oude bewoners in de Jordaan die slecht ter been zijn, maar dat was bij de sluiting van die zaken, misschien wel bijna dertig jaar geleden, nog niet zo duidelijk."

Gerestaureerd
Sinds enige tijd is bekend dat het pand, dat jarenlang verwaarloosd is en waarvan de Moorse gevel is verstopt achter groen gaas, min of meer behouden blijft. In overleg met de gemeente Amsterdam is Brookland erin geslaagd een voor deze plek passend ontwerp te maken, dat rechtdoet aan de geschiedenis van het ontwerp van Scheelbeek. Het ontwerp gaat uit van behoud van de gevel, waar dan wel een glazen kap boven komt.

Nieuwe raadplaat

Het is niet makkelijk om een geschikte raadplaat te vinden. De stelregel is dat straten herkenbaar moeten zijn en bij voorkeur dat de foto is gemaakt na de Tweede Wereldoorlog, omdat anders het aantal mensen dat nog herinneringen aan straat of buurt hebben, opdroogt. Deze nieuwe plaat is geschoten voor WO II, maar nog steeds heel herkenbaar. Veel succes en we kijken uit naar uw reacties die u kunt mailen naar info@amsterdamsekrant.nl

'De familie Fritschy was een vrij groezelige familie'

De karrenloods aan de Marco Polostraat.

Op de vorige twee pagina's staan de reacties op de laatste raadplaat. Hieronder staan de reacties op eerdere raadplaten.

De nazit, Museumplein

We hebben ook weer een aantal reacties op eerdere raadplaten, te beginnen bij het Museumplein (het basketbalveldje), waarover Hans Volmer schrijft: "Even nog over het Museumplein: leuke tijd met meester Jan Vinck van de Frans Halsschool, speelde basketbal bij Landlust en was ook gymmeester, dus gym op het Museumplein. Voor de bouw van het KLM-gebouw stonden er nog bunkers uit de oorlog; ik heb ze nog zien opblazen met dynamiet en drilboren. We waren altijd aan het spelen in de bunker, erg spannend, mooie tijd om op terug te kijken."

Het Kabouterhuis.
Gebruikt beeld op een oude folder van het Kabouterhuis.

IJsjes bij de heer Morelli
P.P.A. Moreu laat weten: "Dit is één van de twee basketbalvelden die eind jaren vijftig, begin jaren zestig op het Museumplein aanwezig waren. Naast deze basketbalvelden waren er ook nog twee volleybalvelden. Ik heb hier na schooltijd vele uren doorgebracht. En zomers daarna ijsjes gegeten bij de heer Morelli die altijd op het Museumplein aanwezig was."

Boerenwetering
Tom Tand komt er ook op terug: "De raadplaat van 4 maart is het Museumplein. Het gebouw op de achtergrond (onder de basket door gezien) staat op de hoek van de Johannes Vermeerstraat en de Hobbemastraat. Nog verder weg staan de huizen aan de overzijde van de Boerenwetering aan de Ruysdaelkade. Rechts buiten beeld van deze opname, maar meer aan de kant van de Johannes Vermeerstraat, is thans een volleybalveld."

De nazit, Villa Johanna

Over Villa Johanna – het Kabouterhuis – schreef Ton Apon bijgaande reactie: "In aanvulling op reacties over Villa Johanna (raadplaat 4 feb.) in de krant van 11 maart over de familie Lierens, heb ik misschien nog iets interessants te melden. N.a.v. mijn artikel in 2006 over Het Kabouterhuis kreeg ik destijds een reactie van Emmy Schrempt:

"Ik woonde op de Rivierenlaan, nu Pres. Kennedylaan. Heb daarom 3 jaar geleden onze oude melkboer (dhr. Braam) geïnterviewd die er zijn wijk liep. Omdat de villa onderdeel was van het decor van mijn jeugd, heb ik er ooit naar gevraagd wie er destijds woonde. Hij vertelde dat Villa Johanna werd bewoond door de joodse familie Lierens, hij was papierhandelaar. In de oorlog zaten er o.a. Feldwebels in de villa en later werd dit Het Kabouterhuis. Meneer Lierens is ondergedoken in de buurt en heeft de oorlog overleefd."

De nazit, bakfietsenverhuur

En we hebben nog twee reacties over de karrenverhuur in de Marco Polostraat, waar Els Poblets (zij is woonachtig in Alicante) over schrijft: "Naar aanleiding van de vraag om meer inlichtingen over de karrenbaas Fritschy in de John Franklinstraat het volgende. Wij woonden in de Vespuccistraat 46 huis en onze tuin grensde aan de loods van de familie Fritschy. Het was een vrij groezelige familie herinner ik mij; mevrouw liep altijd in een gebloemd schort of jurk, meneer altijd in het corduroy."

Geen vetpot
"Nu was het ook geen vetpot, dat verhuren van bakfietsen en karren. Het vreemde van dit alles was dat het geheel geen enkele overlast gaf; de bakfietsen en karren stonden nooit buiten, alles werd meteen naar achter gebracht naar een grote loods. Het geheel was gesitueerd in een diep portiek. Achter de grote loodsdeuren was een soort werkplaats waar alles werd gerepareerd dat stuk was."

Onze buren
"Naast de winkels in de Jan Eef was het een rustige buurt, waar mensen lang bleven wonen. Zo ken ik nog altijd de namen van onze buren in de Vespuccistraat vanaf nummer 40 tot nummer 52 en ook de mensen die tegenover ons woonden. Dat zou nu niet meer mogelijk zijn, denk ik. Er woonden en werkten in die tijd vele mensen met name de familie Klaver met hun slagerijen, de familie Lindeman van de aardappelen en groenten, de familie Stolk van de bakkerij - nu Van Bree. En zo zijn er velen te noemen die daar jaren hun nering hadden. De saamhorigheid was groot in ons buurtje; dat heeft onze familie ondervonden in de oorlogsjaren."

Veranderen
"Zelf heb ik er gewoond en geleefd vanaf mijn geboorte in 1937 tot mijn trouwen in 1960. Mijn moeder en vader hebben er gewoond tot hun dood; maar toen was de buurt al aan het veranderen en kregen we de eerste Turken als buren en was de Hollandse melkboer met z'n vele mooie dochters al vervangen door een Turkse groenteman. Na de renovatie van de Vespuccistraat ben ik nog eens gaan kijken in mijn geboortehuis en verwonderde mij erover dat we in dat kleine huisje in de Vespuccistraat 46 huis met zes personen hebben kunnen wonen."
"We wonen nu sinds 2002 in Spanje in een lief klein dorpje, Els Poblets, zo'n 8 km. van Denia vandaan, maar af en toe trekt mijn hart toch naar Amsterdam en ik lees met veel plezier iedere 14 dagen jullie Amsterdamse Krant; wetende dat wat eens mijn prachtige Amsterdam was, niet meer bestaat."

Bakfiets
Ook Arie Haagsman komt terug op deze raadplaat, zij het dat hij refereert aan de bakfiets zelf: "Ik wil nog even inhaken op het artikel 'Rijden met een bakfiets'. Toen ik ca. 1964 bij de fa. Thijs werkte (Sparwinkel, Burg. Fockstraat) als winkelbediende, werden de bestelde boodschappen op vrijdagmiddag in de bakfiets geladen en deed ik de ronde in Slotermeer om deze te bezorgen. Was nog een hele kunst op de bakfiets, vooral op een koude winterdag als je de brug op moest. En wanneer je dan de brug af ging, wist je niet hoe vaak je de rem in moest knijpen die, zoals Martin al schreef, onder het zadel zat. Uiteraard moest je dan eerst weer de knop indrukken om verder te kunnen fietsen. Zwaar werk, maar omdat je negen van de tien keer wel een extra centje kreeg van de mensen waar je de boodschappen bracht, vergoedde dat veel."
"Veel Indische mensen kochten hun etenswaren bij de fa. Thijs, omdat deze veel speciale etenswaren voor hen had in zijn toko. En de extra service was natuurlijk het bezorgen van de boodschappen."

Geschiedenis van de Vogelbuurt: 'Strijd om het behoud, de Vrije Vogels'

Augustus 1993 Protestbijeenkomst tegen de sloopplannen van Vogeldorp.

Van Dirk Roos, Voorzitter VvE Vogeldorp, kregen we toestemming om in een aantal delen aandacht te besteden aan het ontstaan en de geschiedenis van Vogeldorp in Amsterdam-Noord, de wijk die recent in de spotlights stond door een documentaireserie over de armoede die hier heerst. Deze artikelen zijn afkomstig van www.vogeldorp.nl. Vandaag deel 4, tevens het laatste deel.

In 1993 vraagt het Woningbedrijf Amsterdam (WBA) aan twee vers gearriveerde nieuwkomers, Ida de Groot en Inge de Koning, of zij een bewonersorganisatie zouden willen opzetten. Beiden stemmen hiermee in en organiseren een bijeenkomst. Maar, lucht gekregen van de sloopplannen van het WBA voor Vogel- en Disteldorp en een deel van Tuindorp-Oostzaan, ontstond er in plaats van een bewonerscommité een actiegroep: de Vrije Vogels.

75-jarig bestaan
Het feest ter ere van het 75-jarig bestaan van Vogeldorp in 1993 komt in het teken te staan van het behoud van beide dorpen. Twee dagen lang bruist Vogeldorp van activiteit. Er wordt een reünie voor oud-bewoners georganiseerd met een diavoorstelling over vroeger en nu. Er is theater, muziek, poëzie en een groot forum, waarbij politici, een specialist op tuindorpengebied (de architect Frank Smit), bewoners en de verhuurder met elkaar in discussie gaan. De toon was gezet. Vanaf dat moment stonden Vogeldorp en de andere tuindorpen in de publiciteit.

Protesterende Vrije Vogels in 1993.

Protestbijeenkomst
Het kloppend hart van deze acties, die jarenlang aanhielden, lag in Vogeldorp. Zo werd het gebouw van het WBA met zeildoeken ontoegankelijk gemaakt voor het personeel. De vele strijdkreten lieten geen misverstand bestaan over het beoogde doel. Ook werd de Zamenhofstraat urenlang geblokkeerd en bracht de actiegroep, gekleed in ouderwets nachtgoed en gewapend met wekkers, een bezoekje aan het stadsdeelkantoor.

Bouwteam
Er werd ook een bouwteam samengesteld om een proefwoning te renoveren (3e Vogelstraat, nr. 14), met als doel een goedkoper, alternatief kostenplaatje naast dat van het WBA te kunnen leggen. Daarnaast besloten de drie tuindorpen hun krachten te bundelen om de onderhandelingen met het WBA en de verantwoordelijke stadsdeelbestuurders te gaan voeren. Op deze wijze stond men sterker en hoopte men niet tegen elkaar uitgespeeld te worden.

Open verbinding
Ondertussen werd er een op zichzelf staande actie ondernomen om een sloot in het reeds gedempte gedeelte van het Johan van Hasseltkanaal te verkrijgen, waardoor er weer een open verbinding met het IJ zou ontstaan. Op deze wijze zouden de bewoners, net zoals vroeger, met een bootje het IJ op kunnen varen. Daarbij leverde zo'n sloot een duidelijke scheiding tussen woon- en werkgebied op, wat ook de veiligheid ten goede zou komen. Het nuttige met het aangename verenigd. De sloot is er gekomen, maar niet in verbinding met het IJ. Men heeft alles uit de kast getrokken om dit voor elkaar te krijgen. Het afwijzende besluit van Wethouder Peer is nog getracht ongedaan te maken door het geschil voor te leggen aan de Provinciale Staten van Noord-Holland. Toen ook deze instantie de actievoerders geen gelijk gaf is een gerechtelijke procedure gevolgd, maar ook dat heeft helaas niet mogen baten.

Behouden gebleven
Vogeldorp, Disteldorp en Tuindorp-Oostzaan zijn behouden gebleven dankzij de vele acties en de daarmee wakker geschudde politici en verantwoordelijken op sociaal en cultureel gebied. Het betreft hier tenslotte bijzonder uniek, historisch erfgoed. Dit is nog eens extra onder de aandacht gebracht met het wetenschappelijk onderzoek* dat werd gehouden in de drie tuindorpen. Dit onderzoek was een idee van Marion Kranenburg en werd uitgevoerd door Maartje van der Eem en Clementine van Vooren, destijds studenten van de Vrije Universiteit.

Hulp
Via de daaraan verbonden Wetenschapswinkel kon een actiegroep hulp krijgen door het laten uitvoeren van een grondig onderzoek op basis van de door de actiegroep geformuleerde doelstelling. Het resultaat van dit rapport getiteld 'Grote stadsmens, maar niettemin dorpeling', leidde zelfs tot landelijke publiciteit via een driedelige radiodocumentaire, in december 1997 uitgezonden in het VPRO-radioprogramma 'Het Spoor Terug', waarin de twee studentes hun onderzoek toelichtten en bewoners van de drie tuindorpen hun kleurrijke verhalen vertelden. Dit rapport heeft misschien wel geleid tot het definitieve besluit tot het behoud van de dorpen.

Monumentenstatus
In 1997 kregen Vogeldorp en Tuindorp Oostzaan de monumentenstatus. Voor Disteldorpers was er het bittere gevoel dat hun dorp afgebroken zou worden. Gelukkig is men op dat plan teruggekomen.
In 1999 nam Woonstichting De Key zowel Distel- als Vogeldorp over van het WBA. Vervolgens zijn de huizen gerenoveerd. Een groot aantal laagbouwtjes is toen samengevoegd en met name geluids- en warmte-isolatie was een punt van aandacht. In 2003 was de renovatie voltooid. Vogeldorp blijft een levend bewijs van de geïnspireerde woorden van Floris Wibaut: "Het staat er. Knap als ze het afbreken."

Geraadpleegde literatuur
Amsterdam-Noord 1850-1930, De geschiedenis achter de feiten – Wil Swart
Grote Stadsmens en niettemin Dorpeling, Maatschappelijke en historische betekenissen van de tuindorpen Disteldorp, Vogeldorp en Tuindorp Oostzaan – Maartje van der Eem en Clementine van Vooren

'Wij wilden de demonstratie van het Elja rubberkorset ook wel zien'

Albert Ticheler schreef in de vorige editie over zijn leven in de Jordaan. Nadat hij jaren in de Jordaan had gewoond, is hij inmiddels verhuisd naar de Pijp, waar hij in de vorige aflevering schreef over de St. Jozefmulo. Hier pakt hij de draad weer op.

door Albert Ticheler
Ook deze school had geen binnenplaats. Tussen de middag liepen we gewoon een paar blokjes om. Kochten een broodje bij de bakker op de hoek van de Ceintuurbaan en de Ferdinand Bol of gingen naar de HEMA, want daar werkten meisjes. Zo stond ik een keer in de HEMA bij een grote glazen bak waar sokken lagen. Toentertijd waren nylon sokken een heel gewild artikel. Ik hoorde een vrouw aan het meisje vragen of het nylon sokken waren. Het meisje antwoordde met ja en liet de opdruk op de sok zien en zei het zijn zelfs wit-hout nylon sokken! De vrouw nam 3 paar mee.

Huishoudschool
Naast de mulo was ook een huishoudschool. Dat was verboden terrein; de moeder overste had met de broeders afgesproken dat de meisjes eerder uit school gingen zodat er geen ongewenste contacten konden ontstaan.
Op de eerste verdieping was de keuken. De bovenkiepramen stonden open om de kookdampen naar buiten af te voeren. Een paar van de grote jongens vonden enkele oude fietsbanden die ze na enkele vergeefse pogingen naar binnen konden zwieren. Er klonken kreten en moeder overste deed haar beklag bij ons schoolhoofd, omdat de banden in het eten en op de fornuizen terecht waren gekomen. Toch werd er over het algemeen hard gewerkt en ook in de gymzaal onder leiding van Manus deden we ons best.

Astma
Door mijn astma kon ik niet aan sporten meedoen en zat ik meestal op een bank aan de kant. Alleen bij trefbal was ik de pineut. De grootste jongens waren geen partij . Zij gooiden met de rubberen ballen keihard naar de kleine jongens. Als je getroffen werd, dan deed dat goed pijn. Ik maakte een deal door mij beschikbaar te stellen bij de eerste gooi op mijn voeten. Dan kon ik meteen naar het achterveld en was dan verschoond van die kanonharde acties.
Wij waren, zoals ik vertelde, jongens uit alle delen van Amsterdam en van verschillende leeftijden.
Wij gedroegen ons nogal vrij en onbezonnen.

Korset
Op de Ceintuurbaan was een zaak in damesondergoed. Op een groot kartonnen bord stond een korset afgebeeld met daarbij in grote letters 'Het beroemde Elja rubberkorset met de zelf ventilerende gaatjes'. Ook stond er bij wanneer er een demonstratie gegeven zou worden, waarbij de toegang vrij was. Toen wij bij de bakker een broodje gingen kopen bedachten wij dat wij zo een demonstratie ook wel wilden zien. Op de bewuste dag gingen wij (meen tiental jongens) de winkel in. Ik moest van de anderen de woordvoerder zijn en zei tegen de twee rood wordende jonge verkoopsters dat wij voor de demonstratie kwamen. Een meisje haalde snel de chef erbij, die de zaak kordaat aanpakte. Hij vond dat wij een punt hadden, maar dat er twee mogelijkheden waren: óf wij gingen de winkel uit, óf hij gelastte de demonstratie af. Lachend gingen wij de winkel weer uit.

Aantrekkelijke jongedame
Een andere keer stonden we in de tram (volgens mij was dat lijn 25 met een taps toelopende voorkant), toen er een zeer aantrekkelijke jongedame op een stoeltje zat bij de klapdeuren van de uitgang. De oudere jongens probeerden oogcontact te krijgen met het meisje. Zij keek ons, veelal sjofel gekleed, hooghartig aan. Dat zinde ons weer niet. Ik wees mijn kameraden op het reclamebordje boven haar hoofd.
Wij stonden om haar stoeltje heen en maakten allemaal een buiging en zeiden hardop wat er op de reclame stond:
'Wees wijs Jeanette, neem een Chefalette en houd je lichaam schoon'.
De hele tram keek en luisterde toe. Bij de volgende halte stoof zij uit de tram. Ja, wij waren niet fijngevoelig!

Broeders
Het jaar daarop ging ik naar een andere mulo ergens bij de Spuistraat en ging toen voor Mulo B leren.
Dit werd ook door broeders gerund en was ook een leerfabriek. Wij trainden voor het examen door alle examens vanaf 1935 te doen, van de eerste examens tot en met de reserve-examens van zowel de katholieke en reformatorische als de openbare scholen. Het is wonderlijk dat algebra, meetkunde, scheikunde en natuurkunde kennelijk vanuit verschillende overtuigingsrichtingen bedacht werden.
Ik ging toen met de fiets naar school, waarbij in de binnenstad met witte verf teksten stonden als:
'Wagenaar en Gortzak, moeten vrij'. De zin hiervan ontging mij helemaal.

Modernere manier
De school zelf had via een moderne manier toch een venster op de wereld geopend. Als we overbleven in de klas, dan ging om 13.00 uur de radio in je klaslokaal aan met de zender London Calling Europe. Dit was het nieuws van die dag. Het werd door een officiële BBC-nieuwslezer voorgelezen. Hij deed dat eerst op normale snelheid en vervolgens op dicteersnelheid. Elke dag moest een andere jongen in de klas de tekst op het bord schrijven wanneer de dicteersnelheid kwam. Vervolgens las de BBC-lezer het nogmaals op gewone snelheid voor, zodat je nog een paar correcties kon maken. Een andere jongen moest dan de tekst mondeling in het Nederlands vertalen. Dit was elke dag een pittige oefening. Zo leerde ik dat een jet (MIG) een straalvliegtuig was dat gebruikt werd tijdens de Koreaanse Oorlog.
Het eindexamen liep voor mij op rolletjes; ik scoorde met hoge cijfers en werd genomineerd voor een studiebeurs van de stad Amsterdam. Dit was tevens het moment dat we weer bij vader thuis moesten komen wonen. Hij besloot dat verder leren niet zou doorgaan en dat ik maar werk moest gaan zoeken.

Examenjaar
Op de foto staat de klas in het vierde jaar (examenklas) waar Albert Ticheler in zat op de St. Jozefmulo. Hij weet nog alle namen: achterste rij v.l.n.r.: Ruud Swinkels, Ruud Burckhardt, Ben Pommer, Theo Wiggers, Wim Bouma, Gerrie Verkerk, Joop Vrijman, Jacob Koot, Harry Snel. Middelste rij: Win Cock, Broeder Edardes, Joop Zoetelief, Anton Tilburg, Theo Gruter, Jozef Giebels, Broeder Aqualinus. Onderste rij: rechts Albert Ticheler, Joop Linger, Herman Kalenberg, Gerard Draaisma, Kees Dijker.

Tweede periode van Samkalden waren tropenjaren

Ivo Samkalden was Burgemeester van Amsterdam van 01-08-1967 tot 01-06-1977.

Personalia
Ivo Samkalden was jurist, minister en burgemeester van Amsterdam. Zijn burgemeesterschap liep van 1967 tot 1977. Hij werd geboren in Rotterdam in 1912 en is overleden in Amsterdam in 1995. Hij was de zoon van Joseph Samkalden die ondernemer was en Debora de Beer. Zij hadden vier kinderen, waarbij Ivo en Jaap nakomertjes en tweelingbroers waren. Ivo trad in het huwelijk in 1938 met Olga Meijers (1910-2003). Ze kregen drie zoons en één dochter, waarbij één zoon jong overleed.

Algemene kenmerken van Samkalden en belangrijke gebeurtenissen tijdens ambtsperiode
In 1946 werd hij benoemd in zijn eerste ambtelijke functie. De inbreng van Samkalden in overlegstructuren was dermate scherpzinnig, dat de voorzitter van de Commissie-Generaal hem loofde als een eigenaardige, scherpe analytische geest met een grondige kennis op staatsrechtelijk gebied.
In 1956 volgde het eerste hoogtepunt in zijn carrière, minister van Justitie in het laatste kabinet Drees. In 1957 kwam toen onder zijn leiding de 'Politiewet' tot stand. Toen het kabinet Drees afliep, had hij ruim één jaar zitting in de Tweede Kamer. Vervolgens was Samkalden vijf jaar lid van de Eerste Kamer. Hij deed in die tijd ook veel wetenschap en was hoogleraar recht van de internationale organisaties aan de RUL. In die tijd was hij het productiefste wat publiceren betreft. In 1965 werd hij opnieuw minister van Justitie in het kabinet Cals. Dit kabinet viel op 22 november 1966 in de 'Nacht van Schmelzer'.

Voortreffelijke bestuurder
Samkalden had de reputatie van een voortreffelijk bestuurder. Mede op grond hiervan werd hij op 1 augustus 1967 burgemeester van Amsterdam. De 10 jaren van Samkalden waren vol sociale en politieke commotie. De Maagdenhuis bezetting, de rellen bij het Nationale Monument, het slaapverbod op de Dam en in het Vondelpark, het begin van de kraakbeweging en het verzet tegen de gemeentelijke saneringsplannen waren voorbeelden van botsingen tussen gezag en vrijheid. Maar Samkalden hield vol ondanks de tegenslagen. Tot overmaat van ramp onderging hij een hernia-operatie die hem een half jaar uitschakelde. Hij koos toch voor een tweede periode van vijf jaar als burgemeester.
Die periode is uitgelopen op vijf tropenjaren. Hij trad vroegtijdig af en was vervolgens tot 1979 buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Leiden. In 1985 werd hij benoemd tot Minister van Staat.

Wetenswaardigheden
Twee dagen na de bouwvakopstand in Amsterdam van 1966, hield Samkalden een gloedvol en beroemd geworden betoog in de Tweede Kamer over de gezagshandhaving. Deze redevoering werd doodstil beluisterd en met applaus beloond. Dit was een uitzonderlijk incident in de Nederlandse parlementaire historie.
Samkalden moest de slechte betrekkingen met Den Haag herstellen en zorgen voor de reorganisatie van het politieapparaat. In zijn tijd werd de eerste aanzet gegeven voor de stadsvernieuwing. Hij had zich met een aantal wethouders en ambtenaren teruggetrokken in Kootwijk. Daar werd een nota voorbereid over de stadsvernieuwing. Maar veel Amsterdammers wilden niet wachten op de uitvoering ervan en trokken in grote getale de stad uit.

Protestacties
Hij kreeg te maken met diverse protestacties in de roerige jaren 60-70 en met de studentenacties o.a. de Maagdenhuisbezetting en de Nieuwmarktrellen tegen de afbraak van woningen ten behoeve van de aanleg van de metro. Onder zijn bewind werd op 21 mei 1969 het bezette Maagdenhuis ontruimd. Op 3 maart 1971 moest Samkalden de raadszaal laten ontruimen toen een protestactie van bewoners van het Bickerseiland uit de hand liep. Er werd een oranje rookbom gegooid en een Kabouterraadslid zorgde door het verspreiden van boterzuur voor een vreselijke stank.
Het politieoptreden bij een ontruiming van panden in de Nieuwmarktbuurt ten behoeve van de metroaanleg leverde hem veel kritiek op en die kritiek heeft er waarschijnlijk toe geleid dat hij niet tot de pensioengerechtigde leeftijd burgemeester bleef, maar een jaar ervoor al afscheid nam.

Roel van Duyn
Samkalden kreeg te maken met een college met Roel van Duyn als wethouder, die tegen de metroaanleg had gestemd. De coalitie bestond uit PvdA, CPN, PPR en PSP. Samkalden moest toezien hoe de verhoudingen binnen het College verslechterde. Van Duyn lag steeds overhoop met zijn collega's en werd via een motie van wantrouwen van Han Lammers (PvdA) weggestuurd. Maar dit leidde indirect ook tot het vertrek van Lammers zelf. Daar lag ook grote onenigheid binnen de PvdA-fractie en de gewestelijke vergadering aan ten grondslag.
Saillant detail is dat de latere burgemeester Van Thijn als fractievoorzitter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer verklaarde dat hij het optreden van zijn partijgenoot Samkalden bij de bestuurscrisis ernstig in twijfel trok.

Willy Lages
Samkalden was verantwoordelijk voor de vrijlating van Willy Lages, één van de vier oorlogsmisdadigers die in Breda een levenslange gevangenis uitzaten. Onder leiding van Lages waren razzia's onder de Joden georganiseerd. Samkalden gaf hem echter een strafonderbreking van drie maanden omdat het zich liet aanzien dat Lages stervende was aan kanker. Hij zou pas vijf jaar later overlijden hetgeen Samkalden altijd zwaar is aangerekend.

Weinig slaap
Hij kon met zeer weinig slaap toe en het gebeurde regelmatig dat hij midden in de nacht een van zijn ambtenaren uit bed belde met de vraag: heb je dat of dat dossier bij de hand? Ondanks die werkdrift zal hij niet de geschiedenis ingaan als de burgemeester die er in slaagde de kloof tussen het bestuur van de stad en de actievoerders te overbruggen. Als bestuurder reageerde hij vaak te getergd wanneer zijn toegeeflijkheid verzet opleverde.

Bijlmermeer
Belangrijke zaken die Samkalden heeft gerealiseerd waren oa. de eerste paal voor Bijlmermeer C en later de opening van de IJtunnel in 1969. In 1975 werd onder leiding van Samkalden het 700-jarig bestaan van Amsterdam gevierd. In de RAI werd een speciale tentoonstelling ingericht, vele tallships kwamen naar Amsterdam (Sail) en in het Olympisch Stadion vond het Amsterdam 700 voetbaltoernooi met internationale topploegen plaats. Ajax behaalt de Europacup I in 1971, met Joop den Uyl bij de opening van de Stork-Werkspoor-Diesel montagehal 1975, eerste metrorit van Centraal Station naar Station Gaasperplas etc.

Ambtswoning
Hij ging op de rustige 3e-verdieping van de ambtswoning wonen nadat deze daarvoor geschikt was gemaakt. De huisbewaarder bleef op de 2e etage wonen. Omdat de verbouwing duurder uitviel dan door Samkalden verantwoord werd geacht, betaalde hij zelf de parketvloer.

Andere bestuurders en opvolger
Andere belangrijke bestuurders onder Samkalden waren onder andere Harry Verheij (1917-2014) en Han Lammers (1931-2000). Harry Verheij heette eigenlijk Arie Adriaan Verheij. Na de Tweede Wereldoorlog nam hij de voornaam Harry aan, omdat hij die bezigde in het verzet. Hij was betrokken bij de organisatie van de Februaristaking en werd later lid van de illegale CPN. Voor die zelfde CPN was hij gemeenteraadslid van Amsterdam van 1966 tot 1978. Hij speelde verder een belangrijke rol bij het tot stand komen van het Indisch Monument. Verheij kwam in 1991 met het idee een verzetsherdenkingsbos aan te leggen om de eenvoudige reden dat er in Nederland nergens een plaats was waar alle gefusilleerde verzetsstrijders geëerd werden. Het werd geopend op 29 april 1993.

Han Lammers
Han Lammers was eerst journalist en werd toen voor de PvdA gemeenteraadslid en wethouder. Samen met Hans van den Doel richtten zij de vernieuwingsbeweging 'Nieuw Links' op. Hij deed stadsontwikkeling en gaf de eerste zet tot stadsvernieuwing. Hij werd in 1970 gemeenteraadslid en wethouder voor de PvdA. Hij was ook sterk betrokken bij de aanleg van de Oostlijn van de metro. Hij kreeg veel over zich heen tijdens de ontruiming van de Nieuwmarktbuurt, hetgeen leidde tot rellen. Van 1976 tot 1984 was Lammers landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolder, deel van de latere provincie Flevoland. Van 1984 tot 1986 was hij burgemeester van Almere en van 1986 tot 1996 Commissaris van de Koningin van Flevoland. Na zijn pensioen was hij in 1989 - na het aftreden van Hans Ouwerkerk - korte tijd waarnemend burgemeester van Groningen.
De opvolger van Ivo Samkalden was Wim Polak. Hij was burgemeester van 1977-1983.

De burgemeesters van Amsterdam (8): Ivo Samkalden

Adrie de Koning en Jos en Frits Mol zijn de auteurs van de rubriek 'Burgemeesters van Amsterdam'. Wij hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als grote kenners van de geschiedenis van Amsterdam, hetgeen zich heeft geuit in de series 'Dit komt nooit meer terug' (over allerlei zaken die vroeger zo normaal waren in het Amsterdamse straatbeeld, maar inmiddels van het toneel zijn verdwenen), daarna 'Verdwenen kinderspelen' en vervolgens 'Amsterdamse hofjes'.
In 'Burgemeesters van Amsterdam' worden niet alle Amsterdamse burgervaders uit de loop der eeuwen behandeld, maar alleen de burgemeesters uit de vorige en deze eeuw, want daar zullen Amsterdammers en oud-Amsterdammers herinneringen aan hebben. En misschien weten lezers iets over hen te vertellen. In totaal gaat het om twaalf burgemeesters die in de collage op deze pagina zijn verwerkt. Het zijn de vooroorlogse burgemeesters Tellegen en De Vlugt, de tijdens de oorlog aangestelde Voûte en de naoorlogse De Boer, D'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen en Van der Laan.