De Amsterdamse Krant

19 maart 2016

De Amsterdamse Krant 19 maart 2016


'Claus was een zichtbare tegenstander, dat was uniek'

Rellen waren er wel meer in de jaren 60. In 1965 werd Provo opgericht, wat leidde tot veel protesten en rellen. Maar de rellen op 10 maart 1966 waren bijzonder en voor die tijd zelfs uniek, omdat het de eerste keer was dat de bevolking in verzet kwam tegen het Koninklijk Huis. Aanleiding was het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus von Amsberg. Die was van Duitse komaf en veel Nederlanders waren daar nog niet aan toe.

Het is niet velen bekend, maar wel een feit: prinses Beatrix was er helemaal niet zo happig op om te trouwen in Amsterdam. Haar woonplaats Baarn vond ze prima en toenmalig burgemeester Van Hall vond dat ook wel een goed idee. Hij voorzag namelijk dat er rellen zouden komen vanuit Provo, dat in mei het jaar ervoor was opgericht. Maar het kabinet Cals zette door: Amsterdam zou en moest het worden want wijken voor terreur: dat nooit.

Westerkerk
Het burgerhuwelijk vond plaats in het stadhuis aan het Prinsenhof en de kerkelijke inzegening zou plaatsvinden in de Westerkerk, omdat zowel de Nieuwe Kerk als de Oude Kerk gerestaureerd werd. Na het huwelijk zou er een korte rijtoer plaatsvinden waarbij het kersverse echtpaar in een rijtuig zou worden toegejuicht. Van Hall voelde niets voor een open rijtuig, want dat was veel te onveilig, maar ook in dit geval gebruikte het kabinet zijn vetorecht.
Bij voorbaat stond vast dat de Amsterdamse politie het niet alleen aan zou kunnen en naast de duizend man van de gemeentepolitie zouden er 1700 man rijkspolitie en 1300 marechaussees worden ingezet, plus nog eens vierduizend militairen die zich vooral zouden richten op het ceremonieel gebeuren.
Vanaf het moment dat bekend was dat het huwelijk in de hoofdstad zou plaatsvinden, hing er dreiging in de lucht. Luit Wit was destijds hoofdinspecteur van de politie en de coördinatie van alle politietaken lag op zijn bordje. In Ons Amsterdam zei hij in 1991 onder andere: "De grootste zorgen baarden de vele geruchten over ordeverstoringen. Al begin november ontving de hoofdcommissaris een anonieme brief waarin werd gewaarschuwd voor een 'slachtpartij' en een moordaanslag op Claus. Andere dreigementen waren minder bloedig, maar wel zeer origineel. Er waren de gekste verhalen: er zouden bommen worden gegooid, er zouden knikkers worden gegooid zodat de paarden zouden uitglijden, de Westerkerk zou worden gebombardeerd met oranje verf en de provo's zouden LSD in het drinkwater doen."

Relatief rustig
De tiende maart begon relatief rustig, maar om kwart voor tien sloeg de vlam in de pan toen ongeveer duizend demonstranten – provo's - van de Dokwerker door de Amstelstraat naar het centrum trokken. Op de Nieuwezijds voerde de politie harde charges uit. Terwijl bruid en bruidegom elkaar ten stadhuize het jawoord gaven, bereikte de Provo-stoet de Raadhuisstraat, nu en dan al een rookbommetje gooiend. De twee meest fotogenieke rookbommen ontbrandden echter vlak bij de Gouden Koets, tegen half één op de heenweg naar de Westerkerk en om tien voor twee op de terugweg. Behalve die rookbommen werd – bij de hoek Raadhuisstraat / Herengracht – om 12.20 uur ook een levende kip naar de koets gegooid, aldus het politieverslag.

Echte Provo
Poul van der Lugt liep mee in de stoet vanaf de Dokwerker en was een echte Provo. "Je merkte aan alles dat we echt uit waren op een confrontatie met de politie. Ik liep ongeveer halverwege de stoet en vlak voor de Nieuwezijds merkten we dat ze voorin op de politie stuitten. Wij gooiden met stenen en werden met, zoals dat heet, harde hand verjaagd. Maar de politie had weinig ervaring met dit soort dingen en wij konden ons even later alweer hergroeperen. We wilden erop en erover, maar daar kwam het niet van, want de politie was te machtig."
"Ik moet wel zeggen dat deze dag mij van alle acties het best is bijgebleven. Later heb ik ook gereld bij het Lieverdje op het Spui – ik vond dat nu eenmaal spannend! – en dat was ook wel hevig, maar met Claus hadden we een zichtbare tegenstander en dat maakte het uniek. Later had ik nog de kans betrokken te raken bij de krakersrellen, maar dat was een heel ander slag. Wij waren rustige rellers."

Nieuwe raadplaat

En weer hebben we een foto van Wilna Dag. Zij schrijft ons het volgende: "Ik heb weer een paar oude foto's opgedoken. Ik vind het leuk dat u al een paar foto's van mij geplaatst heeft en dat de lezers ook echt gaan kijken waar het is. Het zijn foto's uit 1964 toen mijn man zijn eerste fototoestel had gekocht, dus soms staan we er een beetje scheef op."
En Wilna heeft als afsluiting een heel leuk weetje: "Mijn man, Ali Dag, was in 1963 als een van de eerste gastarbeiders in Nederland gekomen om bij de Fordfabriek te werken. In december 2015 waren we alweer 50 jaar getrouwd."
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Brand V&D '61

In de zomer is het 55 jaar geleden dat in het magazijn van V&D aan de Vijzelgracht brand uitbrak. Dat was 1961. En omdat V&D inmiddels failliet is, is dat een mooie aanleiding om hier in de volgende editie meer mee te doen.

Zijn er nog mensen die zich deze brand herinneren, erbij betrokken waren of wat dan ook en deze verhalen met onze lezers willen delen? We kijken ernaar uit!
Uw bijdrage kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Van Brienenhofje

door Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

Inleiding
Een van de mooiste hofjes vinden we het Van Brienenhofje waarvan de officiële naam luidt: Stichting Van Brienens Gesticht De Star. De Star was de naam van een brouwerij die op de plaats van het latere hofje was gelegen. Het is heel bijzonder dat drank en een hofje met elkaar in verband gebracht zijn!

Ligging
Het Van Brienenhofje is gelegen aan de Prinsengracht 85-133. Komend vanuit de Westerstraat heb je op de Noordermarkt het mooiste zicht op het statige complex aan de overzijde van de gracht.

Stichters en ouderdom
Het hofje is genoemd naar Arnout Jan van Brienen, een rijke koopman en de vader van de latere burgemeester van Amsterdam, Willem Joseph van Brienen. Hij kocht op 24 april 1797 op een veiling brouwerij De Star met diverse gebouwen. Zo kwam hij in bezit van de gebouwen en de grond om de woningen voor het hofje op te laten bouwen. In het poortgebouw herinnert een gevelsteen nog aan de stichter en zijn echtgenote Sophia Maria van Wassenaer. Arnout wordt daarop aangeduid met de bijzondere titel Heer van de Groote Lindt en Dortsmondt en Sophia met Vrouwe van Stadt.
Op 26 april 1804 werd door een kleindochter van de stichter de eerste steen gelegd voor het hofje dat in 1806 gereed kwam. De stichter zelf overleed op 4 december 1804, nadat zijn vrouw reeds op 15 september 1802 was overleden. Beiden hebben de voltooiing dus niet mee mogen maken. In 1841 is het hofje onder beheer van regenten gebracht.

Bijzondere kenmerken
Het hof werd ontworpen door architect Abraham van der Hart, die vooral bekend is van de bouw van het Maagdenhuis op het Spui. Hij ontwierp een hof met een statig poortgebouw, verschillende woongebouwen met een mooie tuin en een grote waterpomp waarop zich een een smeedijzeren lantaarn bevindt. Deze waterpomp heeft aan drie zijden pompen, twee pompen voor regenwater en één voor 'oud' water.
In het begin waren er 27 woningen, bereikbaar via stenen stoepen, waarvan alleen de benedenverdieping werd bewoond, waarbij in de kelder grote keukens lagen. De zolders werden als korenzolders verhuurd. Eind 19e eeuw werden deze zolders ook omgebouwd tot woningen. Het aantal woningen kwam toen op 42 met 84 bewoners. Inmiddels zijn het er 34 geworden.
In het poortgebouw is de woning van de directrice, de regentenkamer en er is ook een kapel. Aan de voorzijde aan de gracht is de iets hoger gelegen toegangsdeur van twee kanten te bereiken via stenen stoepen. Er zijn geen ramen! Boven de toegangsdeur is een withouten ornament aangebracht met twee kindertjes en een kruis. Op het dak staat een kleine klokkentoren met daaronder een grote wijzerplaat.
Aan de achterzijde zijn wel grote ramen en ook weer een grote klok. In de achtergevel is ook de gedenksteen vanwege de eerste steenlegging aangebracht.

Doelstelling
Het hofje was bestemd voor 46 r.k.-bejaarde mannen, al of niet met hun vrouwen, die vanwege hun leeftijd steun nodig hadden. Er mochten ook wel alleenstaande vrouwen wonen, maar hun aantal moest aanvankelijk beperkt blijven tot maximaal zes. Later is die eis losgelaten.
Arnout van Brienen zou tot het stichten van het hofje hebben besloten nadat hij zichzelf had opgesloten in de kluis van zijn huis aan de Herengracht door de deur achter zich in het slot te laten vallen. Hij had in de kluis voortdurend gebeden dat hij gevonden zou worden en toen dat gebeurde uit dankbaarheid het hofje hebben laten bouwen. In de gevelsteen staat dat hij en zijn vrouw het deden uit erkenning voor de weldaden die zij uit de hemel hadden gekregen en dat zij door menslievendheid waren gedreven.
De bewoners hadden in het begin vrij wonen, maar ze hadden daartegenover diverse verplichtingen: ze moesten niet alleen hun eigen woninkje, maar ook alle algemene ruimten schoonhouden. Het reglement bevatte bijzondere bepalingen, zoals het verbod op het houden van kippen en ander gevogelte. Ook konijnen waren verboden. En de was moest 's morgens al vóór 8 uur weggehaald zijn. En natuurlijk waren drank en schelden verboden. Nieuwe bewoners moesten meteen een bedrag storten om bij overlijden de begrafenis van te betalen.
Sinds eind vorige eeuw is het hofje eigendom van woningbouwvereniging Het Oosten, die zorgde voor renovatie en het nu verhuurt aan de regenten. In principe wordt het nu bewoond door mensen van 40 jaar en ouder.

Toegankelijkheid
Het Van Brienenhofje is een bezoek zeker waard. Van 8.00 tot 18.00 uur kunt u er terecht, mits u de gepaste rust in acht neemt. Even genieten van rust, tuin en gebouwen. U kunt bij de waterpoort tegen een kleine vergoeding nog een uitgebreidere beschrijving van het hofje kopen.
En mocht u er toch zijn, dan is vlakbij op nrs. 159-171 ook het Zonshofje te bezoeken. Over 4 weken zullen wij daar een beschrijving van geven.

En dan nog dit ....
Weldoen zat de familie Van Brienen kennelijk in het bloed. Een nazaat van de familie, Mr. Jacob Diederik Lodewijk Emanuel, liet in 1858 250.000 gulden na voor de oprichting van een r.k.-oudevrouwen- of oudemannentehuis. Daarvoor werd in de Plantage een tuin gekocht waar het bekende St. Jacob werd gebouwd, dat in 1866 geopend werd.

35ste BEAT-MEET

The Beatles zijn al meer dan 45 jaar uit elkaar, maar nog steeds houdt hun muziek miljoenen over de hele wereld bezig en zijn de verkopen van hun oude platen (cd's) gigantisch en er blijkt nog steeds veel belangstelling voor alles wat de 'fab four' gedaan hebben. En Paul McCartney en Ringo Starr spelen wereldwijd nog steeds voor uitverkochte zalen.

Beatlesfans, -verzamelaars en -liefhebbers kunnen op zaterdag 26 maart terecht in het Best Western City Hotel aan de Lange Mare 43 in Leiden (dicht bij station Leiden-Centraal en met ruime parkeergelegenheid in de buurt) waar, al voor de 35ste keer, BEAT-MEET plaatsvindt.
Op deze Beatlesbeurs kunnen fans, liefhebbers en verzamelaars lekker snuffelen tussen de duizenden lp's, singletjes, cd's, dvd's, boeken, bladen, video's en memorabilia die te kijk, te koop of te ruil zijn. Er worden standhouders uit Engeland, Duitsland, Denemarken, Frankrijk en natuurlijk uit Nederland verwacht, dus het aanbod zal spectaculair zijn.

Speciale gast
Speciale gast op BEAT-MEET 2016 is Barry Finch, kunstenaar en musicus van The Fool, de groep kunstenaars die kleur maakten aan het einde van de zestiger jaren. Ze schilderden de Beatles' Apple boutique en John Lennons piano. Ze ontwierpen lp-hoezen, kleding en nog veel meer. Vóór The Fool was de sixties voornamelijk een zwart-wit gebeuren, The Fool veranderde dat met hun multicoloured kunst.

Beatles-zusjes
Er is ook een voorstelling door verhalenverteller Theo Hendriks over De Beatles-zusjes: een voorstelling vol Beatlessongs, herinneringen en hartenkreten die de Hollandse Beatlemania op intieme wijze tot leven wekt. Ook signeert hij zijn boek 'Het plakboek van De Beatles-zusjes'.
Schrijver Rob van den Berg verkoopt en signeert zijn boek 'Een teken van vrede'. Op het breukvlak van feiten en fictie wordt in dit boek een geheime missie van John Lennons weduwe Yoko Ono belicht, alsook de jacht op Beatlebootlegs door de internationale platenindustrie.
Deze dag wordt georganiseerd in samenwerking met www.beatlesfanclub.nl. BEAT-MEET 2016 in Leiden is open van 11.00-16.00 uur en de entree bedraagt 5 euro.


De harde schedel van Paul Johan Koghee

Juni 1944: Suus, Peter, Joop & Paul Koghee in de tuin van Holendrechtstraat 33.

door Peter Koghee
Peter Koghee rijgt het ene pareltje na het andere aan het snoer vol levensverhalen. Op geheugenvanplanzuid.nl vonden we deze bijdrage, waarvan we deze keer deel 1 publiceren.

Mijn broer Paul Johan Koghee was, behalve behept met eenzelfde gevoel voor humor, in vrijwel alles mijn tegenpool. Was ik geheel asportief, hij nam deel aan een groot aantal sporten.
Zo was mijn broer lid van de Amstel Gymnastiek Vereniging op het Roelof Hartplein, van AAC, de Amsterdamse Atletiek Club, op het Olympiaplein, van voetbalclub TWM in de Watergraafsmeer, de rugbyclub van AAC, zwom hij in het Zuiderbad, deed hij aan wielrennen, tennis, schaatsen en skiën en liep hij regelmatig een marathon. Paul werd o.a. met AAC kampioen zeskamp junioren van Nederland, was hij een geduchte achthonderdmeterloper, een goede speerwerper, ver- en hoogspringer. Vandaar dat mijn broer zijn studie zo had ingekleed dat hij buiten zijn reguliere onderwijsacte, zo gaf hij een poosje les op de Dongeschool in de Dintelstraat, ook een middelbare acte lichamelijke opvoeding wilde halen. Hetgeen hem, samen met een aantal andere middelbare acten, lukte.

Alleen had mijn broer een probleem: zijn schedel was te hard. Nee, niet dat-ie koppig was of zo, nee, zijn schedel was echt veel en veel te hard. Terwijl hij, bij navraag aan onze moeder, beslist niet met de helm geboren was. Om aan te tonen dat zijn schedel echt zo hard was, neem ik u, geachte lezer, even mee terug naar Pauls jeugd. Dan beantwoord ik meteen een aantal oproepen van volgers van deze site.

Eerste klap
De eerste klap die mijn broer met zijn hoofd opving was in de afrit naar de fietsenkelder van de Rijksverzekeringsbank. Dat ging zo. Paul, net vrij van de Montessorischool in de Corellistraat, had afgesproken met zijn vriendjes om nog even bij de Rijksverzekeringsbank te gaan spelen, alvorens daarvandaan gezamenlijk naar huis te lopen. Mijn broer was iets later van school dan zijn vriendjes en hij haastte zich om op tijd bij de bank te zijn. Wat hij niet wist was dat een vriendje boven aan de afrit naar de fietsenkelder met een touw, verdekt in de bosjes, opgesteld klaar stond en een ander vriendje onder aan de steile afrit om mijn broer te roepen naar beneden te komen. Mijn broer, als altijd rennend, hoorde zijn maatje roepen en rende op de plek af waar het stemgeluid vandaan kwam. De draad werd gespannen en mijn broer viel als een lappenpop tot onder aan de helling. Bont en blauw en met een gebroken neus naar huis en tien weken plat, maar wonderlijk genoeg geen hersenschudding.
Volgende keer deel 2.

Het pilo pak (2)

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terug komen. Vandaar dat we de rubriek voortzetten.

Een vuilnisman in een pil0-pak, compleet met ratelaar die ook nooit meer terugkomt.

door Marc Stegeman

De schillenboer droeg pilo en de vullesman, de kolenboer, de PTT-ambtenaar en de rangeerder. Dat was wel nodig ook, want het buitenwerk met veel bukken en tillen vereiste soepele en comfortabele kleding. Je wilde liefst geen slijtplekken zien bij de knieën en ellebogen, maar toch werden er wel elleboogstukken opgezet, want eigenlijk wilde het jasje verder maar niet slijten. De pilo broeken waren in het algemeen van ruime snit, want kennelijk waren er heel wat werklui met een buikje. Dat was dus volstrekt niet modieus, net zo min als de bruine pilo hansop (model tuinbroek) die de vuilnisman meestal droeg die de asemmers met lysol afsopte. Het bijbehorende pilo jasje droeg hij vrijwel nooit, omdat hij het toch wel warm kreeg. Uiteindelijk vond je deze en afgedragen pilo jasjes wel terug bij de kooplui op het Waterlooplein en ook in de kraakscene waren er liefhebbers van te vinden. De pilo pet heb ik eigenlijk nooit gezien, maar ook die schijnt bestaan te hebben.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek, voetbalpoppetjes, het Joodje en kurk aan de wand.

Machtig Mooi Mokum: Die logica gaat er bij mij niet in

Mijn vader (1906) was van oorsprong geen kleermaker maar slagersknecht. Slagersknechten waren stoere jongens die op een transportfiets met zo'n grote mand voorop het verkeer onveilig maakten. De slager van Huidenstraat 9 had één zoon, die na de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog had bijgetekend. Vandaar dat mijn vader als 12-jarige daar aan de bak kon. Tot het moment dat de zoon rond 1926 weer terugkwam. Mijn vader kon elders aan de slag, maar toen de crisis toesloeg werd hij als eerste ontslagerd. Hij wilde met zijn verkering Corrie trouwen, maar werk gaat nu eenmaal voor het meisie. Corrie kon meer dan zoenen alleen: ze kon naaien ook. Ze had thuis de taak om voor dertien kinderen kleren te maken en ook te herstellen. Ze leerde mijn vader knopen aanzetten, zomen, persen en strijken en vooral mensen de maat te nemen. Letterlijk en figuurlijk. Nu had hij op de markt een joodse vriend die overhemdenstof verkocht. Als er klanten waren die een overhemd op maat wilden hebben, bood mijn vader zich aan als kleermaker. Hij nam ter plekke de boordmaat op, de armlengte, tailleomvang etc.
Afhankelijk van de taillemaat overlegde hij met zijn gabber wat het overhemd moest kosten. Mijn moeder nam naald en draad ter hand en zo verdienden ze hun brood. Mijn vader maakte zich nooit zorgen om schulden die hij had. Geld tegoed hebben van een armoedzaaier, dat was pas erg.
Tijdens een rekenles had onze meester de volgende stelling: 'Je heb 5 centen in je broekzak en 10 cent schuld bij de bank. Dan heb je dus eigenlijk min 5 centen in je zak.' Die logica gaat er tot op de dag van vandaag bij mij niet in. Als ik 5 centen in mijn zak heb, dan heb ik die in mijn zak. Als de bank 10 cent tegoed heeft is dat zijn probleem, want ik heb er maar 5 en die moet hij nog maar uit mijn zak zien te krijgen.

'Hier hebben we heel veel voetstappen liggen'

Foto: Wilna Dag

In de Amsterdamse Krant publiceren we altijd de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of van lezers zijn gemaakt. Voor heel wat en een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De laatste plaat was een heel aparte, vanwege de schuine hoek waaruit de foto is genomen. Inzender was Wilna Dag, die in de editie hiervoor ook al een raadplaat instuurde (van de Vijzelstraat) en de raadplaat in de editie hierna komt ook uit haar collectie. Waarvoor dank. De foto is gemaakt op de Oosterringdijk en we zien aan de andere kant van het water de Transvaalkade in Amsterdam-Oost met op de achtergrond de contouren van de gashouder. We kregen weer veel inzendingen.

We beginnen met onze vaste inzenders, te starten bij Gielijn Escher, aangezien hij ook een mooie vingerwijzing heeft naar die andere trouwe inzenders, de Mollen en de Koningen. Vanzelfsprekend heeft hij het bij het rechte eind. "We staan op de Ringdijk, de noordwestelijke begrenzing van het domein der Mollen en Koningen: de Watergraafsmeer. Aan de overzijde van de Ringvaart kijken we op de Transvaalkade, zo tussen Vaalrivierstraat en Schalkburgerstraat, en verder. Aan de horizon de vage contouren van de voormalige gashouder, thans sporthal. Geschatte (ruime) datering: ca. 1955-1965. Links herkenbaar in beeld een Volkswagen kever, daarnaast - vanwege de onscherpte van de foto niet goed herkenbaar - een Amerikaan, mogelijk Chevrolet."

De ringvaart van de Watergraafsmeer
Deze reactie leggen we graag neer naast die van de Mollen en de Koningen, want inderdaad is dit hun terrein (onder meer) en inderdaad stuurden ook zij een reactie. "De Mollen en de Koningen hebben lang in de Watergraafsmeer gewoond, dus bij het zien van een gashouder dachten zij meteen aan de Oostergasfabriek. En het water is dan de ringvaart van de Watergraafsmeer, met aan de rechterzijde de Ringdijk en links de Transvaalkade. Op het pad over de dijk hebben ze vele voetstappen liggen. En als het even kon werden daar de schaatsen ondergebonden."

De gashouder. Het boekje waarin de foto van de gashouder en van de sporthal Wethouder Verheij is in opdracht van de gemeente Amsterdam, afdeling Sport en Recreatie verschenen. Het is gemaakt onder verantwoordelijkheid van A. A. Verheij en komt uit de collectie van Adrie de Koning. Foto: Adrie de Koning
Sporthal Wethouder Verheij. Foto: Adrie de Koning

Gasvoorziening
"De gashouder uit 1904 maakte deel uit van de gasvoorziening in Amsterdam. Door de vondst van aardgas bij Slochteren werd het aardgasnet tot stand gebracht en werd de gashouder buiten gebruik gesteld. De fundering werd gebruikt voor de bouw van de unieke, ronde sporthal Wethouder Verheij, de eerste ronde sporthal in Nederland! Architect was M. Kamerling die een mooi voorbeeld van recycling tot stand bracht."
De Mollen en de Koningen leveren ook twee prachtige platen aan van de verbouwing van de gashouder toen dit nog een gashouder was en van de gashouder toen het eenmaal een sporthal was die leek op een ruimteschip.

Femke Halsema
Anneke Huijser is ook weer van de partij en maakt van de gelegenheid gebruik om af te rekenen met iedereen die het waagt op de reageerknop te reageren: "Ik zal maar meteen het antwoord op de raadplaat per E-MAIL toesturen, voordat iemand de reageerknop kan indrukken. Wat is dat irritant zeg! Mensen, doe dat nou niet, dan is alle lol eraf..."
"Maar goed, het antwoord dus: we zien het hondje op de Ringdijk staan met in de verte de Oostergasfabriek. De huizen aan de overkant van het water staan aan de Transvaalkade. Verder kan ik er niet zo veel over vertellen, behalve toen ik vorig jaar toevallig voor het eerst van mijn leven over de Transvaalkade reed (ik heb nooit in Oost gewoond en tegenwoordig dus in Drenthe) en wie fietste daar? Femke Halsema, die op de Transvaalkade blijkt of bleek te wonen. Ik vond haar reportages over onder andere vrouwen en de islam heel boeiend."

Leuk plaatje
André Woons behoort ook tot de inboedel van de Amsterdamse Krant en schrijft: "Ik vond dit een leuk plaatje, maar niet heel erg moeilijk. Immers, er zijn niet zo veel rechte waterwegen met deze breedte en bebouwing. Ik kwam al snel uit op de Transvaalkade gezien vanaf de Ringdijk met heel in de verte de Schalkburgerbrug bij de Nobelweg. Het kwam me snel bekend voor omdat ik vlakbij heb gewerkt in de James Wattstraat."

Veel gelopen, veel gespeeld
Mike Man uit Muiden is er ook weer bij: "De foto lijkt mij gemaakt op het voetpad van de Ringdijk in Oost met zicht op de Transvaalkade. In de verte meen ik de gashouder van de Oostergasfabriek te ontwaren. Als mijn oplossing correct is dan heb ik daar veel gelopen en gespeeld. Mijn grootouders woonden destijds op de Transvaalkade 1A, boven de schoenmakerij van Van der Ven, die gevestigd was in het souterrain, en naast de melkwinkel van Vedder. Verderop, in het volgens mij nog steeds blauwbetegelde pand, zat een slagerij en nog wat verder een groenteboer en een fotowinkel."

Oostpoort
Wim Weehuizen schrijft het volgende: "Dit lijkt mij de Ringdijk die langs de noordkant van de Watergraafsmeer loopt. Je kijkt dan in de richting van Oostpoort, waar vroeger de Oostergasfabriek was. Vrienden van mij zetten me soms bij Oostpoort af en dan liep ik hierlangs naar huis. Maar tegenwoordig is dit tegelpad van asfalt, dus helemaal zeker ben ik niet. Bedankt voor alle mooie artikelen. Vooral die serie over de hofjes vind ik erg leuk en die print ik ook uit om ze (weer) te bezoeken."

Weer wat geleerd!
Ab Smienk, ook vaste klant, is blij dat de foto hem iets heeft gebracht, want hij bekent: "Weer wat geleerd! Op de foto van de raadplaat zag ik een gashouder die volledig was ingezakt zodat het skelet nog vaag zichtbaar was. Dus ging ik met behulp van Google Earth naar de Westergasfabriek. Maar in die omgeving was het niet, want het brede water op de foto lijkt rechtstreeks te eindigen bij de gashouder en een waterpartij met een dergelijke situering was er in de hele omgeving niet. Toen maar eens gezocht naar andere gasfabrieken in Amsterdam. Daar rolde zowel de Zuider– als de Oostergasfabriek uit. Nooit geweten dat er meerdere van deze dingen waren! Misschien logisch, want de Westergasfabriek is voor iedereen goed zichtbaar terwijl de andere gashouders toch wat meer uit het zicht stonden."

Cokesgas
"De Zuidergasfabriek viel al snel af om dezelfde reden als de Westergasfabriek. Maar die brede waterpartij zag ik wel bij de Ringdijk die aan de overkant Transvaalkade heet. De fotograaf en het hondje bevinden zich ter hoogte van de Eerste Ringdijkstraat."
Hij vervolgt: "De foto toont voorts geparkeerde auto's uit de jaren 50 misschien begin jaren 60. Nederland stookte toen nog op stadsgas (cokesgas); aansluiting op de Groningse aardgasbel volgde pas in het midden van de jaren 60. Dus waarom die houder volledig is ingezakt (leeg is) weet ik niet."

Schagerlaan
Ruud Sijmons heeft de volgende bijdrage: "Volgens mij moet dit het voetpad zijn dat aan de kant van de Ringdijk ligt, (de andere zijde van het water is de Transvaalkade). De foto is genomen vanaf de Wibautstraat richting Schalk Burgerstraat/Nobelweg."
"Ooit was daar op die hoogte van de Ringdijk (waar de foto genomen is) een zijstraatje beneden aan de dijk dat de Schagerlaan heette (ligt in Watergraafsmeer) wat ik vroeger al bezocht, vooral met hevige sneeuwval was dit met die mooie ouderwetse straatlantarens een prachtig sprookjesachtig tafereel wat ik mij mijn hele verdere leven zal blijven herinneren aan Amsterdam-Oost."

"Zelf ben ik geboren in 1944 in de Transvaalstraat en ik speelde zodoende vaak die richting op met schoolvriendjes, het voetpad met de betegeling (op de dijk) is er later aangelegd, daar groeide vroeger in de jaren omstreeks 1950 alleen maar gras en was het bij een flinke regenbui een modderpad waar je net kon lopen en met de fiets kon rijden (wel om de kuilen heen natuurlijk)."

Cocker spaniel
Marian Klooster heeft de goede oplossing ook: "De raadplaat is de Ringdijk tussen de Wibautstraat en de Nobelweg. Op de achtergrond is de oude gashouder nog te zien waar tegenwoordig Oostpoort is gebouwd. Als kind liet ik hier mijn cocker spaniel uit. Begin bij de Willem Beukelstraat naar de Wibautstraat, voor langs het Amstelstation, over de Hugo de Vrieslaan en tot slot de Middenweg tot de Ringdijk. Het eerste deel van de wandeling, ter hoogte van de Nobelweg op de Hugo de Vrieslaan was het slepen, want de hond wilde terug naar huis; het laatste stuk werd ik voortgetrokken door de hond totdat we thuis waren."

Zwemles
Hans Baardmans legt via die gashouder een link met het Sportfondsenbad Oost. "Het eerste Sportfondsenbad in Nederland was in Amsterdam-Oost, werd officieel geopend op 22 juni 1929, was destijds het grootste overdekte zwembad van Nederland en bestaat nog steeds. Als kleine jongen heb ik hier schoolzwemmen gehad en ik weet nog dat ik het spannend vond dat dit de oude Oostergasfabriek was. En dat is de link met de gashouder op de foto, want ik weet het niet, maar ik neem aan dat die gashouder iets te maken heeft gehad met die gasfabriek."

Vreemd, een gasfabriek
"Ik heb het woord gasfabriek altijd wel vreemd gevonden, want in een fabriek wordt iets gemaakt en gas komt uit de grond. Hopelijk kan een lezer mij iets meer duidelijkheid verschaffen waarom dit een gasfabriek heette. In elk geval heb ik er schoolzwemmen gehad en dat was geen groot succes, kan ik onthullen. Met de bus, nog met z'n drieën naast elkaar en gordels bestonden niet, vanuit Diemen kregen we hier één keer per week zwemles. Ik herinner me heel nauwe gangetjes en veel te kleine pashokjes waar het bloedheet was. Omdat ik helemaal niet kon zwemmen, startte ik in het pierenbad waar je via een trap naast 'het diepe' kwam. Daar was het zo mogelijk nog kleiner en nog benauwder. Zwemmen was aan mij niet besteed. Ik ging als een van de laatsten van mijn klas naar boven, naar het ondiepe bad, en pas heel laat mocht ik in het diepe, maar mijn zwemdiploma heb ik uiteindelijk nooit gehaald. Ik kan wel zwemmen met dank aan dat schoolzwemmen – o ja, ik herinner me nog de levensgrote haak die me soms drijvend hield – maar water en ik, dat zijn geen vrienden."

Klein fotootje
Om even in Baardmans' jargon te blijven: we drijven af, want hoewel dichtbij heeft het Sportfondsenbad niets te maken met de Transvaalkade. Hans Sagel pakt lekker uit: "De raadplaat in het nummer van 5 maart 2016 is ditmaal wel een heel klein fotootje! Lastig om te herkennen. Toch meen ik, die op deze plaats veel voetstappen heeft liggen, hier wel iets te herkennen. Volgens mij loopt het hondje op de Ringdijk van de Watergraafsmeer. De foto is gemaakt tussen de Wibautstraat en de Middenweg, waarbij de fotograaf kijkt in de richting van de laatste straat."

"Links aan de overkant van het water zijn de huizen aan de Transvaalkade te zien en rechts zou dan in de diepte de Watergraafsmeer liggen, met op die plek (niet zichtbaar op de foto) onder andere de voormalige boerderij De Eenhoorn waar ik als 5-jarige met mijn buurman Pieters, samen met zijn echtgenote beheerder/eigenaar van een bejaardenhuis voor oude dames, nog koeienmest haalde om te gebruiken voor de moestuin die hij toen aanlegde in zijn achtertuin aan de Bredeweg 8. Helaas was ik daarbij ook een beetje in de poep gevallen! Hetgeen thuis niet erg op prijs werd gesteld en ik in de badkuip belandde."

Iets bijzonders
"Helemaal achteraan op de foto zou volgens de beschrijving nog iets bijzonders te zien zijn. Op mijn (mail-editie) plaatje is dat echter heel erg moeilijk te zien, maar waarschijnlijk bedoelt u de gashouders van de oude Oostergasfabriek. Doordat deze gashouders in 1943 door een Engels vliegtuig in brand werden geschoten/gebombardeerd en er explosie dreigde, moesten onder andere de bewoners van de Bredeweg, maar ook van andere nabijgelegen straten in de Meer, de woningen verlaten. Dat was uiteraard voor ons kinderen een spannende gebeurtenis. We liepen toen met ons drieën en de kinderwagen, met mijn jongste broer erin, naar de Pontanusstraat waar mijn vader toen werkte."

Wel veilig?
"Maar was het daar wel veilig? Hemelsbreed was het bepaald niet erg ver bij de gashouders vandaan. Later werd verteld dat mijn moeder niet veel meer had meegenomen dan een brood, broodplank en broodmes en dat alle papieren e.d. thuis lagen. Gelukkig konden we na dit avontuur al snel weer naar huis."

"Minder prettig is de herinnering die ik heb aan een ongeluk dat in de jaren vijftig op het gefotografeerde gedeelte van de ringvaart gebeurde. Een jongen die op het ijs fietste is toen met fiets en al in een wak gereden en verdronken. Dat maakte wel veel indruk op me, temeer omdat ik zelf verderop (waar nu het stadsdeelkantoor Oost is) in de winter van 1944-45 op een haar na zelf in de ringvaart verdronken ben."

Het kanaal
"Het water in de vaart, wij spraken overigens altijd over het kanaal, stond toen, doordat er door de oorlogsomstandigheden onvoldoende werd gespuid, uitzonderlijk hoog. Bij het hengelen naar een voorbijdrijvende tak ben ik toen, de zwemkunst nog niet meester, in het water gevallen en er door een passerende held die er indook, uitgehaald. Zeiknat zijn redder en geredde toen naar ons huis gebracht. De eerste is daar van droge kleren van mijn pa voorzien en de tweede naar bed gestuurd. Met hartelijke dank voor uw krant; altijd weer goed voor het ophalen van herinneringen en een hartelijke groet uit Maarssen."

Bekende bestrating
Herman Boeker komt ook uit deze buurt: "Ik vind de foto erg wazig, dus een echte raadplaat. De bestrating komt mij bekend voor, het kan natuurlijk overal zijn, maar volgens mij is het het wandelpad langs de Ringvaart, aan de kant van de Watergraafsmeer. In de verte zie ik iets dat lijkt op de gashouder van de gasfabriek, later de Wethouder Verheijsporthal."

"Ik loop hier regelmatig over, soms met een kleindochter, die ik van de Ludwinaschool afhaal. De foto zal wel 50 of 60 jaar geleden genomen zijn, in die tijd is veel veranderd, alleen de bestrating niet. Wij hebben 45 jaar aan de rechterkant van de Ringvaart gewoond, op de Hogeweg. Thans wonen wij aan de linkerkant, op het voormalige terrein van de gasfabriek, aan de Oranje-Vrijstaatkade, met een prachtig uitzicht over de mooie Watergraafsmeer." Waarna hij besluit met het typisch Amsterdamse 'de mazzel'.

Ajaxstadion
Jack van Ommen heeft de volgende bijdrage, die half goed is: de locatie klopt, maar de verwijzing naar het zichtbare gebouw niet. "Het is de Transvaalkade tussen de Vaalsrivierstraat en de Nobelweg. Achtergrond zal wel het oude Ajaxstadion zijn."
"Ik ben van 1937 en wij liepen als jongetjes van 6 jaar al van de Alblasstraat naar onze oma en opa in de Pythagorasstraat, over de dijk en langs de boerderij de Eenhoorn.
Tijdens de oorlog, toen onze moeder als politiek gevangene in Duitse concentratiekampen zat, hebben mijn tweelingbroer en ik een tijdje bij opa en oma gewoond en dan gingen we vaak naar de Ringvaart stekelbaarsjes vangen of spelen."
"Juffrouw Boelhouwer van onze eerste klas op de Dr. de Moorschool (1943/1944) in de IJsselstraat, woonde ergens dicht bij de hoek van de Transvaalkade en een van de zijstraten, misschien wel de Vaalrivierstraat. En er was een heel lief meisje, Agnes Rakers, bij ons op de Dr. de Moorschool en later op de CUS op het Borsenburgerplein."

Joviaal
"Beste mensen, het betreft de Ringdijk met de Ringvaart van de Watergraafsmeer. Links aan de overkant is de Transvaalkade. In de verte is de gashouder te zien van de vroegere Oostergasfabriek", schrijft Erik Swierstra joviaal.

Actueel
En Hans van Elteren: "Weer een actueel fotootje bijgevoegd van de raadplaat vanaf dezelfde plek genomen. Deze keer is de foto genomen vanaf de waterkant van de Ringvaart met aan de overzijde de Transvaalkade en heel in de verte de gashouder, nu Oostpoort."

Houten bruggetje
We sluiten de goede inzendingen bijna af met Hans Bethlehem: "Volgens mij is het een oude foto van de Oosterringdijk met in de verte een gashouder van de voormalige Oostergasfabriek, Ter hoogte van de Schalkburgerstraat was er een houten bruggetje naar de Transvaalkade."
"Het oude buurtje rechts met de eerste en de tweede Ringdijkstraat is geheel gesloopt en door een kantorenwijk vervangen. Hier bevond zich de steendrukkerij Holland, die noodgedwongen naar Weesp moest verhuizen (medio jaren vijftig). Verderop was onder aan de dijk de ingang van het volkstuincomplex Klein Dantzig, waar nog maar een klein deel van behouden is gebleven."

Verder waren er inzenders die het goed hadden, maar die er verder niet veel over schreven, te weten Theo den Haan, Ruud Bernhard, C.B. Pasterkamp en Erna Maastenbroek.

Niet goed
En dan is er nog één inzending die niet goed was. W. Kuster houdt het op "Het wandelpaadje langs de Willem de Zwijgerlaan. Dat begon ter hoogte van de Karel Doormanstraat en ik dacht tot aan de Jan van Galenstraat."

Nieuwe raadplaat

Op de voorpagina staat deze foto van Wilna Dag ook. We hebben het niet nagevraagd, maar vermoeden dat op de foto haar man Ali Dag staat. Ali Dag was een van de eerste gastarbeiders in Nederland en Wilna was in december 50 jaar met hem getrouwd.
Enfin, veel succes met raden. Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Psalmen leren, dat is niet echt belangrijk

door Siegfried Regeling

Mijn ouders hadden een andere school voor me gevonden: De Wilhelminaschool, een christelijke school in de tweede Jan van der Heydenstraat. Op de gevel staat. "NED: HERV: GEMEENTE School."
Ik werd voorgesteld aan mijnheer Ketel, de hoofdmeester, een kleine corpulente man met een kleine gouden ronde bril. Hij droeg een donkerblauw driedelig kostuum met een gouden horloge aan een grote gouden ketting over zijn dikke buik en zag er deftig uit. Hij streek met zijn vingers over mijn hoofd en vervolgens voelde ik zijn zware hand op mijn schouder rusten.

Bidden en psalmen leren
We moesten bidden en psalmen leren. Elke week moesten we een nieuwe psalm kunnen opzeggen. Ik moest ze hardop leren. Thuis lachten ze me uit. Ik verdween naar mijn kamer, de tussenkamer (ook wel alkoof genoemd) met schuifdeuren, waar prachtig gekleurde art deco glas-in-loodramen in zaten. Aan de andere kant van mijn kamer zaten houten panelen, deuren met houten, wiebelige deurknoppen.

Repeteren
Mijn slaapkamer was niet al te groot. Ik sliep op een opklapbed met een eikenhouten ombouw die tegelijk dienstdeed als boekenplank. Boven mijn hoofdkussen aan de houten wand was een klein uitklapbaar houtscharnierend schemerlampje met gekleurde stof bevestigd. Ik probeerde bij het zwakke licht zo goed mogelijk de psalmen te repeteren; dat kostte me moeite omdat ik me moeilijk kon concentreren en luisterde aandachtig naar wat er besproken werd in de woonkamer. Op een gegeven moment hoorde ik de spanning stijgen en mijn vader tegen mijn moeder tekeergaan. Hij zei op luide toon: "Die jongen sluit zich op voor die zinloze teksten en jij maar zeggen dat het bijdraagt aan zijn educatie? Ik geloof daar niets van. Ik denk dat die jongen daar doodongelukkig van wordt. Waarom moet die jongen psalmen leren? Noem jij dat een goede opvoeding, al dat gebral met die bijbelteksten? Die jongen moet taal, rekenen en aardrijkskunde leren, daar heeft hij wat aan. Met psalmen kom je niet ver in het leven."

Onder de indruk
Ik was onder de indruk van zijn betoog. Meestal had mijn moeder wel een weerwoord, maar deze keer liet ze mijn vader uitrazen. Mijn broer ging zich er ook mee bemoeien en vond dat pa gelijk had. Toen pa de psalmen ging ontleden was ik helemaal ontdaan. Dit ging op mijn zenuwen werken. Deze heftige discussies waren meerdere keren voorgekomen. Omdat er thuis de spot mee gedreven werd, durfde ik de psalmen thuis niet meer te oefenen en op school durfde ik ze niet hardop te zeggen.

Grootste moeite
Ik had de grootste moeite met de bijbelverhalen die meester Ketel vertelde: zoals mensen die door de zee liepen en golven die als een muur bleven staan. Jezus die over water liep? Ik had mijn twijfels en vroeg wat de kinderen daarvan vonden. Een mening hadden ze niet. Ze vonden de verhalen juist mooi en interessant. De meester vertelde zo overtuigend en met zo veel enthousiasme dat je ze wel moest geloven. De kinderen zaten met rode oortjes te luisteren. Hij vertelde dat Samson met beide handen pilaren omver kon duwen zodat de tempel instortte. Ik kon me niet voorstellen dat pilaren zo dicht bij elkaar staan.
Ik was verbijsterd en vroeg aan mijn vader of hij het mij kon uitleggen. Dat deed hij.

Steunpilaren
"Een huis is nooit op twee pilaren of palen gebouwd en een paleis heeft meer dan twee steunpilaren en de pilaren zijn nooit zo dicht bij elkaar geplaatst, laat je toch niets wijs maken door die paljas. Je moet niet alles klakkeloos aannemen wat er in de bijbel staat. Het is goed voor mensen die niet kunnen denken, die alles voor zoete koek aannemen. Je moet niet alles geloven wat een ander zegt. Dit soort mensen denkt dat het daarboven beter is", en hij wees met zijn wijsvinger bezwerend omhoog. "Dat is verlakkerij. Geloof geeft altijd problemen, dat is door de eeuwen heen zo geweest en zal altijd ook zo blijven. Hele oorlogen zijn hierdoor ontstaan. Je kunt door een geloof je beste vrienden verliezen. In de oorlog werden bommen door priesters gezegend en de Paus was het hiermee eens. Dat gaat er bij mij niet in. Geloof jij dat al die joden die afgemaakt zijn slecht zijn geweest? Toen was er geen God die ingegrepen heeft! Probeer in je zelf te geloven en zo goed mogelijk te leven. Naderhand hoor je dat alles relatief is en dat je de bijbel niet letterlijk moet nemen."
Mijn vader had me overtuigd en ik geloofde de meester niet meer, ondanks zijn mooie verhalen.

Niet godsdienstig
Mijn moeder ging met me mee naar school om uit te leggen dat we thuis niet godsdienstig waren. Meester Ketel hoorde het aan en streek mij liefkozend over mijn hoofd: "Ik begrijp het wel, dat valt niet mee voor die jongen."

Een kwelling
De christelijke Wilhelminaschool was voor mij een kwelling. Als ik aan de beurt was om een psalm op te zeggen, kreeg ik een brok in mijn keel. Meester Ketel kwam met kleine kordate stappen naar mijn bank, keek me dreigend aan, schraapte zijn keel en zei op wrevelige toon: "Kom jij maar eens naar voren, dan moet je hardop zeggen wat je te zeggen hebt."

Hij pakte me bij mijn oorlel, kneep gemeen hard en draaide daarna mijn oorschelp een halve slag om met zijn stevige vingers. Hij sleurde me vervolgens de bank uit, zodat ik bukkend met mijn lichaam voorovergebogen en mijn hoofd schuin gedraaid naar voren strompelde. Hij prevelde allerlei heilige teksten die ik niet verstond. Ik gaf geen kik, maar kon het wel uitschreeuwen van de pijn. Mijn oorlel barstte van de pijn en ik dacht dat die bloedde en ingescheurd zou zijn. Meester Ketel gebood me de psalm voor de klas nog eens hardop voor te lezen. Ik werd vuurrood en mompelde met dichtgeknepen keel dat ik niets meer van die psalmen onthouden had en er ook niets van snapte. Hij vond het wel genoeg en zei: "Ga maar met de melk rond."

Kwart liter melk
Elke dag kregen we op school een kwart liter melk. Ik mocht een jongen aanwijzen om samen de melk rond te brengen. De kratten waren van metaal en behoorlijk zwaar. Als we binnenkwamen was het een verademing voor de kinde­ren. Op de gang keken we in de meisjestoiletten om te ontdekken of die anders waren. En… dat waren ze ook. De wc-potten voor de meisjes waren lager. We beseften heel goed dat dit het privégebied was van de meisjes. De zilveren 'aluminium' doppen van de flessen moesten we sparen voor de arme kindertjes in Afrika. De meester had een zwartglimmende auto waarvan de startmotor dikwijls defect was. Hij vroeg dan aan ons of we de auto een duwtje wilde geven. Zin om hem te helpen had ik niet.

Is de voorspelling van mijn vader dan toch uitgekomen, dat rekenen, taal en aardrijkskunde belangrijk zijn plaats van … psalmen leren?

Monatoetje was geliquideerd door Pietje Pleuris

Foto: Dolf Dijst

door Frans Raap
Eind zeventiger jaren (de juiste datum weet ik niet meer) hadden mijn recherchemaat Joop en ik avonddienst.
Wij als koppel werden vanwege ons uiterlijk (Joop was blond en ik donker ) in de buurt Starsky en Hutch genoemd. S. en H. was een politieserie die in die tijd op de tv te zien was. Wij waren belast met piketdienst.
Midden in de nacht werden wij gebeld met het verzoek om naar het bureau te komen. Het bleek dat er een schietpartij had plaatsgevonden in een hotel op de Martelaarsgracht.
Na een kort onderzoek wisten wij dat Monatoetje terwijl hij zat te kaarten met enige schoten ter plaatse was geliquideerd door Pietje Pleuris. Een man luisterend naar de bijnaam de Moker was getuige geweest van het geheel.

Lederen jack
Dat was het enige waar wij het in eerste instantie mee moesten doen. Recherchechef Joop van Riessen was ook in dienst gekomen. Hij was gekleed in zijn traditionele lederen jack. Wij noemden het altijd zijn vechtjackie. In die tijd hadden wij nog niet van die moderne computers waarin op bijnamen gezocht kon worden. Wel hadden wij onze employé Martin v. S., die een lopende computer was. Martin werd van huis gehaald en hij wist zich te herinneren wie de Moker was. Deze bleek te wonen in de buurt van de Czaar Peterstraat en werd door ons met een huisverzoek vereerd. Toevallig was hij thuis en werd aangehouden en naar het bureau gebracht. Na een kort verhoor vertelde de Moker wie Pietje Pleuris was. Deze werd onmiddellijk van huis gehaald en aangehouden.

Binnen 3 uur
Al dit werk werd door ons drieën gedaan. Wij hadden echt een medewerkende chef. Tegenwoordig zouden die verdachten door een AT-team aangehouden worden.
Wij hadden dankzij de tip van Martin binnen 3 uur de dader van deze moord aangehouden. De chef was uitermate in zijn nopjes, temeer omdat de zaak niet naar de E.D. (Ernstige Delicten) hoefde te gaan. Het was namelijk zo dat als de districtsrecherche de zaak niet binnen 24 uur rond kon breien, de zaak naar de E.D. overgeheveld moest worden.
Bij nader onderzoek werd Monatoetje vermoord om een gokschuld.

Bikkel

door Theo Iking
Het was in de beginjaren 80 dat het volgende verhaal speelde. Het was de tijd van de Landbouwbeurs.
Vele lieden van het platteland (door ons boeren genoemd) die deze beurs bezochten, sloten dit traditiegetrouw af met een rondje over de Wallen, waarbij vaak ook zeer veel gedronken werd.

Grote boer
Zo ook in dit verhaal. Een grote boer die na een hoeveelheid drank een bezoek bracht aan een meisje maar door de drank niet aan zijn hoogtepunt kon komen, kreeg hierover ruzie toen zijn tijd om was en hij het kamertje weer moest verlaten.
Bij de ruzie die daar ontstond verbouwde de boer het hele peeskamertje, alsmede het meisje.
De boer werd door een overmacht aan politie aangehouden en met vereende krachten naar de Warmoesstraat gebracht. De boer was een forse vent van achter in de twintig jaar met handen als kolenschoppen.
Al vechtend werd hij het bureau binnengebracht, waarna hij vervolgens naar het dagverblijf in de kelder werd gebracht om daar te ontnuchteren, zodat boven op de werkvloer niemand last zou hebben van zijn geschreeuw.

In verzekering
Enkele uren later moest de boer in verzekering worden gesteld. Dit werd gedaan door adjudant Sietse, die toen tegen zijn pensioen aanliep. Dit was een lieve, aardige man. De brigadier stuurde voor de zekerheid twee man met de adjudant mee naar beneden, waaronder ondergetekende. Wij waarschuwden de adjudant voor de agressieve boer en gaven hem het advies om de deur niet te openen. De adjudant leerde ons de les dat als je iemand netjes en correct behandelt, je zelf ook net zo behandeld zal worden en dat er dan dus niets aan de hand zal zijn. Nogmaals werd de adjudant gewezen op de agressiviteit van de man. De adjudant keek ons aan en opende vervolgens het vierkante luikje dat in de cel deur zat.
De adjudant ging vervolgens voor het luikje staan en begon met vriendelijke stem:
"Goedendag, ik ben adjudant De J.", en verder kwam de arme man niet. Als een bliksemflits schoot de tot een vuist gebalde kolenschop van de boer door het luikje. Hij trof de adjudant vol op zijn neus met daarop zijn brilletje. De stoot was een vol punt.

Het luikje ging weer dicht
De adjudant viel naar achteren tegen de muur en liet zijn formuliertjes tot inverzekeringstelling in meervoud over de grond vallen. Snel werd het luikje weer dichtgegooid. De adjudant krabbelde weer overeind, boog zijn omgebogen brilletje weer recht en veegde een druppeltje bloed van zijn lippen.
De adjudant raapte zijn inverzekeringstellingen weer van de grond op en zei: "De verdachte wenst geen verklaring af te leggen", schreef dit op zijn inverzekeringstelling en zonder ons aan te kijken draaide hij zich om en liep naar boven.
Later, toen de boer geheel ontnuchterd was, heeft hij zijn verontschuldigingen aangeboden en gaf hij toe dat als hij gedronken had er geen land met hem te bezeilen was.
En de adjudant ??? Hij was snel weer hersteld en zat weer veilig achter zijn bureau.

Johnny Jordaan reed vaak mee om een piekie te geven

Hembrugstraat. Prentbriefkaart\Amsterdamsetrams.nl

Van Jos Wiersema, initiatiefnemer van het Geheugen van de Amsterdamse Tram (www.amsterdamsetrams.nl), hebben we toestemming om artikelen van deze site mee te nemen in de Amsterdamse Krant. Dat geldt ook voor de rubriek van Tom Mulder. We hebben de afgelopen periode al veel verhalen gepubliceerd, met name van echte kenners en 'tramgekken'. De komende periode plaatsen we reacties van enthousiaste lezers van de site die voor lezers van de Amsterdamse Krant ook vaak een feest van herkenning zullen zijn.

Uit een grijs verleden

Spaarndammerstraat. Fotograaf onbekend
Nassauplein met lijn 12 onder het viaduct Prentbriefkaart\Amsterdamsetrams.nl
Het eindpunt van lijn 18. Fotograaf onbekend\Amsterdamsetrams.nl

door Joop de Beurs

Zeer lang geleden, voor de oliecrisis nog, had ik een melkwijk in het Vogeldorp in Amsterdam-Noord. Toen was het gebruikelijk dat de klanten eens per week betaalden.
Zo ook een mevrouw die daar geregeld misbruik van probeerde te maken door op de betaaldag niet thuis te zijn. Na lang aandringen betaalde ze uiteindelijk, want een plakkaat op mijn karretje met haar naam als dwangbetaler, vond ze niet fijn. Op een dag was ze verdwenen, verhuisd, met onbekende bestemming.
Verdomme, dat rotmens, ze liet me zitten met 6,75 gulden.

Failliet
Helaas moest ik mijn winkel en melkwijk opgeven door de maatregelen van de toenmalige regering en solliciteerde ik bij het GVB. Dat ging allemaal prima, tot in de Jan Luykenstraat, alwaar het zogenaamde 'driemanschap' zat om te beoordelen of ik wel goed genoeg zou zijn om bij de gemeente te mogen werken. Het gesprek vlotte goed, maar ze waren het niet eens dat ik met mijn achtergrond en opleidingen op een veel te laag niveau daar aan de bak zou gaan. Waarom zou je dat doen, was de vraag.
"Simpel, mijn heren, ik zal zo veel mogelijk geld proberen binnen te halen wat de gemeenschap me heeft ontnomen door de regeringsmaatregelen. Mijn winkel ben ik er door kwijtgeraakt en de gevolgen waren zeker niet prettig."

Aangenomen!!
Ze vonden alle drie dat het een goed argument was. Zo kwam ik op de tram terecht en na een gedegen opleiding mocht ik zelfstandig gaan rijden met passagiers. Niet onaardig, moet ik bekennen. Slopend waren de wisselende diensten wel, maar het geld maakte veel goed.

Bekend
Aardig was dat zodra ik op lijn 3 mocht rijden er bekenden van mij me bij de Willemstraat op stonden te wachten met taartjes of andere lekkernijen. Johnny Jordaan kwam vaak een halte met me meerijden om een piekie te geven.
Ja, dat waren fijne en hartverwarmende momenten.
De mensen wisten dat ik mijn zaak had moeten opgeven in Noord en leefden erg met mij en mijn gezin mee. Zodra mijn stem over de mobilofoon klonk, hoorde je van alle kanten: "Hé, melkboer!"
Aan het einde van het jaar 1975 lachte het geluk me weer een beetje toe.

Hondenabonnement

door Hanny Stoekenbroek
In 1974 nam ik mijn hond mee naar mijn werk en terwijl ik een abonnement had en zo kon doorlopen, moest ik voor de hond telkens een kaartje kopen. Reuze onhandig en ik heb dan ook indertijd op het hoofdkantoor (aan het einde van de Overtoom?) gevraagd en gezeurd om een abonnement voor mijn hond. Nou, dat bestond toch echt niet hoor, werd er gezegd. Een hond kan zich niet legitimeren en kan geen handtekening zetten.

Uiteindelijk werd er toch een oplossing bedacht. Ik kreeg een abonnement met daarop de foto van mijn hond (een labrador) en daaronder stond een stempel met het woord HOND. Een giller, nietwaar? Ik kon in het mapje dan net zo'n abonnementskaartje stoppen als in het mapje wat ik zelf had. De Telegraaf kreeg daar lucht van en wilde er een foto van maken. En zo ging die foto Nederland rond, haha.

Verbannen broeders en zusters

Spiksplinternieuwe trams wegsturen! Zo kwam de emigratie van de blokkendozen op mij over! Terwijl de blokkendozen toch al bijna 30 jaar (sinds 1979-1980) hun sissende deuren in Amsterdam hadden geopend en gesloten. Zij waren overcompleet door de komst van de combino's en ze stonden in de weg, volgens de officiële lezing een tijdje geleden, en werden weggegeven aan het in de negentiger jaren door de oorlog geteisterde Sarajevo.
21 van de schitterende 780-816 zijn naar zuidelijke en warmere oorden vertrokken. Ik geef toe: het waren niet de allermooiste trams die over Amsterdamse rails hebben gereden. Maar ze reden en rijden stabiel en comfortabel. Echt voortreffelijk! Als je nog in de 783, 788-793, 795, 798-800, 802, 803, 807, 808, 812 wilt zitten kan dat, maar dan moet je naar Bosnië. De wagens zijn per dieplader geëmigreerd en als je toevallig in de tijd dat ze vertrokken met vakantie was in zuidelijk Europa, had ik je gezicht wel eens willen zien bij een ontmoeting met bijvoorbeeld de 800, gefilmd op lijn 25 - Centraal Station!
Na een revisie verdween ook nog een kleine richtingfilm aan de zijkant van de trams. Niet alleen de genoemde blokkendozen zien we nooit meer, maar ook de 796, 797, 806, 811 en 814 bevinden zich nu in de tramhemel om diverse gezondheidsredenen, zoals brand. Geruime tijd heeft de 781 rondgereden in de toen toekomstige GVB-kleuren, die later, à la GVB, weer werden gewijzigd. Met deze 781 heb ik nog een zondag proefgereden voor de toen geplande lijn 20 om de route en andere zaken te testen voor deze nieuwe spectaculaire tijdelijke tramlijn, die maar drie jaar zou bestaan. Lijn 20 was de echte 780'er tramlijn.
Er waren voor lijn 20 diverse aanpassingen in de rails aangebracht, zoals het extra haltespoor op het Leidseplein komende uit de Marnixstraat en de wissel van de Van Woustraat naar de Ceintuurbaan. Er was één troost: lijn 20 was het mooiste tramlijnnummer dat Amsterdam ooit heeft gekend, het lachte je toe. Omdat bij het GVB alle gelede wagens werden aangeduid met een simpele maar duidelijke code, mogen we deze codes, 9G en 10G, niet vergeten (780-804, 805-816).
Het opvallende bij de 780'ers is, dat zij op de toen korte lijn 5 begonnen. Toen de lijn naar Amstelveen werd verlengd, was het gebruik van deze serie onmogelijk door het kopeindpunt in Amstelveen. Voor de serieuze technici onder de lezers kan ik toch niet nalaten te vermelden dat de 780'ers, net zoals eerdere series in Amsterdam, stuurstroomwagens waren. Nu we met zijn allen zoveel 780-informatie voor onze kiezen kregen, ligt het natuurlijk voor de hand maar meteen een rit te maken met een 780'er. Nu het nog kan. Maar wel goed vasthouden!