De Amsterdamse Krant

5 maart 2016

De Amsterdamse Krant 5 maart 2016


'Dolle Mina kwam op het goede moment en was een warm bad'

Een soortgelijke poster was er ook van de PSP met als ondertitel 'Ontwapenend'.

We gaan terug naar het voorjaar van 1970, het jaar dat Dolle Mina opeens opdook.

Op het goede moment
"Weet u, Dolle Mina kwam precies op het goede moment. Het politieke klimaat was ernaar om veranderingen aan te brengen. En het was een heel warm bad, met zo veel vrouwen met allemaal hetzelfde doel." Dit schrijft Marianne van der Bok, die in 1970 18 jaar was. Marianne was geen fanatieke activiste, maar ze was wel betrokken bij acties van Dolle Mina. Marianne komt verderop nog aan het woord.

Verzet
Dat Amsterdam het epicentrum was van Dolle Mina is natuurlijk niet vreemd, want de hoofdstad zinderde van het verzet tegen alle heersende mores. De bezetting van het Maagdenhuis lag nog vers in het geheugen. Dolle Mina was links, feministisch, radicaal en brutaal en wilde heel veel bereiken: gelijk loon voor gelijke arbeid, goede anticonceptie, geen slavinnenrol van de vrouw en tegen missverkiezingen, onder heel veel meer. De kroonjuwelen van Dolle Mina waren abortus, crèches (kresjes genoemd) en gelijke behandeling.

Ook deze poster geeft het tijdsbeeld uit het begin van de jaren 70 goed weer.

Eerste actie
De eerste actie van Dolle Mina (vernoemd naar de vrouwenstrijdster Wilhelmina Drucker (1847-1925, die IJzeren Mina werd genoemd) vond plaats bij de universiteit in kasteel Nyenrode in – of all places – het landelijk gelegen Breukelen. Op 23 januari 1970 werd hier door een groep vrouwen geprotesteerd tegen het feit dat op deze exclusieve universiteit geen vrouwen werden toegelaten. Veel vrouwen waren er niet bij trouwens, hooguit tien. En erg geslaagd was het ook niet, want ze werden hardhandig het gebouw uit gezet. Ze kregen op de valreep nog de kans een manifest voor te lezen en daarna kalkten ze Dolle Mina op een houten bruggetje. Daarna reden de vrouwen vol adrenaline terug naar Amsterdam, naar het standbeeld van Wilhelmina Drucker aan de Churchilllaan waar een korset werd verbrand. Naar later zou blijken was deze verbranding aanleiding voor wilde verhalen over verbranding van beha's door Dolle Mina's, zowel in binnen- als buitenland. Hoe dan ook, de doldrieste 20ste januari 1970 was de start van Dolle Mina en vormde het sein voor een hele reeks acties, zoals voor meer kresjes in Amsterdam en natuurlijk voor abortus, onder de noemer 'Baas in eigen buik', een kreet die op 14 maart 1970 voor het eerst werd gebruikt.

Zelfbewust
Terug naar Marianne van der Bok die destijds nog bij haar ouders aan de Linnaeusstraat woonde. Ze had de tijd van Provo weliswaar meegemaakt, maar eigenlijk was ze daar net te jong voor. Met Dolle Mina had ze in het begin niet veel, maar naarmate er meer acties kwamen, werd ze zelfbewuster en wilde ze erbij horen. "Ik stond nooit op de voorgrond, maar heb heel veel acties bijgewoond. Ergens eind 1970 hebben we Sinterklaas een petitie aangeboden en een jaar na de oprichting van Dolle Mina was er een fakkeloptocht naar het beeld van Wilhelmina Drucker waar ik bij was. En er was een actie bij de eau-de-colognefabriek van Boldoot, in Amsterdam-West. Daar was ik zelf niet bij, maar een vriendin met wie ik nog steeds contact heb wel en zij vertelde dat de vrouwen die daar werkten helemaal niet gediend waren van onze acties."

Vijftig jaar geleden - op 10 maart 1966 - waren er in Amsterdam rellen vanwege het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus von Amsberg. Nog geen twintig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog lag dit huwelijk namelijk uiterst gevoelig.

Hier waren veel Amsterdammers bij. Hetzij om mee te rellen of juist om hun afschuw over zo veel commotie uit te spreken. Maar misschien was u wel rechtstreeks betrokken, bijvoorbeeld als agent of anderszins. En verhalen hierover zien wij graag komen op ons mailadres
info@amsterdamsekrant.nl.

Nieuwe raadplaat

Het is een foto vanuit een beetje een vreemd perspectief: inzender Wilna Dag zal toch niet dronken zijn geweest? We denken van niet, maar zien hier eerder een creatieve geest in. Hoe dan ook, dit is de nieuwe raadplaat die net als de vorige keer is ingestuurd door Wilna Dag. Veel meer dan de stoep langs water is er niet te zien, maar in de verte ziet u een belangrijke aanwijzing. Deze raadplaat staat ook op de pagina met verslagen over de vorige raadplaat (Vijzelstraat), maar dan is deze niet gedraaid.
We zijn weer benieuwd naar de reacties, die u kunt mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Drie bijzondere tentoonstellingen in Stadsarchief

Amsterdam Park is een van de tentoonstellingen die tot 17 april te zien is in het Stadsarchief.

Bij Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat 32 (gebouw De Bazel) zijn tot en met 17 april drie interessante tentoonstellingen.
De eerste is Amsterdam Park. Jeroen Hofman fotografeerde de afgelopen jaren in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Stadsarchief álle parken in de stad. Hij werkte vanuit een hoogwerker. Door de grote afstand lijken het serene landschappen, maar hoe beter u kijkt, hoe meer u ziet. Deze tentoonstelling is tot en met 17 april gratis te zien in de hal van het Stadsarchief in gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat.

Vincent van Gogh
Hier is eveneens tot 17 april de tentoonstelling 'Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam' te zien. Voordat Vincent van Gogh de kunstenaar werd die wij nu kennen, verbleef hij ruim een jaar in Amsterdam. Hij schreef in deze periode vele openhartige brieven aan zijn broer Theo. Deze brieven – met prachtige beschrijvingen van de stad en associaties met schilderijen en prenten – vormen het uitgangspunt van 'Vincent van Gogh, 400 dagen in Amsterdam'. Veel kunstenaars en werken die hij noemt zijn op de tentoonstelling te zien: Rembrandt, Jacob Maris, Gustave Doré, Millet, Jozef Israëls. Ook hangen er werken van onder anderen Cornelis Springer, Jan Sluijters en Piet Mondriaan.

De Brettenloop.
De IJ-oevers zijn de laatste jaren enorm veranderd. Het is een onderwerp van Amsterdam in Gesprek.
In de Posthoornkerk is een antiekbeurs.
In gebouw De Bazel kunt u een rondleiding bijwonen.
In het Stadsarchief zijn werken van Karel Appel te zien.

Karel Appel
En tot dezelfde datum is er de tentoonstelling 'Appel in New York'. 'Appel in New York' is een fototentoonstelling van fotograaf Sem Presser over het leven van de kunstenaar Karel Appel. Appel werkte medio jaren zestig tot begin jaren zeventig in New York. Hij maakte gebruikt van de ateliers van figurist Walasse Ting en van popartkunstenaar Richard Lindner (69th Street). Sem Presser bracht Appel begin 1967 een bezoek en legde alle hoeken van zijn atelier vast.

Socratisch Café Amsterdam

Elke laatste vrijdag van de maand komt in het Socratisch Café Amsterdam een bonte verzameling van mensen bijeen om zinvolle gesprekken te voeren. Het is een openbare ontmoetingsplaats voor mensen die op socratische wijze met elkaar in gesprek willen treden.

Aan de hand van een thema wordt met een groepje mensen gezocht naar dieperliggende overtuigingen: naar de principes die we aanhouden en wat we eigenlijk onder deugdelijk handelen verstaan. Telkens wordt gesproken vanuit persoonlijke ervaringen met het thema. En meestal staat één persoonlijke ervaring centraal.
De gesprekken worden begeleid door enthousiaste en ervaren socratische gespreksleiders. Er worden verschillende gespreksvormen aangeboden. Naast deelnemen aan een gesprek, kun je ook leren zelf een gesprek te leiden.

Iedereen is welkom. Er is geen speciale vooropleiding vereist en leeftijd doet niet ter zake. De locatie is Huize Lydia, Roelof Hartplein 2, Amsterdam. Deelname kost 10 euro per keer. Het tijdstip is van 15.30 - 18.30 (vanaf 15.00 inloop met koffie en thee).

Antiekbeurs in Posthoornkerk

Van 18 tot en met 20 maart staat de Posthoornkerk voor de 22ste keer in het teken van 'Antiek, Brocante, Kunst en Design'. In de sfeervolle ambiance van deze gerestaureerde kerk in de Haarlemmerstraat bieden zo'n 35 gepassioneerde deelnemers hun gevarieerde en veelal bijzondere items aan. Met een duidelijke knipoog naar het programma 'Tussen Kunst en Kitsch' kan de bezoeker zijn of haar aanwinst deze dagen laten taxeren door beëdigde taxateurs.

Bezoekers vinden een schatkamer aan (vintage) design, speelgoed uit voorbije jaren, spannende art-deco-objecten, antiek glas, porselein, zilver, sieraden, vitrine- en verzamelobjecten. Maar ook kleine meubels, grafiek, tekeningen en schilderijen, unieke brocante en bijzondere curiosa uit alle landen en periodes. Ook stylisten en collectioneurs kunnen hun hart ophalen met aanwinsten voor interieurs en bovendien zijn de objecten vriendelijk geprijsd. Bovendien zijn er informatieve lezingen én zijn er kosteloze taxaties. Onder het genot van een hapje en een drankje hebben bezoekers drie dagen de tijd om mooie aanwinsten en snuisterijtjes te vinden.
De toegang is gratis. De openingstijden zijn vrijdag 18 maart 11.00 tot 18.00 uur, zaterdag 19 maart 11.00 tot 18.00 uur en zondag 20 maart 11.00 tot 17.00 uur.

Brettenloop in Westerpark

Elk jaar is er een leuk kleinschalig hardloopevent met start en finish in het Westerpark: de Brettenloop. Dit jaar is deze loop op zondag 20 maart.

De charme van deze loop zit 'm in de hele sfeer eromheen. Loop je de 5, 10 of 21 km dan loop je onder andere over het Brettenpad. Dit pad voert langs de vele cultuurhistorische elementen van het Landschapspark de Bretten, het oude vissersdorp Sloterdijk, de Westergasfabriek, volkstuinparken, restanten van de oude spoorlijn en de natuurgebieden de Lange Bretten en de Kluut. Opgeven kan op brettenloop.nl.

Amsterdam in Gesprek

Elke 1e en 3e zondag van de maand worden in gebouw De Bazel aan Vijzelstraat 32 (het gebouw waar het Stadsarchief is gevestigd) onder de noemer 'Amsterdam in gesprek' spraakmakende gastsprekers geïnterviewd over onderwerpen uit de roemruchte Amsterdamse geschiedenis. Of een actueel onderwerp wordt in historisch perspectief besproken. De aanvang is elke keer om 15.00 uur, de toegang is gratis en er geldt het credo 'vol is vol'. In de zaal kunnen 100 mensen plaatsnemen.

Het programma voor april:
Zondag 3 april: Ongekend Bijzonder, bijdragen van vluchtelingen aan de stad. Met: Saskia Moerbeek (directeur Stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie), Elias van der Plicht (historicus) en Susan Karem (lid stuurgroep Ongekend Bijzonder Amsterdam, gevlucht uit Irak en sinds 15 jaar woonachtig in Amsterdam).

Zondag 17 april: IJbeeld: 20 jaar documenteren van veranderingen langs de IJ-oevers op foto en film. Met: Henk Raaff (filmer).

Rondleidingen in voormalig hoofdkantoor van De Nederlandsche Handel-Maatschappij

Het Stadsarchief organiseert rondleidingen in gebouw De Bazel, het imposante voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Handelmaatschappij, een pronkstuk van de Nederlandse 20ste-eeuwse architectuur. Laat u door deskundigen rondleiden door de monumentale stijlkamers, de Schatkamer en de permanente tentoonstelling met de art-decoschilderingen. In het gebouw is het Stadsarchief gevestigd.

De inlooprondleidingen zijn elke zaterdag- en zondagmiddag om 14.00 uur. Kosten: 6 euro volwassenen, kinderen tot 16 jaar gratis. Reserveren is gewenst via 020-2511511 of info@stadsarchief.amsterdam.nl.
Groepsrondleidingen zijn ook mogelijk en kosten 85 euro per groep van maximaal 25 personen (meerdere groepen tegelijk mogelijk). Op dag en tijdstip naar keuze tijdens openingstijden van het Stadsarchief. Reserveren: 020-25 11 619, groepsrondleidingen@stadsarchief.amsterdam.nl.

Olga de Haas was de mooiste, liefste en beste

Olga de Haas. Foto: Siegfried Regeling

Siegfried Regeling vertoefde enige tijd in de nabijheid van Olga de Haas (1944-1978), die door hem wordt omschreven als 'de meest getalenteerde, liefste, meest spontane en mooiste Amsterdamse ballerina in de jaren 60'. In twee afleveringen schrijft hij over zijn belevenissen met haar. Vandaag deel 2.

Al hadden de dansers tijdens repetitie nog zó goed hun best gedaan, mevrouw Gaskell zei vaak: 'Niet schl-e-cht, niet schl-e-cht,' dit leek fonetisch op de Duitse taal. Ik kreeg het gevoel dat het volgens mevrouw Gaskell nooit goed genoeg was. Misschien deed ze het om de dansers nog meer te stimuleren.

Mee naar de bar
Olga de Haas vroeg mij of ik met haar mee wilde gaan naar een bar. Ik kende dit café niet. Ze deed zeer amicaal tegen de barkeeper. Ze was zoals altijd opgewekt en vrolijk. Het viel me op dat ze een paar sterke drankjes in een razend tempo opdronk en ik verbaasde me hierover, want ze moest de andere dag optreden in een belangrijke balletvoorstelling. Ik ben na het drankje naar huis gegaan en vond de kroeg niet prettig, eerder een louche tent. Zij vond het er zó gezellig.
Als ik de foto's terugzie die ik gemaakt heb van Olga de Haas besef ik dat ze niet alleen een goede klassieke, maar ook een goede moderne danseres was. Volgens mij had ze ook een goede actrice kunnen worden.

De mandarijn
In 2009 werd ik door een reclamebureau benaderd. Ze hadden uit een archief een foto van Olga de Haas door mij gemaakt uit het ballet 'De mandarijn' uitgezocht voor op posters en abri's. Het was een expressieve opname. Ik voelde me vereerd dat ze mijn foto van Olga wilden gebruiken. Ze hadden de foto van Olga met een beker koffie levensgroot afgebeeld. Ik was daarmee in principe akkoord gegaan. Toen ik hoorde dat het ook voor alcoholische dranken gebruikt zou worden, heb ik hiervan afgezien.

Sterke vrouwen
Het is me duidelijk geworden dat vrouwen zoals Iet Last van Circus Elleboog en Sonja Gaskell van Het Nationale Ballet een overeenkomst hadden. Ze konden bijzondere krachten in je oproepen en vonden niets te gek. Je mocht je gelukkig prijzen deze mensen in je leven ontmoet te hebben.

Machtig Mooi Mokum: Voetballen is niet mijn sterkste kant

Buiten de oudste sport ter wereld is sporten niet zo aan mij besteed. Ik hou van wandelen, fietsen en soms het kijken naar voetbal. De weinige keren dat ik zelf voetbalde was tijdens de legendarische fietsvakanties op Texel. Om enige indruk te maken was mijn baltechniek van dien aard dat ik vooral op de man moest spelen. Met indruk doel ik met name op de dochter van bakker Timmer uit de Weverstraat van Den Burg. Heel wat zakgeld heb ik daar aan krentenbollen besteed, zo mooi was zij. Op een keer had onze leiding bedacht dat het leuk zou zijn om tegen een ploeg Duitse jongens te spelen. Met die keuze was ik niet zo gelukkig, gezien de kampervaringen van mijn vader. We moesten en zouden winnen. Ik kon toch moeilijk thuiskomen met de mededeling dat we van de Duitsers hadden verloren. Daags voor de wedstrijd nodigde ik schuchter de bakkersdochter uit om naar onze (mijn) zege op de Duitsers te komen kijken. Ze vroeg waarom ik zo verzekerd was van een overwinning; Duitsers konden toch veel beter voetballen? Ik knapte meteen een beetje op haar af.
Op de ochtend van de wedstrijd begon ik mijzelf al op te naaien. Her en der informeerde ik wat de meest verschrikkelijke scheldwoorden waren. Voor zover ik die nog niet kende natuurlijk. Zeventien jaar na de oorlog deed ik er na de aftrap alles aan om alsnog mijn gram te halen. Daarbij was het niet slim dat ze mij hadden opgesteld als verdediger. Scheldend en tierend schopte ik wild om me heen naar alles wat Duits was. Prompt werd ik van het koeienveld gestuurd en moest ik terug naar de Rovershut. Vanuit het dakraampje zag en hoorde ik die bakkersslet juichen bij het eerste Duitse doelpunt. We gingen erin met boter en suiker. Op de bonte avond daarna heb ik keihard Hava Nagila (laat ons gelukkig zijn) gezongen, in de hoop dat die moffen dat verderop konden horen.
Vorige week stond 50 jaar na dato mijn jongste dochter op doorreis in Berlijn met een Duitse sjaal die Mannschaft aan te moedigen. En dat was goed. Dit keer won Italië. (2012/10/7)

Het pilopak

Begin 2014 stopten we met de rubriek 'Dit komt nooit meer terug'. We zijn erachter dat er nog genoeg valt te melden over dingen, beroepen en gebeurtenissen die nooit meer terug komen. Vandaar dat we de rubriek voortzetten.

Een telefoonmonteur in een Pilo-pak.

door Marc Stegeman
Waarom moest ik er opeens aan denken: het pilopak? Een tijdje geleden had ik een klus voor een specialistische timmerman. Op het Prinseneiland vond ik er een. Hij had het traditionele manchester jasje aan, want hij was trots op zijn beroep en vindt, omdat hij in de Duitse traditie was opgegroeid, dat deze soort beroepskleding in ere gehouden moet worden. Dat mag ik graag horen. De manchester stof is een zware kwaliteit ribcord of corduroy. Een Fransoos zou zeggen 'cord du roy' maar dat is vast de koninklijke uitvoering: meer fluwelig en veel minder slijtvast vermoedelijk. Hier werd manchester ook wel pilo genoemd en dat bekt best lekker. Bovendien werd pilo al in 1860 gebruikt en manchester en corduroy pas 30 jaar later, schijnt het.
In de volgende editie deel 2 van deze bijdrage.

Reeds verschenen
In de voorganger van deze rubriek verscheen in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in één aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in één aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis, losse melk, de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaar-over en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax, de koetsier en de zuurkar. Recent is hier in de Amsterdamse Krant aan toegevoegd: de Lach, het cassettebandje, de floppydisk, de alpinopet, Dick Bos, het petroleumstel van Haller, speldjes om te sparen, het Winterboek, voetbalpoppetjes, het Joodje en kurk aan de wand.

'Je ziet nog net een stukje van het Rotanhuis'

In de Amsterdamse Krant publiceren we altijd de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's van Simon Blokland of van lezers zijn gemaakt. Voor heel wat trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Deze plaat van een tramhalte kregen we van Wilna Dag en het is, dat kunnen we wel melden, de Vijzelstraat. Hieronder ziet u de raadplaat waar het over ging.

Allereerst dit: deze keer hebben we geen inzending van Gielijn Escher, een van onze trouwe klanten. Gielijn heeft net als een aantal andere lezers zwaar de pest in dat lezers op de reageerknop in de Amsterdamse Krant reageren, waardoor het raden van de raadplaat niet meer leuk is. Om die reden herhalen we ons klemmende verzoek maar weer eens: stuur uw inzending naar info@amsterdamsekrant.nl en laat de reageerknop de reageerknop. Helaas kunnen we die niet uitzetten.

Bij het rechte eind
Goed, andere trouwe inzenders dan maar. De Mollen en de Koningen hebben het zoals te doen gebruikelijk helemaal bij ht rechte eind. "De foto geeft een kijkje in de Vijzelstraat komende van de Weteringschans naar het Muntplein. Die straat bestaat in werkelijkheid uit drie delen. Vanaf de Weteringschans gerekend krijgen we eerst een stukje Nieuwe Vijzelstraat, vervolgens de Vijzelgracht en tenslotte de Vijzelstraat. Als je goed kijkt zie je tramlijn 16, die op de foto stopt ter hoogte van de Vijzelgracht."

De plek ziet er nu zo uit. Foto: Google Maps
Ook dit is de Vijzelstraat, maar dan iets verderop, bij gebouw de Bazel.

Een badhuis?
Ab Smienk weet het goede antwoord ook: "Het is de Vijzelstraat. Het eerste deel vanaf de Weteringcircuit tot de Prinsengracht heet eigenlijk Vijzelgracht. Maar volgens mij noemen alle Amsterdammers het hele stuk, tot de Munt, Vijzelstraat. Het deel rechts op de foto herkende ik onmiddellijk. Alleen dat gebouwtje aan de linkerkant deed me nog even twijfelen. Wat was dat eigenlijk? Een badhuis? Ik hoor het graag."

Rotanhuis
Wij en veel lezers horen het ongetwijfeld ook graag, maar wellicht doelt Ab op het Rotanhuis. Althans, dat valt op te maken uit de reactie van André Woons. "Een leuk plaatje, dat meteen op zijn plaats viel. Ook door de aanwezigheid van de karakteristieke tram. Ik denk lijn 24. Het is de Vijzelgracht, de tramhalte bij de Lijnbaansgracht. Achter de tramhalte is nog net een stukje van het toen befaamde Rotanhuis te zien."

Facebook
André maakt meteen ook helder dat hij boos is op iedereen die reageert op de website. "Ik wil vragen om de mogelijkheid om te reageren via Facebook of dergelijke weg te halen. Ik kijk bewust niet, maar wat is het nut? Er wordt weinig op gereageerd en dan lijkt het erop dat degenen die reageren vooral heel narcistisch willen laten zien hoe goed ze zijn. Er is al vaak knorrig op dit soort figuren gereageerd, maar telkens verschijnt er weer één. Vroeger bestond de mogelijkheid ook niet, dus we zouden goed zonder kunnen."

Poffertjeskraam
Ook Mike Man komt met wat meer informatie over deze contreien: "Het betreft volgens mij de tramhalte op de Korte Vijzelstraat, gezien richting Vijzelgracht met de brug over de Lijnbaansgracht. Op de plek geheel links op de foto, op de hoek met de Weteringschans, heeft jarenlang een (houten?) poffertjeskraam gestaan. Toen deze was afgebroken en het terrein braak lag, is er met verdeeld succes door menigeen naar kleingeld gezocht met onder andere metaaldetectoren. Ertegenover zat onder andere de comestibleswinkel van Glazer en net uit beeld rechts op de Lijnbaansgracht de groentewinkel van de familie Van Reeden. Ook herinner ik me nog een grote brand in de toenmalige magazijnen van V&D verderop rechts op de Vijzelgracht. Dat moet begin jaren zestig geweest zijn. Waar uw raadplaat al niet goed voor is!"

Duidelijk herkenbaar
Cor Sibbe heeft weinig woorden nodig voor het goede antwoord: "Volgens mij is het de Vijzelgracht ver voordat de NZ-lijn werd gebouwd, ik schat jaren 60" en Hans van Elteren meldt: "De raadplaat is deze keer vanaf de brug over de Lijnbaansgracht genomen met zicht over de Vijzelgracht. Het pand op de hoek van de Fokke Simonszstraat is duidelijk herkenbaar."

Mijn hart is in Mokum
Henk Verhulst laat weten: "Leuke website!!!! Het is de hoek Weteringsschans/ Vijzelgracht. Links zat een rotanwinkel" en Jan Pruimers schrijft: "De raadplaat van deze week lijkt mij niet al te moeilijk. Het is de Vijzelgracht, nabij het Weteringcircuit."
Hans Schneiders laat vanuit Zwitserland weten: "Ik moet raden en tip op de Vijzelgracht met zicht naar het centrum. Ik ben in 1963 naar Zwitserland vertrokken en gebleven, maar een stukkie van mijn hart is in Mokum blijven plakken."

Noodwinkels
"De Raadplaat in Amsterdamse krant van 19 februari is gemaakt op de Vijzelgracht vanaf het Weteringcircuit in de richting van de Munt. Links staan nog de noodwinkels, die gebouwd zijn na het instorten van de woonflat aan de Vijzelstraat bij de Kerkstraat", zo laat Bert van Raaij weten..

De Gelaghkamer
Peter de Jonker heeft de volgende bijdrage: "Dit is de tramhalte op de brug van de Lijnbaansgracht bij de Nieuwe Vijzelstraat, de fotograaf staat met zijn/haar rug naar het Weteringplantsoen. Wat links staat is helemaal weg en er staat nu een groot kantoorgebouw met de Toezichthouder Financiële Markten als hoofdhuurder. Ik zat heel vaak op het terras van café de Gelaghkamer op de Nieuwe Vijzelstraat 1 en heb naar deze halte gekeken, maar dan een recentere versie ervan."

Niet goed
Er zijn ook inzenders die met een andere tramhalte op de proppen kwamen. Zoals B.J. Thiry: "Het is de Van Beuningenstraat, tussen de Groen van Prinstererstraat en de Fannius Scholtenstraat, links zie je de Van Beuningenschool. Wij gingen vroeger vanuit speeltuinvereniging Westerkwartier daar vaak gymmen en heb er ook nog wel gezeten als dependance van de Bentinckshool. Ik ben zelf geboren in de 1ste Keucheniusstraat en heb daar 19 jaar gewoond." Nu weten we eerlijk gezegd niet of deze reactie op de laatste raadplaat is of dat deze slaat op een eerdere raadplaat, want op de raadplaat van de Vijzelstraat kunnen wij geen school ontdekken.

Lijn 9
Ed Kamminga houdt het op de Middenweg in Amsterdam-Oost "met lijn 9 die daar aankomt." En Monica Jonker zit hierbij in de buurt, maar zit vanuit het centrum geredeneerd iets dichterbij: "De foto van Wilna Dag bij de tramhalte is volgens mij genomen op de Linnaeusweg in Amsterdam-Oost."

De nazit
Er is ook nog een nazit over de vorige raadplaat, die van de Nieuwendammerdijk, waar Lodewijk Beems het volgende over schrijft: "Deze raadplaat laat de Sint-Augustinuskerk zien aan de Nieuwendammerdijk in Noord. Vroeger, rond de vijftiger jaren, fietste ik met mijn vader regelmatig in en om Amsterdam. De reden waarom ik in Noord zocht was het feit dat op de foto duidelijk een dijkstructuur zichtbaar is waardoor het aantal zoekplaatsen in en om Amsterdam beperkt was. Ga vooral zo door met dit soort foto's."

Op pagina 7 staat nog een uitgebreid artikel over wonen aan de Nieuwendammerdijk van Tiny Dragt.

Nieuwe raadplaat

Foto: Wilna Dag

Het is een foto vanuit een beetje een vreemd perspectief: inzender Wilna Dag zal toch niet dronken zijn geweest? We denken van niet, maar zien hier eerder een creatieve geest in. Hoe dan ook, dit is de nieuwe raadplaat die net als de vorige keer is ingestuurd door Wilna Dag. Veel meer dan de stoep langs water is er niet te zien, maar in de verte ziet u een belangrijke aanwijzing. We zijn weer benieuwd naar de reacties, die u kunt mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Fluitje Poep Tralala (FPT)

Rob Bron op het circuit van Assen. Foto: Jan Witteman

door Jan Witteman
Als motorsportliefhebbers gingen we eind jaren zestig vaak naar Zandvoort voor de nationale kampioensraces. Eerst op de brommer, later op de motor. In die jaren reed Rob Bron in de 250 cc- en 350 cc-klasse op Kawasaki's van Motorhuis Bruinsma aan de Stadhouderskade, die ook onderdak bood aan het 50 cc-raceteam van Jamathi.
Wat jaren later reed ik zelf in de 350 cc-klasse bij de NMB; dit was een bond die zich had afgesplitst van de KNMV en werd ook de 'wilde' bond genoemd. Wat voor naam deze bond ook had, de organisatie was in mijn ogen gewoon prima.
In 1977 zijn de twee bonden weer tot elkaar gekomen en werden er uitwisselingswedstrijden georganiseerd voor de nationale kampioenschappen. Zelf sleutelden wij, mijn neef Martin van de Voort, Willem Popken en ik, in de werkplaats van Martins Honda-automobielbedrijf in Osdorp. Voor onderdelen ging ik dan weleens bij Rob Bron langs, want die had eigenlijk wel alles in huis, eigenlijk op zolder.
De 'lattenzolder' die je veel aantrof in Amsterdam had Rob omgetoverd tot werkplaats en hij had volgens mij ook de lattenzolders van de buren erbij geregeld. Hier stonden zijn motorfietsen, werkbanken en onderdelen. Tijdens die uitwisselingswedstrijden kwam het voor dat we tegelijkertijd de trainingen reden.

Uitvaartstoet
Een keer op het circuit bij Heerlen stonden we opgesteld voor de training, maar moesten we de baan weer vrij maken voor een uitvaartstoet van een aanwonende van het circuit. Dit duurde nog enige tijd,dus de fietsen weer op de bok gezet, helmen af en pakken naar beneden. Het ontlokte Rob de uitspraak dat de betrokkene mogelijk wel een brave borst was, maar niets met motorrijders op had.

Bezemwagen
Tijdens een training nokte mijn fiets ermee en ik moest wachten op de bezemwagen. Toen die kwam zat deze helemaal vol met motoren en rijders. De heer Bron was er ook bij. Van de chauffeur kreeg ik te horen dat ik maar moest wachten tot na de volgende training. Maar Rob zei: "Hij gaat ook mee, is je versnellingsbak oké? Zet 'm in z'n vrij, dan je voorwiel in de bus en achterwiel op straat." Zo kwamen we thuis. Probleem van mijn fiets was dat een circlips van een gasnaald weg was. Nu hadden we wel het een en ander bij ons, maar niet zo'n klein circlipsje. Geen nood, Rob was in het rennerskwartier en had zo'n circlips. Kost-ie, Rob? Grijns: "Voor Amsterdammers noppes."

Nog een keer Rob Bron in dezelfde race, die werd gewonnen door Wil Hartog. Foto: Jan Witteman

Tribsa
In die jaren werden er ook combinaties van motorblokken en frames gecreëerd. Zo heette een Yamaha motorblok in een Seeley frame een Yamsel en een Triumph motorblok in een BSA frame was een Tribsa. Met al die exotische namen had Rob denk ik niet veel op, want hij schilderde FPT op zijn machine. Toen hem gevraagd werd wat dat voor combinatie was, was het antwoord: "Fluitje Poep Tralala." Enige tijd geleden ben ik nog bij Rob langsgeweest op Zorgvliet, maar vond het jammer dat uit niets blijkt dat daar zo'n kleurrijke Amsterdamse motorsporter ligt. En motorrijden kon hij. Mijn laatste foto's van Rob hierbij zijn tijdens de TT van Assen 1977. Wil Hartog won de wedstrijd en Rob reed als hekkensluiter op een geleende fiets.

Leo Lases
Leo ken ik al van de tijd dat Leo in de Burcht (buurthuis) aan de Jacob van Lennepkade in de wintermaanden op zondagmiddag film draaide voor de buurtjeugd. Later was Leo onze kok bij de fietsvakanties naar Texel. We zaten in een aangepaste schapenboet en Leo kookte voor zo'n 30 tot 40 Amsterdamse hangoren smakelijke en voedzame maaltijden. Tijdens een van die vakanties ontdekte Harry Slinger dat Ajax 1 wel aan hem voorbij zou gaan (zie hiervoor de column van Harry hierover op pagina 3 in deze editie).

Luycks

door Jan Bamert
In 1957 kwam Luycks in Diemen aan de Rijksweg A1 die door Diemen liep. Als je met de NBM-bus kwam moest je uitstappen bij de Sniep. Op 18 januari 1963 brak er brand uit, maar alleen in de kuiperij/timmerwerkplaats.
De technische dienst bleef over, de rest was weg. We (ik werkte er) zijn tijdelijk naar Bertels oliefabriek aan de Omval 50 in Amsterdam geweest. In januari 1964 werd de nieuwe fabriek in gebruik genomen. Er stond een bord langs de weg met daarop 'Hier haalt Abraham zijn mosterd'. In 1980 werd Luycks verkocht aan de Zuid-Hollandse Conservenfabriek in Noord-Brabant.

Drogisterij Streenbergen

door Bep de Hoop-Hermans
Met veel plezier heb ik het verhaal gelezen in de krant van 22 januari van de jongeman uit de Nicolaas Beetsstraat die bij drogisterij Steenbergen mocht helpen in de winkel. Ik heb, door bemiddeling van mijn lieve tante Annie die op de Keizersgracht woonde, bij de zoon van bovengenoemde drogist in de Reestraat gewerkt.

Ik was 14 jaar, het zal in 1955 en 1956 zijn geweest. Ik zat nog op de mulo en kon dus op de vrije woensdag- en zaterdagmiddag komen om een zakcentje bij te verdienen. De werkzaamheden waren ongeveer dezelfde als de jongeman uit genoemd verhaal.
Ik moest een wit schort dragen om mijn kleren te beschermen tegen de oliespetters, want ik moest petroleum oppompen uit een groot vat achter in de winkel. De oliekannen vullen en soms nog meelopen naar het huis van de klant om het daar af te leveren. Maandverband van Nefa inpakken in bruin papier, prijzen en in een speciale kast leggen. De dames wilden in die tijd toch nog niet openlijk met een pak maandverband over straat lopen!
Op zaterdagmiddag werd ik eropuit gestuurd om heerlijk gebak bij banketbakkerij Landzaat op de Rozengracht te kopen, dat was pas echt een feest.
Ook ben ik wel eens naar de vader van de heer Steenbergen geweest in de Nicolaas Beetsstraat, om iets te halen of te brengen.
Op zaterdag na sluitingstijd kreeg ik mijn welverdiende beloning: 5 gulden voor die week. Een heel kapitaal in mijn beleving. Het allerfijnste was dat ik een zak drop mocht vullen om mee naar huis te nemen. Meestal was die zak drop al voor de helft op voor dat ik thuis was. Ook ik heb nu een te hoge bloeddruk, zou dat van die drop komen?

Het Sint Andrieshofje

25

Exterieur van het Sint Andrieshofje (uit de collectie Simon van Blokland).

door Jos en Frits Mol, Adrie de Koning

Ligging en ouderdom
Het Sint Andrieshofje is gelegen aan de Egelantiersgracht 105-141 en is een van de oudste hofjes van Amsterdam, uitgezonderd het Begijnhof. Van dit hofje is het stichtingsjaar niet officieel bekend omdat roomse instellingen verboden waren en geen officiële stichtingsakten bezaten.
In het boek 'Hofjes van Amsterdam' gaat Lopes Cardoso uitgebreid in op de discussie over de ouderdom. Hij redeneert dat het hofje gesticht moet zijn tussen het overlijden van Jeff Gerritsz in november 1614 en het overlijden van Jan Jansz. Oly in juli 1615. Oly was namelijk executeur-testamentair van Gerritsz en tevens bezitter van de grond waarop het hofje is gebouwd. Hij schonk die grond toen hij nog leefde. In het boekje uit 1979 wordt opgeroepen om het nog eens goed uit te zoeken vóór de viering van het 400-jarig bestaan. In 1617 was het gebouw klaar.

Bijzondere kenmerken
De rijke ongehuwde veehouder Ivo Gerritsz. had testamentair laten vastleggen dat zijn nalatenschap aan een hofje moest worden besteed voor 'al sulcke eerlicke arme persoonen'. Jan Jansz. Oly, de neef van Ivo, schonk de benodigde grond waarop het Sint Andrieshofje zou verrijzen. De naam van het hofje komt van de naam van het huis van Jan Jansz. Oly, dat aan de Nieuwendijk was gelegen en In Sint Andries heette.
Een helderblauw betegelde gang leidt naar een binnenplaats, waar zich een 18e-eeuwse waterpomp bevindt. De voorgevel is bijzonder fraai uitgevoerd, drie deuren zijn gekoppeld aan grote ramen en bovenlichten (zie foto exterieur). De middelste deur geeft toegang tot de bovenverdiepingen.

Interieur van de kapel, die helaas verdwenen is, van het Sint Andrieshofje (uit de collectie Simon van Blokland).

Het hofje werd bestuurd door vier regenten, die op een na allemaal familie van de stichter waren. Later werd het bestuur overgenomen door de kinderen van een der regenten. Toen alleen Anna de Magistris, de kleindochter van Jan Jansz. Oly, nog in leven was, stelde zij haar testament op waarin ze bepaalde dat de eindverantwoordelijkheid bij de pastoor van het Begijnhof kwam te liggen, die ook meteen de wekelijkse dienst in de kapel verrichtte. De bewoonsters woonden verplicht de diensten bij en in ruil daarvoor woonden ze gratis, kregen ze ondersteuning in natura en een kleine financiële bijdrage. In de regentenkamer bevonden zich onder andere twee albasten beelden van de H. Andreas en de H. Thomas.
Onderdeel van het hofje was een kapel, in gebruik genomen in 1623, die gewijd was aan Sint Andries. In de gevel stond een vroege 17e-eeuwse gevelsteen met een reliëf van Christus en de tekst 'Vrede sy met U'. Tot de laatste restauratie was deze gevelsteen te zien aan de gracht. De officiële godsdienst in Amsterdam was gereformeerd en daarom mochten katholieke erediensten uitsluitend gehouden worden op plekken die van buitenaf onzichtbaar en onhoorbaar waren. Het Sint Andrieshofje voldeed hieraan. Echter, bij de grote verbouwing van de jaren 80 van de vorige eeuw is de kapel helaas afgebroken en heeft de open plek plaatsgemaakt voor nieuwbouw.

In 2013 bestond het Sint Andrieshofje 400 jaar en dat werd gevierd op 30 november, de feestdag van Sint Andries. Toen werd ook het boek van Annemarie Vels Heijn gepresenteerd (zie verderop). Het eerste exemplaar werd uitgereikt door Wim Eggenkamp aan Boudewijn Oranje en de schrijfster reikte daarna een exemplaar uit aan Corrie Hoogland, die al 30 jaar bewoonster van het hofje was.

Doelstellingen
In het Sint Andrieshofje kregen de arme, oude en katholieke vrouwen gratis wonen en turf, gort en linnen. Ze woonden met zijn tweeën in woninkjes niet groter dan 15 vierkante meter. Er waren oorspronkelijk 36 woningen voor 66 bewoners, later is men overgegaan op één bewoner per woning. Het hofje biedt al meer dan 400 jaar huisvesting aan minderdraagkrachtige vrouwen. Voor bewoning is de leeftijdsgrens tegenwoordig 30 jaar en is de eis van katholiek zijn komen te vervallen.

Toegankelijkheid
Dit hofje is geopend voor het publiek op maandag t/m zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur.

En dan nog dit...
Annemarie Vels Heijn schreef eerder een boek over het Sint Andrieshofje onder de titel: '400 jaar Sint-Andrieshofje in Amsterdam', 2013, uitgever Wormer. Het boek is nog steeds te koop (zie site: begijnhof/winkel).

Hamsteren

De meeste mensen die ik in mijn lange loopbaan bezocht, waren problematische verzamelaars. Ze verzamelden niet alleen veel spullen, maar ook kranten, flessen en huisvuil. En stuk voor stuk waren de bewoners niet in staat afstand van hun verzameling te doen. Een heel bijzondere ontdekking deed ik in de Bankastraat in Amsterdam-Oost. Omwonenden hadden geklaagd over enorme muizenoverlast en ze vermoedden dat hun bovenbuurman die overlast veroorzaakte.

Ik bel aan bij de buurman, die vrijwel meteen voor me opendoet. Hij laat me triomfantelijk zijn kleine tweekamerwoning zien, waar het weliswaar niet erg schoon en netjes is, maar ook geen muis te bekennen valt. Wel hoor ik de beestjes driftig over zijn plafond rennen en zie ik talloze kleine gaatjes waar ze zich doorheen hebben proberen te vreten. Anton, zo heet de man, blijkt nog een zolderkamer te hebben. We lopen naar boven en al op de trap dringt een enorme zeeplucht mijn neusgaten binnen, echt extreem, het overheerst alle andere geuren. Anton maakt zijn zolderkamertje open, draait het lichtknopje aan en ik tuur de ruimte in. Wat ik dan zie had ik in de verste verte niet verwacht. Het grootste gedeelte van de ruimte van ongeveer twintig kubieke meter wordt in beslag genomen door zeep, duizenden pakjes zeep. Allerlei merken en maten. Het meest in het oog lopen de half opengescheurde dozen met Sunlight-zeep. Door de pakjes en dozen zijn flinke muizentunnels gegraven. De verpakkingen hangen er in flarden bij. Een waar muizenparadijs! Gefascineerd neem ik het muizenspektakel in me op. Maar dat is nog niet alles. Een kleiner gedeelte van de ruimte wordt gevuld met, naar ik schat, een paar honderd kleine blauwe busjes butagas. Ik ben met stomheid geslagen en na een poosje vraag ik aan Anton: 'Waarom bewaart u in godsnaam zoveel zeep en butagas op uw zolder? Of is het soms een handeltje?'
Anton antwoordt uiterst serieus: 'Als er oorlog komt, kan ik me tenminste wassen, mét warm water!' Hij kijkt me aan of het de gewoonste zaak van de wereld is. Het woord hamsteren komt onmiddellijk bij me op. Maar de muizenoverlast is groot en de eerste gasflesjes zijn al begonnen te roesten. Het gevaar voor een explosie of brand ligt op de loer. Anton is niet blij als ik hem vertel dat de zolder ontruimd moet worden. Gelukkig voor Anton is er sindsdien geen oorlog geweest.

Fijn wonen aan de Nieuwendammerdijk

De Nieuwendammerdijk.

Tiny Dragt schreef een mooie bijdrage over de Nieuwendammerdijk, naar aanleiding van de vorige raadplaat.

door Tiny Dragt
Wij trouwden in februari 1958 en in die tijd, en nu nog, was een woning moeilijk te krijgen. Kopen was geen optie, want al waren de huizen goedkoop met de ogen van nu gezien, je had gewoon het geld niet en van een hypotheek hadden wij nog nooit gehoord. Er waren wel zogenaamde vrije woningen, meestal heel klein, die buiten het CBH om werden verhuurd, maar ook daar was moeilijk aan te komen. Inwoning was een optie, maar bij wie? Tot een collega van mijn man vertelde dat de zolderverdieping boven zijn woning op de Nieuwendammerdijk leeg kwam, omdat de bewoners een echte woning hadden gekregen. Nou, dat zagen wij wel zitten. We kregen hem op een 'inwoonvergunning' en eigenlijk alleen omdat wij het toilet met de benedenburen moesten delen. We betaalden gewoon de huur (heel goedkoop) aan de particuliere huisbaas. Wij hadden de beschikking over een kamer, keuken, twee slaapkamers en de vliering, alles onder het schuine dak.
De melkboer met melkbussen en de bakker kwamen nog aan de deur. Maar als pasgetrouwd vrouwtje keek ik wel vreemd op toen er een man in jacquet met hoge hoed verscheen en mij iets kwam voorlezen. Het bleek een aanspreker te zijn, nooit van gehoord, die mij liet weten dat er iemand was overleden. Wie? Ik kende daar nog niemand. Dat werd later wel anders. Wij hebben daar acht jaar gewoond en kijken er nog met weemoed op terug.
Onze twee zonen kwamen ter wereld (op een sociale indicatie) in het OLVG (De Mariastichting met nonnen) en in barakkenkamp Zeeburg. We woonden vlak bij de steiger van het Nieuwendammerbootje, waarmee we makkelijk in de stad kwamen. Je had er nog veel winkels. De slagerij van Wirsing, de drogisterij van Dijkman, de slijterij van Van Wees, de fietsenwinkel van Rinus Visser, de elektrazaak van John van Lier, die nog een relatie heeft gehad met Carry Tefsen, een groentewinkel, een smederij, een loodgieter, de manufacturenzaak van Ria (?) de sigaren- annex boekenwinkel van Bob Fiolet en niet te vergeten bakkerij Kroes bij het Sluisje, waar de beroemde duivenkaters werden gebakken. Er was nog een slagerij op de hoek met het Meerpad, ook de zaak van Otto waar je spijkers en verf enz. kon kopen en ook op de hoek van het Meerpad de fa. Hohnekamp, een zaak waar je hout en zo kon kopen. Daar groeide en groeit nog steeds een boom uit de werkplaats.

Gebroeders Kroon
En niet te vergeten de twee zaken van de gebroeders Kroon. Daar zat 's morgens vroeg hun oude vader al voor het huis. Mijn man fietste er langs naar zijn werk. "Dag, meneer Kroon." "Dag, m'n zoon." Leuk, hè? Onze naaste buren waren onder meer de brillenwinkel van De Ruyter, Carry Tefsen, die met haar ouders schuin tegenover ons woonde, en de familie Van der Zee, die met een parlevinkerbootje de schippers afgingen om ze kruidenierswaren enz. te verkopen. Je had je er de Gemeentesecretarie, waar later mijn schoonzuster en onze oudste zoon nog zijn getrouwd. Ook moest je daar het 'pokkenbriefje' van de kinderen laten zien om te bewijzen dat ze ingeënt waren.

Postkantoor
Tegenover slagerij Wirsing had je het postkantoor. Naast het voormalige pakhuis was een klein winkeltje, waar 1x in de maand de mensen in de rij stonden om een staatslot te kopen. Er woonden ook veel artiesten, zoals Ageeth Scherphuis van de televisie en Rudy Falkenhagen. Later kwamen er nog meer, o.a. Ivo de Wijs. Op zaterdag verzamelden de mannen uit de buurt die een auto hadden zich aan de haven om samen aan hun auto's te werken en ze te wassen. Na gedane arbeid kochten ze gezamenlijk wat pilsjes bij Agnes (slijterij Van Wees) waar op woensdagmiddag de jeugd in de huiskamer televisie mocht kijken.
Ook het Vliegenbos was vlakbij, waar ik menig uurtje met mijn kinderen heb doorgebracht. Ook ging ik naar de zandbak bij het Kerkepad, waar de turnvereniging van KDO zat en een bibliotheek.

Orion motorolie

door Fred Klein
Af en toe zijn er weer onderwerpen waar je op reageert omdat het raakvlakken heeft met je verleden. Zo ook nu, en ondanks dat het verhaal zich in Zaandam afspeelt is het misschien toch wel leuk om te plaatsen.
In de rubriek 'De Raadplaat' stond twee edities geleden een foto van Ton Rikkelman van een landelijk straatbeeld in Amsterdam met daarop een afbeelding van een reclamebord met het opschrift 'Orion motorolie'.

De Orion
Ik wist de oplossing niet, maar kan wel meer vertellen over dit reclamebord en dat bedrijf. Omstreeks 1915 liet een zekere Jan van Heyningen aan de Zandvoortselaan een villa bouwen die hij De Orion noemde. Deze villa bestaat nog steeds en zie je aan je rechterhand, net voor je Zandvoort binnenrijdt. Ook hun Lemsteraak heette, hoe kan het ook anders, Orion en had zijn thuishaven rond de jaren 40 aan de Kagerplassen.
In 1894 werd door Jan van Heyningen N.V. Oliebedrijf te Zaandam opgericht waar minerale olieproducten werden vervaardigd en verhandeld. Hij noemde zijn bedrijf Orion en was gehuisvest in de percelen 328 t/m 342 aan de Westzijde nabij de Prins Bernhardbrug (over de Zaan) in Zaandam.

Eigen producten van het bedrijf waren onder meer spenenvet voor het melken van koeien, poetsolie en remvloeistof (aangezien daarbij alcohol werd verwerkt, was er regelmatig douanecontrole in de fabriek). Orion importeerde voorts oliën en vetten uit Amerika die hier in kleinverpakking onder eigen merknaam werden verkocht. Het bedrijf ontwikkelde zich voorspoedig. Omstreeks 1910 werd een fabriek van vier verdiepingen gebouwd, die in 1924 werd uitgebreid.

Gebrek aan opvolging
Door gebrek aan opvolging werd het bedrijf omstreeks 1942 overgenomen door een oom van mij: D.H. Reinders uit Hilversum.
Na de Tweede Wereldoorlog startte mijn neef Geert Reinders, die inmiddels in de zaak was gekomen, de verkoop van benzine onder de merknaam Orion. Het bedrijf ging toen Orion Aardolieproducten Onderneming N.V. heten. Ook Geert Reinders heeft wegens gebrek aan opvolging in 1968 zijn bedrijf verkocht, nu aan Burmah Trading Nederland te Voorburg.
Na verloop van tijd werd de merknaam Orion geïntegreerd in de merknaam Castrol en verdween de merknaam Orion van de markt; de Zaanse oliefabriek werd daarop gesloten. En Zaandam was weer een beeldbepalend bedrijf armer.

Was ze nou maar gewoon naar huis gegaan...

De wachtkamer. Foto: Dolf Dijst

door Maarten de Vries
Op een drukke, zwoele zomeravond, begin jaren tachtig, toen onze voetsurveillance op de Zeedijk er even voor een uurtje op zat, wilde ik met mijn collega het bureau inlopen, toen we een vrouw op de rijbaan van de Warmoesstraat zagen liggen. Ze lag vlak voor het bureau, met opgestroopte rok en met haar benen omhoog. Ze kraamde wartaal uit, doorspekt met de meest gore vloeken en schuttingwoorden.
Ik herkende haar. Niet van naam, maar van gezicht. Het was een hoertje, verslaafd aan de heroïne. Ze was een fervent Zeedijkbezoekster, regelmatig op zoek naar haar dealer. Door de invloed van de heroïne was ze er niet mooier op geworden en na een paar jaar had ze weinig klandizie meer.
Ik boog me over haar heen. Ze zag er nu niet bepaald florissant uit en had zich waarschijnlijk al een paar dagen niet meer gewassen. Ze stonk naar zweet en urine en daarbij was te merken dat ze wat te diep in een glaasje had gekeken. We probeerden haar weer op de been te krijgen, maar ze wilde niet.

Meenemen
Na een paar pogingen leek het ons uiteindelijk het beste om haar maar mee het bureau in te nemen. Vooral omdat haar gedrag en onze pogingen haar weer op de been te helpen het nodige publiek trok. Zo kon ze niet op straat blijven liggen, ook omdat het aantal commentaar leverende toeschouwers steeds groter werd. Dit verstoorde de openbare orde en ook dat dien je als diender te voorkomen.
We liepen met haar naar de deur van het bureau en het bleek dat ze toch niet zo wankel op haar benen stond als ze in eerste instantie voordeed. Toen we het bureau inliepen hoorde ik, nogal hard, mijn naam roepen. Het was mijn groepsbrigadier, die als brigadier-wachtcommandant de lopende zaken regelde.
"De Vries!!!!!!! Wat flik jij nou!! Ik zet dat mens net buiten de deur en nou breng jij haar weer naar binnen. Ik word er gek van! Naar buiten ermee!"

Aangehouden
Het bleek dat ze even daarvoor al door twee collega's was aangehouden voor openbare dronkenschap. Ze had lopen vloeken en schreeuwen op straat en, om het maar eens in ambtelijke termen te zeggen, haar adem riekte naar het inwendig gebruik van alcoholhoudende drank.
Aangekomen aan het bureau bleek haar gestoordheid ernstiger te zijn dan haar dronkenschap. Omdat ze nog redelijk op haar benen kon staan en de dronkenmanscellen al vol waren, werd ze heengezonden. Hierbij kreeg ze het advies naar het nabijgelegen Centraal Station te gaan en de trein te nemen naar haar woonplaats. Haar personalia waren genoteerd en daaruit bleek dat ze in Purmerend woonde.
Maar ze wilde het bureau niet meer verlaten en bleef schreeuwend en tierend in de hal rondhangen. Dit ging de brigadier de keel uit hangen, vooral ook vanwege de drukte die avond en omdat hij vanwege haar geschreeuw nauwelijks meer een fatsoenlijk telefoongesprek kon voeren of een bezoeker aan de balie te woord kon staan. Hij had haar bij haar arm gepakt en buiten de deur gezet. Om toch de gewenste aandacht te krijgen, was ze op straat gaan liggen en vervolgens troffen wij haar aan.
"Naar buiten ermee!!!", riep de brigadier nog eens.
Ik haalde mijn schouders op, trachtte haar weer naar buiten te brengen, maar ze wilde niet. Sterker nog, ze wilde gaan slaan, wapperde agressief met haar handen en weigerde pertinent het bureau te verlaten. "Ik wil koffie." De wachtcommandant wierp me een autosleutel toe. "Centraal Station!!!", riep hij weer. Hij was de drukte zat, dat was te merken.
Ik werd er ook niet vrolijker op en begon het idee te krijgen dat een dronkenmanscel toch een betere optie was. Maar omdat deze al bezet waren en de dagverblijven ook al bevolkt werden door arrestanten zat er niets anders op dan haar een lift naar het station te geven. Ik vond dat ze door de omstandigheden een betere behandeling kreeg dan de meest voor de hand liggende. Ze spartelde hevig tegen, maar uiteindelijk wist ik haar, in samenwerking met mijn collega, in de pitauto te krijgen.

Op de achterbank
We zetten haar op de achterbank, waar ze al tegenspartelend plaatsnam. Ik probeerde haar sussend toe te spreken, maar dat hielp niet. Het feit dat ze dat verrekte kopje koffie niet had gekregen zat haar nogal dwars. Ze bleef agressief. Ik zat achter het stuur en mijn collega zat regelmatig met zijn neus tegen het dashboard omdat ze nogal krachtig tegen de rugleuning van zijn stoel trapte. Uiteindelijk reden we het Stationsplein op. Het was er druk, er liepen veel mensen en her en der zaten straatmuzikanten en stoeptegelschilders die een poging waagden een paar centen te verdienen door de Mona Lisa nogmaals te vereeuwigen tot de eerstvolgende regenbui. "Dit kunnen we niet maken", zei ik tegen m'n collega. "We kunnen haar toch moeilijk uit de auto zetten met al dat publiek erbij. Met haar geschreeuw staat er in een mum van tijd een menigte mensen om ons heen."

We besloten om naar de Oostelijke Onderdoorgang te rijden, een stuk weg die toegang geeft tot de De Ruyterkade, een straat gelegen aan de achterzijde van het Centraal Station. De Oostelijke Onderdoorgang loopt onder een spoorbrug door waarop de spoorlijnen liggen die verbinding hebben met de rest van Nederland, met uitzondering van Noord-Holland. De treinen met bestemming Noord-Holland rijden over de spoorbrug van de Westelijke Onderdoorgang.

Onder de brug was het stil. Niemand te bekennen. Hier konden we haar afzetten zonder de aandacht te trekken en de openbare orde te verstoren. We hoopten dat ze de trein zou nemen naar haar woonplaats. Toch had ik het idee dat we op een 'creepy' manier bezig waren. Maar om nu nog een keer met haar het bureau in te lopen, zou de verhouding met mijn groepsbrigadier toch wel danig verstoren. En een prettige werksfeer is ook nooit weg. Ik bracht de auto tot stilstand en we lieten de dame uitstappen. Ze deed het ook nog en ging direct op het trottoir zitten. Ze bleef schreeuwen, vloeken en met alles wat uitstak aan haar lichaam om zich heen maaien.
We zijn als de bliksem weer in de auto gestapt om weg te rijden, bang dat ze ook weer in zou stappen omdat ze nog steeds dat kopje koffie wilde. Maar we waren te laat. Ze was inmiddels opgestaan en had de ruitenwisser van de achterruit van de auto in een S-bocht gebogen. Hij was niet meer te gebruiken. Tenminste, niet meer voor hetgeen waarvoor hij bestemd was. Mijn humeur zakte naar nul. Nu kon ik ook nog een schaderapportje tikken.
Het lot van deze vrouw bleef me dwarszitten. We reden een rondje. Vijf minuten later zagen we haar lopen in de richting van het station. Met het idee dat het nu wel goed zou komen zijn we met een gerust hart teruggereden naar de Warmoesstraat.
Dit speelde zich af in onze avonddienst en de volgende dag hadden we acht-vier. In de nacht was er een vrouw aan het bureau geweest. Ze had haar arm in het gips en wilde een aanklacht indienen tegen de politie. Ze was in de nacht op nogal hardhandige wijze uit een politieauto gezet en had daarbij haar arm bezeerd.
"Wat hebben jullie met dat mens uitgevreten?", vroeg mijn brigadier. Maar ik had niet het idee dat we haar op een vervelende manier behandeld hadden. Mocht ze haar arm bezeerd hebben, dan was dat tijdens een ander voorval gebeurd.
De zaak werd uitgezocht. Het bleek dat nadat wij haar bij het Centraal Station uit de auto hadden gezet, ze toch nog kans had gezien een café te bezoeken. Daar had ze een consumptie besteld. Toen haar glas leeg was bleek ze niet te kunnen betalen, waarop ze op nogal ruwe wijze door de uitbater het café was uitgezet. Hierbij was ze gevallen en scheldend en schreeuwend op de grond blijven liggen, waarna uiteindelijk de politie en de GGD ter plaatse kwamen.
Was ze nou maar gewoon op de trein gestapt en naar huis gegaan…

'Mijn vader had een hekel aan die kaklui uit Zuid'

voorjaar 1965 - GVB 422 met bijwagen, lijn 16, Dam. Foto: Hans de Haan

Van Jos Wiersema, initiatiefnemer van het Geheugen van de Amsterdamse Tram (www.amsterdamsetrams.nl), hebben we toestemming om artikelen van deze site mee te nemen in de Amsterdamse Krant. Dat geldt ook voor de rubriek van Tom Mulder. We hebben de afgelopen periode al veel verhalen gepubliceerd, met name van echte kenners en 'tramgekken'. De komende periode plaatsen we reacties van enthousiaste lezers van de site die voor lezers van de Amsterdamse Krant ook vaak een feest der herkenning zullen zijn.

Trammetjesgek

05-02-1964 - GVB 433, lijn 2, Nieuwezijds Voorburgwal. Foto: collectie Wim van Ingen
Bijwagen 717 - Havenstraat.
Drie-assers in de remise. Foto: Hans de Haan

door Ron de Koning

Mijn vader was conducteur van 1949 tot 1954. Zijn vaste lijn was lijn 17 met bestuurder Appie v/d Kodde. Ik groeide op in de Orteliusstraat en de Jan Evertsenstraat. Reed in die tijd veel (voor niets) mee en ben nu 75 jaar. Ik heb bij mijn vader op CS nog in de duiventil gezeten en mocht dan wissels bedienen. Ook achter de bok gestaan en zelf de ganghandel bedienend met Appie achter mij staande over de Hoofdweg vanaf de Postjesweg tot het Surinameplein als er geen mens en controleur was te bekennen.

Geschorst
Eens werd mijn vader geschorst. Hij had toen invallende dienst op een bijwagen van lijn 24. Op het Minervaplein kwam een dame snel aan lopen met een brief in de hand om die in de brievenbus van de tram te doen; mijn vader zei toen tegen haar: "Doet u maar rustig aan, stop hem maar in mijn gleuf dan trek ik aan mijn fluit." (bijwagen met dubbeltonige fluit geloof ik).
Dit geintje heeft hem een schorsing bezorgd, want die dame had een klacht ingediend wegens onwelvoeglijk taalgebruik tegen haar.
Mijn vader had de pest aan dat soort kaklui uit Zuid met hun aardappel in de keel. Als ze een kaartje kochten zeiden ze niet 'kaart', maar 'Conducteuuuur, mag ik een kéért van u.'
Het verhaal over de kroketten bij de bestuurder heeft hij ook dikwijls gebruikt, alsook dat als hij op lijn 13 dienst had, hij bij de halte bij de Elizabeth Wolf en Agata Dekenstraat altijd met een besmuikte stem afriep: "Elizabetje met de wolf met gaatje in de deken straat!", aldus mijn vader.
Sindsdien ben ik trammetjesgek.

Een ommetje

door Lammert Huizing
Het was begin jaren 60. Lijn 7 kreeg een nieuw eindpunt: Amstelstation. Op een van die eerste dagen had mijn vader dienst op lijn 7. Het was vreselijk slecht weer, het regende pijpenstelen. Op zeker moment kwam er een oud dametje naar voren.
"Wat een weer hè, meneer de bestuurder."
"Ja mevrouw, zegt u dat wel."
"Bestuurder, ik wil u vragen, ik moet naar het Amstelstation. Wilt u mij alstublieft waarschuwen als ik over moet stappen?"
Mijn vader keek de dame aan en slikte zijn antwoord in. De dame was duidelijk niet op de hoogte van de routewijziging. Hij zei daarom: "Mevrouw, het is zulk slecht weer, je zou nog niet eens je hond naar buiten sturen. Als u mij belooft dat u het niet verder vertelt, dan zal ik u een plezier doen en een ommetje maken via het Amstelstation. Gaat u hier maar vlak achter mij op de bank zitten. Maar echt niet over praten, want anders krijg ik een hoop problemen."
"O bestuurder, wilt u dat doen? Nee hoor, ik zal er met niemand over praten, dit is ons geheimpje."
De dame ging achter mijn vader op de bank zitten en zat tijdens de hele verdere rit te glunderen. Het ontging haar waarschijnlijk dat andere passagiers het helemaal niet vreemd vonden dat de tram een 'ommetje' maakte. Op het Amstelstation aangekomen, stapte mevrouw uit. "Dank u wel hoor bestuurder, dat was heel erg aardig van u. U bent een lieve jongen."
Achteraf heeft mijn vader wel een beetje wroeging gehad over deze grap. Het was zo'n lief oud dametje. Maar zo'n gelegenheid kreeg hij natuurlijk nooit weer.

Naar remise - naar garage

Voor fanatieke hobbyisten is het zo vanzelfsprekend, de remiseverdeling van de tramlijnen. Je 'geeft' een lijn de remise in de buurt van het eindpunt. Het rijdend personeel werd ingedeeld aan de hand van hun adressen. Want dat scheelde kosten en lange reistijden voor het personeel.
Vroeger werd GVB-personeel uitsluitend ingedeeld afhankelijk van de Amsterdamse buurt waar ze woonden. Tegenwoordig komen ze uit Almere of uit de buurt van Hoorn, met alle mogelijke variaties. Dat klinkt heel logisch, maar was het niet altijd. Want wat doet/deed lijn 24 soms in de Lekstraat, terwijl je van de (Olympiaweg) VU naar de Havenstraat kunt/kon lopen? Hetzelfde gold voor de trams van lijn 10. Bijna altijd naar de Havenstraat, maar soms ook naar de Lekstraat. Waarom werden extra wagens voor bijvoorbeeld lijn 13 in de Lekstraat ondergebracht?

Dat gold trouwens ook voor andere lijnen. Weet je nog van de 453 op lijn 17, die helemaal uit de Lekstraat moest komen? Maar de opvallendste andere lijnen waren lijn 2, 7 en 10. Het had ongetwijfeld te maken met de fysieke ruimte, het aantal te stallen trams en het aantal beschikbare personeelsleden.
Maar wat dacht je van de remises voor lijn 12 of 18? Het personeel moest dan helemaal naar de Lekstraat of de Havenstraat, terwijl hun werkgebied in West lag. Maar daar waren de potwagens voor.

Eerst waren dat trams die de bestuurders en conducteurs naar huis brachten of ophaalden. Later werden de pottrams vervangen door potbussen. Ik kan me herinneren dat een losse potdrie-asser in de jaren 50 een keer letterlijk omviel na een aanrijding op de kruising Wibautstraat / Ruyschstraat.

We hebben het hier in dit stukje vanzelfsprekend weer alleen over trams, maar bij de autobussen speelden soms dezelfde grote afstanden tussen de eindpunten en de garages. Vooral toen garage West, die eind jaren 50 in gebruik werd genomen, nog niet operationeel was. Alle bussen, behalve die in Noord, gingen naar de Linnaeusstraat. Ik schrijf hier natuurlijk over een tijd dat autobezit van het GVB-personeel en Nederlanders in het algemeen niet gebruikelijk was.
Tegenwoordig lijken de remises soms parkeergarages, met parkeervakken voor het personeel met voor hen het vriendelijke verzoek hun wagens op een bepaalde tijd niet meer op deze plekken neer te zetten. Wat moeten beide remises Lekstraat en Havenstraat, met al die sporen en de toen veel kleinere tramwagens, een enorme indruk hebben gemaakt toen ze in gebruik werden genomen in vergelijking met het Kwakersplein of de tijdelijke stalruimten voor trams elders in de stad.