De Amsterdamse Krant

24 september 2016

De Amsterdamse Krant 24 september 2016


Herman Olij haalde marathon terug naar Amsterdam

De TCS Amsterdam Marathon vindt plaats op zondag 16 oktober 2016 en daarmee is dit volgens de telling de 41ste editie. Maar ook in de jaren voor 1975 – het jaar dat de eerste Marathon van Amsterdam werd gehouden in het kader van 700 jaar Amsterdam – waren er marathons. Sterker: de allereerste Amsterdamse marathon werd exact honderd jaar geleden gelopen. Een terugblik aan de hand van onder andere ervaringsdeskundigen.

Alle goedbedoelde langeafstandslopen aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw laten we even voor wat ze zijn. De eerste keer dat Amsterdam een échte marathon organiseerde, was in 1916. Start en finish waren in het Sportpark, de voorganger van het Olympisch Stadion. Louwe Huizinga uit Groningen werd eerste.

1928
De beroemdste marathon van Amsterdam was natuurlijk die van 1928 als onderdeel van de Olympische Spelen. Vanuit 23 verschillende landen waren er 69 deelnemers, waarbij de Algerijn Boughera El Ouafi, overigens lopend met een Frans paspoort, de snelste was. De Nederlanders presteerden matig met Henri Landheer als beste op de dertigste plaats.

Jaren 30
In de jaren 30 waren er opvallend veel marathons in Amsterdam, georganiseerd door het tijdschrift Het Leven. Start en finish vonden altijd plaats in het Olympisch Stadion – met 1931 als uitzondering. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam hier een einde aan. De enige keer tot 1975 dat Amsterdam nog een marathon zag, was in 1956 toen het nationaal kampioenschap in de omgeving werd gelopen.

1975
Het initiatief voor de Amsterdamse marathon lag volgens geheugenvannederland.nl én volgens de geschiedschrijving op de officiële site van de TCS Amsterdam Marathon bij Ger van Nesse van AV'23, die in 1974 contact opnam met de gemeente Amsterdam. Nadat hij in november 1974 tot clubvoorzitter werd verkozen begonnen de voorbereidingen, samen met de andere Amsterdamse atletiekverenigingen. De marathon van 1975 zou mooi aansluiten bij de viering van het 700-jarig bestaan van Amsterdam.

Herman Olij
Maar volgens Jan Wijnbergen is niet Van Nesse, maar Herman Olij van AV'23 de grondlegger. En Jan kon het weten, want hij was bij de geboorte. In De Oud-Amsterdammer, de voorloper van de Amsterdamse Krant, vertelde hij: "Mijn kinderen waren lid van AV'23 en Herman kwam met het idee naar me toe op de atletiekbaan bij de Kruislaan. Hij wilde de marathon weer terughalen naar Amsterdam. De vereniging had een aantal leden die al trainden om marathons te lopen en daardoor is het balletje gaan rollen. Want waarom zouden we het succes van 1928 niet herhalen in Amsterdam?"

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat: een mooi soort pleintje

En we hebben weer een mooie raadplaat gevonden van een mooi soort pleintje, of in elk geval een brede straat.
Eerlijk gezegd zijn we hier alweer lange tijd geleden voor het laatst geweest en weten we niet of het er nog zo uitziet als op de foto. Maar we vermoeden van wel.

Enfin, uw inzending kunt u weer mailen naar info@amsterdamsekrant.nl. We kijken ernaar uit.

Metro

Op 14 oktober 1977 nam prinses Beatrix de eerste metrolijn in Amsterdam in gebruik. De bouw van de metro ging zeven jaar (want gestart in 1970) lang gepaard met ellende en veel rellen en ook tijdens de opening kwam het tot een handgemeen met de politie, waarbij 149 actievoerders werden gearresteerd. Dat is dus allemaal 39 jaar terug.
Als u wilt, kunt u uw herinneringen aan of over de metro (welke dan ook) met de lezers delen. Onze adresgegevens vindt u op pagina 3.

Kanshebber Geert Jansen kreeg een deurkruk in zijn rug en viel uit

Amsterdam Marathon in 1983.

Vervolg van voorpagina

Olij en Wijnbergen beseften dat ook andere Amsterdamse atletiekverenigingen nodig zouden zijn en de verenigingen Blauw Wit, Sagitta, ADA, ATOS en Startbaan werden daarom bij de marathon betrokken. "Allemaal zijn ze benaderd om mee te werken aan de organisatie. Ze stemden stuk voor stuk in en vervolgens werden vanuit deze clubs de leden van de organisatiecommissie benoemd."

Enthousiasme
Het idee voor de Amsterdam Marathon werd volgens Jan overal met enthousiasme ontvangen. "We ontvingen uit veel verschillende hoeken hulp. Van de gemeente en toenmalig burgemeester Ivo Samkalden kregen we veel steun, maar het was dan ook goede reclame voor de stad natuurlijk. Het is een hele positieve manier om in het nieuws te komen."

269 wedstrijdlopers
De eerste keer gingen 269 wedstrijdlopers van start, onder wie dertig buitenlanders en drie Nederlandse vrouwen, wat destijds vrij bijzonder was. Om te kijken of de af te leggen afstand exact 42 kilometer en 195 meter was, zette Herman Olij het hele parcours met een loopwieltje uit. Beste Nederlander tijdens de Amsterdam Marathon van 1975 was de Groninger Henk Kalf. Hij finishte in 2:16.53 en verbeterde hiermee het Nederlands record, dat met 2:19.07 in handen was van Aad Steylen.

Hans Kamperdijk
Volgens Henny van der Sluijs was naast Kalf ook Hans Kamperdijk een crack. Zij stuurde ook aan De Oud-Amsterdammer het volgende bericht: "In de jaren 1990 liep bij de Veteranen 3 biljartclubgenoot Hans Kamperdijk. Hij won in zijn klasse elke marathon die hij liep, tot na zijn 75ste verjaardag. Mijn man en ik stonden dan aan de kant in de Van Boshuizenstraat in Buitenveldert waar de marathon destijds ieder jaar langskwam, in afwachting van deze vriendelijke en sportieve veteraan. Meestal had ik een klein flesje isotone drank voor hem, dat hij in het 'voorbijvliegen' aannam zonder stoppen. De dinsdag erna kwam hij dan op de biljartclub met zijn zoveelste 'lintje', waarom wij hem allemaal benijdden en bejubelden natuurlijk. Toen de dokter deze man aanried te stoppen met zo veel hardlopen, ging hij... triatlons doen!"

Een maal in mijn leven
Rob Eijs heeft één keer deelgenomen. "Een maal in mijn leven wilde ik de hele marathon lopen. En als Amsterdammer dan natuurlijk de 42 km en 195 meter van de Amsterdam Marathon. Na een actieve voetbalperiode heb ik mij op het hardlopen gestort."

Geinloop
"Samen met mijn vriend Ko van Raaphorst heb ik vanaf 1983 aan diverse lopen meegedaan, zoals de Geinloop, de Ronde Hoeploop en de Halve Marathon van Amsterdam. Eind '86 ben ik een loopschema gaan volgen uit een hardlooptijdschrift. Ik wilde de hele Marathon van Amsterdam gaan lopen op 10 mei 1987. Ik was toen 48 jaar. Daarbij had ik mij voorgenomen de marathon binnen 3.30 uur te lopen."

Grote dag
"Dan is het zondag 10 mei 1987. Om 13.30 uur op de Dam in hartje Amsterdam starten met duizenden medelopers. Wat een drukte. Ik ben goed te herkennen aan mijn startnummer 3089. Het is een mooi parcours door Amsterdam, Amstelveen, het Amsterdamse Bos en terug naar de Dam. Wat een enthousiaste mensen langs de kant! Je krijgt bijna het idee dat ze allemaal voor jou staan te juichen. Ik probeer een vast tempo aan te houden en mede met de hulp van het publiek moet dat lukken."

Net onder 3.30 uur
"Tegen het eind van de marathon wordt het toch nog spannend en met de finish in zicht gaat enige twijfel toeslaan. Maar het lukt. Met een emotioneel gevoel kom ik over de finish in een tijd van 3 uur, 29 minuten en 56 seconden! Binnen de streeftijd. Wat voelde ik mij geweldig. Ik moet er overigens niet aan denken dat de eindtijd 3.30.01 zou zijn. Als aandenken kreeg ik een medaille met de beeltenis van Theater Carré, 1887-1987. In Het Parool van maandag 11 mei stond: 'Marathon kent vele naamloze overwinnaars'. Gelukkig was ik daar één van."

1976, de tweede keer
Henk Kalf was in die periode in Nederland schier onverslaanbaar op de marathon en in 1976 waren ook alle ogen op hem gericht. Maar Kalf kon het niet waarmaken. "En de omstandigheden in Amsterdam waren slecht", vertelde hij. "Het was ruim dertig graden terwijl het een paar dagen eerder ongeveer twintig graden kouder was." Kalf stapte na twintig kilometer uit. De Belg Karel Lismont won de tweede Amsterdam Marathon in 2:18.48. Ko van der Weijden werd met een vierde plek eerste Nederlander, met een zeer matige 2:31.30.

Grote Nederlander
Joost de Bock liep in 1976, tijdens de tweede Amsterdam Marathon, ook mee en hij weet nog dat de andere 'Grote Nederlander' uit die tijd, Geert Jansen, op een wel heel aparte manier uit de wedstrijd ging. "Vlak bij de deur in de kleedkamer verkleedde Geert Jansen zich. Op een gegeven moment werd de deur opengegooid door een deelnemer en de deurkruk kwam vol in de rug van Geert. Hij kon nog amper lopen en stapte na enkele kilometers al uit de race." De Bock had ook zijn dag niet trouwens. "Ik had al na een paar kilometer een enorme blaar op de hiel die een waar bloedbad in mijn schoen veroorzaakte. En ergens tussen 10 en 15 km werd mij eerst de pas afgesneden door een automobilist die zijn deur opengooide en even later was het een strijd op leven en dood wie eerst een bepaalde afslag mocht nemen: een lijnbus die op het parcours reed of ik. De tijden zijn gelukkig veranderd, want de wegen zijn nu wel goed afgezet."

'Bij kapper Lafeber stonden potten met felgekleurde gel'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of foto's die lezers hebben ingestuurd, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie was de Paardekraalstraat in de Transvaalbuurt.

Pretoriusplein
De Mollen en de Koningen zijn zeer bekend met alles wat zich in Oost heeft afgespeeld en voor hen was het appeltje-eitje. "De raadplaat van deze week is een ansichtkaart van de Paardekraalstraat in Amsterdam-Oost. De Paardekraalstraat ligt tussen de Transvaalkade en het Steve Bikoplein/Pretoriusstraat (het Steve Bikoplein heette vroeger het Pretoriusplein). Aan het einde van de foto zie je rechts de Pretoriusstraat en links het Steve Bikoplein. Op het plein kunnen we ons nog twee zaken herinneren: fotograaf Steggerda en kapper Lafeber (had potten met felgekleurde haargel staan)."
"De Paardekraal- en Pretoriusstraat kregen hun naam in 1904. De naam Pretoriusplein is omgezet in Steve Bikoplein op 21 augustus 1978."

Leuke buurtwinkeltjes
Ook Gielijn Escher doet uiteraard weer mee en voor de zoveelste keer met de goede oplossing. En zoals altijd heeft hij weer een leuke aanvulling: "Het is de Paardekraalstraat gezien vanaf de kruising met de Transvaalstraat, kijkrichting Pretoriusplein, in 1978 omgedoopt tot het huidige Steve Bikoplein."

Een advertentie van slager Stibbe. Beeld: geheugenvanoost.nl
De kruidenier op Paadekraalstraat 8. Foto: Aaltje den Hartog-van den Bosch/geheugenvanoost.nl

Sunlight
"De winkel op de hoek rechts is een van die duizenden leuke kleine buurtwinkeltjes die Amsterdam ooit rijk was, lang voor de almacht van de grote supermarktketens. Het moet een kruidenier zijn geweest, getuige de met een beetje goede wil herkenbare reclame-uitingen op de pui. Het bovenste bord vestigt de aandacht op plantenvet B.U.K. (Bereid Uit Klapper), een product van de reeds lang niet meer bestaande Nederlandsche Plantenboter Fabriek. Het onderste bord is voor Sunlight-zeep, dat tot op de dag van vandaag nog steeds verkrijgbaar is."

Verder niets
"Volgens mij is dit de Paardekraalstraat in de Transvaalbuurt. Verder weet ik er niets over te vertellen, helaas!", schrijft Anneke Huijser.

In het zonnetje
Fred van Riemsdijk heeft ook zijn toetsenbord gepakt: "Naar mijn bescheiden mening is dit een foto van de Paardekraalstraat in Amsterdam-Oost. De foto is genomen vanaf de Transvaalstraat in de richting van de Pretoriusstraat. Ik speelde daar weleens in de buurt als ik bij mijn tante Alie was die in de Transvaalstraat op nummer 46, twee hoog woonde. Je kon daar altijd lekker op het balkon zitten in het zonnetje."

Toneelspeler
"Op het pleintje, laten we het even het Transvaalplein noemen, woonde toen ook een van die toneelspelers die in Potasch en Perlemoer speelde. Ik kan niet zo snel op de naam komen maar hij was nogal stevig en had donker haar." Dat lijkt de redactie een mooie 'huiskamervraag': op wie doelt Fred? Is het Hans Boskamp, die destijds ook voor Ajax speelde? Of misschien Johan Kaart, de man van Caroline Kaart die later Caroline van Hemert zou worden? Wij weten het antwoord niet, misschien u wel.

Nu is er nieuwbouw
Mike Man uit Muiden (zonder de), schrijft het volgende: "De vorige raadplaat heeft mij vele dagen hoofdbrekens gekost én zoekplezier verschaft. Ik vond de oplossing 's morgens 5 september, een paar uur voordat uw nieuwe krant uitkwam! Uw aanduiding 'plein' zette mij volledig op het verkeerde been."
"Deze maal laten mijn jeugdherinneringen mij echter niet in de steek, denk ik. Zoals ik al eens eerder schreef woonden mijn grootouders op de Transvaalkade en ik bracht menig uurtje door in die buurt, al spelend en om boodschappen te doen. Zo haalde ik ook kolen voor mijn opa op de kruising van de Paardekraalstraat en de Transvaalstraat, vanaf de Transvaalkade gezien links op de eerste hoek, waar nu nieuwbouw staat."

Melkboer Bosch
Peter Louw weet ook het goede antwoord en heeft er verder geen mooie verhalen bij. Maar op geheugenvanoost.nl heeft hij die gelukkig wel: "In de Paardekraalstraat, de straat waar ik van 1954 tot 1977 op nummer 2 woonde, had je op nummer 12 een melkboer: Bosch.Onder ons had je een bloemenwinkel van de familie Hout, later van Joop (en Arie) Janszee en tegenover ons kruidenier Wijnberg, later Weco onder leiding van de heer Smit die later boven de winkel ging wonen op de Pretoriusstraat 49."

Kapper Koster
"Onze kapper Koster zat naast fotograaf Steggeda op nummer 46 in de Pretoriusstraat. Op de hoek van de Paardekraalstraat en Pretoriusplein zat Vana, later werd dit een manufacturenwinkel Tio Kra. Later heeft de familie Pops de winkel overgenomen en gebruikte de ruimte als magazijn. Zij stond met haar man op de markt. Op de andere hoek met de Transvaalstraat was een groentenwinkel van de familie Hoppe, later werd dit een pedicure. Daar tegenover een kapper (Lafeber, waar de Mollen en de Koningen aan refereren?). Aan het einde van de straat was er nog een kolenboer en bij de Transvaalkade een naaiatelier."

Niet goed
Er waren ook inzendingen die niet op het goede spoor zaten. Gerard Jansen meent: "De raadplaat van 5 september is volgens mij de Pretoriusstraat in Oost, gezien vanaf de Linnaeusstraat richting het Krugerplein." Dat is dus net niet goed, maar wel gloeiendheet.

Groen van Prinsterer
Bertus Stoeltjes zit in een andere hoek van de stad: "Dit is volgens mij de Groen van Prinstererstraat/hoek Cliffordstraat met op de hoek drogisterij Steeman."

Staatsliedenbuurt
Olaf Horn houdt het op ergens in de Saatsliedenbuurt: "Ik denk dat de raadplaat van de laatste editie (05-09-2016) gemaakt moet zijn in de Staatsliedenbuurt (Van Hallstraat of J.M. Kemperstraat)", terwijl Ab Smienk het houdt bij de Wilhelminastraat of de Veerstraat.

Nieuwe raadplaat

En we hebben weer een mooie raadplaat gevonden van een mooi soort pleintje, of in elk geval een brede straat.
Eerlijk gezegd zijn we hier alweer lange tijd geleden voor het laatst geweest en weten we niet of het er nog zo uitziet als op de foto. Maar we vermoeden van wel.

Enfin, uw inzending kunt u weer mailen naar info@amsterdamsekrant.nl. We kijken ernaar uit.

Wat zat wáár rond de Kromme Admiraal?

De vorige raadplaat was van de Admiraal de Ruijterweg en meer specifiek van het stukje dat toebehoort aan de wijk De Krommert (ook wel De Krommerdt). Deze buurt, en de daarin liggende Krommertstraat, zijn vernoemd naar een bochtige watergang die liep van de Admiralengracht naar de Kostverlorenvaart, evenwijdig aan het eerste deel van de Admiraal de Ruijterweg en de Jan Evertsenstraat. Tot zover een verklaring van de naam. We kregen heel mooie bijdragen over deze raadplaat, maar we hadden er blijkbaar nog een paar tegoed, waaronder een heel uitgebreide van Guus Ruiter. In elk geval weten we nu dat de raadplaat veler harten weer heeft geopend.

door Guus Ruiter

Jammer dat ik de raadplaat niet eerder onder ogen kreeg in verband met vakantie. Van 1943 tot 1967 woonde ik in de Witte de Withstraat 182 III boven de groentewinkel van Van Dijk. Ik heb dus mijn hele jeugd bewust in deze buurt doorgebracht. Voor alle schrijvers van een reactie plak ik een verhaal aan mijn reactie dat ik enkele jaren geleden schreef en waarvan de eerste helft al een keer door de redactie van de Amsterdamse krant is geplaatst. Nu voor de liefhebber het hele verhaal: Wat zat wáár rond de Kromme Admiraal?

Wegwerkzaamheden op het kruispunt bij de Krommert.

Autoracebaan
Komende vanuit de richting Rozengracht en de de Clercqstraat nader je de Wiegbrug. Vóór de Wiegbrug rechts op de Kostverlorenkade bevond zich het 'grote' postkantoor in een gebouw in Amsterdamse Schoolstijl. Hier kocht ik op de dag van uitgifte de postzegels voor mijn postzegelverzameling (die ik overigens jaren later tot mijn spijt verkocht om er een autoracebaan van FALLER voor te kopen). Over de Wiegbrug stond rechts op de hoek van de Willem de Zwijgerlaan een voor die tijd groot appartementencomplex met de naam Oranjehof. Vanwege het grote percentage ongehuwde dames als bewoonster ook wel de 'hunkerbunker' genoemd. Op de begane grond van het gebouw bevond zich de Openbare Bibliotheek.

Wiegbrug
Over de Wiegbrug aan de linkerkant bevindt zich een blok huizen tot aan het Slatuinenpad. Voor zover ik mij kan herinneren, zaten hier onder andere een hoedenzaak en een lampenwinkel, maar zeker het touringcarbedrijf van POOL. De bus(sen) stonden wanneer ze niet op pad waren voor de deur. Meer dan twee touringcars hadden ze volgens mij niet.
Met een bus van deze firma maakte ik halverwege de jaren 50 mijn eerste buitenlandse trip, een korte vakantie naar Oberlahnstein in Duitsland. Mijn ouders zijn later nog wel vaker met deze firma op vakantie geweest.

Dirk Schnabel
Verderop staat een vrijstaand pand waarin zich de clichémakerij van Dirk Schnabel bevindt. Ik herinner mij dit als een statig pand dat op die plek duidelijk uit de toon valt. Op de hoek van het Slatuinenpad staat een kort blok huizen, waarin zich een café-restaurant bevond. Het blok heeft een grote blinde muur op de hoek waarop een enorm reclamebord is bevestigd van Heineken. De arm van een ober die een dienblad met een glas bier torst, stond erop afgebeeld en de slogan 'Heerlijk helder Heineken'. Even verderop, dus eigenlijk om de hoek van het hiervoor beschreven blok huizen, zit een serie winkels waarvan ik mij de volgende nog kan herinneren: een kapsalon die, in mijn herinnering, eigendom was van Bob Bonte, een in die tijd bekende zwemmer in zijn nadagen. In hetzelfde rijtje, tot aan de Chasséstraat, zaten verder nog de elektra- en huishoudelijke-apparatenwinkel van Bruco (zie ook de foto's daarvan op de website verbaarsjes.nl), de fotozaak van Bokma, een banketbakker waarvan ik de naam vergeten ben, hoewel er iemand werkte die ik kende, een melkwinkel en niet te vergeten de schoenenzaak van Reijnen. Deze zaak verkocht de wat duurdere damesschoenen, merk Forma Natura. Voor heren- en jongensschoenen gingen we een eindje verderop naar Trommelen in de Jan Evertsenstraat.

Dokter Debrot
Aan de overkant van de Admiraal de Ruyterweg zat op de hoek van de Willem de Zwijgerlaan volgens mij ook een kroeg en tot aan de Reinier Claeszenstraat nog een paar winkels die ik mij niet meer voor de geest kan halen, ik dacht dat er ook een slager bij was. In dit laatste stukje Reinier Claeszenstraat was volgens mij ook de praktijk van dokter Debrot. Hij had hier tijdens de Tweede Wereldoorlog een huisartsenpraktijk. Later is hij meer bekend geworden als schrijver Cola Debrot en als gevolmachtigd minister en later gouverneur van de Nederlandse Antillen.

Senefelder
Op de andere hoek van de Reinier Claeszenstraat en de Admiraal de Ruyterweg was een monumentaal pand waarin de drukkerij van de firma Senefelder was gevestigd. Menigmaal heb ik met opperste verbazing staan kijken wanneer een hijskraan weer eens een, in mijn ogen immense, drukpers naar binnen hees. Daarvoor moest zelfs een deel van de pui verwijderd worden! En dat maakte enorme indruk op mij. Voor zover ik weet is de firma Senefelder naar Purmerend verhuisd en zit er momenteel een filiaal van Dirk van den Broek in het pand.

Pianohandel
Even verderop aan deze kant zat een piano- en vleugelhandel, terwijl ik mij ook nog ter hoogte van de tramhalte van lijn 13 de boekhandel van Van der Vegte kan herinneren. De zaak werd gedreven door een klein morsig mannetje dat ook ouderling was in de Jeruzalemkerk. Het was hét adres voor de aanschaf van Bijbels en psalm- en gezangenboekjes.

Herenmodezaak
Terug naar de linkerkant van de Admiraal (komend uit de richting van het centrum) krijg je vervolgens het blok tussen de Chasséstraat en de Van Speijkstraat. Op de hoek zat een herenmodezaak waarvan ik de naam niet meer weet. Verderop aan deze kant in de Chasséstraat zat de warme bakker Van Zijl, die nog een knecht in dienst had die met een bakkerskar de wijk in trok om brood te venten. Hij kwam bij ons thuis met een rechthoekige rieten mand onder zijn arm waarin zich een assortiment brood bevond, waarvan hij vermoedde dat het aan de wens van de klant zou voldoen.

Terug naar de Admiraal. Naast de eerdergenoemde herenmodezaak zat ijzerhandel de Vijl. Deze winkel in gereedschappen en spijkers en schroeven is tot op de dag van vandaag nog steeds gevestigd op nr. 65!

Banketbakker
Verder herinner ik me in dit rijtje nog een banketbakker, later een filiaal van Hoeve, een filiaal van De Gruyter en in een mooi dubbel pand de Twentsche Bank, met tralies voor de ramen! Na het opheffen van het bankfiliaal kwam in het linkerdeel een wasserette en in het rechterdeel een lederwarenzaak. Hier kocht ik het eerste cadeautje voor mijn toenmalige vriendinnetje (nu mijn vrouw) n.l. een rode paraplu.

Albert Heijn
Aan het einde van het rijtje zat op de hoek met de Van Speijkstraat een bedieningsfiliaal van Albert Heijn, dit in tegenstelling tot de zaak van De Gruijter, die toen al een zelfbedieningswinkel was. Later werd ook deze Albert Heijn een zelfbedieningswinkel. Aan de kant van Albert Heijn zat in de Van Speijkstraat, 2 huizen van de hoek, de (heren)kapperszaak van het echtpaar Scheermeier. Zij dreven hun zaak in de woonkamer van een regulier woonhuis op de begane grond.

Hand- en spandiensten
De vrouw van de kapper verleende hand- en spandiensten, zoals het inzepen van de scheerklanten en het bij elkaar vegen van de afgeknipte haren, die dan verdwenen in een luikje in de vloer dat aan een touwtje werd opengetrokken. Als een klant afrekende en een fooitje gaf dan riep Scheermeier: "Annie pot!!!", waarna Annie dan repliceerde met: "Dank u wel, meneer!". Hieraan ontleende de kapper dan ook zijn bijnaam Annie Pot.

Lees verder op de volgende pagina.

'Tandarts Hondius deed zijn naam volgens m'n schoonmoeder eer aan'

Vervolg van pagina 4

Winkel van Grol
Tegenover Albert Heijn op de andere hoek van de Van Speijkstraat en de Jan Evertsenstraat was de winkel van Grol. Hier verkocht men alles wat met textiel te maken had. Van sokken tot sjaals en van breiwol tot bh's. Het trottoir op deze hoek was tamelijk breed, zodat het mogelijk was dat voor de deur van Grol een bloemenman zijn nering dreef. Tegen de kerst verkocht hij ook kerstbomen, wat tot gevolg had dat in die tijd de doorgang voor de voetgangers soms erg beperkt was. Als je aan de kant van Grol de Van Speijkstraat inloopt, zat er naast Grol een banketbakker waarvan de naam me niet te binnen wil schieten. Links in het pand was de ingang van de winkel in een soort portiek met twee of drie treetjes vanaf de straat. Aan de rechterkant van de winkel was een deel van de bakkerij met een groot schuifraam aan de straat. 's Zomers ging het schuifraam open en werd er vanuit de bakkerij ijs verkocht.

Soort drogisterij
Even verderop was een soort drogisterij die ook losse petroleum verkocht. Binnen naast de voordeur stond een heuse oliedrum met een soort pomp erop. Door een soort handel heen en weer te bewegen werd een glazen meetcilinder gevuld met de gewenste hoeveelheid olie, die daarna met een slang met kraantje werd geleegd in het meegebrachte oliekannetje. Nog verderop zat in mijn beleving een winkel in nuttige handwerken. Mijn moeder liet daar zelfgemaakte zakdoekjes zoals dat heette 'ajouren'. Dat was het met een soort borduursteek afwerken van de randjes.

Aardappelhandel
Tussen de banketbakkerij en de drogisterij zat een aardappelhandel. Deze verkocht ook blikgroenten, die stonden uitgestald op een enigszins verhoogde etalage. Omdat wij boven de groentewinkel van Van Dijk in de Witte de Withstraat woonden, kwamen wij nooit in deze zaak. Er waren nog meer winkelpandjes aan deze kant van de straat, maar welke dat waren weet ik niet zeker meer. Mij staat bij dat het o.a. een fietsenmaker en een autorijschool waren, maar zeker weten doe ik dat niet.

Van der Vegte
Nu moet ik een keuze maken, of de Jan Evertsenstraat in of de Admiraal de Ruijterweg blijven volgen. Ik kies voor het laatste en ga dan bij de tramhalte weer naar de overkant en pak de draad op bij boekhandel Van der Vegte.

Naast, of bijna naast Van der Vegte zat een filiaal van de Amsterdamsche Bank en daar weer naast was de huisartsenpraktijk van dokter Sajet. Als laatste in het rijtje stond een monumentaal vrijstaand woonhuis en daarnaast was de (later gedempte en tot achtertuinen gepromoveerde) prutsloot die de Krommerdt zijn naam verleende. De sloot liep aan de overkant van de Admiraal de Ruyterweg door tot aan de Cornelis Dirkszstraat. Later zou op het grootste deel van de gedempte sloot het nieuwe gebouw van het ATZ worden gebouwd.

Tandarts
De tandarts zat tot die tijd in een benedenhuis op de hoek van de Krommertstraat en de Cornelis Dirkszstraat, naast de St. Leoschool, tegenover het Sportfondsenbad en ook tegenover de zijkant (met nooduitgangen) van het West-end theater. Een van de tandartsen die hier praktijk hield heette Hondius. Volgens mijn schoonmoeder, die bij hem onder behandeling was, deed hij zijn naam eer aan!

Simon de Wit
In het blok huizen tussen de Jan Evertsenstraat en het restant van de Krommerdt tot aan de prutsloot kan ik me de volgende winkels herinneren: op de hoek zat een filiaal van kruidenier Van Amerongen (later VANA, nog later overgegaan in Simon de Wit en uiteindelijk opgeslokt door Albert Heijn). Daarnaast zat de in de hele buurt bekende sigarenzaak van Kersten. De zaak dankte zijn bekendheid aan de voor die tijd ongekende hoeveelheid sigaren- en sigarettenautomaten die waren opgehangen aan een soort fors uitgevallen railsysteem. Overdag hingen de automaten binnen in de zaak. 's Avonds en in het weekend werden de automaten naarbuiten 'gereden' en ging de winkel op slot. Kennelijk gepensioneerde mannetjes stonden bij de automaten op wacht om de klanten behulpzaam te zijn bij het wisselen van geld en het 'trekken' van de pakjes rookwaar. Grote publiekstrekker bij Kersten waren de grote schoolborden buiten, waar 's zondags de voetbaluitslagen werden genoteerd door de 'wisselman', die geld wisselde en behulpzaam was bij het trekken van het pakje sigaretten in de hoop er een fooitje aan over te houden.

Drommen mensen
Letterlijk drommen mensen stonden aan het eind van de middag bij Kersten voor de deur. Naast Kersten zat de zaak van P. van Vliet, in comestibles en fijne vleeswaren. Zij hadden het agentschap van NOAC, een firma die in fijne vleeswaren handelde en zelf ook winkels had in Amsterdam, o.a. op de Willemsparkweg. Als ik bij hoge uitzondering (ze waren voor die tijd exclusief én duur) voor mijn moeder een (half) onsje vleeswaren bij Van Vliet mocht halen, dan kreeg ik altijd een stukje worst of iets dergelijks omdat een oom van mij, die vertegenwoordiger was bij NOAC, bij hen in de zaak kwam.

Hoedenwinkel
Vervolgens had je nog een paar winkels die ik me niet allemaal meer herinner, maar er was volgens mij een hoedenwinkel bij en er was een pand bij waarvan ik niet meer weet wat er eerst in zat, maar wat in mijn tijd zeer modern verbouwd werd tot agentschap van Het Parool. Hier kwamen dagelijks de vele krantenjongens hun portie kranten ophalen om die in de wijken te verspreiden. Als laatste zat op het rijtje, op de hoek van de prutsloot, de horlogerie van Engwersen. Ze verkochten klokken, horloges en sieraden. De zaak werd gedreven door een oude moeder en haar, kennelijk niet getrouwde, zoon. Ze hadden ook een klein zaakje in een zijstraat van het Damrak tegenover de Beurs van Berlage.

Glazen wijzerplaat
Het meest markant aan deze zaak was dat ze in de etalage een klok hadden staan met een glazen wijzerplaat waarop je alleen de wijzers en de cijfers kon ontwaren. Van enig uurwerk was ogenschijnlijk geen sprake en toch liep de klok. Voor ons was dat een waar wereldwonder. Volgens mij is de zaak verkocht nadat de moeder was overleden. De nieuwe eigenaar heette volgens mij Groenier.

Verlovingscadeau
Bij Engwersen kocht ik het verlovingscadeau voor mijn vrouw. Het was een zilveren beugeltje aan een kettinkje met daarin een rond schildje dat in het beugeltje kon ronddraaien als je ertegen blies. Op beide zijden van het schildje stond de helft van een tekst. Als het schildje snel ronddraaide kon je de volledige tekst lezen, terwijl de afzonderlijke zijden een soort abracadabra waren. De volledige tekst was: I love you. Commentaar van de verkoper, ik zal het nooit vergeten: "Nu zeg je ik vreet je op, over 25 jaar denk je, had ik het maar gedaan." Jammer voor hem, maar we zijn na meer dan 40 jaar nog steeds bij elkaar!

Volendammer visboer
Nu weer naar de overkant. Tussen de prutsloot en de Maarten Harpertszoon Trompstraat kan ik me nog maar één winkel herinneren (meer zaten er volgens mij ook niet in dat korte stukje) en dat is de Volendammer visboer op de hoek. Op de andere hoek zat een slijterij met daarboven op de eerste verdieping een kapsalon. Ook was ter hoogte van dit pand een halte van de Kikker en de Haarlemse tram. Aan deze kant, iets verder, zat in een omgebouwd woonhuis fietsenmaker Van Vliet. Volgens mij in de grijze oudheid een wielercoryfee. Hij repareerde fietsen, maar meer nog knutselde hij, op bestelling, nieuwe (race)fietsen in elkaar van het merk RIH, destijds een gekend merk, zoals de Belgen dat noemen, in de Tour de France.

Lees verder op de volgende pagina.

'De Krommert is voor mij vakantieschool 'Licht en Lucht'

Snackbar Marja zat er al in de jaren 80.

Vervolg van pagina 5

Voor de rest had je in de huizenrij tot aan de Jan van Galenstraat volgens mij nog maar één markant gebouw en dat was Westerwijk, het wijkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk. Hier speelden zich veel jeugdactiviteiten af, clubs e.d en er werden op zondag kerkdiensten gehouden. Ook zat op dat rijtje de huisartspraktijk van dokter Merkus.

En snackbar Marja zit er nog steeds.

Drogisterij de Krommerdt, met dt
Weer terug naar de westzijde en dan aan de overkant van de prutsloot. Hier op de 'hoek' zat de brood- en banketbakkerij van Houtman, in mijn herinnering een filiaal van een bakkerij van Houtman elders in de stad. Even verderop op nummer 109 zat, en zit nog steeds, apotheek de Krommerdt (met dt). Weer een aantal huizen verder op nummer 125 woonde meester Van der Hoef, het hoofd van de Admiraal de Ruijterschool in de Bestevaerstraat. Naar ik mij herinner vóór (maar het kan ook ná) de apotheek was ook een speelgoedwinkel gevestigd. Samen met mijn vader kocht ik hier van mijn eerste gespaarde zakgeld de Dinkey Toy waar ik zo vaak verlekkerd naar had staan kijken. Het was een vrachtwagen van Bedford met vlakke open laadbak (ik heb hem nog steeds in mijn bezit).

Henk Vonhoff
Voor zover ik me kan herinneren zaten er verder in het blok geen winkels meer, behalve aan het einde, op de hoek van de Jan van Galenstraat, daar zat drogisterij/parfumerie de Ruijter. Aan deze kant van de De Ruijterweg, tot aan de Bos en Lommerweg, kan ik mij geen winkels meer herinneren. Wel weet ik nog dat aan deze kant ergens in een benedenhuis het advocatenkantoor van Vonhoff gevestigd was. Uit dit gezin kwam (de latere VVD-coryfee) Henk Vonhoff. Daarvoor had de familie in de Pieter van der Doesstraat gewoond, in het stuk tussen het poortje naar de Jan van Galenstraat en de Admiralengracht.

Politiebureau
Tussen de Jan van Galenstraat en de Reinaert de Vosstraat was de Roelantstraat waar het Kerkelijk Bureau van de Nederlands Hervormde Kerk gevestigd was. Ergens in deze huizenrijen had dokter Schoen zijn praktijk, zijn dochter Marja zat bij mijn vrouw in de klas. In het blok aan de overkant van de De Ruijterweg, tussen de De Rijpstraat en de Karel Doormanweg zat het politiebureau, waar ik nog eens een gevonden portemonnee van mijn ouders moest aangeven. In dit blok zat ook de winkel in elektrische apparaten annex installatiebureau, van Van Lodensteijn.

Wereldbibliotheek
De dochter van deze neringdoende zat bij mij in de klas op de Admiraal de Ruijterschool. Van wat verderop zat, rond en voorbij de Bos en Lommerweg, kan ik mij weinig herinneren. Voor ons kinderen was dat ook al een heel eind weg! Wel weet ik nog dat helemaal aan het eind, vlak bij Sloterdijk, het losstaande gebouw van de Wereldbibliotheek stond.

Als ik weer terugga naar de oostkant kan ik mij nog herinneren de speelgoedwinkel van Boon, natuurlijk de RK Franciscus van Assisikerk (bijgenaamd de Boompjes), een garagebedrijf en aan het einde op de hoek van de Haarlemmerweg café-restaurant het Regthuys. Mijn ouders vierden hier hun 40-jarig huwelijksfeest.

RK-snuisterijen
Tegenover de RK kerk kan mijn vrouw zich nog een winkel herinneren die allerlei RK-snuisterijen verkocht. Van Maria- en heiligenbeeldjes tot missaals en gedecoreerde kaarsen.

De Adm. de Ruyterweg eindigt bij de Haarlemmerweg. Linksaf ging je richting Halfweg, Haarlem en Zandvoort. Op warme zondagen legde je, als je naar het strand wilde, deze route op de fiets af. Rechtsaf ging je richting centrum. Omdat het ATZ-gebouw er nog niet was, moest ik altijd met lood in mijn schoenen naar de tandarts, die zitting had in een gebouwtje in het Westerpark. Als je daar naartoe reed onderging je een kakofonie van geuren.

Boldoot
Eerst had je aan je linkerhand de fabriek van Boldoot, dan aan de rechterkant de crackerfabriek van Patria, vervolgens een indrukwekkende molen, dan de Maggifabriek en als laatste aan de linkerkant de markante Westergasfabriek. Een dergelijk scala aan geuren binnen een dergelijk kort tijdsbestek heb ik in de rest van mijn leven nooit meer meegemaakt.

Senefelder

door Hans Evers
Ik ken de Krommert goed, want mijn vader werkte als vrachtwagenchauffeur bij Drukkerij Senefelder en op woensdagmiddag fietste ik er naartoe in de hoop dat hij een ritje had zodat ik mee mocht rijden. Ook fietste ik erlangs naar het Lelylyceum op de Keizersgracht. Voor de tram hadden we geen geld en bijna iedereen deed bijna alles op de fiets. En wij fietsten er natuurlijk voorbij als we naar de stad reden.
In Wikipedia staat een artikel over de Krommert. Er was vroeger een kronkelig slootje tussen de Admiralengracht en de Adm. de Ruijterweg, vandaar de naam Krommert. Ik herkende de Krommert op het raadplaatje niet. Naar mijn idee was het allemaal veel smaller en de Krommert had niets van een plein. In de bocht voor de versmalling was links een snackbar die Marja heette en nog zo heet. De straat onder de poort daar heet Krommertstraat, wat ik nu pas te weten kwam.

Bioscoop
Op het smalle stuk van de Jan Evertsenstraat was een bioscoop, zo ongeveer daar waar de Witte de Withstraat in de Jan Evertsenstraat uitmondde. Daarna was er aan de rechterkant, nog voor de Van Speijkstraat, een winkel voor huishoudartikelen, Peereboom genaamd. Op de Adm. de Ruijterweg was links een bank, de Amsterdamsche Bank. Ik deed een keer vakantiehulp bij Drukkerij Senefelder op kantoor en daar kwam vaak post in een blanco envelop met alleen Adm. de Ruijterweg 88 op de achterkant. Dat waren dus afschriften van die bank.
De tuin tussen de Adm. de Ruijterweg en de M.H. Trompstraat was er nog toen ik vaak bij Senefelder vertoefde.
Het gebouw helemaal aan het eind op de foto zou de Oranjehof kunnen zijn. Die ligt bij de Wiegbrug vlak voor de Baarsjes en daarin bevond zich op de begane grond een filiaal van de Openbare Bibliotheek. Daar ben ik niet vaak geweest, want op mijn dertiende verhuisden we van de Van Spilbergenstraat naar Slotermeer.
Ik kende veel mensen bij Senefelder. Die zijn ondertussen allemaal overleden. Op internet vond ik een artikel over een brand bij Senefelder. Ik heb uitgebreid met de auteur, die daar een tijdje gewerkt heeft, over Senefelder gecorrespondeerd. De drukkerij bevond zich van 1896 tot 1910 aan de Looiersgracht en werkte daar met de steendruktechniek volgens Alois Senefelder. Op 1 januari opende de drukkerij een nieuw, zelfgebouwd gebouw dat toen nog in een weiland in het westen van Amsterdam stond en wat later de Adm. de Ruijterweg 56 zou worden. De stenen voor de steendruk waren dikke plakken waarop het druksel geëtst werd. Die stenen werden na gebruik voor hergebruik geslepen in een schudmachine met metalen kogeltjes. In de kelder waren rond 1955 nog een paar exemplaren van die stenen. Senefelder was allang overgestapt op de offsettechniek. In de machinezaal op de eerste verdieping stond een grote vierkleurendrukoffsetmachine van Roland. Plaats voor uitbreiding was er niet, daarom is de drukkerij later verhuisd naar Purmerend.

Vakantieschool Licht en Lucht

door Leo Lases
Als ik het woord Krommert hoor, moet ik altijd terugdenken aan de jaren 50 dat ik op de vakantieschool Licht en Lucht van de St. Vincentiuskerk Jacob van Lennepkade naar een opgespoten zandlandje op Sloterdijk ging waar een grote tent stond. We gingen in die tijd met de tram (zie bijgeleverde foto) van de Kinkerstraat via de Witte de Withstraat naar de Admiraal de Ruijterweg. Op de tram was ook een achterbalkon met een half hekje, dan konden we lekker ons hoofd naar buiten steken. Maar nu komt het: precies in het midden van de Krommert stond een paal en voor diegenen die dat wisten was het een sport om zo lang mogelijk te wachten met je hoofd naar binnen te trekken. Het is weleens misgegaan, met gevolg een dikke buil op je kop.
Als ik mij goed herinner was op de Admiraal de Ruijterweg een vrije trambaan en het treintje naar Zandvoort en de rails lagen in het grove grind.

Het Weduwenhofje en het P.W. Janssenhofje

37

Herplaatsing van het borstbeeld van filantroop P.W. Janssen op het Bellamyplein. Foto: Ben Merk

door Adrie de Koning en Jos en Frits Mol

We beginnen langzamerhand het eind van de serie over de Amsterdamse hofjes te naderen. Niet dat we ze nu allemaal al behandeld hebben, maar de meest interessante in de binnenstad en de Jordaan toch wel. Toch hebben we deze editie nog een aflevering, met het Weduwenhofje (Hugo de Groothofje) en P.W. Janssenhofje.

Weduwenhofje (Hugo de Groothofje)
Dit hofje, waarvan de vroegere naam Weduwenhofje was, staat in de Eerste Hugo de Grootstraat 13/hoek Van Oldenbarneveldtstraat en is van architect Langhout.

Het Weduwenhofje.

Het hofje dateert uit 1882. Toen werd het gebouwd in opdracht van de Diaconie van de Nederlands Hervormde Gemeente. Het hofje moest plaats bieden aan maar liefst 40 weduwen en 100 kinderen. Bij het hofje kwam ook een kleuterschool.

Het hofje stond onder het strenge gezag van het bestuur van de Weduwenstichting en onder dagelijks toezicht van een huismeester. Er waren strenge regels voor de bewoners, maar zij werden ook daadwerkelijk gesteund. Nadat het aantal kinderen afnam en zelfs helemaal verdween en de bewoners vergrijsden, werden begin tachtiger jaren van de vorige eeuw de woningen gerenoveerd en het bestuur opgeheven. Het is nu een complex met gewone huurwoningen.

P.W. Janssenhofje
Het hofje is vernoemd naar een van oorsprong Duitse tabakshandelaar, P.W. Janssen (1812-1903), die oprichter en directeur was van de Deli-maatschappij. Dat leverde hem veel kapitaal op. Hij besloot een deel van zijn verworven rijkdom ter beschikking te stellen aan goede doelen. Daarvoor richtte hij onder andere de Nederlands-Duitsche Stichting op, die in 1894 het hofje in neorenaissancestijl in de Da Costastraat liet bouwen met als architect Willem Hamer, die ook lid was van deze stichting. Het complex bestaat uit een fraai, apartstaand gebouw op nummer 38 - oorspronkelijk woonde daar de beheerder en was daar de regentenkamer - met eromheen een binnenplaats met tuinen, waaraan in U-vorm 14 woonhuizen met 3 verdiepingen met in totaal 56 woningen zijn gelegen. Later is ook nog het archief van het Bureau Monumentenzorg in het hof gevestigd geweest.

Het hofje was bestemd voor mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien. De helft van de bewoners, bij voorkeur bejaarden, moesten Nederlanders zijn en de andere helft Duitsers. Geslacht of geloof maakten niet uit. Het merendeel van de woningen werd gratis ter beschikking gesteld aan deze mensen. Daarnaast werd een aantal woningen verhuurd, om zo inkomsten te verkrijgen om het onderhoud te kunnen betalen.

Er golden voor de bewoners strenge regels, die waren vastgelegd in een Hausordnung (huisreglement). Overtredingen werden vastgelegd in een 'Zondenregister'. Na de Tweede wereldoorlog werd het Duitse karakter losgelaten en werd ook de kosteloze bewoning beëindigd.

In 1977 en 2009 vonden er renovaties plaats. De Algemene Woningbouwvereniging is sinds 1991 eigenaar. Tegenwoordig wonen er in dit gemeentelijk monument nog steeds voornamelijk ouderen.

Een uit 1907 daterend borstbeeld van de filantroop P.W. Janssen staat nog op het Bellamyplein in het plantsoen bij de ingang van De Hallen.

Poppenkast

Herman was een onopvallende veertiger. Voor iemand die bij Stadsreiniging werkte - hij was vuilnisman - was hij aan de schriele kant. Herman zei niet veel en zijn collega's wisten weinig over hem. Wat er wel bekend over hem was, is dat hij in de Bataviastraat woonde, in een nieuwbouwflat. En dat hij soms iets van de straat mee naar huis sleepte; een fietsframe, een kastje, kleding en andere prullaria.

Op een ochtend in het voorjaar van 1989 meldden onderburen van Herman een forse lekkage. Ze hadden bij Herman aangebeld, maar die gaf geen sjoege. Toen ik het aan het eind van de middag probeerde had ik meer geluk. Herman deed meteen open, maar na één blik in de woning dacht ik: daar gaan we weer! Al bij de voordeur lag de troep flink opgestapeld. Ik kreeg toestemming om over een vuilnisbelt van pakweg twee meter hoog te kruipen om de boel te inspecteren. En vond de oorzaak snel. In de keuken lag de spoelbak vol vieze vaat. Een sijpelende kraan zorgde ervoor dat het water over de rand gulpte.

Ik keek Herman streng aan, maar die haalde zijn schouders op en mompelde: "O sorry, dat had ik niet gezien." Ik kroop verder door de woning. In de woonkamer - of iets wat daarop leek - kreeg ik de schik van mijn leven: plotseling stond ik oog in oog met tientallen poppen. En niet van die kleintjes! Het waren etalagepoppen en van die aankleedpoppen die je op de kermis ziet. Alle poppen droegen een blonde pruik.

Maar dat was nog niet alles. Op iedere klok - en daar had Herman er veel van - was een foto van een bekende blonde tv-presentatrice geplakt. Een bizar gezicht. Ik vroeg Herman wat dat te betekenen had, maar van zijn antwoord werd ik niet veel wijzer: "Gewoon, ik houd van blond." Dit is iets voor de hulpverlening, dacht ik. Vanzelfsprekend moest ik de woning laten opruimen. Dat vond Herman geen enkel probleem, als hij maar zelf mocht helpen. Zo gezegd, zo gedaan. Tijdens het opruimen, samen met mijn collega's, zette Herman zijn lievelingsmuziek op: van Frans Bauer en Marianne Weber. Ik vond het vreselijk, maar om de goede sfeer te bewaren speelden we het spel allemaal mee. Toen de woning bijna leeg was maakten we met z'n allen een dansje in de kamer. De tv-presentatrice keek toe. Er leek zelfs een lachje op haar gezicht te verschijnen.

'Dag schatje, ik ben Jolanda. Ga je met me mee?'

Bureau Warmoesstraat in de jaren 30.

door Mos Florie

Op een mooie dag in 1992 werden mijn maat en ik ingezet om een actie te houden op tippelaarsters. Dit zijn prostituees die op straat hun klanten oppikken en deze, tenminste toentertijd, afwerkten in peeshotels in de buurt van de Oudezijds Voorburgwal.

Zowel mijn maat als ik werkten al vele jaren aan het bureau Warmoesstraat en waren alom bekend bij de tippelaarsters.
We keken elkaar aan en dachten: dit wordt een makkelijk dagje, want zodra de tippelaarsters ons zouden zien zouden ze wel verdwijnen.

Gekomen op de Liesdelsluis, een uitermate populaire stek bij de tippelaarsters, gingen we rustig tegen de brugleuning staan met ons hoofd in de zon. Enkele malen werden we begroet door ons bekende tippelaarsters en ook lieten we enkele van hen weten dat ze beter weg konden gaan, omdat wij die dag met een tippelactie belast waren.

Het nieuws ging heel snel in de rondte, want na een uurtje was er geen tippelaarster meer te bekennen. Na een bakkie koffie gedaan te hebben aan het bureau gingen we weer terug naar onze brugleuning en genoten we wederom van het zonnetje.
In geen velden of wegen een tippelaarster te bekennen.

Na een kwartiertje werd ik plotseling aangesproken door een blonde deerne met de woorden: "Dag schatje, ik ben Jolanda. Ga je met me mee?" Dit was overduidelijk de uitnodiging van een tippelaarster.
Om toch nu al niet weg te moeten van mijn zonnige stek pakte ik mijn portofoon uit mijn kontzak en begon er een beetje mee te rommelen in de hoop dat de vrouw zou zien dat we van de politie waren en weg zou gaan.

"Vind je me niet leuk?", vroeg ze. Ik deelde haar mede dat ze er leuk uitzag, maar dat ik nog even rondkeek. "Waar wacht je dan op? Verder lopen hier allemaal heroïnehoeren en ik ben niet verslaafd hoor."
Ik liet m'n spijkerjasje wat openvallen waaronder mijn schouderholster en handboeien duidelijk zichtbaar werden en ik hoopte dat het muntje bij haar alsnog zou vallen; maar nee hoor, ze ging tegen me aan hangen en lispelde: "Kom nou met me mee. Ik weet een leuk hotel waar ik je zal verwennen voor een geeltje."

Ik deed een laatste wanhoopspoging om nog van de zon te kunnen blijven genieten en wees naar mijn maat aan de overkant van de brug met de mededeling: "Je moet uitkijken, want hij is volgens mij van de politie." "Welnee joh, ik ken alle agenten hier en er is er werkelijk geen een te zien hier", deelde ze me overtuigd mede. "Ga nou mee, joh."

"Waar gaan we dan naar toe, schatje?" vroeg ik haar. "Naar Henkie", deelde ze monter mede. Henkie was destijds uitbater van een van de vele peeshotels. Nu ik niet meer onder een verbaal uit kon komen, vroeg ik haar mij te volgen omdat ik een beter plekje wist dan het hotel van Henk.
Ik rukte me los van de brugleuning en het zonnetje en liep via de Lange Niezel in de richting van het bureau, gevolgd door Jolanda en m'n maat.
Gekomen in de Warmoesstraat hield ik stil voor onze arrestanteningang en zei tegen Jolanda dat we op mijn stekkie waren aangekomen. Nog steeds viel het muntje niet bij Jolanda en ze zei: "Ben je gek joh, dat is het politiebureau."

"Ja, Jolanda, maar ik ben van de politie! En ik hou je aan voor tippelen," zei ik heel rustig. Wat er toen gebeurde: we hebben Jolanda luid gillend en met gepaste dwang het bureau binnen moeten trekken...

Jolanda heeft nog jaren getippeld, maar me nooit meer aangesproken.

Goedkope fiets te koop

door Theo Evers

Tijdens een middagdienst liep ik de voorgeleidingsruimte van het bureau binnen en zag daar twee mannen in een duur, driedelig maatpak op de verdachtenbank zitten die nogal benepen keken. Zij hoorden niet echt op die plek in het bureau.

Op mijn vraag wat deze heren kwamen doen en wie ze had binnengebracht, zag ik een van de collega's een fiets het bureau binnenbrengen en hoorde ik hem zeggen: "Ze hebben een gestolen fiets op straat gekocht. De heler komt zo binnen."

Nadat ik mij had voorgesteld bij de heren verklaarde één van hen: "Ik ben zakenman en vandaag met het vliegtuig uit het buitenland gekomen. Een van mijn zakenrelaties vergezelde mij. In het vliegtuig heb ik hem wat verteld over de Amsterdamse gebruiken. Een van die gebruiken is het 'goedkoop' kopen van een fiets op straat."

"Mijn dochter studeert in Amsterdam en had eerder voor enkele tientjes een fiets op straat gekocht. Ik zou mijn zakenrelatie wel even laten zien hoe dit in zijn werk ging."

"Vervolgens zijn wij na aankomst op Schiphol naar het centrum van Amsterdam gegaan. Wij liepen naar een van de bekende fietshelersplekken aan het Koningsplein en zagen daar een man op een fiets zitten. Ik wist dat hij een van de fietshelers was, want hij sprak diverse voorbijgangers aan en wees vervolgens naar de fiets.
Hierop zei ik in het Engels tegen mijn zakenrelatie: Watch me."

"Ik liep naar de fietsenheler en zei dat ik de fiets wilde kopen. Nadat ik hem 25 gulden had gegeven, werden wij, net als de fietsenheler, besprongen door politieagenten en in de boeien gedaan."

Enkele uren later verlieten de man en zijn zakenrelatie, hopelijk iets wijzer, en met een proces-verbaal, ons bureau.

In ieder geval was hij zijn geld, 'zijn' fiets en enkele uren van zijn vrijheid kwijt.