De Amsterdamse Krant

19 november 2016

De Amsterdamse Krant 19 november 2016


Het enige meisjespietje tijdens de intocht in 1947

door Hannah Kuipers
Het was zaterdagmiddag. Mijn vader reed met mij achter op zijn zwarte herenfiets naar de Groenburgwal, een gracht vlak bij de Amstel. "De firma Serné verhuurt alle kostuums voor de intocht", zei hij, terwijl we wachtten voor een hoge groene deur.

De deur sprong open en voor ons lag een lange gang. Niemand te zien. Het rook er muf. Naar honden of katten? Ongewassen haar? Of natte jassen? Mijn vader kende de weg. Ik liep achter hem aan. In twee enorme kamers stonden rekken met kleren. Prinsessenkleren en tovenaarsjassen, zwaarden, helmen, een staf van Sinterklaas. Ik kwam ogen tekort. Er hingen puntmutsen, hoeden met veren, een knalrood kalotje met een gouden rand. De kasten langs de wanden stonden vol met pruiken. Mijn vader liep naar een grote tafel waarachter een oude man zat. Ze schudden elkaar hartelijk de hand.
"Meneer Kuipers, prettig u weer te zien."
"Het is er de tijd voor", zei mijn vader raar-plechtig. "Sint en zijn makkers zijn aan de lange reis naar Nederland begonnen." Hij knipoogde naar me. "Dit is een speciaal pietje."
"Zo zo, een speciaal pietje! Jongedame, hoe heet je?"
"Hannah met een H, meneer."
"Hoe oud ben je Hannah met een H?"
"Zeven, meneer."
"We gaan je maten opnemen." Hij schreef mijn naam op een vel papier. "Hannah Kuipers. Zwarte Pietje. Jij bent het enige meisje tussen 79 jongens, weet je dat wel?"
Nadat hij me had opgemeten, pakte hij een pruik met zwart krulletjeshaar en zette die op mijn hoofd. Daarna zette hij een baret met een lange veer op het pruikje. In de spiegel keek ik naar mezelf en zag een vreemd meisje.

De zon scheen
Zaterdag 13 november 1948 scheen de zon. Mijn vader werd opgehaald door een politieman met een motor met zijspan. Als organisator van de intocht moest hij 'snel overal tegelijk' zijn.
De agent salueerde bij wijze van begroeting. Mijn vader sprong in de zijspan. Ik ging bij hem op schoot! Een dekje verborg onze benen. Keihard reden we de straat uit: de agent hield van opschieten. Mijn haren waaiden zowat van mijn hoofd. Ik voelde mij een hele piet.

Mijn pakje hing netjes op een knaapje
In het A.M.V.J.-gebouw aan de Vondelstraat bracht mijn vader mij naar een met een gordijn afgeschermde hoek. Ik hield mijn warme truitje aan en mijn maillot. Mijn pakje hing netjes op een knaapje. De stof was zacht en ik herkende de lucht die ik bij de firma Serné geroken had. Ik stapte in het grijze broekje met de donkergroene fluwelen stroken die waren afgezet met een glimmende bies. Met het strakke groene hesje had ik moeite: de metalen haken en ogen sloten stroef. Tenslotte trok ik mijn lakschoenen aan.

Lees verder op pagina 2.

Nieuwe raadplaat: een winters tafereel

Omdat het niet heel lang meer duurt voordat de winter begint, durven we alvast een winters plaatje aan. Deze keer zie je voornamelijk de achterkant van de woningen, maar vooral de kerk op de achtergrond is natuurlijk een blikvanger.

We zijn weer benieuwd naar alle inzendingen en verhalen die erbij horen. Die kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

Sinterklaas

Omdat de volgende editie op 2 december verschijnt én omdat we nog een aantal heel leuke verhalen over Sinterklaas over hebben, weten we nu al dat we in de volgende editie weer aandacht gaan besteden aan Sinterklaas. En als u nog nieuwe verhalen hebt, dan horen we dat natuurlijk graag.

Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.
We zijn gek op leuke foto's!

'Overal waar ik langskwam schreeuwden de mensen: 'Pie-iééét'

vervolg van de voorpagina

Ben je klaar?
"Ben je klaar?" Een vrouw deed het gordijn op een kier open. Zij nam me mee naar een van de lange schminktafels. Met een sponsje maakte ze mijn gezicht zwart, tot onder het haar, in mijn nek en hals tot aan mijn hemd en diep in mijn oren. Ook mijn oogleden en polsen werden zwart gesponsd. Ze zette mij het pruikje op en trok de baret eroverheen. In de spiegel zat een onbekend zwart jongetje naar mij te kijken.

De baas van alle pieten
Mijn vader praatte met een witte man in een groot pietenpak: "Ik ben een Spaanse edelman en de baas van alle pieten", zei de witte man in mijn richting. "Wie ben jij, kleintje?"
Ik wees op mijn vader.
"Nou Kuipers, dit pietje komt voor jou."
Mijn vader bekeek mij van top tot teen. Bij mijn lakschoenen begon hij te lachen: "Kind, ik herkende je niet. Ik zie het aan je lakschoenen, wat een mop!" Hij bleef lachen tot hij met wapperende jaspanden vertrok in de zijspan.

Klein stukje varen
Sint, de Spaanse edelman en alle pietjes stapten in een bus met geblindeerde ramen en reden naar de overkant van het IJ, waar de stoomboot lag. De Spaanse edelman gebaarde dat ik naast Sinterklaas moest staan. Hij droeg de pietjes op te lachen en te zwaaien.

Het was een klein stukje varen naar de Sint Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station. Toen we van onder de brug tevoorschijn kwamen, juichten de mensen massaal. Hun stemmen dansten over het water, samen met de klanken van beierende kerkklokken. Het geluid van kanonschoten vloog voorbij. Een fanfareorkest trommelde, blies en stampte 'Zie ginds komt de stoomboot'.
Ik zwaaide met twee handen naar duizenden mensen, de kerktorens en het fanfareorkest.
De edelman ging als eerste van boord. Hij hielp Sinterklaas van de boot af. Ik was de volgende die van de boot moest. "Huppelen en zwaaien", zei hij tegen mij. "Als je van de loopplank bent ga je naast de Sint staan."

Het paard was onrustig
Het paard van Sinterklaas was onrustig. Het draaide en draaide waardoor Sinterklaas moeite had in het zadel te komen. Toen hij eindelijk zat kon de edelman Sint zijn staf aanreiken. Burgemeester D'Ailly heette Sinterklaas welkom en Sinterklaas zei wat terug. De stoet zette zich in beweging. Het fanfareorkest liep voor ons uit. Wij pietjes verspreidden ons tussen de praalwagens, de muziekgroepen, de acrobaten en de clowns.
Pie-iééét
Een koor brak los: "Pie-iééét."
Overal waar ik langskwam schreeuwden de mensen: "Pie-iééét." Ze stonden rijen dik langs de weg: vaders, moeders en kinderen. Kleine kinderen zaten op de schouders van hun vader. Dranghekken hielden de massa op zijn plaats. Ik huppelde erlangs, zong met de muziek mee, danste, draaide rondjes, trok gekke gezichten, strooide snoep uit een jutezak. Ik liet vaders door hun knieën zakken zodat ik hun hooggezeten kindje een handje snoep kon geven.
"En wat zeg je dan?"
"Dank u wel, Piet."

Nooit was ik zo gelukkig. Uren zweefde ik licht als de veer op mijn baret door het centrum van Amsterdam, ondersteund door het Pie-iééét van al die mensen. Onvermoeibaar zwaaide ik naar de kinderen, wierp kushandjes naar de menigte en mijn gezicht lachte en lachte de hele intocht.

Ineens was het over
Ineens was het over. Het geluid was weg, de massa verdwenen. We waren terug op het Leidseplein. Zwarte Piet had geen publiek meer. Ik liep met de andere pietjes mee naar binnen. Voor een spiegel werd ik afgeschminkt. Een vrouw deed voor hoe het moest. "Doe het zelf maar verder", zei ze. "Ik heb meer kinderen te doen."
Met dikke kwakken vaseline op dun papier veegde ik de zwarte smurrie van mijn gezicht. Langzaam kwam ik weer onder de schmink vandaan. Nagenietend at ik overgebleven snoepjes, drukte de knikker van mijn kogelflesje naar beneden en dronk het leeg. Glimlachend wachtte ik tot mijn vader opdook.
Ik gaf hem een zoen.
"Voorzichtig", zei hij met schorre stem. "Je bent niet helemaal schoon."
Buiten wachtte de agent met de motor om ons thuis te brengen.

Cineac Reguliersbreestraat
De woensdagmiddag na de intocht mocht ik met mijn moeder mee naar het journaal kijken in de Cineac in de Reguliersbreestraat. Straalkachels aan de gevel van de bioscoop verwarmden de rij wachtenden in het steegje.
In de zaal was het donker. Een vrouw met een zaklamp wees ons onze plaatsen aan. Na een tekenfilm begon het nieuws met de intocht van de Sint. Ik schoof heen en weer in mijn stoel van opwinding. Zou ik erop staan?
Daar kwam de stoomboot de brug onderdoor. Voorop de boot verscheen de Sint, de edelman en …ik! Ik hoorde de kerkklokken, de saluutschoten, de fanfare en het gejuich.
Het geluk dat ik die dag had gevoeld, overspoelde mij opnieuw.
Zachtjes stootte ik mijn moeder aan: "Daar sta ik, naast de Sint."
"Wat sta je er prachtig op, kind," fluisterde ze, "zo pal naast de Sint."

Het leukste pietje van de intocht
Ja, ze had gelijk; voor op de stoomboot stond prachtig Hannah Kuipers, het leukste pietje van de intocht, het enige meisjespietje, toegejuicht door duizenden mensen.
Het was de mooiste dag van mijn leven.
Ik mocht tien jaar als zwarte pietje meedoen aan de intocht. Toen werd het zichtbaar dat ik een meisje was. Pietjes waren jongens, geen meisjes. Tja, de jaren 40 en 50, hè?

Viering op de kleuterschool

door Liesbeth van Aerssen
Ik heb nog een foto van een viering van het sinterklaasfeest op de kleuterschool, de noodschool en de R.K. Catharinaschool van 1954-1957, Uiterwaardenstraat 60 a in de Rivierenbuurt. Deze foto werd gemaakt rond Sinterklaas in 1956. Ik was toen 6 jaar. Ik weet nog dat we de mutsen zelf hadden gemaakt. Zwarte Piet staat niet op de foto, maar hij staat direct achter mij. Ik sta helemaal rechts met de door mijn moeder zelfgebreide jurk. De juffrouw achter mij kan juffrouw Bangerd zijn geweest, een collega van Zuster Margriet."

Schoorsteenpieten

door Ingrid Wouterson
Na de grote stadsbranden werden stenen woningen met stenen schoorstenen verplicht. Schoorstenen werden een statussymbool. Hoe meer schoorstenen, des te voornamer zou de bewoner zijn.
Al snel openbaarden zich de eerste schoorsteenbranden. Om deze te voorkomen dienden deze schoongehouden te worden. Ronselaars trokken naar de arme gebieden in Zwitserland en Noord-Italië. Daar kochten zij kleine kinderen van arme families. Deze kinderen werden meegenomen op een barre voettocht 3.000 km naar het hoge Noorden. Tot en met ongeveer het zesde jaar pasten deze kinderen uitstekend in de schoorstenen. Deze dienden schoongebikt te worden.

Trotse ouders
De kinderen werden door de trotse ouders meegegeven in hun beste fluwelen zwartepietenpakjes. Hier werden zij 'de levende bezems' genoemd. Mensenhandel, kinderarbeid, blanke slavernij? Tot in de jaren 30 van de vorige eeuw zagen de dienstbodes uit de grotere panden erop toe dat de kinderen inderdaad in de schoorsteen kropen. De historische roman 'levende bezems' werd in de jaren 50 herdrukt. Een schoorsteenvegertje werd jarenlang als een geluksmascotte bij speciale gelegenheden gegeven. In de oude Sint Nicolaassteeg bij het oude Yab Yum bevonden zich de pakhuizen voor de levende bezems. Het doet mij deugd dat dit jaar de schoorsteenpieten zijn aangesteld.

3 / 7

Na een goed glas rode wijn en een borrel voor Piet neemt Sint het woord

Sinterklaas in 1766 in de Sint Nicolaas almanach.

door Peter Koghee

Zondagavond 3 december 1951
We vieren gezamenlijk Sinterklaas bij een familie (De Leeuw?) in de Holendrechtstraat 9 op de 2e etage.
Raar dat nu de Sint elk moment op bezoek kan komen mijn vader zonodig een kleed ergens aan het ophalen is. En ome Flip, Hans Heil z'n pa, is er ook al niet. Ik ben daardoor weliswaar van mijn padje, maar dat belet me niet om uit volle borst het complete sintrepertoire achter elkaar richting schoorsteen en potkachel te brullen.
Vreemd, denk ik, dat mijn vriendje Hans en al die andere kinderen in de kamer zo rustig zijn, terwijl ik van de zenuwen van mijn ene bil op de ander blijf wippen.
Daaaaaaar wordt aan de deur… Nou geklopt… er wordt op de deur geramd! En Zwarte Piet valt tegelijkertijd met de deur, half op zijn handen lopend, de huiskamer op 2 hoog binnen.
"PPPPPPPuhhhhhhh…… Piettttttt!", roep ik nadat ik van de schrik bekomen ben. En ik zie dat de hand van pietermanknecht diep in de Spaanse (Spaanse eigenheimers van groenteman DOP) jutezak verdwijnt en vervolgens met een zwier een lading pepernoten en snoepgoed de kamer in lanceert.

Mooiste fauteuil
De Sint komt binnen en neemt, onder begeleiding en toezicht van de vrouw des huizes, in de mooiste fauteuil plaats. Na een goed glas rode wijn en een borrel voor Piet neemt de Sint het woord en vertelt aan de hand van het dikke rode boek aan de goegemeente hoe het er per persoon qua goed en kwaad voorstaat. Ik schijn redelijk lief te zijn geweest, maar krijg wel van de Sint te horen dat ik met luilak geen buitendeuren meer met de knoppen aan elkaar dicht mag binden en dat het me ook niet meer is toegestaan om op 3 hoog aan te bellen en te roepen: "Mevrouw, heeft u een katje? Neehee? Weg is dan uw matje."

Paar tikken met de roe
"Piet!" "Ja, Sint." "Geef die jongen een paar tikken met de roe en laat hem beloven dat-ie het nooit meer doet." Na drie tikken op m'n plusfour beloof ik beterschap.
De Sint strijkt z'n hand over z'n tabberd en ik krijg een pakje uit de zak met cadeaus.
Ik pak het pakje uit en mijn oudere broer Paul begint onbedaarlijk te lachen bij het zien van het voor mij onbekende apparaat. Waarom mijn broer zo lacht weet ik dan nog niet.
"Zie je niks?", zegt Hans Heil als alle cadeaus door de Sint zijn vergeven.
"Watte?", vraag ik.
"Zie je echt niks?", vraagt Hans Heil me nu voor de derde keer.
"Nee, watte dan?", antwoord ik.
"Herken je zwarte Piet echt niet?"
"Nee", zeg ik, terwijl ik ja bedoel, want voor mij is het gewoon Zwarte Piet.
"Nee joh, kijk eens goed, het is je vader en de Sint is mijn vader."
Ik tuur en tuur, maar zie met geen mogelijkheid een gelijkenis met mijn vader Joop en me ome Flip.
O ja, in de klas hoor ik wel af en toe dat de Sint niet echt is, maar dat het een verklede kerel is. Maar dat zeggen ze alleen maar om stoer te doen.

Als de Sint, en die weet alles, hunnie d'r op aanspreekt, nou, dan doen ze het van angst vast in hunnie d'r broek en krijgen ze mooi niks van de Sint. Ik kijk naar de Sint en zie dat de Sint nog een glas rood geserveerd krijgt. Heerlijk! Onderwijl z'n snor afnemend. Zo, dat drinkt een stukje makkelijker. En… waar is Piet? denk ik.

Half afgeschminkt
Piet komt half afgeschminkt, z'n oren zijn nog zwart, de kamer binnen. En verdomd als het niet waar is, het is m'n vader, echt.
En de Sint, nu ook ontdaan van mijter, pruik en baard, is echt m'n ome Flip. "Ja, jongen", troost mijn moeder me nu het sintsprookje voor mij voorbij is. "Eens moest het ervan komen dat we je zouden vertellen dat Sinterklaas niet echt bestaat en meer een soort sprookje is." "O", was het enige dat ik kon uitbrengen. "Maar we hebben een verrassing voor je. Morgen mag jij, als Zwart Pietje met Hans, oom Flip en nog een heleboel kinderen meedoen met een sinterklaasoptocht en daarna met een sinterklaasfeest."

Vreemde cadeautje
Die avond voor het slapen gaan (een koude uitbouw in de tuin) pakte ik het vreemde cadeautje en mijn broer Paul begon me lachend uit te leggen wat het was. Het is een gyroscoop: een soort tol die als je hem opwindt en daarna loslaat overal op kan balanceren zonder te vallen.
"Kijk hier maar op het doosje, hier op deze foto staat de gyroscoop te balanceren op de rand van een glas."

Gyroscoop
Ik wond de gyroscoop op, pakte een waterglas en zette het ding op de rand van het glas. Prrrrrrrr en met een klap viel de gyroscoop dwars door het glas heen, een hoop splinters achterlatend. Mijn broer gierde het uit van het lachen. Wat bleek: hij had de gyroscoop een paar jaar daarvoor in zijn schoen gehad, maar nadat hij het ding een paar maal had laten vallen was de as zo krom geworden dat van de geheime gyroscoop niks dan schroot overgebleven was. Mijn broer had gewoon bij wijze van grap het ding als extra cadeau voor mij in de zak van de Sint gedaan.
Die nacht droomde ik van mijn komende avonturen als Zwarte Piet.

Door de Van Woustraat
De volgende dag 's morgens vroeg kregen we morenpakjes aan bij de kledingverhuurwinkel op het Sarphatipark. Daarna in de donkere schmink en vervolgens in optocht door de Van Woustraat naar de dansschool aldaar, waar nu een grote beddenzaak is.
In de jaren daarna heb ik samen met oom Flip Heil, voor mij nog steeds de enige echte Sinterklaas van Amsterdam, zijn zoon Hans en mijn vriendjes nog vele malen als Zwarte Piet mogen optreden. Zelfs een keer toen de auto met snoepgoed tijdens een optocht over mijn voet gereden was.

Gelukkig is wel dat de plaats van wijlen oom Flip Heil door een nieuwe Sint is overgenomen. En weet je wat het de laatste tijd met mij is? De Sint komt mij, toen-ie naar me zwaaide, zo bekend voor.
Zou-ie…?????
Hoop er op z'n verjaardag 5 december achter te komen.

De laatste aflevering

40

Het St. Barbarahofje is gelegen aan de Plantage Westermanlaan 2-24.

door Adrie de Koning, Jos en Frits Mol

In de afgelopen 39 afleveringen hebben we in totaal 87 hofjes behandeld. Voor velen bleek het een verrassing dat onze stad zo veel hofjes bezat. En het waren ze nog niet eens allemaal! Dit keer zullen we daarom nog iets schrijven over de hofjes die nog niet eerder aan bod zijn gekomen. Het zijn in een aantal gevallen hofjes waar ook niet heel veel over valt te melden.

St. Barbarahofje,
Plantage Westermanlaan 2-24

Het bejaardenhuis Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan werd in 1911 uitgebreid met het St. Barbarahofje, waar echtparen konden wonen. Het werd gebouwd met een legaat van J.B.A.M. Westerwoudt en een schenking van Joannes Blok. Het is ontworpen door architect P.J. Bekkers en is in 1973/1974 gesloopt. Op een gedenkplaat in de hal stond: "Dit hofje, toegewijd aan Sint Barbara en staande onder beheer van het R.C. Armen Comptoir, werd gesticht door 'Weldadigheid ten behoeve van gehuwde oude lieden'."

Krugerhofje,
Maritztsraat 2-22

Dit is een experimenteel bouwblok, gelegen aan de Maritzstraat 2-22, Tugelaweg 70-77 en Christiaan de Wetstraat 3-19, dat in 1929 is gebouwd door de Maatschappij voor Moderne Woningbouw Amsterdam door de architecten A.J. Westerman en J. Dunnebier, waarbij zij voor een verstrakte uitvoering van de Amsterdamse School kozen. De trappenhuizen zijn nogal opvallend. Elk trappenhuis heeft twee trappen die om elkaar heen draaien. Het is geïnspireerd op het Karl Marxhof in Wenen. Het betreft hier een voorbeeld van de overgang van de traditionele hofjesbouw naar de nieuwe bouwblokken.

Rozenhofje,
Middenweg 51

Dit hofje lag in de toenmalige gemeente Watergraafsmeer tussen de Middenweg en de Bredeweg. Achter de winkels op de Middenweg waren wel meer huizen gebouwd. Op deze plek was het een hofje. Later werd op deze plaats de Meergarage gevestigd. De toegang tot het hofje is dan ook het enige dat ervan is overgebleven.

Vredenburgh,
Oudezijds Voorburgwal/hoek Vredenburgersteeg 1

We hebben enige twijfel of we dit onder de hofjes moeten scharen. Wat ervoor pleit is dat deze van oorsprong brouwerij en herberg in 1829 door Theresia Spijker werd betrokken, waarbij zij een aantal bejaarde vrouwen onderdak bood. In 1836 werd het officieel het Roomsch Catholyk Burger Oudevrouwenhuis Gesticht genaamd Vredenburgh. En door diverse uitbreidingen woonden er 25 jaar later al 40 oude vrouwen. Eind 1976 werd het gesloten. Aan de Postjesweg werd Nieuw Vredenburgh gebouwd, een woonzorgcentrum voor ouderen.

Het 'oude' Vredenburgh werd gekraakt en kwam na langdurige onderhandelingen in handen van de gemeente Amsterdam, die het complex liet renoveren tot woon- en werkruimten voor de vroegere krakers. Er vinden nu vooral culturele activiteiten plaats.

Niet opgenomen hofjes
We hebben in de eerste aflevering al aangegeven dat het woord 'hofje' tegenwoordig ook vaak gebruikt wordt, maar dat we die niet zouden behandelen. Hierbij een aantal voorbeelden daarvan:

- Hofje van Wijs, Zeedijk 43, restaurant annex koffie- en theewinkel;
- Mozaïekhofje, Nieuwmarkt/hoek Dijkstraat, verzorgingshuis voor demente ouderen bij de Flesseman;
- Kastanjehof, Kastanjeplein 60, na afbraak Bonifatiuskerk, gebouwd woonzorgcomplex.

Ook zijn er een aantal straten die de toevoeging 'hof' hebben, maar dat is dan vanwege de bouwstijl waarbij meestal woningen in bouwblokken rond een plantsoen zijn aangelegd. Oudere voorbeelden zijn het Coöperatiehof, het Harmoniehof, het Huismanshof en het Linnaeushof. En de nieuwere hoven komen vooral voor in de Westelijke Tuinsteden en de Bijlmermeer. Waarschijnlijk ook om het wonen aldaar toch nog iets nostalgisch mee te geven!

Nawoord
En zo zijn we op een totaal van 91 hofjes gekomen. En we kunnen niet eens garanderen dat we echt álle hofjes kennen en behandeld hebben. We zijn altijd in voor een nieuwe ontdekking. Of als u toch nog een hofje hebt gemist, laat het ons dan weten. We zijn benieuwd!
En wat is nu het mooiste hofje? Dat is moeilijk te zeggen, het is een kwestie van smaak en bovendien zijn veel hofjes verdwenen of niet toegankelijk en kunnen we alleen maar afgaan op plaatjes. Dus we wagen ons maar niet aan een antwoord.
Als schrijvers hebben we veel plezier beleefd aan het maken van deze 40 afleveringen. We hopen dat de lezers van onze prachtige Amsterdamse Krant er ook leesplezier aan hebben beleefd.
Nu denkt u waarschijnlijk: what's next.? We hebben lang nagedacht over een nieuwe serie artikelen ten behoeve van de Amsterdamse Krant. We hebben een leuk item gevonden en in de volgende uitgave zullen we u erover informeren.

De caravan

Stadsnomaden, Amsterdam was een trekpleister voor dit soort mensen, mede dankzij het gedoogbeleid van de gemeente. Ergens in het Westelijk Havengebied bestond zo'n gedoogplek. Ik moest er af en toe heen omdat een enkeling de boel dermate vervuilde dat er ingegrepen moest worden.
Op een dag vroeg de politie mij om naar dit nomadenterrein te komen. Bij aankomst werd ik bijgepraat. Een voor hen bekende bewoner, een klein eenbenig mannetje met altijd een puntmuts op, was een poos geleden onder een trein gekomen. Ergens bij Halfweg had hij geprobeerd om, rijdend op zijn driewielige brommer, de neergelaten spoorbomen te omzeilen, maar de trein was sneller geweest. Men heeft nog lang gezocht naar het ontbrekende been, maar dat was hij al jaren kwijt.
We stonden nu bij zijn caravan, waar hij lang in gewoond had. Het probleem was dat de puntmuts ratten als huisdieren had gehouden. En die zorgden nu voor veel overlast.
Ik zag de tongetjes van de dieren het vocht van de ramen likken en zelfs in de open lucht was de stank niet te harden. We openden voorzichtig de deur van de caravan en binnen was het nog vele malen erger: een hoop gewriemel van tientallen ratten en een walm die ons de adem deed benemen. Voorzichtig schoof ik naar binnen en onrustig begonnen de ratten een veilige plek te zoeken. De meeste probeerden zich te verschuilen achter dunne, opengeknaagde wanden.
Wat nu? Er waren geen nabestaanden en de kampbewoners waren de smerige caravan liever kwijt dan rijk! Ik vroeg de politie of zij een afgelegen stuk terrein wisten te liggen dat afgesloten kan worden. Na wat telefoontjes was het geregeld. De caravan werd door een politiebus met trekhaak naar een braakliggend terrein gesleept. Ter plaatse gooide ik een paar kilo rattengif in de caravan. De agenten deden er een groot lint om en het hek werd afgesloten.
Twee weken later kwam ik terug, en wat ik al vermoedde: rondom de caravan was de lucht bijna ondraaglijk. Ik opende de deur. Het gif had goed gewerkt; tientallen kadavers op de vloer. Ik spoot een verfrissende vloeistof in de ruimte, de caravan werd weer aan de politiewagen gekoppeld en even later naar de afdeling vuilverbranding van Stadsreiniging gesleept. Een leidinggevende ter plekke snapte het probleem en gaf toestemming de caravan rechtstreeks in de stortkoker te dumpen.
Ook in dit geval werd een moeilijke situatie door prima teamwerk tot een goed einde gebracht.

M'n eerste klokkie

Moffie.

door Nico Scharn

Ik was als jochie elke dag op het Waterlooplein toen ik zo tussen de dertien en achttien jaar was. Daar lieten de koopmannen (vaak Joodse lieden; tenminste, de paar teruggekeerde) je er vaak instinken. Maar wel leuk... Ik kocht altijd de enorme leuke goocheltrucjes van die ouwe vent met zijn brillenglazen als jampotten (thuis bleek e.e.a. niet veel meer in te houden dan een paar speelkaarten met een afgeknipt randje) en ik nam altijd een lekker Italiaans ijsje bij de familie Montezinos. Voor mij een gulden, maar voor de toeristen een daalder. En bij Moffie kocht ik een horloge met mijn vader samen. Het plátste horloge ter wereld, natuurlijk met twee-en-veertig échte stenen!! Daar reed ik door de Amstelstraat achter op de brommer. Mijn pa week uit voor een vrachtwagen en hop... daar ketste het horloge over het asfalt. Huilend gingen we terug naar Moffie. Die man, een onvervalste Duitse Jood met concentratiekampnummer op zijn linkeronderarm, ging door met zijn standwerkersact voor het oprukkende en koopgrage publiek, maar tegelijkertijd luisterde hij naar mijn vader en naar de snikkende kleine Nicootje die daar stond met de stoffelijke resten van het illustere Moffieklokje in zijn bevende handje. Moffie overhandigde - terwijl hij met zijn linkerhand zijn koopwaar aanprees (over multitasking gesproken!) - met zijn rechterhand een compleet nieuw identiek horloge aan mijn vader en hup, daar gingen we weer; mijn vader nu niet met een jankende, maar met een big smilende Nicootje achterop, die teder over de doublékast van ZIJN nieuwe aanwinst streelde.

Dit vond ik op internet zo-even
"En wat is mooier dan een onvervalste Amsterdammer zijn waar te horen aanprijzen? Topper was natuurlijk 'Moffie': wist met een kaarttruc (én bezwerende stem) voldoende volk om zijn kraam te verzamelen, om vervolgens luid en duidelijk zijn boodschap uit te dragen: "Minse, ik hep hier 't platste horloosie fan de wereld. Ik verkaup dat niet foor un meier, niet foor fijftig piek, niet foor un geeltje, ook niet foor un joet. Geef maan maar vijf pietermanne, is jouw dag én de maane goed." Geheid dat-ie er een flink aantal verkocht. Om vervolgens af te sluiten met: "Jouw dag is goed jonge, maar de maane ook: ik kaup dat spul foor vijf piek 't kilo!!"

De goocheltrucjesverkoper op het Waterlooplein.

Ónvergételijk!

Spoor bij Javastraat

door Martin Greven
In het laatste nummer van de Amsterdamse Krant vraagt Karel Smit hoe het komt dat er een gelijkvloerse spoorwegovergang was bij de Javastraat en de Van Swindenstraat.
Hij herinnert zich alleen dat de trein op een hoger gelegen dijk reed. Echter, tot ver in de jaren 30 reden de treinen in Amsterdam-Oost gelijkvloers. Tussen 1932 en 1942 is d.m.v. het project Spoorwegwerken-Oost de dijk aangelegd en is gelijktijdig het baanvak geëlektrificeerd.

GVB

door Fred van Zelm
Gezien de vele artikelen lijkt het erop dat jullie goede contacten hebben met het GVB, tenminste: (oud-)medewerkers daarvan. Ik heb het complete internet afgeschuimd naar vijfritten(?)-GVB-stempelkaarten voor volwassenen en kinderen uit de zestiger jaren.

Ik denk: voor kinderen groenig en voor volwassenen gelig. Op één stempel mocht je ... (?) uur rondtuffen en dan nog tot het eindpunt. Het zou misschien leuk zijn om die toe te voegen aan alle internetschoons.

Potash en Perlemoer

door Maaike de Graaf
Naar aanleiding van uw artikel wilde ik even reageren op het volgende. Ik heb geen idee over welke jaren Fred van Riemsdijk het heeft. In de jaren vijftig waren de toneelspelers (acteurs) in Potasch en Perlemoer Johan Kaart en Johan Boskamp.

In de jaren zeventig (om precies te zijn 1972) speelde zijn zoon Hans Boskamp - stevig gebouwd en donker haar - (ooit voetballer bij Ajax, inderdaad) ook deze rol; hij viel toen in voor de zieke Johan Kaart.
Daarna speelde hij deze rol opnieuw in de jaren tachtig bij het Amsterdams Volkstoneel (samen met Lex Goudsmit).

Serno

door Piet Delsen
Ik wil toch nog wel terugkomen op het artikel 'Heeft Piet Delsen Hanneke Serno gered', in de hoop dat het toenmalige buurmeisje Silvia zich herkent en kenbaar zou willen maken of zij ooit de ware toedracht heeft opgebiecht. Daar ben ik erg nieuwsgierig naar. Deze Silvia heette Heidelberg en zij had twee halfzusjes die Serno heetten. Dit heb ik van een oude buurjongen waar ik mee was bevriend in die tijd.

'Deze brug heeft me een jeugdtrauma bezorgd'

De vorige raadplaat.

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie betrof de Kattenslootbrug (Brug 155) tussen de Nassaukade en de Nassaustraat. De foto was ingestuurd door Hans van Elteren, waarvoor dank. Hij schreef erbij: "Foto vanaf de Kattensloot/Jacob Catskade genomen van de brug voor de Tweede Nassaustraat. De twee brugdelen werden met de hand opengedraaid met een slinger in het wegdek."

De Mollen en de Koningen trappen deze keer af: "Deze brug heet ook wel Kattenslootbrug (brug 155) omdat hij loopt over de Kattensloot en de verbinding vormt tussen Nassaukade en Tweede Nassaustraat. Verder ziet u nog het Eerste Marnixplantsoen. Op 18 oktober 1954 werd de brug geopend door de toenmalige burgemeester d'Ailly. Tram 10 gaat eroverheen en we gingen vroeger via deze brug naar café Bolle Jan (van de vader en moeder van René Froger) die op de hoek van de Tweede Nassaustraat en de Wittenkade zat."
"Vlak bij de brug lag nog een tweede brug (brug 150), de Rotterdammerbrug, die in 1949 vervangen werd door een nieuwe constructie."

Kattenslootbrug
Gielijn Escher laat weten: "De foto toont brug 155. De naam Kattenslootbrug komt echter in de officiële brugnamenlijst niet voor, maar wellicht heet zij in de volksmond wel zo. Of zou de gemeente vergeten zijn deze naam in de lijst op te nemen? De Kattensloot is slechts het kleine stukje vaarwater tussen deze brug en brug 171 die de Kostverlorenstraat met de Van Hallstraat verbindt. In letterlijke zin overspant brug 155 dus niet de Kattensloot."

Dit is molen De Herder in Leiden. Voorheen was dit houtzaagmolen de Kat, waar de Kattensloot zijn naam aan ontleent. Deze is afgebroken en in 1884 in Leiden opnieuw gebouwd.
De Kattenslootbrug nu.

Kattegat
Peter Kok schrijft: "Het is volgens mij de brug over het Kattegat van de 2e Nassaustraat naar de Marnixstraat/Marnixplantsoen. Vroeger kon je daar in de winter heerlijk schaatsen en als het hard had gevroren kon je ook onder de brug door."
R. van Gelder: "Volgens mij is de raadplaat de brug over de 'kattesloot' aan de Jacob Catskade. Lijn 10 moest altijd vaart maken want er was geen bovenleiding op de brug; ik heb als kind ook wel eens moeten helpen de tram over de brug te duwen."
Cor de Boer houdt het kort: "Kattenslootbrug, brug 155 in de Nassaukade over de Kattensloot."

Jeugdtrauma
Theo Bakker, ook al zo'n trouwe klant, maakt er daarentegen een heel verhaal van: "De raadplaat van deze keer is brug nr.155 over de Kattensloot voor de Tweede Nassaustraat. Tegenwoordig wordt deze brug de Kattenslootbrug genoemd. Die brug heeft me een jeugdtrauma bezorgd; zij stond namelijk 'altijd' open. Pas later leerde ik dat de Kattensloot deel uitmaakt van een belangrijke doorgaande vaarroute door de stad: de Staandemastroute. Als scholier moest ik deze brug twee keer per schooldag – toen nog zes per week – passeren op de fiets en ik weet dus hoe vaak zij echt open stond, geen smoes! Het trauma ontstond door de mogelijke omweg over de Rotterdammerbrug en de Marnixstraat, op het Haarlemmerplein linksaf de Willemsbrug over in de hoop dat je sneller was als het schip ook op weg was naar diezelfde brug. Je kunt je de teleurstelling en woede voorstellen als die brug ook net voor je neus dicht ging."

Bukkel in mijn voorwiel
"Goed, op weer eens zo'n racetocht om de Willemsbrug te halen moest ik stoppen voor het nog handbediende verkeersbord midden op de kruising tot ik linksaf mocht. Omdat het op groen stond reed ik op tot het bord en wachtte tot ik een seintje van de verkeersagent kreeg dat ik door mocht. Die liep achteruit terug naar zijn bord, struikelde over mijn voorwiel en belandde boven op mijn fiets, daarbij een bukkel in mijn voorwiel veroorzakend. In plaats dat de knuppel bezorgd was dat ik mijn fietstocht niet kon vervolgen door een aanlopend wiel, schold hij me uit voor alles wat lelijk was. Na deze uitbrander kon ik mijn tocht lopend vervolgen. De brug zal ik vast niet gehaald hebben."

Huisarts
Ina Bruinink schrijft: "Ik denk dat dit de brug op de Nassaukade bij de Jacob Catskade is. Vlak voor de brug had mijn huisarts zijn praktijk. Een hele fijne man. Het was dan ook geen straf om een paar keer per jaar naar hem toe te moeten. Over de brug reed de tram vanuit de Staatsliedenbuurt naar het Frederik Hendrikplantsoen."

Vervangen
Stamgast Mike Man schrijft: "De raadplaat van 28 oktober toont brug nr. 155, de zogeheten Kattenslootbrug, met geheel links net niet zichtbaar de 2e Nassaustraat en rechts op de achtergrond de huizen van de Marnixkade. De afgebeelde brug is in 1954 vervangen door de huidige."

Grachtentochtvaarder
Peter de Graaf: "Als reguliere grachtentochtvaarder herken ik deze locatie direct. De beweegbare brug over de Kattensloot (oudere versie), brug nr.155 voor de Nassaukade."
Bertus Stoeltjes: "Volgens mij is het een brug over de singelgracht (Nassaukade/Hugo de Groot straat)."
Piet Schipper: "De raadplaat foto is de brug over de Kostverlorenvaart. Aan de ene kant de 2e Nassaustraat en aan de andere kant de Nassaukade. Links hiervan de Rotterdammerbrug. De tweede foto is van voor 1953 want toen is de nieuwe brug feestelijk geopend. Er was feest en kermis in de hele buurt."
André Krul: "Ik ben ervan overtuigd dat de foto is genomen vanaf de Jacob Catskade naar de Nassaubrug / Nassaukade. Links van de foto begint de 2e Nassaustraat."

Klopt!
Anneke Huijser is er ook weer, als vanzelf: "Ik dacht gelijk aan de Nassaukade, en ja hoor, klopt! Dit is brug nummer 155 over de Kattensloot (Jacob Catskade) die hier overgaat in de Singelgracht. De zijstraat is de Tweede Nassaustraat."

Waar ken ik die van?
Ben Hollander: "Nadat ik de brug zag op de raadplaat dacht ik: Waar ken ik die van?, maar het is niet de hoge sluis op de Amstel. Aan de huizen daarachter zag ik dat het de brug over de Kattensloot naar de Nassaukade moest zijn. Zelf ben ik geboren Jordaner en heb in de Wittenstraat op het 7de leerjaar gezeten, dus heb ik de Rotterdammerbrug en deze brug verschillende keren overgelopen, de Rotterdammerbrug zelfs over de Overspanning die er toen nog was; daarna ben ik op een sleepbootje als knecht gaan werken en heb deze brug nogmaals verschillende keren onderdoor gepasseerd. De naam weet ik helaas niet, maar dat doet aan het verhaal niets af. Toen ik bij de Stadsreiniging op een sleepboot ging werken, is de brug op een gegeven moment vernieuwd."

Verrassende raadplaat
André Woons is er natuurlijk ook: "Dat was een verrassende raadplaat. Bij de eerste aanblik dacht ik: dat is de Nassaukade. Maar hoewel de huizen klopten, hoorde deze brug daar niet bij. Toch moest het daar zijn, gelet op de breedte van het water en de meerpalen. Het moest de hogemastroute zijn. Een kleine duik in de geschiedenis bracht de oplossing. De brug over de Kattensloot bij de Nassaukade, maar wel het oude exemplaar dat in 1954 werd vervangen door een brug die ontworpen werd door P. Kramer. "

Gerard Jansen: "De raadplaat van 28 oktober is volgens mij de brug bij het Nassauplein over de Singelgracht, kenmerkend voor deze brug waren de 4 palen voor de bovenleiding van de tram, in die jaren lijn 18 naar Sloterdijk."

Grootouders
Theo den Hollander heeft een mooi verhaal: "Mijn grootouders woonden op de Nassaukade 334 en mijn ouders (inclusief mijn persoontje) om de hoek in de Kinkerstraat. Dit alles omstreeks 1940. Ik zag de foto eerst op mijn 7-inch-tablet, dus in klein formaat en dacht toen aan de brug over het water van de Buitensingelgracht als verbinding tussen Elandsgracht en Kinkerstraat/Nassaukade. Maar toen ik de raadplaat in groter formaat aanschouwde herriep ik dit onmiddellijk, want ik herkende o.m. het brugwachtershuisje, de kromming van de rooilijn van de Nassaukade ter linkerzijde en de huizen van de Marnixkade min of meer recht vooruit. Het betreft de brug over het water van de Kostverlorenvaart/Kattensloot naar de Buitensingelgracht als verbinding van Nassaukade naar o.a. Jacobskade/2e Nassaustraat/Nassaukade."

Chininefabriek
"Ik solliciteerde medio 1953 - na het behalen van mijn mulodiploma - bij de N.V. Amsterdamsche Chininefabriek(ACF) - aan de Wittenkade en startte mijn loopbaan medio augustus van dat jaar op de Export-afdeling. Wij woonden toen aan de Bilderdijkkade op de hoek van de Van Alphenstraat. Ik heb de afstand Bilderdijkkade - Wittenkade vv meestal per fiets, maar soms ook lopend overbrugd."
"In 1956 werd ik voor de militaire dienstplicht opgeroepen en men was toen juist aan de vervanging van de raadplaatbrug begonnen en voor voetgangers/fietsers was op de Catskade een noodophaalbrug gebouwd. Toen ik begin 1958 weer terugging naar de Wittenkade werd kort daarna de grote (en schuine basculebrug) in gebruik genomen. In 1971 werd het gehele bedrijf samengevoegd met de fabrieksvestiging te Maarssen. Daardoor ben ik in 1972 naar Montfoort verhuisd."

Ik wil ook eens meedoen
Tom Tand is een trouw lezer, maar in deze rubriek een nieuwkomer: "Sinds het bestaan van de raadplaten heb ik er slechts ongeveer 8 keer eentje goed geraden, maar nooit ingezonden. Deze keer wil ik ook eens meedoen. De raadplaat van 29-10-2016 toont de brug in de Nassaukade over de Kattensloot, gezien vanaf de Jacob Catskade. De licht gebogen gevelwand op de achtergrond deed mij direct aan deze plek denken. Het is de oude brug, de huidige brug op deze plek werd op 16 oktober 1954 feestelijk geopend. Voor de openbaarvervoerliefhebbers onder ons, waartoe ik ook behoor, is het leuk te wete, dat daarmee de laatste bovenleidingloze brug uit het Amsterdamse tramnet verdween. Omdat lijn 10 tijdens de bouw van de nieuwe brug hier niet overheen kon rijden, reed deze tot het Frederik Hendrikplantsoen. Daarvandaan verzorgde een pendelbus, lijn 10E, de verbinding met de Staatsliedenbuurt."

En Rinus Stappers meldt: "Ik wil een gokje wagen over de raadplaat met de brug. Ik denk dat het de brug over de Nassaukade is, waarvan links de Jacob Catskade over de brug gaat. ik heb jaren in de Staatsliedenbuurt gewoond en woon nu al jaren in Almere en de memorie neemt af, vandaar dit gokje."

Fred van Riemsdijk: "Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is dit de brug over de Nassaukade. Gelegen tussen de 2e Nassaustraat en de Marnixkade. Als mijn opoe donderdags op ons had gepast (pa en ma gingen dan naar de Hollandia op de Haarlemmerstraat), mocht ik haar weleens naar huis brengen. We liepen dan over de brug in de richting van de Jordaan en gingen dan linksaf de Rotterdammerbrug over. De brug had toen nog bogen waar je via de klinknagels op kon klimmen en en overheen kon lopen. Mocht natuurlijk niet, maar ja, we zijn allemaal jong geweest, dus je weet hoe dat ging. Opoe trouwens altijd goed afgeleverd."

J. de Wit: "Ik herkende het meteen: de Kattenslootbrug op de Nassaukade. Het is waarschijnlijk vernoemd naar de molen die daar stond: de Kat.
Bert Vos: "Zeer vertrouwd beeld van lang geleden. Dit is de oude brug over de Jacob Catskade (Kattensloot). Het openen en 'dichten' werd door mankracht gedaan; aan iedere zijde werd door een brugwachter een soort kruk in de straat gestoken, en door rond deze kruk te lopen werd de brug bediend. Deze brug vormde de verbinding tussen de Nassaukade en de 2de Nassaustraat."
"Ik heb op de Jacob Catskade gewoond (de foto zou genomen kunnen zijn vanuit mijn slaapkamerraam !!) tot omstreeks 1953. In dat jaar werd op deze plaats de nieuw gebouwde basculebrug feestelijk geopend (zie bijgevoegde afbeelding); wij zijn toen verhuisd naar Nieuw-West (Slotermeer)."

"In de kom rechts voor de brug op de oude foto lagen indertijd vaak de afgeladen kolenschuiten van kolen'boer' Soutendijk, gevestigd op de Catskade. Misschien nog interessant om te melden: over de omgeving van deze brug heb ik enige tijd geleden uitgebreid geschreven op de site Het geheugen van Oud-West onder de noemer 'Rotterdammerbrug'; afbeeldingen van de noodbrug e.d. bij de bouw zijn daarop te zien."

Ab Smienk: "Het is de brug over de Nassaukade. Eigenlijk tussen de Jacob Catskade en de Nassaukade. Toen ik het zag dacht ik meteen aan de Nassaukade, maar omdat de brug inmiddels is vervangen door een nieuw exemplaar kon ik het met Google Earth niet zo gauw vinden. De huizen op de Nassaukade op de achtergrond staan er gelukkig nog wel, hoewel ze wel een andere gevel hebben gekregen."

Henk Tankink: "Dit is de brug over de Kattensloot. Groet, Henk Tankink."

Olaf Horn: "Hartelijk dank weer voor de nieuwe editie van de Amsterdamse Krant. Ik kijk er elke keer weer naar uit als ex-Amsterdammer. Wat betreft de nieuwe raadplaat: de foto is gemaakt bij de Nassaukade ter hoogte van de plaats waar lijn 10 richting naar/van Van Beuningenplein/van Hallstraat gaat."

Niet goed
Hanny Pauw zit op het verkeerde spoor: "Als ik de foto zo bekijk, meen ik de brug over de Amstel te herkennen. In de wandeling wordt deze brug de Ceintuurbaanbrug genoemd. Deze brug verbindt de Ceintuurbaan met de Weesperzijde tussen de Ruyschstraat en de Blasiusstraat."
"De foto is genomen vanaf de Weesperzijde richting de Amsteldijk. Tramlijn 3 maakt in beide richtingen gebruik van deze brug. Het autoverkeer kan alleen van uit de Weesperzijde gebruikmaken van deze brug. De tram rijdt voorzichtig over de brug, wat de passagiers de mogelijkheid biedt om van het uitzicht over de Amstel te genieten.

Robbert van Mourik: "Volgens mij is het de Nieuwe Amstelbrug en die komt van de Ceintuurbaan. Ik ben er heel vaak overheen gereden, maar weet er niet iets leuks over te vertellen want ik ben opgegroeid in Amsterdam-West."
Jan Openneer: "Volgens mij is het de oude brug Nassaukade/van Limburg Stirumstraat. Ik kan me nog de bouw van de huidige herinneren."

Nieuwe raadplaat

Omdat het niet heel lang meer duurt voordat de winter begint, durven we alvast een winters plaatje aan. Deze keer zie je voornamelijk de achterkant van de woningen, maar vooral de kerk op de achtergrond is natuurlijk een blikvanger.

We zijn weer benieuwd naar alle inzendingen en verhalen die erbij horen. Die kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.